CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

D9. BIJLAGE 4C - Bijlage 2 Notitie Perspectief vitaal Gelders landelijk gebied

Gemeenteraad 21 maart 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk D: Raadsinformatiebrief RPLG RFV6.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij Statenbrief

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

1 van 13

Onderwerp

Perspectief vitaal Gelders landelijk gebied, bijlage 2 Portefeuillehouder

Peter Drenth

1

Inleiding

In deze bijlage zetten wij uiteen welke uitgangspunten we hanteren bij de keuzes die gemaakt moeten worden om te komen tot ons perspectief: Ons perspectief is een gezonde leefomgeving met een vitaal en leefbaar landelijk gebied met een duurzame landbouw, gezonde natuurgebieden, groene industrie, wonen, werken en recreëren met de natuur en schoon en voldoende water dat is voorbereid op de klimaatverandering. De transitie in het landelijk gebied zien we in het besef dat Gelderland trots mag zijn op de agrarische sector, die kwalitatief hoogwaardige voedsel en producten levert. Trots op onze landschappen, onze unieke natuurgebieden en op ons vestigingsklimaat voor wonen en werken. Gelderland neemt een belangrijke positie in Nederland in en ook daarbuiten. Zo is natuurherstel in Gelderland ook van betekenis buiten de provinciegrenzen. De Gelderse natuur is van grote waarde voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Met de Gelderse stikstofaanpak zijn wij inmiddels samen met onze partners voortvarend gestart met de uitvoering van de GMS-uitvoeringsagenda (PS2021-555/zie ook PS2022-743). We hebben met de GMS-aanpak ervaren hoe om te gaan met het complexe vraagstuk van stikstof. Door gelijktijdig te werken aan vrijwillige opkoop, innovatie en natuurherstel, hebben we een concreet beeld van de te volgen koers.

Dat heeft geleid tot een constructieve relatie met betrokken sectoren, de waterschappen en gemeenten. Het ligt daarom in de rede, dat wij de verbreding van de stikstofaanpak met natuur, water, klimaat en landbouw – die we vertalen in het Gelders Programma Landelijk Gebied 2024-2035 (GPLG) – nadrukkelijk onze partners consulteren over de aanpak die wij voorstaan. Met het GPLG werken wij de doelen en ambities in het landelijk gebied voor natuur, water, klimaat en landbouw gebiedsdekkend uit voor de Veluwe met de omliggende valleien, de Achterhoek & Liemers en het Rivierengebied als de meest kenmerkende landschappelijke eenheden (bodem-watersystemen) van Gelderland. De kenmerken en de identiteit van deze gebieden staan centraal. Hiermee wordt het GPLG een belangrijke bouwsteen voor de transitie in het landelijk gebied. Vanuit het perspectief van GPLG heeft de Veluwe (en omgeving) voor ons hoge prioriteit gezien de urgentie van de opgaven zoals stikstofvermindering, natuurherstel, water en verstedelijking. In Achterhoek & Liemers vraagt juist de droogte-aanpak veel aandacht bij de GPLG-uitwerking. In het Rivierengebied zijn de GPLG-opgaven minder urgent en zijn vooral de buitendijkse opgaven voor Integraal Riviermanagement (IRM) meer dominant.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

2 van 13

Het GPLG komt samen met onze ambities voor verstedelijking, energietransitie en -infrastructuur in de ruimtelijke puzzel voor Gelderland en kan daarna worden uitgewerkt in ruimtelijke arrangementen en afspraken met andere overheden en in lokale gebiedsprocessen. De uitgangspunten die wij u voorleggen willen wij ter consultatie voorleggen aan onze partners voor de nadere uitwerking van het Gelders Programma Landelijk Gebied met perspectief voor een vitaal landelijk gebied. Wij geven hieraan invulling door de gesprekken, die wij in de komende tijd met onze partners voeren. Wij vragen gemeenten, waterschappen en sectoren om de komende maanden te reflecteren op en bij te dragen aan het concept-GPLG zodat wij hierover voor 1 juli 2023 kunnen besluiten. De definitieve kaders leggen wij in juni 2023 ter besluitvorming aan u voor. Wij vertrouwen erop, dat wij met betrokken partijen, ondersteund door het Rijk, de transitie die we samen zijn gestart met goed resultaat kunnen realiseren.

2

Onze kaders

2.1

We zien natuurinclusieve en/of kringlooplandbouw conform de Kadernota Agrifood 2021-2030 als passend sociaaleconomisch toekomstperspectief voor de land- en tuinbouw: a. Dicht bij kwetsbare natuur (Vogel en Habitatrichtlijn) en wateren (Kaderrichtlijn Water) betekent dat: - voor grondgebonden bedrijven emissiereductie en een gesloten kringloop van voer en mest op ‘eigen’ grond, weidegang en natuurinclusieve bedrijfsvoering met ruimte voor extra verdienmodellen; - voor niet-grondgebonden bedrijven een gegarandeerde emissiereductie voor de hele bedrijfsvoering (van voer, stal, mest en management), circulair voer, mestverwaarding en ruimte voor extra verdienmodellen. b. Voor de overige gebieden in Gelderland betekent dat generieke inzet op emissiereductie en een bedrijfsvoering die in balans is met de eisen van de leefomgeving

