CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

F 2 Bijlage 1

Raadscommissie 20 april 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen1.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN GROOT OVEREEM II RENSWOUDE AANTEKENINGEN MR. A.E. PATIJN BIJ DE BEANTWOORDING VAN DE GEMEENTE RENSWOUDE OP INSPRAAKREACTIES Er zijn 8 reacties ingekomen, waarvan sommige gecombineerd. Al met al een behoorlijk aantal. Hierbij enkele opmerkingen.

Algemeen: een politiek verhaal 1. De gemeente blijft bij haar standpunt dat het bedrijventerrein nodig is "om in een behoefte te voorzien van lokale ondernemers" (wie?). Wat de gehéle bevolking (dus ook anderen dan ondernemers) ervan denkt weten we niet. M.i. moet ieder gemeentebestuur (Gemeenteraad, College van B en W) dat tegelijkertijd óók uitzoeken. In de nieuwe wetgeving kan de gemeente burgerinitiatieven "faciliteren" en in een omgevingsplan (zo heet dat vanaf 1 januari volgend jaar) vastleggen, dus niet alles hoeft nog van de overheid te komen (decentralisatie). Maar dan zal de gemeente ook ándere belangen mee moeten wegen vóórdat een gefaciliteerd deelbelang in een bestemmingsplan wordt uitgewerkt. 2. In Scherpenzeel kan je zien hoe - eenzijdig - "faciliteren" bij het plan ‘t Zwarte Land II fout loopt. De tegenstanders van het plan kunnen, anders dan in Renswoude, formeel nog steeds niet inspreken of zienswijzen indienen. Dat kan pas vanaf het moment dat er een (voor)ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Dat is nog steeds niet gebeurd. In de tussentijd “faciliteert” de gemeente eenzijdig de projectontwikkelaar en laat opgetrommelde “participanten” hun wensen inbrengen. Zie bijvoorbeeld de reclameboodschap van de Gemeente Scherpenzeel d.d.

9 maart 2021 in de Scherpenzeelse Krant van 16 maart j.l.: “Het participatietraject wordt ingevuld en uitgevoerd door de ontwikkelaar” (!!!) en “De locatie is een gegeven, daar is de participatie niet op gericht” ( … ). Met andere woorden: inwoners die het niet met het beoogde nieuwe bedrijventerrein eens zijn worden - bij voorbaat - op achterstand gezet. Dit effect wordt dan nog versterkt door het feit dat de pas later insprekende bezwaarmakers zich niet alleen tegen een geheel opgetuigd plan moeten verzetten, maar ook verweten kunnen worden ”zwaar bevochten” leuke voorzieningen in het plan (zoals meer groen, wippen en schommels) te willen verijdelen. Het bewust verknoeien van het plaatselijke open landschap, wat de kern van het debat zou moeten zijn, is dan formeel nog steeds niet aan de orde geweest. 3. Hetzelfde dreigt in Renswoude, maar het loopt iets anders. Ook daar willen ondernemers een uitbreiding van het bedrijventerrein, ten koste van een waardevolle omgeving. Weliswaar vindt bijvoorbeeld de ChristenUnie, nu nog de grootste partij in Renswoude, in haar verkiezingsprogramma voor de Gemeenteraad in 2018 dat economisch gewin niet ten koste mag gaan van natuur en milieu (rentmeesterschap), maar ook dat zij uitbreiding van het industrieterrein bij Groot Overeem voorstaat.

In het coalitieaccoord 2018-2022 ChristenUnie-VVD-Dorpsbelang Renswoude is vervolgens opgenomen dat de coalitiepartners er voor waken dat ons “mooie buitengebied” (waarin bedrijventerrein Groot Overeem II zou moeten worden gerealiseerd), met zijn waardevolle natuur en kampenlandschap, behouden moet blijven. “Wij vinden dat van groot belang voor komende generaties en voor de ontwikkeling van het toerisme ( … )”. Maar ook staat er: “Wij hebben oog en oor voor hun (ondernemers, AP) belangen en zorgen dat er voldoende vestigingsmogelijkheden zijn en onderzoeken hierbij de mogelijkheden om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen”. Uitbreiding Groot Overeem II wordt niet genoemd, dus terreinen elders worden niet uitgesloten in het coalitieaccoord. Niettemin wordt nu toch, eenzijdig, een uitbreiding van het bedrijventerrein bij Groot Overeem voorgesteld via een bestemmingsplanprocedure. Eenzijdig, omdat dit gebeurt zonder behoorlijk debat vóóraf over de locatie van een nieuw bedrijventerrein. 4. Het voorgaande maakt duidelijk dat inwoners van Renswoude en andere belanghebbenden er niet bij voorbaat op hebben kunnen rekenen dat het bedrijventerrein Groot Overeem naar het westen, zelfs helemaal tot aan de Lunterse Beek, zou worden uitgebreid, ook al wordt daar al langer binnen bestuurlijke kringen over gesproken.

