CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

F4. Begroting VRU 2025 en geactualiseerde begroting VRU 2024

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Overzicht ingediende zienswijzen financiële stukken VRU32.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Elk bestuursorgaan moet hier aangeven waar de afgehandelde Woo-verzoeken op de eigen website te raadplegen zijn. De Woo kent elf informatiecategorieën die gefaseerd zullen worden ingevoerd. Telkens wordt bij Koninklijk besluit bepaald welke informatiecategorie vanaf dat moment actief openbaar gemaakt moet worden. Inmiddels maken wij vijf van de elf categorieën al actief openbaar, daarmee lopen we voor op wat wettelijk vereist is. 4.2.3 Informatiehuishouding op orde In 2024 werken we aan de uitvoering van het programmaplan Digitale toegankelijkheid waarbij we oog hebben voor nieuwe documenten, maar ook een slag zullen maken in het digitaal toegankelijk maken van oude documenten.

4.3

Verbonden partijen

Hieronder is een overzicht opgenomen van derde rechtspersonen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. 4.3.1 De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen cao valt bijvoorbeeld cao Ambulancezorg). De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan.

54

Belang De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Met het vaststellen van de begrotingen voor 2024 heeft de Algemene Vergadering ook het contributiebedrag voor 2024 vastgesteld. Statutair is bepaald dat het lidmaatschap van de veiligheidsregio’s op gelijkwaardige basis plaatsvindt en dat elke veiligheidsregio 1/25ste van het saldo van de begroting bijdraagt. Financiële informatie Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2023: € 16,6 miljoen en € 76,9 miljoen Jaarresultaat 2023: -/- € 1,1 miljoen 4.3.2 Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio Utrecht heeft op 28 maart 2022 een besluit genomen tot oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Met deze stichting hebben de veiligheidsregio’s een gezamenlijk expertisebureau waarmee voorzien wordt in het: ▪ ▪ ▪ ▪

beheren van de landelijke set van aanspraken bij dienstongevallen; collectief inkopen van ongevallenverzekering en de makelaarsdienst; adviseren en bemiddelen ten aanzien van complexe casussen; afwikkelen van schades.

Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van veiligheidsregio’s. De Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien tot doel om samenwerkingsverbanden af te sluiten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Belang Deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s biedt door middel van een gezamenlijk expertisebureau ondersteuning bij onder meer risicobeheer en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. Financiële informatie Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2023: nog niet bekend Jaarresultaat 2023: nog niet bekend 4.3.3 Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De rechtspositieregeling CAR-UWO schrijft voor dat wij als werkgever verantwoordelijk zijn voor het afsluiten van een ongevallenverzekeringen voor onze medewerkers. De VRU voldoet aan deze verplichting. Omdat verzekeraars de laatste jaren steeds meer beperkingen doorvoeren in hun

55

verzekeringspakketten hebben de samenwerkende veiligheidsregio’s enkele jaren geleden het initiatief genomen om gezamenlijk aan de slag te gaan met het thema ‘Goed werkgeverschap na dienstongevallen’. De veiligheidsregio’s hebben landelijk afgesproken welke aanspraken we aan onze medewerkers bieden. Daarnaast is besloten om deze aanspraken in gezamenlijkheid te financieren in een mix van verzekeren en zelf/samen dragen. Dit is geïmplementeerd in de vorm van een tweetrapsraket: de oprichting van een Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (expertisebureau) en vervolgens de oprichting van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. De landelijke regeling met aanspraken dient als basis voor de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en het waarborgfonds. Het algemeen bestuur heeft op 3 juli 2023 het besluit genomen tot oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds. De formele oprichting van de stichting volgt in 2024.

4.4

Onderhoud kapitaalgoederen

Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie. 4.4.1 Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft drie brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen. Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag (structureel budget) opgenomen voor kapitaallasten, dat jaarlijks wordt geïndexeerd om de vervangingswaarde van de activa te waarborgen. De werkelijke kapitaallasten fluctueren.

Tezamen met het meerjareninvesteringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting. Jaarlijks wordt in mei de investeringsbegroting bijgesteld op basis van reële verwachting. Vervolgens wordt bepaald wat de financieringsbehoefte is en welke renteomslag binnen de kaders van BBV kan worden toegepast. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari en jaarlijks ten laste van de exploitatie gebracht. Aan de geactiveerde investeringen wordt voor geactualiseerde begroting 2024 een omslagrente van 2,25% toegerekend. De fluctuaties van de kapitaallasten ten opzichte van het structureel budget voor kapitaallasten worden beschouwd als incidentele baten en lasten (zie § 5.2).

56

4.4.2 Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten. 4.4.3 Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen het organisatieonderdeel Brandweer. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak. Onderhoud van het materieel vindt plaats door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek.

4.5

Financiering

4.5.1 Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: ▪ ▪ ▪

Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) Bank Nederlandse gemeenten (BNG Bank) De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank)

In tabel 28 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven. Tabel 28 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000

Type lening

Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028

13-10-1997/30 jr 6,05% l i nea i r

13

10

7

3

-

-

14-07-1999/30 jr 5,43% l i nea i r

318

265

212

159

106

53

Onderhandse lening Gemeente Amersfoort

331

275

218

162

106

53

BNG l eni ng 40.106325

2.000

1.333

667

-

-

-

BNG l eni ng 40.106326

7.200

6.800

6.400

6.000

5.600

5.200

BNG l eni ng 40.116478

10.000

BNG l eni ng 40.116479

9.000

8.000

7.000

6.000

5.000

10.000

9.500

9.000

8.500

8.000

Onderhandse lening Bank BNG

19.200

27.133

24.567

22.000

20.100

18.200

NWB Ba nk l eni ng NK/1-29713

15.000

14.000

13.000

12.000

11.000

10.000

NWB Ba nk l eni ng NK/1-30919

15.300

14.450

13.600

12.750

11.900

11.050

Lening Nederlandse Waterschapsbank

30.300

28.450

26.600

24.750

22.900

21.050

Totale vaste schulden

49.831

55.858

51.385

46.912

43.106

39.303

57

Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte zijn voor de financiering van de nieuwe investeringen in het najaar van 2023 en het voorjaar van 2024 twee nieuwe leningen aangetrokken met respectievelijk een looptijd van tien en twintig jaar in lijn met de afschrijvingsduur van de investeringen in activa. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2024 en 2025(12). 4.5.2 Risicobeheer Om de risico’s van het treasurybeleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een: - Kasgeldlimiet - Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2024 bedraagt de limiet 8,2% van € 134 miljoen (omvang begroting) = € 11 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld.

Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen. Tabel 29 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet

2024

2025

2026

2027

2028

Norm % begrotingstotaal

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

12.116

10.097

10.015

10.086

10.144

Kasgeldlimiet

Renterisiconorm De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven. In onderstaande tabel is het verwachte renterisico weergegeven.

12 De investeringsplanning wordt jaarlijks in mei geactualiseerd.

58

Tabel 30 Renterisiconorm Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm

2024

2025

2026

2027

2028

omvang begroti ng Renteri s i conorm (20% begroti ng) Afl os s i ngen van l eni ngen

147.760 29.552 3.973

123.131 24.626 4.473

122.130 24.426 4.473

122.996 24.599 3.806

123.713 24.743 3.803

Ruimte onder renterisiconorm

25.579

20.153

19.953

20.793

20.940

Tabel 31 Renteschema Bedragen x € 1.000

Actualisatie

Begroting

2024

2025

Totale rentelasten Totale rentebaten Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (A):

1.589 -375 1.214

1.600 1.600

taakveld crisisbeheersing en brandweer taakveld overhead De aan taakvelden toegerekende rente (B):

1.351 56 1.407

1.452 148 1.600

Renteresultaat op taakveld Treasury (A-B)

-193

-

Renteschema

59

4.5.3

Verloop reserves

Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2025 wordt voorzien. Tabel 32 Reserves 2024 en 2025 Bedragen x € 1.000

Boekwaarde Resultaat- Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde 31-12-2023 bestemming 2024 2024 31-12-2024 2025 2025 31-12-2025 2023

Bedrijfsvoeringsreserve Algemene reserves

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

Egalisatiereserve kapitaallasten Egalisatiereserve FLO overgangsrecht Egalisatiereserve tweede loopbaan Ontwikkel- en egalisatiereserve Bestemmingsreserve meldkamer Bestemmingsreserve omgevingswet Bestemmingsreserves

17.904 1.077 1.187 1.149 1.053 30 22.400

2.508

2.508

2.835 219 184 3.238

667 58 3.046 728 30 4.528

20.072 1.296 1.313 611 325 23.617

1.273 64 170 1.507

253 450 324 1.027

21.093 1.360 1.484 161 1 24.098

Totaal reserves

23.809

2.508

3.238

4.528

25.026

1.507

1.027

25.507

4.5.3.1 Bedrijfsvoeringsreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. De schommelingen die optreden kunnen worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.6.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,2% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). 4.5.3.2 Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Jaarlijks wordt in mei de prognose van de kapitaallasten geactualiseerd en opgenomen in de (geactualiseerde) begroting. Bij de jaarrekening wordt vervolgens bepaald wat de werkelijke kapitaallasten en baten zijn geweest. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd.

Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Via de egalisatiereserve kapitaallasten creëren we rust in de VRU-begroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen. 4.5.3.3 Egalisatiereserve FLO-overgangsrecht De egalisatiereserve ‘FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLOovergangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Ten opzichte van het structureel beschikbare budget wordt op begrotingsbasis bepaald

60

welke lasten wij voor het FLO-overgangsrecht kunnen verwachten. Indien er voor het begrotingsjaar nog geen Cao-akkoord is vastgesteld, wordt de verwachte loonontwikkeling geraamd door middel van een stelpost. Bij de jaarrekening wordt vervolgens bepaald wat de werkelijke lasten en baten voor het FLO-overgangsrecht zijn geweest. Tekorten op de begrote baten en lasten worden aan deze reserve onttrokken en overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. 4.5.3.4 Egalisatiereserve tweede loopbaanbeleid Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is ‘tweede loopbaanbeleid’ geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. In de begroting is structureel budget beschikbaar voor de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks bij aan het einde van het boekjaar met deze reserve verrekend. Vanwege een vierjarig landelijk onderzoek naar de duurzame inzetbaarheid van mensen in een repressieve brandweerfunctie, mede in het licht van het tweede loopbaanbeleid verwachten wij voor 2024 geen significante stijging van de kosten voor het tweede loopbaanbeleid.

4.5.3.5 Ontwikkel- en egalisatiereserve Het algemeen bestuur heeft bij aanvang van de vorige beleidsperiode een besluit genomen om een ontwikkel- en egalisatiereserve in te stellen die gevoed kan worden met positieve rekeningresultaten. De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om fluctuaties en (incidentele) verhogingen van de gemeentelijke bijdragen zoveel als mogelijk te voorkomen (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en in de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: - Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit de bestuursagenda of structurele efficiencyvoordelen te realiseren; - Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren.

Spelregels ontwikkel- en egalisatiereserve Bij het instellen van de reserve zijn de volgende spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen: De besteding van de middelen uit de reserve is uitsluitend voorbehouden voor aanwending gekoppeld aan de doelen van de reserve; ▪ De onttrekking aan de reserve voor een in de begroting opgenomen incidentele (beleids)activiteit mag nooit meer bedragen dan het bedrag dat daadwerkelijk in een boekjaar is besteed; ▪ Bij uitloop van een project, het doorschuiven van een project naar een volgend boekjaar, of in het geval van meerjarige projecten zal het niet bestede budget teruggestort worden in de egalisatiereserve voor besteding aan dat project in een volgend boekjaar; ▪ De activiteiten die worden ondernomen met dekking uit deze ontwikkel- en egalisatiereserve zullen worden gepland en beschreven in de begroting en verantwoord in de jaarstukken. ▪

61

▪

Bij de begroting wordt een apart overzicht opgesteld van de mutaties in de reserve, zodat de gemeenten jaarlijks in één oogopslag kunnen zien waar de middelen voor worden ingezet en wat de totale omvang van de reserve is per balansdatum (maximaal € 1,8 miljoen).

