CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept bestemmingsplan Parallelweg 3 Renswoude 8-11-2022

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Parallelweg 3’25.032 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.2.

Systematiek van de regels

De gemeente Gilze en Rijen hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. Een hulpmiddel wat de gemeente daarbij gebruikt is een standaard opzet voor het maken van regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsplanregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP2012 en IMRO 2012) vastgelegd welke kleuren, lijnen, symbolen e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen.

Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen.

NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01

bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude

|51

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; • Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht; • Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik; • Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen; • Algemene procedureregels: In dit artikel zijn de algemene regels opgenomen welke procedures wanneer gevolgd moeten worden. • Algemene ontheffingsregels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

6.3.

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Bedrijf Artikel 6 bevat regels voor de bestemming ‘Bedrijf’. De gronden binnen deze bestemming zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – aannemers- en grondverzetbedrijf’ bestemd voor een aannemers- en grondverzetbedrijf, alsmede voor bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. De maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 728 m². Artikel 4 Waarde – Archeologie – 2 Artikel 4 bevat regels voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. De bestemmingsregels schrijven voor dat bij werkzaamheden een archeologisch veldonderzoek noodzakelijk is.

NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01

bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude

|52

7. UITVOERBAARHEID 7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1. Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro wordt het ontwerpwijzigingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan. Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog zijn de volgende adressen geïnformeerd over het planvoornemen: • Parallelweg 7, Renswoude • Parallelweg 9, Renswoude • Parallelweg 5, Renswoude • Parallelweg 1, Renswoude • Parallelweg 3a, Renswoude • Parallelweg 10, Overberg • Parallelweg 8, Overberg • Parallelweg 8a, Overberg • Parallelweg 4-C, Overberg • Parallelweg 6, Overberg • Parallelweg 14, Overberg • Parallelweg 4, Overberg • Parallelweg 2, Overberg

NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01

bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1 LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

BIJLAGE 2 INRICHTINGS-/RIOLERINGSTEKENING

was -

gro

ena

spo e

lpla

fval

ats

zan

d

gro

nd me

ngg

ran ulaa

t

pui n

5.6 79

oba

74

s (1 200 l

5.6

itr.)

com pos

5.9 62 6.0 17

pv cØ 12 5

<pvcØ125

>

iee l/m

12 5>

ma lag

<p

ops

vc

H

25

cØ 12

roosterput deksel -5.30

ol

pv

riee l/m

ate r

pv

iaa l

5.7 99

<pvcØ160

cØ

12

ma te

5>

ops lag

5.8 31

>

pv

<p vc Ø

22

cØ

12

12 5

5>

21.00

5.9

pv cØ

15.40

43 5.6

50

5.9

Ø1

5.2

58 5.2

59

5> cØ 31

vc

pv

5.7

16

<p

25

<p vc Ø1

pvc

5.8 52

5.8

81

25

Ø3

15>

Ø1 25>

12 5> pv cØ

Ø1

25

H

5.7

72

pvc Ø1 25>

cØ 3

>

5.7

43

5.6

35

H

51 5.1

78 5.1

roosterput deksel -5.30

pv

ops

lag

25

>

ma ter cØ iee 1

l/m

ate

riaa l

pv cØ

12

5.2

5>

15

79

pv pvc Ø1 25>

35 5.7

al

64

/ma teri a

5.8

ieel

vc

26

ater

<p

5.9

gm

125 >

ops la

pvc Ø

n

25 >

pvc

atse

01

rpla

5.8

kee

Ø1

H

25>

par

pv c

pvcØ250>

>

H

125

pvcØ250>

41

H

5.8

125 >

pvcØ125>

pvc Ø

<pvcØ125 <pvcØ160

pvc Ø

<pvcØ160

31

5>

pvc Ø1

12

6.0

P

Ø1

5>

5>

20.00

opslaghal

12

31 5>

5.6 40

ter

Ø1 <pv c

cØ

<pvcØ125

em . rio

pv cØ

pv cØ

00

afvo er g

pv

6.0

25

<pvcØ125

pv cØ 1

5.8 92

parkeerplaatsen

<pvcØ125 5.8 79

5.9 70

6.1

04

pvcØ125>

60

<pvcØ125

ate r

5.7

iaa

l

H

6.0 31

6.0 18

parkeerplaatsen

52

terras

6.0 59

6.0

87

t

legenda Aanbrengen hwa riool

Projecten bv

Aanbrengen dwa riool

Parallelweg 3 3927 BZ Renswoude Tel: 0343 – 492299

Gemengd stelsel bestaand P

Bestaande pompgemaal

Project:

Parallelweg 3 Renswoude Aanbrengen DWA-inspectieput

H

Aanbrengen inspectieput schoonwater Aanbrengen straatkolk

<pvcØ200

Aanbrengen materiaal en diameter in mm, incl. stroomrichting

Tekening:

Rioleringstekening . .

Ingenieursbureau stads - en landschapsinrichting Duitslandlaan 17 Telefoon www.riede.nl e-mail

PC Hazerswoude-dorp 0172 217500 www.moldonkers.nl riede@moldonkers.nl

tek. nr:

343064

wijzigingen:

blad nr:

04

.

.

formaat: A1

.

.

schaal

1 : 200

.

.

status:

Concept

.

.

datum:

12-10-2022

.

.

get:

DJdG

file:

343064 Renswoude

BIJLAGE 3 VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Milieutechniek ●

● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ●

Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 PARALLELWEG 3 TE RENSWOUDE

Rapportnummer: P2000534 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Parallelweg 3 te Renswoude

Opdrachtgever: Vitus Groep C. (Cor) Verwoerd Parallelweg 3 3927 BZ Renswoude HOPMAN EN PETERS 4 juni 2021 Opgesteld door: Gecontroleerd door: Contactpersoon/ projectleider:

E.C. (Christy) den Hertog J. (Jasper) Smits J. (Jasper) Smits

Disclaimer: Dit rapport is eigendom van de opdrachtgever van Hopman en Peters en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het vervaardigd is. Dit uitsluitend met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit rapport blijven berusten bij Hopman en Peters. Kwaliteit en verbetering van product en processen hebben bij Hopman en Peters hoge prioriteit. Hopman en Peters hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001. Uitvoerende medewerkers van Hopman en Peters zijn erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieu hygiënische bodem- en waterbodemonderzoeken conform de protocollen 1001, 2001, 2002, 2018 en 6001.

