D4. Bijlage 1B Reactie Amendementen en Moties RPLG - 24oktober2024
Tekst van het document
Memo Aan
:
Gemeenteraden Regio Foodvalley en Putten
Van
:
Algemeen Bestuur Regio Foodvalley
Datum
:
24 oktober 2024
Onderwerp
:
Reactiedocument Amendementen en Moties RPLG
Inleiding De amendementen en moties zijn beschreven in Bijlage 1A. Er is behoorlijk veel overlap in de aangenomen amendementen. In dit reactiedocument wordt die overlap beschreven en wordt zoveel mogelijk gebundeld aangegeven wat de reactie van het Algemeen Bestuur van de regio Foodvalley is. 1) Aangenomen beslispunten In principe zijn de voorgestelde beslispunten in 8 gemeenten aangenomen: - De doelen paragraaf 2.1 en 2.2 - Het toekomstbeeld, hoofdstuk 3 - De bijbehorende keuzes paragraaf 4.1 - De bijbehorende prioritaire thema’s paragraaf 4.2 - De samenwerkingsagenda paragraaf 4.4 - De kennisagenda paragraaf 4.6 - Met het uitwerken van de acties, maatregelen en instrumenten (paragraaf 4.7) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering; Opmerking bij beslispunten Ede: Het College van Ede heeft in haar voorstel niet expliciet het instemmen met 4.4 en 4.6 en 4.7 als beslispunt opgenomen, waardoor dit niet in het raadsbesluit staat. In het raadsvoorstel is onder het kopje “Onderbouwing voorgestelde beleidskeuze” wel uitgelegd wat de argumenten zijn om die onderdelen als beleidskeuze vast te stellen, waarmee het college deze onderdelen ook beoogd heeft mee te laten vaststellen.
Opmerking bij beslispunten Rhenen: In Rhenen is Hoofdstuk 3 (toekomstbeeld) buiten de vaststelling gelaten en is besloten deze ‘voor kennisgeving aan te nemen als een mogelijk scenario’. Reactie: Het toekomstbeeld is de schakel tussen de doelen en vervolgens de keuzes, de thema’s, de agenda en de acties en maatregelen. Maar omdat 4.1, 4.2, 4.4, 4.6 en 4.7 wel zijn vastgesteld is er een goede basis om samen door te werken aan het uitvoeringsprogramma. Temeer omdat de raad van Rhenen dit als scenario niet uitsluit. 2) Renswoude heeft het RPLG in het geheel niet vastgesteld. Reactie: Het besluit van de raad van Renswoude heeft geen effect op de eerste acties (no-regret) die in het RPLG worden benoemd en die voorjaar 2024 in gang zijn gezet en zullen doorlopen in 2025. De gemeente Renswoude heeft daarvoor in 2024 een bijdrage geleverd en heeft de bijdrage voor 2025 al begroot. Het heeft ook geen effect op de deelname van Renswoude aan het Schone Lucht Akkoord, de samenwerking m.b.t. Vrijkomende agrarische Bebouwing en de deelname aan het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley. Zonder nadere besluitvorming door de raad van Renswoude, betekent het niet instemmen met het RPLG wel dat nieuwe activiteiten die worden geïnitieerd ter uitvoering van het RPLG, niet open staan voor deelname vanuit Renswoude.
Voorgesteld wordt dat in het traject naar de vaststelling van de nieuwe Strategische Agenda Foodvalley de gemeente Renswoude beoordeelt in welke mate de gezamenlijke Strategische Agenda aanleiding kan zijn om alsnog, al dan niet op onderdelen, in te stemmen met het RPLG.
3) Algemene aanpassingen en aanvullingen beslispunten In gemeenten met geamendeerde besluiten zijn de beslispunten in de meeste gevallen als volgt aangepast en aangevuld: A. meer expliciet alleen Deel A vaststellen; B. het uitvoeringsprogramma jaarlijks aanbieden aan de raad; C. bij eventuele wijzigingen van beleidsdoelen van provincies en Rijk, de betreffende onderdelen van het RPLG te heroverwegen, de raad hierover te informeren en waar het beleid van de raden betreft een voorstel ter actualisatie voor te leggen aan de deelnemende raden. Reactie: - Punt A: het is steeds de bedoeling geweest om alleen Deel A vast te stellen. Dat is hiermee sterker bevestigd; - Punt B: wij zullen de voortgang en eventuele bijstelling van het uitvoeringsprogramma jaarlijks ter informatie aan de raden aanbieden; dat geeft raden de mogelijkheid om desgewenst via agendering of moties te besluiten over gewenste bijsturing (zoals ook benoemd in het betreffende beslispunt van de raad van de gemeente Rhenen); - Punt C: wij volgen de beleidsontwikkelingen van Rijk en provincies en zullen op basis daarvan aan deze opdracht invulling geven. 4) Vaststelling uitvoeringsprogramma door raden Wat betreft het bovenstaande punt B is van belang dat de gemeenten Nijkerk en Rhenen als beslispunt hebben vastgesteld dat het uitvoeringsprogramma door de raad moet worden vastgesteld.
