H1. Van het stikstofslot dat kan! Oplossingen uit Regio Foodvalley
Tekst van het document
VAN HET STIKSTOFSLOT: DAT KAN! OPLOSSINGEN UIT REGIO FOODVALLEY Regio Foodvalley wil scherpe keuzes, duidelijke doelen en een stevig, samenhangend pakket aan betrouwbare maatregelen
5 maart 2025
Dagblad Trouw vatte het probleem treffend samen: ‘Als de stikstofcrisis ergens het allerhardst knelt, dan is het hier, aan de rand van de Veluwe’1. Het is namelijk het gebied met de hoogste veedichtheid van Nederland, pal naast de Veluwe, het grootste Natura 2000-gebied van Nederland. Dat zet Regio Foodvalley volledig op slot. De oplossingen van de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel, die als doel heeft om Nederland zo snel mogelijk van het stikstofslot af te krijgen2, zijn dan ook cruciaal voor deze regio. Regio Foodvalley wil niet afwachten waar de ministeriële commissie onder leiding van premier Schoof mee komt, maar zelf bijdragen aan een doorbraak. In onderstaande notitie presenteren wij daarom ons pakket aan oplossingen uit de Gelderse Vallei. Kort samengevat, moeten we concluderen dat het de landelijke politiek tot dusver niet is gelukt om het stikstofvraagstuk op te lossen. En als we nu niets doen, dan is het alternatief straks veel erger. De toekomst van ons food-agrocluster (economie) en onze natuur (natuurherstel) staan op het spel en de ontwikkeling van onze regio, bijvoorbeeld als het gaat om woningbouw, valt stil.
Om uit de impasse te komen vragen wij het kabinet om in plaats van een zachte, een harde heelmeester te worden, die scherpe keuzes maakt, duidelijke doelen stelt en een stevig, samenhangend pakket aan betrouwbare maatregelen neemt en stel daarvoor ook middelen beschikbaar. Stikstofprobleem zet Regio Foodvalley op slot Regio Foodvalley is trots op de prachtige natuur én de boeren: de Veluwe ligt voor een groot deel in onze regio en de Gelderse Vallei heeft een sterke en grote agrarische sector. Dat is bepalend voor de cultuur en sociale cohesie in dit gebied. Onze boeren zijn bovendien cruciaal voor onze voedselvoorziening en maken onderdeel uit van een internationaal toonaangevende (kennis)keten, met daarin onder andere Wageningen University & Research (WUR). We zien ook toenemende verstedelijking. Onze regio maakt onderdeel uit van het NOVEX-gebied Arnhem-NijmegenFoodvalley en staat voor de uitdaging om de komende jaren circa 40.000 woningen te bouwen. En bij woningen horen ook mobiliteit, bedrijventerreinen, voorzieningen en energie(projecten). Deze staan echter bijna allemaal op losse schroeven, omdat de vergunningverlening is vastgelopen door het enorme stikstofprobleem in onze regio.
Ter illustratie: in de top-10 van gemeenten met de meeste aanvragen voor Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en Lbv-plus, staan Regio Foodvalley-gemeenten Ede, Barneveld en Putten respectievelijk op plek 2, 3 en 83. Vrijwel honderd procent van de Edese, Barneveldse en Puttense veehouders is door het Rijk aangewezen als piekbelaster. Circa een derde van alle piekbelasters in Nederland zit in onze regio. Dat het stikstofprobleem al zo lang voortduurt, leidt bij boeren tot cynisme, boosheid en onbegrip, terwijl de stand van onze natuur, zoals de Veluwe, niet beter wordt of zelfs achteruitgaat. De agrarische sector in ons gebied heeft al jaren beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, met beperkte stikstofreductie tot gevolg. Onze boeren hebben weer perspectief nodig met duidelijke kaders en onze natuur moet herstellen, in lijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn. Als dat lukt, kunnen onze boeren weer boeren, kan onze natuur weer ademhalen en trekken we ook de vergunningverlening rondom woningen, infrastructuur en energieprojecten weer vlot. Van de rechter moet het kabinet prioriteit geven aan de kwetsbaarste Natura 2000-gebieden. Het grootste kwetsbare Natura 2000-gebied is de Veluwe. Wij willen graag samen met het Rijk en medeoverheden zorgen dat Nederland ook in de toekomst van dit prachtige gebied kan blijven genieten.
