Flora en faunacheck update
Tekst van het document
Flora en faunacheck update Utrechtseweg 5, Renswoude
Eqosens-nl ecologisch advies Lathum
Eqosens-nl Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
Colofon: © 2021 Eqosens-nl ecologisch advies, Lathum Advies en veldwerk: W.C. Knol Opdrachtgever: Landgoed Engelaar p/a ’t Schoutenhuis BV Postbus 13 3930 EA Woudenberg Projectnummer: 2021-16 29 april 2021
2
Advies natuur en landschap
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
Inhoudsopgave 1 Inleiding............................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding..................................................................................................................................... 4 1.2 Wettelijk kader natuurwetgeving ................................................................................................. 4 1.2.1. Beschermde soorten ............................................................................................................ 4 1.3.1. Beschermde gebieden .......................................................................................................... 6 2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen................................................................................................ 7 3 Werkwijze en resultaten ..................................................................................................................... 8 3.1 Werkwijze ..................................................................................................................................... 8 3.2 Resultaten ....................................................................................................................................
8 4 Toetsing en beoordeling .................................................................................................................... 11 5 Conclusie ........................................................................................................................................... 13
3
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er ligt het voornemen om op het landgoed Engelaar te Renswoude de schuren op het erf te slopen en een woning te bouwen. Hiervoor heeft in 2015 een flora en faunacheck plaatsgevonden (Van den Bijtel, 2016). Omdat er sindsdien nog geen sloop en bouw heeft plaatsgevonden is deze quickscan gedateerd en is een update noodzakelijk. In deze rapportage wordt beschreven of de conclusies uit het rapport uit 2016 aanpassingen behoeven en de voorgenomen maatregel effect heeft op wettelijk beschermde plant- en diersoorten ter plekke en beschermde natuurgebieden. De volgende vragen zijn geformuleerd: 1. Komen er wettelijk beschermde plant- en diersoorten voor op de plek van de ingreep? 2. Zijn er mogelijke (significant) negatieve effecten van de maatregel op deze soorten? 3. Zo ja, op welke wijze zijn eventuele negatieve effecten door de voorgenomen ingreep te voorkomen, te beperken of eventueel te mitigeren of compenseren? 4. Is er een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en voor welke soorten en onder welke voorwaarden? 5. Heeft de maatregel effect op beschermde gebieden? 6. Is nader ecologisch onderzoek gewenst?
1.2 Wettelijk kader natuurwetgeving 1.2.1. Beschermde soorten De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt een aantal kwetsbare plant- en diersoorten en gebieden en is de juridische basis voor de bescherming hiervan. De doelstelling van deze wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is ‘nee, tenzij’. Naast de soortenbescherming is er in de wet ook sprake van bescherming van gebieden via de Habitatrichtlijn. De Wnb maakt onderscheid tussen soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn en soorten, die bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Soorten uit beide categorieën vallen onder een strikt beschermingsregime. Daarnaast voorziet de wet in een algemener beschermingsregime voor andere (nationale) soorten (bijlage A van de Wet natuurbescherming). Ook kunnen provincies een eigen lijst aanleggen van beschermde soorten. Ieder beschermingsregime kent een eigen afwegingskader waarmee wordt bepaald of een activiteit vergunningplichtig is.
