G8 Bijlage bij raadsinformatiebrief, chronologisch overzicht
Tekst van het document
BIJLAGE 1 - Groeperweg 9 - Chronologisch overzicht en overwegingen Onderstaande is een overzicht en weergave van relevante data in chronologische volgorde. Daarnaast geeft het weer welke relevante overwegingen het college in het verleden ten grondslag heeft gelegd aan de besluitvorming. Relevante data Vergunning B&B 9-7-2006 vergunning verleend voor de realisatie van 4 B&B-ruimten boven een paardenstalling. Vaststelling huisvesting arbeidsmigranten 25-1-2018 controle – vaststelling huisvesting arbeidsmigrant(en) in B&B bij de woning. 20-2-2018 constateringsbrief naar aanleiding van de controle Februari/Maart 2019 – mailwisseling over (bijhouden) nachtregister 2018 B&B. (afwijzing) Principeverzoek 29-5-2019 principeverzoek gebruik B&B voor logiesfunctie voor werknemers. 19-10-2020 collegebesluit met afwijzing principeverzoek, verzoek aan eigenaar om overtreding te beëindigen uiterlijk 1 maart 2021, handhavend optreden als niet aan verzoek wordt voldaan. (weigering) Omgevingsvergunning 5-5-2021 aanvraag omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten. 8-6-2021 weigering omgevingsvergunning. 21-7-2021 bezwaarschrift tegen weigering omgevingsvergunning. 14-10-2021 beslissing op bezwaar – bezwaar ongegrond. 18-11-2021 beroep ingediend bij de Rechtbank. 6-10-2022 uitspraak Rechtbank (beroep ongegrond). 21-11-2022 hoger beroep ABRvS.
27-1-2023 Verweerschrift hoger beroep. Handhavingsbesluit last onder dwangsom 16-5-2023 controle – vaststelling huisvesting arbeidsmigrant(en) in B&B bij de woning. 20-7-2023 voornemen last onder dwangsom. 29-8-2023 zienswijze(-gesprek) naar aanleiding van voornemen. 25-10-2023 besluit oplegging last onder dwangsom. 28-11-2023 (pro forma) bezwaarschrift tegen last onder dwangsom. 25-3-2024 beslissing op bezwaar, begunstigingstermijn gesteld op 25 oktober 2025. WOO-verzoek 21-9-2023 WOO-verzoek. 22-1-2024 beroep ingediend bij de Rechtbank. 26-2- 2024 WOO-besluit. 27-3-2024 bezwaarschrift tegen WOO-besluit. 17-6-2024 mail met aanvullende informatie nachtregister en B&B aan Dhr. vd Glind. 3-7-2024 gesprek Dhr. vd Glind/Dhr.Lowijs. 16-7-2024 mail met aanvullende informatie arbeidsmigranten aan Dhr. vd Glind. 31-7-2024 gesprek Dhr. vd Glind/Dhr. Lowijs. 2-8-2024 intrekking bezwaarschrift + beroepsschrift. 30-8-2024 aanvullende informatie toeristenbelasting en dossier Biesbosserweg 19. Voorgeschiedenis beschrijvend in chronologische volgorde (uit collegebesluit van 30 november 2021, Djuma 502579/545750)
Begin 2018 is geconstateerd dat de vergunde Bed & Breakfast kamers (hierna: B&B) in een schuur op het perceel aan de Groeperweg 9 te Renswoude worden gebruikt voor bewoning van arbeidsmigranten. Dit gebruik is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De eigenaar van het perceel (hierna: eigenaar) is op 20 februari 2018 schriftelijk op de hoogte gesteld van het feit dat dit een illegale situatie betreft en hem is verzocht met een plan te komen om deze situatie te beëindigen. In april 2019 is op ambtelijk niveau gesproken met de eigenaar en zijn adviseur. Zij zijn van mening dat het omvormen van de B&B naar logiesfunctie voor werknemers op deze locatie passend is en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Afgesproken is daarom dat zij middels een principeverzoek aantonen dat dit het geval is. Dit principeverzoek is op 29 mei 2019 ontvangen en aangevuld op 3 juni 2019. Op 29 juli 2020 heeft de gemeente de ‘Beleidsnotitie woningsplitsing en kamergewijze verhuur’ vastgesteld. Op grond van dit beleid kan onderhavige situatie niet worden vergund. Kamergewijze verhuur op deze locatie is in strijd met het beleid, omdat de eigenaar niet in hetzelfde gebouw woont, de kamergewijze verhuur niet plaats vindt in het hoofdgebouw en er geen woonbestemming op dit perceel ligt.