Tegenstanders van Groot Overeem II worden op deze wijze ook hier op achterstand gezet. Mogelijkheden om bij voorbaat het bedrijventerrein Groot Overeem II via inspraak ter discussie te stellen en eventueel van tafel te krijgen (in welk geval helemaal geen bestemmingsplan nodig zou zijn geweest) zijn praktisch onmogelijk gemaakt. Voor buitenstaanders is het voortraject niet helder geweest. Dit zou nog kunnen worden gecorrigeerd, maar uit de eerste reacties van de gemeente kan geen bereidheid worden opgemaakt om het héle plan nog eens tegen het licht te houden. NB: Over een jaar (16 maart 2022) zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Een goede gelegenheid om dit onderwerp, naast de bestemmingsplanprocedure, in bredere kring aan te kaarten.

____________________

AP, 25-03-2021

Enkele opmerkingen bij de beantwoording door de Gemeente Renswoude van de inspraakreacties

I. De plaats van het beoogde bedrijventerrein, planologisch gezien 1. Het terrein Groot Overeem II valt, voor zover te overzien, nog steeds onder het Bestemmingsplan Buitengebied Renswoude, vastgesteld op 5 oktober 2010, vandaar de nu voorgestelde bestemmingswijziging. In het Bestemmingsplan Buitengebied staat onder 4.2.5. Landschap: “De Lunterse Beek is een ander landschappelijk bepalend element dat de verschillende landschappen aan elkaar rijgt. De beek vertegenwoordigt een hoge landschappelijke waarde en heeft ook een hoge ecologische potentie. Zowel de beek, als het bijbehorende beekdallandschap, zijn op de verbeelding opgenomen en worden in de regels beschermd”. Ook de provincie Utrecht denkt daar zo over. In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) staat bij 5.2.2 Landschap Gelderse Vallei: ”Beleid. Voor het landschap Gelderse Vallei willen we de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: 1. ( … ) 2. stelsel van beken, griften en kanalen; 3. Grebbelinie. 4. ( … ).” Waarom zou dit nu in 2021 anders zijn? 2. Een en ander is terug te vinden in het Bestemmingsplan Bedrijventerrein Renswoude 2013 (in de plaats gekomen van het oude bestemmingsplan Groot Overeem), waarin het volgende is opgenomen: “24 20.

In een formele reactie van de provincie Utrecht inzake het bestemmingsplan Groot Overeem (2008) heeft de provincie aangegeven dat de rode contour ter plaatse van het bedrijventerrein Groot Overeem nog 'gesloten' moet worden. Met dit bestemmingsplan wordt hierop aangesloten” (dus anno 2013). In het Bestemmingsplan Bedrijventerrein is als westelijke grens van het plan dan ook vermeld: “ten westen vormt de overgang tussen het landelijk gebied en het bedrijventerrein de grens”. Dus niet de Lunterse Beek of een strook daarlangs zoals aan de noordkant. In het ruimtelijk beleid maakt men gebruik van rode contouren als begrenzing van het stedelijk gebied. Dit is een belangrijk instrument, het draagt bij aan het handhaven van de kwaliteit van het landelijk gebied. De gemeente geeft niet aan op welke formele grond de rode contour hier zou moeten worden doorbroken met het geplande bedrijventerrein Groot Overeem II. Het gaat hier niet om een kleinschalig woningbouwproject waar in het kader van de rode contour mogelijk wat soepeler mee zou kunnen worden omgegaan. Nu het bedrijventerrein Groot Overeem II buiten de rode contour valt is dit een landelijk gebied waar geen verstedelijking mag plaatsvinden. De gemeente is daar echter niet duidelijk over, stellende dat het ontwikkelen van Groot Overeem II op deze locatie niet een nieuw idee is.

In de ontwikkeling van bedrijventerrein Groot Overeem I in 2008 zou hierop al zijn “voorgesorteerd”. Dat zou ook te zien zijn aan de wegenstructuur aldaar en deze uitbreiding zou ook al “benoemd” zijn in de op 3 juni 2018 vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie 2018-2030. In deze Omgevingsvisie wordt Groot Overeem II echter niet “benoemd”, de naam komt in het stuk niet voor. Wel is er als bijlage een kaart bijgevoegd waarop het betreffende terrein gearceerd is aangegeven, met de aanduiding “wij willen onze bedrijven de kans bieden om uit te breiden”. 3. Het belang van planologische duidelijkheid is dat iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Tot voor kort wisten bewoners of andere belanghebbenden uit de buurt niet beter of het onderhavige plangebied zou groen blijven, planologisch beschermd. Een bestemmingsverandering van landelijk buitengebied naar verstedelijkt bedrijventerrein kan niet plaatsvinden zonder behoorlijke belangenafweging en besluitvorming. Deze heeft ontbroken. Wij zijn benieuwd naar de opstelling van de provincie Utrecht. 4. De conclusie kan niet anders luiden dan dat de gemeente op haar schreden moet terugkeren en het bestemmingsplan Groot Overeem II moet intrekken. De gewenste uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein is in strijd met vigerende planologische regelgeving. II. Alternatieven elders 1.

