CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

H2. STAMU MEBUG Wegwijzer Monitor Erfgoed Beleid Utrechtse Gemeenten

Gemeenteraad 17 januari 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: STAMU MEBUG29.084 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RENSWOUDE

WEGWIJZER VOOR DE TOEKOMST

Monitor erfgoedbeleid Utrechtse gemeenten 2022

GEMEENTE RENSWOUDE

November 2022

STAMU Dhr. Vincent de Kieviet MA BBE Mw. Susan de Jong MSc Mw. Drs. Marianne Visser

1| Voorwoord Op dit moment worden we als overheid geconfronteerd met een groot aantal maatschappelijke uitdagingen. De vragen zijn duidelijk: Hoe bouwen we voldoende woningen voor iedereen? Hoe passen we in ons landschap nieuwe energiebronnen in? Hoe geven we ruimte aan onze agrariërs, terwijl we tegelijkertijd de impact op de natuur beperken? Welke landschappelijke aanpassingen vraagt het veranderend klimaat? Waar kunnen we bos aanplanten? Er wordt naar ons gekeken om oplossingen te vinden. Vast staat dat het Utrechtse landschap en haar kwaliteiten onder druk staan. Steden en dorpen breiden uit, we bouwen zonneparken en windmolens, planten bomen en verstevigen dijken. Wij als provincie en u als gemeente staan middenin deze ontwikkelingen. In de urgentie van deze opgave willen we andere belangen niet uit het oog verliezen. Terugkijkend in de geschiedenis zien we dat in tijden van grote ruimtelijke dynamiek veel erfgoed verdwijnt. Met de komst van het nieuwe wordt vaak het oude opgeruimd. Dat risico bestaat ook nu weer: van de vele honderden prehistorische grafheuvels op de Utrechtse Heuvelrug tot het middeleeuwse copelandschap met historische boerderijen in het veenweidegebied, van het open verdedigingslandschap van de Hollandse Waterlinies tot historische waterlopen en lanen op buitenplaatsen. Het erfgoed staat onder druk.

Erfgoed is onlosmakelijk verbonden met de inwoners van uw gemeente. Van vissersdorp tot agrarisch boerderijlint, van historische stad tot droogmakerij. Zoals de mensen het landschap hebben gemaakt, maakt het landschap ook de mensen. Deze veelheid aan historische dorpen, steden en landschappen is waardevol. Het geeft Utrecht kleur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen willen we deze kleur behouden. Dit vraagt een integrale inpassing van het bestaand erfgoed in de plannen. Dat is goed mogelijk, maar het vraagt wel wat van de gemeente: aandacht, kennis en vooral ook voldoende tijd binnen de ambtelijke organisatie. Ik wil de gemeenten vragen om erfgoed voldoende aandacht te geven in de veelheid aan taken die er op ons afkomt. Deze Wegwijzer voor de toekomst kan u hierbij helpen. Het STAMU heeft deze met zorg voor u en samen met u gemaakt. Het geeft u meer inzicht in kansen en aandachtspunten. Uiteraard kunt u ook op het STAMU rekenen voor advies en ondersteuning. Samen zorgen we ervoor dat onze inwoners nog lang van ons prachtige erfgoed kunnen genieten! Rob van Muilekom Gedeputeerde Cultuur en Erfgoed Provincie Utrecht

3

2| Inleiding Deze „Wegwijzer voor de toekomst‟ geeft de actuele stand van zaken weer van het erfgoedbeleid van de gemeente Renswoude. De wegwijzer is het resultaat van het onderzoeksproject Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten 2022. De wegwijzer laat zien hoe de gemeente er voor staat en waar nog kansen liggen. Is de gemeente komende jaren in staat is om haar wettelijke taken te vervullen en komt zij er aan toe om het nodige beleid op te stellen? Kan de gemeente ook voldoende inspelen op de actuele wettelijke ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven die van invloed zijn op het erfgoed? Het is daarbij ook nog steeds relevant hoe ver de gemeente is met de aandachtspunten uit de voorgaande edities: Modernisering Monumentenzorg (monitor 2014) en de Erfgoedwet en Omgevingswet (monitor 2018). Het STAMU voert de monitor om de vier jaar uit voor alle gemeenten in de provincie Utrecht. De monitor van 2022 is de derde editie. De wegwijzer biedt handvatten voor de ambtenaren en de verantwoordelijke portefeuillehouders. Daarnaast kan het als hulpmiddel dienen bij besluitvorming van college en raad over het beleid op het gebied van erfgoed. Ook biedt de provinciebrede variant van de wegwijzer een bron voor de Provincie Utrecht bij het opstellen van beleid. 5

Met dank aan… Dit rapport zou niet tot stand zijn gekomen zonder de hulp van de ambtenaar die ons zo goed mogelijk van alle informatie voorzag en hier veel tijd in heeft gestoken. Onze dank gaat uit naar Marcel Jansen, raadsgriffier en senior beleidsmedewerker fysiek domein

Inhoudsopgave

1| Voorwoord ..................................................... 3 2| Inleiding ......................................................... 5 3| Introductie .................................................... 11 3.1 Wat is het STAMU ................................................... 11 3.2 Aanleiding en doel ................................................. 12 3.3 Opzet ..................................................................... 13 3.4 Leeswijzer ............................................................... 14 3.5 Wat is cultureel erfgoed? ........................................ 15

4| Samenvatting ............................................... 18 5| Aantallen ...................................................... 23 Erfgoed.......................................................................... 23 Kentgetallen ................................................................... 23

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal) ....................................................... 25 6.1 Inhoudelijk Rijk ....................................................... 25

6

6.1.1 De focus van het Rijksbeleid in het verleden ............. 25 Nota Belvedere (1999) ................................................... 25 Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ, 2008) ............................................................................ 25 Modernisering Monumentenzorg (2009) ........................... 26 Visie Erfgoed en Ruimte - Kiezen voor karakter (2012) ....... 27 Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo, 2010) ..... 27 6.1.2 Erfgoed Telt (2018 - 2021 - heden) ........................ 27 6.1.3 Nationale Omgevingsvisie NOVI (2020) ................. 28 6.1.4 Erfgoedwet ............................................................ 29 6.1.5 Omgevingswet ...................................................... 30 Wetgeving ..................................................................... 30 Instrumenten Omgevingswet ............................................ 31 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ............................... 31 6.1.6 Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed ................ 31 6.1.7 Evaluatie Erfgoedwet en Erfgoed Telt (2021) ............ 32 6.1.8 Raad voor cultuur .................................................. 33 6.2 Inhoudelijk provinciaal ............................................ 34 6.2.1 Provinciale Omgevingsvisie en (interim) Omgevingsverordening (2021) ........................................

