CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

D2. Samenvatting Staat van Utrecht Special 67+ in de provincie Utrecht

Gemeenteraad 6 december 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen4.025 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

67+

in de provincie Utrecht UITDAGINGEN EN KANSEN VOOR 2040

SAMENVATTING EN KERNBOODSCHAPPEN 1

Het onderwerp van deze special sluit aan op de activiteiten van de Utrechtse regionale Taskforce ‘Thuis in de samenleving – Wonen, Zorg, Welzijn Ouderen 2040’. In deze Taskforce zijn vertegenwoordigd: Axion Continu, gemeente Amersfoort, gemeente Nieuwegein, Hogeschool Utrecht: lectoraten ‘Proactieve zorg voor thuiswonende ouderen’, ‘Maatschappelijke dienstverlening’ en ‘Participatie, Zorg en Ondersteuning’, IVVU, kennisplatforum Utrecht Sociaal (kUS), NUZO, Portaal, Stedelijk Platform Ouderen, U-Centraal, WELZIN/indebuurt033, Zilveren Kruis.

2

Samenvatting en kernboodschappen

Samenvatting Met de focus op het jaar 2040 brengen we in deze special een reeks (wetenschappelijke) data en analyses bij elkaar die zicht geven op de positie van ouderen in de provincie Utrecht. Het achterliggende belang is het feit dat er zich de komende decennia een belangrijke sociale transformatie gaat voltrekken. De verhouding tussen het aandeel oudere- en jongere volwassenen in onze samenleving gaat drastisch veranderen, waarbij het aandeel van die laatste groep sterk afneemt. Dit levert een paar zeer zorgwekkende vooruitzichten op. Is er dan nog wel voldoende zorgcapaciteit voor al deze ouderen? Kunnen zij allemaal op een passende manier wonen? Op dit soort vragen moet nu al geanticipeerd worden. Gelukkig is de komst van nieuwe generaties ouderen niet alleen iets om bezorgd over te zijn. Zij zullen ook een krachtige en energieke rol gaan spelen in de samenleving. We brengen hun situatie zo goed mogelijk in kaart. Bevolking Het aantal 65-plussers in de provincie Utrecht groeit van 236.000 in 2021 naar 355.000 in 2040, een netto stijging van 119.000. Opvallend bij deze groei is dat er een verschuiving plaatsvindt van gemeenten met het hoogste aandeel 65-plussers. Zijn dat in 2021 nog Baarn, De Bilt en Utrechtse Heuvelrug, in 2040 zullen dat Lopik, Wijk bij

Duurstede, Leusden en De Ronde Venen zijn. Gemeenten met het laagste percentage 65-plussers zijn zowel in 2021 als in 2040 Utrecht en Amersfoort. Er zal volgens de voorspellingen een dubbele vergrijzing plaats gaan vinden: er komen én meer ouderen én deze zijn vaker van een oudere leeftijd. De verwachting is dat er in 2040 in de provincie Utrecht bijna 115.000 inwoners wonen van 80 jaar of ouder. Er worden ook steeds meer eenpersoonshuishoudens verwacht onder de ouderen. Het aandeel alleenwonende vrouwen zal daarbij veel groter blijven dan het aandeel alleenwonende mannen. Gemeentelijke verschillen Voorspellingen over de bevolkingsontwikkelingen in de provincie Utrecht, zeggen nog niets over de verschillende sociale contexten waarin de inwoners hun ‘oudere dag’ doorbrengen. Of je in de ene gemeente oud wordt of in de andere, kan veel verschil uitmaken. Het SCP onderscheidt dan ook vier typen gemeenten, die ieder een eigen profiel hebben op het gebied van sociale-, economische- en gezondheidskenmerken. Deze profielen onderstrepen het belang van nauwkeurig blijven kijken wat er binnen een gemeente speelt waar het om ouderen gaat. In deze special worden waar mogelijk cijfermatige uitsplitsingen naar gemeente gegeven. Hier vindt u een overzicht van alle betreffende indicatoren.