In antwoord op de inspraakreacties schrijft de gemeente dat zij juist voor haar eigen ondernemers lokaal en kleinschalig bedrijventerrein wil ontwikkelen. In de regio Foodvalley zouden door gemeenten afspraken zijn gemaakt over de vestiging van grotere en zwaardere bedrijven op regionale terreinen die in Barneveld en Ede zijn gelegen. Niet wordt duidelijk gemaakt waarom het kleinschalig bedrijventerrein Groot Overeem II nu juist op de geplande locatie moet worden opgericht en niet elders in de buurt. 2. De Omgevingsvisie Provincie Utrecht, recent vastgesteld op 10 maart 2021, biedt wellicht de oplossing:

“Voor de langere termijn is het noodzakelijk om in de regio op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor integrale ontwikkeling van wonen en werken, bij voorkeur rondom knooppunten. Samen met de gemeenten Ede, Renswoude en Veenendaal, de regio Foodvalley en de provincie Gelderland willen we allereerst de potentie van knooppunt Veenendaal-De Klomp onderzoeken” (Veenendaal-De Klomp ligt op slechts 4 km. van Renswoude). En voorts: “De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 6 tot 9 hectare. Onze inzet is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen”. Vraag: moet Renswoude nu al 4,7 ha. (bruto) leveren voor bedoelde extra 6 tot 9 ha.? 3. In eerder genoemde Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) wordt overigens vermeld dat het Veenendaalse bedrijventerrein De Factorij nog wordt uitgebreid op grondgebied van Renswoude, het stedelijk programma voor Renswoude zou verder ongewijzigd blijven. 4. Het voorgaande moet tot de conclusie leiden dat de gemeente Renswoude voor de situering van een nieuw bedrijventerrein elders in overleg met derden een oplossing kan vinden. Het nieuwe bedrijventerrein Groot Overeem II zal dan, voor zover de provincie daar ooit toestemming voor zou verlenen, in het geheel niet nodig zijn. III.

De groene omlijsting van het nieuwe bedrijventerrein 1. Op de vraag van enkele insprekers of bij de aanleg van natuurlijkvriendelijke oevers langs de Lunterse Beek niet minimaal een strook van 30 of liever 50 meter nodig is antwoordt de gemeente onder meer: “De natuurvriendelijke oever heeft een totale breedte van 20 meter vanaf de rand van de huidige beek. ( … ) Het totale terrein heeft een oppervlakte van 4,7 ha. en de strook NNN betreft een oppervlakte van ongeveer 9.000 m2. Dit betekent dat 20% van het terrein niet tot bedrijventerrein wordt ontwikkeld, maar voor natuurontwikkeling aangekocht is. Een nog groter percentage voor natuur houdt in dat de exploitatie van het bedrijventerrein in het geding komt en daarmee ook de natuurontwikkeling niet kan plaatsvinden”. En iets verder: “Als aanvulling hierop kan worden aangegeven dat provincie en waterschap ook staan voor het realiseren van hun doelstellingen. Deze organisaties pleiten ook voor een robuustere natuurzone, maar het aanhouden van een breedte van 50 meter zou betekenen dat er geen rendabel bedrijventerrein geëxploiteerd kan worden en dat we ondernemers geen uitbreidingsruimte kunnen bieden. Dit plan betreft een compromis tussen de verschillende belangen”. 2. We weten nu dat de voorgestelde groene omlijsting van het bedrijventerrein slechts 20 meter breed is, gerekend vanaf de rand van de huidige beek.

De gemeente wil of kan geen robuustere natuurzone langs de beek realiseren dan deze strook. Uit de reactie van de gemeente valt af te leiden dat de provincie Utrecht en het waterschap het hiermee, met de insprekers, niét eens zijn. 3. Conclusie: het beoogde bedrijventerrein kan nauwelijks door groen worden afgeschermd, waardoor het landschap ter plaatse er nog meer op achteruitgaat. Reden te meer om er bij het gemeentebestuur op aan te dringen van het plan Groot Overeem II af te zien.

__________________

AP, 25-03-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10007849/1