CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

G2. Rekenkameronderzoek aanpak ondermijning gemeente Barneveld

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk G: Rekenkamer Vallei en Veluwerand, persbericht en rekenkameronderzoek naar aanpak van ondermijning gemeente Barneveld30.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

17 alinea's met “politiek”: 6 55 374 377 558 560 561 627 628 629 664 672 720 721 723 725 862

COLOFON De Rekenkamer De Rekenkamer Vallei & Veluwerand is een gemeenschappelijke onafhankelijke Rekenkamer van de gemeenten Barneveld, Bunnik, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Scherpenzeel, Woudenberg en Zeewolde. De Rekenkamer bestaat uit een voorzitter en vier leden: de heer J. van Zomeren (voorzitter, tot 1 oktober 2023), de heer M. Pen (voorzitter v.a. 1 oktober 2023) de heer H.M. ter Beek (lid), de heer J.C.T.M. Doorakkers (lid), de heer M. Neimeijer (lid) en mevrouw J.T. Versteegh (lid). De Rekenkamer heeft twee onderzoekers / secretarissen: mevrouw I.M.T. Spoor en mevrouw M.E. Barel-Glashouwer.

Het onderzoek is in opdracht van de Rekenkamer uitgevoerd door Bureau Beke (Joey Wolsink) en LokaleZaken (Edward van der Torre).

-1-

Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting met conclusies en aanbevelingen ............................................. 3 1. Inleiding ........................................................................................................................ 8 1.1 Wat is ondermijning?........................................................................................................ 8 1.2 Onderzoeksvragen ............................................................................................................ 9 1.3 Onderzoeksactiviteiten ................................................................................................... 10 1.4 Normenkader .................................................................................................................. 11 1.5 Leeswijzer ....................................................................................................................... 12 2. Ondermijning: gelegenheidsstructuren ......................................................................... 13 2.1 Situationele factoren ...................................................................................................... 13 2.2 Sociaaleconomische factoren .........................................................................................

14 2.3 Culturele factoren ........................................................................................................... 17 2.4 Afsluiting ......................................................................................................................... 18 3. Ondermijnende praktijken ........................................................................................... 19 3.1 Drugs ............................................................................................................................... 19 3.2 Vastgoed ......................................................................................................................... 24 3.3 Vakantieparken ............................................................................................................... 25 3.4 Tussen mensenhandel en misstanden ........................................................................... 27 3.5 Overige fenomenen ........................................................................................................ 28 3.6 Afsluiting ......................................................................................................................... 32 4. De (gemeentelijke) aanpak van ondermijning ...............................................................

33 4.1 De gemeentelijke schaalsprong: politiek-bestuurlijke opgaven (inclusief veiligheid) ... 33 4.2 Het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022: veel prioriteiten en activiteiten .............. 34 4.3 De ambtelijke veiligheidsorganisatie .............................................................................. 38 4.4 De ondermijningsaanpak: al doende leren .................................................................... 42 4.5 De lokale politiek: steun voor veiligheidsbeleid ............................................................. 49 4.6 Afsluiting ......................................................................................................................... 51 5. In antwoord op de onderzoeksvragen .......................................................................... 52 5.1 Criminologische vragen .................................................................................................. 52 5.2 Bestuurskundige vragen ................................................................................................. 54 5.3 Gemeenteraad ................................................................................................................ 58 6. Bestuurlijke reactie van het college en nawoord rekenkamer.......................................

60 6.1 Bestuurlijke reactie ......................................................................................................... 60 6.2 Nawoord rekenkamer ..................................................................................................... 66 Literatuur ........................................................................................................................ 67 Bijlage 1 Normenkader .................................................................................................... 69 Bijlage 2 Korte toelichting op politieregistraties ............................................................... 74 Bijlage 3 Geregistreerde vermogensdelicten..................................................................... 75 Bijlage 4 Risicobranches: een korte toelichting ................................................................. 76 Bijlage 5 Uitvoeringsprogramma IVP 2019-2022: activiteiten ............................................ 77

-2-

Bestuurlijke samenvatting met conclusies en aanbevelingen In opdracht van de rekenkamer hebben onderzoekers van Lokale Zaken en Bureau Beke in de maanden april tot en met september 2023 onderzoek gedaan naar de ondermijnende criminaliteit en de gemeentelijke aanpak daarvan in Barneveld. Wat is ondermijning Ondermijning betreft de schadelijke effecten van georganiseerde criminaliteit op de samenleving. De kern van het begrip ondermijning is dat het niet alleen gaat om georganiseerde criminaliteit op zich, maar vooral om de maatschappelijke schade ervan. Deze criminaliteit is bedreigend vanwege onder meer het risico op verslaving, geweld, slachtofferschap (bijvoorbeeld uitbuiting) of oneerlijke concurrentie. Criminelen kunnen met drugshandel, drugsproductie, arbeidsuitbuiting en fraude veel geld verdienen. Dit geld kan vervolgens worden witgewassen door te investeren in vastgoed of bedrijven. De onderwereld en de bovenwereld raken zo meer en meer met elkaar verweven. Criminelen schermen hun zaken af, maar hebben de legale wereld, waaronder het lokaal bestuur, ook nodig. Bijvoorbeeld voor vergunningen (zoals een horeca- of een bouwvergunning), voor een wijziging van een bestemmingsplan, om arbeidsmigranten in te schrijven, om BSN-nummers aan te vragen, voor een subsidieaanvraag, om vastgoedprojecten te ontwikkelen of om zorgcontracten af te sluiten.

Bij de preventieve en repressieve aanpak van ondermijning heeft de gemeente een belangrijke taak in aanvulling op de misdaadbestrijding door opsporingsinstanties. Daarbij is ondermijning niet alleen een zaak van het team openbare orde en veiligheid, maar ook van andere teams binnen de gemeentelijke organisatie. Daarmee is het in feite een verantwoordelijkheid van de gehele ambtelijke organisatie. Aanpak van het onderzoek Het doel van het onderzoek was om na te gaan of de aanpak in Barneveld om ondermijnende criminaliteit te voorkomen en te bestrijden doeltreffend is. De onderzoeksvragen zijn gericht op: 1. criminele gelegenheidsstructuren en kansen voor criminelen in Barneveld; 2. vormen van ondermijnende criminele praktijken die zich voordoen in de gemeente; 3. het beleid van de gemeente en de effectiviteit van de ondermijningsaanpak; 4. beschikbare informatie, inzicht in ondermijning; 5. de uitvoeringsorganisatie; 6. samenwerking binnen de gemeente en samenwerking met ketenpartners; 7. betrokkenheid gemeenteraad.

-3-

Voor het beantwoorden van de vragen hebben de onderzoekers gegevens uit open bronnen (mediaberichten), politieregistraties, registraties van de website “Zicht op ondermijning”1, gecombineerd met de informatie uit diverse interviews. Er is gesproken met een twintigtal gemeenteambtenaren, de burgemeester, een afvaardiging van de gemeenteraad, een zestal inwoners, een drietal medewerkers van de politie en twee medewerkers van het RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum). In het onderzoek zijn de feitelijke ervaringen, maar ook percepties en inschattingen van respondenten belangrijke bronnen. De verstrekte informatie is deels gebaseerd op strafrechtelijke en/of bestuurlijke dossiers, maar ook op beelden en ervaringen, en op controles en sociaal-preventieve inspanningen. In het onderzoek zijn geen strafdossiers nader bestudeerd. Hoewel de respondenten zich in hun uitspraken vaak baseren op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen, moet benadrukt worden dat het hier wel gaat om professionals met veel materie- en locatiekennis. In de bestrijding van ondermijnende criminaliteit zijn ook - en misschien wel juist - vermoedens en signalen die serieus moeten worden genomen. Vermoedens vragen om opvolging (onderzoek, registratie, analyse) om vast te kunnen stellen of het feiten zijn en actie nodig is.