Op 19 oktober 2020 heeft de gemeente Renswoude het principeverzoek afgewezen en de eigenaar tot 1 maart 2021 de tijd gegeven om de illegale situatie te beëindigen. Indien de situatie op 1 maart 2021 niet is beëindigd, zal de gemeente het handhavingstraject voortzetten en de procedure tot het opleggen van een dwangsom verder volgen. Op 3 februari 2021 heeft de gemachtigde namens de eigenaar contact opgenomen met de gemeente om nogmaals op ambtelijk niveau in gesprek te gaan. Op 24 februari 2021 is op verzoek van de gemachtigde afgesproken dat de termijn van 1 maart 2021 met 2 maanden wordt verlengd, tot 1 mei 2021. In die periode werd het ontwerp bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamergewijze verhuur’, waarin de beleidsnotitie is opgenomen, in de gemeenteraad besproken. Op 1 mei 2021 is het handhavingstraject vervolgd. Op 5 mei 2021 is er een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1, lid onder c Wabo), waarmee wordt verzocht het huisvesten van arbeidsmigranten in een bijgebouw, in casu de B&B, te legaliseren. Het handhavingstraject is daarom opgeschort tot een besluit is genomen op de aanvraag. Op 11 mei 2021 is via de mail aangekondigd dat de gemeente voornemens is om de aanvraag te weigeren en wordt geadviseerd om de aanvraag in te trekken.
De gemachtigde heeft namens de eigenaar echter bevestigd dat er een besluit moet worden genomen op de aanvraag. Op 11 juni 2021 is het besluit verzonden om de bovengenoemde aanvraag te weigeren. Op 13 juli 2021 is het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamergewijze verhuur’ ongewijzigd vastgesteld. De gemeente heeft daarmee in onderhavige situatie geen aanleiding gezien om het beleid te herzien. Op 21 juli 2021 heeft de gemachtigde bezwaar aangetekend tegen het besluit om de aanvraag te weigeren. Op 2 september 2021 heeft de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie plaatsgevonden. Op 29 september 2021 heeft de gemachtigde het college een brief gestuurd, waarin hij aangeeft dat indien hetcollege, om welke redenen dan ook, niet (alsnog) bereid is de zogenaamde kruimelgevallenregeling toe te passen, het
oordeel van de gemeenteraad dient te worden gevraagd. Een kopie van de brief is aan de raad per email verzonden, aldus gemachtigde. In de brief vermeldt de gemachtigde dat, indien geen medewerking wordt verleend door het college, het oordeel van de gemeenteraad dient te worden gevraagd. In het advies van de bezwaarschriftencommissie staat het volgende: ‘Het beleid woningsplitsing en kamergewijze verhuur dateert van 23 juni 2020 en is daarmee dermate recent, dat de commissie tot het oordeel komt dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten om niet nu al van dit beleid af te wijken in dit concrete geval door de kruimelgevallenregeling toe te passen. Daar komt bij dat ten tijde van het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning al het ‘bestemmingsplan Pagina 3 van 6 parapluherziening parkeren, woningsplitsing en kamergewijze verhuur’ in procedure was gebracht, waarin dit beleid onverkort is opgenomen en daarmee nog eens expliciet is bekrachtigd.’ Nu de parapluherziening recentelijk is vastgesteld, werd geadviseerd onderhavige zaak niet voor te leggen aan de raad. De raad stelt immers kaders (beleid) en het college voert uit. Bovendien was de raad al geruime tijd op de hoogte van de situatie aan de Groeperweg 9 toen de parapluherziening werd vastgesteld. Op 14 oktober 2021 is de beslissing op bezwaar verzonden.