Circa 60% van Gelderland is ingericht als landbouwgebied. Daarmee is de landbouwsector van groot belang voor Gelderland. Zij zorgt voor ons voedsel en natuur door aanleg en beheer van een gevarieerd cultuurlandschap. Zij staat aan de basis van een economische keten met werkgelegenheid en innovatie. Wij zien innovatie als de aanjager van vernieuwing. Deze tijd vraagt om een duurzaam perspectief voor de landbouw. In de Kadernota Agrifood 2021-2030 (PS2020-369/880) hebben we vastgesteld dat het perspectief is gelegen in natuurinclusieve en/of kringlooplandbouw. Hiervoor zijn veranderingen in de bedrijfsvoering nodig van kennis tot afschrijving van oude bedrijfsmiddelen. Daarbij is ook passend instrumentarium van belang. Ons uitgangspunt is dat de boer zelf kiest wat het beste bij hem past, vrijwillig maar niet vrijblijvend: innoveren, extensiveren, omschakelen, verbreden, verplaatsen of beëindigen. Wij zijn recent, in samenwerking met het Gelders landbouwcollectief, gestart met een onderzoek voor concrete uitwerking van dit Gelders landbouwperspectief. Dit onderzoek moet uitzicht bieden op instrumenten en maatregelen die passen in het Gelderse beleid, in evenwicht met de doelen voor water en natuur en zal in maart 2023 gereed zijn. Onze instrumentenkoffer maken we momenteel verder op orde met de volgende acties:

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

3 van 13

-

In de gebieden rondom Natura 2000-gebieden en kwetsbare wateren helpen we boeren met emissiereductie en de overgang naar grondgebonden en/of natuurinclusieve landbouw. We onderzoeken hoe we langjarige beheerafspraken kunnen maken met boeren voor natuurinclusieve landbouw. Hiervoor zijn we in onderhandeling met het Rijk voor langjarige financieringsmogelijkheden. Voor het bevorderen van extensivering en weidegang onderzoeken we extra grondinstrumenten zoals kavelruil en uitgifte in langjarige pacht. In de overige gebieden van Gelderland bieden wij ruimte voor - zowel nieuwe als bestaande – duurzame landbouwbedrijven. Hier maken wij nieuwvestiging voor niet-grondgebonden bedrijven weer mogelijk en via grondinstrumentarium willen wij zorgen wij dat goede locaties behouden blijven. Vanaf 2023 gaat het nieuwe Europese landbouwbeleid in. Daaruit volgen extra groene eisen voor de basisbetalingen, zoals bufferstroken van 3 of 5 meter en gewasrotatie op bouwland. Ook komt er een actieplan ter stimulering van biologische landbouw. Wij vinden het van belang dat in het nationale Landbouwakkoord niet alleen aandacht is voor overheidsvergoedingen voor groene en blauwe diensten, maar ook mogelijkheden komen voor passende neveninkomsten op het platteland.

Ook de vraag hoe markt- en ketenpartijen gaan helpen om de boer beter te betalen voor duurzaam geproduceerde landbouwproducten verdient een plek in dit akkoord. Via Oost NL worden beschikbare middelen ingezet. In het bijzonder gaat het daarbij om het Innovatie- en Energiefonds, het Perspectieffonds Gelderland en een nieuw instrument, dat kosten kan dekken van adviseurs die boeren en tuinders met toekomstperspectief gaan ondersteunen bij het opstellen van nieuwe ondernemingsplannen. Welke instrumenten bieden we nu? • Hulp bij ‘hoe verder’ • Advies krijgen over de te nemen stappen • Advies in de vorm van een bedrijfsplan • Subsidie voor samenwerken en innoveren • Subsidie voor het doen van investeringen • Het verkrijgen van leningen voor financiering van investeringen • Een garantiefaciliteit voor risicovolle omschakelingen • Subsidie voor beëindigen van het bedrijf • Regelruimte en subsidies voor nevenfuncties waarmee het verdienmodel kan worden gecompleteerd • Hulp bij grondverwerving c.q. verwerving goede locatie • Subsidie voor aanleg, onderhoud en beheer van natuur en landschap

2.2

We zien water en bodem sturend in onze opgaven: Daar waar gebruiksfuncties conflicteren met draagkracht van water en bodem passen we deze aan of beëindigen we die; b. In onze zandgebieden houden we meer regenwater vast in het grondwatersysteem. In OostGelderland gaat het dan om minder afvoeren. Voor de Veluwe gaat het daarnaast ook om duurzaam beheer van de grondwatervoorraad onder de Veluwe; c. In het Rivierengebied gaat naast zoetwater uit de rivieren ook grondwater meedoen in het waterbeheer voor drink-, industrie- en beregeningswater. a.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

4 van 13

De kwaliteit en kwantiteit van water en bodem zijn sleutelfactoren voor robuust natuurherstel, droge voeten en voor voldoende en schoon water voor huishoudens en land- en tuinbouw. De bodem is ook onderlegger voor alle ecosystemen en onze biodiversiteit. Inmiddels is er een situatie ontstaan waarbij wij de grenzen van het water- en bodemsysteem hebben bereikt. Zowel de beschikbare hoeveelheid van water als ook de waterkwaliteit staan onder druk.1 Hoe schoner de hoger gelegen infiltratiegebieden, hoe schoner ook de beekdalen. Dit is ook van belang voor de drinkwatervoorziening. Recentelijk heeft het Kabinet een Kamerbrief gestuurd over het “derogatiebesluit2”. Het Rijk zoekt naar aanvullende maatregelen in bufferzones langs KRW-watergangen om de kwaliteitsdoelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW) te halen. Dat kan niet zonder ingrijpende en directe gevolgen voor aanpalende functies en het grondgebruik; daar waar gebruiksfuncties conflicteren met draagkracht van water en bodem is het zaak om deze aan te passen of zelfs te beëindigen en dit ook op te nemen in onze Omgevingsverordening. Daarnaast gaan de opgaven in het landelijk gebied ook over waterbeschikbaarheid bij droogte en wateroverlast. Door klimaatverandering valt er in de winter steeds meer regen en zijn er vaker en langere periodes van droogte.

