CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

G. Onderzoek Een grote sprong van De Kleine Schans

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen29.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

COLOFON De rekenkamercommissie De rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand is een gemeenschappelijke onafhankelijke rekenkamercommissie van de gemeenten Barneveld, Bunnik, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Scherpenzeel, Woudenberg en Zeewolde. De externe commissie bestaat uit een voorzitter en vier leden: de heer J. van Zomeren (voorzitter), mevrouw F.T. van de Vlierd (lid tot 21 april 2021), de heer M. Pen (lid), de heer J.G.W. Scheltinga (lid tot 21 april 2021), de heer H.M. ter Beek (lid), de heer J.C.T.M. Doorakkers (lid vanaf 21 april 2021) en mevrouw J.T. Versteegh (lid vanaf 21 april 2021). De commissie heeft twee onderzoekers / secretarissen: mevrouw I.M.T. Spoor en mevrouw M.E. Barel-Glashouwer.

Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting inclusief conclusies en aanbevelingen ........................................................ 3 Conclusies ...................................................................................................................................................3 Aanbevelingen ............................................................................................................................................5 1. Inleiding ......................................................................................................................................... 7 1.1 Doel en vraagstelling rekenkameronderzoek ......................................................................................7 2. Ambities, veranderopgave & opdracht van De Kleine Schans bij de start .........................................

9 2.1 Raadsvoorstel 2017 ..............................................................................................................................9 2.2 Voorgeschiedenis raadsvoorstel ..........................................................................................................9 2.3 Inhoudelijke opdracht coöperatie De Kleine Schans .........................................................................11 2.4 Met welke formatie voert De Kleine Schans haar opdracht uit? .......................................................12 3. Overzicht gemeentelijke beleidsdoelen o.b.v. uitvoeringsprogramma Sociaal Domein ...................

13 3.1 Participatiewet ...................................................................................................................................13 3.2 Jeugdwet ............................................................................................................................................15 3.3 Wmo ...................................................................................................................................................19 3.4 Leerplichtwet......................................................................................................................................22 3.5 Tussenconclusies ................................................................................................................................24 4. Aansturings- en verantwoordingsdocumenten van De Kleine Schans .............................................

26 4.1 Subsidieaanvraag en -verlening .........................................................................................................26 4.2 Jaarplan 2019 t/m 2021 .....................................................................................................................29 4.3 Jaarverantwoording 2018 en 2019 ....................................................................................................31 4.4 Kwartaalberichten ..............................................................................................................................32 4.5 Tussenconclusies ................................................................................................................................33 5. Aanjaagfunctie De Kleine Schans bij transformatie in het sociaal domein ...................................... 35 5.1 ‘Piramide’ in het sociaal domein basis voor inzet op transformatie .................................................35 5.2 Aanjaagfunctie van De Kleine Schans gericht op transformatie opgepakt met werkateliers ...........37 5.3 Tussenconclusies ................................................................................................................................37 6. Gemeentelijke rollen en betrokkenheid van raadsleden en leden van de coöperatie .....................

38 6.1 Gemeente als lid van de coöperatie, opdrachtgever en systeemverantwoordelijke ........................38 6.2 Dubbele verantwoordelijkheid van directeur De Kleine Schans inmiddels opgelost ........................39 6.3 Overige leden van de coöperatie over samenwerking in en meerwaarde van de coöperatie .........39 6.4 Betrokkenheid van raadsleden bij De Kleine Schans .........................................................................40 6.5 Tussenconclusies ................................................................................................................................42 7. Financiële aspecten: financiële kaders De Kleine Schans en ontwikkeling zorgkosten..................... 43 7.1 Inzet gemeente in samenwerking met De Kleine Schans op beperking zorgkosten .........................43 7.2 Financiële kaders, begrotingen en realisaties van de coöperatie......................................................46 7.3 Tussenconclusies ................................................................................................................................47 8. Bevindingen en conclusies ............................................................................................................

48 8.1 Beantwoording van onderzoeksvragen: centrale vraag en deelvragen ............................................48 8.2 Beantwoording van onderzoeksvragen: deelvragen .........................................................................49 8.3 Toets op mate waarin bij oprichting geformuleerde ambities zijn gerealiseerd ...............................54 9. Bestuurlijke reactie van het college en nawoord rekenkamercommissie ........................................ 56 9.1 Bestuurlijke reactie ............................................................................................................................56 9.2 Nawoord rekenkamercommissie .......................................................................................................57 -1-

Bijlage 1 Bronnenlijst ........................................................................................................................ 58 Bijlage 2 Respondenten .................................................................................................................... 60 Bijlage 3 Uitwerking doelen in gemeentelijke beleidsbegroting 2020-2023 ........................................ 61 Bijlage 4 Wettelijke taken Wmo, Jeugdwet en Participatiewet in subsidieaanvraag 2019 .................. 62 Bijlage 5 Doeluitwerking De Kleine Schans in jaarplan 2019............................................................... 63 Bijlage 6 Doeluitwerking De Kleine Schans in jaarplan 2021............................................................... 68 Bijlage 7 Aanjaagfunctie De Kleine Schans gericht op transformatie: werkateliers ............................. 72

-2-

Bestuurlijke samenvatting inclusief conclusies en aanbevelingen Aanleiding onderzoek De rekenkamercommissie is voorjaar 2020 gestart met een onderzoek naar coöperatie De Kleine Schans. De Kleine Schans is een in Nederlands perspectief uniek initiatief. Het bijzondere aan de samenwerking tussen de gemeente Woudenberg, zorgaanbieders, vrijwilligersorganisaties en andere maatschappelijke partners is, dat de samenwerking is vormgegeven in een coöperatie én dat de positie van de gemeente in de coöperatie gelijkwaardig is aan die van de andere leden met evenveel stemrecht in de Algemene Ledenvergadering (ALV). De Kleine Schans is opgericht in 2017. In het raadsvoorstel dat ten grondslag ligt aan de oprichting is vastgelegd dat de coöperatie voor de gemeente de taken uitvoert op het terrein van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Participatiewet en de Leerplichtwet. In het raadsvoorstel is benoemd dat De Kleine Schans moet bijdragen aan een effectieve, vraaggerichte en integrale benadering van ondersteuningsvragen van inwoners van Woudenberg, waarbij zoveel als mogelijk uitgegaan wordt van de eigen kracht van de inwoners, hun sociale netwerk en van basisvoorzieningen en ambulante ondersteuning. Als dit ontoereikend is, komt meer specialistische ondersteuning in beeld.

De transformatie in het sociaal domein is daarmee voor De Kleine Schans vanaf het begin een centraal doel. Van de samenwerking wordt verwacht dat deze bijdraagt aan de doelmatige inzet van middelen en dat de coöperatie een aanjaagfunctie vervult voor de transformatie in het sociaal domein.

Onderzoeksdoel en hoofdvraag Inmiddels bestaat De Kleine Schans ruim drie jaar. Bij de oprichting is vastgelegd dat er na twee jaar, dus in 2020, een evaluatie zou plaatsvinden. De voorliggende evaluatie voorziet hierin. De hoofdvraag voor het onderzoek is in samenspraak met de auditcommissie van Woudenberg als volgt geformuleerd: Het doel van het rekenkameronderzoek is om te beoordelen in hoeverre De Kleine Schans bijdraagt aan de effectiviteit van de uitvoering van de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Leerplichtwet en aan de beoogde transformatie binnen het sociaal domein. De hoofdvraag is uitgewerkt in diverse deelvragen die deels beschrijvend van aard zijn (bijvoorbeeld toelichten op welke taken bij De Kleine Schans zijn neergelegd en hoe De Kleine Schans deze taken organiseert) en deels evaluatief van aard. Voor de uitwerking van de beschrijvende onderzoeksvragen verwijzen wij naar het hoofdrapport. Navolgend gaan wij nader in op het evaluatieve deel van het onderzoek dat zich richt op onder meer: • Effectiviteit: De vraag of het de coöperatie gelukt is de gestelde doelen te behalen. • Sturing: De vraag of de governance bijdraagt aan de realisatie van de gestelde doelen, of de gemeente voldoende in staat is op de uitvoering van taken door De Kleine Schans te sturen en of de gemeenteraad voldoende kan controleren of gestelde doelen worden behaald.