3

Wonen Op het gebied van wonen, speelt ten aanzien van ouderen meer dan alleen ‘een onderkomen hebben’. Het gaat bij diverse groepen ouderen ook om de vraag of zij over een voor hen passende woning beschikken én hoelang zij helemaal zelfstandig kunnen wonen zonder dat de kwaliteit van hun leven in het geding is. Is dat laatste het geval dan moet er ook een zorgcomponent aan het wonen worden gekoppeld. Dit kan bijvoorbeeld door een keuze te maken uit een specifiek op ouderen gerichte reeks woonzorgconcepten. Ouderen kunnen dan in verschillende gradaties van zelfstandigheid leunen op informele en/of professionele zorg uit de directe omgeving. Het overheidsbeleid is er de afgelopen decennia op gericht geweest ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Onderzoek naar de vraag of alle woningen geschikt zijn of gemaakt kunnen worden voor de groeiende groep ouderen wijst uit dat dit niet het geval is. Voor de provincie Utrecht geldt momenteel de verwachting dat in 2040 12% van de woningen waar 75-plussers wonen onge­ schikt is voor deze groep en ook niet aangepast kan worden. Om het zelfstandig wonen voor ouderen zoveel mogelijk te onder­ steunen, zijn in de toekomst ook meer voorzieningen op wijkniveau nodig. Het PBL spreekt over de inrichting van zogenoemde wijk­ servicegebieden.

Deze kenmerken zich door een relatief groot aantal voorzieningen gericht op ouderen in de wijk en een nauwe samenwerking tussen zorg- en welzijnspartijen. 4

Mobiliteit De meeste ouderen zijn gemiddeld genomen tevreden met hun eigen mobiliteit. Voor 1 op de 10 55-plussers en voor 1 op de 7 75-plussers geldt dit echter niet. Zij geven hun eigen mobiliteit een onvoldoende. Senioren in de leeftijd van 65 tot 75 jaar zijn momenteel relatief zeer mobiel te noemen: zij zijn gemiddeld meer onderweg (441 uur per jaar) dan Nederlanders gemiddeld (425 uur). In deze leeftijdsgroep wordt relatief ook het meeste gefietst van alle Nederlanders. Ouderen in het algemeen zijn daarnaast ook naar verhouding de grootste groep autobezitters. Het autobezit van 80-plussers (375 per 1.000 inwoners) is meer dan twee maal zo hoog als dat van jongvolwassenen tussen de 18 en 25 jaar (172 per 1.000 inwoners). Het gebruik van bus, tram of metro is onder ouderen relatief laag: 62% van de 75-plussers geeft aan zich (bijna) nooit hiermee te verplaatsen. Een belangrijk aandachtspunt in de mobiliteit van ouderen is het feit dat zij relatief vaak een (ernstig) fietsongeluk krijgen. Criminaliteit en veiligheid Naarmate de leeftijd toeneemt, voelen Nederlanders zich buiten­ huis relatief minder vaak onveilig. Zowel in het algemeen als waar het de eigen buurt betreft. Een uitzondering wordt gevormd door veiligheidsgevoelens in de avonduren. Dan voelen ouderen zich op straat relatief onveiliger dan Nederlanders gemiddeld.

Ouderen doen ’s avonds ook minder vaak de deur open dan inwoners

gemiddeld. Naarmate de leeftijd toeneemt, vermindert ook het aantal ondervonden delicten. De meest voorkomende delicten liggen voor zowel Nederlanders gemiddeld als voor senioren op het gebied van online criminaliteit. Identiteitsfraude in de vorm van phishing/pharming (hierbij probeert de cybercrimineel gegevens van gebruikers te verkrijgen via nep-versies van echte websites of nep-mails van organisaties) komt relatief iets vaker voor onder 65– tot 75-jarigen dan bij Nederlanders totaal, evenals hackinbraken op de computer. Waar het de sociale veiligheid van ouderen betreft (binnen de thuissituatie) zien we dat het aandeel 65-plussers dat in het afgelopen jaar te maken heeft gehad met psychisch geweld, gemiddeld in de provincie Utrecht op 4,3% ligt. Werk en inkomen Het aandeel 60- tot 64-jarigen dat betaald aan het werk is, is sinds de afgelopen twee decennia aan het stijgen. Begin 2022 is bijna tweederde (64%) van deze groep aan het werk, begin 2000 ging het nog om één op de vijf. Ook onder oudere leeftijdsgroepen zijn nog relatief veel werkenden: 21% van de 65- tot 70-jarigen en 8% van de 70- tot 75–jarigen voert nog betaalde werkzaamheden uit. Waar het gaat om de vraag of ouderen goed rond kunnen komen van hun inkomen, bleek dit in 2020 voor 6% van Utrechtse 65-plussers niet zo te zijn – een cijfer dat duidelijk lager ligt dan voor 18– tot 64–jarigen (10%).