Sterk agrarische regio, focus op bronmaatregelen Omdat wij een grote verantwoordelijkheid voelen voor ons landelijk gebied, waar zowel onze boeren als de natuur onderdeel van zijn, én omdat het stikstofprobleem de verstedelijking en 1
https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/ede-zit-helemaal-op-slot-door-stikstof-maar-wil-niet-langerwachten-en-zoekt-zelf-de-sleutel~b022cc30/ 2 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/01/24/ministeriele-commissie-economie-ennatuurherstel-ingesteld 3 Https://www.rvo.nl/onderwerpen/lbv-plus-actueel#aanvragen-lbv-en-lbv-plus%3A-de-cijfers 2
ontwikkeling van onze regio op slot zet, heeft Regio Foodvalley op vrijdag 20 februari een oplosconferentie georganiseerd. Wij hebben wetenschappers, juristen, vertegenwoordigers van de agrarische sector én beleidsexperts uit eigen huis gevraagd wat nodig is om uit de stikstofimpasse te komen. De basis van deze impasse is de slechte staat van de natuur. Overheden en ondernemers werken via drie sporen aan natuurherstel: herstel van natuurgebieden, behoud en herstel van de basiskwaliteit natuur buiten de Natura 2000-gebieden en bronmaatregelen. Het is van essentieel belang dat we werken aan een continue daling van de stikstofemissie, zoals in wetgeving is vastgelegd en recent door de rechters nogmaals is benadrukt. Een evenwichtige bijdrage vanuit alle sectoren (industrie, mobiliteit en agrarisch) is noodzakelijk. In onze sterk agrarische regio, die bijvoorbeeld weinig (zware) industrie kent, heeft de landbouw een sleutelrol om onze regio van het stikstofslot te krijgen.
Oplossingen uit de Gelderse Vallei De opbrengst van de conferentie bestaat uit oplossingen die in onderstaande notitie verder zijn uitgewerkt en die aansluiten bij de eerste twee doelstellingen van de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel: (1) te verkennen wat er mogelijk is of kan worden in de vergunningverlening en (2) een programma van maatregelen op te stellen gericht op een gegarandeerde vermindering van de stikstofuitstoot en natuurherstel. In ons pakket aan oplossingen vragen wij het Rijk, maar ook de provincies om een stap naar voren te zetten. Om uit de stikstofimpasse te komen, spelen gemeenten eveneens een belangrijk rol. Wij hebben daarom ook opgeschreven wat wij zelf gaan doen. Ons pakket aan oplossingen bestaat uit: • Neem de Vogel- en Habitatrichtlijn (artikel 6 lid 1,2 en 3 en de Omgevingswet) weer als basis • Breng zo snel mogelijk goed in beeld wat er al gebeurt aan stikstofemissiereductie om de vergunningverlening vlot te trekken • Begeleid de al ingezette daling van het aantal dieren in Nederland zorgvuldig • Wie wat wil ontwikkelen moet bijdragen aan natuurherstel • Werk aan een gebiedsgerichte aanpak: WAT willen we WAAR onder welke VOORWAARDEN? • Breng de boer weer in positie om zijn werk te doen
3
Van het stikstofslot: oplossingen uit de Gelderse Vallei De oplossingen hieronder sluiten aan bij de eerste twee doelstellingen van de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel: (1) te verkennen wat er mogelijk is of kan worden in de vergunningverlening en (2) een programma van maatregelen op te stellen gericht op een gegarandeerde vermindering van de stikstofuitstoot en natuurherstel. Belangrijk is dat de Vogel en Habitatrichtlijn weer als basis genomen moet worden. Daarnaast maken we onderscheid in maatregelen met resultaten op de korte termijn om weer ruimte te krijgen in de vergunningverlening en maatregelen die meer tijd vragen. Samen vormen deze maatregelen dan het programma dat bijdraagt aan een blijvende daling van de stikstofemissie. Neem de Vogel- en Habitatrichtlijn (artikel 6 lid 1,2 en 3 en de Omgevingswet) weer als basis De basis van alle problematiek is dat stikstof in plaats van de instandhouding van de natuur leidend is geworden in beleid. De provincies hebben de verantwoordelijkheid te werken aan de instandhoudingsverplichting en dat uit te werken in een actualisatie van N2000-beheerplannen en de passende beoordeling (lid 3 en artikel 5.1 en artikel 16.53c, eerste lid van de Omgevingswet) toe te passen.
