G. Onderzoek Een grote sprong van De Kleine Schans
Tekst van het document
ALV en de rol van directeur van De Kleine Schans kunnen vragen worden gesteld, maar inmiddels is deze combinatie van functies beëindigd met het aanstellen van een onafhankelijke voorzitter van de ALV. • Een deel van de medewerkers van De Kleine Schans verleent ook taken op het gebied van basiszorg. Dit levert het risico op dat je daardoor als De Kleine Schans toch weer terugvalt in een zorgverleningsreflex en minder aandacht geeft aan de regie op de ‘piramide’ in het sociaal domein.
Gesprekspartners voor het rekenkameronderzoek signaleren dat het enerzijds goed is, vanuit de integraliteit van de inzet van De Kleine Schans in het sociaal domein, dat naast taken op het gebied van Wmo en jeugdhulp ook taken op het terrein van de Participatiewet zijn belegd bij De Kleine Schans. Anderzijds is er het gevoel dat uitvoering geven aan de Participatiewet wezenlijk andere competenties en focus vereist dan invulling geven aan de zorgtaken op het gebied van jeugd en Wmo. Er wordt aandacht gevraagd voor de inschatting dat niet alle taken van De Kleine Schans met generalisten kunnen worden opgepakt.
6.4 Betrokkenheid van raadsleden bij De Kleine Schans Voor het rekenkameronderzoek zijn alle fracties in de raad uitgenodigd voor een telefonisch interview over hun betrokkenheid bij De Kleine Schans, aan de hand van acht vragen. Met vertegenwoordigers van drie fracties heeft uiteindelijk een gesprek plaatsgevonden. Deze gesprekken leveren het volgende beeld op van positieve en minder positieve ervaringen wat betreft bekendheid met wat De Kleine Schans doet, hoe raadsleden daarover geïnformeerd worden en hoe zij hun inbreng kunnen hebben wat betreft kaderstellen en controleren28. In het algemeen geven de raadsleden aan dat in de raad in principe niet De Kleine Schans als organisatie zou moeten worden besproken, hoe De Kleine Schans haar taken uitvoert of hoe het college de aansturing van De Kleine Schans verzorgt (de aansturing wordt gezien als behorend bij het mandaat van het college als dagelijks bestuur van de gemeente), maar vooral hoe en in welke mate De Kleine Schans bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen en hoe dit nog verder kan verbeteren.
Beelden van raadsleden over betrokkenheid bij De Kleine Schans Positieve ervaringen en beelden • Over de taken die De Kleine Schans uitvoert wordt regelmatig gesproken in de raad. Bij jaardocumenten maar ook bij beleidsvisies of uitvoeringsprogramma’s gericht op het sociaal domein of taakvelden daarbinnen. • Raadsleden ontvangen ook de kwartaalrapportages van De Kleine Schans. • Er is in grote lijnen tevredenheid over hoe het college de raad informeert over de inzet van De Kleine Schans en wat dit oplevert. Vragen van raadsfracties worden adequaat beantwoord.
Kritische kanttekeningen en vragen • Bij discussies in de raad gaat het vooral over de financiën en over incidenten of klachten. Raadsleden zouden daarnaast graag meer willen spreken over beleidsmatige thema’s en maatschappelijke uitdagingen, hoe De Kleine Schans daaraan bijdraagt of kan bijdragen en tegen welke dilemma’s dan aangelopen wordt. • Aangegeven wordt dat er beter zicht is op wat De Kleine Schans doet dan in de mate waarin deze activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen. Een raadslid antwoordt als volgt op
28
Van de overige benaderde fracties is geen reactie ontvangen op het verzoek tot een gesprek. Hierdoor zijn de gerapporteerde beelden van raadsleden over hun betrokkenheid bij De Kleine Schans niet representatief maar ter illustratie.
-40-
• Daarnaast zijn er goede informele contacten vanuit de vraag of er voldoende inzicht is in de effectiviteit De Kleine Schans met raadsleden (er wordt door De van De Kleine Schans, opgevat als bijdrage aan de Kleine Schans tijd vrijgemaakt om te spreken met gemeentelijke doelen: “ik durf het niet te zeggen”. raadsleden, vragen kunnen altijd gesteld worden). Het probleem is tweeledig: • De Kleine Schans is zichtbaar via de lokale bladen ➢ Het is lastig om de ontwikkeling van belangrijke doelvariabelen van het gemeentelijk sociaal (De Woudenberger en de Let Op Woudenberg), met regelmatig berichten van de directeur. beleid goed te monitoren op basis van de • Ter voorbereiding op de lopende ontvangen verantwoordingsinformatie van gemeente en De Kleine Schans. bezuinigingsdialoog sprak De Kleine Schans individueel met elke raadsfractie om gevoel te ➢ Het is daarnaast lastig om, bij zichtbare krijgen voor prioriteitstelling en gevoeligheden. ontwikkelingen in doelvariabelen, inzicht te ontwikkelen in de bijdrage daaraan van De • Raadsleden hebben waardering voor de “intrinsieke motivatie” van De Kleine Schans, om de Kleine Schans. transformatie tot een succes te maken en effectief (met daarbij onmiddellijk de kanttekening dat dit in het algemeen lastig is in het sociaal domein). en doelmatig met gemeenschapsgeld om te gaan.
• Vastgesteld wordt dat De Kleine Schans in woord en • Een raadslid geeft aan dat veel informatie daad werk maakt van de transformatie, door inzet betrekking heeft op casus-niveau en dat er juist behoefte is aan informatie op een hoger op versterking van eigen kracht, bevorderen van aggregatieniveau, als basis voor het formuleren van sociale netwerken en inzetten van algemene voorzieningen om een beroep op onnodig beleid of het beoordelen van bepaalde aanpakken. specialistische en dure zorg te voorkomen. • Een raadslid geeft aan het een gemis te vinden dat de coöperatie geen Raad van Toezicht kent29. Een • Raadsleden vernemen weinig klachten over De Kleine Schans. Er doen zich geen majeure intern klankbord voor de directie met incidenten voor. toezichthoudende taken, kan ten goede komen aan de balans in de governance. • Een raadslid geeft aan weinig inzicht te hebben in de doelmatigheid van De Kleine Schans. Bijvoorbeeld of de indirecte kosten en de externe inhuur ‘redelijk’ zijn of wellicht juist ‘te hoog’. Wat betreft het geringe aantal klachten wordt ook opgemerkt dat dit niet per se alleen maar ‘goed’ is. Aangegeven wordt dat inzet op de transformatie onvermijdelijk tot gevolg heeft dat voor een deel van de cliënten het zorgaanbod zal worden ‘afgeschaald’ en dat dit vervolgens zal leiden tot klachten.
Weinig klachten kan dus een signaal zijn dat er niet genoeg wordt ingezet op de transformatie. In die zin accepteren de raadsleden een zekere toename van klachten en wordt expliciet aangegeven dat er misschien nog vaker “nee”-verkocht moet worden door De Kleine Schans en dat De Kleine Schans wellicht “nog meer moet durven loslaten”, om zo in de praktijk te kunnen toetsen of ondersteuning nog wel nodig is of dat volstaan kan worden met bijvoorbeeld laagdrempelige algemene voorzieningen. Het ene raadslid was bij de start van de coöperatie wat enthousiaster over deze innovatieve aanpak, in de vorm van een coöperatie, dan een ander raadslid. Inmiddels zien de raadsleden dat de coöperatie goed van de grond is gekomen en dat het er niet toe geleid heeft dat het kiezen voor een innovatieve vorm van samenwerking heeft geresulteerd in buitensporig extra overleg of onderzoek. Over de meerwaarde van de coöperatie wordt genuanceerd gedacht. Los van het gegeven dat de bijdrage van De Kleine Schans aan beleidsdoelen vaak niet echt ‘hard’ te maken is, is er wel het gevoel dat De Kleine Schans de transformatie omarmt en zich inzet om deze te bevorderen. Ten aanzien van de aanjaagfunctie die De Kleine Schans op dit 29
Coöperatie De Kleine Schans kent wel een Raad van Advies. De Raad van Advies adviseert over de kwaliteit, effectiviteit en ontwikkeling van zorg; de strategische risico’s verbonden aan de activiteiten van de organisatie; de juridische kaders waarbinnen De Kleine Schans opereert; de financiële consequenties van ontwikkelingen; en mogelijkheden de effectiviteit van de coöperatie te vergroten (op basis van vacaturetekst uit 2018 voor een lid van de Raad van Advies).