Mutaties ontwikkel- en egalisatiereserve Tabel 33 Inzet middelen ontwikkel- en egalisatieserve Bedragen x € 1.000

Totaal Resultaat bestemming

Ontwikkel- en egalisatiereserve

2024

2025

Beginsaldo (1-1)

1.149

611

Toevoeging vanuit rekeningresultaat 2023

2.508

-

2.508

Totaal toevoegingen

2.508

-

2.508

Diverse posten (digitalisering/ interactieve publicatie P&C/ duurzaamheid)

-194

-

Aanschaf blushandschoenen (vertraagde levering)

-125

-

Calamiteitencoördinator (Caco)

-165

-

Brandweerzorg Amersfoort

-504

-

Subtotaal onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming

-988

-

Ontwikkelactiviteiten uitvoering Bestuursagenda

-350

-

-350

Versterking crisisbeheersing (activiteiten gedekt uit extra BDUR 2023)

-284

-

-284

Subtotaal onttrekkingen voor doorlopende activiteiten 2023 → 2024

-634

-

-634

Onttrekkingen op basis van eerdere besluitvorming

Onttrekkingen voor doorlopende activiteiten 2023 → 2024

Onttrekkingen op basis van inzet via resultaatbestemming Versterking digitale veiligheid

-292

-

-292

Veilige energietransitie

-75

-250

-325

Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten

-250

-

-250

Vakbekwaamheid brandweer

-450

-200

-650

Verbeteren arbeidsveiligheid: onderwaterdrone

-232

-

-232

Uitwerking scenario's huisvesting

-125

-

-125

Subtotaal onttrekkingen op basis van inzet via resultaatbestemming

-1.424

-450

-1.874

Totaal onttrekkingen

-3.046

-450

-2.508

611

161

-

Eindsaldo (31-12)

Doorlopende activiteiten Een aantal activiteiten die volgens de begroting in 2023 gepland waren kennen in de realisatie een doorloop naar 2024. Dit betreft voor € 0,3 miljoen (project)activiteiten voor de versterking van de crisisorganisatie die worden bekostigd uit de daarvoor bestemde (verhoging van de) rijksbijdrage. De overige € 0,3 miljoen betreft voornamelijk een aantal ontwikkelactiviteiten met betrekking tot de uitvoering van de bestuursagenda.

62

Ontwikkelingen en financiële knelpunten De ontwikkel- en egalisatiereserve is ingesteld om kosten te dekken die voortvloeien uit exogene factoren of incidentele/projectmatige (beleids)activiteiten met betrekking tot de bestuursagenda. Dit voorkomt incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen en leidt zo tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten. In dit kader wordt een storting in de ontwikkel- en egalisatiereserve voorgesteld voor een aantal exogene ontwikkelingen en financiële knelpunten om de huidige taakuitvoering te continueren en de arbeids- en digitale veiligheid te verbeteren. Deze onderwerpen zijn ook opgenomen in de begrotingskaders. Door de inzet van een deel van het rekeningresultaat wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in 2024 en 2025 voorkomen ten aanzien van: ▪ Versterking digitale veiligheid (€ 0,3 miljoen) ▪ Veilige energietransitie (€ 0,3 miljoen) ▪ Natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten (€ 0,25 miljoen) ▪ Vakbekwaamheid brandweer (€ 0,65 miljoen) ▪ Arbeidsveiligheid: pilot onderwaterdrone (€ 0,2 miljoen) ▪ Uitwerking scenario’s huisvesting (€ 0,1 miljoen) Hieronder volgt een nadere toelichting per onderwerp. Versterking digitale veiligheid Als gevolg van digitalisering wordt voortdurende aandacht voor digitale veiligheid steeds belangrijker.

De bescherming van vitale infrastructuur is ook noodzakelijk vanwege de toenemende dreiging. Het afgelopen jaar heeft de VRU de organisatie op dit gebied structureel versterkt. Voor deze structurele versterking van de informatiebeveiliging van circa € 0,2 miljoen is dekking gevonden binnen de bestaande begroting. Doordat de VRU bij diverse landelijke crises een steeds zichtbaarder rol heeft, is de VRU een aantrekkelijk doelwit geworden voor cyberaanvallen. Om aanvallen te voorkomen werken we met andere veiligheidsregio’s samen aan een gezamenlijke oplossing voor het inrichten van een landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen. Dit wordt alleen niet op korte termijn gerealiseerd. Om deel te kunnen nemen aan de landelijke voorziening voor monitoring en support bij cyberaanvallen zijn aanvullende structurele middelen nodig. Op dit moment is de omvang daarvan nog niet duidelijk. In de loop van 2024 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht. Gezien de huidige dreiging en noodzaak voor een goede bescherming van onze vitale infrastructuur hebben we als regio zelf een aantal (overbruggings)maatregelen getroffen. De meest belangrijke daarvan is de 24/7- monitoring en support via een externe service. De kosten daarvoor bedragen € 0,2 miljoen per jaar. Hiervoor is binnen de begroting geen structurele dekking aanwezig.

Daarnaast wordt gewerkt aan een inhaalslag om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit wordt zoveel mogelijk gerealiseerd binnen de begroting, maar dit lukt niet volledig. Voor 2024 is hiervoor een aanvullende investering van € 0,1 miljoen nodig. Voorgesteld wordt om deze kosten voor 2024 incidenteel te dekken uit het rekeningresultaat 2023.

63

Veilige energietransitie De energietransitie is een overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie en waterstof. In de provincie Utrecht zien we een groeiend aantal initiatieven op het gebied van duurzame energie, zoals zonneparken, windmolenparken en waterstofproductie-installaties. Hoewel dit positieve stappen zijn naar een duurzame toekomst, brengen ze ook nieuwe veiligheidsrisico's met zich mee. Ondanks de (landelijke en regionale) preventieve inspanningen zullen er incidenten plaatsvinden. Om veilig en doelmatig op te kunnen treden is het belangrijk dat de juiste kennis, kunde en materieel aanwezig is. Om dit te realiseren zijn de komende periode extra middelen nodig om deze nieuwe risico’s in opleiding en oefenprogramma’s te verwerken en bijbehorende oefen- en ensceneringsmiddelen te introduceren. De incidentele kosten voor 2024 en 2025 zijn respectievelijk begroot op 75K en 250K. Door de inzet van het rekeningresultaat kan op dit thema een belangrijke impuls worden gegeven aan de vakbekwaamheid en arbeidsveiligheid van onze mensen. Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, aandeel gemeenten Door de klimaatontwikkeling wordt het warmer en droger in Nederland.

Zoals in het Regionaal Risicoprofiel VRU 2023 staat, neemt hierdoor de kans op natuurbranden toe en zullen die zich door de droogte en de verandering van vegetatie - sneller uitbreiden. Ook door het intensiever gebruik van de natuur neemt het risico op een natuurbrand toe. Deze branden zijn door hun omvang voor de brandweer steeds moeilijker te bestrijden. Natuurbrandbeheersing en -bestrijding krijgen steeds meer aandacht. Vanwege het intensieve gebruik van natuurgebieden in onze regio is dat ook meer dan terecht. De inspanningen van de VRU zijn erop gericht om te voorkomen dat natuurbranden ontstaan of onbeheersbaar worden. Belangrijke elementen in het voorkomen van een onbeheersbare natuurbrand zijn een vroegtijdige ontdekking in combinatie met snelle interventiemogelijkheden en adequate slagkracht. Om de kans op een onbeheersbare natuurbrand te minimaliseren, is het verder noodzakelijk dat de relevante risico-houdende stakeholders in die betreffende gebieden zich van het risico bewust zijn en zich mede verantwoordelijk voelen voor continuïteit en veiligheid. Daarbij is het belangrijk dat zij - onder regie van de gemeente - bereid zijn gezamenlijk risico-reducerende maatregelen treffen. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 3 juli 2023 is ingestemd met de Visie Natuurbrandbeheersing.