Naast de actualisatie van het N2000-beheerplan moeten de provincies ook maatregelen nemen gericht op de instandhouding en daarmee geen verslechtering van de N2000-gebieden (lid 1 en 2 en artikel 3.8, derde lid van de Omgevingswet). De actualisatie van het N2000-beheerplan bestaat uit een integraal programma (arrangement) van maatregelen, waarmee een gegarandeerde vermindering van de stikstofuitstoot en natuurherstel wordt gerealiseerd en dat ruimte moet bieden aan de vergunningverlening. Daarbij kan gedacht worden aan intrekken van de latente ruimte uit de N2000-vergunningen (want latente ruimte bestaat niet meer na de laatste uitspraken van de Raad van State), zonering rond N2000-gebieden, hydrologische maatregelen en gebiedsdoelen (plafonds). Geborgde en met urgentie uit te voeren natuurherstelmaatregelen zijn hier een cruciaal onderdeel van (Artikel 6, lid 1 en 2 Habitatrichtlijn). Vertaal deze gebiedsdoelen naar de omgevingsverordening van de provincies. Zo wordt de dalende stikstofemissie voor een gebied juridisch geborgd, wat vergunningverlening weer mogelijk maakt. Werk daarbij ook buiten de N2000-gebieden aan een gebiedsgerichte aanpak voor instandhouding en herstel van de natuur in N2000-gebieden.
4
1.1.
MAATREGELEN MET RESULTATEN OP DE KORTE TERMIJN
1. Breng zo snel mogelijk goed in beeld wat er al gebeurt aan stikstofemissiereductie om de vergunningverlening vlot te trekken Hoever zijn we eigenlijk met de instandhouding van de N2000-gebieden (VHR) en het doel dat in de Omgevingswet is opgenomen (in 2030 50 procent van de oppervlakte aan stikstofgevoelige natuur in de Natura 2000-gebieden onder de KDW)? De deskundigen geven aan dat we al op de goede weg zijn. Maar we hebben geen actueel inzicht in wat we hebben bereikt. Rijk en provincies moeten aan de slag en om dat inzichtelijk te maken. Wat hebben we al gedaan sinds 2018 en tot welke daling van stikstofdepositie (per N2000-gebied) heeft dat geleid? Volgens de WUR4 heeft sinds 2018 al een daling van 15 procent ammoniakemissie plaatsgevonden en gaan we richting 30 procent in 2026 met het verdwijnen van de derogatie (minder mestaanwending). Gebruik dit cumulatieve overzicht als toetsingskader bij de vergunningverlening. Hierbij moet in elk geval meegenomen worden: o De boeren die een PAS-melding hebben gekregen o Projecten die intern hebben gesaldeerd zonder natuurvergunning o De emissiereductie die voortvloeit uit de Lbv en Lbv-plus moet gekwantificeerd worden o Boeren die meedoen met de extensiveringsregeling o Vergunningverlening voor technische innovaties (rekening houdend met de failliet verklaarde RAV-systematiek) o De huidige veestapel t.o.v.
2018 (de reeds ingezette krimp van de veestapel kwantificeren door het beleid dat al is ingezet, zoals de beëindigingsregeling) Daarbij moet duidelijk zijn hoe deze emissiereductie gaat bijdragen aan natuurherstel (artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn). Conclusie van de deskundigen tijdens de conferentie was: wat we op dit moment doen is niet genoeg voor het bereiken van het doel zoals opgenomen in de Omgevingswet en voor de instandhouding van de natuur. Dus er moet meer gebeuren op de korte termijn. 2. Begeleid de al ingezette daling van het aantal dieren in Nederland zorgvuldig De ontwikkelingen zoals genoemd onder punt 1 leiden al tot een afname van het aantal dieren landelijk. Daarnaast denken we dat een groot aantal boeren op korte termijn zal stoppen omdat zij boven de 55 zijn en geen opvolger hebben. Het is van belang dit zorgvuldig te begeleiden met structuurbeleid (conform motie Holman)5. Dit om een kritische massa van sectoren te behouden die kan werken aan een duurzame veehouderij. Daarmee wordt bijgedragen aan de vermindering van de stikstofemissie. Het structuurbeleid bestaat uit verbetering van de huidige landelijke beëindigingsregeling, een nieuwe gebiedsgerichte beëindigingsregeling en aandacht voor grond. De inschatting is dat het aantal dieren in Nederland met 20-30% afneemt en waardoor de landelijke deken aan stikstofemissie omlaag wordt gebracht. 3.