Ook als de feitelijkheid (nog) niet kan worden vastgesteld, kunnen vermoedens aanleiding en reden geven tot actie (meer surveillance, handhaving, overleg met bewoners of recherche). Het rekenkameronderzoek maakt duidelijk dat de werkelijkheid groter is dan de registraties van aantoonbare feiten.. Bij de aanpak van afgeschermde ondermijnende praktijken is het dan ook van belang om gebruik te maken van de materie- en straatkennis van professionals. In Barneveld wordt dit goed aangevoeld en in de praktijk gebracht door de ambtelijke aanjagers van de gemeentelijke ondermijningsaanpak. Conclusies Criminele gelegenheidsstructuren en kansen voor criminelen in Barneveld De ligging van Barneveld en de sociaal economische en culturele kenmerken, alsmede de lokale infrastructuur en bedrijvigheid bieden kansen voor criminelen: • Geografisch: Barneveld is goed bereikbaar over de weg en ligt het centraal tussen drie verschillende drugsmarkten: Amersfoort en omgeving, Veenendaal/Ede/Wageningen /Arnhem en Ermelo/Harderwijk/Zeewolde. • Sociaal economisch: Er is veel bedrijvigheid in Barneveld. Er zijn relatief veel bedrijven in branches die landelijk bekend staan als ‘risicobranches’, bijvoorbeeld bouwbedrijven, financiële dienstverlening, autobedrijven en handel in en verhuur van ontroerend goed. Daarnaast zijn er in de gemeente Barneveld veel vakantieparken.

Hier kunnen criminele activiteiten plaatsvinden die eenvoudig uit beeld kunnen blijven.

1

Dit is een digitaal dashboard met ondermijningsdata per gemeente waarin CBS-data gecombineerd zijn met data van andere betrouwbare landelijke bronnen. Dit dashboard is tot stand gekomen uit een samenwerking tussen verschillende lokale en landelijke overheden, geïnitieerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

-4-

•

Er is veel vraag naar goedkope arbeidskrachten waardoor risico’s op arbeidsuitbuiting en misstanden met betrekking tot huisvesting aanwezig zijn. Cultureel: De gemeenschap is gesloten tegenover de overheid in het algemeen en ook tegenover de politie en de gemeente, er is weinig vertrouwen in de overheid. De overheid moet zich zo min mogelijk bemoeien met ondernemers en burgers, is de algemene teneur. Alcohol- en drugsgebruik zijn geaccepteerd, wie hard werkt heeft recht op alcohol en drugs c.q. een verzetje, zo wordt geredeneerd. Dit leidt regelmatig tot rijden onder invloed van drugs en/of alcohol en gevaarlijk verkeersgedrag. Er is binnen de Barneveldse gemeenschap sprake van een groot gevoel van zelfredzaamheid: we lossen het zelf wel op.

Ondermijnende criminele praktijken doen zich veelvuldig voor Criminele praktijken die ondermijnend werken en veel voorkomen in Barneveld zijn drugshandel, rijden onder invloed (van drank en/of drugs), misstanden met arbeidsmigranten, illegale vuurwerkhandel en in toenemende mate zorgfraude. Dit komt onder andere naar voren uit politieregistraties. Uit deze registraties blijkt dat drugsproductie ook regelmatig voorkomt en dat drugscriminaliteit verweven kan zijn met andere criminaliteit, bijvoorbeeld witwassen en vermogensdelicten. Respondenten hebben signalen en vermoedens over risicobranches, zoals handel in vastgoed, maar concrete informatie hierover ontbreekt. Hierdoor is er onvoldoende zicht op ondermijnende criminaliteit. Ook het toezicht door de gemeente op de vakantieparken is beperkt, waardoor kansen ontstaan voor criminele activiteiten. Gemeentelijk beleid: weinig ‘beleidstheorie’, vooral actiegericht Het beleid in Barneveld is vastgelegd in het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2019-2022 (verlengd tot en met 2023). Dit plan is samen met de gemeenten Nijkerk en Scherpenzeel opgesteld. Dit IVP en het bijbehorende uitvoeringsprogramma bestaan uit een optelsom van veel verschillende actiepunten / activiteiten die onderling niet of nauwelijks samenhang vertonen.

Het ontbreekt in feite aan een zogenoemde ‘beleidstheorie’, dat wil zeggen de samenhang tussen doelen, middelen en beoogde effecten. • Het coalitieakkoord 2022-2026 en de verwachte groei van de gemeente zorgden in 2022 voor aandacht voor de gemeentelijke ondermijningsaanpak. De gemeenteraad stelde vervolgens budget beschikbaar voor drie extra formatieplaatsen, waaronder twee formatieplaatsen specifiek voor de ondermijningsaanpak. Tot dan toe was sprake van een minimale ambtelijke bezetting. Gezien het toenemend aantal taken, de groei van het aantal inwoners en de aanwezigheid van relatief veel toeristen, recreanten en arbeidsmigranten, blijft de ambtelijke capaciteit een punt van zorg. • Er is een pragmatische en actiegerichte werkwijze ontstaan die vooral gericht is op het verzamelen van informatie (signalen uit ‘het veld’), het uitvoeren van acties en interventies en het leren in de praktijk aan de hand van casuïstiek. Van een

-5-

•

gestructureerde verzameling en monitoring van informatiestromen is geen sprake. Beleidsdocumenten en de daarin opgenomen doelen en activiteiten spelen nauwelijks een rol. De huidige ondermijningsaanpak is dan ook niet aantoonbaar gebaseerd op inhoudelijke analyses en gemeentelijke beleidskaders. De huidige ondermijningsaanpak in Barneveld is nog te pril om uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit.

Bewustwording in ambtelijke organisatie is gestimuleerd door regelmatige interne informatie-uitwisseling • Ondermijning is in 2022 en 2023 nadrukkelijk onder de aandacht gebracht bij de ambtelijke organisatie. Er zijn wekelijkse en maandelijkse overleggen waar concrete casussen van ondermijning worden besproken. Ambtenaren van verschillende afdelingen sluiten aan bij deze overleggen. Daarnaast zijn er trainingen gegeven aan ambtenaren over herkenning van ondermijning en hoe hier mee om te gaan. • Er is recent een meldpunt ingericht voor signalen over mogelijke ondermijning. Ambtelijke uitvoering is kwetsbaar • De aandacht voor ondermijning binnen de ambtelijke organisatie heeft de ogen van diverse ambtenaren geopend, maar dat betekent nog niet dat dit in de praktijk voldoende is. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de toepassing van Bibob toetsen. Deze toetsing blijft vrijwel beperkt tot enkele risicobranches. De gemeente heeft geen Bibobcoördinator. Ook ontbreekt een goed werkend werkproces voor hoe om te gaan met rapportages over drugscriminaliteit die de politie aanlevert. • De capaciteit van het team openbare orde en veiligheid (OOV) is (nog steeds) beperkt. Gezien deze beperkte capaciteit en het feit dat alleen maar meer taken aan gemeenten worden gedelegeerd is dit voor de ondermijningsaanpak een risico.

• De huidige projectleider ondermijning heeft veel ervaring en expertise en heeft een belangrijke sleutelpositie in de aanpak van ondermijning. Doordat veel kennis bij één persoon ligt maakt dit de aanpak en continuïteit kwetsbaar. • De gemeente Barneveld beschikt over negen boa’s. Door het oppervlak van de gemeente en door de optelsom van taken valt het de boa’s zwaar om naast het reguliere werk een bijdrage te leveren aan de ondermijningsaanpak. De boa-formatie is krap en dat knelt bij de sterke groei van inwoners en bedrijvigheid in de gemeente. • De samenwerking met externe partners als de politie verloopt goed, er zijn casusoverleggen waar ook de politie aan deelneemt. Ook laagdrempelige contacten met inwoners leveren de nodige signalen op. Raad heeft vertrouwen in de ondermijningsaanpak en heeft oog voor kwetsbaarheid • De raad heeft ingestemd met het IVP 2019-2022 (verlengd tot en met 2023) en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. De raad ondersteunt dit veiligheidsbeleid en de gekozen prioriteiten en heeft vertrouwen in de aanpak van ondermijning door de

-6-

•

burgemeester, de ambtenaren en de politie. Raadsleden vinden dat het college hen voldoende informeert over de aard en omvang van de criminaliteit in de gemeente. De raad heeft oog voor de belasting van ambtenaren door de gemeentelijke schaalsprong en voor de taakuitbreiding van ambtenaren op het veiligheidsdomein. Dit blijkt met name uit de toekenning van budget voor de formatie-uitbreiding van het team Veiligheid, Vergunningen en Toezicht.