Naast het verbeteren van de bestrijding van natuurbranden wordt nadrukkelijk ingezet op het versterken van de preventieve maatregelen. De uitvoering hiervan is inmiddels gestart in de vorm van een gebiedsgerichte aanpak, in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten. Hierin hebben de gemeenten en de VRU naast de gezamenlijke verantwoordelijkheid elk ook een eigen aandeel. De inzet van personele capaciteit vanuit VRU en de kosten voor de risicocommunicatie worden gedekt binnen de begroting van de VRU. Voor het aandeel van de gemeenten blijkt aanvullende projectcapaciteit en expertise nodig. Voorgesteld wordt om de kosten van € 0,25 miljoen voor de ondersteuning van de gemeenten tijdens de pilotfase in 2024 te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Hiermee wordt de voortgang van de aanpak geborgd en wordt voorkomen dat de gemeenten dit individueel moeten organiseren en bekostigen.

64

Vakbekwaamheid brandweer Het brandweervak wordt steeds veelzijdiger. Incidenten worden complexer en risico’s nemen toe. Om onze brandweermensen goed voor te bereiden op de praktijk is de basis brandweeropleiding (manschap 2.0) landelijk vernieuwd. Door meer praktijkmomenten (training en toetsing) in de opleiding stijgen de kosten daarvan. Daarnaast wordt de VRU geconfronteerd met een significante toename van de kosten van oefencentra (ca 30% voor een tweedaagse training en 48% voor een ééndaagse training). Ook stijgen de kosten voor chauffeursopleidingen. Door een sneller personeelsverloop moeten jaarlijks meer bevelvoerders en chauffeurs worden opgeleid. Door de hiervoor genoemde ontwikkelingen stijgen de vakbekwaamheidskosten met circa € 0,45 miljoen per jaar. Het investeren in de vakbekwaamheid en veiligheid van onze brandweermensen draagt bij aan de toekomstbestendige brandweerzorg, maar dit kan niet zonder meer binnen de bestaande begroting worden opgevangen. In de komende periode wordt landelijk een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in gebruik genomen. Voor de repressieve opleidingen wordt de ELO gebruikt als opleidingsvolgsysteem. Daarnaast gebruikt het repressief personeel de ELO als database om vakbekwaam te blijven. In de transitieperiode is het nodig de oude en de nieuwe ELO parallel aan elkaar te gebruiken, totdat het nieuwe systeem bewezen goed werkt.

Hierbij ontstaan extra (applicatie)kosten. Daarnaast is regionaal extra capaciteit nodig voor de migratie van gegevens. Naar verwachting bedragen de extra kosten circa € 0,2 miljoen per jaar. Zoals aangekondigd in de begrotingskaders wordt de komende periode onderzocht welke structurele investeringen in de vakbekwaamheid van de brandweer nodig zijn en hoe dit past binnen de bestaande activiteiten en begroting. Ook vanuit het oogpunt van de belasting van onze brandweervrijwilligers, kijken we vooral naar hoe het anders en slimmer kan. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van simulaties (virtual reality) of andere oefenvormen. Ook kijken we naar wat gecombineerd of juist meer modulair kan worden aangeboden om het behapbaar te houden voor onze brandweermensen. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de landelijke vernieuwing van het brandweeronderwijsstelsel en het verkennen van samenwerkingen met andere veiligheidsregio’s op het gebied van het beter en efficiënter oefenen, trainen en opleiden van ons repressieve personeel. Om de vakbekwaamheid van het brandweerpersoneel op niveau te houden wordt voorgesteld om de stijging van de vakbekwaamheidskosten voor 2024 te dekken uit het rekeningresultaat 2023. Verbetering arbeidsveiligheid: onderwaterdrone Onderdeel van onze bestuursagenda is het vergroten van veiligheid voor onze brandweermensen in onveilige situaties.

Dit doen wij bijvoorbeeld met innovatieve oplossingen, zoals de onderwaterdrone. Brandweerduikers lopen gezien de aard van het werk (onverwacht, geen mogelijkheid voor verkenning en onder alle omstandigheden) hoge risico’s. Door voldoende training, het toepassen van voornamelijk standaardprocedures en het gebruik van de juiste arbeidsmiddelen worden deze risico’s zoveel mogelijk gereduceerd. In deze pilot wordt onderzocht welke bijdrage een onderwaterdrone levert aan de veiligheid van de duikers en het vergroten van de slagkracht. De onderwaterdrone kan modulair worden aangevuld met sonar,

65

video en grijparm. Deze op afstand te bedienen onderwaterrobot kan door één persoon bediend worden en kan onder zware omstandigheden (scheepvaart, ijs, diepte, vervuiling, objecten) veilig worden ingezet. De pilot vergt een eenmalige investering van € 0,2 miljoen. Uitwerking scenario’s huisvesting In de huidige situatie worden de brandweerposten om niet ter beschikking gesteld aan de VRU door de gemeenten. De gemeenten en de VRU werken gezamenlijk aan een visie op de organisatie van de huisvesting. Hiervoor is een gezamenlijke verkenning uitgevoerd op basis van een aantal bestuurlijke uitgangspunten(13). Dit heeft geleid tot drie scenario’s. Op 6 november 2023 heeft het algemeen bestuur opdracht gegeven om deze drie scenario’s uit te werken. De uitwerking van de scenario’s vergt specialistische capaciteit die niet beschikbaar is binnen de organisatie van de VRU. De beschikbare capaciteit binnen de gemeenten is ook beperkt. Daarom zijn incidentele middelen nodig om deze gezamenlijke opdracht te kunnen uitvoeren. De kosten voor de procesbegeleiding en (financiële) uitwerking van de scenario’s worden geraamd op € 0,25 miljoen. Het aandeel van de VRU wordt gedekt binnen de begroting. Voor het aandeel van de gemeenten wordt voorgesteld om het rekeningresultaat 2023 in te zetten.