-41-
vlak zou moeten vervullen, wordt uiteenlopend geoordeeld: het ene raadslid geeft aan te zien dat er “fors wordt ingezet op innovatie ten behoeve van transformatie” en een ander raadslid “merkt er weinig van” en “kan het niet goed beoordelen”.
6.5 Tussenconclusies De combinatie van rollen door de gemeente Woudenberg lijkt zowel bestuurlijk als ambtelijk weinig problemen op te leveren. Bestuurlijk behartigen de twee bij De Kleine Schans betrokken portefeuillehouders duidelijk van elkaar te scheiden dimensies. De portefeuillehouder Financiën voert periodiek overleg met de directie van De Kleine Schans. In dit Bestuurlijk overleg opdrachtgeverschap wordt ingegaan op de uitputting van het budget door De Kleine Schans en de vraag wat de coöperatie moet bereiken en welke capaciteit en middelen daar dan voor nodig zijn. De portefeuillehouder voor het sociaal domein (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet) vertegenwoordigt de gemeente als lid in de coöperatie, onder meer in de Algemene Ledenvergadering. Terwijl er aan de zijde van de gemeente geen serieuze ‘conflicts of interest’ spelen, was dit wel het geval aan de zijde van de coöperatie, in die zin dat de directeur van De Kleine Schans tevens voorzitter was van de ALV. Hierdoor kon het directe ‘eigen’ zakelijke belang van de De Kleine Schans-organisatie op gespannen voet komen te staan met het algemene publieke belang waar de coöperatie voor is opgericht. Het rekenkameronderzoek heeft geen indicaties opgeleverd dat deze belangen daadwerkelijk met elkaar hebben gebotst.
Inmiddels is er een onafhankelijke voorzitter voor de ALV gevonden, waardoor het de verschillende belangen binnen coöperatie beter van elkaar gescheiden zijn. De interviews met een aantal raadsleden levert als beeld op dat zij tevreden zijn over de informatievoorziening over De Kleine Schans door het college en dat zij ook positief zijn over de inspanningen van De Kleine Schans om inwoners en raadsleden te informeren over haar activiteiten. Er wordt hierbij niet alleen gebruik gemaakt van periodieke verantwoordingsrapportages (jaarverantwoording, kwartaalrapportages en dergelijke) maar er is ook aandacht voor informele informatievoorziening. Richting burgers krijgt dit onder meer vorm via de lokale weekbladen en met raadsfracties zijn er informele lijnen vanuit De Kleine Schans om raadsleden ‘bij te praten’. Desondanks geven raadsleden aan dat zij momenteel beter inzicht hebben in wat De Kleine Schans doet dan in wat deze activiteiten opleveren. Aangegeven wordt verder dat een belangrijk deel van de informatie financieel van aard is dat verder door De Kleine Schans op informatieavonden en in gesprekken met raadsfracties (op basis van anonimiteit) veel wordt toegelicht op casus-niveau om te illustreren ‘wat werkt en wat niet’. Er is aanvullend behoefte aan meer maatschappelijke en inhoudelijke informatie op een hoger aggregatieniveau, ten behoeve van te maken beleidsafwegingen.
De raad kan bij het college aandringen op betere informatievoorziening over de bijdrage van De Kleine Schans aan de realisatie van gemeentelijke doelen. De gesprekken met twee zorgaanbieders die lid zijn van de coöperatie leveren op dat zij het ‘experiment De Kleine Schans’ nog steeds een warm hart toedragen en er graag bij betrokken zijn. Zij ervaren het als waardevol om met andere zorgaanbieders en de gemeente innovatieve aanpakken te verkennen en te kijken waar organisaties elkaar kunnen versterken. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat vooral de kleinere en lokaal gerichte aanbieders het meest actief lijken en dat voor de grotere en meer (boven)regionaal werkende zorgaanbieders de gevraagde tijdsinzet enerzijds niet in verhouding staat tot wat zij daar voor terugkrijgen. Er lijkt een risico aanwezig dat deze ontwikkeling verder doorzet, waarbij dit ten koste kan gaan van het draagvlak onder de samenwerking binnen de coöperatie en de expertise die allerlei leden nu inbrengen.
-42-
7. Financiële aspecten: financiële kaders De Kleine Schans en ontwikkeling zorgkosten In het onderzoek is bekeken welke rol De Kleine Schans speelt bij het beperken van (onnodig) beroep op de zorg en het grip houden op zorgkosten (zie paragraaf 8.1). Daarbij worden twee dimensies onderscheiden: • Vraag of de zorgkosten beheersbaar zijn en of De Kleine Schans bijdraagt aan de kostenbeheersing. • Vraag of De Kleine Schans binnen haar budgettaire kaders blijft.
7.1 Inzet gemeente in samenwerking met De Kleine Schans op beperking zorgkosten De gemeente Woudenberg heeft de afgelopen tijd het zorggebruik en de daarmee gemoeide zorgkosten gericht gemonitord. In oktober 2018 is de gemeente gestart met het project ‘Maatregelen zorggebruik/zorgkosten Woudenberg’. Coöperatie De Kleine Schans is daar nauw bij betrokken, zowel wat betreft het inventariseren van mogelijke maatregelen als in de implementatie daarvan. Het project kent drie onderdelen30: 1. Invullen van de voorwaarden voor het beheersen van zorgkosten. 2. Stimuleren van de nagestreefde transformatie en extra inzet op preventie. 3. Doorontwikkeling van de toegang. Ad 1. Invullen voorwaarden voor kostenbeheersing In de vierde voortgangsrapportage over dit project, is toegelicht dat inzicht in het zorggebruik en de daaruit voortvloeiende zorgkosten een voorwaarde is voor beheersing. Er wordt daarom door de gemeente, in samenwerking met De Kleine Schans, ingezet op betere sturingsinformatie. De gemeente zet in op de inrichting van een BI-tool (BI staat voor ‘business intelligence’) en zij bekijkt of een door de gemeente Amersfoort begin 2020 opgeleverde versie afdoende is of dat een eigen doorontwikkeling wenselijk is. Een andere voorwaarde voor kostenbeheersing, is inzicht in de doorverwijspraktijk van onder meer huisartsen.
De gemeente geeft in de voortgangsrapportage aan dat hierover met genoemde actoren goede afspraken zijn gemaakt. Verder werkt de gemeente Woudenberg binnen de jeugdhulpregio Amersfoort aan verbetering van het opdrachtgeverschap voor de uitvoering van specialistische jeugdzorg door de zogenoemde Breed Spectrum Aanbieders, met name gericht op het bevorderen van de transformatie die op dit vlak nodig is, en op het verbeteren van de zorgadministratie. Ten aanzien van de doorverwijspraktijk is er een onderscheid tussen de Wmo en de jeugdhulp. Voor de Wmo is het Sociaal Team van De Kleine Schans de enige verwijzer. Voor de Jeugdwet kunnen ook huisartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen verwijzen. Op het aantal verwijzingen in de jeugdhulp, de duur daarvan en de aard van de zorg, heeft de gemeente daarom minder grip in vergelijking met de Wmo. Wel is door de gemeente in samenwerking met De Kleine Schans ingezet op het verbeteren van de afstemming en samenwerking met de ander verwijzers. De gemeente rapporteert dat dit zijn vruchten afwerpt31. Het aantal verwijzingen van het Sociaal Team is bijvoorbeeld in 2019 toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor.
En in regionaal perspectief is Woudenberg de enige gemeente waar het aantal verwijzingen door het Sociaal Team hoger is dan het aantal verwijzingen door huisartsen (maar er wordt niet aangegeven of het aantal verwijzingen door huisartsen per saldo daalt). Ad 2. Stimuleren van transformatie en preventie De gemeente Woudenberg zet in op: 30
Zie Gemeente Woudenberg, Maatregelen beheersen zorgkosten Woudenberg, 2018; en Gemeente Woudenberg, Voortgangsrapportage ‘Project Maatregelen zorggebruik/zorgkosten Woudenberg, 4e voortgangsrapportage, 26 april 2020. 31 Zie Gemeente Woudenberg, Analyse zorggebruik en zorgkosten Jeugdwet en Wmo 2019, 1 augustus 2020.
