E. Memo - netcongestie
Tekst van het document
MEMO – Gevolgen netcongestie provincie Utrecht Inleiding Op 12 oktober maakten TenneT en Stedin bekend dat er in de provincie Utrecht sprake is van netcongestie. Dit betekent dat binnen regio Utrecht de maximale capaciteit van het 150kV hoogspanningsnet van TenneT is bereikt. Zowel in Flevoland, Gelderland als Utrecht zit het hoogspanningsnet aan de maximale grens van wat kan worden getransporteerd, rekening houdend met de afgesproken projecten en hun gecontracteerde transportcapaciteit. Er komen nu dus beperkingen aan het terug leveren van elektriciteit. Nieuwe zon- en windinitiatieven in Utrecht kunnen hierdoor niet meer vanzelfsprekend aangesloten worden op het elektriciteitsnet. . In een uitgebreid vraag- en antwoorddocument van Stedin is verder toegelicht wat de oorzaken en gevolgen van deze beperkingen zijn (bijlage 1). De komende tijd zal duidelijk worden wat de volledige betekenis van deze afgekondigde beperkingen zijn voor Renswoude. TenneT en Stedin voeren momenteel een congestieonderzoek uit. Dit onderzoek wordt verwacht in december en zal meer inzicht geven in de knelpunten. De benodigde uitbreiding van de fysieke infrastructuur van TenneT is voor de periode 2026-2029 op dit moment al belegd.
Dus er is een aanzienlijke kans dat de nu opgelegde beperkingen de komende vijf jaar een belemmering zullen vormen voor de uitrol en ontwikkeling van grote projecten voor duurzame opwek. Wat houden de beperkingen in? Een uitgebreide toelichting staat in bijlage 1, maar op hoofdlijnen betekenen de beperkingen het volgende: - Initiatieven waarbij de terug levering aan het elektriciteitsnet groter is dan 3x 80 ampère lopen tegen beperkingen aan. Dit is vergelijkbaar met projecten van ongeveer 200 zonnepanelen. Wanneer er al een bestaande aansluiting is die groter is dan 3 x 80 ampère voor het afnemen van elektriciteit, dan is het niet mogelijk om terug te leveren. Ook niet wanneer er minder dan 200 panelen worden geplaatst. - Voor aansluitingen tot 3 x 80 ampère blijft terug leveren mogelijk. Dus het plaatsen van zonnepanelen op individuele woningen kan. - Het afnemen van elektriciteit blijft mogelijk. Dus bijvoorbeeld het plaatsen van laadpalen of warmtepompen kan gewoon doorgaan. Ook nieuwbouw plannen ondervinden geen hinder van de beperkingen. - Bij grootschalig zon op dak, zon langs infrastructuur of boven parkeerplaatsen gaat het al snel om projecten groter dan 200 zonnepanelen. Met name dit soort initiatieven ondervinden hinder van de beperkingen en zullen wellicht de komende 5-8 jaar onuitvoerbaar zijn.
Wat betekent dit voor Renswoude? Concreet heeft de netcongestie als effect dat we bijvoorbeeld op het nieuwe bedrijventerrein bij Groot Overeem II (voorlopig) geen grootschalig zon op dak kunnen realiseren. Verder is het op dit moment nog niet volledig te overzien wat de impact is van de maatregelen en welk effect evt. maatregelen door de netbeheerder kunnen hebben. Echter, in de RES zijn ambities gesteld voor het realiseren van meer zon op dak, zowel op grote als op kleine daken. Daarbij in gedachten houdend dat voor de RES enkel de grote projecten meetellen in de doelstellingen voor duurzame opwek in 2030. Dus de plaatsing van zonnepanelen op individuele woningdaken telt niet mee. Ervan uitgaande dat grote opwek projecten pas vanaf 2026 weer op gang komen, is het de vraag of het dan nog mogelijk is om onze doelstellingen te behalen. Ook wanneer we als gemeente vanaf
2026 een versnelling op gang proberen te brengen, zijn we afhankelijk van andere factoren die een rol spelen, zoals: - De landelijke subsidies voor grootschalige duurzame opwek bij de realisatie van dit soort projecten. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid afgesproken dat de SDE+ regeling slechts tot en met 2025 beschikbaar blijft; - Er worden de nodige investeringen gevraagd van een initiatiefnemer vóór een SDE++aanvraag; - De beperkte houdbaarheid van een SDE++-beschikking (in de regel 1,5 jaar), waardoor aanvraag en realisatie aan elkaar gekoppeld is in de tijd. Er is daarom dus zekerheid nodig bij initiatiefnemers voordat zij met een opwek project starten; - Grote opwek projecten duren van initiatieffase tot uitvoering al snel drie jaar of meer; - De huidige schaarste aan kennis en uitvoeringscapaciteit op het gebied van adviesinstallatie- en aansluitcapaciteit bemoeilijkt mogelijk een versnelde opschaling in de periode 2026-2030; - Het is belangrijk dat initiatiefnemers vertrouwen hebben in een stabiele wet- en regelgeving en betrouwbare infrastructuur. Het plotselinge nieuws van de huidige beperkingen kan ondernemers die geneigd waren een opwek project te starten afschrikken.
Wat kan wel? Het blijft mogelijk om een aanvraag te doen voor het terug leveren van elektriciteit op een aansluiting van meer dan 3 x 80 ampère, echter wordt een aanvraag momenteel niet toegekend. Wanneer er capaciteit beschikbaar komt (bijv. door wegvallen van projecten die nu al in de pijplijn zitten of als gevolg van uitkomsten in het congestieonderzoek), worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld. De vraag is echter of dit voldoende zekerheid geeft aan initiatiefnemers om nieuwe initiatieven te starten en aan te vragen. Voor kleinere projecten (minder dan 3 x 80 Ampère) zijn er geen beperkingen. Hoewel dit type project in de regel niet meetelt voor de opwekdoelstellingen van de RES, zorgt het wél voor het beperken van het energieverbruik ‘achter de meter’ en daarmee draagt het bij aan energiebesparing (waarvoor in de RES ook doelstellingen zijn opgenomen). Het blijft dus zinvol dit soort projecten te stimuleren. Grotere projecten blijven mogelijk wanneer de opwek op een aansluiting op alle momenten (gegarandeerd) niet het verbruik overstijgt. Op basis van dit principe kan de omvang van de opwekinstallatie op het verbruik afgestemd worden. Wanneer er toch pieken in de opwekinstallatie optreden, is het eventueel mogelijk de opwek (deels) uit te schakelen. Dit heeft wel een negatief effect op de terugverdientijd van een installatie.
Een andere mogelijkheid is het toepassen van een vorm van energieopslag. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om batterijsystemen, (bi-directioneel) laden van elektrische auto’s en de productie van waterstof. Ten slotte kan elektrische apparatuur zoals een elektrische boiler meer vraag-gestuurd ingezet worden, zodat pieken van (zonne-) energie optimaal gebruikt worden.