34 Cultuurhistorische Atlas (CHAT) ....................................... 35 6.2.2 Erfgoedmonitor en Parelfonds ................................. 35 6.2.3 Ondersteuning gemeenten en erfgoedsector ............ 36

6.2.4 Provinciaal archeologisch depot ............................. 36 6.2.5 Interbestuurlijk toezicht provincie ............................. 36

7| Beleid & regelgeving gemeentelijk ................ 37 7.1 Inhoudelijk ............................................................. 37 7.1.1 Erfgoedbeleid (erfgoednota) ................................... 38 Rijksmonumenten ........................................................... 38 Gemeentelijke monumenten ............................................ 38 Beschermde stads- of dorpsgezichten ............................... 39 Beeldbepalende of karakteristieke panden ........................ 40 Archeologisch erfgoed .................................................... 41 Groen erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap ............ 41 Overige soorten erfgoed ................................................. 41 7.1.2 Omgevingsvisie ..................................................... 42 Kernkwaliteiten ............................................................... 43 Cultuurhistorische waarden in kaart brengen..................... 43 Zelfbindend.................................................................... 43 De rol bij afwijkingen van het omgevingsplan.................... 43 7.1.3 Omgevingsplan ..................................................... 43 Verplichte opname cultuurhistorische waarden .................. 44 Participatie .....................................................................

45 Omgeving monument ..................................................... 45 Aanduiden van monumenten in het omgevingsplan ........... 46 7.1.4 Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie................................................................. 46 Erfgoedverordening ........................................................ 46 Welstandsnota / Nota Ruimtelijke Kwaliteit ....................... 47 Ruimtelijke ordening en cultuurhistorie.............................. 48 Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart ................................................................... 49 Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart ................................................................... 50 Landschap & landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse ............................................................... 51 Beeldkwaliteitsplannen .................................................... 52 7.1.5 Groenbeleid & landschapsontwikkelplan ................. 52 Groenbeleid................................................................... 52 Beschermingsmogelijkheden ............................................ 53 7.1.6 Gemeentelijke adviescommissie .............................. 53 7.1.7 Toezicht en Handhaving .........................................

54 7.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? ................. 55 7.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? ................ 57 7.4 Kansen ................................................................... 61

8| Actuele onderwerpen .................................... 67

7

Inhoudsopgave

8.1 Inhoudelijk ............................................................. 67 8.1.1 Duurzaamheid & Energietransitie ............................ 67 RES, Transitievisie Warmte, Wijkuitvoeringsplan (aardgasloze wijken) ........................................................................... 67 Verduurzaming bij gebouwd erfgoed ................................ 68 Energietransitie en archeologie ........................................ 70 Energietransitie en landschap .......................................... 71 8.1.2 Klimaatadaptatie ................................................... 71 Waterhuishouding en waterschappen ............................... 71 8.1.3 Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen ........................................................... 72 8.1.4 Werelderfgoed ...................................................... 72 Beleidskaders en regels ................................................... 72 Ander werelderfgoed....................................................... 73 8.1.5 Landelijke programma’s ......................................... 73 Kerkenvisies ................................................................... 73 ErfgoedDeal ................................................................... 74 8.1.6 Divers en inclusief erfgoed...................................... 74 8.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? .................

76 8.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? ................ 76

8

8.4 Kansen ................................................................... 79

9| Erfgoed thema’s ........................................... 85 9.1 Inhoudelijk ............................................................. 85 9.1.1 Algemeen VTH ...................................................... 85 Omgevingsvergunningverlening ....................................... 85 Toezicht en handhaving .................................................. 87 9.1.2 Gebouwd Erfgoed ................................................. 88 Bouw- en cultuurhistorisch onderzoek ............................... 88 Herbestemming .............................................................. 89 Leegstand ...................................................................... 89 Visie op leegstand en herbestemming ............................... 90 9.1.3 Archeologisch Erfgoed ........................................... 90 Archeologische onderzoeksvragen ................................... 90 Erfgoedwet en archeologie .............................................. 90 Meldpunt Archeologie en Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) .......................................................... 91 Metaaldetectie................................................................ 91 9.1.4 Cultuurlandschap en Groen Erfgoed ....................... 91 Tuin- of cultuurhistorisch onderzoek .................................

91 Kleine landschapselementen ............................................ 92 9.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? ................. 93 9.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? ................ 94

9.4 Kansen ................................................................... 96

10| Participatie, beleving en draagvlak .............. 99 10.1 Inhoudelijk ........................................................... 99 10.1.1 Beleving.............................................................. 99 De Open Monumentendag ............................................. 99 De Nationale Archeologiedagen ...................................... 99 Erfgoededucatie ............................................................. 99 Recreatie en Toerisme ..................................................... 100 Erfgoedprikken ............................................................... 100 10.1.2 Participatie .......................................................... 100 Aansluiting bij verenigingen ............................................. 101 Verdrag van Faro ........................................................... 101 Voorlichting en informatievoorziening ............................... 101 10.1.3 Ondersteuning eigenaren ..................................... 102 Stimulering ..................................................................... 102 Informatievoorziening en begeleiding ............................... 104 Schouderklopje .............................................................. 104 10.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? ............... 105 10.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? ..............

106 10.4 Kansen ................................................................. 108

11| Gemeentelijke organisatie en financiën .... 111 11.1 Inhoudelijk ........................................................... 111 11.1.1 Kennis ................................................................ 111 Borging ......................................................................... 111 Kennisbevordering .......................................................... 111 Kennisbronnen ............................................................... 111 11.1.2 Personele inzet en capaciteit ..................................................................................... 112 Organisatie .................................................................... 113 11.1.3 Financiën ............................................................ 113 11.1.4 Politiek ............................................................... 113 11.2 Hoe stond de gemeente er eerder voor? ............... 114 11.3 Hoe staat de gemeente er in 2022 voor? .............. 115 11.4 Kansen ................................................................. 117

12| Algemene conclusie .................................. 121 13| Tot slot ..................................................... 123 14| Het STAMU ............................................... 125 Greep uit de diensten van het STAMU .............................. 125 Netwerk Steunpunten Cultureel Erfgoed ............................ 125

9

3| Introductie 3.1 Wat is het STAMU Het Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht (STAMU) is in 2006 opgericht op initiatief van het Rijk en de Provincies als één van de twaalf provinciale steunpunten in het land. Het doel van de steunpunten is om de gemeenten te ondersteunen bij hun wettelijke taken op het gebied van het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Door de decentralisatie en de veranderde wetgeving zijn er steeds meer taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van het cultureel erfgoed in brede zin (roerend en onroerend, materieel en immaterieel) naar de gemeenten gegaan. Aangezien de gemeenten lang niet altijd de benodigde kennis en middelen in huis hebben om hun taken adequaat uit te kunnen voeren, is in elke provincie een steunpunt opgericht om de gemeenten hierin te ondersteunen. Het STAMU vormt het steunpunt voor de Utrechtse gemeenten en wordt gesubsidieerd door de Provincie Utrecht. Het STAMU is een samenwerkingsverband tussen Landschap Erfgoed Utrecht en MooiSticht. Voor meer informatie over de wijze waarop het STAMU de gemeenten ondersteunt (bijvoorbeeld via het reguliere Bouwplanoverleg, helpdesk, gesprekken en de netwerk- en informatiebijeenkomsten), verwijzen wij u graag naar onze website en naar het hoofdstuk STAMU-informatie achterin deze Wegwijzer (blz. 125). 11

Kijk op de STAMU website voor meer informatie.