We moeten daarom werken aan beschikbaarheid van zoetwater3 voor voedselproductie en industrie, voor wonen, voor natuur op het land, voor natuur in en langs het water. We hebben daarom in onze zandgebieden (Gelderse Vallei, IJsselvallei en Oost-Gelderland) veel meer regenwater in het grondwatersysteem vast te houden. Hierbij is het van belang om klaar te zijn voor een gemiddeld groeiseizoen wat in 2050 gemiddeld 2x zo droog is als in de afgelopen 30 jaar. Droogteschade zal hierdoor sterk oplopen en de beregeningsbehoefte stijgen. Water vasthouden door minder af te voeren zal ten goede komen aan het hele zandgebied. De lage delen in circa 15% van ons zandlandschap spelen hierbij een belangrijke rol. In deze gebieden zullen de effecten ten aanzien van vernatting optreden. Echter, het effect komt ten goede aan het totale systeem. De lage delen zijn weerbaar tegen extreme droogte, de flanken hebben minder droogteschade en voor de hoge delen is nog beregeningswater beschikbaar. Voor Oost-Gelderland is berekend dat water vasthouden enerzijds zorgt voor 7% extra natschade en anderzijds voor 40% minder droogteschade. Ook zal er een vraag ontstaan voor extra waterberging in perioden met hevige neerslag. Daarvoor moeten de wateroverlastnormen in beekdalen en laagten aangepast worden. Voor beekdalen en laagten gaan we in gezamenlijkheid op zoek naar de passende vormen van landgebruik.

Voor individuele bedrijven kan dit natuurlijk heel verschillend uitwerken. Dat is dan ook de transitieopgave waarvoor we staan. Met een mix van kavelruil, aanpassing van bedrijfsvoering en functieverandering willen we de beekdalen en laagten in ons landschap toekomstbestendig inrichten. In het GPLG kunnen we hier de eerste stappen in maken in combinatie met uitwerking voor de bufferzones langs KRW-watergangen.

1

In het Programma Landbouwbodems is opgenomen dat in 2030 alle landbouwbodems in Nederland duurzaam worden beheerd zodat alle bodemfuncties optimaal kunnen werken. De samenstelling van de bodem, het aandeel koolstof, de biologische samenstelling, de chemie en het watervasthoudend vermogen spelen daarin mee. 2

De Kamerbrief gaat in op de afbouw van de tijdelijke ontheffing van de Europese mestnormen, waardoor Nederlandse bedrijven meer dierlijke mest mochten aanwenden. Naar aanleiding van de reactie van de Europese Commissie op het 7e Nitraatactieprogramma, dat ook gericht was op realisatie van de KRW-doelen in relatie tot nitraat. Het derogatiebesluit legt Nederland een aantal verplichtingen op, zoals het per 1 januari 2024 nemen van verplichtende maatregelen op landbouwgrond in Natura 2000 gebieden, overgangsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (in Gelderland betreft dit de 4 grondwaterbeschermingsgebieden met een overschrijding van de nitraatnorm). 3 Wij werken met partners in de regio’s samen in het kader van de Deltaprogramma’s voor bijvoorbeeld zoetwaterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

5 van 13

Behalve minder water afvoeren gaat het voor de Veluwe daarnaast ook om duurzaam beheer van de grondwatervoorraad onder de Veluwe. In het Rivierengebied gaat naast zoetwater uit de rivieren ook grondwater meedoen in het waterbeheer voor drink-, industrie- en beregeningswater. Voorjaar 2023 verwachten we een advies over de specifieke maatregelen per waterlichaam, waarmee we de doelen zoveel mogelijk kunnen realiseren. Daarvoor moet duidelijk zijn wat het effect is van de aangekondigde maatregelen van het Rijk. Vervolgens bepalen we wat we te doen hebben in het GPLG in relatie tot de andere opgaven in ons programma4.

2.3

We zetten in op natuurherstel door robuust systeemherstel van de Natura 2000gebieden, groenblauwe dooradering en extra maatregelen en middelen in overgangsgebieden: a. We zetten in op kwalitatieve en kwantitatieve versterking van onze natuur zonder verschuiving van de Natura 2000-gebiedsbegrenzingen; b. We zetten in op 10% van het landschap voor droge en natte landschapselementen (groenblauwe dooradering) omwille van het vasthouden en opvangen van water, verhogen van natuurwaarden en versterken van de identiteit van het landschap; c. Onze inzet in de overgangsgebieden is verduurzaming van de landbouw, versterking van biodiversiteit, verlaging van de stikstofdepositie en input van chemische stoffen; d. Voor het overgangsgebied rondom de Veluwe zetten we in op het Veluwe Arrangement (borging omgevingswaarden).