Reactie: Het Uitvoeringsprogramma wordt t.z.t. in het Regiobestuur vastgesteld en daarna in principe ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij zal expliciet in het besluit van het Regiobestuur worden benoemd dat de colleges naar eigen inzicht kunnen besluiten om dit programma ter vaststelling aan hun gemeenteraad voor te leggen. Vanuit de collegebevoegdheid t.a.v. uitvoering wordt na de vaststelling in het Algemeen Bestuur de uitvoering van het programma opgestart. Indien nodig n.a.v. de besluitvorming in één of meer gemeenteraden, zal de uitvoering worden bijgestuurd. 5) Moties Wageningen en Veenendaal De raden van Wageningen en Veenendaal hebben een gelijkluidende motie aangenomen waarmee, algemeen gesteld, de nadruk wordt gelegd op een toekomstgerichte vernieuwende aanpak en op integraliteit van ruimtelijke vraagstukken. Reactie: Dit beschouwen wij als oproep en aanmoediging om te werken aan met name die aspecten van het (lange termijn) toekomstbeeld van hoofdstuk 3. Dit krijgt bij de uitvoering daarom zeker aandacht. De integraliteit bewaken en bevorderen wij onder meer via de uitvoering van de NOVEXontwikkelstrategie en het Regioarrangement. 6) Motie Putten De motie die door de raad van Putten is aangenomen stelt dat waardevolle landbouwgrond ontzien moet worden als er grond voor andere doelen nodig is.
Reactie: Deze motie zien wij als steun voor dit principe zoals dat ook in het RPLG staat. 7) Aanvullende beslispunten Scherpenzeel De gemeente Scherpenzeel voegt aan paragraaf 4.2 een zevende thema toe: Bestaansrecht agrarische sector en landgoederen. Reactie: Het bestaansrecht agrarische sector en landgoederen is een uitgangspunt dat door meerdere thema’s heen speelt. We zullen dit explicieter benoemen in het nog op te stellen uitvoeringsprogramma. De raad van Scherpenzeel voegt nog een beslispunt toe: “Het college opdracht te geven in regionaal verband te blijven pleiten voor maximale betrokkenheid van LTO bij de uit te werken maatregelen (onder andere uit deel B).”
2
Reactie: Dat is een opdracht aan het Scherpenzeelse College, maar natuurlijk wel met directe betekenis voor de werkwijze in de regio. Deze betrokkenheid spreekt voor ons voor zich en wordt ook door de meeste andere gemeenten gewenst. 8) Motie Barneveld De raad van Barneveld heeft een motie aangenomen met redelijk diverse opdrachten. Deze worden daarom hieronder afzonderlijk genoemd en van een reactie voorzien. 1.
Bij de uitwerking van het RPLG zal geen sprake zijn van onteigening;
2.
De vaststelling van de Basis Kwaliteit Natuur gebeurt in nauwe samenwerking met de agrarische sector; De sociale en economische impact van het RPLG in beeld brengen;
3.
4. 5.
Bij bestrijding van dierziekten wordt ook ingezet op vaccinatie; Het toepassen van nulmetingen om de gerealiseerde afname van stikstof en de toename van de biodiversiteit te kunnen monitoren;
6.
Zorgen voor een goede onderbouwing van de zoneringen rondom N2000gebieden en beekdalen en vooral in die gebieden inzetten op biobased productie;
7.
Landbouwgrond vooral inzetten voor voedselproductie en minder voor biobased productie; Blijven inzetten op de blauw/groene dooradering en uitloopgebieden bij de grote kernen.
8.
Reactie: Het RPLG sluit gedwongen uitkoop van agrarische bedrijven expliciet uit. M.b.t. grond wordt niet expliciet genoemd, maar het RPLG kent geen intenties om gronden te onteigenen. Bij het stellen streefwaarden/-doelen zullen wij de sector betrekken. Voor een belangrijk deel gaat dit over de impact van Rijks-en provinciaal beleid. Als Regio blijven we hiervoor bij Rijk en provincies aandacht vragen en willen we daarbij betrokken worden. Dat gebeurt al en zal onderdeel blijven van de inzet. T.a.v. emissies voert de WUR in opdracht van de Regio een studie met een 0-meting uit. M.b.t. de biodiversiteit ligt de expertise en verantwoordelijkheid voor 0-meting (en monitoring) bij de provincie(s). Wij zullen daar bij de provincies op aandringen. Het RPLG geeft (in deel B) al een onderbouwing voor het onderscheid in deelgebieden. Maar wij willen dat gebiedsspecifiek uitwerken. Het RPLG benoemt dat we de gebruiksmogelijkheden in die deelgebieden (wat er wél kan en hoe we dat kunnen regelen) samen met de boeren en andere partners goed willen onderzoeken. De kansen voor biobased produktie in die gebieden heeft daarbij zeker de aandacht. Die insteek staat in het RPLG Dat is een belangrijk onderdeel van het RPLG
-o-o-o- einde -o-o-o-
3