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 4 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................................. 4 1.2 DOEL.............................................................................................................................................................. 4 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 5 2.1 ALGEMENE GEGEVENS .................................................................................................................................. 5 2.2 ACTUELE EN HISTORISCHE GEGEVENS .......................................................................................................... 5 2.3 VOORONDERZOEK ASBEST ............................................................................................................................ 7 2.4 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE.......................................................................................................... 7 2.5 HYPOTHESE ...................................................................................................................................................

8 2.6 ONDERZOEKSOPZET ...................................................................................................................................... 8 3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN EN ANALYSES ............................................................... 10 3.1 VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 10 3.2 VELDWERKWAARNEMINGEN ...................................................................................................................... 10 3.3 LABORATORIUMONDERZOEK ....................................................................................................................... 11 4. ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 12 4.1 ANALYSERESULTATEN GROND ..................................................................................................................... 12 4.2 BESPREKING GROND ..................................................................................................................................... 12 4.3 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER .........................................................................................................

12 4.4 BESPREKING GRONDWATER ........................................................................................................................ 13 5. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................. 14 5.1 SAMENVATTING .......................................................................................................................................... 14 5.2 CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 15 5.3 ADVIES......................................................................................................................................................... 15

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

KADASTRALE KAART FOTO’S EN TEKENING ONDERZOEKSLOCATIE HISTORISCHE INFORMATIE SITUATIETEKENINGEN MET BORINGEN EN PEILBUIS VELDWERKRAPPORTAGE ANALYSECERTIFICATEN TOETSINGSTABELLEN TOELICHTING OP UITGEVOERD BODEMONDERZOEK

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 4

1. INLEIDING Door Vitus Groep is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Parallelweg 3 te Renswoude. 1.1 Aanleiding In verband met de aanvraag van een nieuw bestemmingsplan t.b.v. sloop- en bouwwerkzaamheden dient een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 te worden uitgevoerd. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van de bestaande loods en de realisatie van een nieuwe loods en een nieuw bedrijfspand tegen het bestaande bedrijfspand aan. 1.2 Doel Het verkennende bodemonderzoek is erop gericht om vast te stellen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de beoogde herontwikkeling. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek beschreven met daarin een interpretatie van de verkregen informatie en gestelde hypothese. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden beschreven (zowel het veldwerk als het uitgevoerd laboratoriumonderzoek). Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de analyseresultaten waarna in hoofdstuk 5 een samenvatting volgt met conclusies en adviezen.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 5

2. VOORONDERZOEK 2.1 Algemene gegevens Adres Coördinaten

: Parallelweg 3 te Renswoude : X – 163.881 Y – 451.197

De locatie is kadastraal bekend als Gemeente Renswoude, Sectie G, Perceel 1080. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 3.707 m². De voorgenomen werkzaamheden hebben betrekking op slechts een deel van het perceel (ca. 1.100 m²). Het gehele perceel is in gebruik als bedrijventerrein met bedrijfspand, loods en ruimte voor opslag van materiaal t.b.v. grondwerken. De onderzoekslocatie betreft de te slopen bedrijfsloods en het terrein eromheen waar de toekomstige bebouwing gepland is, de situatietekening is opgenomen in bijlage 2. Direct ten noorden van de loods bevindt zich een wasplaats (vloeistofdicht) met bijbehorende olie-/vetafscheider. Deze activiteiten vallen buiten het plangebied en daarmee buiten onderhavig onderzoek. Ten zuiden van het bestaande pand bevindt zich nog een olie-/vetafscheider, deze ligt wel binnen het plangebied (aanbouw nieuw pand). Tussen het bestaande pand en de loods bestaat de verharding uit klinkers. In de loods is een betonvloer aanwezig. In bijlage 1 is de kadastrale kaart van de onderzoekslocatie opgenomen. In bijlage 2 zijn enkele foto’s en is een tekening van de onderzoekslocatie opgenomen. 2.2 Actuele en historische gegevens Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 1. opdrachtgever 2. het landelijk bodemloket 3. gemeente Renswoude 4. omgevingsdienst regio Utrecht 5. terreinverkenning 6. Kadaster 7.

archief Hopman en Peters Resultaten geraadpleegde bronnen: 1. Bij de opdrachtgever van de locatie zijn géén actuele kwaliteitsgegevens bekend. 2. Volgens het bodemloket zijn voor de onderzoekslocatie of binnen een straal van 25 meter daarvan, géén (historisch) verdachte activiteiten bekend. 3. Door de gemeente Renswoude is het volgende beschikbaar gesteld: Verkennend bodemonderzoek locatie Parallelweg 3 te Renswoude, auteur: Bemin Geodata B.V., rapportnummer: 10161, d.d.: 7 juni 1996. De aanleiding voor het onderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling op locatie.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 6

Zintuiglijk is er lokaal puin waargenomen. Analytisch zijn er licht verhoogde gehalten in de grond aangetoond voor de parameters zink, PAK en minerale olie. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan (enkele) zware metalen (arseen, chroom en koper) aangetoond. De onderzoeksresultaten vormen géén belemmering voor de herontwikkeling van de locatie. 4. Bodemkwaliteitskaart Het onderzoeksgebied ligt in zone landbouw/ natuur van de bodemkwaliteitskaart van de omgevingsdienst regio Utrecht. Op basis daarvan voldoet de grond naar verwachting aan bodemkwaliteitsklasse 'achtergrondwaarde'. Rapporten De omgevingsdienst regio Utrecht is géén gegevensbeheerder van de locatie en heeft géén overige informatie over de onderzoekslocatie. 5. Direct voorafgaand aan het veldwerk zal een terreinverkenning plaatsvinden. Daarbij zal worden gelet op bodembedreigende activiteiten. Indien nodig zal de onderzoeksopzet daarop worden aangepast. Eventuele bijzonderheden zijn vermeld in paragraaf 3.1. 7. Voorafgaand aan het veldwerk is een graafmelding (KLIC-melding) verricht. Uit de geleverde informatie blijkt dat er riolering, data- en elektrakabels en water-, en gasleidingen aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. 8.