3| Introductie

3.2 Aanleiding en doel In 2014 hebben wij het initiatief genomen om een project, genaamd Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten, uit te voeren. Op verzoek van de Provincie Utrecht heeft het STAMU dit onderzoek in 2018 en 2022 herhaald. De aanleiding was in eerste instantie om vanuit het functioneren van het steunpunt te weten te komen waar bij de gemeenten de behoefte aan ondersteuning ligt. Het onderzoek blijkt daarnaast ook aan een behoefte van de gemeente te voldoen, namelijk het inzichtelijk maken waar de gemeente in het kader van alle ontwikkelingen en actualiteiten staat met haar beleid op het gebied van erfgoed. Het tijdsmoment van het onderzoek is bewust gekozen in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen. De verkiezingen hebben in een groot aantal gevallen geleid tot wijzigingen van de samenstelling van de gemeenteraad en de personele bezetting en portefeuilleverdeling binnen de Colleges van Burgemeester en Wethouders. Vanuit deze nieuwe start voor veel gemeenten willen we de gemeenten een duidelijk beeld geven van de huidige status van het gemeentelijke erfgoedbeleid en van de kansen die er liggen in het kader van alle veranderende wetgeving en inzichten en in relatie tot de ruimtelijke opgaven die er liggen.

12

3.3 Opzet Begin 2022 is aan alle gemeenten een vragenlijst opgestuurd. Deze vragenlijst vormde een aanvulling op de vragenlijst van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, die vlak daarvoor ook haar tweejaarlijkse onderzoek onder gemeenten uitvoerde. Om de gemeenten niet extra te belasten met dubbele vragen is verzocht om de ingevulde vragenlijst vanuit de inspectie aan het STAMU ter beschikking te stellen. Naar aanleiding van de ingevulde vragenlijsten heeft bij alle gemeenten een gesprek plaatsgehad met de betreffende ambtenaren. Dit is gedaan omdat blijkt dat in sommige gevallen de vragen niet met een eenduidig antwoord af te handelen zijn en dat de betreffende antwoorden nog enige toelichting vragen. De gesprekken hebben veel aanvullende informatie opgeleverd. Daarnaast heeft bureauonderzoek de nodige informatie opgeleverd. Aan de hand van de vragenlijsten, het bureauonderzoek en het gesprek is per gemeente een „Wegwijzer voor de toekomst‟ opgesteld, met als doel de gemeente inzicht te geven in de stand van zaken van haar gemeentelijke erfgoedbeleid. Per hoofdstuk is steeds aangegeven hoe de gemeente er voor stond in het verleden en hoe de gemeente er in 2022 voor staat en waar nog kansen liggen voor de toekomst. Deze op maat gemaakte 'Wegwijzer voor de toekomst' is alleen aan de betrokken gemeente (ambtenaren en college) uitgereikt.

De resultaten worden door het STAMU zelf niet openbaar gemaakt, aangezien de informatie op vertrouwelijke basis is verkregen. Het is aan de gemeente om te besluiten hoe zij de wegwijzer wenst te gebruiken en of zij hem eventueel openbaar wil maken. Wij raden wel aan om de wegwijzer te delen met de gemeenteraad en hem te openbaren aan het publiek. Als tastbaar resultaat van het onderzoek is er wel een 'Wegwijzer voor de toekomst met provinciebrede conclusies' gemaakt. Hierin zijn, uitgezonderd bij de publiekelijk beschikbare cijfers, geen namen van de gemeenten genoemd, maar worden wel de trends en algemene percentages aangegeven. Op deze wijze kan elke gemeente ook in een breder perspectief zien waar zij staat ten aanzien van haar erfgoedbeleid.

13

3| Introductie

3.4 Leeswijzer De wegwijzer heeft zoveel mogelijk de integrale structuur meegekregen zoals deze ook onder de Omgevingswet gangbaar wordt. Hierbij wordt het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, of het nu gaat om ondergronds of bovengronds erfgoed, integraal als één geheel meegenomen. Hiermee is de structuur van de wegwijzers uit eerdere jaren losgelaten. Die was nog heel erg gericht op de individuele pijlers uit het verleden: monumenten, archeologie en cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Hierbij is een onderscheid gemaakt in de volgende onderdelen:  landelijk en provinciaal beleid  beleid en regels gemeentelijk  actuele opgaven  thematische erfgoedonderwerpen  participatie, beleving en draagvlak  organisatie en financiën Per onderdeel volgt een inhoudelijk deel met kennisoverdracht en actualiteiten. Daarbij worden suggesties gedaan hoe de gemeente hiermee om kan gaan.

14

Onder het kopje „Hoe staat de gemeente er in 2022 voor‟ is aangegeven wat de resultaten zijn van de ingevulde vragenlijsten, het bureauonderzoek en het gesprek dat gevoerd is met de ambtenaren. Hierin vindt u ook de vergelijking terug met de stand van zaken van onze onderzoeken uit 2014 en 2018 (en voor Vijfheerenlanden uit 2020). Onder het kopje „Kansen‟ vindt u de punten die vanuit het STAMU worden aangereikt als uitdaging voor de toekomst. Deze punten voeren terug naar het inhoudelijk deel van dat hoofdstuk. Het inhoudelijk deel geeft in veel gevallen een verduidelijking en biedt uitgebreidere informatie over de kansen voor uw gemeente. In hoofdstuk 4 wordt een samenvatting geboden van de belangrijkste aandachtspunten die in dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Mocht dit onvoldoende duidelijk zijn of wenst u uitgebreidere informatie over een aandachtspunt, dan kan het beste weer gekeken worden naar de huidige situatie en de genoemde kansen per onderdeel.

3.5 Wat is cultureel erfgoed? De begrippen erfgoed en cultuurhistorie, veelal als synoniem gebruikt, staan voor alles wat we erven van vorige generaties en het bewaren waard vinden voor volgende generaties. Het gaat om gebouwen, archeologische vondsten, cultuurlandschappen, kunstwerken, gebruiken, verhalen en nog veel meer. De Erfgoedwet uit 2016 definieert cultureel erfgoed als:

“uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden” Cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving Deze wegwijzer behandelt uitsluitend de wijze waarop gemeenten omgaan met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving (materieel en onroerend). Het onderzoek heeft geen betrekking gehad op immaterieel erfgoed, zoals tradities, verhalen, rituelen en gebruiken, of roerend erfgoed en zaken als bibliotheken, archieven, kunstwerken en mobiel of varend erfgoed. Wel wordt aandacht besteed aan interieurs en interieurensembles omdat deze rechtstreeks met de gebouwde monumenten samenhangen. Het erfgoed in de fysieke leefomgeving valt uiteen in drie categorieën of facetten:

Archeologisch erfgoed

Bekende en nog onbekende in de bodem bewaarde sporen en resten van menselijke aanwezigheid in het verleden. Dit wordt ook wel het „bodemarchief‟ genoemd.

Gebouwd en aangelegd erfgoed

Historische gebouwen, bebouwingsensembles, stads- en dorpsgezichten, parken en begraafplaatsen en dergelijke. Er wordt ook wel gesproken van „bouwhistorie of historische stedenbouwkunde‟.