• Transformatie: De vraag of en zo ja hoe De Kleine Schans bijdraagt aan de transformatie in het sociaal domein en daarbij een aanjaagfunctie vervult.

Conclusies Effectiviteit Het onderzoek levert op dat op basis van door De Kleine Schans opgestelde jaarplannen en verantwoordingsdocumenten maar een beperkt inzicht wordt verkregen in de bijdrage van haar inzet aan de gemeentelijke beleidsdoelen. Verklaringen hiervoor zijn dat de door De Kleine Schans geformuleerde doelen niet één op één aansluiten op de door de gemeente geformuleerde doelen en dat er sprake is van grote wijzigingen in doelformuleringen van De Kleine Schans in de afgelopen jaren. Er is verder een ontwikkeling

-3-

zichtbaar waarbij doelen in de loop der jaren minder scherp, in de zin van specifiek en meetbaar, zijn uitgewerkt. In de verantwoordingsdocumenten van De Kleine Schans wordt verder niet gestructureerd teruggegrepen op de in de jaarplannen geformuleerde doelen. Door de weinig scherpe uitwerking van de gemeentelijke doelen en de wijze waarop De Kleine Schans haar doelen formuleert en zich daarover verantwoordt, kan haar bijdrage aan de effectiviteit van het gemeentelijk beleid niet goed worden vastgesteld. Sturing In het onderzoek is gebleken dat de betrokken portefeuillehouders aangeven goed uit de voeten te kunnen met de wijze waarop De Kleine Schans zich verantwoordt. Tegelijkertijd geven zij aan dat het voor diverse doelen nog een zoektocht is naar bruikbare indicatoren. De van raadsleden opgetekende beelden sluiten hierop aan in die zin dat zij aangeven een beter beeld te hebben van wat De Kleine Schans doet dan in de mate waarin dit bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen.

Er ligt voor zowel De Kleine Schans als voor de gemeente een belangrijke uitdaging om de gemeentelijke beleidsdoelen, in de zin van beoogde maatschappelijke effecten, scherper te formuleren, de doeluitwerking in de jaarplannen van De Kleine Schans daar beter op te laten aansluiten en in de verantwoording door De Kleine Schans over haar inzet een duidelijker relatie te leggen met de nagestreefde doelen. De gemeente geeft haar sturende rol langs drie lijnen vorm: zij is beleidsbepaler en systeemverantwoordelijke, verder lid van de coöperatie en tot slot opdrachtgever van en subsidieverstrekker aan De Kleine Schans. De wethouder Sociaal Domein vervult beide eerste rollen en de wethouder van Financiën fungeert als opdrachtgever. De coöperatieve samenwerkingsvorm, waarin leden op gelijkwaardige wijze participeren, kan er in theorie toe leiden dat andere leden de gemeente ‘overrulen’ bij te maken strategische keuzes. In de praktijk is dit nog niet voorgekomen. Omgekeerd kan de gemeente, als opdrachtgever en subsidieverstrekker, haar agenda opleggen aan de andere leden. Ook dit is in de praktijk niet aan de orde omdat vooral wordt ingezet op het met elkaar maken van keuzes en daar vervolgens ook samen uitvoering aan geven. Ook op ambtelijk niveau levert de combinatie van rollen nauwelijks problemen op.

Betrokken ambtenaren vanuit de gemeente benadrukken het voordeel van de overzichtelijke schaal en korte lijnen met De Kleine Schans, waardoor co-creatie van beleid goed van de grond komt. Een potentieel ‘petten’-probleem was er wel bij de invulling van het voorzitterschap van de ALV van de coöperatie door de directeur-bestuurder van De Kleine Schans. Het werd terecht wenselijk gevonden deze functie te laten vervullen door iemand zonder organisatiebelangen. Inmiddels is een onafhankelijke kandidaat gevonden die het voorzitterschap van de ALV op zich neemt zodat het risico van belangenconflicten en de schijn van belangenverstrengeling is weggenomen. Transformatie De Kleine Schans heeft de aanjaagfunctie vanaf de start veel aandacht gegeven. Met name door de organisatie van werkateliers, waarin de bij het geagendeerde vraagstukken betrokken leden van de coöperatie samen zoeken naar effectieve en innovatieve aanpakken. De werkateliers waren vooral gericht op het beter functioneren van de zogenoemde ‘piramide’ in het sociaal domein waarbij wordt ingezet op het, waar mogelijk binnen de kaders van adequate zorg voor en ondersteuning van inwoners, benutten van de eigen kracht en het sociale netwerk van inwoners en het bevorderen van het gebruik van laagdrempelige en minder kostbare algemene voorzieningen boven duurdere maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg.

-4-

De werkateliers resulteren in concrete afspraken tussen betrokken leden van de coöperatie om de transformatie concreet handen en voeten te geven. In die zin concludeert de RKC Vallei en Veluwerand dat De Kleine Schans de bij haar neergelegde aanjaagfunctie op succesvolle wijze heeft ingevuld. Opmaken van de balans Per saldo concludeert de RKC Vallei en Veluwerand dat De Kleine Schans voor inwoners van Woudenberg een lokale en laagdrempelige voorziening vormt waar zij terecht kunnen met vragen over wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen en informatie en advies ontvangen. De Kleine Schans informeert inwoners op diverse manieren over haar inspanningen, waarbij het beeld is dat inwoners weten waarvoor zij bij De Kleine Schans terecht kunnen. Verder constateert de RKC Vallei en Veluwerand dat de gemeente Woudenberg er met De Kleine Schans in is geslaagd om de voor de transformatie in het sociaal domein noodzakelijke samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieders, vrijwilligersorganisaties en andere maatschappelijke partners op een voor Nederland unieke wijze vorm te geven. Er is een duidelijke, op transformatie gerichte, inhoudelijke agenda en de in De Kleine Schans samenwerkende partijen weten elkaar door de samenwerkingsvorm en de overzichtelijke, gemeentelijke, schaal waarop gewerkt wordt, goed te vinden.

Tegenover deze positieve waardering van de samenwerking in De Kleine Schans staat dat de bijdrage daarvan aan de effectiviteit van het gemeentelijke beleid nog niet ‘hard’ kan worden vastgesteld. Een grote uitdaging voor de komende jaren betreft naar de mening van de RKC Vallei en Veluwerand het beter in beeld brengen van de effectiviteit en het maatschappelijk rendement van de inspanningen van De Kleine Schans.

Aanbevelingen De voorgaande conclusies en de in het hoofdrapport opgenomen nadere uitwerking van de onderzoeksvragen leiden tot de volgende aanbevelingen: 1. Investeer als gemeente Woudenberg in het samen met De Kleine Schans scherper uitwerken van de gemeentelijke beleidsdoelen, bij voorkeur in termen van nagestreefde maatschappelijke effecten, en waarborg samen dat de door De Kleine Schans in haar jaarplannen op te nemen doelen en te leveren prestaties beter op de gemeentelijke doelen aansluiten. 2. Waarborg dat de verantwoording van De Kleine Schans over haar inspanningen beter aansluit op de door De Kleine Schans in haar jaarplannen opgenomen doelen en dat De Kleine Schans in de jaarverantwoording en kwartaalberichten expliciet terugkomt op de gestelde doelen en de mate waarin deze gerealiseerd zijn. 3. Bevorder dat zowel gemeente als De Kleine Schans zich focussen op een beperkt aantal doelen en voorkom te veel wijzigingen in doelformuleringen (zonder deze ‘in beton te gieten’), omdat te veel doelen en te veel wijzigingen in doelformuleringen ten koste gaan van het inzicht in de mate waarin De Kleine Schans effectief is c.q. bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen. 4.

