F2. Notitie planMER WiRES
Tekst van het document
Informatie planMER windbeleid en RES Gelderland December 2024
Inleiding
1
We hebben onderzoek laten doen naar de milieueffecten van zonne- en windenergie en duurzame warmtebronnen in Gelderland. Dit onderzoek heet het planMER. Met de uitkomsten hebben we inzicht in de effecten van deze duurzame energiebronnen op de leefomgeving en het milieu. We gebruiken de uitkomsten om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen. De gebieden voor zonne- en windenergie die onderzocht zijn in dit planMER zijn onderdeel van de Regionale Energiestrategieën (RES). Provincie Gelderland heeft samen met de betrokken RES regio's aan dit milieueffectrapport gewerkt. Het planMER bestaat uit meerdere documenten die in verschillende fasen zijn opgesteld.
Doel planMER
2
Een planMER brengt de milieugevolgen in beeld van een beleidsvoornemen en laat zien wat alternatieven zijn. Het is een feitelijk en onafhankelijk onderzoek, zonder politieke of maatschappelijke opvattingen. Bij dit planMER is onderzoek gedaan naar de milieueffecten van wind- en zonne-energie en duurzame warmtebronnen. De uitkomsten van het onderzoek zijn te gebruiken voor meerdere doelen. Allerlei partijen kunnen de informatie gebruiken bij afwegingen en besluiten waarvoor milieu-informatie nodig is en/of een planMER verplicht is. We gebruiken de informatie in ieder geval voor onderstaande doelen: 1.
2.
3.
4.
5.
Op basis van de uitkomsten van het milieuonderzoek willen we ons provinciaal windbeleid aanpassen. In de RES’sen staan de gebieden waar de hernieuwbare energie opgewekt kan worden die nodig is. Volgens het huidige provinciale windbeleid kunnen initiatiefnemers ook initiatieven ontwikkelen buiten de gebieden uit de RES 1.0. We gaan ons windbeleid aanpassen, zodat het beter aansluit op de RES’en 1.0. In het Klimaatakkoord staat dat de bevoegde gezagen in iedere regio de doelen uit de RES opnemen in het omgevingsbeleid. Om de doelen uit de RES vast te leggen, is milieuinformatie nodig. Dit planMER levert deze informatie op. We willen samen met gemeenten en regio’s de verhouding tussen zonne- en windenergie verbeteren. Door zonne- en windenergie in samenhang te bekijken, kunnen we de verhouding ertussen beter beoordelen. Het planMER biedt milieu-informatie die de RESpartners kunnen gebruiken bij bestuurlijke keuzes over de opwek van zonne- en windenergie. Regio’s gebruiken de milieu-informatie uit het planMER ook om eventueel de RES 1.0 aan te passen naar een RES 2.0 (herijking RES). Een RES 2.0 is een programma onder de Omgevingswet. Het is verplicht een planMER uit te voeren voor zo’n programma. Warmte maakt onderdeel uit van de RES met de regionale structuur warmte (RSW).
Gemeenten en RES-regio’s kunnen de informatie uit het planMER gebruiken bij de ontwikkeling van gemeentelijk warmtebeleid.
3
Documenten
3.1 PlanMER niet gekoppeld aan besluit Dit planMER is niet gekoppeld aan een specifiek besluit, zoals een beleidsstuk voor windenergie. Een planMER heeft de grootste meerwaarde als het zo vroeg mogelijk in het besluitvormingsproces wordt ingezet. Het milieuonderzoek is daarom zo opgezet dat we de uitkomsten voor meerdere toekomstige afwegingen en besluiten kunnen gebruiken. Zo gebruiken de regio's de milieu-informatie om te kijken of de manier waarop het bod van de RES 1.0 kan worden gehaald nog actueel is (herijking RES). En kunnen we de uitkomsten van het planMER ook gebruiken om het provinciale windbeleid te vernieuwen. 3.2 Hoofdrapport Het planMER bestaat uit een hoofdrapport met bijlagen en 5 Regionale Aanvullingen. Het hoofdrapport, de bijlagen en de Regionale Aanvullingen vormen samen het planMER. • Het hoofdrapport beschrijft de milieueffecten van windparken, zonnevelden en duurzame warmtebronnen in Gelderland. Dit zijn onder andere effecten op natuurwaarden (gebieds- en soortenbescherming), landschap (invloed op landschapstypen), (bovengrondse) cultuurhistorie (invloed op historische-geografische en -bouwkundige waarden) en archeologie. • In het hoofdrapport staan 5 alternatieven: gezonde en veilige leefomgeving, natuur, energiesysteem, RES1.0 en landschap.
Een alternatief is een andere manier om de RES opgave voor windenergie te realiseren, waar het belang van een thema centraal staat. • Het planMER bevat ook globale informatie over warmte. Het onderzoek naar warmte laat globaal de kansen en risico’s zien van de effecten van verschillende warmtetechnieken. • Het hoofdrapport gaat over heel Gelderland. Het beschrijft de thema’s wind- en zonneenergie en warmte. De Regionale Aanvullingen bevatten een verdieping per regio, vooral op het thema windenergie. • Onderdeel van het ontwerp planMER is de reactienota voor de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD is de onderzoeksagenda voor dit milieuonderzoek. Deze heeft tussen 13 februari en 20 maart 2023 ter inzage gelegen. De reactienota bevat de beantwoording van de ingediende zienswijzen. 3.3 Regionale Aanvullingen De Regionale Aanvullingen geven inzicht in de milieueffecten van een regio, vooral van windenergie. In de rapporten staan de milieueffecten van elk zoekgebied voor windenergie. Voor rapportages zijn alternatieven ontwikkeld voor milieuthema’s: RES1.0, beschermd Gelders Natuurnetwerk (GNN), energiesysteem en ontwerpnorm. Een alternatief is een andere manier om de RES opgave voor windenergie te realiseren, waar het belang van een thema centraal staat. De regio’s gebruiken deze inzichten om de RES (eventueel) te herijken.
