CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

E5. Bijlage 4 Wet versterking regie volkshuisvesting

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Gemeente Renswoude - Raadsinformatiebrief Actualisatie Woonvisie 2022-20261.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 4 raadsinformatiebrief opstellen geactualiseerde Woonvisie Wet versterking regie volkshuisvesting In 2023 heeft toenmalig minister De Jonge een wetsvoorstel gepubliceerd op basis waarvan de overheid (rijk, provincies en gemeenten) weer meer regie krijgt op het terrein van het Wonen en het bouwen van woningen. Belangrijkste doelstelling van zijn wetsvoorstel was de bouw van jaarlijks 100.000 woningen waarvan een groot deel (67%) als sociale huur, betaalbare huur en betaalbare koop wordt gerealiseerd. Hierdoor hebben huishoudens met een laag of midden inkomen meer kans op een passende woning. Zelf beschrijft het rijk dit als volgt: “De wet Versterking regie volkshuisvesting zorgt voor de wettelijke verankering van alles wat op het gebied van volkshuisvesting in gang is gezet. Het Rijk, provincies en gemeenten krijgen hiermee het juiste wettelijke gereedschap in handen om met meer regie en meer tempo meer betaalbare woningen te bouwen.” Een tweede belangrijk element in het wetsvoorstel is dat de procedures voorafgaand aan de daadwerkelijk bouw korter moeten. Nu bedragen die gemiddeld 7 á 10 jaar.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel regels over het mogelijk maken van het vergunningvrij bouwen op eigen erf van mantelzorgwoningen, meer woningen voor studenten en ouderen en wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geschrapt waardoor het makkelijker zou worden om in het landelijk gebied woningen te bouwen. Door de val van dat kabinet is de wet niet meer in het parlement behandeld. Bij het aantreden van het nieuwe kabinet heeft minister Keijzer aangegeven dat wat haar betreft de kern van de wet overeind blijft. Meer aandacht geven aan het bouwen voor de aandachtsgroepen, eventueel via het urgentiesysteem, die specifiek in de wet worden benoemd, is wel aan de wet toegevoegd waarbij het principe van fair share een belangrijk uitgangspunt is op regionaal niveau. Fair share houdt in dat alle gemeenten een bijdrage leveren aan de huisvesting van de aandachtsgroepen zoals die in de wet worden gedefinieerd. Samenvattend komt de wet neer op: • • • •

Een regierol voor de overheid op hoeveel, waar en voor wie we bouwen. Voldoende betaalbare woningen realiseren. Met kortere procedures meer vaart maken met de bouw van woningen. Voor een eerlijke verdeling zorgen, waarbij urgent woningzoekenden een betere kans krijgen op een passende woning.

Inmiddels is de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede kamer afgerond waarbij meerdere moties en amendementen zijn aangenomen. De belangrijkste daarvan is dat de huisvesting van vergunninghouders niet meer via de urgentieregeling mogelijk is. Of dit amendement uiteindelijk ook leid tot een wettelijke status is onduidelijk omdat daarover nog adviezen worden ingewonnen. Het belangrijkste advies hierover is dat het uitsluiten van vergunninghouders wettelijk niet mogelijk is omdat het in strijd is met artikel 1 van de Grondwet. Inmiddels heeft de minister aangekondigd dat zij bezig gaat met een Novelle waarin zij in zal gaan op de ingediende amendementen. In de maand september 2025 is de aangenomen wet in de eerste kamer meermalen besproken. Geconcludeerd is dat definitieve