4.5.3.6 Bestemmingsreserve meldkamer Vanaf april 2025 moet de meldkamerfunctie brandweer en multidisciplinaire opschaling van de regio’s Utrecht en Flevoland & Gooi en Vechtstreek samengevoegd en operationeel zijn als onderdeel van de Meldkamer Midden-Nederland. Deze reserve is ingesteld als kostendekking voor de project- en frictiekosten voorafgaand aan de ingebruikname van de nieuwe meldkamer. De reserve is gevoed met middelen die door het Rijk en de Nationale Politie voor dit doel zijn toegekend. Bij de jaarrekening wordt bepaald wat de werkelijk project- en frictiekosten zijn geweest en worden afwijkingen ten opzichte van de begroting verrekend met deze reserve. 4.5.3.7 Bestemmingsreserve omgevingswet De omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De resterende middelen uit deze reserve worden in 2024 ingezet voor de herinrichting van processen en het zaaksysteem en voor opleidingen inzake de uitvoering van de omgevingswet. Bij de jaarrekening wordt bepaald wat de implementatiekosten zijn geweest en worden afwijkingen ten opzichte van de begroting verrekend met deze reserve.

4.6

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

13 Bestuurlijke uitgangspunten: a) Visie op huisvesting is toekomstbestendig, b) Het sociaal kapitaal en de maatschappelijke waarden van de

(gemeenten binnen de) VRU in de lokale samenleving worden meegenomen, c) Huisvesting is ondersteunend aan de taakuitvoering en d) de huisvestingslasten worden evenredig verdeeld.

66

4.6.1 Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 4.6.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2024 € 0,97 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen (zie tabel 34). Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2024 groter dan 1 (1,5). Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van de implementatie van het landelijk programma (inzake verplichtend karakter brandweervrijwilligers) in de voorliggende begroting als pm-post is opgenomen, omdat het risico nog niet kwantificeerbaar is. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten. Tabel 34 Weerstandscapaciteit Bedragen x € 1.000

Bijdrage GBTP

2024

2025

Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari

1.409

1.409

Totaal weerstandscapaciteit

1.409

1.409

4.6.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de begroting. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 35 Risico-inventarisatie Bedragen x € 1.000

Nr.

Benodigde weerstandscapaciteit

1 2

Omgevingswet Implementatie van het (landelijke) programma ‘Toekomstbestendige brandweer’ inzake verplichtend karakter brandweervrijwilligers Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel (OVO's) CAO Regeling voor vervroegd uittreden (RVU) Overige (onvoorziene) exploitatierisico's

3 4 5

Totaal

Effect

Kans

Bedrag risico

200-500 pm

50% 25%

175 pm

465 195

25% 50%

116 98 581 970

4.6.2.1 Omgevingswet Na een flinke vertraging is de omgevingswet per 1 januari 2024 ingevoerd. Het Rijk en de bestuurlijke partners hebben afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal wordt ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit

67

de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Om de financiële gevolgen na invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) te kunnen volgen heeft onderzoeksbureau Cebeon een landelijk monitoringsmodel ontwikkeld. In 2020 heeft Cebeon in opdracht van het NIPV onderzoek gedaan naar de verwachte structurele meerkosten voor veiligheidsregio’s als gevolg van de stelselherziening Omgevingsrecht. Deze stelselherziening omvat zowel de Omgevingswet als de Wkb. De veiligheidsregio’s hebben geen extra middelen gekregen vanuit de rijksoverheid voor de structurele gevolgen van de stelselherziening. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op gemiddeld (50%). Nu de omgevingswet is ingevoerd zullen de consequenties meer concreet worden.

De inschatting van het risico is gericht op 2024. Uitgangspunt blijft dat de (structurele) meerkosten worden vergoed door het Rijk. De dekking van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. 4.6.2.2 Verplichtend karakter brandweervrijwilligers Europese wetgeving (deeltijdrichtlijn) duidt erop dat vrijwilligers als deeltijdwerkers beschouwd moeten zodra sprake is van een verplichtend karakter. Binnen onze regio wordt op een aantal plaatsen gewerkt met roosters, piketten en kazernering van vrijwilligers. Landelijk wordt overlegd over een implementatieplan en de randvoorwaarden om tot implementatie over te kunnen gaan (aanpassing van de arbeidstijdenwetgeving en beschikbaarheid van aanvullende financiële middelen). Ondertussen blijft het risico bestaan dat op grond van de Europese regelgeving aanspraak wordt gemaakt op de deeltijdrichtlijn. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de uitwerking van het implementatieplan voor het 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen.

Op het moment dat het landelijke plan van aanpak beschikbaar komt gaan we dit vertalen naar de specifieke situatie in onze regio. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele meerkosten door het Rijk (als stelselverantwoordelijke) worden betaald. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op klein (25%). Het betreft hier een langlopend risico waarbij we wachten op de uitkomsten van het landelijk overleg. 4.6.2.3 Overeenkomsten van opdracht voor eigen personeel Verschillende werkzaamheden worden op basis van een overeenkomst van opdrachten (OvO’s) uitgevoerd. Dit betreft voornamelijk instructiewerkzaamheden en de logistieke ondersteuning van de brandweer. De OvO’s worden meestal verstrekt aan eigen medewerkers, bijvoorbeeld beroeps

68

brandweerkrachten die op basis van een OVO instructiewerkzaamheden verrichten. Gelet op de aard en de omstandigheden van de werkzaamheden bestaat het risico dat - ondanks de toepassing van de modelovereenkomst (inhuur) - feitelijke sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit kan arbeidsvoorwaardelijke en fiscale consequenties hebben(14). De werkwijze met OvO’s wordt - met name ten aanzien van instructiewerkzaamheden - ook gehanteerd bij andere veiligheidsregio’s. In het perspectief van het opheffen van het handhavingsmoratorium op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in 2025 is het zaak om duidelijkheid te krijgen over hoe de arbeidsrelatie zich kwalificeert voor (in ieder geval) de loonheffingen. Dit doen we bij voorkeur in landelijk verband. Toelichting effect en kans Voor het berekenen van de extra werkgeverslasten zoals loonheffing en aanvullende werkgeverslasten is een opslagpercentage van ruim 50% toegepast. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op klein (25%), omdat de handhaving op de kwalificatie van arbeidsrelaties (het handhavingsmoratorium) tot 1 januari 2025 is opgeschort. 4.6.2.4 Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) In 2023 is de tijdelijke regeling voor vervroegd uittreden (RVU) opgenomen in de CAO. Medewerkers hebben op basis van deze regeling de mogelijkheid eerder met pensioen te gaan.