Voor ouderen uit migratielanden als Turkije, Marokko, Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen geldt

dat zij gemiddeld lagere inkomens hebben dan in Nederland geboren ouderen. Wat de toekomst van alle ouderen betreft wordt voorzien dat nieuwe generaties 75-plussers gemiddeld vaker en/of langer hebben deelgenomen aan het arbeidsproces dan huidige 75-plussers, en daarmee meer aanvullend pensioen zullen hebben opgebouwd. Sociale activiteiten en vrijetijd Senioren tussen de 65 en 75 jaar (87%) blijken gemiddeld tevre­ dener met hun leven, dan volwassenen gemiddeld in Nederland (84%). Voor de groep 75-plussers ligt dit percentage op bijna 85%. Het zijn vooral ook de 65– tot 75–jarigen die relatief vaker lid zijn van een vereniging dan Nederlanders gemiddeld. Dit geldt met name voor politieke partijen, vakbonden, consumentenorganisaties, patiëntenverenigingen, milieu­organisaties en hobbyverenigingen. Op sportief gebied zien we dat meer ouderen tegenwoordig sporten (37% van de 65-plussers), dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden (27%). Opvallend hierbij is dat er een fors verschil is naar opleidingsniveau. Van de hoger opgeleide 65-plussers beoefent in 2020 52% wekelijks een sport, tegen 28% van de lager opgeleiden. Op het gebied van cultuur zien we bij de 65-plussers vooral boven­ gemiddelde interesses voor het bezoeken en actief zijn op het gebied van erfgoed, en iets ondergemiddelde interesse op het gebied van de kunsten.

Binnen het gebied van de kunsten zijn ouderen gemiddeld vaker geïnteresseerd in klassieke muziek, dans en toneel dan bijvoorbeeld in populaire podiumkunst en film. 5

31% van alle 65-plussers in de provincie Utrecht doet aan vrijwilligerswerk. Dit is iets meer dan de groep 18– tot 64-jarigen. 16% van alle 65-plussers in de provincie verleende in 2020 minimaal drie maanden en/of minimaal acht uur per week mantelzorg. Wat het onderhouden van sociale contacten betreft, blijkt dat één op de tien senioren in de provincie Utrecht geen contact heeft met vrienden en/of buren. Voor een op de zestien geldt dit voor contact met familieleden. Burgerschap en participatie Van alle Nederlanders die zeer geïnteresseerd zijn in politiek, gaat het relatief het vaakst om 75-plussers. 17% van de 75-plussers geeft aan zeer geïnteresseerd te zijn in politiek, ten opzichte van 13% van de Nederlanders gemiddeld. Het aandeel mensen dat niet geïnteresseerd is in politiek is in alle leeftijdsgroepen zo goed als gelijk (17%). Senioren van 65 jaar en ouder hebben in 2021 gemiddeld minder vertrouwen in andere mensen en organisaties dan Nederlanders gemiddeld. Een belangrijke uitzondering hierop vormt het vertrouwen in kerken. 75-plussers hebben hier beduidend meer vertrouwen in (38,1%) dan Nederlanders gemiddeld (29,2%). Het minst vertrouwen hebben 75-plussers in 2021 in ambtenaren (34,5%), Tweede Kamer (34,6%) en grote bedrijven (34,8%). Het meeste vertrouwen hebben zij in de politie (80%) en rechters (70,2%).