Wie wat wil ontwikkelen moet bijdragen aan natuurherstel Om dit te realiseren moet bij projecten gevraagd worden om met emissiereductie bij te dragen aan herstel van de natuur. Dit geldt zowel voor intern als extern salderen. Daarmee kunnen projecten zoals woningbouw, functieverandering en infrastructuur weer gerealiseerd worden. Hoe groot dit percentage is, is afhankelijk van het nabijgelegen natuurgebied. Bijvoorbeeld voor het N2000-gebied Veluwe wordt nu gevraagd om 65 procent van de reductie van de stikstofemissie 4 https://www.ipo.nl/media/ft5dg2zg/wenr-rapport-3240_totaal_lr.pdf 5 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2025Z03351&did=2025D07561
5
voor de natuur te bestemmen bij extern salderen met veehouderij door de Provincie Gelderland. Aan de provincies wordt gevraagd om bij intern salderen de afroming alleen te hanteren voor de gebruiksfase, waarbij de emissie in de bouwfase uiteraard niet mag leiden tot een depositie die groter is dan de referentiesituatie. Hiermee wordt het behouden van ontwikkelruimte gecombineerd met het verzekeren van een permanente afname van depositie op lange(re) termijn. We vragen aan Rijk en provincie om dit nader uit te werken en daarbij ook de grootschalige projecten (zoals in onze regio de ontwikkelingen van Defensie) die van groot maatschappelijk belang zijn mee te nemen.
1.2.
MAATREGELEN MET RESULTATEN OP DE MIDDELLANGE TERMIJN
1. Werk aan een gebiedsgerichte aanpak: WAT willen we WAAR onder welke VOORWAARDEN? Neem als gebied een praktische schaal waarop (sociale) samenhang bestaat om samen te werken (de Veluwe is een te groot gebied om effectief samen te werken). Het is noodzakelijk om te werken vanuit een integrale benadering (zoals aandacht voor voedselzekerheid, stikstof, KRW, CO2/methaan, biodiversiteit/basiskwaliteit natuur en dierwaardige veehouderij). Maak voor zo’n gebied een gezamenlijk plan met collectieven, boeren, grondeigenaren en de rest van de (kennis) keten. Daarbij kan een gebiedsgerichte organisatie (vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Dienst Landelijk Gebied vroeger) uitvoering aan geven. Regio Foodvalley staat voor een gebiedsgerichte benadering waarbij het ons helpt als er een emissieplafond per gebied wordt vastgesteld (milieugebruiksruimte, omgevingswaarde). Dat helpt de natuur en het ontwikkelperspectief meer dan een nieuwe verhoogde ondergrens per project. Borg daarbij de emissieplafonds in de omgevingsverordening van de provincie.
Een gebiedsgerichte aanpak betekent een uitwerking en vertaling van gebiedsdoelen en maatregelen (bijvoorbeeld zonering van 500 meter in relatie tot stikstofgevoelige N2000-gebieden) en een uitwerking (wat past waar onder welke voorwaarden?) in een lokaal gebiedsgericht programma, zoals bedoeld onder de Omgevingswet (uitwerking van de omgevingsvisie). De monitoring van de voortgang van het gebiedsplan staat dan centraal. Met Aerius kunnen we op gebiedsniveau bepalen wat de effecten zijn van de plannen op de natuur. Dit betekent dat Aerius niet meer nodig is voor individuele vergunningverlening. Vervolgens heeft dit zijn doorwerking in de gemeentelijke omgevingsplannen. Dit vergt ook experimenteerruimte om op regionaal en lokaal niveau samen te werken met agrariërs aan hun toekomstperspectief. 2. Breng de boer weer in positie om zijn werk te doen Regio Foodvalley ziet mogelijkheden om samen met de boeren te werken aan doelen uit het gebiedsplan, de stip op de horizon waar we naartoe werken. Deze doelen werkt de boer uit in ondernemingsplannen (zoals de pilot ondernemingsplannen). De boer voelt daarmee verantwoordelijkheid om rekening te houden met onder andere de stikstofemissie. Dit moet niet in wetten worden vastgelegd. De sector moet daar zelf aan werken en controleren (bijvoorbeeld zoals bij de antibiotica en in de voedseltechnologie).
