H1. STAMU MEBUG Wegwijzer Provinciebreed 2022 incl. cover
Tekst van het document
P ROVI NCI EBREDE
CONCL USI ES2022
WEGWIJZER VOOR DE TOEKOMST
Monitor erfgoedbeleid Utrechtse gemeenten 2022
PROVINCIEBREDE CONCLUSIES
November 2022
STAMU Dhr. Vincent de Kieviet MA BBE Mw. Susan de Jong MSc Mw. Drs. Marianne Visser
1| Voorwoord Op dit moment worden we als overheid geconfronteerd met een groot aantal maatschappelijke uitdagingen. De vragen zijn duidelijk: Hoe bouwen we voldoende woningen voor iedereen? Hoe passen we in ons landschap nieuwe energiebronnen in? Hoe geven we ruimte aan onze agrariërs, terwijl we tegelijkertijd de impact op de natuur beperken? Welke landschappelijke aanpassingen vraagt het veranderend klimaat? Waar kunnen we bos aanplanten? Er wordt naar ons gekeken om oplossingen te vinden. Vast staat dat het Utrechtse landschap en haar kwaliteiten onder druk staan. Steden en dorpen breiden uit, we bouwen zonneparken en windmolens, planten bomen en verstevigen dijken. Wij als provincie en u als gemeenten staan middenin deze ontwikkelingen. In de urgentie van deze opgave willen we andere belangen niet uit het oog verliezen. Terugkijkend in de geschiedenis zien we dat in tijden van grote ruimtelijke dynamiek veel erfgoed verdwijnt. Met de komst van het nieuwe wordt vaak het oude opgeruimd. Dat risico bestaat ook nu weer: van de vele honderden prehistorische grafheuvels op de Utrechtse Heuvelrug tot het middeleeuwse copelandschap met historische boerderijen in het veenweidegebied, van het open verdedigingslandschap van de Hollandse Waterlinies tot historische waterlopen en lanen op buitenplaatsen. Het erfgoed staat onder druk.
Erfgoed is onlosmakelijk verbonden met de inwoners van uw gemeente. Van vissersdorp tot agrarisch boerderijlint, van historische stad tot droogmakerij. Zoals de mensen het landschap hebben gemaakt, maakt het landschap ook de mensen. Deze veelheid aan historische dorpen, steden en landschappen is waardevol. Het geeft Utrecht kleur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen willen we deze kleur behouden. Dit vraagt een integrale inpassing van het bestaand erfgoed in de plannen. Dat is goed mogelijk, maar het vraagt wel wat van de gemeente: aandacht, kennis en vooral ook voldoende tijd binnen de ambtelijke organisatie. Ik wil de gemeenten vragen om erfgoed voldoende aandacht te geven in de veelheid aan taken die er op ons afkomt. Deze Wegwijzer voor de toekomst kan u hierbij helpen. Het STAMU heeft deze met zorg voor u en samen met u gemaakt. Het geeft u meer inzicht in kansen en aandachtspunten. Uiteraard kunt u ook op het STAMU rekenen voor advies en ondersteuning. Samen zorgen we ervoor dat onze inwoners nog lang van ons prachtige erfgoed kunnen genieten! Rob van Muilekom Gedeputeerde Cultuur en Erfgoed Provincie Utrecht
3
2| Inleiding Deze „Wegwijzer voor de toekomst‟ geeft de actuele stand van zaken weer van het erfgoedbeleid van de alle gemeenten in de provincie Utrecht. De wegwijzer is het resultaat van het onderzoeksproject Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten 2022. De wegwijzer laat zien hoe de gemeenten er voor staan en waar nog kansen liggen. Zijn de gemeenten komende jaren in staat om hun wettelijke taken te vervullen en komen zij er aan toe om het nodige beleid op te stellen? Kunnen de gemeenten ook voldoende inspelen op de actuele wettelijke ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven die van invloed zijn op het erfgoed? Het is daarbij ook nog steeds relevant hoe ver de gemeenten zijn met de aandachtspunten uit de voorgaande edities: Modernisering Monumentenzorg (monitor 2014) en de Erfgoedwet en Omgevingswet (monitor 2018). Het STAMU voert de monitor om de vier jaar uit voor alle gemeenten in de provincie Utrecht. De monitor van 2022 is de derde editie. De wegwijzers specifiek voor de gemeenten bieden handvatten voor de ambtenaren en de verantwoordelijke portefeuillehouders. Daarnaast kan deze als hulpmiddel dienen bij besluitvorming van college en raad over het beleid op het gebied van erfgoed. Deze provinciebrede variant van de wegwijzer vormt een bron voor de Provincie Utrecht bij het opstellen van beleid. 5
Met dank aan… Dit rapport zou niet tot stand zijn gekomen zonder de hulp van de ambtenaren die ons zo goed mogelijk van alle informatie voorzagen en hier veel tijd in hebben gestoken.
Inhoudsopgave
1| Voorwoord ..................................................... 3 2| Inleiding ......................................................... 5 3| Introductie .................................................... 11 3.1 Wat is het STAMU ................................................... 11 3.2 Aanleiding en doel ................................................. 12 3.3 Opzet ..................................................................... 13 3.4 Leeswijzer ............................................................... 14 3.5 Wat is cultureel erfgoed? ........................................ 15
4| Samenvatting ............................................... 18 5| Aantallen ...................................................... 25 Erfgoed.......................................................................... 25 Kentgetallen ................................................................... 25
6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal) ....................................................... 27 6.1 Inhoudelijk Rijk ....................................................... 27
6
6.1.1 De focus van het Rijksbeleid in het verleden ............. 27 Nota Belvedere (1999) ................................................... 27 Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ, 2008) ............................................................................ 27 Modernisering Monumentenzorg (2009) ........................... 28 Visie Erfgoed en Ruimte - Kiezen voor karakter (2012) ....... 29 Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo, 2010) ..... 29 6.1.2 Erfgoed Telt (2018 - 2021 - heden) ........................ 29 6.1.3 Nationale Omgevingsvisie NOVI (2020) ................. 30 6.1.4 Erfgoedwet ............................................................ 31 6.1.5 Omgevingswet ...................................................... 32 Wetgeving ..................................................................... 32 Instrumenten Omgevingswet ............................................ 33 Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ............................... 33 6.1.6 Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed ................ 33 6.1.7 Evaluatie Erfgoedwet en Erfgoed Telt (2021) ............ 34 6.1.8 Raad voor cultuur .................................................. 35 6.2 Inhoudelijk provinciaal ............................................ 36 6.2.1 Provinciale Omgevingsvisie en (interim) Omgevingsverordening (2021) ........................................
36 Cultuurhistorische Atlas (CHAT) ....................................... 37 6.2.2 Erfgoedmonitor en Parelfonds ................................. 37 6.2.3 Ondersteuning gemeenten en erfgoedsector ............ 38
6.2.4 Provinciaal archeologisch depot ............................. 38 6.2.5 Interbestuurlijk toezicht provincie ............................. 38
7| Beleid & regelgeving gemeentelijk ................ 39 7.1 Inhoudelijk ............................................................. 39 7.1.1 Erfgoedbeleid (erfgoednota) ................................... 40 Rijksmonumenten ........................................................... 40 Gemeentelijke monumenten ............................................ 40 Beschermde stads- of dorpsgezichten ............................... 41 Beeldbepalende of karakteristieke panden ........................ 42 Archeologisch erfgoed .................................................... 43 Groen erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap ............ 43 Overige soorten erfgoed ................................................. 43 7.1.2 Omgevingsvisie ..................................................... 44 Kernkwaliteiten ............................................................... 45 Cultuurhistorische waarden in kaart brengen..................... 45 Zelfbindend.................................................................... 45 De rol bij afwijkingen van het omgevingsplan.................... 45 7.1.3 Omgevingsplan ..................................................... 45 Verplichte opname cultuurhistorische waarden .................. 46 Participatie .....................................................................