-43-
• Vergroten van het collectief aanbod versus individuele voorzieningen. • Uitbreiden van informele zorg versus professionele zorg. • Stimuleren van preventie boven het ondersteunen van inwoners nadat problemen ontstaan of escaleren. Bij de voor hiervoor geformuleerde acties speelt De Kleine Schans een belangrijke rol. De coöperatie beïnvloedt met haar doorverwijzingen en met haar inzet op collectieve, laagdrempelige en algemene voorzieningen direct de mate waarin genoemde doelen worden gerealiseerd. De Kleine Schans zet in op afstemming met de huisartsen over hun doorverwijspraktijk, zonder in hun professionele autonomie te treden, en de coöperatie is verder betrokken bij het opzetten en benutten van het Trefpunt als laagdrempelige algemene voorziening. Ad 3. Doorontwikkeling van de toegang Ook de organisatie van de toegang tot zorg is van directe invloed op de ontwikkeling van het zorggebruik en de zorgkosten. De gemeente zet in afstemming met De Kleine Schans in op vergroten van het kostenbewustzijn van de professionals van de coöperatie, bevorderen van de kennis van de professionals over alternatieven voor ‘dure’ maatwerkoplossingen en specialistische zorg, investeren in resultaat gestuurd werken en bijvoorbeeld het scholen van medewerkers van De Kleine Schans op de toepassing van de JIMmethodiek.
De opbrengst van het project ‘Maatregelen zorggebruik/zorgkosten Woudenberg’ in termen van gerealiseerde kostenbesparingen is vooralsnog bescheiden afgezet tegen de totale uitgaven van de gemeente in het sociaal domein of het budget van De Kleine Schans. De verwachte opbrengst over 2019 is geraamd32 op € 56.400 (wat meer is dan de voor 2019 begrote opbrengst van de te nemen maatregelen van € 45.500). In de beleidsbegroting voor 2019 is toegelicht dat de kosten in het sociaal domein oplopen. Tot en met 2019 heeft de gemeente Woudenberg de uitgaven en inkomsten van het sociaal domein voor een gelijk bedrag opgenomen in de begroting, met als uitgangspunt dat een overschot of een tekort in het sociaal domein niet ten gunste of ten laste wordt gebracht van de algemene middelen. Tot dat jaar bestond de dekking voor de uitgaven in het sociaal domein voornamelijk uit de integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). Vanaf 2019 zijn de specifieke uitkeringen sociaal domein geïntegreerd in de maatstaven van de totale algemene uitkering waardoor niet meer specifiek inzichtelijk is wat de gemeente jaarlijks uit de algemene uitkering ontvangt voor het sociaal domein33. Vanaf 2019 worden de kosten sociaal domein uit verschillende middelen gedekt.
Voor de jaren 2019 tot en met 2022 blijft een nadelig saldo in het sociaal domein staan van in totaal € 1,1 miljoen in 2019, oplopend tot € 1,4 miljoen in 2022.
Toelichting nadelig saldo sociaal domein voor de jaren 2019 t/m 2021 Relevante posten • Stelpost sociaal domein • Correctie toev./onttrek. Reserve sociaal domein • Extra kosten CDKS programma 1 • Dekking kosten CDKS programma 5 Totaal
2019 1.134.214 27.786 822.704 -679.912 1.304.792
32
Bedrag, in € 2020 2021 1.165.478 1.275.269 -8.478 -53.270 822.704 822.704 -679.912 -679.912 1.299.792 1.364.791
2022 1.424.269 -53.270 822.704 -679.912 1.513.791
Gemeente Woudenberg, Voortgangsrapportage ‘Project Maatregelen zorggebruik/zorgkosten Woudenberg, 4e voortgangsrapportage, 26 april 2020. 33 Voor een beperkt deel zijn middelen vanuit de IUSD-uitkeringen overgeheveld naar aparte integratie-uitkeringen (Participatie, Beschermd wonen en Voogdij/18+).
-44-
Als dekking voor de oplopende kosten voor het sociaal domein fungeren besparingen op de uitgaven van de gemeente voor programma 5 van de beleidsbegroting (i.c. het programma dienstverlening). Deze besparingen tellen op tot € 679.912 in de jaren 2019 tot en met 2022 en zijn als volgt opgebouwd: • Vrijval loonkosten ten behoeve van subsidie coöperatie De Kleine Schans, ten bedrage van € 396.795. • Vrijval bedrijfsvoeringkosten ten behoeve van subsidie sociaal domein, ten bedrage van € 229.917. • Vrijval overheadkosten ten behoeve van subsidie coöperatie De Kleine Schans, ten bedrage van € 53.200. De hogere kosten voor het sociaal domein, die oplopen van € 1,3 miljoen in 2019 tot € 1,5 miljoen in 2022, uitgaand van de beleidsbegroting 2019, worden ten dele gecompenseerd door een verhoging van de algemene uitkering, de opbrengsten van de hiervoor toegelichte maatregelen van de gemeente Woudenberg om het zorggebruik te beperken en de aanwending van de reserves sociaal domein:
De toename van de kosten in het sociaal domein (van € 1,3 miljoen in 2019 tot € 1,5 miljoen in 2022) komt neer op respectievelijk circa 8,8 en 11,3 procent van het totale budget voor programma 1 ‘samenleving’. In programma 1 zijn de uitgaven gebundeld voor sociale basisvoorzieningen, voor coöperatie De Kleine Schans en voor individuele voorzieningen. In de kadernota 2020 zijn de budgetten voor zorgkosten naar boven bijgesteld. In de begroting voor 2020 zijn de toenemende zorgkosten echter ‘weggestreept’ tegen verwachte opbrengsten van de transformatie en het project ‘maatregelen zorggebruik’. In de begroting 2020 is ten opzichte van de bijstelling, welke al in de kadernota 2020 is verwerkt, geen verdere bijstelling van de budgetten Jeugdzorg en Wmo opgenomen. Een ontwikkeling die speciale aandacht vraagt van de gemeente Woudenberg, vormen de oplopende kosten vanwege de inzet van de zogenoemde Breed Spectrum Aanbieders (BSA) in de jeugdhulp. Met ondersteuning van het Regionaal Inkoop en Subsidie Bureau (RISB) hebben de zeven gemeenten in de regio Amersfoort in 2019 zowel begeleiding en respijtverblijf in het kader van de Wmo als de jeugdhulp aanbesteed. Met de BSA zijn raamcontracten aangegaan voor vier jaar. Zeven grote zorgaanbieders bieden in dit verband residentiële jeugdhulp en ambulante jeugdhulp aan met name jeugdigen met complexe problematiek. In de aanbesteding
-45-
en in de raamcontracten staan transformatie en innovatie centraal, ten behoeve van de kwaliteit van de dienstverlening aan de cliënten en om de ondersteuning betaalbaar te houden. Coöperatie De Kleine Schans heeft op dit vlak geen inbreng. Tussen de gemeenten in de regio en de BSA bestaat een directe inkooprelatie. In de relatie met de BSA vormen niet alleen de oplopende kosten een probleem voor de gemeenten, waaronder de gemeente Woudenberg, maar ook het vertraagde inzicht in de ontwikkeling van de kosten. De gemeente Woudenberg ontvangt financiële informatie van het RISB. Er blijken daarbij aanzienlijke afwijkingen te zitten in de budgetten die beschikt zijn enerzijds en de bestedingen door zorgaanbieders anderzijds. Zorgaanbieders factureren gepleegde inzet vaak met grote vertraging. Mede hierdoor kan het RISB pas in 2020 het jaar 2016 financieel helemaal afsluiten (zorgaanbieders mogen tot vijf jaar na de verrichte dienst deze nog in rekening brengen).