Erfgoed in het cultuurlandschap (landschappelijk erfgoed)

Het historische cultuurlandschap en elementen hiervan, onder meer wegen- en verkavelingspatronen, aardkundige zaken, beplanting en sporen van vroeger grondgebruik. Bij alle facetten wordt ook vaak gerefereerd aan „cultuurhistorie‟. Dat komt omdat deze term een verzamelbegrip vormt voor erfgoed. In deze wegwijzer maken wij daarnaast een expliciete uitsplitsing naar groen erfgoed bij aangelegd erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap.

15

3| Introductie

Dat komt omdat het thema groen erfgoed binnen het erfgoeddomein volop in ontwikkeling is en op zichzelf meer aandacht verdient dan het nu krijgt. De grenzen tussen de verschillende facetten zijn niet scherp. Er zit veel overlap in en het vormt vaak ook samenhangende ensembles met elkaar. Een monumentaal landgoed heeft een hoofdhuis en bijgebouwen, maar ook een tuinaanleg, een moestuin, agrarische landerijen en pachtboerderijen. Dan heb je dus te maken met gebouwd, aangelegd (groen) en landschappelijk erfgoed. Het hoofdhuis kan dan ook nog gebouwd zijn op de fundatie van zijn voorganger, wat weer archeologisch erfgoed is. We hanteren in deze wegwijzer wel de verdeling tussen de verschillende categorieën, maar tegelijkertijd bekijken we het waar dat kan zo integraal mogelijk. Dat sluit ook beter aan bij de toekomstige Omgevingswet. Wel is het zo dat de verschillende categorieën hun eigen set van kansen en uitdagingen kennen. Ook kennen ze vaak hun eigen specifieke wet- en regelgeving en uitvoeringspraktijk. Al zien we dat vooral het bovengrondse erfgoed steeds meer met elkaar verweven raakt en samenhang krijgt.

16

17

4| Samenvatting Erfgoedbeleid en omgevingsvisie In de omgevingsvisie uit 2018 wordt de cultuurhistorie benoemd als een belangrijke factor van het de DNA van Renswoude en als toeristisch recreatieve voorziening. Het is van belang om een gemeentelijk erfgoedbeleid (nota of programma) op te stellen die ten aanzien van cultureel erfgoed als verdere uitwerking of verlengstuk kan dienen van de omgevingsvisie. Een breed en integraal erfgoedbeleid voor de lange termijn geeft meer richting en duidelijkheid voor het bestuur, politiek en de gemeentelijke organisatie. Dit is ook belangrijk voor de integrale benadering en afweging onder de Omgevingswet van de verschillende onderdelen uit de fysieke leefomgeving. Er is nog veel ruimte om het beschermingsregime van het beschermde dorpsgezicht aan te scherpen. Zo is het zinvol om een sloopvergunningsstelsel op te nemen om te voorkomen dat cultuurhistorisch waardevolle objecten zonder enige afweging of overleg verdwijnen.

Omgevingsplan Het omgevingsplan is de plek waar vanaf 2023 alles geregeld wordt over erfgoed in de fysieke leefomgeving. Of het nu gaat om object gerichte monumentenzorg, de 'Omgeving van het monument', gebiedsgerichte erfgoedzorg, welstand, archeologie of cultuurhistorie in het landschap. Het is daarom van belang om vanuit erfgoed veel aandacht te schenken aan de ontwikkeling en een juiste werking van het omgevingsplan. Vooral de wettelijke verplichting om rekening te houden met de 'Omgeving van het monument' vormt een belangrijk aandachtspunt. 18

Het is daarnaast van belang om de vrij recent opgestelde cultuurhistorische waardenkaart te verankeren in de ruimtelijke ordening via het bestemmingsplan of het omgevingsplan. Hierdoor kan het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gebiedsgericht en integraal in de uitvoering worden meegewogen bij ontwikkelingen en omgevingsvergunningsaanvragen.

Gemeentelijk beleid en regels Er valt vooral veel winst te behalen op de onderdelen groen erfgoed, groenbeleid en landschap. Een speerpunt is om aan de slag te gaan met bomenbeleid, waarin ook aandacht is voor cultuurhistorisch groen en landschappelijke waarden. Het opstellen van een landschapsbiografie of actualisatie van het LOP helpt ook om kaders te scheppen voor de ontwikkelingen die gaan plaatsvinden in het landschap.

Actuele onderwerpen en opgaven De energietransitie, klimaatadaptatie en de woningbouwopgave zijn van grote invloed op het landschap en monumentale bebouwing. Bij deze ontwikkelingen is het van belang zorgvuldig om te gaan met het erfgoed en landschap en dit mee te nemen in planvorming. Ook bij zonnevelden en windturbines in het landschap moet meer rekening worden gehouden met de archeologische waarden en het cultuurlandschap. Zodra (bredere) beleidsstukken voor de energietransitie worden opgesteld is het van belang dat erfgoed (en de daarbij behorende wettelijke verplichtingen en kaders) daarin weloverwogen wordt meegenomen. Om de energietransitie en verduurzaming van gebouwd erfgoed in goede banen te leiden en om te voorkomen dat cultuurhistorische waarden verloren gaan, helpt het om hiervoor beleid en regels op te stellen. Bijvoorbeeld door specifiek beleid ter stimulering van de verduurzaming van

monumenten of maatwerkregels voor zonne-energie in beschermde gezichten. Inclusie en diversiteit zijn nieuwe thema's in het erfgoedbeleid. Het is een kans voor de gemeente om deze onderwerpen te onderzoeken en bespreekbaar te maken zodat erfgoed bij een grotere groep mensen aansluit.

Kwetsbaar erfgoed Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk om hierop pro-actief toezicht te houden en indien nodig over te gaan op handhaving. Bij ontwikkelingen van groene monumenten of landschap is van belang om met een tuin-of cultuurhistorisch onderzoek inzicht te krijgen over het monument zelf en de afweging van keuzes te verantwoorden. Het is een optie voor de gemeente om aan te sluiten bij het Platform Kleine Landschapselementen om de landschappelijke waarden te versterken. Voor het archeologische erfgoed liggen er kansen met betrekking tot de maatschappelijke relevantie ervan. Denk hierbij aan het ophalen van lokale kennis voor onderzoeksvragen en de aandacht voor metaaldetectie. Dit is lijn met het advies van de Raad voor Cultuur (2022) als reactie op de evaluatie van de erfgoedwet.

Participatie, beleving en draagvlak De gemeente heeft onvoldoende aandacht voor participatie, beleving en draagvlak, maar heeft wel enige ambitie. Zo is er nog geen publieksversie van cultuurhistorische waardenkaart. Er is wel aandacht voor de Open Monumentendag, maar niet voor de Nationale Archeologiedagen. Voorlichting over erfgoed ontbreekt. Betere informatievoorziening biedt de gemeente een kans om inwoners kennis te laten maken met erfgoed en daarmee draagvlak te creëren. Ook bevordert het de wisselwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente.

