F1 Samenvatting RIVM-rapport 28 mei 2021
Tekst van het document
Korte samenvatting van RIVM-rapport (28 mei 2021) Klimaatakkoord: effecten van nieuwe energiebronnen op gezondheid en veiligheid in Nederland. Conclusies van dit rapport Als het gaat om effecten als gevolg van de energietransitie, kunnen de volgende milieu-gerelateerde thema’s een rol spelen: luchtverontreiniging (buiten), binnenmilieu, (laagfrequent) geluid en trillingen en overige effecten. De meest relevante effecten en risico’s voor gezondheid en veiligheid zijn: -
luchtverontreiniging door houtkachels, biomassa-installaties en biobrandstoffen, en geluidhinder door windturbines.
Methode voor meting van effecten op gezondheid: DALY’s Uitganspunt voor RIVM is de beoordelingsmethodiek van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 (VTV 2018). In deze benadering wordt de ziektelast (Burden of Disease) voor een bepaalde populatie uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY's). DALY’s worden berekend uit ziektejaarequivalenten (het aantal jaren geleefd met een ziekte, gewogen voor de ernst hiervan (Years Lived with Disability; YLD’s) en het aantal verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte als gevolg van de ziekte (Years of Life Lost; YLL’s). Op deze wijze kunnen gezondheidseffecten door verschillende oorzaken (bronnen) of voor verschillende typen ziekten vanuit eenzelfde perspectief worden vergeleken. Dit is een wetenschappelijk en door de WHO geaccepteerde aanpak, die veel wordt toegepast in onderzoek ten behoeve van beleid. Op de website Volksgezondheidenzorg.info zijn gegevens te vinden over ziektelast uitgedrukt in DALY's, toegeschreven aan verschillende soorten ziekten dan wel aan verschillende soorten bronnen of oorzaken. De totale ziektelast van de Nederlandse bevolking is geschat op ongeveer 5.000.000 DALY’s (VTV, 2018). Ongeveer 4% daarvan (200.000 DALY’s) wordt toegeschreven aan bronnen en factoren in het milieu (175.000 DALY’s aan buitenmilieu en 25.000 DALY’s aan binnenmilieu).
Omdat het berekenen van DALY’s in het kader van deze studie is omgeven met een aantal onzekerheden, heeft RIVM een indeling gemaakt in vier klassen op basis van orde-grootte. Hiermee ontstaat een soort ‘bandbreedte’. Deze klassen staan in onderstaande tabel. Per klasse is aangegeven hoe de berekende ziektelast zich verhoudt tot de totale ziektelast veroorzaakt door milieufactoren. Als er geen of onvoldoende informatie beschikbaar is, of dusdanig onzeker dat uitdrukken in DALY’s niet is te verantwoorden, dan is het effect beoordeeld op basis van expert judgement: inschatting door deskundigen.
Klasse-indeling gezondheidseffecten % van totale Klasse Aantal DALY’s ziektelast 'milieu' Geen effecten 0 ----A < 1.000 < 0,5% Wel effecten B 1.000 – 10.000 0,5 – 5 % C > 10.000 > 5%
Gezondheidseffecten van windturbines op land De ziektelast veroorzaakt door geluid van windturbines is momenteel nog niet eenvoudig uit te drukken in DALY’s, omdat nog niet eerder alle benodigde parameters zijn vastgesteld. Er is nog een kennis-hiaat. Het RIVM beveelt derhalve aan ‘om de komende jaren goed te blijven volgen welke effecten de nieuwe energiebronnen hebben’.
Er zijn ook toekomstige onzekerheden. Ten eerste neemt het vermogen aan windenergie op land komende jaren toe ten opzichte van het aantal ten tijde van de hindermetingen. -
Niet alleen het aantal windturbines groeit, waardoor ze gemiddeld genomen dichter bij woongebieden kunnen komen te staan; Maar er zullen ook grotere windturbines worden toegepast die mogelijk meer geluidhinder veroorzaken.