4
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 Wnb, dat voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten in hun directe leefomgeving. Het uitgangspunt van de zorgplicht is dat burgers, ondernemers en overheden alle handelingen die een nadelig effect zouden kunnen hebben op dieren en planten achterwege laten. Degene die een bepaalde handeling wil verrichten moet zich daarom vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvan voor zijn handelen. De zorgplicht dient (mede) als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wn geen specifiek verbod geldt. De verbodsbepalingen zijn neergelegd in artikel 2.7 (Natura 2000), 3.1 (Vogelrichtlijn), 3.5 (Habitatrichtlijn) en 3.10 (nationale soorten) Wnb. In de wet is ook bepaald in welke gevallen GS ontheffing of vrijstelling kunnen verlenen. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn zijn in de wet de wet de toetsingsgronden overgenomen uit die richtlijnen. Voor die soorten kan ontheffing of vrijstelling uitsluitend worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
er bestaat geen andere bevredigende oplossing; de ontheffing is nodig in het kader van een groot maatschappelijk belang, waarbij voor soorten uit de Habitatrichtlijn ook ontheffing mogelijk is vanwege redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn is dat niet mogelijk; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Voor de algemene soorten geldt een lichter beschermingsregime en kan ook ontheffing worden verleend in het kader van onder meer ruimtelijk inrichting of ontwikkeling van gebieden. Gelet op de zware bescherming in de Wnb van vleermuizen wordt hier expliciet bij stilgestaan. Vleermuizen vallen onder het zwaarste beschermingsregime van de Wnb (strikt beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn). Ze mogen niet worden gedood, gevangen, opzettelijke verstoord of verwond. Ook zijn hun vaste voortplantings -of rustplaatsen wettelijk beschermd, en deze mogen niet worden aangetast of vernietigd. De reden van dit strenge regime ligt onder meer in de trage voortplanting van vleermuizen, de zeldzaamheid van sommige soorten en de kwetsbaarheid van specifieke functies die verblijfplaatsen kunnen hebben. Te denken valt aan massale winterverblijven of (grote) kraamkolonies. Onder het begrip ‘voortplantingsplaatsen en vaste rustplaats’ worden ten aanzien van vleermuizen de volgende functieplekken verstaan: • • • • • • 5
overwinteringsplaats voortplantingsplaats (kraamkolonie) vaste zomer- of tussenverblijfplaats paarplaats belangrijke, functionele vliegroute belangrijk, functioneel foerageergebied
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
De genoemde vaste rust- of verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, dus ook in de periode(n) van het jaar dat vleermuizen er geen gebruik van maken. Wel geldt dat die plaatsen met enige regelmaat door de vleermuizen moeten worden gebruikt. Een plaats die incidenteel door een vleermuis is gebruikt, wordt niet gezien als vaste rust- of verblijfplaats. 1.3.1. Beschermde gebieden
De planlocatie ligt op grote afstand buiten de invloedsfeer van N2000 gebieden, maar grenst aan het Nationaal Natuurnetwerk. Hiervoor is een toetsing relevant.
6
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen In figuur 1 is de planlocatie weergegeven. Het landgoed ligt in de Gelderse Vallei, ten zuiden van de weg Renswoude-Scherpenzeel en ten oosten van de liniedijk. Het erf ligt op een dekzandrug. De planlocatie bestaat uit een erf omgeven door lanen, weilanden en een bosje met o.a. oudere beuk en zomereik. Op het erf komen 5 bijgebouwen voor die allemaal worden gesloopt en waarvan het puin wordt afgevoerd. Binnen het plangebied wordt een nieuwe woning gebouwd. Voor een nadere beschrijving van de gebouwen wordt verwezen naar de quickscan uit 2015 (Van den Bijtel, 2015). Hieraan kan worden toegevoegd dat sinds 2015 de bijgebouwen verder in verval zijn geraakt.
Figuur 1. Planlocatie en omgeving
Figuur 2. Planlocatie met gebouwen
7
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
3 Werkwijze en resultaten 3.1 Werkwijze Op 2 april 2021 is de locatie bezocht en is de quickscan uit 2015 herbeoordeeld. Hiervoor zijn alle panden in- en uitwendig geïnspecteerd en is er op en rond het erf een inspectie uitgevoerd. Hiervoor zijn met verrekijker, zaklamp en ladder alle bijgebouwen onderzocht op het voorkomen van wettelijk beschermde soorten, sporen daarvan, de aanwezigheid van jaarrondnesten, mestplekken, prooiresten en dergelijke.