Het bezwaar is ontvankelijk, doch ongegrond verklaard. In de beslissing verzoekt de gemeente de eigenaar om binnen 2 weken het strijdig gebruik van het bijgebouw te staken. Mocht de eigenaar hier geen gehoor aan geven, dan wordt, zoals vermeld in de beslissing, het handhavingstraject hervat. Op 26 oktober 2021 heeft de gemachtigde het college wederom een brief gestuurd. In de brief wordt het volgende vermeld: - Gemachtigde zal in beroep gaan tegen de weigering om omgevingsvergunning ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten. - Gemachtigde vraagt verlenging van de begunstigingstermijn van 2 weken om de illegale situatie te beëindigen, voor de duur van de te voeren beroepsprocedure, anders vraagt hij een voorlopige voorziening aan. - Gemachtigde verzoekt het college een reactie te geven op de brief van 29 september 2021. - Gemachtigde brengt de Handreiking van Arbeidsmigranten van het Ministerie van BZK van 12 augustus 2021 onder de aandacht. Hij verzoekt het college om ankermomenten in te lassen voor nadere keuzes en beslissingen over toekomstig beleid. De handreiking vloeit voort uit het advies ‘Geen tweederangsburgers’, eind oktober 2020 uitgebracht door het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer.
- Gemachtigde mist in de bestreden beslissing tot het weigeren van de vergunning duiding/motivering over de mogelijkheden die de handreiking biedt voor toekomstig beleid. - Daarnaast verzoekt gemachtigde om, als overgangsmaatregel, een tijdelijke vergunning te verlenen, desgewenst gekoppeld aan de eigenaar/exploitant van de onderneming aan de Groeperweg 9. Op 16 november is de termijn waarbinnen de handhaving wordt opgeschort verlengd tot 2 december 2021. Op 18 november 2021 heeft de gemachtigde beroep aangetekend bij de rechtbank tegen het besluit om de aanvraag te weigeren Op 2 december 2021 heeft, op verzoek van de gemachtigde, een gesprek plaatsgevonden met de burgemeester, de handhavingsjurist, de vergunningverlener, de eigenaar van Groeperweg 9 en zijn adviseur en gemachtigde. In dit gesprek heeft de eigenaar, zijn adviseur en gemachtigde de gemeente verzocht om te onderzoeken of de situatie op een andere manier gelegaliseerd dan wel gedoogd kan worden. De adviseur stelt dat het gebouw waarin de arbeidsmigranten worden gehuisvest,
als hoofdgebouw kan worden aangemerkt. Tevens geeft hij aan dat de hoofdbewoner vlak bij woont en daardoor voldoende grip heeft op het gebruik van het bijgebouw. Echter zijn deze aangedragen oplossingen niet toereikend omdat het overduidelijk is dat het gebouw waarin de arbeidsmigranten wonen niet een hoofdgebouw is. In het beleid is bovendien bepaald dat de eigenaar in het pand dient te wonen waar de kamergewijze verhuur plaatsvindt. Op agrarische percelen staat de woning vaak ver van bijgebouwen af. Dan is het toezicht van de eigenaar op de kamergewijze verhuur ontoereikend en kan dit overlast naar de omgeving tot gevolg hebben. Overwegingen van de Rechtbank uit uitspraak d.d. 6-10-2022 Belangenafweging redelijk? Eiser is het niet eens met de door het college gemaakte belangenafweging om niet af te wijken van de Beleidsnotitie en geen toepassing te geven aan de kruimelgevallenregeling. Daarbij stelt eiser voorop dat de beleidsnotitie niet ziet op huisvesting van arbeidsmigranten. Het college heeft daarom ten onrechte op grond van de beleidsnotitie er van afgezien om de kruimelgevallenregeling van artikel 4, negende lid van Bijlage II van het Bor toe te passen. De rechtbank volgt eiser daarin niet. De omstandigheid dat de Beleidsnotitie niet specifiek ziet op de huisvesting van arbeidsmigranten, maakt niet dat arbeidsmigranten van dat beleid uitgezonderd zouden zijn.
Gelet daarop heeft het college terecht beslist dat de Beleidsnotitie van toepassing is op de vraag of in dit geval op grond van de kruimelgevallenregeling kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het college moest dan ook overeenkomstig de Beleidsnotitie handelen, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de gevolgen voor eiser onevenredig zijn in verhouding tot de met de Beleidsnotitie te dienen doelen. Maatschappelijk belang niet genoeg onderkend? Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college wel degelijk het algemeen maatschappelijk belang van het huisvesten van arbeidsmigranten onderkend. Ook heeft het college de positieve aspecten van de aanvraag van eiser meegewogen. Zo schrijft het college in het primaire besluit (p. 2) het volgende: “Enerzijds is er voor dit specifieke geval wellicht weinig op aan te merken om hieraan mee te werken. Het betreft een voormalige stal in het buitengebied waar geen sprake is van overlast (of in ieder geval niet bij ons bekend). De eigenaar woont voor het gebouw waar de kamergewijze verhuur plaatsvindt en houdt hier dus toezicht op. Ook is bekend dat er een behoefte is aan woonruimte arbeidsmigranten in de regio. In dit geval gaat het om een vergunde B&B (in een voormalige stal), wat de situatie anders maakt dan een bijgebouw of bedrijfsgebouw.