2.3.1 Stikstof en natuurherstel In 2019 zijn wij begonnen met de aanpak van de stikstofproblematiek en hebben wij met circa 65 partners gewerkt aan de Uitvoeringsagenda GMS en de kaders die u daartoe heeft vastgesteld (PS2021-747). Wij kunnen ons vinden in het rijksdoel van 7,5 Kton de stikstofreductie in Gelderland als geheel. Een slimme, gebiedsgerichte inzet van rijksmaatregelen en provinciale maatregelen rondom innovatie en vrijwillige opkoop, inclusief de gebiedsgerichte inzet van versnellingsgelden, kan leiden tot het rijksdoel van 7,5 Kton stikstofreductie. 2.3.2 Versterking van de natuur Natuurherstel is noodzakelijk om meer maatschappelijke en economische ontwikkelingen mogelijk te maken. Dit sluit aan bij onze Gelderse stikstofaanpak. Om natuurherstel te realiseren is meer nodig dan alleen sturen op stikstof: ook andere drukfactoren zijn van belang. Wij zijn trots op het Gelders Natuurnetwerk met Natura 2000-gebieden van internationale allure. Bewoners en bezoekers genieten dagelijks volop van de Gelderse natuur. De Natura 2000-gebieden hebben een sleutelfunctie voor de Gelderse biodiversiteit en de kwetsbare soorten en habitats. Met onze aanpak voor natuurverbetering willen we zowel de condities voor de natuur in het algemeen verbeteren (biodiversiteit), als binnen de beschermde Natura 2000-gebieden (soorten en habitats).

We vatten dat samen onder de noemer ‘robuust systeemherstel’. Hiermee brengen we de basis op 4

In het verlengde hiervan zien wij ook de aanpak van uitspoelingsgevoelige gronden. Hiermee wordt bedoeld, gronden die gevoelig zijn voor de uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Het is evident dat op een zanderige of hellende bodem dit probleem groot is. De schadelijke middelen spoelen naar de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Deze zijn onderweg naar oppervlaktewater of de diepere ondergrond.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

6 van 13

orde en worden natuurgebieden gezond en zijn ze beter bestand tegen externe invloeden. Om inzicht te krijgen in de mate waarin we de gebiedsdoelen van onze Natura 2000-gebieden realiseren, voeren we momenteel natuurdoelanalyses uit. Uit deze analyses moet begin 2023 blijken of de doelen voor onze Natura 2000-gebieden binnen bereik blijven. In Natura 2000-gebieden zijn de klimaateffecten op de natuur ook merkbaar. Dat kan zorgen voor plant- en diersoorten die zich ‘van nature’ minder thuis voelen in het Natura 2000-gebied van nu. Wij zijn hierover met het Rijk en provincies in gesprek om te kijken hoe we de doelensystematiek Natura 2000 kunnen actualiseren. In aansluiting op de richtlijnen van EU en Rijk is het onze Gelderse ambitie uit de Omgevingsvisie om 75% van de instandhoudingsdoelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR-doelen) te realiseren in 2030. Hiervoor voeren wij sinds 2012 onder meer het Natuurpact uit. Van onze taakstelling van 8.414 ha nieuwe natuur voor het Gelders natuurnetwerk is inmiddels ruim 68% gerealiseerd. Wij verwachten dat wij de taakstelling in 2025 grotendeels tot geheel gereed hebben. De beheerplannen hebben wij dit jaar voor de meeste Natura 2000 gebieden geactualiseerd. Voor Natura 2000 Veluwe maken we herstelprogramma’s.

Het recreatiezoneringsplan hebben wij eerder dit jaar vastgesteld en de vier herstelprogramma’s voor bos, heide & stuifzand, venen & venen en beken zijn in concept gereed en volgen spoedig. Ook zijn maatregelen opgenomen buiten het Natura 2000-gebied en natuurnetwerk, voor percelen die nu vaak in agrarisch gebruik zijn en waarvan een ander of extensiever gebruik als noodzakelijk voor systeemherstel wordt gezien (potentieel 860 ha). Daarnaast richten wij ons met de Gelderse bossenstrategie op het realiseren van 1.700 ha extra bos (waarvan 500 ha buiten het natuurnetwerk), de omvorming van productiebos naar natuurbos en de revitalisering van bosbodems. Onze inzet richt zich weliswaar op kwalitatieve en kwantitatieve versterking van onze natuur maar dit mag niet leiden tot verschuiving van de Natura 2000-gebiedsbegrenzingen.

2.3.3 Droge en natte landschapselementen Daarnaast zien we met de Rijksambitie voor 10% groenblauwe dooradering (GBDA, PS2022-357/873) mogelijkheden om de regionale landschapskwaliteit te versterken. Dit is ook een sterk instrument in het landelijk gebied voor biodiversiteit en waterkwaliteits- en klimaatopgaven. We kunnen hier nieuw bos en ecologische verbindingszones aan koppelen. Doordat boeren een vergoeding krijgen voor aanleg en beheer van de landschapselementen, levert GBDA een bijdrage aan het agrarisch inkomen. Wij gaan na wat de actuele omvang is van de groenblauwe structuur in Gelderland en hebben hiervoor een pilot GBDA in de Achterhoek lopen waarin we onderzoeken wat financieringsbehoefte van 10% GBDA is en hoe we die kunnen combineren in een landschapsfonds5 omwille van langjarige zekerheid aan boeren. We informeren u over de stand van zaken van de pilot en het vervolg in het eerste kwartaal van 2023. 2.3.4 Inzet in de overgangsgebieden Onze bijzondere aandacht gaat uit naar de overgangsgebieden; gebieden grenzend aan Natura 2000-gebieden die een bijdrage leveren aan systeemherstel van de natuurgebieden. Onze inzet is hier verduurzaming van de landbouw, versterking van biodiversiteit, verlaging van de stikstofdepositie en input van chemische stoffen. De afstand of omvang voor overgangsgebieden hebben we nog niet bepaald; dat doen we in de komende 5

In uw vergadering van 19 januari 2022 over het Landschapsbeleid (2021-735) hebben wij aangekondigd een Statenbrief over het Landschapsfonds en de pilot daartoe te sturen. Daarop heeft u motie 22M9 ingetrokken.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

7 van 13

maanden met onze partners en is afhankelijk van de impact van de gewenste of noodzakelijke bronmaatregelen voor stikstofvermindering of van de hydrologische maatregelen of natuurinclusieve maatregelen. Wij laten onderzoek doen naar de natuurmaatregelen in de overgangsgebieden die van belang zijn voor robuust systeemherstel van het Natura 2000-gebied. Hierbij is specifiek voor de gebieden op en rond de Veluwe, in de Achterhoek & Liemers en in het Rivierengebied gekeken naar de belangrijkste maatregelen die we kunnen nemen voor ecologisch herstel zoals de optimalisatie van hydrologische systemen, vergroten van het natuurareaal en verbindingen, vergroten van dynamiek en diversiteit en het verminderen van input van nutriënten en chemische stoffen. Het onderzoek zien wij als een handreiking voor de inrichting van overgangsgebieden.