De provincie gebruikt deze Regionale Aanvullingen om het provinciaal windbeleid te vernieuwen. De regio’s hebben een regierol gehad bij de totstandkoming van deze Regionale Aanvullingen. Elke Regionale Aanvulling heeft dezelfde opbouw, maar vanwege de regionale context is ook maatwerk verricht.
3.4 Regionale Verdiepingen Bij dit planMER zijn in een eerdere fase Regionale Verdiepingen gemaakt. Deze verdiepingen zijn de ‘voorloper’ van de Regionale Aanvullingen. Ook deze rapportages gaan specifiek over een regio. De regio’s willen de milieu-informatie uit het planMER gebruiken om de RES (eventueel) te herijken en de zoekgebieden voor zonne- en windenergie vast te leggen in omgevingsbeleid. Daarvoor bleken deze Regionale Verdiepingen niet gedetailleerd genoeg. Het opstellen van
nieuwe rapporten (de Regionale Aanvullingen) bleek doelmatiger dan het verder detailleren van de Regionale Verdiepingen. De Regionale Verdiepingen maken geen onderdeel van het planMER.
3.5 Verfijning van het detailniveau In het planMER staan zoekgebieden voor windenergie. De zoekgebieden in de Regionale Aanvullingen zijn gedetailleerder dan die in het hoofdrapport. Om dit detailniveau te bereiken, zijn andere uitgangspunten voor het onderzoek aangehouden. Een belangrijk verschil tussen het hoofdrapport en de Regionale Aanvullingen is de theoretische of praktische aanpak. Het hoofdrapport beschrijft in grotere lijnen wat de milieueffecten zijn van wind- en zonne-energie en duurzame warmtebronnen in Gelderland. De uitgangspunten voor de Regionale Aanvullingen zijn praktischer ingestoken. Een voorbeeld van het verschil in uitgangspunten is de afstand van windturbines tot een rijksweg. In het hoofdrapport is hiervoor een afstand van 15 meter aangehouden. De Regionale Aanvullingen volgen de voorschriften van Rijkswaterstaat, die uitgaat van ½ rotordiameter.
4
Relatie met projecten
In Gelderland staan op meerdere plekken windturbines en er zijn ook windparken in ontwikkeling. Deze windturbines zijn meegenomen in het onderzoek als onderdeel van de huidige situatie of zogenoemde ‘autonome ontwikkeling’. De effecten van deze bestaande of toekomstige windparken tellen mee in de optelsom van de milieueffecten. Dit planMER bevat geen vergelijking tussen locaties voor windenergie onderling. De uitkomsten van dit planMER kunnen verschillen van andere milieuonderzoeken voor bijvoorbeeld bestaande windparken of windparken in ontwikkeling. De uitgangspunten, methodiek en het detailniveau van het onderzoek kunnen namelijk verschillen. Dit Gelderse planMER beschrijft de milieueffecten op provinciale en regionale schaal. De resultaten zijn hierdoor globaler en minder gedetailleerd dan die van de milieuonderzoeken op projectniveau. Die onderzoeken bevatten maatwerk en houden rekening met specifieke lokale omstandigheden. Daarom zijn er voor projecten nog steeds gedetailleerdere milieuonderzoeken nodig.
5
Regionale planMER Groene Metropool Regio
Het hoofdrapport bevat de milieueffecten van zonne- en windenergie in heel Gelderland. Het onderzoek is voor de hele provincie op dezelfde manier uitgevoerd en de uitkomsten zijn op dezelfde manier verkregen. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) heeft voorafgaand aan dit Gelders milieuonderzoek een eigen planMER-proces doorlopen om haar Regionale Energiestrategie (RES) te herijken. De regio heeft daarom gekozen om geen regionaal rapport op te stellen binnen het Gelderse planMER. De regio Arnhem-Nijmegen is daarom wel onderdeel van het hoofdrapport, maar er is geen Regionale Aanvulling. Het planMER RES GMR is sinds de zomer van 2023 beschikbaar via deze link.
6
Zienswijzen
De regio's kijken of de manier waarop het bod van de RES 1.0 kan worden gehaald nog actueel is. Dat noemen we de herijking van de RES. Een RES 2.0 is een programma onder de Omgevingswet. Het is verplicht een planMER uit te voeren voor zo’n programma. Een planMER moet 1 keer de MER-procedure doorlopen. Binnen deze procedure kan iedereen reageren op de stukken tijdens de ter inzageleggingen. Mogelijk leggen regio's ook een herijkte
RES ter inzage met dit planMER erbij. Dan is het mogelijk een zienswijze in te dienen tegen de herijkte RES, maar niet opnieuw tegen dit planMER.
7
Rol en positie van het planMER in het besluitvormingsproces
Een planMER is een wettelijk instrument om de milieueffecten van een beleidsvoornemen én van reële alternatieven in beeld te brengen. Het is een feitelijk, onafhankelijk onderzoek, zonder politieke en maatschappelijke opvattingen. De uitkomsten helpen overheden om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen, ook in relatie tot andere programma’s. Het planMER legt geen (bestuurlijke) keuzes op. Gesprekken over ruimtelijke keuzes vinden plaats ná afronding van het onderzoek. Bij het maken van die keuzes spelen ook andere (inhoudelijke en politieke) afwegingen mee.