47 Omgeving monument ..................................................... 47 Aanduiden van monumenten in het omgevingsplan ........... 48 7.1.4 Ruimtelijke ordening, ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie................................................................. 48 Erfgoedverordening ........................................................ 48 Welstandsnota / Nota Ruimtelijke Kwaliteit ....................... 49 Ruimtelijke ordening en cultuurhistorie.............................. 50 Archeologie & archeologische verwachtings- en beleidskaart ................................................................... 51 Cultuurhistorie & cultuurhistorische verwachtings- en beleidskaart ................................................................... 52 Landschap & landschapsbiografie of cultuurhistorische gebiedsanalyse ............................................................... 53 Beeldkwaliteitsplannen .................................................... 54 7.1.5 Groenbeleid & landschapsontwikkelplan ................. 54 Groenbeleid................................................................... 54 Beschermingsmogelijkheden ............................................ 55 7.1.6 Gemeentelijke adviescommissie .............................. 55 7.1.7 Toezicht en Handhaving .........................................
56 7.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? ........... 57 7.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? ............. 62 7.4 Kansen ................................................................... 69
8| Actuele onderwerpen .................................... 77
7
Inhoudsopgave
8.1 Inhoudelijk ............................................................. 77 8.1.1 Duurzaamheid & Energietransitie ............................ 77 RES, Transitievisie Warmte, Wijkuitvoeringsplan (aardgasloze wijken) ....................................................... 77 Verduurzaming bij gebouwd erfgoed ................................ 78 Energietransitie en archeologie ........................................ 80 Energietransitie en landschap .......................................... 81 8.1.2 Klimaatadaptatie ................................................... 81 Waterhuishouding en waterschappen ............................... 81 8.1.3 Woningbouwopgave en uitbreiding bedrijventerreinen ........................................................... 82 8.1.4 Werelderfgoed ...................................................... 82 Beleidskaders en regels ................................................... 82 Ander werelderfgoed....................................................... 83 8.1.5 Landelijke programma’s ......................................... 83 Kerkenvisies ................................................................... 83 ErfgoedDeal ................................................................... 84 8.1.6 Divers en inclusief erfgoed...................................... 84 8.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? ...........
86 8.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? ............. 87
8
8.4 Kansen ................................................................... 91
9| Erfgoed thema’s ........................................... 97 9.1 Inhoudelijk ............................................................. 97 9.1.1 Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) ........... 97 Omgevingsvergunningverlening ....................................... 97 Toezicht en handhaving .................................................. 99 9.1.2 Gebouwd Erfgoed ................................................. 100 Bouw- en cultuurhistorisch onderzoek ............................... 100 Herbestemming .............................................................. 101 Leegstand ...................................................................... 101 Visie op leegstand en herbestemming ............................... 102 9.1.3 Archeologisch Erfgoed ........................................... 102 Archeologische onderzoeksvragen ................................... 102 Erfgoedwet en archeologie .............................................. 102 Meldpunt Archeologie en Portable Antiquities of the Netherlands (PAN) .......................................................... 103 Metaaldetectie................................................................ 103 9.1.4 Cultuurlandschap en Groen Erfgoed ....................... 103 Tuin- of cultuurhistorisch onderzoek .................................
103 Kleine landschapselementen ............................................ 104 9.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? ........... 105 9.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? ............. 107
9.4 Kansen ................................................................... 110
10| Participatie, beleving en draagvlak ............ 113 10.1 Inhoudelijk ........................................................... 113 10.1.1 Beleving.............................................................. 113 De Open Monumentendag ............................................. 113 De Nationale Archeologiedagen ...................................... 113 Erfgoededucatie ............................................................. 113 Recreatie en Toerisme ..................................................... 114 Erfgoedprikken ............................................................... 114 10.1.2 Participatie .......................................................... 114 Aansluiting bij verenigingen ............................................. 115 Verdrag van Faro ........................................................... 115 Voorlichting en informatievoorziening ............................... 115 10.1.3 Ondersteuning eigenaren ..................................... 116 Stimulering ..................................................................... 116 Informatievoorziening en begeleiding ............................... 118 Schouderklopje .............................................................. 118 10.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? ......... 119 10.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? ...........
121 10.4 Kansen ................................................................. 123
11| Gemeentelijke organisatie en financiën .... 127 11.1 Inhoudelijk ........................................................... 127 11.1.1 Kennis ................................................................ 127 Borging ......................................................................... 127 Kennisbevordering .......................................................... 127 Kennisbronnen ............................................................... 127 11.1.2 Personele inzet en capaciteit ..................................................................................... 128 Organisatie .................................................................... 129 11.1.3 Financiën ............................................................ 129 11.1.4 Politiek ............................................................... 129 11.2 Hoe stonden de gemeenten er eerder voor? ......... 130 11.3 Hoe staan de gemeenten er in 2022 voor? ........... 132 11.4 Kansen ................................................................. 136
12| Algemene conclusie .................................. 141 13| Tot slot ..................................................... 143 14| Het STAMU ............................................... 145 Greep uit de diensten van het STAMU .............................. 145 Netwerk Steunpunten Cultureel Erfgoed ............................ 145
9
3| Introductie 3.1 Wat is het STAMU Het Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht (STAMU) is in 2006 opgericht op initiatief van het Rijk en de Provincies als één van de twaalf provinciale steunpunten in het land. Het doel van de steunpunten is om de gemeenten te ondersteunen bij hun wettelijke taken op het gebied van het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Door de decentralisatie en de veranderde wetgeving zijn er steeds meer taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van het cultureel erfgoed in brede zin (roerend en onroerend, materieel en immaterieel) naar de gemeenten gegaan. Aangezien de gemeenten lang niet altijd de benodigde kennis en middelen in huis hebben om hun taken adequaat uit te kunnen voeren, is in elke provincie een steunpunt opgericht om de gemeenten hierin te ondersteunen. Het STAMU vormt het steunpunt voor de Utrechtse gemeenten en wordt gesubsidieerd door de Provincie Utrecht. Het STAMU is een samenwerkingsverband tussen Landschap Erfgoed Utrecht en MooiSticht. Voor meer informatie over de wijze waarop het STAMU de gemeenten ondersteunt (bijvoorbeeld via het reguliere Bouwplanoverleg, helpdesk, gesprekken en de netwerk- en informatiebijeenkomsten), verwijzen wij u graag naar onze website en naar het hoofdstuk STAMU-informatie achterin deze Wegwijzer (blz. 145). 11
Kijk op de STAMU website voor meer informatie.