De VRU keert vervolgens een maandelijks bedrag uit totdat de medewerker de AOW-leeftijd heeft bereikt. Het financieel effect van de tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) is niet verwerkt in de kaders voor de begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 en daarmee is voor de RVU geen dekking in de begroting opgenomen. Toelichting effect en kans Voor 2024 is het bedrag berekend dat nodig is indien alle medewerkers die hiervoor in 2024 in aanmerking komen, gebruik maken van deze regeling. De kans dat dit risico zich voordoet in 2024 is ingeschat op gemiddeld (50%), ervan uitgaande dat de helft van de medewerkers gebruik wil maken van deze regeling in 2024. 4.6.2.5 Overige (onvoorziene) exploitatierisico's De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten (exclusief dotatie reserves).

14 in het geval van een dienstbetrekking moet de werkgever loonheffingen en premies inhouden en afdragen. Daarnaast moet de werkgever

loon doorbetalen bij ziekte en vakantie en zijn de arbeidsvoorwaarden van toepassing (zoals opbouw IKB en specifieke regels bij ontslag) en moet worden voldaan aan de arbeidstijdenwet.

69

4.6.3 Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.

70

Tabel 36 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% Bedragen x € 1.000 Omschrijving A Vaste schulden (cf.art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf.art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf.art. 49 BBV) D Financiële vaste activa (cf.art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf.art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf.art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf.art. 40a BBV) H Totale baten (cf.art. 17 lid c BBV, dus excl. onttrekking reserves)

Rekening 2023

Netto schuldquote Actualisatie 2024

Begroting 2025

49.831 4.733 10.187 21.545 421 6.125 128.033

55.858 5.000 12.500 26.609 500 2.000 143.233

61.385 5.000 12.500 29.740 500 2.000 122.104

28,6%

30,9%

38,2%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen Rekening 2023 Actualisatie 2024 Begroting 2025 49.831 4.733 10.187 90 21.545 421 6.125 128.033

55.858 5.000 12.500 89 26.609 500 2.000 143.233

61.385 5.000 12.500 88 29.740 500 2.000 122.104

28,6%

30,8%

38,1%

Rekening 2023

Actualisatie 2024

Begroting 2025

A Eigen vermogen (cf.art.42 BBV) B Balanstotaal

28.319 93.537

25.026 98.945

25.507 105.065

Solvabiliteit (A/B) x 100%

30,3%

25,3%

24,3%

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Bedragen x € 1.000 Omschrijving

Bedragen x € 1.000 Omschrijving A B C D E

Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten (excl. projectfinanciering) Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

Structurele exploitatieruimte Rekening 2023 Actualisatie 2024 Begroting 2025 111.405 110.794 128.033

115.858 116.771 403 122.498

121.996 121.798 234 122.119

-0,5%

0,4%

-0,4%

71

5 Financiële begroting-baten en lasten 2024 & 2025 De in het programmaplan opgenomen programmaonderdelen vormen tezamen het begrotingsprogramma Veiligheidsregio Utrecht.

5.1

Baten en lasten per programma

Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma in het betreffende begrotingsjaar. Tabel 37 Overzicht baten en lasten per programma Bedragen x € 1.000

Rekening 2023

Programma VRU baten en lasten

Begroting 2024

Actualisatie 2024

Begroting 2025 121.624

Lasten exploitatie

122.968

113.846

144.523

Storting reserves

4.369

980

3.238

1.507

Totaal Lasten

127.337

114.827

147.760

123.131

Baten exploitatie

128.035

113.569

143.233

122.104

3.811

1.257

4.528

1.027

131.846

114.827

147.760

123.131

4.510

-

-

-

Onttrekking reserves Totaal Baten Saldo

Op basis van artikel 17 van het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) is in de financiële begroting het volgende overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de kosten van overhead apart inzichtelijk worden gemaakt. Tabel 38 Overzicht baten en lasten overhead per programma Bedragen x € 1000

Rekening 2023

Actualisatie 2024

Begroting 2025

Overzicht van baten en lasten

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

lasten

baten

saldo

Veiligheidsregio Utrecht

95.323

127.303

31.980

114.097

142.998

28.902

93.528

122.104

28.576

Overhead

27.645 122.968

732 128.035

-26.913

30.426 144.523

234 143.233

-30.192 -1.290

28.095 121.624

122.104

-28.095

5.066

Saldo van baten en lasten

481

Mutaties in reserves

lasten

baten

saldo

dotatie

onttrekking

saldo

dotatie

onttrekking

saldo

Veiligheidsregio Utrecht

3.557

3.396

-161

2.209

3.232

1.023

1.313

1.027

-287

Overhead

812 4.369

416 3.811

-396

1.296 4.528

267 1.290

194 1.507

1.027

-194

-557

1.029 3.238

127.337

131.846

4.510

147.760

147.760

-

123.131

123.131

-

Saldo mutaties in reserves Totaal

72

-481

5.2

Baten en lasten per categorie

Tabel 39 Baten en lasten per categorie Bedragen x € 1.000

Rekening 2023

Cat.

Begroting 2024

Actualisatie 2024

Begroting 2025

LASTEN L1

Personele kosten

95.673

88.691

111.766

95.670

L2

Kapitaallasten

7.255

10.689

8.361

10.420

L3

Materiële kosten

20.040

14.467

24.396

15.534

Totaal Lasten

122.969

113.846

144.523

121.624

BATEN B1

Bijdragen en vergoedingen gemeenten

96.698

100.781

102.716

107.731

B2

Rijksbijdrage

24.835

12.387

25.790

13.702

B3

Overige baten

6.501

402

14.727

671

Totaal Baten

128.033

113.569

143.233

122.104

Saldo van baten en lasten

5.065

-277

-1.290

481

R1

Storting reserves

4.369

980

3.238

1.507

R2

Onttrekking reserves

3.812

1.257

4.528

1.027

Resultaat

4.510

-

-

-

De volgende mutaties zijn verwerkt: Mutaties met effect op de gemeentelijke bijdragen (zie paragraaf 2.3): - Toepassing financieel kader (zie paragraaf 2.1) - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 2.2.1) Mutaties zonder effect op de gemeentelijke bijdragen: - Beleidsontwikkelingen (zie paragraaf 1.2.1 en 2.2.2) - Mutaties in de reserves Overige technische saldoneutrale mutaties binnen en tussen categorieën