3.2 Resultaten Zoogdieren Zoals ook al in de rapportage van Van den Bijtel (2015) is beschreven, zijn de bijgebouwen ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Ze zijn niet geisoleerd. Het tijdstip van de opname is ongeschikt om waarnemingen te doen van vleermuizen buiten de gebouwen. Het erf wordt mogelijk door vleermuizen gebruikt als foerageergebied, maar is geen primair foerageergebied voor vleermuizen. Dat zijn eerder de lanen en bosranden in de omgeving en de begroeiing langs de liniedijk. Daar bevinden zich mogelijk ook verblijfplaatsen. De kraamkolonie van rosse vleermuizen die in 2015 werd waargenomen kon vanwege het vroege tijdstip van inventarisatie niet worden bevestigd. In de kapschuur (S4) werden wat oudere prooiresten van een boom- of steenmarter aangetroffen en wat oudere uitwerpselen. Kennelijk wordt de kapschuur incidenteel gebruikt door een van beide martersoorten. Een permanente verblijfplaats is onwaarschijnlijk gezien de geringe hoeveelheid en ouderdom van prooiresten en uitwerpselen. Ten westen van het plangebied bevindt zich nog steeds een bewoonde dassenburcht, zij het op circa 80 meter afstand. Het erf zelf heeft geen primaire functie voor de das. Er werden wel enkele graafsporen aangetroffen, maar het erf is door inrichting en beheer geen relevant foerageergebied.
8
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
Figuur 3 uitwerpselen van een boom- of steenmarter en plukresten
Vogels In de kapschuur (S4) werd op de grond een dode kerkuil aangetroffen. Deze was in matige conditie. Daarnaast werden er enkele tientallen recentere en oudere braakballen en mestplekken van een kerkuil aangetroffen in de kapschuur, zowel op de grond als op de zolder. Deze kapschuur werd door de kerkuil vermoedelijk als tijdelijke verblijfplaats gebruikt vanwege het beperkte aantal braakballen dat is aangetroffen. Er is geen nest aangetroffen of indicatie daarvoor. In de bijgebouwen werden geen nesten aangetroffen die jaarrond beschermd zijn, uitgezonderd een oud nest van een boerenzwaluw in de voormalige varkensstal. Ook werden er enkele oudere nesten aangetroffen van winterkoning, merel en witte kwikstaart. Ook werd er in de kapschuur (S4) op de balken een recent nest van een houtduif aangetroffen. Dit wijst er ook op dat deze plek niet permanent gebruikt wordt door marters. Het is waarschijnlijk dat de bijgebouwen door enkele vogelsoorten als broedplek worden gebruikt.
9
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
Figuur 4. Aangetroffen dode kerkuil, braakballen en mestplek
Overige diersoorten Gezien de inrichting en gebruik van het erf is het niet aannemelijk dat er sinds 2015 andere wettelijk beschermde diersoorten op het erf voorkomen of hier hun leefgebied hebben. Plantensoorten Het lijkt gezien de inrichting en het beheer van het erf niet waarschijnlijk dat zich hier sinds 2015 wettelijk beschermde plantensoorten hebben gevestigd. Er komen vooral soorten voor van voedselrijke ruigten waaronder brandnetel, braam en andere algemene soorten.
10
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
4 Toetsing en beoordeling 4.1 Natura 2000 gebieden De maatregelen hebben geen externe werking op Natura200 gebieden in de omgeving. Deze liggen op te grote afstand (Veluwe, Rijntakken) voor een ecologische relatie, terwijl er ook geen soorten op de planlocatie voorkomen waarvoor deze N2000 gebieden zijn aangewezen. 4.2 Nationaal Natuurnetwerk (NNN) De planlocatie ligt buiten het NNN, maar grenst er wel aan. Ook hiervoor geldt dat door de maatregelen de wezenlijke kenmerken van het NNN niet mogen worden aangetast. Hiervoor is gebruik gemaakt van de interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht die per 1 april 2021 van kracht is, vooruitlopend op de Omgevingswet.