3| Introductie
3.2 Aanleiding en doel In 2014 hebben wij het initiatief genomen om een project, genaamd Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten, uit te voeren. Op verzoek van de Provincie Utrecht heeft het STAMU dit onderzoek in 2018 en 2022 herhaald. De aanleiding was in eerste instantie om vanuit het functioneren van het steunpunt te weten te komen waar bij de gemeenten de behoefte aan ondersteuning ligt. Het onderzoek blijkt daarnaast ook aan een behoefte van de gemeente te voldoen, namelijk het inzichtelijk maken waar de gemeente in het kader van alle ontwikkelingen en actualiteiten staat met haar beleid op het gebied van erfgoed. Het tijdsmoment van het onderzoek is bewust gekozen in relatie tot de gemeenteraadsverkiezingen. De verkiezingen hebben in een groot aantal gevallen geleid tot wijzigingen van de samenstelling van de gemeenteraad en de personele bezetting en portefeuilleverdeling binnen de Colleges van Burgemeester en Wethouders. Vanuit deze nieuwe start voor veel gemeenten willen we de gemeenten een duidelijk beeld geven van de huidige status van het gemeentelijke erfgoedbeleid en van de kansen die er liggen in het kader van alle veranderende wetgeving en inzichten en in relatie tot de ruimtelijke opgaven die er liggen.
12
3.3 Opzet Begin 2022 is aan alle gemeenten een vragenlijst opgestuurd. Deze vragenlijst vormde een aanvulling op de vragenlijst van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, die vlak daarvoor ook haar tweejaarlijkse onderzoek onder gemeenten uitvoerde. Om de gemeenten niet extra te belasten met dubbele vragen is verzocht om de ingevulde vragenlijst vanuit de inspectie aan het STAMU ter beschikking te stellen. Naar aanleiding van de ingevulde vragenlijsten heeft bij alle gemeenten een gesprek plaatsgehad met de betreffende ambtenaren. Dit is gedaan omdat blijkt dat in sommige gevallen de vragen niet met een eenduidig antwoord af te handelen zijn en dat de betreffende antwoorden nog enige toelichting vragen. De gesprekken hebben veel aanvullende informatie opgeleverd. Daarnaast heeft bureauonderzoek de nodige informatie opgeleverd. Aan de hand van de vragenlijsten, het bureauonderzoek en het gesprek is per gemeente een „Wegwijzer voor de toekomst‟ opgesteld, met als doel de gemeente inzicht te geven in de stand van zaken van haar gemeentelijke erfgoedbeleid. Per hoofdstuk is steeds aangegeven hoe de gemeente er voor stond in het verleden en hoe de gemeente er in 2022 voor staat en waar nog kansen liggen voor de toekomst. Deze op maat gemaakte 'Wegwijzer voor de toekomst' is alleen aan de betrokken gemeente (ambtenaren en college) uitgereikt.
De resultaten worden door het STAMU zelf niet openbaar gemaakt, aangezien de informatie op vertrouwelijke basis is verkregen. Het is aan de gemeente om te besluiten hoe zij de wegwijzer wenst te gebruiken en of zij hem eventueel openbaar wil maken. Wij raden wel aan om de wegwijzer te delen met de gemeenteraad en hem te openbaren aan het publiek. Als tastbaar resultaat van het onderzoek is er wel een 'Wegwijzer voor de toekomst met provinciebrede conclusies' gemaakt. Hierin zijn, uitgezonderd bij de publiekelijk beschikbare cijfers, geen namen van de gemeenten genoemd, maar worden wel de trends en algemene percentages aangegeven. Op deze wijze kan elke gemeente ook in een breder perspectief zien waar zij staat ten aanzien van haar erfgoedbeleid.
13
3| Introductie
3.4 Leeswijzer De wegwijzer heeft zoveel mogelijk de integrale structuur meegekregen zoals deze ook onder de Omgevingswet gangbaar wordt. Hierbij wordt het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, of het nu gaat om ondergronds of bovengronds erfgoed, integraal als één geheel meegenomen. Hiermee is de structuur van de wegwijzers uit eerdere jaren losgelaten. Die was nog heel erg gericht op de individuele pijlers uit het verleden: monumenten, archeologie en cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Hierbij is een onderscheid gemaakt in de volgende onderdelen: landelijk en provinciaal beleid beleid en regels gemeentelijk actuele opgaven thematische erfgoedonderwerpen participatie, beleving en draagvlak organisatie en financiën Per onderdeel volgt een inhoudelijk deel met kennisoverdracht en actualiteiten. Daarbij worden suggesties gedaan hoe de gemeente hiermee om kan gaan.
14
Onder het kopje „Hoe staat de gemeente er in 2022 voor‟ is aangegeven wat de resultaten zijn van de ingevulde vragenlijsten, het bureauonderzoek en het gesprek dat gevoerd is met de ambtenaren. Hierin vindt u ook de vergelijking terug met de stand van zaken van onze onderzoeken uit 2014 en 2018 (en voor Vijfheerenlanden uit 2020). Onder het kopje „Kansen‟ vindt u de punten die vanuit het STAMU worden aangereikt als uitdaging voor de toekomst. Deze punten voeren terug naar het inhoudelijk deel van dat hoofdstuk. Het inhoudelijk deel geeft in veel gevallen een verduidelijking en biedt uitgebreidere informatie over de kansen voor uw gemeente. In hoofdstuk 4 wordt een samenvatting geboden van de belangrijkste aandachtspunten die in dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Mocht dit onvoldoende duidelijk zijn of wenst u uitgebreidere informatie over een aandachtspunt, dan kan het beste weer gekeken worden naar de huidige situatie en de genoemde kansen per onderdeel.
3.5 Wat is cultureel erfgoed? De begrippen erfgoed en cultuurhistorie, veelal als synoniem gebruikt, staan voor alles wat we erven van vorige generaties en het bewaren waard vinden voor volgende generaties. Het gaat om gebouwen, archeologische vondsten, cultuurlandschappen, kunstwerken, gebruiken, verhalen en nog veel meer. De Erfgoedwet uit 2016 definieert cultureel erfgoed als:
“uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden” Cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving Deze wegwijzer behandelt uitsluitend de wijze waarop gemeenten omgaan met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving (materieel en onroerend). Het onderzoek heeft geen betrekking gehad op immaterieel erfgoed, zoals tradities, verhalen, rituelen en gebruiken, of roerend erfgoed en zaken als bibliotheken, archieven, kunstwerken en mobiel of varend erfgoed. Wel wordt aandacht besteed aan interieurs en interieurensembles omdat deze rechtstreeks met de gebouwde monumenten samenhangen. Het erfgoed in de fysieke leefomgeving valt uiteen in drie categorieën of facetten:
Archeologisch erfgoed
Bekende en nog onbekende in de bodem bewaarde sporen en resten van menselijke aanwezigheid in het verleden. Dit wordt ook wel het „bodemarchief‟ genoemd.
Gebouwd en aangelegd erfgoed
Historische gebouwen, bebouwingsensembles, stads- en dorpsgezichten, parken en begraafplaatsen en dergelijke. Er wordt ook wel gesproken van „bouwhistorie of historische stedenbouwkunde‟.