Plaats de ontwikkeling van doelen en doelrealisatie in het perspectief van andere (bij voorkeur vergelijkbare) gemeenten en rapporteer over doelen en doelrealisatie zo mogelijk in een meerjarenperspectief, zodat meer inzicht ontstaat in de vraag of de inspanningen van de gemeente en van De Kleine Schans succesvol zijn of bijsturing behoeven. 5. Stel bij de doeluitwerkingen van zowel gemeente als De Kleine Schans de beoogde transformatie in het sociaal domein nog meer centraal en laat nog beter zien welke voortgang wordt geboekt bij het versterken van de eigen kracht van inwoners en het optimaal benutten van sociale netwerken en laagdrempelige algemene voorzieningen, om te voorkomen dat inwoners onnodig beroep doen op maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg. Dit uiteraard met als ondergrens dat inwoners wel kunnen rekenen op adequate ondersteuning en zorg.

-5-

6. Agendeer in de gemeenteraad met enige regelmaat de vraag hoe de belangrijkste maatschappelijke doelvariabelen van de gemeente zich ontwikkelen en of er aanleiding is tot bijstelling van beleid of intensivering van door De Kleine Schans te leveren inspanningen. Voorkom dat discussies in de raad over het sociaal domein eenzijdig gaan over financiën of over incidenten op het niveau van individuele inwoners of huishoudens. De kwartaalrapportages van De Kleine Schans bieden hiervoor handvatten, zeker als De Kleine Schans in de verantwoording over haar inspanningen nog meer dan nu aansluit bij de beleidsmatige doelen die de gemeente nastreeft en de maatschappelijke effecten die de gemeente wil realiseren.

***

-6-

1. Inleiding Keuze voor unieke uitvoeringsvariant Bij de organisatie van de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het sociaal domein heeft de gemeente Woudenberg gekozen voor een in Nederland unieke uitvoeringsvariant. De gemeente heeft samen met een aantal zorgaanbieders een coöperatie opgericht, om zo optimale condities te creëren voor de ondersteuning van de inwoners van Woudenberg1. Deze optimale condities hebben dan met name betrekking op de noodzakelijke samenwerking van de gemeente Woudenberg met zorgaanbieders, vrijwilligersorganisaties en andere maatschappelijke partnrse en de onderlinge samenwerking tussen al deze partijen. In de aanloop naar de decentralisaties in het sociaal domein per 1 januari 2015, was aanvankelijk gekozen voor de inrichting van een Sociaal Team waarin van de gemeente en de zorgaanbieders afkomstige professionals op detacheringsbasis werkzaam zijn. Het doel van het team was om samen met de maatschappelijke partners lokale en integrale ondersteuning te bieden aan de inwoners van Woudenberg. Het Sociaal Team was als pilot opgericht en als een tijdelijk samenwerkingsverband van zorgaanbieders en gemeente. In 2016 heeft de gemeente onderzoek laten uitvoeren naar een toekomstbestendige vormgeving van het Sociaal Team2.

De uitkomst van het onderzoek was dat een volgende stap gemaakt kan worden indien de professionals die uitvoering geven aan de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en Leerplichtwet in één team worden ondergebracht in een coöperatie. Waar in den lande allerlei voorbeelden zijn van door zorgaanbieders gezamenlijk opgerichte coöperaties, is het voor zover bekend nergens gekomen tot de oprichting van een coöperatie waarvan ook de gemeente lid is. De coöperatie is uiteindelijk opgericht per 1 januari 2018. Het hoogste orgaan van de coöperatie is de algemene ledenvergadering waaraan zowel de gemeente Woudenberg en een aantal zorgaanbieders ook vrijwilligersorganisaties en andere maatschappelijke partners deelnemen als lid.

1.1 Doel en vraagstelling rekenkameronderzoek De auditcommissie van de gemeente Woudenberg heeft in haar vergadering van 11 juni 2019 aan de rekenkamercommissie gevraagd om een evaluatieonderzoek te doen naar het functioneren van Coöperatie De Kleine Schans. Eén van de aanleidingen is dat bij de oprichting van De Kleine Schans is afgesproken dat er na twee jaar, dus in 2020, een evaluatie zou plaatsvinden. In samenspraak met de auditcommissie heeft de RKC Vallei en Veluwerand de volgende doelstelling voor het onderzoek geformuleerd: Het doel van het rekenkameronderzoek is om te beoordelen in hoeverre De Kleine Schans bijdraagt aan de effectiviteit van de uitvoering van de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Leerplichtwet en aan de beoogde transformatie binnen het sociaal domein. Vanuit deze doelstelling is door de RKC Vallei en Veluwerand, wederom in samenspraak met de auditcommissie, de vraagstelling geformuleerd voor de evaluatie.

Vraagstelling Centrale vraag

In hoeverre draagt De Kleine Schans bij aan de effectiviteit van het beleid?

1

Zie onder andere gemeente Woudenberg, raadsvoorstel ‘Oprichting van en deelname aan Coöperatie De Kleine Schans’, 12 juni 2017. 2 BMC Advies, Sturing en positionering Toegang gemeente Woudenberg, september 2016.

-7-

Deelvragen 1

2

3

4 5 6

• Welke taken heeft De Kleine Schans met betrekking tot de uitvoering van genoemde taakvelden binnen het sociaal domein? • Hoe heeft De Kleine Schans haar taken georganiseerd? • Hoe vervult de gemeente de rol van systeemverantwoordelijke voor het sociaal domein, de rol van opdrachtgever van de coöperatie en de rol als lid van de coöperatie? • Versterken deze rollen elkaar of levert dit problemen op? • In hoeverre is het de coöperatie gelukt om de gestelde doelen te behalen? a. Hoe geeft De Kleine Schans invulling aan het doel om inwoners te informeren over vragen met betrekking tot wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen en mogelijke ondersteuning en zorg? b. Hoe stimuleert De Kleine Schans de inzet van eigen kracht, van het sociale netwerk en de algemene voorzieningen? Heeft dit er toe geleid dat er binnen Woudenberg minder beroep gedaan wordt op specialistische zorg en maatwerkvoorzieningen dan vóór de transitie? c. Is de samenwerking en afstemming van aanbieders van basisvoorzieningen verbeterd, en zo ja op welke manier? Heeft dit geleid tot een doeltreffende en efficiënte inzet van middelen? d. In hoeverre is het De Kleine Schans gelukt om binnen de financiële kaders de taken uit te voeren? Waar zitten de meevallers en de tegenvallers? e.

In hoeverre heeft De Kleine Schans daadwerkelijk een aanjaagfunctie vervuld in de noodzakelijke transformatie binnen het sociaal domein? f. Welke factoren zorgen ervoor dat de bij oprichting van De Kleine Schans gestelde doelen wel of juist niet behaald werden? Draagt de governance bij aan de gestelde doelen? • Meet De Kleine Schans de tevredenheid onder de inwoners dan wel cliënten? Wat blijkt uit deze tevredenheidsonderzoeken? Hoe pakt De Kleine Schans de resultaten daarvan op? • In hoeverre is de gemeente in staat om op de uitvoering van taken door De Kleine Schans te sturen? Voldoet de coöperatie aan de informatiebehoefte van het college? • Kan de gemeenteraad op basis van de informatie die zij krijgt controleren of de doelen van de coöperatie worden behaald?