De vereiste voorzieningen zijn namelijk al aanwezig en van buitenaf zal er geen verschil zichtbaar zijn.” Precedentwerking? Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college die vrees voor precedentwerking in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan de positieve aspecten van de aanvraag van eiser en de bijdrage die daarmee aan de huisvesting van arbeidsmigranten wordt geleverd. Dat huiseigenaren, die aan de voorwaarden voldoen, ook nu al in hun woning kamers kunnen verhuren aan arbeidsmigranten - zoals eiser stelt - kan daar niet aan afdoen. De gevreesde precedentwerking ziet immers op het huisvesten van arbeidsmigranten in bijgebouwen. Ook het feit dat - zoals eiser stelt - er slechts twee andere B&B’s zijn die in bijgebouwen zijn gevestigd, is op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat de vrees voor precedentwerking niet reëel is. Gelet op het voorgaande heeft het college dan ook in redelijkheid kunnen besluiten geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van zijn beleid, en in dit geval geen toepassing te geven aan de kruimelgevallenregeling. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het bestreden besluit in strijd
met het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het motiveringsbeginsel is genomen. De slotsom is dan ook dat deze beroepsgrond niet slaagt. Gelijkheidsbeginsel? Eiser heeft ook een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. In dat verband heeft eiser gewezen op een aan de heer Van Egdom verleende vergunning, op basis waarvan het gebruik van een voormalige bedrijfswoning voor het huisvesten van achttien arbeidsmigranten werd toegestaan op basis van de kruimelgevallenregeling. Een ander vergelijkbaar geval doet zich volgens eiser voor aan de Biesbosserweg. Daar zijn op basis van een herziening van het bestemmingsplan onder andere zes appartementen ten behoeve van B&B omgezet in zorgappartementen. Eiser merkt op dat het daar net als in zijn geval gaat om een inpandige gebruikswijziging van recreatief verblijf naar wonen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser namelijk niet aannemelijk gemaakt dat het hier inderdaad gaat om gevallen die gelijk zijn aan de situatie van eiser. Het geval aan de Biesbosserweg ziet op de omzetting van B&B’s in zorgappartementen. Alleen al daarom is dat geval niet vergelijkbaar. Bovendien heeft het college ter zitting aangegeven dat dit project uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden.
In het geval van Van Egdom was het college van mening dat daar - anders dan bij eiser - geen sprake was van huisvesting in een bijgebouw. Ook daarbij ging het dus niet om een aan de situatie van eiser gelijk geval. Ten onrechte geen tijdelijke vergunning? Eiser heeft tot slot aangevoerd dat — in afwachting van eventueel nader te ontwikkelen beleid - het college in het bestreden besluit in ieder geval de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning voor een periode van vijfjaar had moeten verkennen. Volgens eiser heeft het college dat ten onrechte niet (voldoende) gedaan. Deze beroepsgrond stuit er op af dat er in dit geval door eiser geen aanvraag voor een tijdelijke vergunning is gedaan. Het bestreden besluit ziet daar dan ook niet op. Er bestond voor het college dan ook geen reden om in het bestreden besluit in te gaan op deze mogelijkheid. Bovendien heeft het college ter zitting toegelicht dat in het kader van de handhaving een relatief lange begunstigingstermijn van tweejaar zal worden gehanteerd. Volgens het college is een tijdelijke vergunning voor een periode van vijfjaar echter te lang en dus onwenselijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich in redelijkheid op dat standpunt kunnen stellen. De beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Overige