Erfgoed in het cultuurlandschap (landschappelijk erfgoed)
Het historische cultuurlandschap en elementen hiervan, onder meer wegen- en verkavelingspatronen, aardkundige zaken, beplanting en sporen van vroeger grondgebruik. Bij alle facetten wordt ook vaak gerefereerd aan „cultuurhistorie‟. Dat komt omdat deze term een verzamelbegrip vormt voor erfgoed. In deze wegwijzer maken wij daarnaast een expliciete uitsplitsing naar groen erfgoed bij aangelegd erfgoed en erfgoed in het cultuurlandschap.
15
3| Introductie
Dat komt omdat het thema groen erfgoed binnen het erfgoeddomein volop in ontwikkeling is en op zichzelf meer aandacht verdient dan het nu krijgt. De grenzen tussen de verschillende facetten zijn niet scherp. Er zit veel overlap in en het vormt vaak ook samenhangende ensembles met elkaar. Een monumentaal landgoed heeft een hoofdhuis en bijgebouwen, maar ook een tuinaanleg, een moestuin, agrarische landerijen en pachtboerderijen. Dan heb je dus te maken met gebouwd, aangelegd (groen) en landschappelijk erfgoed. Het hoofdhuis kan dan ook nog gebouwd zijn op de fundatie van zijn voorganger, wat weer archeologisch erfgoed is. We hanteren in deze wegwijzer wel de verdeling tussen de verschillende categorieën, maar tegelijkertijd bekijken we het waar dat kan zo integraal mogelijk. Dat sluit ook beter aan bij de toekomstige Omgevingswet. Wel is het zo dat de verschillende categorieën hun eigen set van kansen en uitdagingen kennen. Ook kennen ze vaak hun eigen specifieke wet- en regelgeving en uitvoeringspraktijk. Al zien we dat vooral het bovengrondse erfgoed steeds meer met elkaar verweven raakt en samenhang krijgt.
16
17
4| Samenvatting Erfgoedbeleid en Omgevingsvisies Omgevingsvisies Erfgoed levert een belangrijk aandeel voor een prettige en kwalitatieve leefomgeving. Het draagt bij aan de culturele identiteit van mensen. Draagvlak en goede zorg van het erfgoed, juist ook op lokaal niveau, is van belang om het erfgoed te behouden voor latere generaties. De omgevingsvisie vormt het fundament van waaruit dit uitgedragen wordt door de gemeente. Het is dus van belang dat het erfgoed goed opgenomen is in de omgevingsvisie en mogelijk zelfs als speerpunt of pijler is benoemd. Van de dertien gemeenten die beschikken over een omgevingsvisie zijn er negen die de nodige tot veel aandacht hebben geschonken aan het cultureel erfgoed.
Erfgoedbeleid Het is van belang dat gemeenten een erfgoedbeleid opstellen of hun erfgoedbeleid actualiseren als dat ouder is dan tien jaar. Nu hebben slechts zeven gemeenten een actueel erfgoedbeleid. Bij een verouderd beleid wordt er veelal nog onvoldoende rekening gehouden met de door het Rijk in 2009 in gang gezette Modernisering Monumentenzorg (MoMo): een integrale en bredere meeweging van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Een integraal erfgoedbeleid (fysiek en immaterieel erfgoed, ontsluiting, educatie, participatie, e.d.) voor de langere termijn kan beter richting en duidelijkheid geven voor het bestuur, de politiek en de gemeentelijke organisatie.
18
Een actueel erfgoedbeleid kan zeer waardevol zijn voor de gemeente gelet op de integrale benadering en afweging onder de Omgevingswet van de verschillende onderdelen uit de fysieke leefomgeving, waaronder ook cultuurhistorie. Hiermee kan het erfgoedbeleid, ten aanzien van cultureel erfgoed, dienen als onderlegger en nadere uitwerking of verlengstuk van de omgevingsvisie. Het biedt daarnaast kansen om de cultuurhistorie beleidsmatig integraal te verweven met de actuele ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven zoals de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie.
Monumenten Het is voor gemeenten zinvol om eens in de acht á tien jaar de gemeentelijke monumentenlijst te actualiseren. Bij een actualisatie vindt er een evaluatie plaats van de bestaande lijst en wordt er geïnventariseerd welke categorieën en objecten met hoge cultuurhistorische waarden er nog ontbreken en aan de lijst toe gevoegd kunnen worden. Hierdoor kan de lijst een evenwichtig en representatief overzicht geven van de historische bebouwing door de tijd heen die bepalend is voor de identiteit van Provincie Utrecht. Bij meer dan de helft van de gemeenten is het meer dan acht jaar geleden dat de gemeentelijke monumentenlijst is geactualiseerd.
Gemeentelijk- en rijksbeschermde gezichten Van alle gemeenten uit de provincie Utrecht beschikken er 22 over één of meerdere gemeentelijkeof van rijkswege beschermde stads-/of dorpsgezichten. Bij achtien van deze gemeenten is er nog de nodige ruimte om het beschermingsregime daarvoor aan te scherpen. De cultuurhistorische waarden van deze gebieden zijn van belang voor een prettige leefomgeving en het toerisme en vormen het erfgoed voor ons nageslacht.
Beeldbepalende/karakteristieke panden Van de 26 gemeenten beschikken er maar liefst negentien over beeldbepalende, karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle panden. Om er voor te zorgen dat dit niet geheel vrijblijvend is voor zowel de gemeenten als initiatiefnemers is het zinvol om de objecten te verankerd met
doeltreffende criteria of regels in de erfgoedverordening of bestemmingsplannen. In lang niet alle gemeenten zijn de regels even effectief, en bij drie gemeenten zijn de regels matig.
Omgevingsplan Het omgevingsplan is de plek waar vanaf 2023 alles geregeld wordt over erfgoed in de fysieke leefomgeving. Of het nu gaat om object gerichte monumentenzorg, de 'Omgeving van het monument', gebiedsgerichte erfgoedzorg, welstand, archeologie of cultuurhistorie in het landschap. De regels, maar ook de onderliggende motivatie daarvoor, staan in het omgevingsplan. Dit biedt kansen om deze onderdelen integraal beter op elkaar af te stemmen, maar ook om het voor burgers en initiatiefnemers duidelijker te maken waar zij aan toe zijn en waar zij rekening mee moeten houden als het op erfgoed aankomt. Het is dus van belang voor de gemeenten om ook vanuit erfgoed veel aandacht te schenken aan de ontwikkeling en een juiste werking van het omgevingsplan.
Omgeving van het monument Met name (de voorbereiding op) de wettelijke verplichting onder de Omgevingswet om rekening te houden met de 'Omgeving van het monument' is een belangrijk aandachtspunt voor de gemeenten.
Archeologische verwachtings- en beleidskaarten Veel gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaarten zijn verouderd. Het is nodig om deze te actualiseren. Met de Omgevingswet wordt een eis gesteld aan de aantoonbaarheid van de (te verwachten) archeologische waarden. Daar voldoen de oudere kaarten niet altijd aan en daarmee ook niet aan de Omgevingswet op het moment dat deze inwerking treedt.
Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening Er wordt bij ongeveer de helft van de gemeenten nog geen aandacht gegeven aan de (niet archeologische) cultuurhistorie in bestemmingsplannen, uitgezonderd de beschermde gezichten. Dat betekent dat deze gemeenten nog geen uitvoering geven aan hun erfgoedbeleid in lijn met de MoMo: een brede verankering van de cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Ruim driekwart van de gemeenten heeft een cultuurhistorische waardenkaart (CHWK). Voor een adequaat gebiedsgericht en integraal erfgoedbeleid is het van belang dat gemeenten het cultureel erfgoed in de leefomgeving goed in beeld hebben. Een belangrijke basis daarvoor kan de CHWK vormen, waarbij al het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving geïnventariseerd en gewaardeerd wordt. Dit biedt ook kansen voor participatie van burgers en belangenbehartigende organisaties. Het is dus van belang dat gemeenten een CHWK opstellen of een verouderde CHWK actualiseren. Na de vaststelling van de CHWK door de raad is een belangrijke vervolgstap de verankering daarvan in de ruimtelijke ordening via het omgevingsplan.
Gemeentelijk beleid en regels Landschap is een belangrijk thema voor alle gemeenten. Energietransitie, klimaatadaptatie, stikstofbeleid, woningbouw: er komt veel op de gemeenten af. Het buitengebied staat daardoor flink onder druk. Met de toekomstige ontwikkelingen in het vizier, is het van belang dat gemeenten er over nadenken hoe om te gaan met de ontwikkelingen en tegelijkertijd de kwaliteiten van het landschap en het erfgoed te borgen of zelfs te versterken. Actueel beleid, een groen erfgoed kaart in de CHWK, een groenvisie, beschermde bomenlijsten en het opstellen van landschapsbiografieën zijn middelen voor gemeenten om kaders te scheppen voor ruimtelijke ontwikkelingen en om beter inzicht te krijgen in hun groen erfgoed. Het beter verweven van het erfgoedbeleid en groenbeleid zijn daarbij kansen voor gemeenten om het groen erfgoed in een gemeente te versterken.
19
Actuele onderwerpen en opgaven Energietransitie en klimaatadaptatie De klimaatverandering en klimaatadaptatie zijn thema's waar gemeenten veel aandacht aan besteden. Er wordt op dit moment dan ook in veel gemeenten beleid ontwikkeld op dit onderwerp. Vrijwel alle gemeenten hebben te maken met één of meer gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van bodemdaling, verdroging (en te lage grondwaterstand), overstromingen en funderingsproblemen bij historische bebouwing. Uit de resultaten blijkt dat erfgoed een beperkt rol speelt in het beleid van de gemeenten of dat de rol van erfgoed onbekend is. Een kwart van de gemeenten geeft aan dat archeologie beperkt of niet wordt meegenomen bij de energietransitie en 20% geeft aan ook beperkt of geen rekening te houden met het cultuurlandschap. Om de energietransitie en verduurzaming van gebouwd erfgoed in goede banen te leiden en te voorkomen dat cultuurhistorische waarden verloren gaan, kan het helpen om hiervoor beleid en regels op te stellen. Te denken valt aan beleid specifiek ter stimulering van de (verantwoorde) verduurzaming van monumenten of maatwerkregels voor zonne-energie in beschermde gezichten. Tot nu toe hebben slechts vijf gemeenten hier iets mee gedaan.
Woningbouwopgave
20
Ook de woningbouwopgave zet het cultuurlandschap en de historische bebouwing onder druk. Op twee na, verwachten gemeenten dat de woningbouwopgave grote invloed heeft op hun lokale culturele erfgoed. Ook voor circa een derde van de gemeenten geldt dit voor uitbreiding van bedrijventerreinen. Het is van belang om als erfgoedambtenaar of erfgoed afdeling nauw betrokken te zijn en te blijven bij deze ontwikkelingen om het cultureel erfgoed te beschermen, zo goed als mogelijk in te passen of zelfs als inspiratiebron te gebruiken.
Landelijke programma's Gemeenten zijn ook druk met andere onderwerpen, zoals de Kerkenvisie en de ErfgoedDeal. Er zijn zeventien gemeenten die een decentralisatie-uitkering hebben ontvangen om een Kerkenvisie op te stellen. Vier gemeenten doen mee aan een ErfgoedDeal. Hierdoor is er ook weer nieuwe kennis en inspiratie voor alle gemeenten om zelf aan de slag te gaan met het erfgoed. Ook zijn inclusie en diversiteit nieuwe thema‟s binnen het werkveld erfgoed. Kansen voor gemeenten zijn om deze onderwerpen te onderzoeken en bespreekbaar te maken om na te gaan hoe erfgoed bij een grotere groep mensen aansluiting kan vinden.
Toezicht en handhaving Erfgoed is kwetsbaar. Als het beschadigd raakt of verdwijnt, dan is het 'authentieke' ook echt weg en kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het is dan ook belangrijk dat gemeenten hierop proactief toezicht houden en indien nodig overgaan tot handhaving. Bij de meeste gemeenten is er weinig tot nauwelijks handhavend is opgetreden in de afgelopen vier jaar. De meeste gemeenten geven aan dat er te weinig capaciteit voor beschikbaar is, dat de deskundigheid op het gebied van erfgoed van de toezichthouders vaak onvoldoende is en dat de gemeente enkel reactief toezicht houdt. Archeologie is voor de toezichthouders bij de gemeenten meestal helemaal een onbekend terrein. Hiermee voldoet een groot aantal gemeenten niet aan haar wettelijke zorgplicht voor monumenten en archeologie.
Participatie, beleving en draagvlak Veel gemeenten hebben in meerdere of mindere mate aandacht voor participatie, beleving en draagvlak, en daarvoor enige ambitie. Helaas zijn er ook veel gemeenten die hier geen wezenlijke aandacht voor hebben. De rol en reikwijdte van participatie in de Omgevingswet is nog
onvoldoende bekend bij de meeste gemeenten. Meestal is er niet meer dan een 'verplichte inspraakronde' bij ontwikkelingen. De gemeente informeert de inwoners vaak wel op verschillende manieren, zowel vanuit een participatief oogpunt als puur informatief. Dit gebeurt meestal niet via de gemeentelijke website. Voorlichting over metaaldetectie ontbreekt, hier ligt (indirect) nog een kans voor het archeologiebeleid. Een meer integrale erfgoedbenadering, ook wel erfgoedprikken genoemd, kan zorgen voor een focus en past in de lijn van de Omgevingswet.
Organisatie en financiën Gemiddeld hebben de gemeenten (zonder de twee grote steden) 0,98 fte beschikbaar voor erfgoed. Tien gemeenten hebben een beschikbare capaciteit voor al het erfgoed in hun gemeente van 0,4 fte of lager. Dit is vaak inclusief externe inhuur (zoals voor archeologie), waarmee de interne capaciteit soms op minder dan 0,05 fte uitkomt. Bij bijna alle gemeenten is zowel de formatie als het beschikbare budget voor erfgoed onder de maat. Dit is merkbaar aan de stand van zaken van het erfgoedbeleid en de bijbehorende uitvoeringstaken zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving of aan (de afkalving of afwezigheid van) de inhoudelijke kennis en expertise. Dit baart vooral zorgen gelet op de vele ontwikkelingen die op de gemeenten afkomen, zoals de Omgevingswet, woningbouwopgave, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, participatie, etc.. Alle gemeenten wordt daarom sterk aanbevolen de formatie voor erfgoed uit te breiden en daarbij de interne deskundigheid voor erfgoed te vergroten. Ook is het van belang om het structurele budget voor erfgoed (werkbudget, deskundige inhuur, subsidies e.d.) te verhogen. De gemeenten kunnen dit niet alleen en kunnen alle hulp gebruiken.