Afbakening onderzoek Het onderzoek richt zich op alle verantwoordelijkheden die de gemeente Woudenberg heeft in het sociaal domein, voor zover coöperatie De Kleine Schans betrokken is bij de uitvoering daarvan. De scope van het onderzoek is daarmee breed. Om het onderzoek enigszins in te perken, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • In het onderzoek is vooral gekeken naar de organisatie van De Kleine Schans en de verhouding met de gemeente en de rollen die de gemeente heeft ten aanzien van De Kleine Schans. • Het onderzoek richt zich niet op de algemene en financiële ontwikkelingen binnen het sociaal domein. • Er zijn ten behoeve van het onderzoek geen inwoners benaderd of bevraagd.

-8-

2. Ambities, veranderopgave & opdracht van De Kleine Schans bij de start 2.1 Raadsvoorstel 2017 De opdracht van de gemeente Woudenberg aan de coöperatie werd in het raadsvoorstel voor de oprichting van de coöperatie De Kleine Schans3 als volgt geformuleerd. • het uitvoeren van taken voortvloeiend uit ➢ de Jeugdwet ➢ Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ➢ Participatiewet ➢ Leerplichtwet; en daarbij het borgen van de continuïteit van zorg en ondersteuning. • het zorgdragen dat inwoners van de gemeente Woudenberg weten waar ze terecht kunnen bij (ondersteunings-) vragen over wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen en het op een passende manier ontvangen van informatie en advies over (mogelijke) ondersteuning en zorg; • het bijdragen aan een effectieve, vraaggerichte en integrale benadering van ondersteuningsvragen van inwoners van de gemeente Woudenberg, waarbij zoveel als mogelijk de eigen kracht, de kracht van de sociale omgeving, het aanbod van de basisvoorzieningen en de ambulante ondersteuning worden ingezet.

Indien deze inzet ontoereikend is wordt passende specialistische ondersteuning ingezet; • het bevorderen van een doelmatige inzet van middelen door het versterken van de samenwerking met en afstemming van aanbieders van basisvoorzieningen en individuele voorzieningen door het nemen van initiatief om te komen tot verbindingen en werkafspraken; • het vervullen van een aanjaagfunctie voor en doorontwikkeling van de transformatie in het sociale domein; • al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. De hiervoor weergegeven opdrachtomschrijving van de gemeente Woudenberg aan coöperatie De Kleine Schans is leidend in de voorliggende evaluatie. Bij de beantwoording van de centrale vraag voor het voorliggende onderzoek (“In hoeverre draagt De Kleine Schans bij aan de effectiviteit van het beleid? ) wordt teruggegrepen op de in deze opdrachtomschrijving benoemde doelen voor De Kleine Schans. In het raadsvoorstel legde het college de raad het volgende voor: • Geen wensen en bedenkingen in te dienen bij oprichting van en deelneming in coöperatie De Kleine Schans. • In te stemmen met subsidieverlening aan de coöperatie waarmee de coöperatie in 2018 binnen gestelde kader uitvoering kan geven aan de opdracht.

• Een krediet van € 284.500 beschikbaar te stellen voor de oprichting en inrichting van coöperatie De Kleine Schans en de kosten hiervan te dekken uit de Reserve Sociaal domein.

2.2 Voorgeschiedenis raadsvoorstel De oprichting van coöperatie De Kleine Schans in 2017 is het sluitstuk van een denk- en onderzoeksproces waarin de gemeente zich beraden heeft op de aanvankelijke keuze om de uitvoering van de taken in het sociaal domein te beleggen bij een Sociaal Team met daarnaast een Loket De Kleine Schans (dat de toegang vormt voor inwoners op in het sociaal domein)4. In 2016 heeft de gemeente onderzoek laten uitvoeren naar 3

Zie onder andere gemeente Woudenberg, raadsvoorstel ‘Oprichting van en deelname aan Coöperatie De Kleine Schans’, 12 juni 2017. 4 Presentatie Simone van der Marck, Marije Eillebrecht, Hans Westra en Marieke Meeuwenoord (gemeente Woudenberg),

-9-

een toekomstbestendige vormgeving van het Sociaal Team5. Het Sociaal Team was als pilot opgericht en als een tijdelijk samenwerkingsverband van zorgaanbieders en gemeente. De uitkomst van het onderzoek is dat een volgende stap gemaakt kan worden indien de professionals die uitvoering geven aan de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en Leerplichtwet in één team worden ondergebracht in een coöperatie. Het streven was verder om zowel de huidige medewerkers die aangesteld of gedetacheerd zijn, als de medewerkers die vanuit hun organisatie ‘zorg op locatie’ leveren, een dienstverband te bieden bij de coöperatie6. Voor de inrichting van een sterke veranderorganisatie is een sterke verbinding nodig tussen deze onderdelen van het sociaal domein. Er ontstaat op deze manier één integrale toegang en aanpak voor de inwoners, wat ook bijdraagt aan een duidelijke externe profilering7. In de in mei 2017 opgestelde uitvoeringsagenda voor coöperatie De Kleine Schans wordt de coöperatie als volgt gepresenteerd:

De bij de coöperatie door de initiatiefnemers neergelegde veranderopgave wordt in de uitvoeringsagenda als volgt toegelicht: • Het realiseren van een vitale samenwerking vraagt een ontwikkeling ofwel beweging in het sociaal domein. • We zetten in op een beweging waarin de vraag naar ondersteuning centraal staat en niet het aanbod. • Waarin niet meer automatisch (dure) zorg en ondersteuning wordt ingezet, maar eerst zorgvuldig gekeken wordt of deze inzet past bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. • Het is een verschuiving van de nadruk op de 1e en 2e lijn (huisartsen, specialisten, zorgstructuren) naar burgerkracht, door het benutten van de mogelijkheden van inwoners zelf en hun eigen netwerken, het stimuleren van burenhulp en vrijwillige inzet en het optimaal benutten van de basis(zorg)infrastructuur. In de uitvoeringsagenda is deze beweging vertaald in drie maatschappelijke effecten voor de inwoners van Woudenberg: Raadsinformatie Sociaal Domein, 9 juni 2016. 5 BMC Advies, Sturing en positionering Toegang gemeente Woudenberg, september 2016. 6 Gemeente Woudenberg, MEE en Youké (Marije Eillebrecht en Saskia van Vliet), Uitvoeringsagenda project coöperatie De Kleine Schans, 23 mei 2017. 7 Presentatie Simone van der Marck e.a. (gemeente Woudenberg), Raadsinformatie Sociaal Domein, 9 juni 2016.

-10-

Nagestreefde maatschappelijke effecten met oprichting van coöperatie De Kleine Schans 1. Gezondere leefstijl van inwoners. Meer maatschappelijk en sociaal actieve inwoners. 2. Samen met inwoners komen tot meer lokale, passende en integrale antwoorden op hun ondersteuningsvragen. 3. Minder inzet van specialistische zorg door het stimuleren van innovatie en adequate zorgverlening. Van De Kleine Schans wordt een bijdrage verwacht aan een betere regie op de zogenoemde ‘piramide’ in het sociaal domein. De gedachte is dat door het beter benutten van eigen kracht van inwoners, hun sociale netwerk en de lokale basisinfrastructuur het beroep op specialistische zorg kan worden beperkt.

2.3 Inhoudelijke opdracht coöperatie De Kleine Schans De taken en verantwoordelijkheden zijn in juli 2017 vastgelegd in een document ‘inhoudelijke opdracht coöperatie’8. Uitgangspunt is dat de coöperatie als primaire taak heeft om Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Leerplichtwet uit te voeren.