7.2 Financiële kaders, begrotingen en realisaties van de coöperatie Ten aanzien van de vraag of De Kleine Schans binnen haar financiële kaders blijft, is van belang of de coöperatie in de afgelopen jaren ‘uit kwam’ met de subsidieverlening door de gemeente Woudenberg. Over het jaar 2019 ontving De Kleine Schans in totaal € 1.738.724 aan inkomsten. Deze inkomsten bestonden vrijwel volledig uit subsidies van de gemeente Woudenberg (in totaal € 1.693.581):
Omdat de uitgaven over 2019 beperkt bleven tot € 1.508.506, realiseerde De Kleine Schans een positief resultaat van € 230.218. Dit positieve resultaat is teruggeboekt naar de gemeente Woudenberg. De coöperatie heeft immers geen winstoogmerk. Dat De Kleine Schans de uitgaven en inkomsten in balans weet te houden, zegt maar beperkt iets over de totale kostenontwikkeling in het sociaal domein. Veel (extra) kosten hebben te maken met maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg. De Kleine Schans levert deze zorg niet maar vervult wel een doorverwijsfunctie. De gemeentelijke subsidie voor De Kleine Schans telt in 2019 uiteindelijk op tot € 1.693.581. Dat betekent een toename van € 122.939 ten opzichte van de in 2018 door de gemeente aan De Kleine Schans toegekende subsidies. Deze toename komt overeen met circa 7,8 procent van de voor 2018 toegekende basissubsidie. In 2018 is ook een beperkte aanvullende subsidie verstrekt (2018 was het eerste jaar van de coöperatie en in de praktijk moest nog blijken wat precies op de coöperatie afkwam). De omvang van de begroting voor 2019 ligt met € 1.646.123 circa 19 procent hoger dan de begroting van € 1.379.279 voor 2018. De realisatiecijfers liggen
-46-
dichter bij elkaar: € 1.508.506 over 2019 en € 1.439.191 over 2018. Dit komt neer op een toename van 4,8 procent. De totale inkomsten bestonden vrijwel volledig uit subsidie vanuit de gemeente Woudenberg. De ontvangen subsidie over 2019 was opgebouwd uit een exploitatiesubsidie, aangevuld met onder meer incidentele subsidiëring:
Overzicht subsidie-inkomsten De Kleine Schans, ontvangen van de gemeente Woudenberg (2019) Ontvangen gemeentelijke subsidie, 2019 • Exploitatiesubsidie • Incidentele subsidie • Subsidie leerlingenvervoer • Restant subsidie passend onderwijs 2e helft schooljaar 2018-2019 Totaal
Bedrag, in € 1.646.123 26.440 8.361 12.657 1.693.581
De incidentele subsidie is door De Kleine Schans aangevraagd voor het organiseren van thema-avonden, groepstrainingen, lotgenotengroepen en het op (laten) zetten en begeleiden van een formulierenbrigade. De subsidieaanvraag is december 2018 ingediend en begin februari 2019 door de gemeente Woudenberg gehonoreerd.
7.3 Tussenconclusies De Kleine Schans speelt een belangrijke rol in de door de gemeente beoogde transformatie in het sociaal domein, die ten goede moet komen aan zowel de effectiviteit van de inspanningen als op de kwaliteit van de dienstverlening en de beheersing van de kosten. Van de inspanningen van de gemeente in samenwerking met coöperatie De Kleine Schans om meer grip te krijgen op het zorggebruik en daarmee de zorgkosten te beheersen, wordt in de komende jaren een oplopende bijdrage verwacht aan de dekking van de uitgaven voor het sociaal domein. De begrote bijdrage loopt op van € 50.000 in 2019 tot € 400.000 in 2022. De maatregelen laten onverlet dat de uitgaven voor het sociaal domein de komende jaren oplopen. De uitgaven nemen toe met circa € 1,3 miljoen in 2019 en in de jaren daarna loopt de jaarlijkse toename van de uitgaven voor het sociaal domein op tot circa € 1,5 miljoen in 2022. De uitvoeringskosten van De Kleine Schans dragen nauwelijks bij aan deze oplopende uitgaven omdat zij maar zeer beperkt stijgen. De Kleine Schans ontving in 2018 en 2019 een basissubsidie van € 1,58 miljoen respectievelijk € 1,68 miljoen.
De oplopende jaarlijkse extra kosten van de gemeente Woudenberg voor het sociaal domein (van € 1,3 miljoen in 2019 naar € 1,5 miljoen in 2022) kunnen voor veruit het grootste deel worden verklaard door oplopende zorgkosten door andere aanbieders dan De Kleine Schans zelf. Het gaat dan onder meer om oplopende kosten vanwege de inzet van de Breed Spectrum Aanbieders-jeugdzorg en andere vormen van maatwerkvoorzieningen of specialistische zorg waarbij De Kleine Schans een functie vervult als doorverwijzer. De Kleine Schans onderneemt diverse initiatieven om de kosten voor deze maatwerk- of specialistische zorg te beperken, waarbij met name de in hoofdstuk 5 toegelichte werkateliers van belang zijn.
-47-
8. Bevindingen en conclusies In dit hoofdstuk worden, op basis van de hiervoor gepresenteerde bevindingen en inzichten, de door de RKC Vallei en Veluwerand geformuleerde onderzoeksvragen beantwoord. Allereerst wordt ingegaan op de centrale vraag, naar de bijdrage van De Kleine Schans aan de effectiviteit van beleid. Daarna worden de deelvragen beantwoord. Tot slot wordt ingegaan op de mate waarin De Kleine Schans de ambities heeft weten te realiseren die bij de oprichting zijn geformuleerd en zoals die onder meer in het raadsvoorstel ‘Oprichting van en deelname aan coöperatie De Kleine Schans’ van 12 juni 2017 zijn weergegeven.
8.1 Beantwoording van onderzoeksvragen: centrale vraag en deelvragen De centrale vraag van het rekenkameronderzoek betreft de bijdrage van De Kleine Schans aan de effectiviteit van het gemeentelijke beleid. De RKC Vallei en Veluwerand concludeert dat De Kleine Schans zich richt op ‘het doen van de goede dingen’ in die zin dat zij haar inspanningen focust op het goed laten functioneren van de piramide in het sociaal domein, om te voorkomen dat mensen onnodig gebruik maken van te dure voorzieningen maar wel adequate ondersteuning ontvangen. De bijdrage aan de gemeentelijke doelen is echter maar beperkt inzichtelijk.
Centrale vraag Vraag In hoeverre draagt De Kleine Schans bij aan de effectiviteit van het beleid?
Antwoord Op basis van enerzijds de jaarplannen van De Kleine Schans en anderzijds de jaarverantwoordingen, wordt maar beperkt inzicht verkregen in de effectiviteit van de inspanningen van de coöperatie. Daarbij speelt mee dat de doelen zoals De Kleine Schans die voor zichzelf formuleert niet één op één aansluiten bij door de gemeente Woudenberg geformuleerde beleidsmatige doelen (zoals onder meer vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019-2020). Deze beleidsmatige doelen van de gemeente zijn grotendeels ook weinig specifiek en meetbaar uitgewerkt. Het inzicht in de effectiviteit van de inspanningen van De Kleine Schans wordt verder beperkt door met name de volgende waarnemingen: • Doelen in de jaarplannen van De Kleine Schans zijn maar voor een deel vertaald naar concrete, meetbare indicatoren. • Indien indicatoren zijn benoemd, is niet altijd een norm geformuleerd. • Niet voor alle indicatoren geldt dat de benodigde metingen jaarlijks worden uitgevoerd (vaak is dit eens per twee of vier jaar). • De doelformulering in het jaarplan 2020 wijkt sterk af van het jaarplan 2019, waardoor ook de verantwoording hierover niet vergelijkbaar is. • De doelformuleringen voor 2021 wijken weer sterk af van die voor 2020. • De wijze waarop doelen zijn uitgewerkt is vanaf het jaarplan 2019 steeds compacter geworden.
Tegelijkertijd zijn de doeluitwerkingen ook steeds kwalitatiever en minder SMART geformuleerd. • In de jaarplannen opgenomen doelen en daarop geënte indicatoren komen maar gedeeltelijk terug in de jaarrapportages. Door de weinig scherpe uitwerking van de gemeentelijke doelen en de wijze waarop De Kleine Schans haar doelen formuleert en zich daarover verantwoordt, kan haar bijdrage aan de effectiviteit van het gemeentelijk beleid niet goed worden vastgesteld.