2.3.5 Veluwe Arrangement (VA) Naast de maatregelen die wij voorzien voor de korte termijn, informeerden we u eerder over een langetermijnaanpak gericht op normering op het rond de Veluwe vanaf 2030 (PS2022-357). Hiervoor onderzoeken we de gewenste afstand en normering voor het overgangsgebied rond N2000-gebieden en voor bufferzones langs KRW-watergangen voor stikstof, KRW en klimaat. Hierbij werken we uit welke omgevingswaarden nodig en haalbaar zijn voor nieuwe functies vanaf 2025 en voor bestaande functies vanaf 2030. En welke regels en instrumenten voor overheden nodig zijn om deze omgevingswaarden te borgen conform de Omgevingswet. Dit doen wij de komende maanden in interactie met de sectoren in het gebied (bouw, landbouw, industrie, mobiliteit) en met de betrokken overheden: gemeenten, waterschap en Rijk. We informeren u hierover medio 2023. Met het VA willen wij kansen bieden voor de bewoners en gebruikers van het gebied en voor de economische sectoren bouw, landbouw en industrie door op duurzame wijze in en rondom het gebied te wonen, werken, produceren en recreëren. Met een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de natuur, water, milieu en klimaat.

Deze aanpak moet ook leiden tot een vereenvoudiging van vergunningverlening in dit gebied; borging op bedrijfsniveau is dan niet meer nodig, omdat het geheel van wet- en regelgeving voorkomt dat economische activiteiten de natuur te veel belasten. Bestaande ondernemingen in de economische sectoren landbouw, industrie, bouw en mobiliteit worden actief geholpen om de transitie te maken die bij hun bedrijf past. Dat kan betekenen hulp bij verduurzamen, verplaatsen, overstappen naar een andere economische activiteit die wel binnen de kaders past of stoppen met het bedrijf. Het Rijk, het waterschap en gemeenten werken geïnteresseerd mee in het kader van onze samenwerking als overheden aan het VA. Hiermee zijn we een voorbeeld voor Nederland. Dit vraagt van alle overheden ook formele borging conform de Omgevingswet (voor de provincie borging in de Omgevingsverordening). 2.4

Voor de klimaatopgave houden we vast aan het Gelderse Klimaatplan 2021–2030 en het nationale klimaatakkoord: a. De broeikasgasuitstoot van landbouw en landgebruik moet ten opzichte van 2017 met minimaal 1,9 Mton CO2-eq worden verminderd in Gelderland en klimaatneutraliteit in 2050; b. De klimaatopgave voor de industrie uit ons Gelders Klimaatplan is onderdeel van de opgave energietransitie.

In de Startnotitie NPLG is klimaat een belangrijke pijler in het beleid voor het landelijk gebied. Dit betreft de broeikasgassen uit de land- en tuinbouw. Onze stikstofaanpak in combinatie met het Gelders Klimaatplan

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

8 van 13

2021-2030 (PS2020-871) ligt in het verlengde van de reductietaakstelling die de landbouw en landgebruik in Nederland hebben gekregen voor 2030. Een deel daarvan wordt gerealiseerd door generieke Rijksmaatregelen. De glastuinbouwsector is hard op weg om een flink deel van de reductieopgave te realiseren. Voor het resterende deel van de klimaattaakstelling wordt vooral gekeken naar de vee- en varkenshouderij vanwege de uitstoot van methaan en ook lachgas, in het bijzonder bij koeien en varkens. We verwachten dat het kabinet in 2023 duidelijkheid geeft over hoe de resterende klimaatopgave in de landbouw en ook de andere sectoren zoals de industrie kan worden gerealiseerd. Dat kan grote consequenties hebben voor onder andere landbouw en landgebruik. Immers, in 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn.

2.5

We sturen in de maatschappelijke opgaven op ruimtelijke samenhang. De ruimtelijke keuzes voor landbouw, natuur, water en klimaat wegen we in samenhang met de andere grote opgaven in het landelijk gebied zoals energietransitie, gezonde en veilige leefomgeving, leefbaarheid en verstedelijkingsontwikkeling van stad en land.

De transitie in het landelijk vindt plaats naast de andere opgaven rondom natuur, water, extensivering van de landbouw, mobiliteit, wonen, werken en energie; deze vragen allemaal om ruimte. Het is essentieel om als overheden te komen tot een gedeeld perspectief om zo samen de schouders te zetten onder een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Zo moet energietransitie, zowel lokaal als regionaal, een plek krijgen. Dit vergt ook prioritering in investering van het elektriciteitsnetwerk in het landelijk gebied. Bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen is een steeds groter wordende opgave voor het landelijk gebied. Daarnaast heeft verstedelijking impact. Bijvoorbeeld als uitloopgebied van het stedelijk gebied, maar ook steeds meer als woonomgeving (stedelijk werken, landelijk wonen). Dit zijn allemaal onderwerpen die de verdere uitwerking van het GPLG kunnen versterken of juist lastiger kunnen maken. Dit vergt een frequente check en evaluatie op kansen en knelpunten. Het eerste moment is in juni 2023. We werken aan een ruimtelijk perspectief voor Gelderland als onderlegger om te bepalen waar in Gelderland de kansen en knelpunten zich voordoen. Dit inzicht willen we in de periode maart-april-mei ook voor het GPLG uitwerken.