Inhoudelijke opdracht coöperatie De Kleine Schans Wat doet de coöperatie niet? • Backoffice (waaronder uitkeringsadministratie). • Inkoop van specialistische ondersteuning. • Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ). • Inkoop/subsidie/aansturing welzijnswerk. • Uitvoering gedwongen kader (jeugdwet), Veilig thuis en crisisdienst. • Uitvoerende activiteiten in het kader van welzijnswerk of basisvoorzieningen. • Budgetbeheer individuele voorzieningen. • Toegang Maatschappelijke Opvang, vrouwenopvang, Beschermd Wonen. • Opstellen van beleid, verordeningen en nadere regels. • Cliëntondersteuning. • Ondersteuning en bevorderen vrijwilligerswerk. • RMC (Regionaal Meld- en coördinatiepunt voortijdige schoolverlaters)-functie. • Schuldhulpverlening.

Wat doet de coöperatie wel? • Bieden van informatie en advies. • Vraag verhelderen en plan van aanpak formuleren. • Uitvoeren van ambulante zorg en ondersteuning (individueel en collectief) voor Jeugdzorg en Wmo. • Actieve samenwerking met ketenpartners en basisvoorzieningen. • Beslissen (onder mandaat) over toegang tot ‘specifieke’ (gemeentelijk gefinancierde) voorzieningen9. • Bewaken/regisseren/evalueren/bijsturen van de (uitvoering van) doelen die gesteld zijn binnen het plan van aanpak. • Mantelzorgondersteuning. • ‘Outreachend’ werken10. • Handhavingstaken en administratieve leerplicht. • Meldpunt discriminatie. • Meldingen zorg en overlast. Taken coöperatie11:

8

https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2017/06-juli/20:00/02b-01-1-Bijlageopdracht-cooeperatie-1.pdf . 9 Individuele voorzieningen vanuit de Wmo en Jeugdwet, leerplichttrajecten, inkomensvoorzieningen, bijzondere bijstand, re-integratievoorzieningen, cliëntondersteuning . 10 Hieronder wordt verstaan het hanteren van een werkmethode waarbij actief ingezet wordt op het leggen van contact met de doelgroep, het onderzoeken van de vragen en het motiveren en verwijzen van de doelgroep naar vormen van hulpverlening of vormen van voorzieningen. 11 Hiermee worden de overkoepelende organisatietaken bedoeld binnen de coöperatie die de individuele dienstverlening door team Toegang overstijgen.

-11-

• Kwaliteit van dienstverlening. • Signaleren van leemten in het ondersteuningsaanbod en kwaliteitstekortkomingen bij ingekochte zorg met speciaal oog voor lokaal aanbod en de keuze voor PGB (persoonsgebonden budget) omdat zorg in natura (ZIN) niet voldoet. • Aanjaagrol transformatie. • Overige taken rondom klachten, bezwaar en beroep, interne controle, verzorgen van de frontoffice administratie.

2.4 Met welke formatie voert De Kleine Schans haar opdracht uit? De Kleine Schans voert haar taken uit met een formatieve capaciteit van circa 20 fte:

Formatie De Kleine Schans, 31 december 2019 (o.b.v. jaarverantwoording 2019) Functie • Sociaal Team • Ondersteuning uitvoering • Welzijn • Wmo • Werk en Inkomen • Leerplicht • Balie • Teamleiding • Bestuur en advies

Formatie (in fte) 8,98 1,66 0,95 1,94 1,67 0,91 0,61 0,89 2,00 19,61

Totaal

Geconcludeerd kan worden dat het Sociaal Team het grootste aandeel heeft in de formatie van De Kleine Schans (circa 45 procent). Er is daarnaast ook een Team Welzijn, bestaande uit de baliemedewerker, de welzijnsmedewerker, de vrijwilligerscoördinator en een medewerker die over meerdere domeinen werkt. Team Welzijn richt zich op het bevorderen van het gebruik van sociale basisvoorzieningen. Het aandeel ondersteunende functies (opgevat als directeur-bestuurder, teamleider en juridisch-kwaliteitsmedewerker) is in 2019 uitgekomen op 14,7 procent. Een jaar eerder was dit nog 21,7 procent. De coöperatie geeft in de jaarverantwoording 2019 aan dat zij “tevreden is met de invulling van de capaciteit zoals die er nu is”.

-12-

3. Overzicht gemeentelijke beleidsdoelen o.b.v. uitvoeringsprogramma Sociaal Domein Navolgend wordt voor de hoofdtaken van De Kleine Schans toegelicht: • Wat De Kleine Schans doet (en wat niet). • De doelen van beleid. • De bijdrage van De Kleine Schans aan de geformuleerde beleidsdoelen. Achtereenvolgens gaan we in op de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Leerplichtwet. Voor alle onderdelen van het sociaal domein geldt, dat de gemeente Woudenberg de beleidsmatige kaders bepaalt, waarbinnen De Kleine Schans invulling geeft aan de uitvoering van het beleid.

3.1 Participatiewet Wat doet De Kleine Schans en wat niet? De taakverdeling tussen gemeente Woudenberg enerzijds en coöperatie De Kleine Schans anderzijds is als volgt: • De gemeente Woudenberg formuleert het gemeentelijk participatiebeleid. Coöperatie De Kleine Schans is daarbij wel een belangrijke strategische partner, die meedenkt over mogelijke aanpassingen in beleid. • De Kleine Schans verzorgt de intake van mensen die een uitkering aanvragen (de aanvraag zelf wordt doorgaans via werk.nl gedaan) en/of naar werk begeleid willen worden. De Kleine Schans handelt deze aanvragen ook zelf af. • De coöperatie voert een diagnose uit op de mogelijkheden om te werken en welke ondersteuning daarbij dan gewenst is en zij voert regie op de re-integratie-inspanningen. • De Kleine Schans voert niet de inkomens- c.q. uitkeringsadministratie uit. Deze activiteit heeft de gemeente Woudenberg uitbesteed aan de gemeente Barneveld. • De Kleine Schans heeft ook geen rol bij de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw)12. De uitvoering van de Participatiewet is één van de hoofdtaken van De Kleine Schans. De Kleine Schans richt zich daarbij met name op het naar werk re-integreren van mensen die een bijstandsuitkering aanvragen en zij voert regie over de ondersteuning die De Kleine Schans zelf en eventuele andere partijen bieden aan de cliënten.

Inwoners van Woudenberg die een (bijstands-)uitkering willen aanvragen, melden zich via werk.nl. Zij krijgen vervolgens een eerste gesprek waarin hun rechten en plichten worden toegelicht en waarin wordt toegelicht welke ondersteuning De Kleine Schans kan bieden. De ondersteuning van De Kleine Schans is primair gericht op de doelgroep van de meest kansrijke bijstandscliënten. De keuze voor een focus op de doelgroep met een korte afstand tot werk is gemaakt door de gemeente Woudenberg. De inspanningen van De Kleine Schans op het terrein van re-integratie naar werk worden uitgevoerd door de klantmanagers van De Kleine Schans in samenwerking met de door de gemeente ingehuurde consulent werk (de personele inzet betreft in totaal drie medewerkers)13. Het betreft kennisintensieve taken, die bijvoorbeeld

12

De uitvoering van de Wsw is in de regio Amersfoort gergeld via een Gemeenschappelijke Regeling, te weten RWA. RWA heeft de werkmaatschappij Amfors Holding BV opgericht. Amfors is het bedrijf dat de Wsw vervolgens uitvoert. De toegang tot de Wsw is per 1 januari 2015 gesloten, zodat het aantal Wsw-ers sindsdien trendmatig afneemt vooral als gevolg van uitstroom vanwege pensionering. 13 Vanaf april 2020 maakt de gemeente Woudenberg gebruik van de diensten van een ingehuurde consulent werk. Daarvoor maakte de gemeente gebruik van ondersteuning van Work Fast BV, maar dit bureau is 5 maart 2020 failliet verklaard.