De Kleine Schans sluit in haar verantwoordingsrapportages maar beperkt aan op voor de in het sociaal domein nagestreefde transformatie. Het is daarom nog maar beperkt inzichtelijk welke vorderingen De Kleine
-48-
Schans daarbij maakt. Het is daarvoor wenselijk dat De Kleine Schans in zowel jaarplannen als verantwoordingsdocumenten consistent ingaat op indicatoren als: • Aandeel inwoners met enkelvoudige vragen dat zich meldt bij de balie van De Kleine Schans en waarvan de vragen direct beantwoordt kunnen worden. • Aandeel doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg. • Aandeel van het wijkteam in deze doorverwijzingen (ten opzichte van bijvoorbeeld huisartsen). • Aantal huishoudens met één plan. • Percentage dossiers waarbij gebruik is gemaakt van de sociale basisinfrastructuur. • Percentage dossiers waarbij gebruik is gemaakt van burgerkracht, sociale omgeving en burgerinitiatief. Er wordt wel een overzicht gegeven van de hoe de cliënt de ondersteuning door De Kleine Schans ervaart. Deze is gebaseerd op eigen vragenlijsten van De Kleine Schans. Het beeld is dat cliënten tevreden zijn over de geboden ondersteuning (dat er goed geluisterd is, dat inwoners door de hulp weer verder kunnen, enzovoort). Het aantal ingevulde vragenlijsten is echter zeer klein ten opzichte van het aantal inwoners dat De Kleine Schans ondersteunt. Voor het werkveld Participatie (Werk en Inkomen) zijn geen cijfers beschikbaar.
8.2 Beantwoording van onderzoeksvragen: deelvragen Volgende deelvragen richten zich op de doelrealisatie en hoe De Kleine Schans invulling geeft aan enkele belangrijke functies die zij vervult richting inwoners (informatie en advies) en op het vlak van de transformatie in het sociaal domein. De eerste deelvraag betreft de taken die De Kleine Schans oppakt. Het onderzoek heeft een duidelijk beeld opgeleverd van de bij de coöperatie belegde taken en hoe De Kleine Schans deze heeft georganiseerd:
Vraagstelling, deelvragen Vraag 1 • Welke taken heeft De Kleine Schans met betrekking tot de uitvoering van genoemde taakvelden binnen het sociaal domein? • Hoe heeft De Kleine Schans haar taken georganiseerd?
Antwoord Een uitputtend overzicht van de bij de coöperatie belegde taken is opgenomen in paragraaf 2.3. Het overzicht geeft aan welke taken wel en welke taken niet door de coöperatie worden opgepakt. In hoofdstuk 3 is voor de vier werkvelden (Participatiewet, Jeugdwet, Wmo en leerplicht) kwalitatief toegelicht hoe De Kleine Schans haar taken opvat en heeft georganiseerd.
De tweede deelvraag betreft de wijze waarop de gemeente haar verschillende rollen vervult en of deze rollen elkaar versterken of juist bijten. Het onderzoek levert hierover een positief beeld op. Geen van de gesprekspartners ziet op dit vlak grote problemen. Er is wel een aandachtspunt gesignaleerd ten aanzien van de door de directeur-bestuurder vervulde rol als voorzitter van de ALV van de coöperatie. Dit aandachtspunt is overigens gedurende het onderzoek opgelost:
Vraagstelling, deelvragen Vraag 2 • Hoe vervult de gemeente de rol van systeemverantwoordelijke voor het sociaal domein, de rol van opdrachtgever van de coöperatie en de rol als lid van de coöperatie?
Antwoord Op bestuurlijk niveau heeft de gemeente de verschillende rollen verdeeld over twee portefeuillehouders. De wethouder voor het sociaal domein vertegenwoordigt de gemeente als lid in de (ALV van de) coöperatie en leidend is wat betreft systeemverantwoordelijkheid en beleid. De wethouder Financiën voert het Bestuurlijk overleg opdrachtgeverschap, over onder meer budgetuitputting door De Kleine Schans en het goed op elkaar afstemmen van ambities
-49-
• Versterken deze rollen elkaar of levert dit problemen op?
enerzijds en capaciteit anderzijds, en vervult in die zin de rol van opdrachtgever en subsidieverstrekker. Op ambtelijk niveau hebben beleidsmedewerkers/-adviseurs soms keuzes te maken over het al dan niet delen van informatie met de coöperatie. Het gaat dan met name over de timing van het delen van informatie omdat in principe sprake is van een transparante verhouding tussen gemeente en de coöperatie, waarbij zoveel mogelijk informatie wordt gedeeld. In de praktijk levert de combinatie van rollen ook op ambtelijk niveau nauwelijks problemen op. Een potentieel ‘petten’-probleem was er wel bij de invulling van het voorzitterschap van de ALV van de coöperatie door de directeurbestuurder van De Kleine Schans. Het werd terecht wenselijk gevonden deze functie te laten vervullen door iemand zonder organisatiebelangen. Inmiddels is een onafhankelijke kandidaat gevonden die het voorzitterschap van de ALV op zich neemt zodat het risico van belangenconflicten en de schijn van belangenverstrengeling is weggenomen.
Vraagstelling, deelvragen Vragen 3 • In hoeverre is het de coöperatie gelukt om de gestelde doelen te behalen? 3a • Hoe geeft De Kleine Schans invulling aan het doel om inwoners te informeren over vragen met betrekking tot wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen en mogelijke ondersteuning en zorg?
3b
• Hoe stimuleert De Kleine Schans de inzet van eigen kracht, van het sociale netwerk en de algemene voorzieningen? Heeft dit er toe geleid dat er binnen Woudenberg minder beroep gedaan wordt op specialistische zorg en
Antwoorden Zie hiervoor bij beantwoording van de centrale vraag voor het integrale beeld en navolgend onder 3a t/m 3f voor een gerichte verdieping. De Kleine Schans informeert inwoners op diverse manieren over haar activiteiten en welke ondersteuning zij kan bieden. Er is een eigen website (met in 2019 circa 16.700 bezoekers die samen circa 23.600 bezoeken afleggen) en De Kleine Schans heeft ook een Facebookpagina met vooralsnog een bescheiden bereik. De Kleine Schans informeert inwoners ook door middel van een jaarlijks informatiemagazine (met inmiddels twee edities voor 2019 en 2020), dat huis-aan-huis wordt bezorgd. De directeur-bestuurder heeft verder sinds kort een ‘blog’ in huis-aan-huis-blad De Woudenberger. Een ander belangrijk informatiekanaal is de balie. De Kleine Schans streeft er naar om via de baliemedewerker een aanzienlijk deel van de informatiebehoefte van inwoners af te kunnen dekken en daarmee te voorkomen dat deze vragen de backoffice onnodig belasten. Voor De Kleine Schans is de transformatie in het sociaal domein een opgave waaraan zij grote prioriteit toekent. Dit betekent dat de coöperatie waar mogelijk de eigen kracht en het sociale netwerk van inwoners wil versterken en wil stimuleren dat inwoners gebruik maken van laagdrempelige algemene voorzieningen.
Op basis van de door De Kleine Schans opgestelde verantwoordingsrapportages (per jaar of per kwartaal) kan geen beeld worden ontwikkeld over de mate waarin daardoor minder beroep
-50-
maatwerkvoorzieningen dan vóór de transitie?
3c
• Is de samenwerking en afstemming van aanbieders van basisvoorzieningen verbeterd, en zo ja op welke manier? Heeft dit geleid tot een doeltreffende en efficiënte inzet van middelen?
wordt gedaan op specialistische zorg en maatwerkvoorzieningen dan vóór de transitie. De gemeente Woudenberg heeft wel recent een gerichte analyse uitgevoerd van het zorggebruik en de daaraan verbonden zorgkosten. Zie voor een toelichting hierover hoofdstuk 7. De Kleine Schans rapporteert over 2019 een stijging van het aantal unieke cliënten ten opzichte van de jaren daarvoor met uitzondering van logeren jeugd, dagactiviteiten volwassenen, het aanbod van de Breed Spectrum Aanbieders en de (zeer) specialistische voorzieningen die onder het Landelijk transitie-arrangement (LTA) vallen. Het aantal unieke Wmocliënten is in 2020 verder toegenomen door de invoering van het abonnementstarief in de Wmo. Dat het aantal door de BSA bediende unieke cliënten is afgenomen in 2019 ten opzichte van 2018 (125 versus 135 unieke cliënten), en dat het beroep op het LTA stabiel blijft, kan een teken zijn dat de transformatie slaagt in het beperken van specialistische zorg. RKC Vallei en Veluwerand beschikt nog niet over informatie over de ontwikkeling in 2020, waardoor nog niet duidelijk is of er sprake is van een meerjarige trend. Binnen De Kleine Schans is een Team Welzijn geformeerd, bestaande uit de baliemedewerker, de medewerker welzijn, de vrijwilligerscoördinator en een medewerker met in meerdere domeinen werkzaam is (jeugd, Wmo).