6

Waar het digitale vaardigheden betreft zien we dat ouderen een achterstand hebben ten opzichte van jongere generaties. Ruim een kwart van de 65– tot 75–jarigen heeft meer dan alleen basisvaardigheden op het digitale vlak. Dit is veel minder dan de groep 25– tot 45– jarigen (64%). Naar verwachting zullen nieuwe generaties ouderen in de toekomst relatief minder vaak op achter­ stand staan. Zij hebben in hun leven dan al veel langer met com­ puters te maken gehad en zullen gemiddeld ook hoger opgeleid zijn dan de huidige oudere generatie. Leefstijl en regie over eigen gezondheid In de periode 2016-2020 voldoet in heel Nederland 38% van de 65-plussers aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad. Dat is minder dan volwassenen gemiddeld (48%). We zien ook een sterke variatie naar sociaaleconomische status (SES): 65-plussers met een lage sociaaleconomische status voldoen beduidend minder (25%) aan de beweegrichtlijnen dan 65-plussers met een hoge sociaaleconomische status (57%). Bij 55% van de inwoners van 65 jaar en ouder in de provincie Utrecht is sprake van overgewicht, en bij 16% is er sprake van ernstig overgewicht. 19% van de 65-plussers in de provincie wordt momenteel gezien als overmatige drinker (mannen drinken meer dan 14 glazen alcoholhoudende drank per week, vrouwen meer dan 7 glazen).

Verschillen die zich voordoen in gezondheid, worden voor een belangrijk deel toegeschreven aan het feit dat mensen verschillende gezondheidsvaardigheden hebben. Dit zijn ‘de vaardigheden om informatie over gezondheid te verkrijgen, begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen’. In de toekomst zal ook sterk gelet moeten worden op verschillen die er zijn onder ouderen in inkomenspositie. Het is niet ondenkbaar dat in geval er sprake is van krapte op de markt van professionele zorgverlening, de meer bemiddelde ouderen vaker in staat zijn om particulier zorg in te kopen. Zij zullen daarmee minder risico lopen op suboptimale verzorging en ondersteuning.

gaat het om de aantasting van de cognitieve vaardigheden waarbij zich geheugenproblemen, veranderingen in gedrag en beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse handelingen kunnen voordoen. Momenteel zijn er naar schatting 19.000 mensen in de provincie Utrecht die aan dementie lijden. De verwachting is dat dit er in 2050 47.000 zijn. Er zal in de toekomst samenlevingsbreed sterker moeten worden ingespeeld op de toename van het aantal inwoners met dementie. Zij zullen in toenemende mate zichtbaar zijn in-, en gebruik willen maken van de openbare ruimte. Er zijn vanuit de Rijksoverheid verschillende initiatieven gestart voor het ontwikkelen van een dementievriendelijke samenleving.

Fysieke gezondheid Bijna 70% van de 65-plussers in de provincie Utrecht ervaart zijn of haar gezondheid als goed of zeer goed. 8% geeft aan zich ernstig beperkt te voelen vanwege gezondheidsproblemen. Het aandeel 65-plussers dat minimaal één beperking heeft op het gebied van horen, zien of lichamelijke mobiliteit, is voor de hele provincie gemiddeld 23%. Gezondheidsklachten die het meest voorkomen onder de 65-plussers zijn klachten aan het bewegingsapparaat (68%), klachten als hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen (43%) en luchtwegklachten (39%).

Zorggebruik Mantelzorgers zullen in de zorg voor ouderen een steeds belang­ rijkere rol gaan spelen. Het is volgens deskundigen van belang dat zij zo goed mogelijk gefaciliteerd en ondersteund worden, bijvoorbeeld ook door gemeenten. Overbelasting van mantelzorgers schaadt niet alleen de zorgers zelf maar kan ook leiden tot verwaar­ lozing, verkeerde behandeling of zelfs mishandeling van de hulp­ behoevende.

De gezondheidsaandoening met de grootste impact op het persoon­ lijke en sociale leven van ouderen is voor velen dementie. Hierbij