Figuur #. Planlocatie (rood) en Natuurnetwerk (groen)
11
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN worden beschreven aan de hand van een viertal aspecten, te weten: 1- Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem Deze waarden worden niet door de maatregelen aangetast. De werkzaamheden, sloop, afvoer van materiaal en nieuwbouw, blijven beperkt tot het erf en grijpen door de aard hiervan niet in op de ecosystemen in de omgeving; 2- De robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN Deze worden niet aangetast door de maatregelen omdat buiten het NNN wordt gebouwd en het functioneren van het NNN iet wordt belemmerd; 3- De aanwezigheid van bijzondere soorten Er wordt geen effect van de maatregelen verwacht op de aanwezigheid van bijzondere soorten. De maatregelen zijn niet van invloed op de dassenburcht die op 80 meter afstand ligt. Bovendien maakt het erf geen significant deel uit van het foerageergebied van de das. Dat geldt ook voor de in 2015 aangetroffen vleermuissoorten die vooral gebruik maken van omliggende bosranden, lanen en de beplanting langs de liniedijk. Ook voor de in 2015 aangetroffen kolonie rosse vleermuizen in het beukenbos wordt niet verwacht dat deze wordt aangetast door de maatregelen. Dat geldt ook voor de effecten van toekomstige bewoning.
Er zijn meerdere lokaties bekend waar kolonies rosse vleermuizen voorkomen in de nabijheid van bebouwing en erfverlichting; 4- De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen Deze functie wordt niet aangetast zoals ook in 2015 al is geconstateerd. De situatie is in deze niet gewijzigd ten opzicht van 2015.
4.3 Effecten op soorten De voorgenomen maatregelen hebben geen significante effecten op wettelijk beschermde soorten. Door sloop van de bijgebouwen verdwijnen weliswaar de onregelmatige verblijfplaatsen van kerkuil en boom/steenmarter, maar er is geen sprake van broedgelegenheid of voortplantingsplekken voor deze soorten. Het is algemeen bekend dat deze soorten binnen hun territoria meerdere tijdelijke of incidentele verblijfplekken hebben. Het aangetroffen nest van de boerenzwaluw is weliswaar jaarrond beschermd, maar door de afwezigheid van vee zijn de bijgebouwen ongeschikt geraakt als structurele broedlokatie voor boerenzwaluwen. Wel zal door sloop de nestgelegenheid verdwijnen van enkele algemene broedvogels.
12
Eqosens-nl
Advies natuur en landschap
Flora en fauncheck landgoed Engelaar, Renswoude
5 Conclusie 1- Er is geen negatief effect van de voorgenomen maatregelen op beschermde Natura2000 gebieden of het Nationale Natuurnetwerk te verwachten. Er worden geen effecten verwacht op de dassenburcht of de kraamkolonie rosse vleermuizen die in 2015 is aangetroffen. 2- Er zijn in de bijgebouwen enkele zeldzamere soorten aangetroffen, of sporen daarvan, die wettelijk beschermd zijn: kerkuil, boom/steenmarter en boerenzwaluw. Van de kerkuil is geen nest aangetroffen maar alleen een tiental braakballen, mestplekken en een dode kerkuil. Van de boom/steenmarter zijn wat oudere uitwerpselen en enkele oudere plukplekken aangetroffen. Voor zowel de kerkuil als boom/steenmarter betreft het een tijdelijke of incidentele verblijfplaats en geen voortplantingsplek. Van de boerenzwaluw is een oud jaarrond beschermd nest aangetroffen, maar de bijgebouwen zijn door de afwezigheid van vee geen structurele broedplaats meer voor boerenzwaluwen. Van andere algemene broedvogels zijn een aantal nesten aangetroffen, ze broeden hier ook; 3- Er zijn geen (significant) negatieve effecten van de maatregelen op de aangetroffen beschermde soorten te verwachten.
Er zijn dan ook geen mitigerende maatregelen nodig of compenserende maatregelen; 4- Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de aangetroffen soorten; 5- Nader ecologisch onderzoek is niet noodzakelijk; 6- Wel dient rekening te worden gehouden met de gedragscode. De maatregelen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden (tussen 15 maart en 15 juli) vanwege het nestelen van vogels in de bijgebouwen. Indien er wel in de broedperiode wordt gesloopt dient kort voor de sloop een inspectie door een ecoloog plaats te vinden.
13