Dit team verzorgt de verbinding met de aanbieders van basisvoorzieningen in de gemeente Woudenberg en het stimuleert inwoners hier gebruik van te maken. Het onderzoek heeft geen inzicht opgeleverd in de mate waarin deze inzet bijdraagt aan een groter gebruik van basisvoorzieningen. De Kleine Schans heeft zelf een laagdrempelige algemene voorziening opgezet, in de vorm van het Trefpunt. Deze voorziening kende een moeizame opstart en een beperkt gebruik door inwoners, mede vanwege imagoproblemen. De Kleine Schans probeert deze voorziening een nieuwe impuls te geven.
De Kleine Schans bericht in haar jaarverslag/jaarverantwoording inzichtelijk over de wijze waarop de coöperatie de ontvangen middelen (met name subsidie van de gemeente) inzet. Er is ook inzichtelijk of de coöperatie middelen overhoudt of niet en dus binnen de financiële kaders blijft.
Vraagstelling, deelvragen Vraag 3d • In hoeverre is het De Kleine Schans gelukt om binnen de financiële kaders de taken uit te voeren? Waar zitten de meevallers en de tegenvallers?
Antwoord Het is De Kleine Schans goed gelukt om in de afgelopen jaren binnen de financiële kaders te blijven. Enkele keren heeft de coöperatie additionele subsidie aangevraagd bij de gemeente, voor extra werkzaamheden of gerichte aandacht voor nieuwe speerpunten. Het gaat daarbij in verhouding tot de jaarlijkse basissubsidie niet om grote bedragen. Dat De Kleine Schans goed binnen de financiële kaders heeft weten te blijven, is ook te danken aan de doelmatige inzet van mensen en
-51-
middelen. Het aandeel in de formatie dat zich niet direct richt op ondersteuning van inwoners in 2019 is gedaald ten opzichte van 2018. Het onderzoek levert op dat De Kleine Schans veel werk heeft gemaakt, met de aangesloten leden, van de beoogde transformatie. De zogenoemde aanjaagfunctie is voortvarend opgepakt, waarbij met name de zogenoemde werkateliers van belang zijn geweest.
Vraagstelling, deelvragen Vraag 3e • In hoeverre heeft De Kleine Schans daadwerkelijk een aanjaagfunctie vervuld in de noodzakelijke transformatie binnen het sociaal domein?
Antwoord De Kleine Schans heeft de aanjaagfunctie vanaf de start veel aandacht gegeven. Met name door de organisatie van een aanzienlijk aantal werkateliers, heeft de coöperatie gewerkt aan het beter functioneren van de zogenoemde ‘piramide’ in het sociaal domein en de daarvoor benodigde andere werkwijze van zorgaanbieders. De geagendeerde onderwerpen in deze werkateliers raken doorgaans direct aan de in het sociaal domein beoogde transformatie, door inzet op eigen kracht en sociaal netwerk en gebruik van algemene voorzieningen boven individuele voorzieningen of specialistische zorg. De werkateliers resulteren in concrete afspraken tussen betrokken leden van de coöperatie. In die zin concludeert de RKC Vallei en Veluwerand dat De Kleine Schans de bij haar neergelegde aanjaagfunctie op succesvolle wijze heeft ingevuld.
Het onderzoek heeft verder een globaal inzicht opgeleverd in de factoren die als positief worden gezien bij het bevorderen van de effectiviteit van De Kleine Schans.
Vraagstelling, deelvragen Vraag 3f • Welke factoren zorgen ervoor dat de bij oprichting van De Kleine Schans gestelde doelen wel of juist niet behaald werden? Draagt de governance bij aan de gestelde doelen?
Antwoord Over het doelbereik concludeert RKC Vallei en Veluwerand dat er maar beperkt (‘hard’, kwantitatief) inzicht is in de effectiviteit van de inspanningen van De Kleine Schans. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat betrokkenen de kleine lokale schaal van werken van De Kleine Schans vooral als een voordeel zien om met alle in de coöperatie samenwerkende partijen te komen tot een effectieve en doelmatige inzet van middelen. Behalve de overzichtelijke schaal van werken, bevordert ook de gelijkwaardige samenwerking van de aangesloten leden binnen de coöperatie hun betrokkenheid bij de lokale opgaven. Maatschappelijke partners leveren hun bijdrage aan de beoogde transformatie verder niet vooral ‘omdat het moet’ maar omdat zij, met name vanwege in de werkateliers gevoerde discussies, deze ook daadwerkelijk ondersteunen. De voor De Kleine Schans gekozen rechtsvorm van coöperatie bevordert in die zin het draagvlak bij relevante maatschappelijke partners om gezamenlijk te komen tot nieuwe aanpakken en daarover te maken afspraken.
De Kleine Schans bracht zelf de cliënttevredenheid in beeld van de inwoners die zij ondersteunt maar inmiddels is er in de loop van 2020 gekozen voor een onafhankelijk cliënttevredenheidsonderzoek (CEO). Het
-52-
zelf meten van de cliënttevredenheid was een tijdelijke keuze omdat het CEO moest worden ingericht en De Kleine Schans veel belang hecht aan (het meten van) de cliënttevredenheid.
Vraagstelling, deelvragen Vraag 4 • Meet De Kleine Schans de tevredenheid onder de inwoners dan wel cliënten? Wat blijkt uit deze tevredenheidsonderzoeken? Hoe pakt De Kleine Schans de resultaten daarvan op?
Antwoord Het eigen cliënttevredenheidsonderzoek illustreert dat cliënten doorgaans tevreden zijn over hoe er naar hun is geluisterd, dat hun mening ertoe doet en dat het de zeggenschap bevordert over de hulp die cliënten ontvangen. De cliënten zijn ook tevreden over de effectiviteit van de hulp (“door de hulp kan ik weer verder”). Het aantal cliënten waarbij deze vragenlijst is afgenomen, is echter wel zeer beperkt op het totaal aantal cliënten van De Kleine Schans. Dit probleem is het grootst gebleken bij de cliënten participatie zodat in het cliënttevredenheidsonderzoek niet wordt gerapporteerd over deze groep cliënten.
De aansturing van De Kleine Schans door de gemeente vindt plaats op meerdere manieren, zoals hiervoor toegelicht. De gemeente vervult de rollen van subsidieverstrekker en opdrachtgever, van lid van de coöperatie en van beleidsmaker en systeemverantwoordelijke. Voor de rollen van subsidieverstrekker en opdrachtgever en beleidsmaker is het van belang dat de coöperatie de gemeente voedt met relevante informatie, zodat de gemeente voldoende inzicht ontwikkelt in de prestaties van de coöperatie en de mate waarin deze bijdragen aan haar beleidsdoelen. Het onderzoek levert op dat op dit vlak nog grote slagen gemaakt moeten worden maar dat desondanks bestuurders in grote lijnen wel tevreden zijn over de verantwoordingsinspanningen van De Kleine Schans. Daarbij speelt mee dat De Kleine Schans zich niet alleen schriftelijk verantwoordt, via jaarrapportages en kwartaalberichten, maar ook frequent in het Bestuurlijk overleg opdrachtgeverschap en andere bestuurlijke en ambtelijke overleggen.
-53-
Vraagstelling, deelvragen Vraag 5 • In hoeverre is de gemeente in staat om op de uitvoering van taken door De Kleine Schans te sturen? Voldoet de coöperatie aan de informatiebehoefte van het college?