Waar het gaat om ambulante zorg, zien we dat senioren van 65 jaar en ouder in de provincie Utrecht vaker gebruik maken van diensten van huisartsen, medisch specialisten of een sociaal wijkteam, dan volwassenen van 18 tot 64 jaar. Met de verwachte 7

toename van het aandeel ouderen in de samenleving wordt voor­ zien dat er grote knelpunten ontstaan op het gebied van beschik­ baarheid van zorg in brede zin. De prognose voor het aantal Wmo-maatwerkvoorzieningen in de provincie Utrecht is dat deze gaat groeien van 63.000 in 2020 naar 99.000 in 2040. Wat betreft wijkverpleegkundige zorg wordt een groei in de provincie Utrecht verwacht van 14.000 zorgvragers in 2020 naar ruim 25.000 zorgvragers in 2040. De vooruitzichten op het gebied van intramurale, intensieve zorg zijn dat er in de regio Utrecht tot 2040 10.515 extra intramurale (of alternatieve) plaatsen voor verzorging en verpleging van ouderen bij moeten komen. Dit vormt een toe­ name van 100% ten opzichte van 2020. Mentaal welbevinden en welzijn Gemiddeld in de provincie Utrecht, is er bij 3% van de 65-plussers sprake van een hoog risico op angststoornissen en depressieve klachten. Dit cijfer ligt lager dan voor alle volwassen inwoners gemiddeld (5,5%). In het algemeen geldt voor de ouderen in de provincie dat ze relatief minder vaak zorgcontacten hebben met GGZ-hulpverleners en vrijgevestigde psychologen dan inwoners van 18– tot en met 64 jaar. Daarentegen hebben ze relatief wel vaker dan de jongere generaties contact met iemand van het wijkteam.

Op het gebied van eenzaamheid zien we dat 65-plussers (9,1%) gemiddeld iets minder vaak ernstig eenzaam zijn dan de 18– tot en met 64–jarigen (10%). 8

Onderzoek (door CBS) naar zingeving laat zien dat 75-plussers relatief minder vaak het gevoel hebben iets bij te dragen aan de maatschappij dan jongere generaties. Het laat ook zien dat mensen die in niet-verstedelijkte gebieden wonen, het leven gemiddeld meer de moeite waard vinden dan mensen in de meest verstedelijkte gebieden. Alhoewel het CBS hier niet concreet op ingaat, kan hier voor de provincie Utrecht uit afgeleid worden dat zingevingsvraagstukken onder inwoners in sterk verstedelijkte gemeenten als Utrecht, Amersfoort, Nieuwegein, Veenendaal en Zeist, extra aandacht behoeven. Voor 65-plussers speelt daarnaast dat zij relatief vaker dan de jongere generaties, onvoldoende regie over het eigen leven ervaren. Bij de 65-plussers gaat het om 12% van de inwoners van de provincie Utrecht, bij de middengroep volwassenen om 7%. Door de Raad voor Ouderen wordt specifiek aandacht gevraagd voor de eigen regie ten aanzien van de invulling van de laatste levensfase. De Raad pleit onder meer voor een centrale, toegankelijke plek voor informatie op dit gebied en scholing voor eerstelijnszorg op dit onderwerp. Zorgtechnologie en -innovatie Al langere tijd is er sprake van grote technologische innovatie­ processen in de zorg, vooral ook waar het ouderen betreft. Veel ontwikkelingen op dit gebied zijn in volle gang en het einde van de mogelijkheden lijkt nog lang niet in zicht.

Het Trimbos­ instituut meldt dat er in de ouderenzorg momenteel per woon­

voorziening gemiddeld acht verschillende zorgtechnologieën in gebruik zijn. Positieve kanten van de nieuwe technologieën zijn dat het kan ondersteunen bij het langer zelfstandig wonen van ouderen, zorgmedewerkers hun tijd effectiever kunnen benutten, zorgvragers potentieel meer regie kunnen houden over het zorgproces en hun gezondheid effectiever kan worden ondersteund. De nieuwe zorgtechnologieën roepen echter ook belangrijke ethische vraagstukken op die nog niet maatschappelijk zijn uitgekristalliseerd. Bijvoorbeeld in hoeverre zorgrobots het menselijke zorgcontact zouden mogen vervangen en wanneer het gebruik van sensoren in de leefomgeving van een zorgvrager, diens autonomie en privacy in het geding brengt.

De opkomst van de zorgtechnologie vraagt ook om nieuwe competenties van professionals. Verwacht wordt bijvoorbeeld dat (medische) zorg steeds meer in de thuisomgeving gaat plaatsvinden. Zorgprofessionals zullen in toenemende mate over generalistische competenties moeten beschikken, zoals kunnen samenwerken in multi-professionele teams, maar ook mobiel en flexibel kunnen inspelen op locatiewisselingen. Het vinden en opleiden van voldoende personeel met de juiste variatie in competenties, die aansluiten op de diverse zorgvraag, zal een uitdaging blijven voor de toekomst.

