G2. Brief prov. Gelderland aan min BZK feb2024
Tekst van het document
Datum
22 februari 2024 Zaaknummer
2022-006793
Ministerie van Binnenlandse Zaken T.a.v. de minister de heer H. de Jonge Directie Woningbouw Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG
Onderwerp
Extra woningen Gelderland voor 2030 Inlichtingen bij
Martijn Vellekoop 026 359 92 06 m.vellekoop@gelderland.nl Blad
1 van 3
Geachte minister, geachte heer De Jonge, Met deze brief reageren wij op uw brief van 30 januari 2024 met kenmerk 2024-0000029297. U vraagt ons een bijdrage te leveren aan de extra opgave van 45.000 woningen voor Nederland als geheel, middels minimaal 10.000 extra woningen in Gelderland in de periode tot en met 2030. We erkennen de opgave die u schetst en het ontbreekt in Gelderland ook niet aan de wil voor het bouwen van extra woningen. In 2023 realiseerden we in Gelderland 11.500 woningen van de 94.000 woningen (12%) die er in Nederland zijn gebouwd, dat zijn 1.000 woningen meer dan in 2022. En in onze brief van 14 november 2023, over de voortgang van de woondeals, hebben we daarom aangegeven ons in te willen spannen voor de realisatie van 5.000 extra woningen tot en met 2030. Het overleg daarover met de woonregio’s loopt en dat ronden we naar verwachting rond november 2024 af. Echter, we zien het niet als realistisch of passend om nu een grotere toezegging te doen dan reeds gedaan in november 2023. Spanning tussen doelen en uitvoering De belangrijkste reden is dat vooralsnog het perspectief ontbreekt op substantiële invulling van de randvoorwaarden. Daardoor wordt het al zeer uitdagend om de afgesproken 104.000 woningen te realiseren.
Nu extra toezeggingen doen, bovenop de 5.000 extra van november, zou zorgen voor een te grote spanning tussen de afgesproken doelen en de uitvoeringsmogelijkheden. Onze relaties met gemeenten – die wezenlijk zijn voor de Gelderse werkwijze – zouden teveel onder druk komen te staan. En ook richting onze inwoners vinden we het belangrijk reële verwachtingen te wekken. Na de ondertekening van de woondeals hebben we concreter in beeld gebracht wat er nodig is rond de randvoorwaarden. In onze brief aan uw ministerie van november en in het bestuurlijk overleg is dit ook aan de orde geweest. We willen u een beeld geven van hoe nijpend de situatie is: ▪
Momenteel baart de netcongestie ons het meeste zorgen. De netbeheerders waarschuwen dat nieuwe woningen al vanaf 2026 niet op delen van het net aangesloten kunnen worden. Zij verwachten dat er pas na 2029 substantiële oplossingen zijn. We werken aan een nadere analyse, maar het beeld dat nu ontstaat is dat wellicht de helft van de woningen uit de woondeals risico loopt. Ingrijpende maatregelen zijn nodig de komende jaren.
Datum
22 februari 2024 Zaaknummer
2022-006793 Blad
2 van 3
▪
▪
▪
▪
Wat betreft de mobiliteit zijn reeds toegezegde investeringen stil komen te liggen. Voor een regio als Foodvalley zijn investeringen in bijvoorbeeld knooppunt Hoevelaken onmisbaar en voor Rivierenland in bijvoorbeeld de A2 Deil-Vught en het doortrekken van de A15. Het draagvlak voor de woondeals staat door het uitblijven van toegezegde investeringen onder druk. Ook zijn er nieuwe investeringen nodig, onder meer in de corridor Utrecht-Arnhem (verbreding A12). En in fietsverbindingen, hubs en Hoogwaardig Openbaar Vervoer in regio’s zoals de Stedendriehoek, de Achterhoek en de Groene Metropoolregio. Invulling van de mobiliteitsrandvoorwaarde lijkt ver weg. Een recente inventarisatie laat zien dat er minimaal € 1 miljard nodig is voor publieke onrendabele toppen bij woningbouw, bij ongewijzigd grondbeleid. We zijn blij met de steun die al is gegeven via de Woningbouwimpuls (tot nu toe circa € 90 miljoen), maar vooralsnog ontbreekt perspectief op een vervolg. U schetst in uw brief meer van het bestaande budget te willen geven aan provincies die extra toezeggingen gaan doen, maar dat lijkt ons ‘het paard achter de wagen spannen’, dat helpt de totale opgave niet vooruit. Vanwege de grotere opgave is voor de woningbouw in Gelderland circa 200 FTE extra ambtelijke capaciteit nodig, vooral bij gemeenten.
Als provincie en gemeenten zetten we zelf diverse stappen rond dit knelpunt, maar er is ook structureel circa € 15 miljoen per jaar nodig terwijl er nu vanuit het rijk per jaar circa € 1 miljoen incidenteel beschikbaar is. Ook rond de stikstofruimte voor woningbouw ontbreekt het aan voortgang. Ter illustratie: recent is op verzoek van uw ministerie meegewerkt aan reserveringen binnen het SSRS. Er is voor ruim 50 woningbouwprojecten een reservering aangevraagd, maar er blijkt slechts ruimte te zijn voor 4 projecten, dit mede vanwege recente natuurdoelanalyses. Daardoor komen woningbouwprojecten in onder meer Ede, Apeldoorn, Putten en Elburg in de knel.
In Gelderland willen we méér bouwen, we zien de noodzaak. Over de randvoorwaarden loopt ook constructief overleg met uw ministerie. Niettemin ontbreekt het aan (perspectief op) oplossingen die substantieel genoeg zijn om nu reële extra toezeggingen te kunnen doen. We willen de spanning tussen de doelen en de uitvoeringsmogelijkheden niet verder vergroten, dat helpt niemand. Doen wat we kunnen Gezien de randvoorwaarden richten we ons voor een substantiële groei van de bouwproductie vooral op de jaren ná 2030. En hoewel een extra toezegging nu niet reëel is, doen we wat we kunnen, ook vóór 2030. Zo gaan we op korte termijn ook stevig aan de slag met het beter benutten van de bestaande voorraad: ▪ ▪ ▪ ▪
We laten een animo- en potentieonderzoek naar woningdelen en splitsing uitvoeren. We starten een leergang hierover voor corporaties en gemeenten. Met een communicatiecampagne vergroten we de urgentie rond dit vraagstuk. We starten een adviesteam voor extra ondersteuning van partners die met woningdelen, woningsplitsing en het plaatsen van microwoningen aan de slag willen gaan.
Datum
22 februari 2024 Zaaknummer
2022-006793 Blad
3 van 3
In uw brief stelt u voor om in gesprek te gaan over de herijkingscyclus van de woondeals. Dat stellen wij op prijs. Vanuit Gelderland stellen we voor een drie- of vierjarige cyclus te gaan hanteren, omdat een tweejarige cyclus er in de praktijk voor zorgt dat provincie en gemeenten bijna altijd bezig zijn met herijking, vanwege de doorlooptijd van dit type processen en de bestuurlijke besluitvorming die daarvoor nodig is. Mede door de schaarse ambtelijke capaciteit gaat er nu teveel aandacht naar de herijking, terwijl die aandacht broodnodig is voor de uitvoering. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Gelderland
Henri Lenferink Commissaris van de Koning
Frederik van Ardenne Secretaris