-13-

kennis vereisen van de inzet van loonkostensubsidie en de wijze waarop het doelgroepregister van de Wet banenafspraak functioneert. In deze doelgroep vallen bijvoorbeeld schoolverlaters van het Voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en het Praktijkonderwijs, mensen die voorheen in de Wajong zaten en mensen die onder de Participatiewet vallen en die niet zelfstandig 100% het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Een voor de gemeente Woudenberg op het terrein van de Participatiewet relevante partner, is sociaal werkvoorzieningsbedrijf Amfors. Met de opgebouwde infrastructuur van werkbedrijven kan Amfors door de aangesloten gemeenten en door De Kleine Schans benut worden voor bijvoorbeeld afnemen van werkfittrajecten, werkervaringsplekken en dergelijke.

Doelen van beleid en bijdrage van De Kleine Schans aan de doelrealisatie De doelen die de gemeente Woudenberg nastreeft op het terrein van de Participatiewet staan beschreven in diverse beleidsdocumenten. Het actuele beleidskader is uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019-202014. In het uitvoeringsprogramma zijn de beleidsdoelen op het terrein van de Participatiewet weergegeven onder de noemer ‘sociaaleconomische status’, samen met enkele beleidsdoelen die met name gericht zijn op het onderwijs en leerplicht, het minimabeleid en de schuldhulpverlening. Het valt op dat het aantal in het uitvoeringsprogramma opgenomen beleidsdoelen gericht op re-integratie naar werk zeer beperkt is. Toegespitst op re-integratie van mensen met een uitkering zijn de volgende beleidsdoelen geformuleerd:

Overzicht beleidsdoelen, zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019-2020 Wat willen we bereiken? Voorkomen dat kwetsbare jongeren tussen 16 en 27 jaar tussen wal en schip vallen

Meer kansen op werk creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

Wat doen we al? Deelnemen aan regionale werkgroep, waarin onder andere wordt gewerkt aan een integrale aanpak van jongeren met licht verstandelijke beperkingen (LVB). Gemeente voldoet als werkgever reeds aan Banenafspraak (begeleid werken). Cliënten van Reinaerde voeren werkzaamheden op gemeentehuis uit (vorm van dagbesteding)

Nieuw

Wanneer 2019-2020

Het verder integreren van concept van ‘social return on investment’ (SROI) in het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid.

2019

Als relevante beleidsindicator wordt het aantal inwoners met een bijstandsuitkering benoemd, waarbij de doelomschrijving is gedefinieerd als “≤”. De ambitie is om het aantal inwoners met een bijstandsuitkering niet te laten toenemen en bij voorkeur te doen afnemen. Uit gesprekken met betrokkenen vanuit de gemeente Woudenberg is gebleken dat de gemeente niet expliciet streeft naar bestandsreductie maar wel stuurt op uitstroom vanuit het bijstandsbestand naar werk. Beleidsdoelen op het terrein van de Participatiewet worden vooral ‘hoog over’ geformuleerd, zonder nadere uitwerking in concrete doelstellingen of ‘targets’. De Kleine Schans heeft in 2018 van alle inwoners van Woudenberg die een uitkering ontvangen de trede op de participatieladder vastgesteld15. Dit ten behoeve van 14 15

Gemeente Woudenberg, afdeling Beleid & Ontwikkeling, Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019-2020, mei 2019. De Kleine Schans, Jaarplan 2019.

-14-

de eigen sturing op haar inzet en de verantwoording daarover aan de gemeente. Met de inwoners is een plan van aanpak afgesproken. In het jaarplan is de ambitie opgenomen het aantal mensen met een uitkering dat vrijwilligerswerk doet en/of een tegenprestatie levert, in de zin van de Participatiewet, te laten toenemen. De jaarplannen voor 2020 en 2021 van De Kleine Schans bevatten geen kwantitatieve doelen op het terrein van participatie. Het jaarplan 2019 bevat een specifieke doelstelling wat betreft “het aan de maatschappij deelnemen van statushouders”. In samenwerking met Work Fast BV is een project gestart waarbij van 85 bijstandsgerechtigden met een niet-Nederlandse afkomst de mogelijkheden worden onderzocht om te gaan werken nog voor de inburgering is afgerond. Als beoogd resultaat is in het jaarplan opgenomen om 85 bemiddelingen naar werk uit te voeren. Het jaarplan 2019 bevat verder geen kwantitatieve normen. De stand van zaken op dit vlak is dat eerst wordt ingezet op het vaststellen van de huidige situatie (bijvoorbeeld in de vorm van een bijstandsbestandsanalyse waarin de positie van de cliënten op de participatieladder in beeld wordt vastgesteld), waarna vervolgens normen worden bepaald en daarop te baseren ‘targets’. De gemeentelijke beleidsmedewerker neemt soms deel aan het overleg van het Team Werk & Inkomen van De Kleine Schans.

Dit biedt aanvullende mogelijkheden om de resultaten van beleid te bespreken, tot tussentijdse bijstellingen te komen en desgewenst nieuwe beleidsinitiatieven te bespreken.

3.2 Jeugdwet Wat doet De Kleine Schans? Op het terrein van de jeugdzorg vervult De Kleine Schans diverse taken. De Kleine Schans fungeert als toegang tot de zorg en de coöperatie verzorgt de indicering. Daarnaast neemt De Kleine Schans ook een deel van de uitvoering van de jeugdzorg voor haar rekening. Dit betreft dan met name de ambulante jeugdhulp (dat is jeugdhulp die consulenten ‘aan huis’ bieden). Voor andere vormen van jeugdhulp verwijst De Kleine Schans door. Dit betreft dan bijvoorbeeld pleegzorg, jeugdzorgplus, jeugd-GGZ of verblijf in een jeugdinstelling). De Kleine Schans heeft wel een voorpost-GGZ in dienst, die participeert in het Sociaal Team en die als orthopedagoog bij de wat meer complexe cases op het terrein van jeugdhulp een adequate screening kan maken en zelf ook begeleiding kan bieden voor deze jongeren. De begeleiding blijft dan in de regel beperkt tot circa vijf tot zeven gesprekken, waarna indien nodig alsnog wordt doorverwezen naar andere vormen van zorg. Omdat De Kleine Schans ook de indicering op het terrein van jeugdhulp voor haar rekening neemt, is De Kleine Schans een belangrijk instrument voor de gemeente om grip te krijgen op de zogenoemde piramide in het sociaal domein (zie paragraaf 2.2 en voor een verdere toelichting op dit concept hoofdstuk 5).

De Kleine Schans bepaalt in belangrijke mate of de gemeente Woudenberg er in slaagt om de eigen kracht van inwoners en het netwerk van deze inwoners te mobiliseren en of er adequate laagdrempelige algemene voorzieningen zijn, waardoor het beroep op individuele maatwerkvoorzieningen en specialistische jeugdzorg kan worden beperkt. Het is een belangrijke doelstelling van de gemeente dat inwoners wel de jeugdhulp krijgen die zij nodig hebben, maar ‘niet meer dan dat’. De Kleine Schans heeft bij enkele specifieke vormen van jeugdhulp geen rol. Dit betreft: • Ondersteuning bij dyslexie. Deze taak voert het regionaal het Samenwerkingsverband de Eem (SWV de Eem) uit. • Jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze taak wordt uitgevoerd door SAVE (SAVE staat voor ‘samenwerken aan veiligheid’; SAVE is onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland). • Programma Veilig Thuis 18- (voor advies, hulp en ondersteuning rond huiselijk geweld en kindermishandeling). De gemeente Woudenberg formuleert de beleidsmatige kaders waarbinnen De Kleine Schans opereert. Daarnaast koopt de gemeente tevens, in regionaal verband, specialistische vormen van jeugdzorg in met

-15-

behulp van het RISB (RISB staat voor Regionaal Inkoop en Subsidie Bureau). Alle colleges van B&W in de regio Amersfoort hebben in het voorjaar van 2017 de gemeente Amersfoort in casu het RISB de opdracht gegeven belangrijke delen van de jeugdhulp en de Wmo (begeleiding en respijtverblijf) 2019-2022 opnieuw aan te besteden. De opdracht is in overleg met onder andere regiogemeenten, wijkteams, zorgaanbieders en cliënten- en adviesraden uitgevoerd.