Samenvattende conclusies 1. De aanpak van ondermijning in Barneveld was gebaseerd op de in het IVP 2019-2022 opgenomen activiteiten / actiepunten en het coalitieakkoord. Het IVP kent echter geen beleidskader en ook een gemeentelijk beleidskader ontbreekt. Er gaat geen sturing uit van het IVP. De aanpak van ondermijning is dan ook actiegericht en ontstaat in de praktijk. De aanpak kenmerkt zich door een ad hoc aanpak die veelal reactief is, zonder beleidsvorming en de opbouw van een goede informatiepositie. 2. De uitvoering van de ondermijningsaanpak is in de gemeente Barneveld kwetsbaar, doordat die afhankelijk is van enkele ambtelijke sleutelfiguren met veel ervaring en expertise. Indien de beschikbare ambtelijke capaciteit beperkt blijft en er niet geanticipeerd wordt op toekomstige ontwikkelingen zal dit ten koste gaan van de effectiviteit van de ondermijningsaanpak.

Aanbevelingen 1.

2.

3.

4.

Verzoek het college om op een zo kort mogelijke termijn een goed onderbouwde beleidsvisie voor te laten leggen aan de raad, waarin tevens een duidelijke relatie met het IVP wordt aangegeven. Hierdoor ontstaat continuïteit en kunnen duidelijke kaders worden aangebracht en prioritieten gesteld. Een goede informatievoorziening en een bijbehorende monitoring zijn hiervoor essentieel. Verzoek het college om de informatieverzameling over ondermijning te verbeteren en te verbreden zodat bestaande blinde vlekken worden vermeden. Betrek daarbij het jongerenwerk en medewerkers sociaal domein en zorg voor uitgebreidere informatie over vakantieparken. . Verzoek het college om ervoor te zorgen dat de kwetsbaarheid van de ambtelijke organisatie vermindert ten aanzien van de aanpak van ondermijning. Gezien de huidige beperkte capaciteit en het feit dat alleen maar meer taken aan gemeenten worden gedelegeerd moeten prioriteiten worden gesteld, zodat de beschikbare capaciteit zo effectief mogelijk kan worden ingezet. Vraag het college om te zorgen voor expertise ten aanzien van Bibob toetsing, zodat deze toetsing breder toegepast kan worden, dus op alle beleidsterreinen en niet uitsluitend bij risicobranches.

-7-

1. Inleiding 1.1 Wat is ondermijning? Dit onderzoek beschrijft en analyseert de ondermijnende criminaliteit én de (gemeentelijke) aanpak daarvan in de gemeente Nijkerk. Ondermijning betreft de schadelijke effecten van georganiseerde criminaliteit. Bij de preventieve en repressieve aanpak daarvan heeft de gemeente een belangrijke taak, in aanvulling op misdaadbestrijding door opsporingsinstanties. Dit onderzoek combineert bestuurskunde en criminologie: empirisch onderzoek naar criminele kansen en praktijken en naar het functioneren van de gemeente (en partners) als opmaat voor realistische aanbevelingen. De term ‘ondermijning’ plaatst het vraagstuk van de georganiseerde criminaliteit op de agenda van het lokaal bestuur. Ondermijning betreft, in het kort, de schadelijke (lokale) effecten van georganiseerde criminaliteit2 op de samenleving. Zij tast de beoogde en legale werking van het samenlevingssysteem aan. Een belangrijk ondermijnend effect is dat georganiseerde criminaliteit te vaak loont en dat (witgewassen) crimineel geld wordt geïnvesteerd in vastgoed en bedrijven (LIEC, 2019). Dit resulteert in bewegingen van de ‘onderwereld’ naar de ‘bovenwereld’. De kern van het begrip ondermijning is dus dat het niet alleen gaat om georganiseerde criminaliteit an sich, maar om de maatschappelijke schade daarvan.

Deze criminaliteit is bedreigend vanwege onder meer het risico op verslaving, geweld, slachtofferschap (b.v. uitbuiting) of oneerlijke concurrentie. Tegelijkertijd gaat er aantrekkingskracht uit van de criminele wereld (Tops & Tromp, 2017). Met drugshandel, drugsproductie, arbeidsuitbuiting en fraude kan veel geld worden verdiend. Criminelen investeren in bedrijven, zorgen voor illegale en semilegale werkgelegenheid of leveren (te) goedkope arbeidskrachten. Ondermijnende criminaliteit is georganiseerde criminaliteit die dicht bij burgers, lokale bestuurders en gemeenteambtenaren komt (Tops & Van der Torre, 2015). Criminelen schermen praktijken af, maar georganiseerde criminelen hebben de legale wereld – waaronder het lokaal bestuur – hard nodig. Bijvoorbeeld voor vergunningen (b.v. een horeca- of een bouwvergunning), voor een wijziging van een bestemmingsplan, om arbeidsmigranten in te schrijven, om BSN-nummers aan te vragen, voor een subsidieaanvraag, om vastgoedprojecten te ontwikkelen of om zorgcontracten af te sluiten. Het is daarom belangrijk dat ambtenaren en bestuurders zaken niet alleen juridisch of economisch beoordelen, maar ook op ondermijningsrisico’s. Het betekent ook dat ‘ondermijning’ niet een kwestie is van alleen de burgemeester of van ambtenaren op het terrein van openbare orde en veiligheid en van toezicht, handhaving en 2

Omschrijvingen van het begrip georganiseerde criminaliteit bevatten doorgaans de volgende elementen: het gaat om groepen die gericht zijn op illegaal gewin, die stelselmatig delicten plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving en die in staat zijn deze delicten af te schermen met geweld of corruptie (Fijnaut e.a., 1996). Inmiddels is de communis opinio dat de georganiseerdheid het best kan worden opgevat als een netwerk van groepen en groepjes, die allemaal hun specifieke positie of functie hebben in een soort los-vast netwerk.

-8-

vergunningverlening. Ondermijning raakt veel afdelingen of teams in de gemeentelijke organisatie. Naast klassieke veiligheidsafdelingen gaat het in bijzonder om de ‘harde sector’ (vastgoed, projectontwikkeling, economische zaken), het sociaal domein, burgerzaken en diverse ambtenaren of (ingehuurde) professionals die vanwege hun taak op straat komen. De consequentie is dat behoefte bestaat aan ‘gemeentelijke integraliteit’: ambtelijke afdelingen die samenwerken en informatie delen.

1.2 Onderzoeksvragen Dit onderzoek beantwoordt de volgende criminologische en bestuurskundige onderzoeksvragen. Dat legt de basis voor beantwoording van de hoofdvraag naar de doeltreffendheid van de ondermijningsaanpak door de gemeente Barneveld (en ketenpartners). Criminologische vragen 8. Wat zijn belangrijke criminele gelegenheidsstructuren in de gemeente Barneveld? 9. Welke vormen van ondermijnende criminele praktijken doen zich voor in de gemeente Barneveld? Wat kan worden gezegd over de maatschappelijke effecten en over de locaties en branches die het betreft? Bestuurskundige vragen Beleid en effectiviteit 10. Wat is de beleidstheorie bij de gemeentelijke en integrale aanpak van ondermijning? Welke doelen zijn geformuleerd en op welke verschijningsvormen van ondermijning zijn die gericht? 11. Welke instrumenten benut de gemeente (met partners) in het kader van de ondermijningsaanpak en hoe is de bestuurlijke en ambtelijke organisatie daartoe ingericht? 12. Wat kan worden gezegd over de effecten van de ondermijningsaanpak? 13. In welke mate heeft de ondermijningsaanpak geresulteerd in (ambtelijke en bestuurlijke) weerbaarheid tegen ondermijning? 14. Welke kansen, knelpunten en dilemma’s zien professionals, bewoners en ondernemers bij de ondermijningsaanpak? Samenwerking 15.