2.5.1 Energietransitie De energietransitie biedt kansen voor de vitaliteit van het landelijk gebied. Voor het landelijk gebied is de opgave voor zon- en windprojecten uit de RES van belang. Ook hier liggen afwegingen (zonbeleid Omgevingsverordening): windmolens kunnen nu eenmaal niet geplaatst worden in steden en een ongebreideld ruimtebeslag door zonnepanelen in het landelijk gebied is ook niet gewenst. Hernieuwbare energie kan het verdienmodel in het landelijk gebied versterken, bij voorkeur in combinatie met andere functies (zon op dak). Bijvoorbeeld helpen zonnepanelen bij het drukken van de energiekosten voor leefbaarheidsvoorzieningen. Windenergie biedt mogelijkheden door het relatief beperkte ruimtebeslag; in het landelijk gebied zijn kleine windmolens vaak goed inpasbaar. Ook zijn er Gelderse initiatieven waarbij boeren energie leveren aan industrie of woonwijken door mestverwerking met monovergisters. Echter, zonne- en windparken moeten op het elektriciteitsnet aangesloten worden. Tijdige beschikbaarheid van energieinfrastructuur is een grote en in toenemende mate onzekere factor voor zon- en windprojecten. Deze zijn nog

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

9 van 13

wel mogelijk en wellicht kansrijk op agrarische bedrijven die hun bedrijfsvoering willen vernieuwen of beëindigen. Om lokaal goede en realistische plannen te maken, maar ook de ruimtelijke samenhang te behouden, is een regionale strategie belangrijk. Als kader voor coördinatie en samenwerking. Maar ook voor de uitwerking naar ruimtelijk beleid, planvorming en uitvoering van projecten. De RES 1.0 is hierbij het vertrekpunt. Daarbij is het ook een gezamenlijke opgave om deze uitwerking zo integraal mogelijk met andere ‘ruimteclaims’ vorm te geven en vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen of afwenteling van stad naar land te voorkomen. Belangrijk uitgangspunten daarbij zijn: Clusteren van grootschalige opwek heeft de voorkeur Sluit aan bij landschapskwaliteiten en -structuren van gebieden Natuurgebieden ontzien en bijdragen aan biodiversiteit waar mogelijk. Regie op zorgvuldige locatiekeuze van zonne-energie (criteria opgenomen in verordening) Efficiënte en bestendige netinpassing. Zowel lokaal en regionaal. Een toekomstbestendig elektriciteitsnet is een randvoorwaarde, ook voor een vitaal landelijk gebied. Dit vraagt ook om prioritering richting de toekomst. Zowel om zon op dak meer mogelijk te maken, maar ook voor grootschalige opwek en andere functies die stroom gebruiken of opleveren.

Dit vraagt om slimmer om te gaan met de huidige infrastructuur en versneld nieuwe infrastructuur te realiseren. We werken hierbij samen met gemeenten en netbeheerders.

2.5.2 Gezonde leefomgeving Een gezond en veilig Gelderland vormt het hart van een schoon en welvarend Gelderland en landelijk gebied. Ruimtedruk en meer verwevenheid van functies vraagt om extra aandacht voor een gezonde leefomgeving. Dat betekent een Gelderland waarin onze inwoners en gasten kunnen wonen, werken en verblijven in een omgeving die schoon is, waar je niet ziek wordt door allerlei verontreinigingen en waar je zo min mogelijk overlast van je omgeving ervaart. Onze ambitie is om een (woon-)omgeving te creëren met zo weinig mogelijk negatieve effecten op de gezondheid van mensen milieu, waarbij we minimaal willen voldoen aan de WHO Richtlijnen. Deze ambitie willen we bereiken door de druk op gezondheid door de omgevingsfactoren lucht, geur, bodemkwaliteit (inclusief zorgwekkende stoffen), geluid en risicovolle activiteiten (omgevings- of externe veiligheid) te beperken. Daarmee leggen we de focus op zes omgevingsfactoren die nauw met de andere programma’s samenhangen en die we met het programma Gezonde Leefomgeving invullen: 1) Luchtkwaliteit en geur, 2) Bodem en ondergrond, 3) Geluid en stilte, 4) Omgevingsveiligheid, 5) Gezondheid en 6) Licht en donkerte. Ons milieu is ons kernkapitaal. We streven naar continue verbetering. Daarbij zijn de wettelijke normen de bottom-line.