In 2009-2010 is in het kader van de aan-/ verkoop van het perceel een bodemonderzoek uitgevoerd: Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude, Hopman en Peters april 2010 projectnummer 09-P-380. Puntsgewijs kunnen de resultaten als volgt puntsgewijs worden samengevat: • Op de locatie waren ten tijde van de uitvoering van het onderzoek 3 verdachte deelactiviteiten, te weten: A. Wasplaats met OBAS en olieopslag B. Werkplaats C. Olie-/ vetafscheider • De betreffende verdacht deelactiviteiten zijn separaat onderzocht. Het overige terreingedeelte is, conform de NEN 5740 als “onverdacht”. • Uit het onderzoek blijkt het volgende: o Bij de wasplaats is in één boring (B06) een oliewaarneming gedaan. Er is een matig verhoogde concentratie van minerale olie in de bovengrond vastgesteld. o Voor de overige boringen zijn bij de verdachte deellocaties geen relevant geacht verontreinigingen in grond- en grondwater vastgesteld. o Ook op het overige terreingedeelte zijn in de bodem in grond -en grondwater slechts licht verhoogde concentraties aan PAK, zware metalen en PCB’s vastgesteld.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 7

Aanvullende informatie Na aankoop van het terrein zijn de activiteiten van de werkplaats en van de olieopslag gestaakt. Er wordt alleen nog gebruik gemaakt van de wasplaat met de bijbehorende olie/vetafscheider. Voor zover nu bekend, is er daarna géén aanvullende actie ondernomen op de vastgestelde matig verhoogde waarde aan minerale olie t.p.v. boring B06. In bijlage 3 is de verkregen relevante historische informatie opgenomen. 2.3 Vooronderzoek asbest In onderstaande tabel is aangegeven welke mogelijke bronnen voor een potentiële bodemverontreiniging met asbest aanwezig zijn. Tabel: overzicht mogelijk aanwezige bronnen voor asbestverontreiniging

Bron De eventuele aanwezigheid in het verleden van bedrijven die asbesthoudende producten produceerden1 Opstallen met asbestverdacht dak of wandbeplating Ophooglaag Aanwezigheid asbestwegen en -erven, dammen en -dempingen Toepassing van asbesthoudende beschoeiingen langs watergangen en afperkingschotten in (volks)tuinen (Vroegere) Aanwezigheid van glastuinbouw, dan wel afval van kassen op of in de bodem Historische calamiteiten met asbest (brand, explosie, storm) (Voormalige) Aanwezigheid van puinhoudende grond of depots

Aanwezig (Eventuele toelichting/ situering) nee Niet van toepassing. nee nee nee nee

nee nee

Voor zover bekend

ja

De grond is mogelijk, lokaal, puinhoudend. In 1e instantie wordt de locatie als onverdacht beschouwd t.a.v. asbest.

1 Dit zijn o.a. de asbestcementfabrieken van Eternit te Goor en Asbestona te Harderwijk, de asbestverwerkende fabrieken Van Gelder Papier te Wormer, Balamundi in Huizen en Forbo in Assendelft.

2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Gegevens hieromtrent zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO en/of de website van Dinoloket. In onderstaande tabel is de globale regionale bodemopbouw van het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen weergegeven. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zich circa 6,0 meter boven NAP. Tabel: regionale bodemopbouw

bodemlaag deklaag

traject (m-mv1) 0-1

grondsoorten Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 8

bodemlaag

traject (m-mv1)

1e watervoerend pakket

1-26

scheidende laag

26-33

grondsoorten zandig; veen, kleiig Zand, zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; leem, kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig; grind; stenen; keien; blokken Heterogeen (afhankelijk van de lithologische samenstelling van de lokale ondergrond)

meter minus maaiveld

1

De stromingsrichting van het grondwater in het 1e watervoerend pakket is, in het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen, globaal westelijk gericht. Het grondwater bevindt zich op circa 0,7 m-mv. 2.5 Hypothese Op basis van het vooronderzoek blijkt dat er meerdere verdachte deellocaties zijn. In onderstaande tabel is een overzicht van de deellocaties en de te volgen onderzoeksstrategie opgenomen. deellocatie

omschrijving

A

Olie-/ vetafscheider Overig terrein, incl. bestaande loods

B verklaring (VEP-OO)

oppervlakte of inhoud < 3 m³

verdachte stoffen

1.100 m²

zware metalen, minerale olie, PCB en PAK

minerale olie en vluchtige aromaten

te hanteren strategie 1 VEP-OO VED-HE

1

(VED-HE)

Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks. Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming.

Ten aanzien van asbest wordt de locatie 'onverdacht' gesteld. 2.6 Onderzoeksopzet Bij het bepalen van de onderzoeksopzet is uitgegaan van de onderzoekssystematiek zoals die is beschreven in de Nederlandse norm (NEN 5740). A. Olie-/vetafscheider voorterrein (<3 m³) Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtank (VEP-OO), paragraaf 5.4. Deze strategie is ook toepasbaar voor ondergrondse oliewaterafscheiders. Bij een locatie met deze inhoud dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:  Het verrichten van 1 grondboring tot 2,0 m-mv.  Het verrichten van 1 grondboring tot 1,5 meter in het freatisch grondwater welke zal worden afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 9

Analyses:  1 Grondmengmonster van de meest verdachte laag grond op minerale olie, inclusief organische stof en lutum. B. Overig terrein incl. loods (1.100 m²) Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffusie bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE), paragraaf 5.6. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan de aangetroffen matige verontreiniging t.p.v. boring B06. De volgende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd: Veldwerk:  Het verrichten van 7 grondboringen tot 0,5 m-mv.  Het verrichten van 1 grondboring tot 2,0 m-mv, ter plaatse van boring 06.  Het verrichten van 1 grondboring tot 1,5 meter in het freatisch grondwater welke zal worden afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit. Analyses:  2 Grondmengmonsters van de meest verdachte laag grond op minerale olie, inclusief organische stof en lutum.  2 Grondmengmonsters van de bovengrond op het standaardpakket grond1, inclusief organische stof en lutum.  1 Grondmengmonster van de ondergrond op het standaardpakket grond1, inclusief organische stof en lutum.  1 Grondwatermonster op het standaardpakket grondwater². ____________________________

1 standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB's (7), minerale olie incl. lutum en organisch stof. ² standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie.