Doelen van beleid en bijdrage van De Kleine Schans aan de doelrealisatie Het belangrijkste doel van de gemeente op het terrein van de jeugdhulp kan worden samengevat als grip krijgen op de zogenoemde piramide in het sociaal domein. Concreet betekent dit het stimuleren van de beweging naar (zo mogelijk) minder specialistische zorg en maatwerkvoorzieningen en in plaats daarvan meer afhandeling van zorgvragen in het ‘voorveld’, door versterking van eigen kracht en het sociale netwerk van mensen, en meer accent op ambulante zorg en laagdrempelige en breed toegankelijke voorzieningen. Om dit doel te realiseren, steekt De Kleine Schans veel energie in het bij elkaar brengen van partijen om deze beweging te stimuleren en te faciliteren. Het gegeven dat De Kleine Schans een belangrijke indicerings- en verwijsfunctie heeft, is hierbij ook van belang. Daarmee kan de coöperatie in enige mate zelf sturen op het soort ondersteuning dat inwoners krijgen. Van belang hierbij is ook hoe De Kleine Schans haar eigen zorgprofessionals ‘brieft’. De natuurlijke reflex van zorgprofessionals is vaak om (zelf) hulp te verlenen. De Kleine Schans besteedt veel aandacht aan de bewustwording van zorgprofessionals, bijvoorbeeld door te laten zien wat verschillende vormen van zorg kosten. Jeugdprofessionals hebben daar vaak weinig inzicht in.

Daarnaast krijgen de professionals voorbeelden aangereikt van de wijze waarop laagdrempelige en breed toegankelijke vormen van zorg soms ook een adequate oplossing kunnen zijn voor zorgvragen. De directeur en de teamleider van De Kleine Schans zien het als een belangrijke opgave om de uitvoerende professionals mee te krijgen in de op het terrein van jeugdhulp door te voeren transformatie. Bij de vertaling van de strategische doelen (‘grip krijgen op piramide in het sociaal domein’) gaat het met name om een beweging in de juiste richting op gang krijgen met betrekking tot specialistische jeugdzorg en maatwerkvoorzieningen (beperken) en ambulante zorg, brede laagdrempelige voorzieningen, eigen kracht en sociaal netwerk (stimuleren). Het formuleren van concrete doelen is daarbij een lastige uitdaging. Kwantitatieve doelen formuleren is lastig omdat uiteindelijk niet alleen kostenbeheersing belangrijk is, maar ook om te borgen dat iedereen voldoende zorg krijgt, gerelateerd aan de zorgvraag van mensen. Er kan wel gestuurd worden op de beweging in de goede richting maar kwantitatieve targets formuleren is problematisch omdat de zorgvraag van mensen vooraf niet exact kan worden voorspeld en er veel doorverwijzingen plaatsvinden buiten De Kleine Schans om (bijvoorbeeld door huisartsen).

Het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein bevat onder meer de volgende doelen op het terrein van jeugdhulp:

Overzicht beleidsdoelen Jeugdhulp, zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019-2020 Wat willen we bereiken? Wat doen we al? Nieuw Wanneer Verbeteren van de ervaren kwaliteit van zorg in combinatie met (financiële) doelmatigheid bij de inzet van ondersteuning en zorg*

Uitvoering geven aan plan van aanpak Maatregelen Zorgkosten (o.a. in de vorm van verstevigen van de regiefunctie van DKS, het meten van cliëntondersteuning en een

-16-

2019-2020

Toename van inzet en versterken eigen netwerk bij zorg en ondersteuningsvragen van jongeren Toename van inzet van basisvoorzieningen bij zorg en ondersteuningsvragen*

andere wijze van inkoop van specialistische jeugdhulp Opleiden van consulenten binnen DKS voor toepassing van JIM-methodiek16

Ontwikkeling van korte lijnen met basisvoorzieningen en ketenpartners (o.a. jongerenwerk en onderwijs)

Versnelling van transformatieopdracht van zeer specialistische complexe jeugdzorg met verblijf

Meer sturen op outcome binnen de gehele specialistische ingekochte zorg*

Versterking van samenwerking met overige toegangspoorten voor jeugdzorg (o.a. huis- en jeugdartsen) door afspraken over monitoring, benodigde transformatie-beweging en bijsturing

Versterking van samenwerking met grootste aanbieders, gericht op afbouw van specialistische zorg* Investeren in lokale en regionale samenwerking op het gebied van passend

Brede uitrol van JIMmethodiek door DKS

2019-2020

Intensiveren van samenwerking met kerken en sportverenigingen

2019-2020

Start vanaf 1 januari 2019 in regio Amersfoort van ‘breed spectrum-aanbieders’17. Met deelnemende aanbieders zijn afspraken gemaakt over zorg voor jeugdigen met zeer complexe problemen (gericht op realiseren van andere vormen van zorg en het betaalbaar houden van zorg en ondersteuning). Voor de jeugdhulp gaat het RISB de outcomecriteria van het Nederlands Jeugdinstituut implementeren (gaat om criteria als doelrealisatie, cliënttevredenheid en uitval).

2019-2020

Samen met huisartsen monitoren en bespreken van zorggebruik en mogelijke bijsturingsmogelijkheden. Periodiek overleg met huisartsen en DKS op operationeel niveau waarbij casuïstiek leidend is voor doorontwikkeling van de samenwerking Onderzoek naar veelvuldig gekozen aanbieders met per aanbieder een door De Kleine Schans te bepalen aanpak Deelname aan regionale ontwikkelagenda OOGO met inzet op voorkomen van

16

2019-2020

2019

In 2019 wordt een nieuwe ontwikkelagenda vastgesteld

2019

JIM staat voor Jouw Ingebrachte Mentor en is een familielid, vriend of bekende van de jongere. De keuze van een jongere voor een JIM wordt ondersteund door ouder(s), waarna JIM optreedt als ambassadeur van de jongere. JIM is vertrouwenspersoon voor de jongere en zijn vertegenwoordiger richting ouder(s) en professionals. 17 Dit zijn De Rading, GGZ Centraal, ’s Heerenloo, Intermetzo/Pluryn, Leger des Heils, Timon en Youké).

-17-

onderwijs en jeugdzorg

Overgang 18- naar 18+ bij jongeren in zorg verbeteren*

‘thuiszitters’, afstemming onderwijs en jeugdhulp (onderwijs-zorgarrangementen) en doorgaande leer en onderwijslijnen Uitvoering geven aan regionale aanpak 16-27 jarigen

Productiviteit binnen tarieven zorginkoop verhogen* Verbeteren van budgetcontrole en rechtmatigheid bij ingekochte specialistische zorgaanbieders* Verbetering van het inzicht in het zorggebruik en zorgkosten om zo ook bij te kunnen sturen waar mogelijk* Versterken van de eigen kracht van gezinnen. Als kinderen veilig en gezond opgroeien, kan dat veel psychische problemen in het (verdere) leven van een kind en ouders voorkomen

Halfjaarlijkse analyses en tussentijdse monitoring van het zorggebruik; uitvoering geven aan plan van aanpak zorgkosten De coöperatie faciliteren in het ontwikkelen van een divers aanbod van themaavonden, groepstrainingen en lotsgenotencontacten, onder andere kennis vergroten over ASS/ADHD, opvoedingsvraagstukken, echtscheidingssituaties of schulden; continuering en uitbreiding van ‘buurtgezinnen’ en ‘stevig ouderschap’