Organisatie en financiën Uitbreiding van de huidige beperkte formatie voor erfgoed is verstandig om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van erfgoed. Ook is het van belang om het benodigde beleid voor erfgoed op te stellen, zeker met de komst van de Omgevingswet. Dat blijft nu liggen omdat de beperkte tijd die beschikbaar is volledig nodig is voor de uitvoering. Daarnaast is er meer armslag nodig om ook in te spelen op de actuele opgaven die op de gemeenten afkomen.

19

20

Cultuurhistorische identiteit van de gemeente Renswoude De gemeente Renswoude is overwegend agrarisch van karakter en ligt centraal in de Gelderse Vallei. Het bestaat grotendeels uit veenweiden op dekzandruggen in de vorm van een halfopen coulissen- en kampenlandschap waarvan de onregelmatig of blokvormig ontgonnen percelen zijn omzoomd met heggen en houtwallen. De Lunterse Beek kronkelt liefelijk van oost naar west door het landschap en ten noorden van het dorp Renswoude langs. Het dorp groeide vanaf de 15de eeuw uit van een simpele Borgwal (versterkt huis) en enkele verspreide boerderijen, tot een lint en twee achterwegen als historisch kern met daaromheen latere uitbreidingswijken en een industriegebied. Opvallend is de groene hap aan de zuidoostkant van het dorp met daarin het in de 17e eeuw op haar voorgangers fundament herbouwde Kasteel Renswoude met kasteeltuin en bijgebouwen. Kenmerkende historische bebouwing wordt verder o.a. gevormd door de dorpskerken, de vele historische boerderijen, de voormalige dienstwoningen en het gemeentehuis. De 18e eeuwse Grebbelinie loopt dwars door de gemeente met een inundatiegebied en het Werk aan de Engelaar aan de zuidoostkant en in het noordoosten de vooruitgeschoven post van het Werk aan de Daatselaar op de kop van de Slaperdijk en Groeperkade.

21

5| Aantallen

Aantal monumenten en beeldbepalende/karakteristieke panden 250 200 150 100 50 0

Rijksmonumenten Gemeentelijke monumenten Beeldbepalende/karakteristieke panden 22

Rijksmonumenten (gemiddeld) Gemeentelijke monumenten (gemiddeld) Beeldbepalende/karakteristieke panden (gemiddeld)

5| Aantallen Erfgoed Type erfgoed Rijksmonumenten Gemeentelijke monumenten Archeologische Rijksmonumenten Archeologische Gemeentelijke monumenten Groene monumenten Beeldbepalende / karakteristieke panden Rijksbeschermde gezichten Gemeentelijk beschermde gezichten Werelderfgoed (UNESCO) Nationale landschappen of parken

2014 52 31

2018 53 29

2022 52 35

1

1

1

1

1

1

23

Kentgetallen 2020 Aantal inwoners

5.444

Aantal particuliere huishoudens

2.089 2

Land oppervlakte (ha = 10.000 m )

639 ha

Uitkering gemeentefonds (totaal)

€ 6.390.354

Voor de gegevens over de inwoners, particuliere huishoudens, land oppervlakte is het CBS (Statline) als bron gebruikt. Voor de uitkering uit het gemeentefonds is Findo (Data financieën overheden) als bron gebruikt.

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal) 6.1 Inhoudelijk Rijk Het huidige beleid en de wet- en regelgeving van het Rijk voor cultureel erfgoed zijn vastgelegd in de beleidsbrief Erfgoed Telt uit 2018, de Erfgoedwet uit 2016, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uit 2020 en de Monumentenwet 1988. De laatste valt onder het overgangsrecht en komt te vervallen bij de inwerkintreding van de Omgevingswet. De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen niet alleen wetten, ze gaan ook gepaard met beleidsonderbouwingen voor cultureel erfgoed. Bij de Omgevingswet treden er diverse nieuwe zaken in werking op het gebied van cultureel erfgoed, zoals een herziening van het stelsel voor de gemeentelijke adviescommissies, rekening houden met de omgeving van het monument en de zorgplicht voor cultureel erfgoed.

6.1.1 De focus van het Rijksbeleid in het verleden Het beleid en de wet- en regelgeving van het Rijk borduren voort op ontwikkelingen die reeds in het verleden in gang zijn gezet en kunnen daar dus ook niet los van gezien worden. In dit onderdeel wordt er dan ook teruggekeken naar het verleden, waarbij de belangrijkste aspecten die nu nog een belangrijke doorwerking hebben worden uitgelicht.

Nota Belvedere (1999) In 1994 is Nederland toegetreden tot het Verdrag van Granada. Hierin staat dat de bescherming van het architectonische erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening: niet alleen bij de planologische uitwerking, maar ook het vormgeven aan ontwikkelingen. De nota Belvedere gaf een aanzet, maar pas bij de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg heeft dit verdrag in Nederland echt een uitwerking gekregen. De nota Belvedere ging over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. In de dynamiek van de ruimtelijke inrichting moest nu meer een evenwicht gezocht worden tussen behoud en ontwikkeling. “ Behoud door ontwikkeling ” Nieuwe functies en gebruik van het cultuurhistorisch erfgoed moest mogelijk worden zonder dat daarbij de essentie en de waarden daarvan verloren gingen. Het gebouw en de conservering daarvan was niet langer meer het uitgangspunt. Het ging er opeens om hoe je het gebouw kunt gebruiken en het daardoor kunt behouden door het een beter toekomstperspectief mee te geven.

Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ, 2008) Het verdrag van Malta staat aan de wieg van de wijze waarop in Nederland nu omgegaan wordt met archeologie. Het verdrag is in 1992

25

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)

26

ondertekend door veel Europese landen waaronder Nederland, maar pas in 2008 met de komst van de WAMZ geratificeerd. De grondbeginselen van het verdrag zijn vertaald middels het verstoorder-betaalt-principe in landelijk en lokaal beleid, wet- en regelgeving. De WAMZ was een wijzigingswet voor de Monumentenwet 1988, waarin de wettelijke regels zijn opgenomen. “ Behoud in situ en als dat echt niet mogelijk is, dan betaalt de verstoorder voor een deskundige opgraving van de archeologische waarden. ” Enkele belangrijke grondbeginselen uit de WAMZ waren:  Zorg voor een inventarisatie van archeologische bekende waarden en stel daar beleid voor op.  Behoud archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem voor toekomstige generaties.  Streef naar vroege afstemming in planvorming en neem archeologische waarden mee in de ruimtelijke ordening.  Zorg dat archeologisch onderzoek en de conservering van archeologische vondsten op deskundige wijze gebeurt en dat de opgedane kennis wordt geborgd.  Breng de waarde van archeologie onder de aandacht van het publiek en geef hen toegang tot deze waarde.