Hoe verloopt de samenwerking tussen de gemeente en de belangrijkste partners bij de ondermijningsaanpak? Bestaat er duidelijkheid over de taken of rollen en in hoeverre is dit geformaliseerd? 16. Hoe wordt samengewerkt in de driehoek van burgemeester, officier van justitie en lokale politiechef? Hoe is dit ingebed in de gemeentelijke organisatie?

-9-

17. Hoe verloopt het contact, de samenwerking en informatieverstrekking aan en door inwoners, ondernemers en lokale organisaties? Gemeenteraad 18. Hoe wordt de raad geïnformeerd over de resultaten en effecten van het uitgevoerde beleid? 19. In hoeverre is er bij de raadsfracties aandacht voor integriteit en ondermijning?

1.3 Onderzoeksactiviteiten Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, zijn tot en met september 20233 verschillende onderzoeksactiviteiten uitgevoerd, namelijk: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

Een startbijeenkomst met twee ambtenaren. Interviews en (groeps-)interviews met in totaal twintig ambtenaren, verdeeld over zeven gesprekken. Voorafgaand aan de interviews heeft de projectleider ondermijning een vragenlijst ontvangen en ingevuld. Een interview met de burgemeester en de gemeentesecretaris. Een interview met twee RIEC-medewerkers We hebben drie politiefunctionarissen gesproken. Op een avondbijeenkomst spraken we met zes burgers. We hebben een groepsgesprek gevoerd met zes raadsleden. We hebben documenten opgevraagd en mediaberichten verzameld en bestudeerd. Van de politie ontvingen we registraties van drugsincidenten en van vermogensdelicten. Die hebben we benut in dit rapport. Zie bijlage 2 voor een toelichting op deze registraties. We hebben data gebruikt die is verzameld in het kader van het zogenoemde project ‘Zicht op Ondermijning’.4 We hebben observaties verricht in de gemeente.

We wilden een verdiepende analyse (casusonderzoek) uitvoeren naar bedrijven (en daarbij betrokken subjecten), waarover bij uitvoerende professionals vermoedens bestaan omtrent ondermijnende praktijken, waarna in politiemutaties zou worden geanalyseerd wat bekend is over criminaliteit door deze (rechts)personen. Deze analyse is beperkt gebleven tot een gesprek met street-level professionals van de gemeente. De politie heeft besloten geen informatie te delen vanwege het afbreukrisico. Van onze kant tonen we daarvoor begrip. Hierdoor is geen apart hoofdstuk opgenomen dat ingaat op de casusanalyse, maar zijn de resultaten van het groepsgesprek verwerkt in hoofdstuk 2. 3 4

Enkele interviews hadden plaats na deze maand. Te raadplegen via: https://www.zichtopondermijning.nl/

-10-

Door de opzet van deze studie worden open bronnen en registraties (van de politie en ‘Zicht op Ondermijning’) gecombineerd met de kennis en inzichten van (ook uitvoerende) professionals. Straatinformatie en vakkennis van politiemensen, ambtenaren en andere professionals (b.v. jongerenwerk) zijn onmisbaar om het lokale gezicht van de georganiseerde misdaad levensecht in kaart te brengen (Tops en Van der Torre, te verschijnen). In deze studie zijn de informatie en inschattingen van respondenten dus een belangrijke bron voor de beschrijving van ondermijning in de gemeente Barneveld. De aldus verstrekte informatie is deels gebaseerd op strafrechtelijke of bestuurlijke dossiers en/of op ervaringen, onder meer bij controles of bij sociaal-preventieve inspanningen, al hebben we zelf geen dossiers bestudeerd. Ook vertelden respondenten op basis van feiten en kennis over criminele kansen en zijn respondenten uiteraard bevraagd over de beleidsmatige en organisatorische gang van zaken. Onze respondenten baseren zich deels op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Hoewel het gaat om professionals met veel materie- en locatiekennis, verstrekten ze ook informatie over mogelijke criminaliteit en overtredingen die niet zijn bewezen.

Zo dient de tekst dus steeds te worden gelezen, namelijk als een weergave van professionele ervaringen, inzichten en inschattingen wat betreft georganiseerde criminaliteit en ondermijning. In de bestrijding van ondermijning zijn ook vermoedens - en misschien wel juist vermoedens - signalen die serieus moeten worden genomen. Vermoedens vragen om opvolging (onderzoek, registratie, analyse of overleg met professionals of burgers) om vast te kunnen stellen of het feiten zijn en actie nodig is. Wie zachte signalen of vermoedens zou typeren en als aannames, en deze laat rusten, mist een kans om inzicht te krijgen in afgeschermde ondermijnende praktijken (Tops en Van der Torre, te verschijnen).

1.4 Normenkader Ten behoeve van onderzoek naar de gemeentelijke aanpak van ondermijning hanteren we een normenkader dat we door de jaren heen hebben ontwikkeld. Het gaat daarbij om de kwalitatieve en kwantitatieve slagkracht van de gemeentelijke (veiligheids-)organisatie bij het voorkomen en bestrijden van ondermijning, afgezet tegen lokale criminele kansen en praktijken. Er gelden dus geen absolute normen. Het is bedoeld als houvast bij de (beoordeling van de) ontwikkeling van maatwerk bij de ondermijningsaanpak. Het helpt bij het onderkennen van verbeter- en ontwikkelpunten. Het normenkader is opgenomen in bijlage 1 en bestaat uit zes onderdelen, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Beleidstheorie Informatie: inzicht, signalen, overzicht en analyse De (kern van de) ambtelijke uitvoeringsorganisatie Gemeentelijke integraliteit Externe netwerkvorming: publiek en privaat Politieke verantwoording en sturing -11-

1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de criminele gelegenheidsstructuren en hoofdstuk 3 de ondermijnende praktijken. Hoofdstuk 4 heeft een bestuurskundige invalshoek en gaat in op het gevoerde beleid, de uitvoeringsorganisatie, de interne en externe samenwerking bij de ondermijningsaanpak en de rol en functie van de gemeenteraad bij de ondermijningsaanpak. Hoofdstuk 5 geeft antwoord op de onderzoeksvragen. In de bijlage worden de onderzoeksbevindingen samengevat op basis van het normenkader.

-12-

2. Ondermijning: gelegenheidsstructuren Dit hoofdstuk analyseert de criminele gelegenheidsstructuren. Voor bestudering van de criminele kansen in een bepaald gebied kan onderscheid worden gemaakt tussen vier factoren, namelijk: situationeel, sociaaleconomisch, cultureel en de beleidsmatige en organisatorische slagkracht van de veiligheidsorganisatie. Dit laatste komt aan bod in hoofdstuk 4. De overige drie factoren worden beschreven in de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3.

2.1 Situationele factoren De Gelderse gemeenten Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel vormen tezamen het grondgebied van het basisteam Veluwe Vallei Noord van de politie-eenheid Oost-Nederland. Het gebied ligt grofweg ingeklemd tussen de stad Amersfoort en het dunbevolkte buitengebied van de Veluwe, op korte reistijd van Utrecht, Veenendaal, Ede, Arnhem en Apeldoorn. Dit maakt het een aantrekkelijk woongebied vanwege de groene leefomgeving, dichtbij steden. Het basisteam Veluwe Vallei Noord beslaat drie gemeenten. De gemeente Scherpenzeel is (erg) klein, met 10.393 inwoners. De gemeente Nijkerk telt 45.029 inwoners en drie kernen (Nijkerk, Hoevelaken en Nijkerkerveen). Gemeente Barneveld is duidelijk groter, want die gemeente telt 61.769 inwoners en heeft een totale oppervlakte van 176,7 km². De gemeente telt tien kernen die qua inwonertal sterk uiteenlopen: van Barneveld (35.095 inwoners) tot en met De Glind (620 inwoners), Kootwijk (275 inwoners) en Achterveld (145). Twee kernen tellen meer dan 10.000 inwoners: naast Barneveld betreft het Voorthuizen, met 11.340 inwoners. Er zijn vijf kernen met meer dan duizend en minder dan zesduizend inwoners, namelijk: Kootwijkerbroek, Garderen, Stroe, Terschuur en Zwartebroek.