Antwoord De bij De Kleine Schans betrokken portefeuillehouders geven aan dat zij in principe goed uit de voeten kunnen met de wijze waarop de coöperatie zich verantwoordt, zij het dat het nog voor diverse doelen een zoektocht is hoe doelen kunnen worden vertaald naar indicatoren en hoe de coöperatie en de gemeente daar dan op kunnen sturen. Voor diverse benoemde doelen zijn nog geen normen bepaald. De gemeente stuurt echter niet alleen op de door De Kleine Schans op te stellen verantwoordingsrapportages per jaar en per kwartaal maar ook door middel van overleg. De gemeente en de coöperatie hebben zowel bestuurlijk als ambtelijk frequent overleg. In deze overleggen kan De Kleine Schans kwalitatief toelichten op de kwantitatieve indicatoren die de verantwoordingsrapportages bevatten. Er ligt voor zowel coöperatie als gemeente een belangrijke uitdaging om de gemeentelijke beleidsdoelen en de door de coöperatie in de jaarplannen op te nemen ambities nog beter op elkaar af te stemmen en deze nog beter uit te werken naar concrete, toetsbare indicatoren.
De laatste deelvraag van het voorliggende onderzoek betreft de wijze waarop en de mate waarin de gemeenteraad haar controlerende rol kan vervullen.
Vraagstelling, deelvragen Vraag 6 • Kan de gemeenteraad op basis van de informatie die zij krijgt controleren of de doelen van de coöperatie worden behaald?
Antwoord Omdat het in het algemeen lastig is, zoals hiervoor toegelicht bij de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag, om ‘hard’ te oordelen over de effectiviteit van De Kleine Schans en met name de mate waarin haar activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke doelen, kan op deze vraag niet positief worden geantwoord. De met raadsleden voor het rekenkameronderzoek gevoerde gesprekken bevestigen dit. Zij zijn in grote lijnen positief over de informatievoorziening die zij ontvangen, van zowel college als De Kleine Schans. Tegelijk constateren zij dat de informatie een beter beeld oplevert van wat de coöperatie doet dan van de bijdrage van deze inspanningen aan de realisatie van de gemeentelijke beleidsdoelen.
8.3 Toets op mate waarin bij oprichting geformuleerde ambities zijn gerealiseerd Het onderzoek levert de volgende inzichten op ten aanzien van de mate waarin de bij de start voor de coöperatie De Kleine Schans geformuleerde ambities zijn gerealiseerd: • De Kleine Schans vormt voor inwoners van Woudenberg een lokale en laagdrempelige voorziening waar zij terecht kunnen met vragen over wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen en relevante informatie en passend advies ontvangen. De Kleine Schans informeert inwoners op diverse manieren over haar inspanningen en hoe zij inwoners kan ondersteunen, waarbij het beeld is dat inwoners inmiddels ook weten waarvoor zij bij De Kleine Schans terecht kunnen.
-54-
• De Kleine Schans draagt bij aan de gewenste effectieve, vraaggerichte en integrale benadering van ondersteuningsvragen van inwoners van de gemeente Woudenberg, waarbij het bevorderen van eigen kracht en van het sociale netwerk centraal staan en waarbij inzet van sociale basisvoorzieningen en ambulante begeleiding wordt gestimuleerd om een onnodig beroep op maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg te voorkomen. Deze bijdragen kunnen echter nog maar beperkt gekwantificeerd en daardoor ‘hard’ gemaakt worden. • De Kleine Schans bevordert verder de doelmatige inzet van middelen door het versterken van de samenwerking met aanbieders van basisvoorzieningen en individuele voorzieningen, door een en ander met elkaar te verbinden en te proberen regie te voeren op de zogenoemde ‘piramide’ in het sociaal domein. Team Welzijn richt zich op de verbinding met de sociale basisvoorzieningen. Daarnaast hebben de professionals van het Sociaal Team hebben een belangrijke rol in de verwijzing van inwoners naar zorgaanbieders voor individuele voorzieningen.
De Kleine Schans rapporteert in jaarverslagen en kwartaalberichten niet gestructureerd over het gebruik van de verschillende soorten voorzieningen, zodat niet duidelijk wordt of een en ander zich ontwikkelt in lijn met de nagestreefde transformatie in het sociaal domein, waarbij zo mogelijk lichte vormen van ondersteuning worden ingezet om te voorkomen dat het beroep op zwaardere vormen van ondersteuning onnodig oploopt. De Kleine Schans heeft in 2020 wel een gerichte analyse uitgevoerd van het zorggebruik en de daaraan gerelateerde zorgkosten. Door deze analyse periodiek te herhalen kan het gebruik van verschillende soorten voorzieningen (algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en specialistische voorzieningen) beter worden gemonitord. • Tot slot concludeert de RKC Vallei en Veluwerand dat De Kleine Schans veel werk gemaakt van de transformatie in het sociaal domein via met name de aanjaagfunctie van de coöperatie op dit vlak. Er is een groot aantal werkateliers georganiseerd waarin met de aangesloten leden van de coöperatie voor de transformatie relevante vraagstukken zijn doorgesproken en waarin met betrokkenen concrete afspraken zijn gemaakt om de transformatie verder te bevorderen.
***
-55-
9. Bestuurlijke reactie van het college en nawoord rekenkamercommissie 9.1 Bestuurlijke reactie Geachte leden van de Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand, Op 21 april 2021 hebben wij de rapportage ontvangen van de Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand (hierna: de rekenkamercommissie) voor bestuurlijk wederhoor. Hierbij maken wij gebruik van de mogelijkheid om een bestuurlijke reactie te geven op het rapport. 1. Inleiding In januari 2018 is Coöperatie De Kleine Schans (hierna: coöperatie) van start gegaan. De coöperatie heeft enerzijds als taak het voor de gemeente Woudenberg uitvoeren van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Leerplichtwet. Anderzijds heeft de coöperatie de taak om een aanjaagfunctie te vervullen in de transformatie in het sociaal domein. Dit laatste is de reden geweest om voor een coöperatievorm te kiezen omdat de gemeente gelooft dat de transformatie in het sociaal domein alleen tot stand komt samen met zorgaanbieders, organisaties en maatschappelijke partners. Bij de oprichting is vastgelegd dat er na twee jaar, in 2020, een evaluatie zou plaatsvinden. De voorliggende evaluatie voorziet hierin. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van documenten over de oprichting, het opdrachtgeverschap, de verantwoording en de subsidierelatie.
In de loop van 2020 hebben op verschillende momenten gesprekken plaatsgevonden met ambtenaren, portefeuillehouders, medewerkers en leden van de coöperatie en raadsleden. De rekenkamercommissie heeft zorgvuldig en diepgaand onderzoek gedaan. Graag willen wij u bedanken voor uw inzet en de onderliggende eindrapportage. 2. Aanbevelingen De aanbevelingen van de rekenkamercommissie hebben betrekking op de volgende drie thema’s: 1. Effectiviteit 2. Sturing 3. Transformatie Ten aanzien van het eerste thema effectiviteit, herkennen we dat het een zoektocht is geweest, samen met de coöperatie, om de doelstellingen en in vervolg daarop de verantwoording voldoende specifiek en meetbaar te maken. Hoewel er vanaf de start duidelijke stappen in de goede richting zijn gezet, vraagt dit een doorontwikkeling. Wij zien hier een verband met de uitkomsten van de VNG visitatiecommissie die de gemeente in haar rapportage als aanbeveling geeft, om prioritering aan de brengen in de visie en te komen tot een inhoudelijk afwegingskader. Wanneer wij als opdrachtgever scherpere doelstellingen hebben, kan de coöperatie haar doelstellingen ook scherper formuleren. Dit is een lerend proces waarin we de komende jaren verdere stappen zetten.