Daarnaast zijn niet-akoestische factoren, zoals geluidgevoeligheid, communicatie, vertrouwen in de autoriteiten en verandering van het landschap, van invloed op de gezondheid. Deze factoren zijn niet allemaal verdisconteerd in berekeningen van de ziektelast, maar dragen daar volgens RIVM wel aan bij. Samengevat concluderen de onderzoekers dat op basis van bovenstaande schattingen en rekening houdend met de genoemde onzekerheden de ziektelast veroorzaakt door geluid van windturbines binnen klasse A valt, conform de tabel en - afhankelijk van de ontwikkelingen in de toekomst mogelijk in klasse B. Tevens kan de slagschaduw van windturbines hinder genereren door het stroboscopisch effect, de wisseling tussen wel en geen schaduw. In de milieuwetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Via de vergunning zijn windturbines bijna altijd verplicht voorzien van een stilstand-voorziening, die de windturbine uitschakelt op momenten dat slagschaduw op woningen kan optreden. Er bestaan nog geen kwantitatieve gegevens over het gezondheidseffect door visuele hinder. Vanwege de hoogte en omvang van de turbines zijn er ook enkele specifieke arbeidsrisico’s gekoppeld aan windenergie. Andere veiligheidsrisico’s zijn gekoppeld aan het falen van een windturbine zelf.
Bij het vaststellen van de omgevingsveiligheidsrisico’s van windturbines worden vier ongevalsscenario’s genoemd (RIVM, 2020): -
breuk van een windturbineblad; omvallen van een windturbine door mastbreuk, het naar beneden vallen van een gondel en/of rotor of het naar beneden vallen van kleine onderdelen.
Van deze scenario’s geeft een afgebroken blad dat wordt weggeworpen het grootste effect. Dit is onder andere afhankelijk van het vermogen van de turbine. Een blad kan tot meer dan honderd meter ver worden weggeslingerd en kan zo schade aanrichten aan gebouwen of industriële installaties als die worden geraakt (domino-effecten). Er zijn generieke werpafstanden bepaald voor windturbines (met een vermogen tussen 1-5 MW) tot bijna 250 meter bij nominaal toerental. Voor de andere scenario’s geldt dat de effectafstanden kleiner zijn. Bij een mastbreuk is de afstand bijvoorbeeld afhankelijk van de hoogte van de turbine (het risico beperkt zich tot een afstand die gelijk is aan de ashoogte plus de halve rotordiameter).
Jaarlijks vinden er incidenten plaats. Wanneer het aantal turbines significant zal toenemen, zal ook de kans op incidenten toenemen. Qua effecten maakt het uiteraard uit waar deze turbines worden geplaatst en zijn ze voor de omgevingsveiligheid alleen relevant bij windturbines op land. Aanbevelingen RIVM De resultaten van deze verkenning laten volgens RIVM zien dat de impact van de meeste maatregelen uit het Klimaatakkoord op de gezondheid en veiligheid beperkt zal zijn. Enkele energiebronnen kunnen echter wèl tot relevante gezondheidseffecten of veiligheidsrisico’s leiden. Juist de ontwikkelfase van de energietransitie biedt mogelijkheden om gezondheids- en veiligheidsaspecten integraal mee te nemen (bijvoorbeeld in de Regionale Energie Strategieën). Zo is het raadzaam om omwonenden te betrekken bij de besluitvorming over optimalisering van locaties (afstand tot woonbebouwing) en landschappelijke inpassing van windturbines en zonneparken, en hen daarbij van goede, betrouwbare informatie te voorzien. Gedurende de transitie kan worden gemonitord hoe gezondheids- en veiligheidseffecten zich ontwikkelen. Uit het onderzoek blijkt tenslotte dat er voor sommige maatregelen onvoldoende informatie aanwezig is om een goede inschatting van de gezondheids- en veiligheidseffecten te maken.
Bij die onderwerpen is er sprake van kennishiaten en is aanvullend onderzoek nodig om de effecten beter in kaart te brengen. Dit gaat vooral om de gezondheidseffecten door verbranding van biomassa en biobrandstoffen en de gevolgen van geluidhinder en andere effecten, zoals hinder van visuele aspecten door windturbines. Tenslotte komt verder naar voren dat bij sommige nieuwe energiebronnen de effecten op de gezondheid en veiligheid zeer beperkt zijn. Dat geldt onder andere voor aquathermie, getijdenenergie en blauwe energie. Deze technieken worden in Nederland nog niet veel toegepast, en zijn nog in ontwikkeling. Vanuit het perspectief van gezondheid en veiligheid is het zeer interessant om verdere (kennis)ontwikkelingen van deze technieken te volgen, aldus de onderzoekers.