Asbest In eerste instantie wordt het asbestonderzoek beperkt tot zintuiglijke waarnemingen tijdens het hierboven voorgestelde onderzoek. Het veldwerk zal worden uitgevoerd door een veldmedewerker met ervaring met asbestonderzoek in de bodem die tevens de cursus ‘Asbestherkenning in grond en puin’ heeft gevolgd. Mochten deze waarnemingen aanleiding geven tot verder onderzoek dan kan hiertoe alsnog worden overgegaan. Op deze wijze kan onzes inziens op praktische wijze een eerste indruk worden verkregen van het al dan niet voorkomen van asbest in de bodem.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 10

3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN EN ANALYSES 3.1 Veldwerkzaamheden Alvorens aan te vangen met de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden. Bij de terreininspectie is opgemerkt dat er een bestaande peilbuis aanwezig is. Deze is aanvullend bemonsterd en onderzocht. Het veldwerk is geheel conform de systematiek uit de BRL SIKB 2000 versie 6.0 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ met de daarbij horende protocollen 2001 (versie 6.0) en 2002 (versie 6.0) uitgevoerd. Er zijn géén afwijkingen vastgesteld. Het veldwerk is door G. Peeters op 25-5-2021 uitgevoerd. De bemonstering van het grondwater is op 1-6-2021 door G. Peeters uitgevoerd. Voor een overzicht van geplaatste boringen en peilbuis wordt verwezen naar de situatietekeningen opgenomen in bijlage 4. 3.2 Veldwerkwaarnemingen Grond Vanaf onderzijde van de verharding tot circa 1,0 m–mv bestaat de bodem uit matig fijn zand gevolgd door zeer fijn zand tot de maximale boordiepte van 2,0 m–mv. Lokaal, boring 04 (1,0-2,0 m-mv) bestaat het gehele bodemtraject uit matig fijn zand. Tijdens het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal beschreven en zintuiglijk beoordeeld. Tabel: zintuiglijk waargenomen afwijkingen

boring Deellocatie B B04

diepte (m-mv)

waarnemingen

0,5-1,0

Zwak baksteenhoudend

Grondwater Tijdens het bemonsteren van de peilbuizen is de grondwaterstand (GWS), de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater vastgesteld. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen. Tabel: metingen grondwater

peilbuis Bestaande peilbuis Deellocatie B B01

filter (m-mv) -

GWS (m-mv) 0,65

1,2-2,2

0,68

pH

7.51

EC (µs/cm) 980

6.5

880

NTU

114 14.1

De pH en EC geven geen aanleiding tot opmerkingen. In het bemonsterde grondwater is echter wel een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij dit onderzoek is voor geen enkele organische parameter in het grondwater een concentratie boven de tussenwaarde gemeten. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 11

voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. In bijlage 5 is de veldwerkrapportage opgenomen. 3.3 Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is samengevat in de navolgende tabel. Tabel: uitgevoerd laboratoriumonderzoek

monstercode Bestaande peilbuis Deellocatie A MMA 01 Deellocatie B MMB 02 MMB 03 MMB 04 M05 MM06 B01

traject (m –mv) -

boringnummers

analysepakket

-

Minerale olie en vluchtige aromaten

0,1-0,6

A01 en A02

Minerale olie, inclusief organische stof en lutum

0,0-0,3 0,1-0,6 0,3-0,5 0,1-0,6

B01 B02 en B03 B01 B05 t/m B07, B09 B01

Standaardpakket grond1

B04

Minerale olie, inclusief organische stof en lutum Minerale olie, inclusief organische stof en lutum Standaardpakket grondwater2

0,5-1,0 1,0-1,5 1,7-2,2 0,1-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 1,2-2,2

B04 -

____________________________

Standaardpakket grond1 Standaardpakket grond1

1 standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB's (7), minerale olie incl. lutum en organisch stof. ² standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie.

De analysecertificaten zijn in bijlage 6 opgenomen.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 12

4. ANALYSERESULTATEN In bijlage 7 zijn de berekende toetsingstabellen met de berekende toetsingswaarden opgenomen. In bijlage 8 is een nadere uitleg omtrent de toetsing opgenomen. 4.1 Analyseresultaten grond In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de grond weergegeven. Tabel: interpretatie analyseresultaten grond

Deellocatie A MMA 01 (A01 en A02: 0,1-0,6 m-mv) Deellocatie B MMB 02 (B01: 0-0,3 en 0,3-0,5; B02 en B03: 0,1-0,6 m-mv) MMB 03 (B05 t/m B07 en B09: 0,1-0,6 m-mv) MMB 04 (B01: 0,5-1; 1-1,5; 1,7-2,2 m-mv) M05 (B04: 0,1-0,5 m-mv) MM06 (B04: 0,5-1; 1-1,5 m-mv)

> AW Wbb¹

>T Wbb¹

>I Wbb¹

-

-

-

Minerale olie Minerale olie Minerale olie Minerale olie

-

-

Verklaring van de afkortingen ¹ Normering Wet Bodembescherming >AW: Groter dan achtergrondwaarden >T: Groter dan tussenwaarden >I: Groter dan interventiewaarden