relevante overwegingen die tot nu toe aan de besluitvorming ten grondslag hebben gelegen Beleidsnotitie kamergewijze verhuur en onderbouwing Het college heeft op 29 juli 2020 de ‘Beleidsnotitie woningsplitsing en kamergewijze verhuur’ vastgesteld. In deze notitie staat opgesomd onder welke voorwaarden en in welke gevallen kan worden meegewerkt aan kamergewijze verhuur. Eén van de voorwaarden is dat de kamerverhuur binnen de bestaande woning plaatsvindt. Dat is hier niet het geval, gezien het om een vrijstaand bijgebouw achter de woning gaat en het perceel een agrarische bestemming heeft. Nu het hier om een agrarische bestemming gaat, met een gevestigd agrarisch bedrijf, dient er, in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij, rekening te worden gehouden met het kunnen garanderen van een goed woon- en leefklimaat. Een andere voorwaarde is dat de eigenaar in het pand moet wonen waar de onzelfstandige woonruimten verhuurd worden. Ook aan deze voorwaarde wordt niet voldaan. Goed gemotiveerd kan van het beleid worden afgeweken, maar alleen in geval van een uitzondering. Het betreft hier een voormalige stal in het buitengebied waar geen sprake is van overlast (of in ieder geval geen handhavingsverzoek vanwege overlast is ingediend). De
eigenaar woont voor het gebouw waar de kamergewijze verhuur plaatsvindt en houdt hier dus toezicht op. Ook is bekend dat er een behoefte is aan woonruimte voor arbeidsmigranten in de regio. In dit geval gaat het om een vergunde B&B (in een voormalige stal), wat de situatie anders maakt dan een bijgebouw of bedrijfsgebouw. De vereiste voorzieningen zijn namelijk al aanwezig en van buitenaf zal er geen verschil zichtbaar zijn. Wij begrijpen dan ook het verzoek in deze specifieke situatie. Toch kan er geen medewerking aan dit plan worden verleend. Een B&B wordt normaliter vergund als hiervoor een aanvraag wordt ingediend. Hier is geen beleid voor. Ook zijn er inmiddels al meerdere B&B’s verspreid over Renswoude. Dit is een goede ontwikkeling voor het toerisme in Renswoude. Als deze B&B’s ook omvormen naar kamergewijze verhuur – hetgeen financieel aantrekkelijker is voor eigenaren – is er kans dat deze toeristische tak verdwijnt en er meerdere woonruimtes in bijgebouwen/ (agrarische) bedrijfsgebouwen ontstaan. Ook wordt het dan aantrekkelijk gemaakt om een B&B aan te vragen met het idee om deze later om te vormen naar kamergewijze verhuur. Voor het buitengebied van Renswoude is dit geen gewenste situatie. De B&B op deze locatie was een logische functie bij het agrarisch bedrijf, waar ook een minicamping aanwezig is.
Of er sprake is van overlast kan voor toekomstige aanvragen bovendien geen weigeringsgrond opleveren, aangezien dit niet ruimtelijk relevant is. Met als gevolg dat we toekomstige situaties ook zullen moeten vergunnen als er huisvesting in een bijgebouw plaats zou vinden. In het vastgestelde beleid is bewust gekozen om kamergewijze verhuur alleen in woningen mogelijk te maken, om zo te voorkomen dat er her en der in bijgebouwen/ bedrijfsgebouwen woonruimtes ontstaan. In het ontwerp bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamergewijze verhuur’ is er bovendien voor gekozen om kamergewijze verhuur enkel in woningen met een woonbestemming toe te staan. Dit bestemmingsplan is ongewijzigd vastgesteld. Om in deze specifieke situatie hier alweer van af te wijken en hieraan medewerking te verlenen, schept een groot ongewenst precedent. Overwegingen naar aanleiding van zienswijzen na voornemen last onder dwangsom d.d. 20 juli 2023 en uit zienswijzegesprek d.d. 29 augustus 2023 (meegenomen in de besluitvorming van het besluit last onder dwangsom d.d. 25 oktober 2023) Deze zienswijze kan als volgt worden samengevat: 1.