Voor het gehele grondgebied van het basisteam betekent dit dat het aantal inwoners uitkomt op 117.191, met een oppervlakte van 262,6 km² en in totaal veertien kernen. De gemeente Barneveld is centraal gelegen, midden in de natuur. Dit geeft het gebied aantrekkingskracht, maar de (goede) fysieke infrastructuur levert ook criminele kansen op: a. Toerisme en niet-geregistreerde arbeidsmigranten en bewoners: werklast voor gemeente en politie. b. Een sub-infrastructuur voor drugscriminaliteit. Ad a.) Toerisme en niet-geregistreerde arbeidsmigranten en bewoners: werklast voor gemeente en politie. De gemeente Barneveld heeft aantrekkingskracht op (dag-)toeristen, getuige het grote aantal hotels, vakantieparken en wandel- en fietsroutes. Als het toerisme wordt meegeteld, verblijven er in de zomermaanden (en ook in het ruimere recreatieseizoen) veel meer mensen in de (omgeving van de) gemeente Barneveld dan het aantal inwoners doet

-13-

vermoeden. Hier komt bij dat op de vakantieparken meer mensen (langere tijd) verblijven of wonen, inclusief arbeidsmigranten, dan staan ingeschreven in de BRP-registratie. Toch zijn de politiesterkte en gemeentebegroting in belangrijke mate gebaseerd op het formele inwonertal.5 Toerisme en illegale bewoning resulteren in extra werk voor gemeente en politie, onder meer bij toezicht op de openbare orde, het reageren op meldingen/incidenten en controles om vast te stellen wie er nu precies in de gemeente wonen. Bij de ondermijningsaanpak is alertheid geboden op illegale bewoning, op de gang van zaken op de 57 vakantieparken en op de vraag wat de woon-, werk- en leefsituatie is van arbeidsmigranten. Worden ze rechtmatig behandeld of niet? Ad b.) Een sub-infrastructuur voor drugscriminaliteit. De Nederlandse drugseconomie lift als het ware mee op de (vitale) legale economie in ons land. Zowel de criminele als de legale wereld profiteren van de uitstekende infrastructuur. De gemeente Barneveld is over de weg goed bereikbaar. De gemeente ligt aan de A1 – op de route van Amersfoort naar Apeldoorn - en vlakbij de A28. Utrecht licht op korte afstand; circa 40 kilometer. De A30 verbindt Barneveld met Ede en Veenendaal, waar vandaan Arnhem dichtbij is over de A12. Aan de Noordkant van de A1 liggen Voorthuizen en Garderen; over N-wegen zijn Harderwijk, Ermelo en Zeewolde goed bereikbaar.

Deze ligging plaatst de gemeente in de omgeving van de volgende drugsmarkten: ▪

▪ ▪

De drugsmarkt in Amersfoort en omgeving, waaronder in en rondom de stad Utrecht. Deze markt kenmerkt zich onder andere door goed georganiseerde (internationale) cocaïnehandel. Er bestaat overlap tussen de drugswereld in Amersfoort en die in de gemeente Nijkerk. Drugshandelaren uit Nijkerk zijn onder meer actief in de gemeente Barneveld (zie verder paragraaf 2.2). De drugsmarkt in Veenendaal, Ede, Wageningen en Arnhem. De drugsmarkt in het gebied van de gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde.

Voor de gehele gemeente geldt dat er veel bedrijven en ondernemers actief zijn: op agrarische grond, op bedrijventerreinen en op andere bedrijfslocaties. Deze subinfrastructuur biedt kansen aan drugscriminelen om ‘mee te liften’.

2.2 Sociaaleconomische factoren De lokale economie is in veel opzichten vitaal, getuige bijvoorbeeld het vraagoverschot naar bedrijfspanden, de aantrekkingskracht van de gemeente als woonplaats (ook op mensen uit 5

En op andere factoren, waaronder factoren die leiden tot politiesterkte in verstedelijkt gebied, zoals het aantal aangiften en de omgevingsadressendichtheid. Landoppervlakte speelt ook een rol, al corrigeert dit in beperkte mate voor plattelandsgemeenten. In 2017 werd in twee onderzoeken geconstateerd dat de politiesterkte op het platteland problematisch is. Van der Torre en Van Valkenhoef (2017) constateren dat de politie - ook volgens politiemensen zelf - op twee (voor dit rapport relevante) punten onder elke reële ondergrens is beland. Het betreft de politieaanwezigheid in het buitengebied en de lokale opsporing. Het rapport ‘Vanaf de Zijlijn Bekeken’ constateert in 2017 dat de Nationale Politie te veel is gericht op de Randstad (Wiegant, 2017). Er dreigt “politieloosheid” op het platteland, waar de geüniformeerde politie (‘blauw’) te vaak ontbreekt, net als voldoende recherchecapaciteit.

-14-

de Randstad) en de omvangrijke toeristische sector. De gemeente telt van oudsher ook veel agrarische bedrijven. Daar speelt vandaag de dag de discussie over stikstof en over de toekomst van de sector, temeer vanwege de nabijheid van uitgestrekte beschermde natuurgebieden. Het is in de gemeente Barneveld redelijk gemakkelijk om winkelpanden te verhuren aan ondernemers. Er zijn namelijk tal van bonafide (‘gewone’) bedrijven geïnteresseerd in bedrijfs- en winkelpanden die actief zijn in de detailhandel, horeca of dienstverlening en een goede omzet kunnen realiseren. Dit vermindert de investeringsruimte voor louche of criminele bedrijven. Toch schuilen er criminele kansen in de volgende lokale economische omstandigheden: a. Een optelsom van vakantieparken b. Risicobranches c. Vraag naar goedkope arbeid Ad a.) Een optelsom van vakantieparken Er bestaat in Gelderland een overschot aan vakantieparken of campings. Dat laat zich voelen in de gemeente Barneveld, met in totaal 57 vakantieparken: twaalf in Garderen, vijf in Kootwijk, 33 in Voorthuizen en zeven in Stroe. In het kader van het zogenoemde Ariadne-project is een basisanalyse gemaakt van deze parken. Daarbij wordt een risicoscore toegekend wat ondermijning betreft; rood (risico), groen (vitaal) of daar tussenin (oranje). De parken worden in vier opzichten beoordeeld: 1.) ruimte (o.a.

de ligging en de staat van recreatieobjecten en infrastructuur); 2.) economie (is er een goed recreatief aanbod?); 3.) sociaal (zijn de gebruikers recreanten of niet?; en 4.) openbare orde en veiligheid (gebaseerd op informatie van politie en justitie en op waarnemingen door experts). Een deel van de parken heeft recreanten veel te bieden, al richt een “groot deel” van de parken zich niet (uitsluitend) op recreatie. In het geval dat parken niet worden gebruikt voor recreatieve activiteiten, gaat het in het bijzonder om wonen. Meer precies zijn de uitkomsten van het Ariadne-project als volgt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

22 parken scoren ongunstig op de variabele ruimte: vijf in Garderen; twaalf in Voorthuizen; en vijf in Stroe. 19 parken scoren ongunstig op de variabele economie: vier in Garderen; dertien in Voorthuizen; en twee in Stroe. Zes parken scoren ongunstig op de variabele sociaal: vier in Voorthuizen en twee in Stroe. Zes parken scoren ongunstig op de variabele openbare orde en veiligheid: vier in Voorthuizen en twee in Stroe. Er zijn vijf parken die over de hele breedte (de vier variabelen) ongunstig (rood) scoren: drie in Voorthuizen en twee in Stroe. Eén ander park in Voorthuizen scoort drie keer ‘rood’, plus oranje voor de variabele ‘sociaal’.