4.2 Bespreking grond Deellocatie A Wet bodembescherming In het monster van de bovengrond (0,1-0,6 m-mv) is analytisch géén verhoogd gehalte aan minerale olie vastgesteld. Deellocatie B Wet bodembescherming In de monsters van de bovengrond (MMB 02: 0,0-0,5 m-mv, MMB 03: 0,1-0,6 m-mv en M05: 0,10,5 m-mv) is analytisch een licht verhoogd gehalte aan minerale olie vastgesteld. In de monsters van de ondergrond (MMB 04: 0,5-2,2 en MM06: 0,5-1,5 m-mv) is analytisch enkel voor monster MM06 een licht verhoogd gehalte aan minerale olie boven de achtergrondwaarden aangetroffen. De licht verhoogde gehalten zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn van dien aard dat deze géén verdere aandacht behoeven. 4.3 Analyseresultaten grondwater In onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van het grondwater geïnterpreteerd aan de hand van de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 13

Tabel: interpretatie analyseresultaten grondwater

Bestaande peilbuis Deellocatie B Peilbuis B01 (1,2-2,2 m-mv)

>S -

>T -

>I -

Barium en naftaleen

-

-

Verklaring van de afkortingen >S: Groter dan streefwaarden >T: Groter dan tussenwaarden >I: Groter dan interventiewaarden

4.4 Bespreking grondwater Wet bodembescherming Bestaande peilbuis In het grondwater ter plaatse van de bestaande peilbuis zijn analytisch géén verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten vastgesteld. Deellocatie B In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en naftaleen aangetoond. Van barium is bekend dat dit in verhoogde concentraties in het grondwater kan worden aangetroffen zonder aanwijsbare bron. De in onderhavig onderzoek gemeten concentratie kan als een van nature verhoogde achtergrondwaarde worden beschouwd. Het licht verhoogde gehalte aan naftaleen is niet eenduidig te verklaren, maar is van dien aard dat deze géén verdere aandacht behoeft.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 14

5. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN ADVIES 5.1 Samenvatting Door Vitus Groep is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Parallelweg 3 te Renswoude. In verband met de aanvraag van een nieuw bestemmingsplan t.b.v. sloop- en bouwwerkzaamheden is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. De werkzaamheden bestaan uit het slopen van de bestaande loods en de realisatie van een nieuwe loods en een nieuw bedrijfspand tegen het bestaande bedrijfspand aan. Het verkennende bodemonderzoek is erop gericht om vast te stellen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de beoogde herontwikkeling. Het veldwerk is conform de SIKB-protocollen 2001 en 2002 uitgevoerd. Er zijn géén afwijkingen vastgesteld. Er is sprake van een tweetal deellocaties: A. Olie-/ vetafscheider (< 3m³). Onderzocht conform NEN 5740, paragraaf 5.4 (VEP-OO). B. Overige terrein, inclusief loods (1.100 m²). Onderzocht conform NEN 5740, paragraaf 5.6 (VED-HE). De onderzoeksresultaten kunnen als volgt puntsgewijs worden samengevat:  Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens is de locatie als verdacht aangemerkt en als zodanig onderzocht.  In het grondwater van de bestaande peilbuis zijn géén verhoogde gehalten aan minerale olie en aromaten vastgesteld.

Deellocatie A  Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond géén afwijkingen gevonden die wijzen op het voorkomen van een potentiële verontreiniging in de bodem van de onderzoekslocatie.  In de grond (0,1-0,6 m-mv) is analytisch géén verhoogd gehalte aan minerale olie vastgesteld. Deellocatie B  Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond, lokaal afwijkingen (zwak baksteenhoudend) gevonden die wijzen op het voorkomen van een potentiële verontreiniging in de bodem van de onderzoekslocatie.  In de monsters van de bovengrond (MMB 02: 0,0-0,5 m-mv, MMB 03: 0,1-0,6 m-mv en M05: 0,1-0,5 m-mv) is analytisch een licht verhoogd gehalte aan minerale olie vastgesteld.  In de monsters van de ondergrond (MMB 04: 0,5-2,2 en MM06: 0,5-1,5 m-mv) is analytisch enkel voor monster MM06 een licht verhoogd gehalte aan minerale olie boven de achtergrondwaarden aangetroffen.  In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en naftaleen vastgesteld.

P2000534 4 juni 2021

verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 15

5.2 Conclusie Geconcludeerd moet worden, dat gezien het feit dat er gehalten boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond, de onderzoekshypothese verdacht in de zin van de NEN 5740 aangenomen dient te worden. Het licht verhoogde gehalte aan minerale olie in de grond, ter plaatse van deellocatie B, is niet eenduidig te verklaren, maar is van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeft. De lokaal licht verhoogde gehalten aan barium en naftaleen in het grondwatermonster zijn niet eenduidig te verklaren, de concentraties zijn echter van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven. 5.3 Advies Op basis van de thans beschikbare gegevens wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan onzes inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen aanvraag voor een bestemmingswijziging en de geplande werkzaamheden (slopen bestaande loods en realisatie van een nieuwe loods en bedrijfspand).

BIJLAGE 1 KADASTRALE KAART

Kadastrale kaart

Uw referentie: P2000534

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Renswoude G 1081

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 9 september 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BIJLAGE 2 FOTO’S EN TEKENING ONDERZOEKSLOCATIE

BIJLAGE 3 HISTORISCHE INFORMATIE

Rapportnummer: 09-P-380 Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude Opdrachtgever: Rens de Bruyn B.V. Batuwseweg 44 3412 KZ Lopikerkapel Contactpersoon: dhr. R. de Bruyn

HOPMAN EN PETERS HOLDING B.V. Erichem, 15 april 2010 Opgesteld door: Gecontroleerd door:

ing. A.W. Ursinus ing. H.L.J.A. Peters

Zeist:

Erichem:

Jac. van Lenneplaan 31 Postbus 253 3700 AG Zeist

Erichemseweg 64 4117 GL Erichem

tel. 030-6915931 fax 030-6911339

tel. 0344-572283 fax 0344-572256

VKB protocol 2001 en 2002

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 5

2. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN EN ANALYSES 2.1 Algemene gegevens Adres Kadastraal bekend Gebruik Oppervlakte totale onderzoekslocatie Coördinaten