9

Overkoepelende kernboodschappen Bij ouderenbeleid niet alle gemeenten over één kam scheren: De gemeenten in de provincie Utrecht verschillen sterk wat de omvang van het aantal oudere inwoners betreft, zowel in absolute als in relatieve zin. Daarnaast zijn er ook belangrijke verschillen per gemeente waar het gaat om sociale-, economische- en gezondheidskenmerken van ouderen. Al deze verschillen geven aan dat er binnen de provincie niet naar één soort van ouderenbeleid gestreefd moet worden, maar dat differentiatie naar de aandachtsgebieden die er per gemeente leven van belang is. De woonsituatie van ouderen vraagt om intensieve aandacht: Vooruitlopend op de situatie van 2040 spelen er drie categorieën hoofdproblemen bij de huisvesting van ouderen. 1. Op de eerste plaats gaat het om (toekomstige) ouderen die in hun eigen woning willen blijven wonen. Hierbij speelt de vraag of deze woning geschikt is, ofwel geschikt gemaakt kan worden voor bewoning door een oudere. Prognoses wijzen op dit moment uit dat 12% van de woningen van 75-plussers in de provincie niet geschikt zal zijn voor ouderenbewoning. 2. Op de tweede plaats gaat het om ouderen die willen uitstromen uit hun (gezins)woning en willen settelen in een kleinere zelfstandige woonruimte, of bijvoorbeeld in woonruimte met een specifiek ouderen-zorg-concept.

Reeds nu al stagneren de doorstroommogelijkheden voor deze groep ouderen sterk vanwege krapte op woningmarkt. Met de voorziene groei van het aandeel verhuis-willende ouderen, moeten de mogelijkheden voor ouderen op dit gebied de komende tijd zeer somber worden ingeschat.

10

3. Tenslotte is er de groep ouderen van wie verwacht wordt dat zij intensieve, mogelijk intramurale zorg nodig zullen hebben in de toekomst. Ook hier worden voor de provincie Utrecht explosieve stijgingen verwacht. Prognoses wijzen uit dat rekening moet worden gehouden met een noodzakelijke verdubbeling van de huidige capaciteit aan verpleegplekken. Tekorten aan menskracht kan tot (ernstig) kwaliteitsverlies in de zorg leiden: In 2040 is een kwart van de bevolking in de provincie Utrecht 65 jaar of ouder, en deze groep zal naar verhouding steeds meer zorg nodig hebben terwijl het aandeel jongere volwassenen (die professioneel of informeel zorg kunnen verlenen) juist sterk afneemt. Dit gaat leiden tot een spagaat op zorggebied. Scenario’s en problemen die hierbij overdacht moeten worden zijn: • Meer druk op mantelzorg: Door de verwachte tekorten aan zorgprofessionals, zal de druk op mantelzorgers (nog) groter worden. Deze druk kan voor potentieel grote problemen zorgen. Mogelijk moeten mensen mantelzorg gaan verlenen die daar eigenlijk niet bereidwillig toe zijn, mogelijk moeten ouderen mantelzorg ontvangen van naasten waar zij zich niet comfortabel bij voelen en mogelijk wordt de druk voor mantelzorgers zo hoog dat zij overbelast raken en/of de kwaliteit van de zorg in het geding raakt.

Ook zal rekening gehouden moeten worden met het feit dat mantelzorgers in toenemende mate hun taken moeten uitvoeren naast een betaalde baan. Dit vraagt onder andere om groeiende behoefte aan mogelijkheden om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken.