2.5.3 Leefbaarheid en aantrekkelijk leefomgeving Sociale verbondenheid is een essentiële voorwaarde voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland en landelijk gebied en beïnvloedt de leefbaarheid op dorps- en wijkniveau positief en vergroot de kracht van de samenleving. De transitie in het landelijk gebied raakt deze verbondenheid. De opgave van de inwoners en ondernemers stellen we hierbij centraal. Inclusie is een belangrijk uitgangspunt: iedereen moet mee kunnen

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

10 van 13

doen. Ruimtelijke en sociale opgaven gaan hierbij vaak hand in hand. Kwetsbare dorpen of wijken verdienen extra aandacht. We onderscheiden acht maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de (sociale) verbondenheid en daarmee de leefbaarheid: 1. Verschillen in de samenleving groeien 2. Toenemend belang van ontmoeting(splekken) 3. Aandacht voor eenzaamheid als maatschappelijk probleem groeit 4. Meer aandacht voor positieve gezondheid en zingeving 5. Inwonersinitiatieven steeds belangrijker, dit juichen we toe 6. Welbevinden in Gelderland (mate van geluk) 7. Buitengebied in beweging: leefbaarheid en sociale cohesie op het platteland 8. Zoektocht naar nieuwe verhoudingen tussen inwoners en overheid. Het karakteristieke erfgoed, de culturele en sportieve infrastructuur en de vele culturele activiteiten en aansprekende sportevenementen versterken daarnaast de aantrekkelijkheid en de identiteit van Gelderland als krachtig vestigingsgebied om te wonen, te werken en te bezoeken voor recreatie en toerisme. Sociale samenhang en verbinding maken dat iedereen kan genieten van al het moois dat Gelderland te bieden heeft. Samen vormt dit de basis onder onze brede welvaart. Wat we willen bereiken is dat iedereen in huidige én toekomstige generaties al dit moois van Gelderland kan beleven en eraan kan deelnemen op een schaal die past bij wie we zijn.

Wij zien als uitdaging dat het bevorderen van de leefbaarheid van het landelijk gebied meer investeringen vraagt in het voorzieningenniveau van het landelijk gebied. Dit vraagt meer aandacht ten opzichte van de stedelijke ontwikkeling waar urgentie en prioritering vaak meer dominant is. We gaan voor kwaliteit en niet voor kwantiteit.

2.5.4 Woningbouw en verstedelijking We realiseren de noodzakelijke woon- en werklocaties op een wijze die de leefbaarheid vergroot, de omgang van extra ruimtebeslag op het landelijk gebied beperkt, rekening houdt met water en bodem en extra belasting op de bestaande natuur zoveel mogelijk voorkomt. Vanuit de verstedelijkingsopgave zien we mogelijkheden en potentiële dilemma’s. Van 2022 t/m 2030 moeten er in heel Gelderland 100.000 woningen bijkomen. Dat is vastgelegd in de prestatieafspraken woningbouw met het Rijk. Voor de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley samen verwachten we een behoefte van 100.000 woningen tussen 2020 en 2040, waarvan 60.000 t/m 2030. We verstedelijken zo veel als mogelijk via verdichting van de huidige bebouwde omgeving, maar we ontkomen er niet aan om ook via uitleglocaties woningen en bedrijventerreinen te realiseren. Om de bestaande natuurgebieden niet verder te belasten door recreatie van nieuwe bewoners en omwille van de leefbaarheid hebben we in de verstedelijkingsstrategie afgesproken om per toegevoegde woning 500 m 2 recreatief uitloopgebied te realiseren. Dat kan door bestaand agrarisch gebied toegankelijker en aantrekkelijker maken en kan ook deels plaatsvinden in nog te realiseren nieuw bos en natuur vanuit bestaand beleid. Hier zien we dus koppelkansen tussen de doelstellingen uit de verstedelijkingsstrategie en die van het GPLG.

Door recreatie en toerisme te stimuleren ondersteunen we ook de lokale economie. Een significant deel van de benodigde woon- en werklocaties ligt binnen enkele kilometers van stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. De planning en inrichting van deze nieuwe locaties moet er op gericht zijn zo min mogelijk nieuwe stikstofuitstoot te genereren, zoals op het vlak van mobiliteit. Afwenteling op het landelijk gebied door volledig uit te gaan van extern salderen met agrarische bedrijven is niet een

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

11 van 13

passende, duurzame oplossing. Zoals onder meer in de verstedelijkingsstrategie afgesproken zal het bodemen watersysteem sterker leidend worden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Zo veel als mogelijk houden we de laagste en natste delen vrij van nieuwe bebouwing. Ook houden we groene buffers tussen woonkernen bij voorkeur intact of versterken we deze. Dat doen we om ecologische verbindingen intact te houden, een prettige leefomgeving te behouden en de identiteit van kernen te bewaren. We gaan de ruimtelijke opgaven in Gelderland meer omgevingsgericht en integraal benaderen en de realisatie ervan meer gebiedsgericht organiseren. Dat willen we zelf en dat past ook bij de werkwijze van het Rijk. In de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley doen we dat in de context van de aanwijzing als NOVEX gebied. Dit NOVEX gebied heeft precies de zelfde begrenzing als de verstedelijkingsstrategie. Het Rijk ziet dat de opgaven in dit NOVEX gebied complex zijn en wil die samen met provincies en gemeenten oppakken. Dat betekent dat we het realisatieprogramma van de verstedelijkingsstrategie uiteindelijk willen uitbouwen tot een integraal NOVEX-realisatieprogramma waarin we niet alleen de realisatie van het GLPG en de verstedelijkingsstrategie integreren, maar ook andere ruimtelijke opgaven, zoals RES.

