E2. Provinciaal verslag opvang asielzoekers 2024 598519
Tekst van het document
Commissaris van de Koning Archimedeslaan 6 Postbus 80300 3508 TH Utrecht T 030 258 91 11 Ministerie van Asiel en Migratie t.a.v. mevrouw M.H.M. Faber-van de Klashorst Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG
Onderwerp Datum Documentnummer Van Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave Team Bijlage
Provinciaal verslag asielopvang 2024 31‑10‑2024 UTSP-1782493548-11 Kees Diepeveen +31613443138 Kees.diepeveen@provincie-utrecht.nl KCK TKA Provinciaal plan opvang asielzoekers
Excellentie, Middels deze gezamenlijke brief van alle commissarissen van de Koning bied ik u mijn verslag aan zoals van mij gevraagd wordt in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Zoals deze wet voorschrijft doe ik dit in mijn rol als rijksorgaan en na het voeren van vele gesprekken met de gemeenten. Conform de wet slaat u bij het nemen van uw verdeelbesluit acht op dit verslag en streeft u naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de opvang van asielzoekers over het grondgebied van Nederland. In aansluitend bericht zal de specifieke provinciale opgave voor Utrecht ingekleurd worden. Ik spreek mij niet kwalitatief uit over de gesprekken en de inzet van alle gemeenten, wel over de omstandigheden waar zowel gemeenten als provincies mee te maken hebben (gehad) bij de invulling van deze nieuwe wettelijke taak. Effect van de Spreidingswet Alle commissarissen van de Koning staan onverkort achter de Spreidingswet die beoogt, door een evenwichtige spreiding van opvanglocaties, rust en stabiliteit te brengen in de asielopvang. We kunnen constateren dat de Spreidingswet nu al effect sorteert: de gemeentelijke plannen laten zien dat de komende twee jaren meer gemeenten dan voorheen asielopvang bieden en we zien óók een beweging van noodopvang naar duurzame opvang.
Vanuit mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid doe ik dan ook nogmaals een beroep op de minister om de Spreidingswet in de volle breedte uit te blijven voeren. Daarbij adviseer ik geen besluiten tot intrekking van de Spreidingswet aan de Kamers voor te leggen tot er een deugdelijk alternatief voor voldoende asielopvangplekken ligt.
1 van 5
Uitdagingen bij invullen taakstelling Ondanks dat de Spreidingswet zeker al effect heeft, tellen de provinciale plannen helaas nog niet voldoende op tot de totaal gevraagde capaciteit. Dit kent een aantal redenen. Zo zorgde de aankondiging tot het voornemen van intrekking van de wet, kort na de inwerkingtreding, voor onduidelijkheid en vertraging. Dit heeft in zijn algemeenheid een wissel getrokken op politieke-bestuurlijke bereidheid te voldoen aan de Spreidingswet. Lokale bestuurders kwamen hierdoor regelmatig in een lastig parket bij het geven van uitleg over beoogde opvanglocaties aan omwonenden. De bestaande besluitvormings- en ruimtelijke procedures met vaak lange doorlooptijden zijn ongewijzigd gebleven. De invoering van de Spreidingswet is niet vergezeld gegaan van nieuwe wettelijke mogelijkheden tot versnelling. Dit moeten wij ons terdege realiseren. De laat verschafte duidelijkheid over kaders heeft ook niet bijgedragen aan de bereidheid van gemeenten om zelf opvangvoorzieningen te (laten) exploiteren. Ik zie ook dat het bij het COA in de uitvoering geregeld ontbreekt aan voldoende capaciteit en slagvaardigheid, waardoor projecten (extra) vertragen of soms zelfs geen doorgang kunnen vinden. Daarnaast zie ik in de miljoenennota ook dat de uitvoeringsorganisaties in de gehele keten te maken krijgen met een forse daling van budget.
Dit leidt bij mij tot zorgen over uitvoeringskracht en haalbaarheid. Gemeenten zijn bijvoorbeeld gevraagd duurzame plekken te leveren voor 5 jaar. De financiering van het COA daalt echter na 2027 drastisch. Dit maakt de businesscases voor nieuwe locaties zeer onzeker. We vragen veel van onze gemeenten zowel als het gaat om opgaven en taken alsook als het gaat om druk op de ruimte. Kan het Rijk zelf nog meer bijdragen als het gaat om Rijksvastgoed en/of gronden? De gewenste uitruil tussen gemeenten tussen asielopvangplekken en huisvesting van statushouders is in het hele land nog zeer beperkt van de grond gekomen. Ik constateer dat met spijt omdat ik de achterliggende gedachte van regionale samenwerking waar dat kan, zeer ondersteun. Daarom vraag ik u om met de opgedane ervaringen te onderzoeken hoe regionale samenwerking kan worden bevorderd en hierbij een eerste evaluatie van hoe de wet, en met name de bonus-systematiek, (uit)werkt, te betrekken. Concluderend Ik zie dat de systematiek van overleg aan de PRT’s en de LRT een goed instrument is om alle opgaven (van opvang tot huisvesting) in samenhang te bezien en tot resultaten te komen. Rust in het opvanglandschap en in de wet- en regelgeving hieromtrent zijn daarbij van groot belang.