Tegenwicht bieden aan de maatschappelijke tendens dat we 24 uur per dag gelukkig moeten zijn; veel problemen zijn normaler dan mensen denken en tegenslag hoort bij het leven*

2019-2020

Dit maakt onderdeel uit van de nieuwe aanbesteding jeugdhulp/Wmo 2019 e.v. Idem

2019-2020

Deelnemen aan het werkatelier ‘Alternatieven voor ambulante zorg’ dat onder andere kijkt naar alternatieven voor respijtzorg of lichte stut en steun voor ‘eenvoudige’ ondersteuningsvraagstukken

2019

Faciliteren van de coöperatie bij het ontwikkelen van aanbod in onder andere lotgenotencontact en opvoedingsvraagstukken; deelnemen aan het werkatelier normaliseren van gedrag

2019-2020

2019-2020

* deze doelen gelden niet alleen voor de uitvoering van de Jeugdwet, maar ook voor de Wmo. De gemeente Woudenberg en coöperatie De Kleine Schans realiseren zich dat de uitwerking van doelen nog weinig SMART is en dat een goede sturing op de nu in het uitvoeringsplan opgenomen doelen op deze manier problematisch is. De gemeente formuleert in het uitvoeringsprogramma wel meer concrete indicatoren voor jeugdhulp, zoals: • Percentage jongeren 10 tot 11 jarigen beoordeelt weerbaarheid als voldoende (96% in 2017, norm “≥”). • Percentage jongeren 13-17 jarigen beoordeelt zelfredzaamheid als voldoende (91% in 2017, norm “≥”).

-18-

• • • • • •

Percentage jongeren 13-17 jarigen beoordeelt weerbaarheid als voldoende (89% in 2017, norm “≥”). Zelfzorgend vermogen 18+ (rapportcijfer 9,4 in 2017, norm “≥”). Zelforganiserend vermogen 18+ (rapportcijfer 7,2 in 2017, norm “≥”). Weerbaarheid 18+ (rapportcijfer 7,9 in 2017, norm “≥”). Gebruik van cliëntondersteuning (18 cliënten in 2017, “≥”). Ouder krijgt deskundige hulp of advies (15% in 2017, “≥”).

De Kleine Schans heeft diverse initiatieven ondernomen om invulling te geven aan de beoogde transformatie en ‘beweging’. Een voorbeeld betreft het project Jouw Ingebrachte Mentor (JIM). De jongere kan iemand die hij of zij volledig vertrouwt aandragen als mentor (bijvoorbeeld een familielid, een vriend of anderszins een kennis). De Kleine Schans ondersteunt beiden dan bij het optimaal benutten van de eigen kracht en het sociaal netwerk. De JIM-methodiek is een ‘afschalingsmethodiek’. De hoop van De Kleine Schans en de gemeente is dat de inzet van deze methodiek uiteindelijk ook zichtbaar is in de cijfers, namelijk dat het gebruik van specialistische zorg en maatwerkvoorzieningen afneemt. Als een voorbeeld van waar De Kleine Schans er in slaagt om voornemens in de praktijk te realiseren, verwijzen gesprekspartners naar de inzet van De Kleine Schans op de scholen. De Kleine Schans houdt op scholen spreekuren, wat van belang is voor het vroegtijdig signaleren van problemen. Daarnaast zijn er goede contacten met de verschillende kerkgemeenschappen in Woudenberg, die vaak ook eerder jongeren met problemen in beeld hebben. Een continue uitdaging voor de gemeente is tot een acceptabele balans te komen tussen maatschappelijke en zorginhoudelijke doelen en financiële doelen.

Het gegeven dat een substantieel deel van de verwijzingen naar jeugdhulp verloopt buiten De Kleine Schans om, conform het landelijke beeld, beperkt de sturingsmogelijkheden. De gemeente en De Kleine Schans hebben wel overleg met huisartsen om waar mogelijk af te stemmen over het doorverwijsbeleid, maar uiteindelijk blijven huisartsen in die zin autonoom. De voor het onderzoek geïnterviewde betrokkenen van gemeente en coöperatie geven aan dat zij werken aan het maken van de benodigde vertaalslag naar concretere doelen. In de recente jaarplannen en kwartaalrapportages zijn doelen al anders uitgewerkt maar het blijft voorlopig nog een ‘zoektocht’ naar een overzichtelijke set van doelen en daarop te baseren sturingsindicatoren, aldus de gesprekspartners. Zij zien het als een valkuil om bij de slag die dan gemaakt moet worden vanuit de strategische doelen ‘hoog over’ te snel af te dalen naar te veel heel concrete doelstellingen. Op een groot aantal heel concrete doelstellingen kan ook niet effectief worden gestuurd.

3.3 Wmo Wat doet De Kleine Schans? De Kleine Schans heeft geen beleidsmatige taken op het terrein van de Wmo (en ook niet op andere terreinen binnen het sociaal domein). De gemeente formuleert de beleidsmatige kaders waarbinnen De Kleine Schans uitvoering geeft aan de Wmo 2015. Wel levert De Kleine Schans “ogen en oren” die waarnemen wat er allemaal speelt in huishoudens met een zorgbehoefte. De Kleine Schans vervult daarmee een voor de gemeente als beleidsmaker belangrijke signaleringsfunctie. De Kleine Schans is de toegang voor inwoners tot voorzieningen. Als inwoners zich bijvoorbeeld telefonisch willen melden voor ondersteuning, krijgen ze De Kleine Schans aan de telefoon. De Kleine Schans heeft verder ook een fysiek loket. De Kleine Schans verschaft verder veel informatie over voorzieningen op haar website. Voor individuele maatwerkvoorzieningen geldt dat er een formele rol is voor het College van B&W, op basis van de Verordening sociaal domein. Deze aanvragen worden daarom door De Kleine Schans afgehandeld. De Kleine Schans is hiervoor gemandateerd door het college.

-19-

In haar taakuitvoering besteedt De Kleine Schans aandacht aan de in het sociaal domein te maken transformatie. De inzet van de Wmo-professionals van De Kleine Schans is nadrukkelijk niet om vooral problemen voor inwoners op te lossen maar om inwoners beter in staat te stellen hun eigen problemen (zo nodig met ondersteuning) op te lossen of door inschakeling van hun sociale omgeving.

Doelen van beleid en bijdrage van De Kleine Schans aan de doelrealisatie In het Wmo-beleid staat de ‘piramide’ centraal (zie paragraaf 2.2). Het doel is om mensen niet langer dan nodig te ondersteunen en daarbij een ondersteuningsvorm te kiezen die aansluit bij de behoeften maar niet onnodig specialistisch is en daardoor duur. De gemeente wil dat de zorg toegankelijk is maar ook betaalbaar. Omdat de financiën onder druk staan in het sociaal domein, ook op het vlak van de Wmo, moet er kritisch worden gekeken naar uitgaven. Het is mede daarom ook nadrukkelijk de bedoeling dat de eigen kracht en het sociaal netwerk van inwoners worden gestimuleerd om zorgvragen zoveel mogelijk zelf en met behulp van het eigen sociale netwerk op te lossen. Dit kan zorgen voor het beheersen van de zorgvraag en bijdragen aan de betaalbaarheid van de zorg. In de subsidieaanvraag van De Kleine Schans staan de na te streven resultaten op het terrein van Wmo vermeld. Het betreft: • Stimuleren dat meer mensen met een beperking, chronische ziekte of met psychische, psychiatrische of sociale problemen thuis kunnen blijven wonen (met inzet van ondersteuning en zorg). • Stimuleren dat deze mensen mee (blijven) doen in de samenleving. • Ondersteunen van vrijwilligers en mantelzorgers, zodat meer mensen bijdragen aan de ondersteuning en zorg van de mensen die in de doelgroep van de Wmo vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10364116/1