Modernisering Monumentenzorg (2009) In 2009 zette de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met een beleidsbrief aan de Tweede Kamer de Modernisering Monumentenzorg in gang ook wel afgekort als de MoMo. De MoMo was gericht op drie pijlers: 1. Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening 2. Krachtiger en eenvoudiger regelgeving 3. Bevorderen van herbestemmingen “Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening om zo te komen tot een gebiedsgerichte erfgoedzorg. ” Het doel van de MoMo was om van de oorspronkelijke objectgerichte benadering meer te komen tot een gebiedsgerichte aanpak. Dit vraagt om minder sectorale regelgeving achteraf en een meer generieke borging vooraf. De voorkantsturing (inbedding in het beleid en het organiseren van vooroverleg) en het vergaren van kennis van de aanwezige cultuurhistorische waarden (zodat een goede afweging kan worden gemaakt bij planprocessen), krijgen een belangrijke plaats in het proces. Cultuurhistorie is van invloed op vele aspecten van het gemeentelijke beleid. Het speelt een duidelijke rol in de ruimtelijke ordening en de vergunningverlening, maar ook bij toerisme en recreatie, economie, kunst en educatie. Een integrale benadering is daarbij van belang en vraagt daarom van gemeenten ook om goede samenwerking tussen de verschillende sectorale afdelingen.

Tevens was de MoMo er op gericht om de burger, de eigenaar van monumentale panden en het particulier initiatief meer ruimte te bieden en meer te betrekken bij het beleid. Draagvlak onder de bevolking is een belangrijk uitgangspunt voor het welslagen van het gemeentelijke beleid.

Visie Erfgoed en Ruimte - Kiezen voor karakter (2012) Een van de pijlers vanuit de Modernisering Monumentenzorg sinds 2009 is het breder meewegen van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening om zo te komen tot een gebiedsgerichte erfgoedzorg. In de Visie erfgoed en ruimte, getiteld „Kiezen voor karakter‟ heeft het Rijk hier verdere invulling aan gegeven van 2012 tot 2017. Het meewegen van de cultuurhistorie is onder andere bereikt door in de Bro (Besluit ruimtelijke ordening) het artikel 3.1.6 zo aan te passen dat niet alleen rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden in de grond (archeologie), maar ook met de cultuurhistorische waarden boven de grond.

Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo, 2010) Bij de Wabo zijn de circa 25 losse vergunningen, ontheffingen en meldingen, die geregeld waren in verschillende wetten waaronder ook het vergunningsstelsel voor monumenten en archeologie, samengevoegd in één omgevingsvergunningsstelsel. Hierdoor kon de dienstverlening aan burger en bedrijf worden verbeterd, dankzij één loket, één aanvraag, één bevoegd gezag dat dient als aanspreekpunt, één uniforme en bij voorkeur korte procedure, één bezwaar- en beroepsprocedure en één handhavend orgaan. Naast een vermindering van administratieve lasten biedt dit ook impulsen tot organisatieverbetering, integrale afweging en samenwerking tussen verschillende (lagen) overheden. Bij de invoering en latere actualisatie van de Wabo zijn ook ten aanzien van erfgoed diverse doelstellingen voortkomend uit de MoMo doorgevoerd, zoals de krachtigere en eenvoudigere regelgeving. Dat heeft ertoe geleid dat de vergunningsvrije zaken in rijksbeschermde gezichten zijn uitgebreid naar alles wat niet zichtbaar is, gezien vanaf de openbare ruimte. Naast de samenvoeging van het vergunningstelsel voor monumenten en archeologie met circa 24 andere vergunningstelsels, is met de Wabo onder andere ook de regelgeving ten aanzien van rijksbeschermde gezichten vereenvoudigd.

Met de Wabo is er veel ingezet op deregulering, wat leidt tot minder regels in diverse situaties. In de praktijk heeft dat echter wel geleid tot uitgebreidere en complexere wetgeving doordat voor elk onderdeel wat gedereguleerd is, ook alle uitzonderingen daarop benoemd moesten worden.

6.1.2 Erfgoed Telt (2018 - 2021 - heden) Sinds 2018 heeft hanteert het Rijk als erfgoedbeleid de beleidsbrief „Erfgoed Telt. De betekenis van erfgoed voor de samenleving‟. Daarin zet

27

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)

28

het Rijk haar beleid voort van de voorgaande jaren, maar legt ze als vervolg daarop ook de nadruk op het belang van erfgoed en het ontwerp voor de leefomgeving van een open samenleving. Het Rijk wil, behalve onder de aandacht brengen, beschermen en ontwikkelen, erfgoed benutten voor actuele ruimtelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de bouw van nieuwe woningen in steden en in krimpgebieden. De uitdaging daarbij is om bij de veranderingen die plaatsvinden in onze leefomgeving ons erfgoed, zoals de historische binnensteden, de monumenten en de landschappen, te behouden voor toekomstige generaties. Het beleid is uitgewerkt in 3 pijlers voor de erfgoedzorg van de toekomst: 1. De instandhouding van het erfgoed voor huidige en toekomstige generaties. 2. Het positioneren van erfgoed in de leefomgeving. 3. Aandacht voor de verbindende kracht: de sociale en maatschappelijke waarde van erfgoed. “Het behoud van het erfgoed voor de toekomstige generaties en de positionering daarvan in de leefomgeving waarbij het een verbindende kracht vormt vanwege haar sociale en maatschappelijke waarde.

” De eerste pijler heeft onder andere geleid tot het vrijkomen van meer budget voor instandhouding en (grote) restauraties, de omzetting van de fiscale aftrek voor onderhoud aan rijksmonumenten naar een subsidieregeling, de stimulering van verduurzaming door de monumentensector en grotere investeringen in de instandhouding van en onderzoek naar archeologische monumenten. Een resultaat van de tweede pijler is onder andere de ErfgoedDeal met overheden en maatschappelijke partners, waarbij ingezet wordt op de versterking en het gebruik van erfgoed bij ontwikkelingen. De ratificatie van het verdrag van Faro is één van de belangrijkste zaken uit de derde pijler en stelt de mens en de samenleving en hun relatie met erfgoed centraal. Dit moet leiden tot meer en betekenisvollere participatie bij erfgoed, zowel op het vlak van vrijwilligers en deelnemers als ook bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. “Het verdrag van Faro moet leiden tot meer en betekenisvollere participatie bij erfgoed op alle fronten, waaronder ook bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. ” De looptijd van het beleid van „Erfgoed Telt‟ zou eigenlijk slechts tot en met 2021 zijn. Het beleid is sindsdien echter nog niet opgevolgd door een nieuw beleid.

Wel is er in 2021 een evaluatie van het beleid in gang gezet in samenhang met de evaluatie van de Erfgoedwet, hetgeen uiteindelijk moet leiden tot nieuw beleid.

6.1.3 Nationale Omgevingsvisie NOVI (2020) De in 2020 door het Rijk vastgestelde NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken voor de grote ruimtelijke opgaven waar Nederland mee

geconfronteerd wordt. De vraagstukken zijn groot en vaak met elkaar verweven. In Nederland wonen we met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 km². De bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, het opwekken van duurzame energie, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte. Meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Ook de omschakeling naar bijvoorbeeld kringlooplandbouw en de creatie van recreatiemogelijkheden zijn van invloed op ons landschap. De keuzes waar we voor staan moeten gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken: te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. In de NOVI worden daarbij de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. “Eén van de nationale belangen die gewaarborgd moet worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving is het behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten.” De NOVI is zelfbindend voor het Rijk.

De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat.