3

Hoe verder

De Gelderse stikstofaanpak laat zien dat we door samen slimme combinaties te maken sneller tot betere resultaten komen. Dit zetten we voort en verbreden we in het Gelders Programma Landelijk Gebied. Het Rijk vraagt aan provincies gebiedsprogramma’s op te stellen waarin de landelijke doelen en structurerende keuzes doorwerken. De gebiedsprogramma’s moeten 1 juli 2023 gereed zijn. Het gebiedsplan dat we in het kader van de Wsn6 moeten opleveren wordt hierin worden opgenomen. Voorliggende richtinggevende kaders zien wij als vertrekpunt voor de nadere uitwerking in het GPLG. Wij geven hieraan invulling door de gesprekken die wij in de komende tijd volgens de Gelderse aanpak met onze partners voeren. Hiervoor vragen wij gemeenten, waterschappen en sectorpartijen om de komende maanden te reflecteren op en bij te dragen aan het concept GPLG zodat wij hierover voor 1 juli 2023 kunnen besluiten. Voorop staat dat wij de ruimte nemen om van de landelijk bepaalde doelstellingen te kunnen afwijken (flexibiliteit) als het gebiedsproces daartoe aanleiding geeft en als door het Rijk gestelde doelen voor Gelderland als geheel gerealiseerd kunnen worden. In verschillende regio’s en gebieden zijn inmiddels initiatieven en gebiedsprocessen gestart voor gezamenlijke uitwerking van het gebiedsperspectief zoals voor Food Valley, Noord Veluwe, Enclave Garderen-Elspeet-Uddel (GEUS) en het Binnenveld.

De gebiedsaanpak Winterswijk is een voorbeeld van de uitwerking van opgaven in een gebiedsproces waar wij samen met partners aan werken (zie kader laatste pagina). Bij de bespreking van onze Grondbank anticiperende aankopen (PS2022-111) is toegezegd u nog in 2022 te informeren over de Nationale Grondbank. Er is op dit moment echter nog onvoldoende zicht op de omvang, looptijd en werkwijze om aan te geven hoe we hier gebruik van kunnen maken. Tot slot, om een gebiedsprogramma te kunnen opstellen is het belangrijk dat: 6

De verplichting van het leveren van een gebiedsplan, de doelen en inhoud is verankerd in de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wns art. 1.12fa). De gebiedsplannen dienen te worden aangeleverd aan de minister van LNV twee jaar na inwerkingtreding van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn). De inwerkingtreding van de Wsn was op 1 juli 2021, waaruit volgt dat de gebiedsplannen uiterlijk 1 juli 2023 dienen te zijn voorgelegd aan de minister. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen volgt uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) die in Nederland ook is verankerd in de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat er in ieder geval geen verslechtering van habitattypen en leefgebieden in Natura 2000 gebieden mag plaatsvinden en dat de instandhoudingsdoelstellingen op termijn moeten worden bereikt.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

12 van 13

-

Het Rijk een helder toekomstperspectief voor de land- en tuinbouw formuleert, inclusief heldere doelen en omgevingswaarden (voor stikstof, water/KRW en klimaat); Het Rijk resultaatverantwoordelijkheid voor de doelen heeft en de provincie met onze partners een inspanningsverplichting aangaat (met minimale administratieve lasten); De regio aan zet is; wij vragen gemeenten, waterschappen en sectororganisaties om de plannen samen nader uit te werken in deelgebieden gericht op de uitvoering; We daarbij maximaal moeten kunnen schuiven met doelen, prestaties en middelen; De opgave voor het landelijk gebied in samenhang wordt gezien met andere Gelderse opgaven.

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Blad

13 van 13

Winterswijk staat landelijk bekend om haar kleinschalig cultuurlandschap gevormd door boerderijen, landgoederen, beekdalen en bijzondere natuur. Vier van de vijf Natura 2000 gebieden in de Achterhoek liggen hier. Dit landschap is de trots en hét visitekaartje. Jaarlijks komen er veel toeristen op af. Boeren, landgoedeigenaren, natuurorganisaties, ondernemers, bewoners en overheden werken al decennia nauw samen om de bijzondere kwaliteiten van het gebied te behouden en te ontwikkelen. Zo is afgelopen jaren fors geïnvesteerd in natuurherstel. Veel boeren doen aan agrarisch natuurbeheer en hebben hun milieubelasting verminderd. Toch staat op de langere termijn de kwaliteit van het landschap en de leefbaarheid onder druk. Het verdienmodel van veel boeren in dit kleinschalig landschap en gebrek aan bedrijfsopvolging zijn actuele issues Deze situatie zorgt ervoor dat veel boeren stoppen. Dit heeft grote invloed op de identiteit en leefbaarheid van het landelijk gebied. Jongeren vinden moeilijk een woning en voorzieningen in de kleine kernen verdwijnen. Klimaatverandering vraagt op termijn om aanpassing van het watersysteem met mogelijk gevolgen voor het huidig grondgebruik in delen van het gebied. De waterkwaliteit in de beken en in de bodem kan op sommige plaatsen beter.

In Winterswijk wil men samen aan de slag en toewerken naar een toekomstperspectief: voor het gebied en iedereen die hier werkt, woont en recreëert. De gemeente Winterswijk, Waterschap Rijn en IJssel, de stichting Waardevol Cultuurlandschap Winterswijk (WCL) en de provincie Gelderland gaan verder samenwerken in de Gebiedsaanpak Winterswijk. Ook het ministerie van LNV is nauw betrokken. Met een intentieovereenkomst worden afspraken gemaakt om samen een integraal gebiedsplan op te stellen. Dit plan zal rond de zomer 2024 gereed zijn. Daarin wordt het toekomstperspectief ruimtelijk uitgewerkt, inclusief afspraken voor de uitvoering. Dit is geen gemakkelijke opgave gezien alle opgaven en vele belangen. In de tussentijd worden lopende projecten en nieuwe initiatieven zo veel mogelijk verder geholpen. We leren van als één overheid optrekken, het goed betrekken van stakeholders en het slim inzetten van de Omgevingswet. Ook doen we ervaring op met bovengenoemde doelen en ambities in het GPLG-programma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12491466/1