73

5.3

Incidentele baten en lasten

Tabel 40 Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000

Incidentele baten en lasten LASTEN Invoering omgevingswet Subtotaal incidentele lasten invoering omgevingswet Frictiekosten overgang naar nieuwe Meldkamer Implementatiekosten Meldkamer Midden-Nederland Subtotaal incidentele lasten nieuwe meldkamer Opvang ontheemden Oekraïne Crisisnoodopvang statushouders en asielzoekers Opvang en begeleiding van evacuees uit crisisgebieden Subtotaal incidentele lasten projecten Nood en Crises Incidentele exploitatielasten gedekt uit kapitaallastenreserve Incidenteel lagere kapitaallasten (storting in kapitaallastenreserve) Incidentele FLO-lasten gedekt uit FLO-egalisatiereserves FLO Incidentele kosten voor ontwikkelactiviteiten en doorschuif projecten Subtotaal incidentele lasten via reserves overig Totaal incidentele LASTEN BATEN Incidentele gemeentelijke bijdrage (via reserve omgevingswet) Subtotaal incidentele baten invoering omgevingswet Incidentele bijdrage nationale politie (via reserve meldkamer) Incidentele rijksbijdrage (via reserve meldkamer) Subtotaal incidentele baten nieuwe meldkamer Incidentele (rijks)bijdrage voor opvang ontheemden Oekraïne Incidentele bijdrage van het centraal orgaan asielzoekers (COA) Incidentele rijksbijdrage voor uitvoeringskosten opvang evacuees Subtotaal incidentele baten projecten Nood en Crises Incidentele onttrekking egalisatiereserve kapitaallasten*** Incidentele onttrekking egalisatiereserves FLO

Incidentele onttrekking ontwikkel- en egalisatiereserve Subtotaal incidentele baten via reserves overig Totaal incidentele BATEN

Totaal saldo van incidentele baten en lasten

Financieel effect GBTP Begroting Actualisatie Begroting 2024* 2024 2025

-

30 30

-

441 441

441 287 728

112 212 324

-

12.107 12.955 205 25.267

-

-

1.299 -3.467 58 3.046 935

253 -1.273 450 -571

441

26.960

-247

-

-30 -30

-

-441 -441

-441 -287 -728

-112 -212 -324

-

-12.107 -12.955 -205 -25.267

-

-

-1.299 -58 -3.046 -4.402

-253 -450 -703

-441

-30.427

-1.027

-

-3.467

-1.273

* het overzicht 'Incidentele baten en lasten' is ten opzichte van de primaire begroting 2024 uitgebreid met een overzicht van projecten die incidenteel gefinancierd zijn doorhet Rijk of derden en incidentele reservemutaties. ** Zie paragraaf 4.5.3.5 Ontwikkel- en egalisatiereserve *** voor een deel gesaldeerd met incidentele storting

74

6 Financiële begroting-meerjarenraming 2025-2028 6.1

Meerjarenraming 2025-2028

Tabel 41 Meerjarenraming 2025-2028 Bedragen x € 1.000

Cat.

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

LASTEN L1

Personele kosten

95.670

94.849

94.820

94.820

L2

Kapitaallasten

10.420

11.250

12.805

13.521

L3

Materiële kosten

15.534

15.144

15.137

15.138

Totaal Lasten

121.624

121.243

122.762

123.478

BATEN B1

Bijdragen en vergoedingen gemeenten

107.731

107.719

107.718

107.717

B2

Rijksbijdrage

13.702

13.702

13.702

13.702

B3

Overige baten

671

351

351

351

Totaal Baten

122.104

121.772

121.771

121.771

481

529

-991

-1.708

Saldo van baten en lasten R1

Storting reserves

1.507

888

234

234

R2

Onttrekking reserves

1.027

358

1.225

1.942

-

-

-

-

Resultaat

75

6.2

Stand en meerjarig verloop reserves

Tabel 42 Meerjarig verloop reserve Bedragen x € 1.000

Boekwaarde Resultaat- Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde Toevoeging Onttrekking Boekwaarde 31-12-2023 bestemming 2024 2024 31-12-2024 2025 2025 31-12-2025 2026 2026 31-12-2026 2027 2027 31-12-2027 2028 2028 31-12-2028 2023

Bedrijfsvoeringsreserve Algemene reserves

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

-

-

1.409 1.409

Egalisatiereserve kapitaallasten Egalisatiereserve FLO overgangsrecht Egalisatiereserve tweede loopbaan Ontwikkel- en egalisatiereserve Bestemmingsreserve meldkamer Bestemmingsreserve omgevingswet Bestemmingsreserves

17.904 1.077 1.187 1.149 1.053 30 22.400

2.508

2.508

2.835 219 184 3.238

667 58 3.046 728 30 4.528

20.072 1.296 1.313 611 325 23.617

1.273 64 170 1.507

253 450 324 1.027

21.093 1.360 1.484 161 1 24.098

653 64 170 888

357 1 358

21.390 1.423 1.654 161 24.628

64 170 234

1.225 1.225

20.164 1.487 1.824 161 23.636

64 170 234

1.942 1.942

18.222 1.551 1.995 161 21.928

Totaal reserves

23.809

2.508

3.238

4.528

25.026

1.507

1.027

25.507

888

358

26.037

234

1.225

25.045

234

1.942

23.337

6.3

Gemeentelijke bijdrage 2024-2028

In tabel 43 zijn de mutaties opgenomen die een effect hebben op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP). Tabel 43 Mutaties gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2024-2028 Bedragen x € 1.000

Bijdrage GBTP

2024

2025

2026

2027

2028

Bi jdrage GBTP vas tges tel de begroti ng 2024 Fi nanci eel kader begroti ng 2025/2024a Bel ei ds ontwi kkel i ngen begroti ng 2025/2024a

97.347 2.579 -

97.347 7.337 530

97.347 7.337 530

97.347 7.337 530

97.347 7.337 530

Bijdrage GBTP begroting 2025/ 2024a

99.926

105.214

105.214

105.214

105.214

76

Tabel 44 meerjarenraming gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket en vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket(15) Bedragen x € 1.000

Gemeente

GBTP 2025

IGPP 2025

Bijdrage 2025

GBTP 2026

IGPP 2026

Bijdrage 2026

GBTP 2027

IGPP 2027

Bijdrage 2027

GBTP 2028

IGPP 2028

Bijdrage 2028

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

466 32 24 20 57 18 116 23 66 195 567 98 70 167 11 220 366

12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.047 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 5.053 34.120 3.975 4.068 4.241 1.784 3.952 902 5.321

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

466 32 24 20 52 18 116 23 66 195 567 91 70 167 11 220 366

12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.042 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 5.053 34.120 3.969 4.068 4.241 1.784 3.952 902 5.321

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

466 32 24 20 51 18 116 23 66 195 567 91 70 167 11 220 366

12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.041 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 5.053 34.120 3.968 4.068 4.241 1.784 3.952 902 5.321

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

466 32 24 20 52 18 116 23 66 195 567 90 70 167 11 220 366

12.475 2.011 1.164 1.408 3.350 3.278 719 3.042 2.146 2.218 963 971 4.555 749 406 1.421 3.436 5.053 34.120 3.967 4.068 4.241 1.784 3.952 902 5.321

Totaal

105.214

2.517

107.731

105.214

2.505

107.719

105.214

2.504

107.718

105.214

2.503

107.717

15 De vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan gedurende het begrotingsjaar nog wijzigen als gevolg van tussentijdse wijzigingen in de taakuitvoeringsovereenkomst en afspraken over

beheerpakketten repressieve huisvesting.