6.1.4 Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is er de nieuwe Erfgoedwet. Deze wet bundelt de daarvoor reeds bestaande wet- en regelgeving (6 wetten en regelingen) voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het is een integrale wet die betrekking heeft op de museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Overgangsrecht Monumentenwet 1988 Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is opgegaan in de Erfgoedwet. Een ander deel gaat op in de Omgevingswet, maar bevindt zich nu nog in het overgangsrecht. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: roerend cultureel erfgoed, het stelsel van certificering archeologische bedrijven en de aanwijzing van rijksmonumenten staan in de Erfgoedwet, de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komen in de Omgevingswet. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die later naar de Omgevingswet gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt.

29

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)

30

Veranderingen bij de Erfgoedwet Bij de invoering van de Erfgoedwet is met name het archeologisch stelsel aangepast. Zo is de opgravingsvergunning waar de minister over ging komen te vervallen en vervangen door een certificering voor het uitvoeren van opgravingen. Vrijwilligers in de archeologie zijn in bepaalde gevallen vrijgesteld van certificering. In de Erfgoedwet is ook bepaald dat de eerste dertig centimeter zijn vrijgesteld van verplichting tot archeologisch onderzoek, waterbodems uitgesloten. Dus ook metaaldetectie in de bovenlaag van de bodem is daarmee in het algemeen toegestaan, tenzij gemeenten dat zelf anders reguleren.

6.1.5 Omgevingswet Per 1 juli 2023 wordt (mogelijk) de Omgevingswet van kracht. De Omgevingswet heeft als doel om de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen te vereenvoudigen. Hierbij worden alle huidige regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. De regels die betrekking hebben op cultureel erfgoed komen niet alleen terug in de Omgevingswet zelf, maar ook in alle onderliggende besluiten en regelingen. De Omgevingswet heeft twee maatschappelijke doelstellingen: 1. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. 2. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Erfgoed is één van de waarden die de omgevingskwaliteit bepalen en speelt daarbij een belangrijke rol in één van de twee maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet. Belangrijke aspecten van de Omgevingswet zijn:  Decentralisatie: het beleggen van zoveel mogelijk taken en bevoegdheden op het meest decentrale niveau, met name de gemeenten.  Integraliteit: de fysieke leefomgeving als één samenhangend geheel. Dit vergt een andere benadering die minder sectoraal gericht is.  Meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk per locatie: regels worden minder bindend.

 Uitnodigingsplanologie: de overheid schrijft minder voor en nodigt de samenleving uit om met initiatieven te komen.  Meer nadruk op participatie: burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten de mogelijkheid krijgen om mee te praten over beleid en besluitvorming van overheden.

Wetgeving De Omgevingswet staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een volledige stelselherziening omgevingsrecht‟. Bij de wet horen vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB‟s).  Het Omgevingsbesluit (Ob) regelt met name de procedurele zaken, zoals waar welke verantwoordelijkheid is belegd.

  

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl bevat de normen voor de bestuurlijke taakuitoefening en besluitvorming, zoals de algemene zorgplicht voor erfgoed. Het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) bevat de algemene rechtstreeks werkende rijksregels over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Besluit leefomgeving (Bbl) bevat de algemene rechtstreeks werkende rijksregels aan bouwwerk gerelateerde activiteiten.

Het invoeringsbesluit Omgevingswet uit 2020 regelt niet alleen de invoering van de wet, maar ook de automatische overgang en consolidatie van bestaande lokale regelgeving naar het omgevingsplan. Hierin is ook geregeld dat voormalige rijksregels gedecentraliseerd overgaan naar de gemeenten in de Bruidsschat. Er wordt nog continu gesleuteld aan de wetteksten, besluiten en regelingen van de omgevingswet. Wijzigingen worden doorgevoerd met wijzigingswetten.

Instrumenten Omgevingswet De belangrijkste instrumenten uit de Omgevingswet voor gemeenten zijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Gemeenten hebben (volgens de huidige planning van inwerkingtreding op 1 juli 2023) tot 2024 om een omgevingsvisie op te stellen en tot 2029 om te zorgen dat hun omgevingsplan voldoet aan de eisen die hieraan gesteld worden.

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Naast de nieuwe wet met bijbehorende onderliggende besluiten en regelingen bestaat de Omgevingswet ook uit het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit wordt de opvolger van het huidige Omgevingsloket en Ruimtelijkeplannen.nl. Via het DSO moet direct inzichtelijk zijn welke regels er voor een fysieke locatie gelden. Onder de Omgevingswet mag voor de afwegingen rond vergunningverlening uitsluitend informatie worden gebruikt welke ook (en gelijktijdig) beschikbaar is voor de aanvrager via het DSO. Niet gedigitaliseerde of niet via het DSO beschikbaar gestelde regels, duidingskaarten en bestemmingsplannen mogen dus niet meer gebruikt worden. Het is zaak hier aandacht voor te hebben bij het organiseren van de informatie over erfgoed zoals die binnen de gemeente aanwezig is en gebruikt wordt. Het is daarom ook van belang dat de erfgoedregisters, cultuurhistorische en archeologische waarden- en beleidskaarten integraal digitaal beschikbaar worden gesteld op het online Omgevingsloket.

6.1.6 Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed De inspectie houdt toezicht op een deel van het nationale erfgoed. Ze houdt daarbij toezicht op de uitvoering van de Erfgoedwet, de naleving van het archeologiebestel en op de (aangewezen) professionele organisaties voor monumentenbehoud.

31

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)

32

De inspectie voert onder andere elke twee jaar een monitor erfgoed uit bij alle gemeenten in Nederland. Dit dient niet alleen ter signalering en als risicoanalyse voor het werkprogramma van de inspectie, maar ook als instrument van zelfevaluatie door gemeenten, provincies en het Rijk. De inspectie houdt echter zelf geen toezicht op de gemeenten. Dat is de rol van de provincie met het interbestuurlijk toezicht. De resultaten van de monitor erfgoed kunnen wel dienen als input voor het provinciale toezicht. Daarnaast voert de inspectie ook inventarisaties uit. Bijvoorbeeld in 2020 is er een inventarisatie gemaakt van de gevolgen van droogte voor groene rijksmonumenten in het rapport „Aanhoudend droog‟. Dit heeft er voor gezorgd dat het onderbelichte onderwerp in de schijnwerper kwam te staan. Ook heeft de inspectie in maart 2022 „Monument en overtreding. Handreiking voor gemeenten bij strafrechtelijke handhaving‟ uitgebracht, dat gemeenten op weg kan helpen als zij overwegen aangifte te doen van overtreding van de regels voor bescherming van monumenten.