Er wordt geadviseerd om controles uit te voeren op de zes slechtst scorende parken. Ingrijpen wordt bestempeld als noodzakelijk. Dit wordt in de interviewronde beaamd, al wordt ook geconstateerd dat de risico’s op ondermijning op deze manier eenzijdig worden

-15-

gezocht aan de ‘onderkant’ van de recreatiesector. Deze parken kunnen fungeren als een soort vluchtheuvel: een plek om kwetsbare personen te huisvesten (b.v. arbeidsmigranten of zorgmijders) en/of een uitwijklocatie voor mensen die geen huis willen of kunnen vinden of die onder de radar willen blijven (b.v. criminelen). Er bestaan - zo blijkt uit onderzoek (Van der Torre & Spoorendonk, 2020) - ook ondermijningsrisico’s die niet zijn meegewogen in de uitgevoerde analyse: ▪ ▪

Er kan verdacht geld worden geïnvesteerd in parken die redelijk of goed scoren. Een versnipperd eigendom van het vastgoed op een vakantiepark bemoeilijkt de aanpak. Dat biedt mogelijkheden om te investeren in losse vakantiewoningen - met witwasmogelijkheden die algemeen geldend zijn in de vastgoedwereld (zie LIEC, 2019) - en/of om één of enkele woningen te verhuren ten behoeve van illegale bewoning.

Ad b.) Risicobranches Bronnen - ‘Zicht op ondermijning’ en respondenten - wijzen op risicobranches (zie bijlage 4 voor een toelichting op het begrip risicobranches). Er zijn in de gemeente Barneveld bovengemiddeld veel bedrijven actief in zes branches, namelijk de bouwnijverheid, financiële holdings, goederenvervoer over de weg, handel in en reparatie van auto’s, handel in en verhuur van onroerend goed en juweliers (zie tabel 2.1). Tabel 2.1: Het aantal vestigingen in een risicobranche per 10.000 inwoners in de gemeente Barneveld, provincie Gelderland en in Nederland, voor zes branches met een concentratie in de gemeente Barneveld (peilmoment: 2021, Q1) Barneveld

Gelderland

Nederland

Bouwnijverheid

221,5

116

124,4

Financiële holdings

177,6

139,8

150,8

Goederenvervoer over de weg

18

10,4

10

Handel in en reparatie van auto’s

31,2

25,6

20,9

Handel in en verhuur van onroerend goed

33,5

26,7

27,6

Juweliers

7,8

4,3

4,4

Bron: Zicht op Ondermijning

Ad c.) Veel vraag naar goedkope arbeid De lokale economie heeft behoefte aan goedkope arbeidskrachten, hetgeen in de praktijk vaak neerkomt op het inhuren van arbeidsmigranten (via uitzendbureaus). Veel van deze arbeidsmigranten werken in de gemeente Barneveld op bedrijfslocaties, onder meer op bedrijventerreinen zoals Harselaar-West en -Oost (Gemeente Barneveld, 2019). Deze migranten werken onder andere als productiemedewerker in de logistieke sector (bijvoorbeeld in een vleesfabriek) en in de agrarische sector.6 In 2019 werd het aantal 6

Barneveld vormt met de gemeenten Rhenen, Wageningen, Ede, Veenendaal, Nijkerk, Scherpenzeel en Renswoude het zogenoemde regionaal samenwerkingsverband Regio Foodvalley.

-16-

arbeidsmigranten dat in de gemeente Barneveld werkt geschat op 660 tot 880 personen (Gemeente Barneveld, 2019). Een goede schatting is lastig, zo constateert de gemeente, omdat veel arbeidsmigranten niet ingeschreven staan in de Basis Registratie Personen (BRP). Bovendien zijn er hoogstwaarschijnlijk ook veel arbeidsmigranten gehuisvest op één van de 57 vakantieparken in de gemeente Barneveld, terwijl ze elders in de regio werken. Door het grote aanbod van vakantiewoningen zijn er twee ‘gaten’: 1) tussen de BRP en de feitelijke (woon)situatie en 2) tussen de woonplaats en werklocatie. Het aantal arbeidsmigranten dat woont of verblijft in de gemeente Barneveld wordt geschat op ongeveer zestienhonderd. De toestroom van arbeidsmigranten resulteert in een huisvestingsopdracht. Dit is economisch gezien noodzakelijk, al levert het ook een risico op, namelijk de kans op overtredingen of strafbare feiten bij de werk- of woonomstandigheden van arbeidsmigranten (vgl. LIEC, 2019; Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 2020).

2.3 Culturele factoren Het sterk ontwikkelde arbeidsethos is, zo constateren respondenten, een rem op criminele kansen en praktijken. Voor velen is het vanzelfsprekend om hard te werken, als motor van de lokale economie. Vanuit de invalshoek van ons onderzoek komen culturele patronen in beeld die resulteren in criminele kansen: ▪

Geslotenheid en zelfredzaamheid. Lokale gemeenschappen hebben met elkaar gemeen dat ze doorgaans gesloten zijn tegenover politie en gemeente. Wie hard werkt, heeft status, zeker als daarbij (veel) geld wordt verdiend. Bedrijven en burgers dienen bij voorkeur geen ‘last’ te hebben van de overheid. Dit heeft consequenties voor het veiligheidsbeleid. Er worden niet snel tips verstrekt over overtredingen of strafbare feiten.

▪

Waardenconflicten. In de gemeente Barneveld komt een waardenconflict duidelijk naar voren: veel bewoners, zeker agrarische ondernemers, hebben weinig vertrouwen in de centrale overheid. In bepaalde kringen bestaat het diepgewortelde gevoel dat ondernemers in het buitengebied het nakijken hebben. Dit is in de ene kern sterker dan in de andere. Vandaag de dag is er boosheid en diep wantrouwen over het voorgenomen klimaat- en stikstofbeleid als onderdeel van het landbouwbeleid. Dit rapport is niet de plaats voor een analyse van deze onvrede, maar waardenconflicten blijven niet zonder gevolgen. Als mensen vinden dat de overheid elementaire zaken niet regelt of mensen langdurig in een onzekere situatie brengt, ontstaat leegte en wordt gezocht naar oplossingen. Regelovertreding – bijvoorbeeld milieuovertredingen (b.v. onrechtmatige mestverwerking), hennepteelt of illegaal wonen of bouwen – kan in bepaalde kringen worden gezien als acceptabele zelfredzaamheid.

-17-

▪

Vriendengroepen: alcohol, sociale media en drugs. Het sociale leven van jeugd en jongvolwassenen staat, zoals in het hele land, sterk onder invloed van sociale media. Dit heeft in de hand gewerkt dat het doen en laten van lokale vriendengroepen - die een belangrijke rol spelen in het sociale leven - als het ware open is gebroken en is aangesloten op het (nabije) stedelijke leven, bijvoorbeeld in Ede. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het aanbod (en gebruik) van drugs, zowel via Snapchat, Telegram als in directe contacten, onder meer in het onderwijssysteem. Naast het drugsgebruik is er al lange tijd veel alcoholgebruik. Dit leidt tot gevaarlijk verkeersgedrag, namelijk rijden onder invloed van drugs en/of alcohol. Door het drugsgebruik en door het besteedbare geld van (werkende) jongeren en jongvolwassenen is de drugsmarkt in de gemeente Barneveld interessant voor dealers. Wie hard werkt, heeft als het ware recht op ruimhartige consumptie van alcohol e.o. drugs, zo wordt gedacht.

2.4 Afsluiting Dit hoofdstuk analyseerde de criminele gelegenheidsstructuren. Het volgende hoofdstuk beziet waarin dit, voor zover bekend, resulteert. Hoofdstuk 3 gaat over ondermijnende praktijken.

-18-

3. Ondermijnende praktijken Dit hoofdstuk beschrijft en analyseert ondermijnende praktijken. Er wordt achtereenvolgens ingegaan op drugscriminaliteit (paragraaf 3.1), op de gang van zaken met betrekking tot vastgoed (paragraaf 3.2) en op vakantieparken (paragraaf 3.3). Paragraaf 3.4 gaat over signalen omtrent mensenhandel en daarna wordt kort ingegaan op enkele andere ondermijnende praktijken (paragraaf 3.5).