: Parallelweg 3 te Renswoude : Gemeente Renswoude, sectie G, nummer 1080 : Loonwerkersbedrijf : circa 8.000 m² : X - 163.907

Y - 451.175

In bijlage 1 zijn de kadastrale kaart en de omgevingskaart van de onderzoekslocatie opgenomen. 2.2 Actuele en historische gegevens Ten behoeve van het vaststellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de historische gegevens zoals verstrekt door de opdrachtgever, de gemeente Renswoude en de provincie Utrecht. Daarnaast is het bodeminformatiesysteem www.bodemloket.nl geraadpleegd. De navolgende gegevens zijn van de onderzoekslocatie bekend: Wet Milieubeheer 1994 Op de locatie is in 1994 een aanvraag WM-vergunning ingediend bij de gemeente Renswoude. De vergunning is in 1994 verleend. Het terreingebruik en indeling kan op basis van WMtekening van 1994 als volgt worden samengevat: x Op de locatie van de huidige werkplaats bevond zich in het verleden ook de oude werkplaats (rhomeyloods). In de werkplaats waren aanwezig een smeerput, werkbank, opslag voor motorolie en een olietank voor afgewerkte olie. x Ten noorden van de werkplaats bevond zich de wasplaats en een bovengrondse opslag van 3 olietanks. x Oostelijk van deze opslagplaats en de wasplaats bevond zich een olie-vetafscheider. x Ter plaatse van het huidige kantoor bevond zich een bergruimte/schuur. x Op het terrein is sprake van een terreinriolering met een lozingspunt op de nabij gelegen sloot. Wet Milieubeheer 2001 Op de locatie is in 2001 een nieuwe WM-vergunning verkregen van de gemeente Renswoude.

Het terreingebruik en indeling kan, op basis van revisie-tekening Wet Milieubeheer van 2001, als volgt worden samengevat: x De huidige werkplaats is gerealiseerd op de plaats van de oude werkplaats. In de werkplaats waren aanwezig een smeerput, werkbank, opslag voor motorolie en een olietank voor afgewerkte olie. x Ten noorden van de werkplaats bevond zich de wasplaats en een bovengrondse opslag van 3 olietanks. Deze situatie lijkt ongewijzigd ten opzichte van de situatie van 1994. x Oostelijk van deze opslagplaats en de wasplaats bevond zich een olie-vetafscheider. x Ter plaatse van de oude bergruimte/schuur is een onderkelderd kantoor gebouwd. x Op het terrein is sprake van een terreinriolering met een lozingspunt op de nabij gelegen sloot. x Op het oostelijk deel van het terrein is een overkapping aanwezig voor de opslag van (oude) machines.

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

x

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 6

Aan de oostzijde wordt het terrein afgescheiden door een betonnen keerwand. Op de zuidgrens van het terrein is een aarden wal van ca. 1,5 meter hoogte aangebracht als scheiding.

Interview met voormalige werknemers Uit de gesprekken die gevoerd zijn met oud-medewerkers is het volgende mee te delen. x Het meest noordelijk terreindeel is in een later stadium (medio 2000) bij het opslagterrein getrokken. Op dit terrein vond opslag plaats van (wegenbouw)materialen en uit werken vrijgekomen grond. x Op het oostelijke terreingedeelte heeft opslag plaatsgevonden van grond, puin zand en tuinafval. x In de loop der jaren is het terrein voorzien van een bestrating. Op het oostelijke terreingedeelte bevindt de bestrating zich nog onder de aangebrachte asfaltverharding. x Op sommige, niet nader aangeduide, plaatsen is onder de bestrating een laag puin toegepast om de draagkracht van het terrein te verbeteren. Uitgevoerde bodemonderzoeken. Op de locatie is één bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van het vastleggen van de 0-situatie in het kader van de Wet Milieubeheer. Dit betreft het onderzoek: "Verkennend bodemonderzoek aan de Parallelweg 3 te Renswoude", Broekhuizen Milieukundig Adviesbureau (BMA), oktober 1994, projectnummer: 5.1.245.94. De bevindingen van het rapport kunnen als volgt worden samengevat: x Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de werkplaats en wasplaats. x In totaliteit zijn 4 boringen uitgevoerd waarvan 1 boring is afgewerkt met een peilbuis. x Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond geen afwijkende waarnemingen gedaan.

x Analytisch wordt in het mengmonster van de bovengrond afkomstig van de 4 boringen een sterk verhoogde concentratie vastgesteld van PAK. Van dit mengmonster zijn de individuele monsters apart geanalyseerd. In al de monsters wordt een sterk verhoogde concentratie van PAK vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de normering voor PAK in 1998 is gewijzigd. Thans betreft het een licht verhoogde concentratie. De overige onderzochte stoffen worden in relevant verhoogde concentraties vastgesteld. In het grondwater worden geen relevant verhoogde concentraties van de onderzochte stoffen vastgesteld Op basis van de bekend zijnde gegevens kan het volgende over de locatie worden geconcludeerd: x Als verdachte deellocaties op het terrein in het kader van de wet bodembescherming worden de volgende locaties aangemerkt: A) Werkplaats. B) Opslag brandstoffen (tankplaats) en wasplaats noordelijk van de werkplaats. C) Olie- en vetafscheider. x Daarnaast dient het oostelijk en noordelijk terreingedeelte in beginsel als verdacht te worden aangemerkt omdat hier in het verleden opslag van grond heeft plaatsgevonden. x Op een niet nader aan te duiden deel van het terrein is puin toegepast als verhardingslaag onder de later aangebracht bestrating. x Met betrekking tot deze 2 laatstgenoemde terreingedeelten kan worden gesteld dat beïnvloeding van de bovengrond kan hebben plaatsgevonden.

Omdat niet duidelijk is waar dit precies heeft plaatsgevonden wordt voorgesteld het gehele opslagterrein te onderzoeken als zijnde een onverdacht terreingedeelte.