besluitvorming mede afhankelijk is van de Novelle welke de minister heeft opgesteld. Deze novelle moet nog in de Tweede kamer worden besproken. Onduidelijk is wanneer dat plaatsvindt gelet op de verkiezingen eind oktober 2025. Daarna kan deze met de uitkomst van die bespreking naar de Eerste kamer waarna definitieve besluitvorming kan plaatsvinden. Deze procesgang maakt het in werking treden van de wet op 01 januari 2026 uiterst onzeker en feitelijk niet haalbaar tenzij. Dit betekent dat er ook onduidelijkheid is over de termijnen waarop de provincie en de gemeente hun volkshuisvestingsprogramma moeten vaststellen. Uitgangspunt is dat gemeenten een jaar de tijd krijgen om het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma op te stellen en te laten vaststellen door het college die daartoe bevoegd is. Voor de gemeenteraad is het van belang dat Wonen een integraal onderdeel moet worden c.q. is van de Omgevingsvisie. Wat daar in staat over Wonen wordt door het college onder meer uitgewerkt in het volkshuisvestingsprogramma. Daarnaast dienen ook het rijk en alle provincies een volkshuisvestingsprogramma op te stellen waarmee de gemeente bij haar uitwerking rekening dient te houden. Vaststelling van het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma is een bevoegdheid van het college.

De belangrijkste doelstelling van de wet, jaarlijks 100.000 woningen bouwen, wil de minister met meerdere instrumenten realiseren. Samengevat komt het op het volgende neer: ✓ Het rijk en de provincies kunnen op basis van nog op te stellen instructieregels, knopen doorhakken als het gaat over locaties ✓ Borging van voldoende betaalbare woningen, waarvan op regionaal niveau 30% sociaal en tweederde betaalbaar ✓ Provincies moeten sturen op de beschikbaarheid van voldoende woningbouwlocaties ✓ Kortere procedures door snellere duidelijkheid van de rechter, schappen ladder duurzame verstedelijking, vergunningvrij bouwen op eigen erf voor familie- en mantelzorgwoningen ✓ Provincies bepalen de woningmarktregio’s waar de afspraken worden gemaakt en stellen instructieregels op ✓ Voortzetting werken met woondeals ✓ Termijn afspraken in de woondeals verlengd tot 2035 ✓ Bestuurlijke afspraken binnen de regio vastleggen in de gemeentelijke volkshuisvestings-programma’s ✓ Eind 2026 heeft elke gemeente een volkshuisvestingsprogramma (dit zal waarschijnlijk een latere datum worden omdat de wet later in werking treedt) In de wet wordt tevens ingegaan op de huisvesting van de zogenaamde aandachtsgroepen. Daarbij worden meerdere categorieën woningzoekenden aangewezen die voor een verplichte urgentie in aanmerking komen.

Dit betreft de volgende personen: • Medisch urgenten • Personen die uitstromen uit een voorziening voor beschermd wonen en een klinische GGZ-instelling • Personen die uitstromen in de maatschappelijk opvang • Personen die uitstromen uit de vrouwenopvang en slachtsoffers van mensenhandel

• • • • •

Jongeren die uitstromen uit jeugdzorg met verblijf Personen die uitstromen uit detentie Mantelzorgers en mantelzorgontvangers Stoppende sekswerkers Gezinnen met kinderen zonder een vaste plek (thuisloos)

Daarnaast zijn er nog meer aandachtsgroepen benoemd maar deze komen op basis van de wet niet voor urgentie in aanmerking. Een gemeente kan dat wel in haar verordening opnemen. Het gaat dan om de volgende categorieën: ▪ Mensen met een verstandelijke beperking ▪ Mensen met een lichamelijke beperking ▪ Mensen met een zintuigelijke beperking ▪ Mensen met een psychische kwetsbaarheid ▪ (dreigend) dak- en thuislozen ▪ Arbeidsmigranten ▪ Studenten ▪ Woonwagenbewoners ▪ Statushouders (zie hiervoor) In regionaal verband wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 een rapportage opgeleverd over de wijze waarop de 8 gemeenten in de regio Foodvalley inhoud willen geven aan de huisvesting van de verplichte aandachtsgroepen zoals die in de wet zijn opgenomen. Vooralsnog worden geen afspraken gemaakt over de huisvesting van de overige groepen die in de wet worden genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16304205/1