Met het verminderen van de regeldruk kan de boer weer ambachtsman zijn. Om dit goed te kunnen doen heeft hij een managementinstrument nodig, waarbij: o Doelsturing niet gebruikt wordt als toetsingskader voor vergunningverlening, maar als hulpmiddel bij management en vakmanschap; o Kringloopwijzer (melkveehouderij), de stoffenbalans voor intensieve sectoren en eenvoudige mineralenboekhouding onderdeel zijn van het management instrumentarium voor boeren; o Jaarlijks de vormen van doelsturing en effecten worden gerapporteerd. Ook in relatie tot de gebiedsgerichte doelstellingen. De boer toont via een soort jaarverslag aan wat hij doet. 6
o
o
Controle geschiedt door een autoriteit die beoordeelt of de boer werkt aan de doelen die we gezamenlijk willen bereiken. Dit is een onafhankelijke organisatie met kennis en kunde van de sector, bijvoorbeeld in de vorm van een notified body. Het halen van het gebiedsdoel is geen vrijblijvende zaak. De verantwoordelijkheid voor het behalen ervan ligt bij de overheid op regionaal of lokaal niveau en deze ziet hierop toe.
Om dit te realiseren: stimuleer innovatie en bied experimenteerruimte om te werken aan de stip op de horizon. Wijs met prioriteit de Regio Foodvalley aan als experimenteergebied. Het verdient daarom ook de aanbeveling dat NH3 en NOx worden gescheiden in de benadering van het stikstofvraagstuk en de industrie via deze weg ook meer verantwoordelijkheid krijgt voor het vraagstuk. De sector kan de kosten voor verduurzaming maar beperkt dragen. Zorg daarom voor goede regelingen die kosten voor emissie-verlagende maatregelen of voor extensiveren langdurig dekken. Maak ook ruimhartige opkoopregelingen waarmee juist ook oude- en niet-duurzame stallen worden gesloopt. Deze aanpak vraagt een andere manier van denken bij vergunningverlening: denk vanuit het gebied en niet vanuit het individu en vanuit wat emissie betekent voor de effecten op de natuur. Het gebiedsplan staat in het vervolg centraal. Dat betekent dat Aerius niet meer nodig is voor de individuele vergunningverlening, want daar is het te onzorgvuldig voor. Wat gaan de gemeenten in Regio Foodvalley zelf doen? Om uit de stikstofimpasse te komen hebben alle overheden een rol. Dus ook gemeenten. Dit gaan wij doen: 1. Uitvoering geven aan ons Regionaal Perspectief Landelijk Gebied: 2. Vertaling van gebiedsdoelen en maatregelen naar de gemeentelijke omgevingsplannen. 3.
Uitwerking geven aan wat en waar past onder welke voorwaarden in het gebiedsprogramma’s voor (deel)gebieden (uitwerking omgevingsvisies). 4. Wij geven de boer integraal randvoorwaarden mee, waaronder indicatief 40% stikstofreductie in de intensieve veehouderij en 30% in de melkveehouderij, waaraan gewerkt kan worden (pilot ondernemingsplannen, interimbeleid veehouderij). Dit kunnen we aanpassen op basis van uitkomsten uit de gebiedsgerichte aanpak. Wij vragen aan de boeren in een ondernemingsplan hoe zij aan integrale randvoorwaarden gaan werken en wat zij daarvoor nodig hebben. 5. Samen met de andere overheden werken aan de uitwerking in gebiedsplannen (Binnenveld, GEUS, Groene Valleilint en Ede-Barneveld). 6. Stoppende ondernemers goed faciliteren via het bestaande en effectieve regionale functieveranderingsbeleid. 7. Werken aan natuurherstel in onze eigen stikstofgevoelige natuurgebieden (bijvoorbeeld bekalking Edese bos door gemeente Ede). 8. Werken aan basiskwaliteit natuur (BKN), conform het RPLG, in het landelijk gebied en stedelijk gebied (Pilot LVVN). Dit ondersteunt de natuurdoelen van de Veluwe. Waaronder het stimuleren van boeren, burgers en bedrijven om te werken aan versterking van het natuurlijk systeem via bijvoorbeeld subsidies en pachtvoorwaarden.
7