• Zorgtechnologie kan niet alles opvangen: Alhoewel de voor­ uitzichten zeer gunstig zijn waar het de ontwikkeling en imple­ mentatie van nieuwe zorgtechnologieën betreft, kan deze niet zomaar als vervanging van de door mensen uitgevoerde zorg worden gezien. Ethische vraagstukken hieromtrent zullen nog maatschappelijk moeten worden gewogen, waarbij vooral ook de autonomie en privacy van de zorgvrager centraal staat. Daarnaast zullen nieuwe generaties professionals moeten worden opgeleid die in relatief complexe zorgnetwerken met multiproblematiek van ouderen te maken krijgen. • Risico op tweedeling kwaliteit van de zorg tussen meer en minder bemiddelde ouderen: Naarmate de beschikbare capaciteit aan zorgprofessionals en mantelzorgers verder onder druk komt te staan, zullen ouderen die de financiële middelen hebben om op de particuliere markt zorg en ondersteuning in te kopen, in het voordeel zijn. Hiermee kan onbedoeld een tweedeling ontstaan in de kwaliteit van de zorg die ouderen ontvangen: minder bemiddelde ouderen lopen een groter risico op suboptimale verzorging en ondersteuning. Geheugenproblematiek wordt ziektebeeld waar men maatschap­ pelijk rekening mee moet houden: Er wordt door deskundigen een grote toename verwacht van het aantal mensen met dementie. De groei van het aantal ouderen én het feit dat mensen een langere

levensverwachting hebben, indiceert dit. In de provincie Utrecht zijn er in 2040 naar schatting 38.000 mensen met deze ziekte. Hierbij moet er rekening gehouden worden met het feit dat er een groot grijs gebied is in de periode tussen dat de ziekte zich gaat openbaren en het moment dat er een definitieve diagnose gesteld is. Men zal in de toekomst rekening moeten houden met het feit dat geheugenproblematiek zich dan ook manifesteert op diverse terreinen van het openbare leven. Er zijn inmiddels vanuit de rijksoverheid initiatieven gestart voor het ontwikkelen van een dementievriendelijke samenleving. Krachtige nieuwe generaties ouderen verwacht in de provincie Utrecht: De provincie Utrecht kenmerkt zich momenteel door het feit dat inwoners relatief gezond zijn en er veel hoogopgeleiden wonen. Er zijn weinig redenen om aan te nemen dat dit beeld de aankomende decennia sterk zal veranderen. Dat betekent dat er voor toekomstige generaties ouderen – gemiddeld genomen – gunstige vooruitzichten zijn wat betreft hun gezonde levensverwachting en bijvoorbeeld hun (digitale) gezondheidsvaardigheden. Landelijk wordt ook voorzien dat toekomstige generaties ouderen een relatief gunstigere inkomenspositie zullen hebben dan de ouderen van nu. Dit hangt samen met het feit dat ze in de toekomst gemiddeld genomen langer pensioen hebben opgebouwd.

11

Colofon

Wat is de Staat van Utrecht? De Staat van Utrecht geeft u informatie over het woon-, werk- en leefklimaat in de provincie Utrecht. Op de website is onderzoeksinformatie te vinden over een groot aantal maatschappelijke en bestuurlijke thema’s, toegespitst op de Utrechtse situatie. De Staat van Utrecht heeft onder andere een databank met meer dan 440 indicatoren op gemeente- en provincieniveau. Uitgangspunt van de Staat van Utrecht is om zonder politieke kleur zoveel moge­ lijk betrouwbare informatie te bieden die kan bijdragen aan het duiden van lokale of regionale opgaven. Voor wie is de Staat van Utrecht bedoeld? De Staat van Utrecht is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in maatschappelijke opgaven binnen de provincie Utrecht; bestuurders, beleidsmakers, vertegenwoordigers van maatschap­ pelijke organisaties, ondernemers, studenten en bewoners.

Dit is een uitgave van de Staat van Utrecht www.staatvanutrecht.nl info@staatvanutrecht.nl

12

De Staat van Utrecht wordt ontwikkeld in opdracht van de Provincie Utrecht in samenwerking met de gemeente Utrecht. Rapportage special Ingrid van Lieshout (Staat van Utrecht / Gemeente Utrecht) Vormgeving Vorm de Stad, Amsterdam Bronvermelding Het overnemen van gegevens uit deze special is toegestaan met bronvermelding: Staat van Utrecht, Provincie Utrecht Disclaimer In deze special wordt gebruik gemaakt van gegevens afkomstig van derden. Hoewel de bronnen als betrouwbaar bekend staan en er zo zorgvuldig mogelijk is omgegaan met de beschikbare data, zou het kunnen voorkomen dat er onjuistheden zitten in de informatie in deze special. Oktober 2022

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12106372/1