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 7

2.3 Bodemopbouw en geohydrologie Gegevens hieromtrent zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO. In tabel 1 is de globale regionale bodemopbouw van het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen weergegeven. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zich op circa 6,0 meter boven NAP. Bodemlaag Deklaag

Traject (m-mv1) 0 –14

1e watervoerend pakket

14-18

Leem, klei

1e scheidende laag

18-32

Middel fijn t/m uiterst fijn zand, overgaand in matig grof t/m matig fijn zand, slibhoudend

Tabel 1:

Regionale bodemopbouw

Grondsoorten Middel fijn t/m uiterst fijn zand, overgaand in matig grof t/m matig fijn zand, slibhoudend

1

meter minus maaiveld

De stromingsrichting van het grondwater in het 1e watervoerend pakket is in het gebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen, globaal gezien westelijk gericht. Het freatische grondwater bevindt zich op circa 0,8 meter minus maaiveld. 2.4 Onderzoeksopzet Bij het bepalen van de onderzoeksopzet is uitgegaan van de onderzoekssystematiek zoals die is beschreven in de Nederlandse norm (NEN 5740, 2009). A. Werkplaats (opp. 250 m²) Conform de NEN 5740, paragraaf 5.3 (verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)), en gelet op de aanwezigheid van de (vml.) smeerput, dienen bij een locatie met deze oppervlakte (100-500 m²) de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk: x Het verrichten van 2 grondboringen tot 0,5 m-mv (0,5 m-verontreinigingskern), en; x Het verrichten van 1 grondboringen tot 2,0 m-mv (0,5 m-onderzijde smeerput), en; x Het verrichten van 1 grondboring tot 1,5 meter in het freatisch grondwater, welke zal worden afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit. Analyses: x 1 grondmengmonster van de bovengrond op het 'Standaard'-pakket grond¹, inclusief organische stof en lutum. x 1 grondmengmonster van de ondergrond, ter plaatse van de (vml.) smeerput, op het 'Standaard'-pakket grond¹, inclusief organische stof en lutum.

x 1 grondwatermonster op het ‘Standaard’-pakket grondwater². B. Tankplaats / wasplaats, opslag brandstoffen (opp. 150 m²) Conform de NEN 5740, paragraaf 5.3 (verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)) dienen bij een locatie met deze oppervlakte (100-500 m²) de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: _______________________________ 1

'Standaard'-pakket grond: zware metalen (9), Pak-totaal (10 van VROM), PCB's (7), minerale olie. ² ‘Standaard’-pakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie.

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 8

Veldwerk: x Het verrichten van 3 grondboringen tot 0,5 m-mv (0,5 m-verontreinigingskern), en; x Het verrichten van 1 grondboring tot 1,5 meter in het freatisch grondwater, welke zal worden afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit. Analyses: x 1 grondmengmonster van de bovengrond op het 'Standaard'-pakket grond¹, inclusief organische stof en lutum. x 1 grondwatermonster op het ‘Standaard’-pakket grondwater². C. Olie-/ vetafscheider (opp. <10 m²) Conform de NEN 5740, paragraaf 5.4 (verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO), ook toepasbaar voor ondergrondse olie-waterscheiders) dienen bij een locatie met deze inhoud (<3 m³) de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk: x Het verrichten van 1 grondboring tot 2,0 m-mv (0,5 m-onderzijde voorziening), en; x Het verrichten van 1 grondboring tot 1,5 meter in het freatisch grondwater, welke zal worden afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit. Analyses: x 1 grondmengmonster van de bovengrond op het 'Standaard'-pakket grond¹, inclusief organische stof en lutum. x 1 grondwatermonster op het ‘Standaard’-pakket grondwater². D. Overig terrein (opp.

6.000 m²) Conform de NEN 5740, paragraaf 5.1 (onverdachte locatie (ONV)) dienen bij een locatie met deze oppervlakte (5.000-7.000 m²) de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk: x Het verrichten van 12 grondboringen tot 0,5 m-mv, en; x Het verrichten van 3 grondboringen tot 2,0 m-mv (of grondwaterniveau, indien ondieper dan 2,0 m-mv), en; x Het verrichten van 1 grondboring tot 1,5 meter in het freatisch grondwater, welke zal worden afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van bepaling van de grondwaterkwaliteit. Analyses: x 2 grondmengmonsters van de bovengrond op het 'Standaard'-pakket grond¹, inclusief organische stof en lutum. x 2 grondmengmonsters van de ondergrond op het 'Standaard'-pakket grond¹, inclusief organische stof en lutum. x 1 grondwatermonster op het ‘Standaard’-pakket grondwater². In verband met het voorkomen van twee terreingedeelten waar opslag van grond e.d. heeft plaatsgevonden wordt voorgesteld om één extra mengmonster te nemen. Het terrein wordt dan zodanig ingedeeld dat van elk opslaggedeelte één mengmonster wordt verkregen. De volgende analyses worden ingezet: x 1 mengmonster van de bovengrond van het noordelijke terreingedeelte. x 1 mengmonster van de bovengrond van het oostelijke terreingedeelte. x 1 mengmonster van de bovengrond van het overige terreingedeelte.

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 19

4. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIEZEN 4.1 Samenvatting Door Rens de Bruyn B.V. is d.d. 5 februari 2010 aan Hopman en Peters Holding B.V. opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Parallelweg 3 te Renswoude. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek zijn de voorgenomen herontwikkelingsplannen. Doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel. Het verkennende bodemonderzoek is erop gericht om vast te stellen of op de onderzoekslocatie verontreinigingen aanwezig zijn. Het bodemonderzoek is conform de NEN 5740 en het veldwerk is conform de SIKB VKB protocollen 2001 en 2002 uitgevoerd. Er zijn geen afwijkingen vastgesteld. De onderzoeksresultaten kunnen als volgt puntsgewijs worden samengevat: - Op basis van de verzamelde actuele en historische gegevens zijn vier deellocaties gedefinieerd: o De werkplaats; o De tankplaats/ wasplaats en opslag brandstoffen; o Olie-/vetafscheider; o Overig terrein. - Zintuiglijk is in de opgeboorde grond van boring 6, nabij de tankplaats/ wasplaats een lichte (olie)film aangetroffen. In de overige opgeboorde grond zijn zintuiglijk geen afwijkingen vastgesteld.

