D1. Brief Onderzoeksresultaten themaonderzoek kwaliteitsverordeningen uitvoering & handhaving
Tekst van het document
De raad van de gemeente Renswoude Postbus 8 3027 ZL RENSWOUDE
Onderwerp Datum Documentnummer Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave Team Bijlage
Onderzoeksresultaten themaonderzoek kwaliteitsverordeningen uitvoering & handhaving 14‑07‑2025 UTSP-390265605-32221 030 258 91 11 ibt.omgevingsrecht@provincie-utrecht.nl Strategie & Bestuur Bestuur & Interbestuurlijk Toezicht Rapport “Onderzoek gemeentelijke kwaliteitsverordeningen binnen de provincie Utrecht”
Geachte raad, In 2024 onderzochten wij als interbestuurlijk toezichthouder omgevingsrecht bij alle Utrechtse gemeenten of de gemeenteraad een kwaliteitsverordening heeft vastgesteld, of deze actueel is en of het college van burgemeester en wethouders deze ook uitvoert. De onderzoeksresultaten leest u in het rapport Onderzoek gemeentelijke kwaliteitsverordeningen binnen de provincie Utrecht (zie bijlage). Het onderzoek is landelijk uitgevoerd door alle provincies. In deze brief informeren wij u over belangrijkste uitkomsten van het onderzoek binnen de provincie Utrecht. Ook zijn de uitkomsten te lezen die specifiek voor uw gemeente gelden. U ontvangt deze brief in het kader van uw verordonnerende bevoegdheid en de horizontale controle op het college. Achtergrond en aanleiding van het onderzoek U én het college van burgemeester en wethouders moeten zorgdragen voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de taken op het gebied van vergunningverlening, (bouw)toezicht en handhaving (VTH). Deze gezamenlijke zorgplicht is geregeld in artikel 18.20, lid 1 van de Omgevingswet. Voor de kwaliteit van de uitoefening van de basistaken (milieutaken die verplicht door de omgevingsdienst namens gemeente worden verricht) en de daarmee samenhangende werkzaamheden bent u verplicht in een zogenaamde kwaliteitsverordening een zeker kwaliteitsniveau vast te leggen.
Voor de kwaliteit van de uitoefening van de thuistaken (alle taken die geen basistaken zijn, met name bouw gerelateerde VTH-taken die door de gemeente worden uitgevoerd) bestaat deze verplichting niet, maar kunt u een kwaliteitsniveau vastleggen in zo een verordening. Meestal wordt in de kwaliteitsverordening ten aanzien van het kwaliteitsniveau verwezen naar de daarvoor landelijk geldende kwaliteitscriteria. Die criteria gaan over de kritieke massa (robuustheid organisatie, o.a. personele capaciteit) en deskundigheid van de medewerkers. Door het vaststellen van een kwaliteitsverordening door u en het naleven en uitvoeren daarvan door het college van burgemeester en
1 van 3
wethouders, zorgt u er gezamenlijk voor dat de gemeentelijke organisatie en de omgevingsdienst in staat zijn om goede kwaliteit te leveren. Meerwaarde van het onderzoek Binnen het jaarlijks systematisch toezicht beoordelen wij of het college de gemeentelijke organisatie en de omgevingsdienst aan de kwaliteitscriteria toetst en hierover aan u rapporteert. Het door ons uitgevoerde onderzoek biedt waardevolle informatie die wij in het systematisch toezicht veelal niet boven water krijgen. Bijvoorbeeld de actualiteit van de kwaliteitsverordeningen, aan welke set kwaliteitscriteria wordt getoetst, wanneer deze toets laatstelijk is uitgevoerd en op welke wijze over deze toets wordt gerapporteerd. Onderzoeksmethode In september 2024 is een vragenlijst gestuurd naar de ambtelijke contactpersonen bij gemeenten. Daarbij is uitleg gegeven over de aanleiding en het doel van het onderzoek. Alle gemeenten hebben de vragenlijst ingevuld. In het rapport zijn de antwoorden van de gemeenten samengevat weergegeven. Bij de interpretatie van de resultaten is geen subjectief waardeoordeel gegeven; de bevindingen zijn uitsluitend gebaseerd op de gegeven antwoorden.
Belangrijkste provinciebrede uitkomsten van het onderzoek Belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de Utrechtse gemeenten zeer beperkt inzicht hebben in de mate waarin zowel de gemeentelijke organisatie als de omgevingsdiensten voldoen aan het kwaliteitsniveau dat in de kwaliteitsverordeningen is vastgesteld. Deze conclusie is ook landelijk te trekken. De belangrijkste landelijke bevinding is dat de resultaten in toepassing en monitoring tussen gemeenten verschillen, wat gevolgen heeft voor de uniformiteit en effectiviteit van de kwaliteitscriteria. Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek voor uw gemeente Uit het door ons uitgevoerde onderzoek blijkt dat u geen kwaliteitsverordening heeft vastgesteld die gebaseerd is op de Omgevingswet. In de kwaliteitsverordening, die nog gebaseerd is op de vervallen Wet algemene bepalingen omgevingswet, heeft u een kwaliteitsniveau vastgelegd voor de omgevingsdienst en voor de gemeentelijke organisatie. Voor het kwaliteitsniveau wordt in de verordening dynamisch verwezen naar de set kwaliteitscriteria waardoor altijd de meest recente set kwaliteitscriteria (sinds 1 januari 2025 is dat de set 3.0) van toepassing is. Daarnaast blijkt dat u en het college geen inzicht hebben in de mate waarin de gemeentelijke organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria.
Het college heeft de gemeentelijke organisatie namelijk nog niet getoetst aan de kwaliteitscriteria en hierover niet gerapporteerd aan u. Verder blijkt dat de Utrechtse gemeenten in het algemeen geen actueel inzicht hebben in de mate waarin de omgevingsdienst voldoet aan de kwaliteitscriteria. Vervolg Wij benadrukken het belang van een goede invulling van de gezamenlijke zorgplicht uit artikel 18.20 lid 1 van de Omgevingswet. Hiervoor is onder andere nodig dat u een kwaliteitsverordening vaststelt op grond van de Omgevingswet en dat het college deze verordening jaarlijks uitvoert en hierover aan u rapporteert. Tot slot De resultaten van ons onderzoek hebben wij per brief ook met het college gedeeld met het verzoek hierover ambtelijk in gesprek te gaan. Het onderzoeksrapport publiceren wij op www.provincie-utrecht.nl. Hoogachtend,
2 van 3
Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,
D. Dolmans Teamleider Bestuur & Interbestuurlijk Toezicht Domein Strategie & Bestuur
3 van 3