Er ligt een kans voor het STAMU en de provincie om nader te onderzoeken hoeveel formatie er per gemeente nodig is om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen en om afdoende in te kunnen spelen op de ontwikkelingen en ruimtelijke opgaven waar gemeenten nu en in de toekomst voor staan. Andere aanbevelingen en kansen worden benoemd in het hoofdstuk 'Organisatie en financiën' (blz. 136).
21
22
Cultuurhistorische identiteit van de provincie Utrecht De provincie Utrecht kent een grote verscheidenheid aan landschappen die in de loop der geschiedenis zo gevormd zijn door de bewoners van het gebied. Samen met de cultuurhistorische bebouwing en het bodemarchief geeft dit mede vorm aan de culturele identiteit van de provincie en haar bewoners. In de Romeinse tijd fungeerde de Rijn, nu de Oude Rijn, Kromme Rijn en Nederrijn, als grens van het Romeinse Rijk. Er werden in de provincie enkele forten en versterkingen aangelegd, ook wel castella genaamd. Na de val van het Romeinse Rijk, verviel het machtscentrum en maakte een groot deel van de beter bewoonbare delen van de provincie onderdeel uit van de Saksische gouw Flehite. De dingplaats van de gouw, ofwel de volksvergadering die recht kon spreken, bevond zich waarschijnlijk in Zeist. Vanaf het einde van de 7e eeuw kwam de gouw onder het Frankische Rijk als koningsgoed. Door schenkingen kwam het in de 8e eeuw grotendeels onder het bewind van het bisdom van Utrecht, dat zich vanaf het einde van de 7e eeuw onder leiding van de bisschop Willibrord had gevestigd in Utrecht. Het machtscentrum van de bisschop breidde zich uit over de hele provincie en grote delen van het landschap werden ontgonnen onder uitgegeven pacht van de bisschop. Daarnaast ontstonden er dorpen, bebouwingslinten, steden en ridderhofsteden.
In de oorlogen met de graaf van Holland werd er regelmatig getwist om de grondgebieden in de grensregio‟s. Aan het einde van de middeleeuwen nam de macht van de bisschop af door het verschuiven van de belangrijkste handelsroutes van de binnenwateren naar de kustgebieden en de sterke economische ontwikkeling daarvan. Vanaf de 17e eeuw werden er in de provincie ook veel landgoederen en buitenplaatsen gesticht. Vanaf de 18e eeuw hebben de komst van spoorwegen en de industrialisatie een grote invloed gehad op de verdere ontwikkeling van de provincie. De provincie Utrecht had niet alleen te maken met de diverse binnenlandse twisten zoals met de graaf van Holland en tussen de Hoeken en Kabeljauwen in de middeleeuwen, maar werd later ook een strijdtoneel voor diverse andere oorlogen zoals de 80-jarige oorlog, de Franse-Nederlandse oorlog en de Napoleontische oorlog. Om te voorkomen dat een buitenlandse mogendheid Nederland zou bezetten, werden er van de 17e tot de 20e eeuw verschillende verdedigingslinies aangelegd in de provincie Utrecht, zoals de Oude en nieuwe Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie. Deze linies zijn relatief goed bewaard gebleven en maken onlosmakelijk onderdeel uit van het landschap waarin ze goed te herkennen zijn.
23
5| Aantallen
Aantal monumenten en beeldbepalende/karakteristieke panden
7000
6000
5000
4000
3000
24
2000
1000
0
Rijksmonumenten
Gemeentelijke monumenten Beeldbepalende/karakteristieke panden Rijksmonumenten (gemiddeld per gem.) Gemeentelijke monumenten (gemiddeld per gem.) Beeldbepalende/karakteristieke panden (gemiddeld per gem.)
5| Aantallen Erfgoed Type erfgoed Rijksmonumenten Rijksmonumenten (gemiddeld per gemeente) Gemeentelijke monumenten Gemeentelijke monumenten (gemiddeld per gemeente) Archeologische Rijksmonumenten Archeologische Gemeentelijke monumenten Groene monumenten Beeldbepalende / karakteristieke panden Rijksbeschermde gezichten Gemeentelijk beschermde gezichten Werelderfgoed (UNESCO) Nationale landschappen of parken
2014 5.431
2018 5.795
2022 5.768
209
223
222
5.686
5.976
5.873
219
230
226
123
121
108
5
11
12
15
19
18
632
965
1.172
42
45
45
28
28
28
2
2
15
39
39
40 25
* Bij veel gemeenten zijn beeldbepalende/karakteristieke panden niet geregistreerd in een lijst, maar beschermd ingevolge het bestemmingsplan en zijn daarvan geen aantallen bekend. Het werkelijke aantal beeldbepalende/karakteristieke panden ligt dus veel hoger. * Bij het UNESCO Werelderfgoed, gaat het over het totaal aantal keer dat deze in een gemeente voorkomen. De provincie beschikt in totaal over drie Werelderfgoederen, waarvan er twee gelegen zijn in meerdere gemeenten.
Kentgetallen 2020 Aantal inwoners
1.340.917
Aantal particuliere huishoudens
604.684 2
Land oppervlakte (ha = 10.000 m )
229.540 ha
Uitkering gemeentefonds (totaal)
€ 2.295.395.358
Voor de gegevens over de inwoners, particuliere huishoudens, land oppervlakte is het CBS (Statline) als bron gebruikt. Voor de uitkering uit het gemeentefonds is Findo (Data financieën overheden) als bron gebruikt.
6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal) 6.1 Inhoudelijk Rijk Het huidige beleid en de wet- en regelgeving van het Rijk voor cultureel erfgoed zijn vastgelegd in de beleidsbrief Erfgoed Telt uit 2018, de Erfgoedwet uit 2016, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uit 2020 en de Monumentenwet 1988. De laatste valt onder het overgangsrecht en komt te vervallen bij de inwerkintreding van de Omgevingswet. De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen niet alleen wetten, ze gaan ook gepaard met beleidsonderbouwingen voor cultureel erfgoed. Bij de Omgevingswet treden er diverse nieuwe zaken in werking op het gebied van cultureel erfgoed, zoals een herziening van het stelsel voor de gemeentelijke adviescommissies, rekening houden met de omgeving van het monument en de zorgplicht voor cultureel erfgoed.
6.1.1 De focus van het Rijksbeleid in het verleden Het beleid en de wet- en regelgeving van het Rijk borduren voort op ontwikkelingen die reeds in het verleden in gang zijn gezet en kunnen daar dus ook niet los van gezien worden. In dit onderdeel wordt er dan ook teruggekeken naar het verleden, waarbij de belangrijkste aspecten die nu nog een belangrijke doorwerking hebben worden uitgelicht.
Nota Belvedere (1999) In 1994 is Nederland toegetreden tot het Verdrag van Granada. Hierin staat dat de bescherming van het architectonische erfgoed een essentieel doel is van de ruimtelijke ordening: niet alleen bij de planologische uitwerking, maar ook het vormgeven aan ontwikkelingen. De nota Belvedere gaf een aanzet, maar pas bij de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg heeft dit verdrag in Nederland echt een uitwerking gekregen. De nota Belvedere ging over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. In de dynamiek van de ruimtelijke inrichting moest nu meer een evenwicht gezocht worden tussen behoud en ontwikkeling. “ Behoud door ontwikkeling ” Nieuwe functies en gebruik van het cultuurhistorisch erfgoed moest mogelijk worden zonder dat daarbij de essentie en de waarden daarvan verloren gingen. Het gebouw en de conservering daarvan was niet langer meer het uitgangspunt. Het ging er opeens om hoe je het gebouw kunt gebruiken en het daardoor kunt behouden door het een beter toekomstperspectief mee te geven.
Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ, 2008) Het verdrag van Malta staat aan de wieg van de wijze waarop in Nederland nu omgegaan wordt met archeologie. Het verdrag is in 1992
27
6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)
28
ondertekend door veel Europese landen waaronder Nederland, maar pas in 2008 met de komst van de WAMZ geratificeerd. De grondbeginselen van het verdrag zijn vertaald middels het verstoorder-betaalt-principe in landelijk en lokaal beleid, wet- en regelgeving. De WAMZ was een wijzigingswet voor de Monumentenwet 1988, waarin de wettelijke regels zijn opgenomen. “ Behoud in situ en als dat echt niet mogelijk is, dan betaalt de verstoorder voor een deskundige opgraving van de archeologische waarden. ” Enkele belangrijke grondbeginselen uit de WAMZ waren: Zorg voor een inventarisatie van archeologische bekende waarden en stel daar beleid voor op. Behoud archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem voor toekomstige generaties. Streef naar vroege afstemming in planvorming en neem archeologische waarden mee in de ruimtelijke ordening. Zorg dat archeologisch onderzoek en de conservering van archeologische vondsten op deskundige wijze gebeurt en dat de opgedane kennis wordt geborgd. Breng de waarde van archeologie onder de aandacht van het publiek en geef hen toegang tot deze waarde.
Modernisering Monumentenzorg (2009) In 2009 zette de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met een beleidsbrief aan de Tweede Kamer de Modernisering Monumentenzorg in gang ook wel afgekort als de MoMo. De MoMo was gericht op drie pijlers: 1. Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening 2. Krachtiger en eenvoudiger regelgeving 3. Bevorderen van herbestemmingen “Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening om zo te komen tot een gebiedsgerichte erfgoedzorg. ” Het doel van de MoMo was om van de oorspronkelijke objectgerichte benadering meer te komen tot een gebiedsgerichte aanpak. Dit vraagt om minder sectorale regelgeving achteraf en een meer generieke borging vooraf. De voorkantsturing (inbedding in het beleid en het organiseren van vooroverleg) en het vergaren van kennis van de aanwezige cultuurhistorische waarden (zodat een goede afweging kan worden gemaakt bij planprocessen), krijgen een belangrijke plaats in het proces. Cultuurhistorie is van invloed op vele aspecten van het gemeentelijke beleid. Het speelt een duidelijke rol in de ruimtelijke ordening en de vergunningverlening, maar ook bij toerisme en recreatie, economie, kunst en educatie. Een integrale benadering is daarbij van belang en vraagt daarom van gemeenten ook om goede samenwerking tussen de verschillende sectorale afdelingen.
Tevens was de MoMo er op gericht om de burger, de eigenaar van monumentale panden en het particulier initiatief meer ruimte te bieden en meer te betrekken bij het beleid. Draagvlak onder de bevolking is een belangrijk uitgangspunt voor het welslagen van het gemeentelijke beleid.
Visie Erfgoed en Ruimte - Kiezen voor karakter (2012) Een van de pijlers vanuit de Modernisering Monumentenzorg sinds 2009 is het breder meewegen van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening om zo te komen tot een gebiedsgerichte erfgoedzorg. In de Visie erfgoed en ruimte, getiteld „Kiezen voor karakter‟ heeft het Rijk hier verdere invulling aan gegeven van 2012 tot 2017. Het meewegen van de cultuurhistorie is onder andere bereikt door in de Bro (Besluit ruimtelijke ordening) het artikel 3.1.6 zo aan te passen dat niet alleen rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden in de grond (archeologie), maar ook met de cultuurhistorische waarden boven de grond.
Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo, 2010) Bij de Wabo zijn de circa 25 losse vergunningen, ontheffingen en meldingen, die geregeld waren in verschillende wetten waaronder ook het vergunningsstelsel voor monumenten en archeologie, samengevoegd in één omgevingsvergunningsstelsel. Hierdoor kon de dienstverlening aan burger en bedrijf worden verbeterd, dankzij één loket, één aanvraag, één bevoegd gezag dat dient als aanspreekpunt, één uniforme en bij voorkeur korte procedure, één bezwaar- en beroepsprocedure en één handhavend orgaan. Naast een vermindering van administratieve lasten biedt dit ook impulsen tot organisatieverbetering, integrale afweging en samenwerking tussen verschillende (lagen) overheden. Bij de invoering en latere actualisatie van de Wabo zijn ook ten aanzien van erfgoed diverse doelstellingen voortkomend uit de MoMo doorgevoerd, zoals de krachtigere en eenvoudigere regelgeving. Dat heeft ertoe geleid dat de vergunningsvrije zaken in rijksbeschermde gezichten zijn uitgebreid naar alles wat niet zichtbaar is, gezien vanaf de openbare ruimte. Naast de samenvoeging van het vergunningstelsel voor monumenten en archeologie met circa 24 andere vergunningstelsels, is met de Wabo onder andere ook de regelgeving ten aanzien van rijksbeschermde gezichten vereenvoudigd.
Met de Wabo is er veel ingezet op deregulering, wat leidt tot minder regels in diverse situaties. In de praktijk heeft dat echter wel geleid tot uitgebreidere en complexere wetgeving doordat voor elk onderdeel wat gedereguleerd is, ook alle uitzonderingen daarop benoemd moesten worden.
6.1.2 Erfgoed Telt (2018 - 2021 - heden) Sinds 2018 heeft hanteert het Rijk als erfgoedbeleid de beleidsbrief „Erfgoed Telt. De betekenis van erfgoed voor de samenleving‟. Daarin zet
29
6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)
30
het Rijk haar beleid voort van de voorgaande jaren, maar legt ze als vervolg daarop ook de nadruk op het belang van erfgoed en het ontwerp voor de leefomgeving van een open samenleving. Het Rijk wil, behalve onder de aandacht brengen, beschermen en ontwikkelen, erfgoed benutten voor actuele ruimtelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de bouw van nieuwe woningen in steden en in krimpgebieden. De uitdaging daarbij is om bij de veranderingen die plaatsvinden in onze leefomgeving ons erfgoed, zoals de historische binnensteden, de monumenten en de landschappen, te behouden voor toekomstige generaties. Het beleid is uitgewerkt in 3 pijlers voor de erfgoedzorg van de toekomst: 1. De instandhouding van het erfgoed voor huidige en toekomstige generaties. 2. Het positioneren van erfgoed in de leefomgeving. 3. Aandacht voor de verbindende kracht: de sociale en maatschappelijke waarde van erfgoed. “Het behoud van het erfgoed voor de toekomstige generaties en de positionering daarvan in de leefomgeving waarbij het een verbindende kracht vormt vanwege haar sociale en maatschappelijke waarde.