77

7 Financiële begroting-uiteenzetting financiële positie 7.1

Geprognosticeerde balans

Tabel 45 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1.000

Geprognosticeerde balans

Gerealiseerd

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

31-12-23

31-12-24

31-12-25

31-12-26

31-12-27

1-01-28

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa:

65.356

69.747

72.737

76.493

77.032

73.680

Financiële vaste activa:

90

89

88

87

86

85

21.545

26.609

29.740

32.176

37.002

44.844

Liquide middelen:

421

500

500

500

500

500

Overlopende activa:

6.125

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal activa

93.537

98.945

105.065

111.256

116.619

121.109

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:

Bedragen x € 1.000

Geprognosticeerde balans VASTE PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve:

Gerealiseerd

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

31-12-23

31-12-24

31-12-25

31-12-26

31-12-27

1-01-28

1.409

1.409

1.409

1.409

1.409

1.409

22.400 4.510 28.319

23.617 25.026

24.098 25.507

24.628 26.037

23.636 25.045

21.928 23.337

467

560

672

807

968

968

Langlopende schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar:

49.831

55.858

61.385

66.912

73.106

79.303

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd ≤ 1 jaar:

4.733

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Overlopende passiva:

10.187

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

Totaal passiva

93.537

98.945

105.065

111.256

116.619

121.109

Bestemmingsreserves: Gerealiseerde resultaat:

Voorzieningen

Toelichting: De ramingen van de materiële vaste activa en de langlopende schulden zijn ontleend aan de meerjareninvesteringsplanning en de daaruit voortvloeiende financieringsbehoefte(16). De VRU heeft alleen investeringen met economisch nut, geen investeringen met maatschappelijk nut. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de investeringskredieten voor 2024 en 2025.

16 De geactualiseerde investeringsplanning en gerelateerde financieringsbehoefte plaats is nog niet in deze geprognosticeerde balans verwerkt.

In de versie die aan het AB wordt voorgelegd is dit wel het geval.

78

Het verloop van het eigen vermogen is ontleend aan de staat van reserves (zie paragraaf 6.2). De kortlopende activa en passiva worden constant verondersteld.

7.2

EMU-saldo

In de begroting moet volgens artikel 20 lid 1c van het BBV ook het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar worden opgenomen. Het EMU-saldo is van belang voor de berekening van het totale begrotingstekort of –overschot van de Nederlandse overheid. Het EMU-saldo wordt als volgt berekend: de som van de mutaties van de vaste en vlottende financiële activa minus de som van de mutaties van de vaste en vlottende schuld (bron BBV). De geraamde EMU-saldi voor 2024, 2025 en 2026 zijn als volgt: Tabel 46 EMU-saldo Bedragen x € 1.000

EMU-saldo

2024

2025

2026

-8.608

-5.528

-528

Het negatieve EMU-saldo wordt met name veroorzaakt door de (geplande) financiering van de investeringen (toename vaste schulden).

79

Bijlage 1 Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) Tabel 47 Bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket t.o.v. begroting 2024 en kaders 2025-2024a Bedragen x € 1.000 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Begroting Kaders Actualisatie Kaders Begroting Gemeente 2024 (A) 2024a (C) 2024 (B) 2025 (C) 2025 (D) Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

10.956 1.863 1.079 1.285 3.179 3.081 660 2.739 1.964 1.937 916 924 4.084 685 386 1.332 3.169 4.595 30.750 3.691 3.610 3.822 1.692 3.495 829 4.624

11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717

11.246 1.888 1.115 1.321 3.218 3.146 672 2.823 1.995 1.997 932 937 4.203 698 393 1.355 3.215 4.673 31.866 3.742 3.710 3.932 1.709 3.556 866 4.717

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

Totaal

97.347

99.926

99.926

105.214

105.214

De letters tussen haken in de kopjes van tabel 47 corresponderen met de letters tussen haken in tabel 48 en tabel 49. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling (actualisatie) van de gemeentelijke bijdrage 2024 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de begroting 2024.

80

Tabel 48 Bijstelling (actualisatie) bijdrage GBTP 2024 ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024 Bedragen x € 1.000

Mutatie bijdrage GBTP 2024

Structureel

Incidenteel

97.347

-

97.347 (A)

3.190 -611 2.579

-

3.190 -611 2.579

Mutaties beleidsontwikkelingen 2024 Brandweerzorg Amersfoort: paraatheid Subtotaal mutaties beleidsontwikkelingen 2024

504 504

-504 -504

-

Bijdrage GBTP geactualiseerde begroting 2024

100.430

-504

99.926 (B)

Bijdrage GBTP vastgestelde begroting 2024 Mutaties financieel kader 2024 Mutatie loon- en prijsaanpassing 2024 o.b.v. sept.circulaire 2023 Mutatie lasten FLO-overgangsrecht Mutatie rijksbijdrage BDuR Subtotaal mutaties financieel kader 2024

Totaal

De geactualiseerde begroting 2024 is gebaseerd op de begroting 2024 die op 3 juli 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. In de reguliere bijstelling van de loon- en prijsaanpassing (die overeenkomt met de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds) is rekening gehouden met het financieel effect van de loonontwikkeling voor het eerstvolgende caoakkoord (2024). Daarnaast is het voordeel van de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage BDuR in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket 2024 met € 2.579K ten opzichte van de primaire begroting 2024. Deze stijging komt overeen met de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage zoals deze is opgenomen in de kaders voor de begroting 2025 & geactualiseerde begroting 2024. Onderstaande tabel geeft inzicht in de bijstelling van de begroting 2025 voor het gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) ten opzichte van de kaders voor de begroting 2025. Tabel 49 Bijstelling bijdrage GBTP 2025 ten opzichte van de kaders voor de begroting 2025 Bedragen x € 1.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14336325/1