3.1 Drugs Als we kijken naar alle drugsgerelateerde politieregistraties in de gemeente Barneveld, zoals vermeld in tabel 3.1, laat dit een stevige toename zien sinds 2018 (zie bijlage 2 voor een toelichting op politieregistraties). In 2018 en 2019 gaat het bij elkaar om 285 registraties, tegenover 436 in 2021 en 2022. Dat is een toename met 53 procent. Per categorie zijn de belangrijke scores of trends als volgt: ▪

▪

▪ ▪

De meeste registraties worden genoteerd voor ‘overlast i.v.m. alcohol of drugs’ en voor ‘rijden onder invloed van drugs of een geneesmiddel, al dan niet in combinatie met alcohol’. In vijf jaar tijd, van 2018 tot en met 2022, betreft het respectievelijk 343 en 314 registraties. In 2021 en 2022 wordt ‘rijden onder invloed’ 169 keer geregistreerd; dat is 72 procent meer dan in 2018 en 2019. Met name in de kernen Barneveld, Terschuur en Voorthuizen wordt dit tussen 2018 en 2022 veel geregistreerd: respectievelijk 127, 83 en 57 keer. De geregistreerde overlast is toegenomen met 85 procent, van 108 (2018 en 2019) naar 166 (2021 en 2022). Als we kijken naar drugsproductie (vervaardigen van harddrugs of softdrugs) en de vondsten van drugsafval, worden in totaal 38 registraties genoteerd in de periode van 2018 tot en met 2022. De registraties voor ‘vervaardigen softdrugs’ dalen, met vijftien in 2018 en 2019 versus vier in 2020 en 2021. Dit komt overeen met de cijfers van Zicht op Ondermijning over Oost-Nederland, waaruit blijkt dat het aantal verdachten van de vervaardiging van softdrugs tussen 2012 en 2019 is afgenomen van 1.230 (in 2012) naar 860 (2019). Ook landelijk daalt het aantal aangetroffen hennepkwekerijen, terwijl de (door leveranciers geraamde) energiediefstal op hetzelfde niveau blijft.

We kunnen geen uitsluitsel geven over de lokale situatie, al zijn er verklaringen voor de afname van de registraties inzake ‘vervaardigen softdrugs’, zonder dat de hennepteelt daadwerkelijk afneemt.7 Hennepkwekerijen worden namelijk beter afgeschermd, onder andere door hitte-isolatie en klimaatregulering, waardoor minder onderhoud op locatie nodig is en dus minder

7

Zie: Nationale Politie, Nationaal Overzicht Drugslocaties 2022, 2023; en https://pvo-brabant-zeeland.nl/weermeer-drugslabs-in-2022-vooral-in-brabant/

-19-

▪

▪

aanloop. Daardoor neemt ook de kans op een melding door een burger af, los van de (geringe) meldingsbereidheid. Voor drugshandel (harddrugs en softdrugs) geldt dat de registraties op een laag niveau lagen en liggen, met 35 registraties in vijf jaar tijd. Dat zijn gemiddeld 0,6 registraties per maand. Professionals wijzen op lokale drugshandel, terwijl het aantal politieregistraties laag is. Deze discrepantie tussen straatinformatie en registraties komt doordat drugshandel een zogenoemd consensual crime is; een misdrijf dat wordt gepleegd met instemming tussen dealer en klant, zonder dat in directe zin slachtoffers worden gemaakt. Omdat burgers nauwelijks aangifte doet, worden de cijfers bepaald door investeringen van de politie. Daarbij is het vanwege gangbare criminele werkwijzen (afscherming, mobiele drugshandel) lastig om aanhoudingen te verrichten en bewijs te vergaren. De (bij elkaar opgetelde) registraties voor het bezit, de handel en het vervaardigen van hard- en softdrugs tussen 2018 en 2022 zijn voornamelijk gesitueerd in Barneveld (68), Voorthuizen (28), Terschuur (25) en Stroe (12).

Tabel 3.1 Politieregistraties van drugs-gerelateerde delicten in de gemeente Barneveld in de periode van 2018 tot en met 2022 (en die in 2023 tot media april), afgezet tegen drugs-gerelateerde registraties in het gehele basisteam Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel in dezelfde periode (Bron: politie). Gemeente Barneveld

Basiste am **

2018

2019

2020

2021

2022

2023*

2018 2022

20182022

Bezit harddrugs (Lijst I)

5

9

6

15

14

4

49

86

Bezit softdrugs (Lijst II)

4

5

5

5

12

0

31

49

Handel e.d. harddrugs (Lijst I)

1

10

2

8

7

4

28

73

Handel e.d. softdrugs (Lijst II)

1

1

2

3

0

0

7

16

Vervaardigen harddrugs (Lijst I)

1

1

1

0

1

0

4

5

Vervaardigen softdrugs (Lijst II)

6

9

6

3

1

0

25

40

Afval drugslab

2

1

0

6

0

0

9

11

Overige drugsdelicten

6

2

3

0

2

0

13

21

Aantreffen drugs (geen verdachte)

8

7

18

12

12

4

57

88

Overlast i.v.m. alcohol/drugs

47

61

69

75

91

24

343

809

Rijden onder invloed: drugs/ geneesmiddel, al dan niet i.c.m. alcohol

36

62

47

84

85

33

314

554

Totaal

117

168

159

211

225

69

880

1752

Noten * Cijfers tot en met medio april; ** gemeenten Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel

In de mediaberichtgeving over drugscriminaliteit en drugsgebruik in de gemeente Barneveld valt op dat Gelderland wordt getypeerd als een aantrekkelijke provincie voor drugsproductie, mogelijk mede vanwege verplaatsing uit Noord-Brabant (al blijft dat onzeker). De provincie Gelderland trekt vanaf 2021 elk jaar bijna een miljoen euro uit voor

-20-

de bestrijding van ondermijnende criminaliteit.8 De gemeenten Barneveld, Scherpenzeel en Nijkerk doen mee aan een publiekscampagne van Meldpunt Meld Misdaad Anoniem tegen drugslabs in het buitengebied.9 De betrokkenheid van personen in de gemeente Barneveld in de (ook bovenlokale) drugscriminaliteit komt naar voren in de interviewronde en het blijkt uit verschillende nieuwsberichten. De zes vondsten van drugsafval in de gemeente Barneveld in 2021 agendeerde de productie van synthetische drugs, net als eventuele verplaatsing vanuit Noord-Brabant én de milieuschade. Bij een grote vondst in 2019 werd namelijk 45.000 liter drugsafval aangetroffen, nota bene op een oude militaire basis die door de gemeente Barneveld werd verhuurd. Een artikel in het Algemeen Dagblad, op 24 oktober 2019, beschrijft de “Zorgen over oprukkende drugscriminaliteit” (zie tabel 3.2). Tabel 3.2: Een krantenbericht over de “oprukkende drugscriminaliteit” Meldpunt Meld Misdaad Anoniem is gisteren een publieks-campagne tegen drugslabs in het buitengebied begonnen. Barneveld, Scherpenzeel en Nijkerk werken mee aan de actie, omdat de drugscriminaliteit in deze gemeenten bezig is aan een stevige opmars. Drugscriminelen gebruiken steeds vaker afgelegen lege loodsen en boerenschuren in de Gelderse Vallei om harddrugs als xtc of amfetaminen te produceren.

Eigenaren ontvangen vaak duizenden euro's huur maar als ze willen stoppen, worden ze dikwijls bedreigd of krijgen ze te maken met geweld. Harrie Wilbrink, chef van het politieteam Veluwe Vallei Noord (Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel), maakt zich ernstig zorgen over de oprukkende drugscriminaliteit in zijn regio. ,,Een paar jaar geleden kregen we nooit meldingen over drugslabs, vorig jaar troffen we er enkelen aan in het buitengebied en dit jaar hebben we er nog meer opgerold. En dit is nog maar het topje van de ijsberg.' In het voorjaar besloot de politie en de gemeenten Nijkerk, Barneveld en Scherpenzeel de aanpak van drugscriminaliteit topprioriteit te maken. In juni deed de politie een inval in een loods in Voorthuizen en trof daar 45.000 liter drugsafval aan. Volgens de politie gaat het om de grootste hoeveelheid drugsafval die tot nu toe op één plek is aangetroffen in Nederland. Het pand bleek al sinds 2004 in handen van de gemeente te zijn. In juli rolde de politie een 'zeer groot drugslaboratorium' op in een voormalige vleesfabriek in Terschuur. Er werden twee verdachten aangehouden. De politie kwam het lab op het spoor na meldingen over stankoverlast en een chemische lucht in de omgeving. In september werd op bedrijventerrein de Harselaar in Barneveld 76 kilo harddrugs aangetroffen in een vrachtwagen.