” De eerste pijler heeft onder andere geleid tot het vrijkomen van meer budget voor instandhouding en (grote) restauraties, de omzetting van de fiscale aftrek voor onderhoud aan rijksmonumenten naar een subsidieregeling, de stimulering van verduurzaming door de monumentensector en grotere investeringen in de instandhouding van en onderzoek naar archeologische monumenten. Een resultaat van de tweede pijler is onder andere de ErfgoedDeal met overheden en maatschappelijke partners, waarbij ingezet wordt op de versterking en het gebruik van erfgoed bij ontwikkelingen. De ratificatie van het verdrag van Faro is één van de belangrijkste zaken uit de derde pijler en stelt de mens en de samenleving en hun relatie met erfgoed centraal. Dit moet leiden tot meer en betekenisvollere participatie bij erfgoed, zowel op het vlak van vrijwilligers en deelnemers als ook bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. “Het verdrag van Faro moet leiden tot meer en betekenisvollere participatie bij erfgoed op alle fronten, waaronder ook bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. ” De looptijd van het beleid van „Erfgoed Telt‟ zou eigenlijk slechts tot en met 2021 zijn. Het beleid is sindsdien echter nog niet opgevolgd door een nieuw beleid.
Wel is er in 2021 een evaluatie van het beleid in gang gezet in samenhang met de evaluatie van de Erfgoedwet, hetgeen uiteindelijk moet leiden tot nieuw beleid.
6.1.3 Nationale Omgevingsvisie NOVI (2020) De in 2020 door het Rijk vastgestelde NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken voor de grote ruimtelijke opgaven waar Nederland mee
geconfronteerd wordt. De vraagstukken zijn groot en vaak met elkaar verweven. In Nederland wonen we met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 km². De bouw van één miljoen nieuwe woningen, het opwekken van duurzame energie, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen veel ruimte. Meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Ook de omschakeling naar bijvoorbeeld kringlooplandbouw en de creatie van recreatiemogelijkheden zijn van invloed op ons landschap. De keuzes waar we voor staan moeten gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken: te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. In de NOVI worden daarbij de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. “Eén van de nationale belangen die gewaarborgd moet worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving is het behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten.” De NOVI is zelfbindend voor het Rijk.
De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat.
6.1.4 Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is er de nieuwe Erfgoedwet. Deze wet bundelt de daarvoor reeds bestaande wet- en regelgeving (6 wetten en regelingen) voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het is een integrale wet die betrekking heeft op de museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Overgangsrecht Monumentenwet 1988 Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is opgegaan in de Erfgoedwet. Een ander deel gaat op in de Omgevingswet, maar bevindt zich nu nog in het overgangsrecht. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: roerend cultureel erfgoed, het stelsel van certificering archeologische bedrijven en de aanwijzing van rijksmonumenten staan in de Erfgoedwet, de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komen in de Omgevingswet. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die later naar de Omgevingswet gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt.
31
6| Beleid & Wet- en regelgeving (Rijks & provinciaal)
32
Veranderingen bij de Erfgoedwet Bij de invoering van de Erfgoedwet is met name het archeologisch stelsel aangepast. Zo is de opgravingsvergunning waar de minister over ging komen te vervallen en vervangen door een certificering voor het uitvoeren van opgravingen. Vrijwilligers in de archeologie zijn in bepaalde gevallen vrijgesteld van certificering. In de Erfgoedwet is ook bepaald dat de eerste dertig centimeter zijn vrijgesteld van verplichting tot archeologisch onderzoek, waterbodems uitgesloten. Dus ook metaaldetectie in de bovenlaag van de bodem is daarmee in het algemeen toegestaan, tenzij gemeenten dat zelf anders reguleren.
6.1.5 Omgevingswet Per 1 juli 2023 wordt (mogelijk) de Omgevingswet van kracht. De Omgevingswet heeft als doel om de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen te vereenvoudigen. Hierbij worden alle huidige regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. De regels die betrekking hebben op cultureel erfgoed komen niet alleen terug in de Omgevingswet zelf, maar ook in alle onderliggende besluiten en regelingen. De Omgevingswet heeft twee maatschappelijke doelstellingen: 1. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. 2. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Erfgoed is één van de waarden die de omgevingskwaliteit bepalen en speelt daarbij een belangrijke rol in één van de twee maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet. Belangrijke aspecten van de Omgevingswet zijn: Decentralisatie: het beleggen van zoveel mogelijk taken en bevoegdheden op het meest decentrale niveau, met name de gemeenten. Integraliteit: de fysieke leefomgeving als één samenhangend geheel. Dit vergt een andere benadering die minder sectoraal gericht is. Meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk per locatie: regels worden minder bindend.
Uitnodigingsplanologie: de overheid schrijft minder voor en nodigt de samenleving uit om met initiatieven te komen. Meer nadruk op participatie: burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten de mogelijkheid krijgen om mee te praten over beleid en besluitvorming van overheden.
Wetgeving De Omgevingswet staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een volledige stelselherziening omgevingsrecht‟. Bij de wet horen vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB‟s). Het Omgevingsbesluit (Ob) regelt met name de procedurele zaken, zoals waar welke verantwoordelijkheid is belegd.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl bevat de normen voor de bestuurlijke taakuitoefening en besluitvorming, zoals de algemene zorgplicht voor erfgoed. Het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) bevat de algemene rechtstreeks werkende rijksregels over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Besluit leefomgeving (Bbl) bevat de algemene rechtstreeks werkende rijksregels aan bouwwerk gerelateerde activiteiten.
Het invoeringsbesluit Omgevingswet uit 2020 regelt niet alleen de invoering van de wet, maar ook de automatische overgang en consolidatie van bestaande lokale regelgeving naar het omgevingsplan. Hierin is ook geregeld dat voormalige rijksregels gedecentraliseerd overgaan naar de gemeenten in de Bruidsschat. Er wordt nog continu gesleuteld aan de wetteksten, besluiten en regelingen van de omgevingswet. Wijzigingen worden doorgevoerd met wijzigingswetten.
Instrumenten Omgevingswet De belangrijkste instrumenten uit de Omgevingswet voor gemeenten zijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Gemeenten hebben (volgens de huidige planning van inwerkingtreding op 1 juli 2023) tot 2024 om een omgevingsvisie op te stellen en tot 2029 om te zorgen dat hun omgevingsplan voldoet aan de eisen die hieraan gesteld worden.
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Naast de nieuwe wet met bijbehorende onderliggende besluiten en regelingen bestaat de Omgevingswet ook uit het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit wordt de opvolger van het huidige Omgevingsloket en Ruimtelijkeplannen.nl. Via het DSO moet direct inzichtelijk zijn welke regels er voor een fysieke locatie gelden. Onder de Omgevingswet mag voor de afwegingen rond vergunningverlening uitsluitend informatie worden gebruikt welke ook (en gelijktijdig) beschikbaar is voor de aanvrager via het DSO. Niet gedigitaliseerde of niet via het DSO beschikbaar gestelde regels, duidingskaarten en bestemmingsplannen mogen dus niet meer gebruikt worden. Het is zaak hier aandacht voor te hebben bij het organiseren van de informatie over erfgoed zoals die binnen de gemeente aanwezig is en gebruikt wordt. Het is daarom ook van belang dat de erfgoedregisters, cultuurhistorische en archeologische waarden- en beleidskaarten integraal digitaal beschikbaar worden gesteld op het online Omgevingsloket.