Door visuele waarnemingen is geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen; - Werkplaats: o In het mengmonster van de bovengrond zijn analytisch licht verhoogde concentraties PAK en minerale olie vastgesteld; o In het mengmonster van de ondergrond zijn analytisch licht verhoogde concentraties kobalt en nikkel vastgesteld; o In het grondwatermonster is analytisch een licht verhoogde concentratie barium vastgesteld. - Tankplaats/ wasplaats: o In het mengmonster van de bovengrond zijn analytisch geen concentraties boven de achtergrondwaarden van de onderzochte parameters aangetroffen; o In het bovengrondmonster van boring 6 is analytisch een matig verhoogde concentratie minerale olie vastgesteld; o In het grondwatermonster is analytisch een licht verhoogde concentratie barium vastgesteld. - Olie/ vetafscheider: o In het mengmonster van de ondergrond zijn analytisch geen concentraties boven de achtergrondwaarden van de onderzochte parameters aangetroffen; o In het grondwatermonster is analytisch een licht verhoogde concentratie barium vastgesteld.

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

-

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 20

Overig terrein: o In het mengmonster van de bovengrond, voorzijde, is analytisch een licht verhoogde concentratie PAK vastgesteld; o In het mengmonster van de bovengrond, noordzijde, zijn analytisch geen concentraties boven de achtergrondwaarden van de onderzochte parameters aangetroffen; o In het mengmonster van de bovengrond, oostzijde, is analytisch een licht verhoogde concentratie PCB(7) vastgesteld; o In het grondwatermonster afkomstig uit peilbuis 25 is analytisch een licht verhoogde concentratie barium vastgesteld; o In het grondwatermonster afkomstig uit peilbuis 30 zijn analytisch geen concentraties boven de achtergrondwaarden van de onderzochte parameters aangetroffen.

4.2 Conclusies Geconcludeerd moet worden, dat gezien het feit dat er gehalten boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond, de onderzoekshypothese ‘verdacht’ voor de verschillende deellocaties gehandhaafd dient te blijven. De licht verhoogde concentraties zware metalen, PAK, PCB(7) en/of minerale olie in de diverse grondmengmonsters zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn allen van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven. De matig verhoogde concentratie minerale olie in het bovengrondmonster van boring 6, houdt verband met de zintuiglijk aangetroffen lichte (olie)film. Waarschijnlijk is op deze locatie sprake geweest van een morsing. Gelet op de aard (lichte (olie)film), onderliggende puinlaag en zintuiglijke waarnemingen en analytische bevindingen in de overige boringen, is hier sprake van een lokale matige verontreiniging met minerale olie. Onzes inziens behoeft dit geen verdere aandacht, wel dient bij eventuele herontwikkeling (ontgraving) rekening te worden gehouden met deze plaatselijke verontreiniging. De grond is niet geschikt voor hergebruik, en dient, bij ontgraving te worden afgevoerd naar een erkend verwerker.. De licht verhoogde concentraties barium in de diverse grondwatermonsters zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn allen van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven.

Op basis van de thans beschikbare gegevens wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Gezien de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat ten aanzien van de onderzoekslocatie, er een beperking geldt m.b.t. de grond nabij boring 6, voor het overige gelden er, uit milieuhygiënisch oogpunt, geen beperkingen gelden met betrekking tot de voorgenomen herontwikkeling. 4.3 Adviezen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model.

HOPMAN en PETERS HOLDING B.V. 09-P-380 15 april 2010

Verkennend bodemonderzoek Parallelweg 3 te Renswoude 21

Bij toetsing van de onderzoeksresultaten aan het generieke model wordt de indicatie verkregen dat de bovengrond ter plaatse van de werkplaats en het oostelijk terreindeel geschikt is als toepassing grond met bodemkwaliteitsklasse 'wonen' en dat de ondergrond ter plaatse van het voorterrein geschikt is als toepassing grond met bodemkwaliteitsklasse 'industrie' en als zodanig beperkt toepasbaar is. De grond nabij boring 6 is niet geschikt voor hergebruik, van de overige onderzochte grond is de indicatie verkregen dat deze geschikt is als grond met bodemkwaliteitsklasse 'achtergrondwaarde' en als zodanig onbeperkt toepasbaar zal zijn. Volledige duidelijkheid wordt pas verkregen indien een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd. Een alternatief voor de afzet van de overtollige grond kan mogelijk worden verkregen na toetsing aan het Actief Bodembeheer/Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Renswoude (indien aanwezig).

Ontgravingskaart bovengrond Landbouw/natuur Wonen Bedrijventerrein Rijks-, provinciale en spoorwegen

Bodemkwaliteitskaart gemeente Renswoude Kaart gemaakt door: Omgevingsdienst regio Utrecht, datum 15-09-2014, in opdracht van de gemeente Renswoude

±

0

155 310

620

1:25.000

930

1.240 Meter

Ontgravingskaart ondergrond Landbouw/natuur Bedrijventerrein Rijks-, provinciale en spoorwegen

Bodemkwaliteitskaart gemeente Renswoude Kaart gemaakt door: Omgevingsdienst regio Utrecht, datum 15-09-2014, in opdracht van de gemeente Renswoude

±

0

155 310

620

1:25.000

930

1.240 Meter

BIJLAGE 4 SITUATIETEKENINGEN MET BORINGEN EN PEILBUIS

N

B04 (ex.B06) B01 A01

B06

B05

B02

B07

A02 B03

B08 B09

25 m

peilbuis boring < 0.5m

Deellocatie A: olie-/ vetafscheider

boring < 1m boring < 1.5m boring < 2m

Deellocatie B: overige terrein, incl. bestaande loods

boring > = 2m inspect iegat sleuf slib depot overigen

sit uat ie t ekening onderzoek project code dat um paraaf schaal

Pa r a lle lw e g 3 Re n sw ou d e P2 0 0 0 5 4 3 2 6 -0 5 -2 0 2 1 1 :1 . 0 0 0 op A4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13771323/1