Ik koppel aan deze weergave van feiten en omstandigheden die een rol hebben gespeeld tijdens de overlegfase van de Spreidingswet tot slot nog een tweeledig verzoek: Alles wat in uw vermogen ligt eraan bij te dragen om de voorwaarden voor het totstandbrengen van stabiele opvangvoorzieningen te verbeteren; Bovenstaande feiten en omstandigheden mee te wegen bij het nemen van uw verdeelbesluit en het inzetten van handhaving. Provincie Utrecht In aanvulling op de gezamenlijke boodschap van de commissarissen van de Koning bericht ik u als volgt over de provincie Utrecht.
2 van 5
In de wetenschap dat de druk op de opvang en integratie van asielzoekers, specifiek in Ter Apel, al tijden bijzonder hoog is, zetten de Utrechtse colleges, Veiligheidsregio Utrecht (VRU), gemeenteraden, Provinciale Staten, ambtenaren en vele vrijwilligers zich dagelijks in om te helpen de druk op de asielketen te verlichten. Ik dank hen daarvoor en ben ervan overtuigd dat we deze uitdaging ook in de toekomst gezamenlijk kunnen blijven aangaan. In dit ambtsbericht informeer ik u over hoe de provincie en Utrechtse gemeenten invulling geven aan de opgave voor provinciale asielopvang. Voor een gedetailleerde weergave van bestaande en nog te realiseren opvangvoorzieningen verwijs ik u naar het provinciale plan. Opvang tot nu toe Sinds jaar en dag zetten de Utrechtse gemeenten zich vol ijver in voor de opvang van mensen in nood. Samen slagen we erin tot oplossingen in de asielketen te komen. Het lukte ons tot nu toe altijd om, mede dankzij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), op korte termijn extra plekken te organiseren in antwoord op de opeenvolgende (crisis)noodoproepen van de staatssecretaris om de situatie in Ter Apel en de opvangketen te ontlasten. Ook de inzet van het Walaardt Sacré Kamp in de gemeente Zeist heeft vanaf augustus 2021 een belangrijke rol gespeeld in de snelle noodopvang van evacuees uit Afghanistan.
Gelijktijdig zien we voor de lange termijn een aanzienlijke toename van reguliere duurzame asielopvangcapaciteit. Daarnaast zijn er diverse gemeenten die voorzien in bijzondere opvangmodaliteiten. Zo beschikt de gemeente Zeist voor de langere termijn over een gesloten gezinsvoorziening: dit is een detentiecentrum voor gezinnen met minderjarige kinderen en voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) dat gericht is op vertrek uit Nederland. Tevens zet de gemeente Amersfoort een GLO (gezinslocatie) in. Met Plan Einstein heeft de gemeente Utrecht een sociaalmaatschappelijk programma in uitvoering dat erin slaagt meerwaarde voor de buurt en bewoners te realiseren. En, als sluitstuk in de keten, heeft Utrecht met steun van het Rijk een Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) binnen haar gemeentegrenzen. Ik ondersteun in dit verband de gemeenten en VNG in hun lobby om via het gemeentefonds financiering beschikbaar te houden voor LVV/BBB in 2025. Aanvullend heeft de gemeente Utrecht het landelijke aanmeldpunt voor Oekraïense ontheemden en vangt onze provincie al sinds het begin van de oorlog in Oekraïne (februari 2022) landelijk de meeste ontheemden uit Oekraïne op. Sinds de Spreidingswet van kracht is, zet de Utrechtse Provinciale Regietafel (PRT) Migratie en Integratie zich in om deze wettelijke opgave te realiseren.