6.1.7 Evaluatie Erfgoedwet en Erfgoed Telt (2021) De doeltreffendheid en de doelmatigheid van het erfgoedbeleid van het Rijk in de periode tussen 2016 en 2021 is recent doorgelicht. Daarin is ook de evaluatie uit de „Erfgoedbalans 2022‟ van de Erfgoedwet vijf jaar na de inwerkingtreding opgenomen. In het eindrapport Beleidsdoorlichting Erfgoed (DSP, september 2022) zijn de bevindingen naar buiten gebracht. Ook is er hierbij gekeken welke uitdagingen er op de erfgoedsector af komen en wat dit betekent voor het erfgoedbeleid van het Rijk. De belangrijkst bevindingen voor het erfgoed in de fysieke leefomgeving op een rij: 

De bewustwording van de rol van erfgoed in de ruimtelijke opgaven groeit in Nederland, zoals te zien is met de projecten die voortkomen uit de ErfgoedDeal (zie blz. 74). Toch wordt er ook geconstateerd dat deze bewustwording niet vanzelfsprekend is en dat er nog in veel gemeenten onvoldoende rekening wordt gehouden met de culturele waarde van erfgoed voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De grote ruimtelijke opgaven op het terrein van woningbouw, verduurzaming en klimaatadaptatie staan soms op gespannen voet met het duurzaam behoud van erfgoed. Het is een zoektocht hoe er met de aanpassingen in de fysieke leefomgeving om kan worden omgegaan zonder dat de culturele waarde en kwaliteit van erfgoed wordt aangetast.

De archeologie heeft als subonderdeel van het cultureel erfgoed een aparte evaluatie gehad die ook is opgenomen in de beleidsdoorlichting: o

Het blijkt dat het steeds lastiger wordt om bodemvondsten in de geest van het verdrag van Malta te behouden in situ (in de bodem). De kosten van de verstoring (opgraving) vormen steeds minder een belemmering voor ontwikkelaars. Het behoud ex situ (conservering en beheer in een depot) is van grote kwaliteit, maar de structurele kosten van de depots stijgen flink op kosten van de belastingbetaler.

o

o

Het certificeringsstelsel binnen de archeologiesector wordt in de regel positief beoordeeld en heeft vermoedelijk bijgedragen aan het verbeteren van de kwaliteit van archeologisch onderzoek Vondsten opgegraven in de toegestane bovenste 30 centimeter van de bodem zouden niet zomaar verloren mogen gaan voor het algemeen belang.

De kwaliteit en capaciteit van de gemeentelijke erfgoedmedewerker is sterk afgenomen. De kwaliteit van het toezicht en de handhaving op het behoud en beheer van (gemeentelijk) erfgoed staat onder druk. Dit geldt voor zowel archeologie als voor het bovengrondse erfgoed.

Het ondersteuningsstelsel voor gemeenten bij erfgoed (Rijk, provincies en steunpunten) moet mogelijk versterkt worden omdat het niet altijd kan voldoen aan de vraag en behoefte van gemeenten.

6.1.8 Raad voor cultuur De Raad voor Cultuur adviseert regelmatig aan de minister over het nationale erfgoedbeleid. Enkele adviezen: 

In het „Sectoradvies Monumenten en archeologie: Met erfgoed meer ruimtelijke kwaliteit‟ uit 2019 geeft de raad een signaal dat er meer inzet nodig is van gemeenten en provincies voor een goede ruimtelijke kwaliteit en duurzame instandhouding van het cultuurlandschap. Zeker onder de druk van de grote ruimtelijke opgaven die er liggen.

De raad geeft in het advies uit 2019 ook aan dat provincies, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het netwerk van provinciale Steunpunten als samenwerkend netwerk een almaar groeiende rol krijgen in de ondersteuning van de gemeenten bij erfgoed. Dit geldt met name bij kleinere gemeenten met beperkte ambtelijke capaciteit en kennis(ontwikkeling). De raad adviseert dat deze partijen die rol ook actief moeten aanpakken en dat de landelijke overheid daar ook de voorwaarden voor moet creëren. Tegelijkertijd ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de gemeenten zelf om capaciteit en kennis van gemeentelijk erfgoedmedewerkers te vergroten.

In het advies „Archeologie bij de tijd‟ van februari 2022 reflecteert de raad op het onderdeel archeologie van de evaluatie van de Erfgoedwet. De belangrijkste conclusie is dat het Nederlandse archeologiestelsel op enkele onderdelen tekort schiet. Zo vind de raad dat artikel 9 ( bewustwording van het publiek) van het Verdrag van Malta onvoldoende tot zijn recht komt. Het publieke belang van archeologie moet beter worden geborgd. Een andere belangrijke is dat de raad adviseert dat elke gemeente zelf, of in regionaal verband, een eigen archeoloog moet hebben.

33

6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)

34

6.2 Inhoudelijk provinciaal De Provincie Utrecht heeft als tussenliggende overheidslaag meerdere rollen op het gebied van cultureel erfgoed. 

De provincie is verantwoordelijk voor de regionale doorvertaling en uitvoering van landelijke regels en beleid op het gebied van ruimtelijke ordening, cultuurhistorie, natuur, water en landschap en heeft daarin een sturende rol richting gemeenten en waterschappen. Dat doet zij onder andere via de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening en haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Maar bijvoorbeeld ook als houder van het wettelijk verplichte provinciale archeologische depot.

De provincie heeft een stimulerende en ondersteunende rol. In het „Cultuur- en erfgoedprogramma Provincie Utrecht 2020-2023. Voor Jong en Altijd‟ heeft zij vastgelegd hoe ze daar invulling aangeeft.

De provincie vervult een toezichthoudende rol op de gemeenten bij hun uitvoering van de wettelijk verplichte taken op het gebied van erfgoed, bijvoorbeeld ten aanzien van archeologie en rijksmonumenten.

In het decentrale bestuursmodel is het wel zo dat de provincie slechts in beperkte mate sturing heeft op lokale gemeentelijke aangelegenheden. Als het gaat om ruimtelijke ordening, cultuurhistorie natuur, water en landschap, dan beperkt het zich hoofdzakelijk tot de inrichting van het landelijk gebied. Daar zijn wel uitzondering op, bijvoorbeeld als bepaalde zaken die opgenomen zijn in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie (CHS) zich binnen de bebouwde kom van een gemeente bevinden, zoals de buitenplaatszones.

6.2.1 Provinciale Omgevingsvisie en (interim) Omgevingsverordening (2021) De „Omgevingsvisie Provincie Utrecht‟ vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS). In de omgevingsvisie is uiteengezet wat het gewenste beeld is van de fysieke leefomgeving in 2050. De omgevingsvisie is in zeven thema‟s voor een gezonde en veilige leefomgeving uitgewerkt. Alle thema‟s hebben de nodige raakvlakken met erfgoed. Omdat de ruimte in de provincie beperkt is moeten er keuzes gemaakt worden en waar mogelijk wordt er ingezet op slim combineren en concentreren. De provinciale omgevingsvisie is enkel bindend voor de provincie zelf, wat wil zeggen dat ze zelf verantwoordelijk is voor het nakomen van de gestelde ambities en beleidsdoelen. Wel kan de provincie ervoor kiezen om via de provinciale omgevingsverordening aan gemeenten op te leggen dat ze bepaalde zaken zo moeten regelen en uitvoeren dat de provinciale ambities en doelen daarmee gehaald worden. De provinciale omgevingsvisie komt dus juridisch tot uitdrukking in de (interim) Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht met regels voor de leefomgeving. Bij de transitie van de structuurvisie naar de omgevingsverordening heeft de provincie 20 losse verordeningen, regels en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12323888/1