Wat drugscriminaliteit betreft komen, meer concreet, de volgende patronen in beeld: ▪

Zorgen over drugsgebruik (in het verkeer). Jeugdigen en jongvolwassenen drinken, volgens “lokaal gebruik”, veel alcohol. Dit is min of meer geaccepteerd, al loopt dat volgens respondenten inmiddels wel de spuigaten uit. Hard werken geeft als het ware de status, het geld en de sociale ruimte om veel te drinken. Dit komt bij elkaar op de “vrijmibo”: de vrijdagmiddag-borrel, als afsluiting van de werkweek. Het alcoholgebruik gaat vandaag de dag vaak gepaard met drugsgebruik. Hard werken en de beschikbaarheid van geld resulteren dus in alcohol- en drugsgebruik. Dit wordt in de hand gewerkt doordat illegale handelaren de drugs – na bestelling via sociale

8

De Stentor, Alarmerend rapport provincie: “Pillen in uitgaanscircuit Amsterdam komen uit Gelderse drugslabs”, 14 januari 2020. 9 Algemeen Dagblad, Zorgen over oprukkende drugscriminaliteit, 24 oktober 2019.

-21-

media – waar dan ook bezorgen: op straat, aan huis, in de drankkeet of in een bedrijfspand. Drugsgebruik is geagendeerd vanwege verkeersrisico’s, getuige ernstige ongevallen. De hoge registraties voor ‘drugs in het verkeer’ komen mede doordat dit vraagstuk is geagendeerd en de politie alert is. Drugs in het verkeer kan worden gezien als indicatie voor drugsgebruik en drugshandel. Op beleidsniveau is niet bekend of de (naar schatting ongeveer dertig) drankketen inmiddels ook drugsketen zijn. Andere respondenten denken dat in de keten drank inmiddels ook wordt gecombineerd met drugs. ▪

Drugshandel: mobiele dealers. Drugshandelaren komen volgens respondenten waarschijnlijk vaker van buitenaf dan uit de gemeente Barneveld. Dealers zijn dagelijks en op bijna alle tijdstippen bereikbaar via sociale media, zoals app, Telegram of snapchat. Door de gemeente heen zijn verschillende locaties bekend waar drank en drugs wordt gebruikt en waar mobiele drugshandel plaatsvindt. Met name parkeerplaatsen worden genoemd. Mobiele dealers leveren, na bestelling, veel producten zoals cocaïne, designerdrugs (2-MMC en 4-MMC) speed en xtc. Desgewenst leveren ze mogelijk ook vape-sigaretten, illegale sigaretten, illegaal vuurwerk of snus. Volgens een expert is er in de gemeente Barneveld veel vraag naar designerdrugs. Gemeenterespondenten wijzen op dealers uit Ede. Die bestel- en handelslijn is gebaseerd op sociale contacten tussen inwoners van de gemeente Barneveld en die in Ede. Een politierespondent constateert dat ook dealers uit Nijkerk - een gemeente met goed georganiseerde drugshandelaren - frequent drugs (ook designerdrugs) verkopen in de gemeente Barneveld. De pakkans voor mobiele drugshandelaren is laag.

▪

Drugscriminelen benutten de lokale infrastructuur. De lokale infrastructuur biedt kansen aan drugscriminelen. Ze liften als het ware mee op de legale economie. Drugscriminelen gebruiken het wegvervoer, bedrijfspanden, het buitengebied en typisch lokale bedrijvigheid, zoals handel in kippenpoten en een vleesfabriek. Een respondent signaleert dat trailers worden gebruikt voor drugstransporten. De casus in onderstaande tabel laten zien dat bovenlokale drugsnetwerken opereren in de gemeente Barneveld. Dit zegt overigens niets over de omvang van deze patronen; dat is niet bekend.

Tabel 3.3: Drugscasus waarbij de lokale infrastructuur wordt benut ▪ Januari 2023: In een loods, tussen Haarlem en Schiphol, worden tussen zeventien pallets met bevroren kippenpoten 125 blokken van 1 kilo cocaïne aangetroffen. De lading is opgehaald in Barneveld. Er worden drie Nederlanders en een Italiaan aangehouden. De zaak wordt gelinkt aan de Italiaanse maffia; de Camorra.10

10

Bron: NRC, Nederland is dé drugsmarkt in Europa: cocaïne tussen de kip, 14 januari 2023.

-22-

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

September 2022: Twee mannen bouwden en verkochten ketels voor de productie van synthetisch drugs en gebruikten daartoe onder andere panden in Barneveld en Kootwijkerbroek. 11 Juli 2021: Vondst van hennepkwekerijen in een bedrijfspand aan de Hanzeweg in Barneveld. Er worden 598 hennepplanten aangetroffen, plus 550 potten met hennep-resten.12 November 2020: Vondst van een hennepkwekerij met 400 planten in een bedrijfspand aan de Gildenweg op bedrijventerrein de Harselaar.13 Juli 2019: Vondst van “zeer groot drugslaboratorium” in een voormalige vleesfabriek in Terschuur. Er worden een man uit Zuidland en een man uit Den Haag gearresteerd. 14 September 2019: Op bedrijventerrein de Harselaar wordt 76 kilo harddrugs aangetroffen in een vrachtwagen.15 Februari 2018: Vondst van een drugslab in een schuur bij een boerderij op de Valkseweg in Barneveld. In het woongedeelte bij de schuur werd ook nog een hennepkwekerij aangetroffen.16 November 2015: In een loods in Barneveld, van een transportbedrijf, worden vier drugscriminelen op heterdaad betrapt als ze een drugstransport naar Engeland voorbereiden. Er wordt 57 kilo cocaïne aangetroffen en 3 kilo heroïne. Naast een Engelsman en de bedrijfseigenaar arresteert de politie een man uit Vianen en vier personen uit Amersfoort, waaronder een vrouw en een autohandelaar. De bende wordt verdacht van tientallen drugstransporten naar Engeland. 17

Hennepteelt: lokaal en bovenlokaal. Hennepteelt is een typisch Nederlands verschijnsel. Personen en netwerkjes zijn vertrouwd geraakt met de aanleg van kwekerijen. Organisatoren verdienen stevig en het (regelende) middenkader verdient goed, afhankelijk van hun precieze functie. Volgens voorzichtige schattingen van justitie levert een doorsnee-kwekerij met 200 hennepplanten al ongeveer € 23.000,-op in de tussenhandel (Functioneel Parket Afpakken, 2016). Hierbij moet in ogenschouw genomen worden dat jaarlijks vijf of zes keer geoogst kan worden, waardoor de potentiële jaaropbrengst op ruim 100.000 uitkomt. De hoge handelsprijs komt door het internationale karakter van de Hollandse hennephandel (Noordanus e.a., 2020). Op buitenlandse markten worden hoge prijzen betaald voor (kwalitatief goede) Nederwiet. Hennepteelt is aanwezig in Oost-Nederland, ook in de gemeente Barneveld. Het zogenoemde project ‘Zicht op ondermijning’ heeft – mede op basis van daadwerkelijk aangetroffen hennepkwekerijen – modelmatig een schatting gemaakt van de mate waarin een (verhoogd) risico bestaat dat woningen (t.o.v. het totale woningen-bestand) worden gebruikt voor hennepteelt. Voor Nederland komt (peiljaar 2018) de gemiddelde score uit op 9,3 procent en voor de gemeente Barneveld een stuk lager, namelijk op 3,5 procent.

De kern met het hoogste risico op een woning met hennepteelt in de gemeente Barneveld, is Kootwijk: 19,7 procent. In

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13772173/1