De Utrechtse opgave op basis van de nieuwe verdeelsleutel bedraagt 8.207 reguliere opvangplekken, waarvan 696 opvangplekken voor AMV. Dit is een fors hogere opgave dan de indicatieve opgave van 5.811 plekken (rijksbrief 10 november 2023) die wij voor 01-01-2025 kregen. De SES WOA-variabele in de verdeelsleutel is een belangrijke verklaring voor de gestegen opgave. Gezamenlijk werken aan ‘de Utrechtse aanpak’ Ons uitgangspunt is altijd geweest om de opgave voor asielopvang in gezamenlijkheid met alle partijen in de keten op te pakken. Dat vraagt een samenwerkende houding van Rijk, provincie, gemeenten en uitvoeringsorganisaties zoals Veiligheidsregio Utrecht (VRU), COA en NIDOS. Gelukkig zie ik die houding bij alle organisaties terug. Coöperatie heeft effect: samen lukt het ons om méér plekken te bieden (kwantiteit) conform onze gewenste maatschappelijke inbedding (kwaliteit). Wanneer kwantiteit en kwaliteit van opvangvoorzieningen in samenhang worden ontwikkeld, heeft dat een wederzijds versterkend effect. Het betekent meerwaarde voor de samenleving, de buurt en de bewoners, en dat verbreedt weer het maatschappelijk draagvlak. Deze visie, ‘de Utrechtse Aanpak’, achten wij essentieel voor een duurzaam en stabiel opvanglandschap. Onze welwillendheid om in samenwerking met het Rijk tot oplossingen te komen hebben wij als PRT eerder
3 van 5
getoond rondom het Bod (november 2021), Gezamenlijk Bod (februari 2022), Bod 3.0 (november 2022) en de gesprekken rondom een bestuursovereenkomst rond PRT Plan Utrecht (vanaf mei 2023). Vanuit diezelfde overtuiging en aanpak werken wij nog steeds intensief aan de opgave voor asielopvang. Gestructureerd proces leidt tot concrete resultaten De Utrechtse gemeenten hebben, onder regie van de PRT en met ondersteuning van het PRT Kansenmakersteam, eraan gewerkt om in een gestructureerd proces invulling te geven aan de opgave voortkomend uit de Spreidingswet. Vanaf 1 februari 2024 zijn wij direct gestart en heeft elke gemeente periodiek, gefaseerd en via een format over de ontwikkelingen gerapporteerd. Er zijn een vijftal PRT’s sinds februari jl. bijeengeroepen waarbij alle 26 Utrechtse gemeenten zijn uitgenodigd en meegenomen in het proces. In de afgelopen ruim 2,5 jaar is het totaal opvangplekken in de provincie Utrecht bijna verdubbeld. Kijkend naar de harde plannen én de bestuurlijke voornemens die er zijn, hebben wij er vertrouwen in dat we erin kunnen slagen om het aantal opvangplekken nogmaals te verdubbelen tot circa 8000. Dat is 95 % van het totaal aantal plekken dat de Spreidingswet van ons vraagt. Het aantal plekken dat wordt gerealiseerd in de eerste periode van de Spreidingswet en kort daarna telt op tot 50 % van het gevraagde aantal plekken.
Daar bovenop zijn in veel gemeenten nog vele initiatieven in verschillende fases van ontwikkeling. Initiatieven waar het gemeentebestuur zich hard voor maakt. Bij elkaar gaat dat om nog eens 45 % van de gevraagde plekken. Gezien de resultaten van de afgelopen 2,5 jaar en de grote bestuurlijke bereidheid hebben we vertrouwen dat het gaat lukken de gevraagde plekken te realiseren. Daarboven op nog veel extra initiatieven in ontwikkeling Er zijn verschillende redenen waarom het voor deze ontwikkelingen niet gelukt is om vóór 1 november de gevraagde zekerheid te bieden en/of tijdig (vóór 1 februari 2026) beschikbaar te zijn. De gezamenlijke boodschap van de commissarissen van de Koning brengt er een aantal onder uw aandacht. In aanvulling benoem ik voor Utrecht de nijpende schaarste aan ontwikkellocaties die ervoor zorgt dat er helaas geen makkelijk en snel te realiseren opvanglocaties voorhanden zijn. Ook lijken de middelen voor de uitvoering – en meer in het bijzonder de capaciteit en werkwijze bij COA – niet of niet tijdig beschikbaar om hier conform de wettelijke termijnen invulling aan te geven. Het is om al deze redenen dat ik besloten heb u verslag te doen van een tussencategorie van gemeenten en locaties waar ik voldoende perspectief zie op realisatie, zodat deze op termijn gaan bijdragen aan het voorzien in asielopvangplaatsen.
Voor al deze initiatieven, ter realisatie van 3.378 tot 3.983 opvangplekken, geldt dat het mede vanwege bovenstaande redenen niet is gelukt om te voldoen aan het gevraagde tempo uit de Spreidingswet. Ik roep daarom, ook via u, alle uitvoeringsorganisaties op om in goede samenwerking met de gemeenten zo snel mogelijk tot overeenstemming en realisatie te komen van deze initiatieven. Tot slot Ik blijf benadrukken en mijn waardering hiervoor uitspreken dat vele partijen hard werken om de benodigde opvangplekken te realiseren en zo de druk in de hele asielketen te verlichten. De komende periode blijft aanhoudende inzet op de drie opgaven nodig. Alle partijen kunnen daarbij rekenen op steun van mij en ons PRT Kansenmakersteam. Ik heb er vertrouwen in dat wij als partners de grote opgaven voor de provincie Utrecht het hoofd kunnen bieden. Vanzelfsprekend ben ik bereid tot een nadere toelichting op dit verslag. Tevens doe ik een beroep op u om eventuele bestuurlijke stappen volgend uit dit verslag vooraf met mij af te stemmen. Dit vanuit de, naar ik
4 van 5
aanneem gedeelde, intentie om te zetten stappen productief en stimulerend te maken voor de Utrechtse opgave.
Met hoogachting, de commissaris van de Koning in de provincie Utrecht,
mr. J.H. Oosters
5 van 5