Bij de besluitvorming rondom de coöperatie is nadrukkelijk gesproken over de kosten die de overhead met zich mee zou brengen en de verschillende petten die de gemeente zou krijgen. We zijn dan ook verheugd met de constatering van de rekenkamercommissie dat de coöperatie zelf over weinig indirecte functies en ‘overhead’ beschikt. En dat ten aanzien van de sturing het voorkomen van dubbele petten binnen de gemeente op deze manier juist is ingericht. We nemen mee dat het goed is om deze scheiding van petten ook voor de toekomst op deze wijze in stand te houden. Verder herkennen we hetgeen onder sturing wordt beschreven ten aanzien van de zoektocht naar bruikbare indicatoren. Hierin verwachten wij verdere stappen te zetten als we prioritering aanbrengen in de visie en komen tot een inhoudelijk afwegingskader. De conclusies van de rekenkamercommissie sluiten wat betreft het thema transformatie wederom aan bij die van de VNG visitatiecommissie. Namelijk dat we een duidelijke op transformatiegerichte inhoudelijke visie hebben. We zijn blij met deze constatering. We realiseren ons tegelijkertijd dat de transformatie nog niet voltooid is. We zullen de prettige
-56-
samenwerking met de coöperatie gebruiken om, zoals de aanbeveling van de rekenkamercommissie luidt, de transformatie nog meer centraal te stellen en nog beter te laten zien welke voortgang wordt geboekt bij het versterken van de eigen kracht van inwoners en het optimaal benutten van sociale netwerken en laagdrempelige algemene voorzieningen. Het gereedkomen van de evaluatie valt vrijwel samen de oplevering van een evaluatie uitgevoerd door HU/KUS, de presentatie van het rapport van de VNG visitatiecommissie en de uitkomsten van de bezuinigingsdialoog. We betrekken de aanbevelingen van de rekenkamercommissie dan ook bij de volgende stappen die in het sociaal domein gezet moeten worden. De evaluatie is daarmee een bouwsteen voor het plan van aanpak sociaal domein dat in de tweede helft van 2021 gereed komt. Ten slotte bedanken we u voor de grondige evaluatie en het opleveren van onderliggende eindrapportage. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Woudenberg
9.2 Nawoord rekenkamercommissie Wij danken het college van B&W voor de reactie op de rapportage “Een grote sprong van De Kleine Schans”. Wij zijn verheugd dat het college zich herkent in de bevindingen en conclusies en de aanbevelingen wil overnemen. Daarnaast zijn wij blij dat we ons rekenkamerrapport ongeveer gelijktijdig hebben kunnen aanbieden met de evaluatie “Samen voor een stevige sociale basis” en het visitatierapport van de VNG, zodat onze aanbevelingen in samenhang met de twee andere onderzoeken een basis kunnen vormen voor de verdere aanpak in het sociaal domein in de gemeente Woudenberg. Wij zullen met belangstelling de implementatie van de aanbevelingen blijven volgen. Over ongeveer drie jaar zullen wij (als de gemeenteraad dat ook wenst) een doorwerkingsonderzoek uitvoeren. Daarin kijken we hoe de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen zijn opgepakt en uitgewerkt. Tot slot danken wij allen die hebben meegewerkt aan dit onderzoek.
-57-
Bijlage 1 Bronnenlijst Documenten gemeente • Gemeente Woudenberg, Presentatie Simone van der Marck, Marije Eillebrecht, Hans Westra en Marieke Meeuwenoord, Raadsinformatie Sociaal Domein, 9 juni 2016. • Gemeente Woudenberg, Collegeadvies, onderwerp: ‘Memo aan raad over de intentie uitspraak door gemeente Woudenberg, MEE en Youké over gezamenlijk onderzoek naar het oprichten van een coöperatie’, 14 oktober 2016. • Gemeente Woudenberg, Presentatie ‘Raadsinformatieavond Vormgeving Toegang in Sociaal Domein’, 17 november 2016. • Gemeente Woudenberg, Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein januari 2017 – juli 2018, januari 2017. • Gemeente Woudenberg, Collegeadvies, onderwerp: ‘Plan van aanpak Project Coöperatie De Kleine Schans’, 9 maart 2017. • Gemeente Woudenberg, Collegeadvies, onderwerp: ‘Ambitie en inkoopstrategie Sociaal Domein regio Amersfoort’, 14 maart 2017. • Gemeente Woudenberg, MEE en Youké (Marijke Eillebrecht en Saskia van Vliet), Uitvoeringsagenda project coöperatie De Kleine Schans, 23 mei 2017. • Gemeente Woudenberg, MEE en Youké, Implementatieplan project Coöperatie De Kleine Schans, 23 mei 2017. • Gemeente Woudenberg, raadsvoorstel ‘Oprichting en deelname aan Coöperatie De Kleine Schans’, 12 juni 2017 t.b.v. raadsvergadering van 6 juli 2017. • Gemeente Woudenberg, Persbericht ‘Coöperatie De Kleine Schans zet inwoner centraal’, 14 juni 2017.
• Gemeente Woudenberg, Collegeadvies, onderwerp: ‘Subsidieregeling Innovatiesubsidie Sociaal Domein Woudenberg en Eenmalige Ondersteuningssubsidies Coöperatie De Kleine Schans 2018’, 5 februari 2018. • Gemeente Woudenberg, Collegeadvies, onderwerp: ‘Voortgang uitvoering Sociaal Domein door Team De Kleine Schans 01-10-2018 tot 01-01-2018’ (Q4), 8 maart 2018. • Gemeente Woudenberg, Monitor Sociaal Domein Woudenberg 2018. • Gemeente Woudenberg, Maatregelen beheersen zorgkosten Woudenberg, 2018. • Gemeente Woudenberg, Brief aan Coöperatie De Kleine Schans, Onderwerp: Subsidieverlening 2019, cat. C – aanvullende subsidie, kenmerk 218219/219722, 4 december 2018. • Gemeente Woudenberg, Brief aan Coöperatie De Kleine Schans, Onderwerp: Subsidieverlening 2019, cat. C, kenmerk 214567/216744, 20 september 2018. • Gemeente Woudenberg, Leerplichtverslag 2017-2018, 13 december 2018. • Gemeente Woudenberg, Verslag gesprek met onderwerp ‘Incidentele subsidieaanvraag CDKS’, 13 december 2018. • Gemeente Woudenberg, Beleidskader Sociaal Domein 2019-2022, januari 2019. • Gemeente Woudenberg, afdeling Beleid & Ontwikkeling, Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 20192020, mei 2019. • Gemeente Woudenberg, Lokale analyse zorgkosten en zorggebruik 2018, mei 2019. • Gemeente Woudenberg, Beleidsbegroting 2020-2023.
• Gemeente Woudenberg, Voortgangsrapportage ‘Project Maatregelen zorggebruik/zorgkosten Woudenberg’, periode 1 oktober 2019 tot 31 maart 2020, 26 april 2020. • Gemeente Woudenberg, Voortgangsrapportage ‘Project Maatregelen zorggebruik/zorgkosten Woudenberg’, 4e voortgangsrapportage, 26 april 2020. • Gemeente Woudenberg, Analyse zorggebruik en zorgkosten Jeugdwet en Wmo 2019, 1 augustus 2020. Documenten De Kleine Schans • De Kleine Schans, Jaarverslag De Kleine Schans 2018, 2019. • De Kleine Schans, Jaarverantwoording De Kleine Schans, 2019
-58-
• • • • • • • • • • • • • • • • •
De Kleine Schans, Jaarplan 2019. De Kleine Schans, Jaarplan 2020, versie 6 februari 2020. De Kleine Schans, Jaarplan 2021, versie 9 december 2020. Coöperatie De Kleine Schans, Subsidieaanvraag 2019, 2018. De Kleine Schans, Kwartaalrapportage De Kleine Schans, januari-maart 2018, april 2018. De Kleine Schans, Kwartaalrapportage De Kleine Schans juli-september 2018, oktober 2019. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier werkatelier ‘Alternatieven voor ambulante zorg’, oktober 2019. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier ‘Statushouders’, oktober 2019. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier werkatelier ‘Opvoeden met LEF’, oktober 2019. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier werkatelier ‘Dagopvang dichtbij huis’, oktober 2019. De Kleine Schans, Informatiemagazine voor de gemeente Woudenberg, 2020. De Kleine Schans, Jaarverantwoording De Kleine Schans 2019, 2020. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier werkatelier ‘Dagopvang dichtbij huis’, april 2020. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier werkatelier ‘Alternatieven voor respijtzorg’, april 2020. De Kleine Schans i.s.m. gemeente Woudenberg, Rapportageformulier werkatelier ‘Jongeren met psychische problemen eerder signaleren’, april 2020.