De eigenaar is van mening dat de handhavingsprocedure opgeschort moet worden totdat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”) uitspraak heeft gedaan in de door de eigenaar aanhangig gemaakte procedure tegen de gemeente. In deze procedure staat het besluit tot afwijzing door het College van een omgevingsvergunning voor het perceel Groeperweg 9 centraal. De aanvraag van desbetreffende omgevingsvergunning is gericht op het legaliseren van bewoning van gebouw(en) op het perceel door arbeidsmigranten. 2. De eigenaar is van mening dat het College in strijd handelt met eerder gedane toezeggingen en/of gemaakte afspraken door het handhavingstraject voort te zetten. 3. Tot slot is de eigenaar van mening dat in de brief d.d. 20 juli 2023 ten onrechte is opgenomen dat hij op het perceel Groeperweg 9 heeft gebouwd zonder omgevingsvergunning. Inhoudelijke reactie op deze zienswijze In reactie op deze zienswijze hebben wij het volgende opgemerkt. Ad 1. Het College is bekend met het gegeven dat bij de Afdeling een appelprocedure aanhangig is tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland d.d. 6 oktober 2022 inzake het besluit van het College d.d. 8 juni 2021 tot weigering van een omgevingsvergunning. Het College wijst in dit verband op het gegeven dat een lopende
procedure geen schorsende werking heeft. Het College behoudt de mogelijkheid handhavend op te treden tegen geconstateerde overtredingen van regels opgenomen in een bestemmingsplan. Hiervan is in dit geval sprake. Het College heeft de eigenaar reeds op de hoogte gesteld van het standpunt van het College dat legalisatie van de huisvesting van arbeidsmigranten op zijn perceel niet mogelijk is. De uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland sterkt het College in haar visie en argumentatie hieromtrent. Dat tegen het besluit van het College d.d. 8 juni 2021 nog een juridische procedure loopt bij de Afdeling, is voor het College geen reden thans het handhavingstraject stop te zetten. Ad 2. De eigenaar wijst in zijn zienswijze op diverse contactmomenten tussen hem en de gemeente, waarbij aan hem diverse toezeggingen gedaan zouden zijn. Hij benoemt onder meer een toezegging van het College tijdens een op 3 augustus 2022 gehouden zitting bij de rechtbank Midden-Nederland. Hierbij zou het College toegezegd hebben een begunstigingstermijn van twee jaren in acht te nemen. Het College verwees in dit verband naar een in maart 2022 gedane uitlating dat het College (per maart 2022) een begunstigingstermijn van twee jaar voor ogen had in het kader van het handhavingstraject.
Voor de goede orde wordt opgemerkt dat dit een begunstigingstermijn betreft welke aanmerkelijk langer is dan dat het College op grond van wet- en regelgeving had kunnen en mogen hanteren. Het College is om die reden in de brief d.d. 20 juli 2023 uitgegaan van een begunstigingstermijn welke afloopt op 25 maart 2024 (dat wil zeggen: twee jaar nadat deze termijn door het College aan u werd gecommuniceerd). Het College meent dat zij in alle redelijkheid tot deze termijn kon komen en de eigenaar daarbij in aanzienlijke mate tegemoet is gekomen. Daarnaast meent de eigenaar dat door een medewerker van de gemeente een mondelinge toezegging is gedaan dat het handhavingstraject niet doorgezet zou worden hangende de appelprocedure bij de Afdeling. Deze toezegging zou in een gesprek d.d. 3 november 2022 gedaan zijn. Het College heeft intern navraag gedaan naar deze vermeende toezegging vanuit de gemeente. Daaruit is niet gebleken dat een dergelijke toezegging aan de eigenaar is gedaan. Het College is ook niet bekend met een gespreksverslag of enige andere vastlegging waaruit deze toezegging zou blijken. Het College concludeert derhalve dat zij in alle redelijkheid en met een juiste afweging van belangen de 25ste maart 2024 kon vaststellen als uiterste datum van bewoning van het bijgebouw aan het perceel Groeperweg 9 door arbeidsmigranten.
Desalniettemin zal het College om haar moverende redenen voor onderhavige last onder dwangsom de eigenaar alsnog een verlengde begunstigingstermijn toekennen met als uiterste datum van bewoning van de (bij)gebouwen op het perceel door arbeidsmigranten 3 augustus 2024. Het College meent dat zij, gelet op de stellingen van partijen over en weer, in dit kader recht doet aan de daadwerkelijk vastgestelde en verifieerbare feiten in onderhavige procedure en de belangen van partijen over en weer. Tot slot wijst het College ten aanzien van de pmerking over het bouwen in strijd met een omgevingsvergunning op het gegeven dat dit ten aanzien van het huidige handhavingstraject geen gevolgen heeft. Het College zal hier in het kader van dit traject verder dan ook niet op ingaan. In de beslissing op bezwaar van 25 maart 2024 is door het College voornoemde begunstigingstermijn van 3 augustus 2024 op advies van de bezwaarschriftencommissie
opnieuw gesteld en verlengd tot 25 oktober 2025. Voor het overige is de last onder dwangsom van 25 oktober 2023 inhoudelijk in stand gebleven.