C2. Bijlage informatiebrief voortgang RES 1.0
Tekst van het document
Bijlage informatiebrief voortgang RES 1.0 Waar staan we nu? Afgelopen voorjaar was 20% van het RES-bod gerealiseerd. Tabel 1 geeft de stand van zaken weer zoals opgenomen in de NPRES Quickscan en betreft een meting van maart 2022. Van de opgave grootschalige opwek wind is momenteel 5% gerealiseerd, 80% in het voortraject en 15% is ambitie (peildatum maart 2022). Voor grootschalige opwek zon is ongeveer 25% gerealiseerd, 53% in het voortraject en ongeveer 22% ambitie. Tabel 1: resultaten NPRES Quickscan maart 2022
NPRES Quickscan
wind op land
zon op veld (>15kWp)
zon op dak (>15kWp)
totaal
eenheid
Ambitie
34
56
63
153
GWh
pijplijn (totaal)
152
190
103
445
GWh
Voortraject
152
14
166
GWh
RO procedure
110
110
GWh
Vergunningaanvraag
4
4
GWh
Vergunningverlening
12
12
GWh
subsidiebeschikking /
50
103
153
GWh
10
11
131
152
GWh
Totaal
196
257
297
750
GWh
Percentage van RES bod
26,13%
34,27%
39,60%
100,00%
bouw Gerealiseerd (31-122021)
Het huidige gerealiseerde vermogen, samen met het vermogen dat in de pijplijn zit, komt op een totaal vermogen van 0,6 TWh (600 GWh). Om 0,75 TWh te realiseren in 2030 is in de komende jaren nog veel inzet nodig van de RES-partners. De verwachting is dat enkele pijplijnprojecten op korte termijn worden gerealiseerd. De spijkerharde garantie dat de 0,75 TWh in 2030 is gerealiseerd, kan op dit moment niet worden gegeven. De RES-partners zullen, en willen, hiervoor alles uit de kast halen. Wat moeten we doen? In het Nationaal Programma RES (NPRES) is een tijdlijn (figuur 1) opgenomen met daarin verschillende mijlpalen. Deze zijn in figuur 1 aangegeven. De eerstvolgende belangrijke stap is het vaststellen van de RES 2.0 in juli 2023. Zoals eerder beschreven, wordt dit een monitoringsdocument. Een volgend belangrijk moment in deze planning is 1 januari 2025. Op die datum zullen vergunningen van grootschalige zon- en windprojecten verleend dienen te zijn. De resterende termijn van januari 2025 tot 2030 is o.a. nodig om plaatsing van windmolens voor 2030 te kunnen realiseren en voor alle projecten om aanspraak te kunnen maken op de dan nog beschikbaar zijnde SDE++-subsidies.
Figuur 1: planning NPRES tot 2030
De doorlooptermijn van de planvorming van een windproject neemt minimaal 2 jaar in beslag. Dit betekent dat uiterlijk begin volgend jaar de onderzoeken voor specifieke windprojecten gestart moeten worden, om op 1 januari 2025 de vergunningen te kunnen verlenen. In figuur 2 ziet u een schematische weergave van de procedure tot vergunningverlening. Figuur 2: Backcasting tijdspad vergunningverlening
Obstakels in uitvoering De planvorming van duurzame energieprojecten in RES Regio Foodvalley kent verschillende issues die een vlotte procedure vooralsnog in de weg staan. Er is (landelijk) sprake van netcongestie, het proces van een nieuw landelijk normenstelsel voor milieunormen van windturbines zorgt voor onduidelijkheid bij marktpartijen en bevoegd gezag en de instandhoudingsdoelstelling voor de wespendief op en rond de Veluwe levert ook uitdagingen op. Deze issues hoeven geen belemmering te zijn in de voortgang maar vergen wel een gezamenlijke aanpak van alle RES-partners om vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Stappen tot RES 2.0 In juli 2023 moet de RES 2.0 vastgesteld zijn. In RES 2.0 wordt een overzicht gegeven van de voortgang (realisatie, pijplijn, ambitie) die geboekt is sinds het uitbrengen van het bod in de RES 1.0. Dit met het oog op het verlenen van vergunningen voor windmolens in 2025 én het realiseren van de doelstellingen voor 2030 van dit bod van 0,75 TWh. Uit voorgaande blijkt dat dit haalbaar is, maar dat er wel sprake is van een zeer krappe tijdslijn.
Deze RES 2.0 monitoring behoeft een gezamenlijk onderbouwde uiteenzetting waarin in eerste instantie wordt vermeld dat vast wordt gehouden aan het bod van 0,75TWh, vervolgens dat op alle onderdelen (wind en zon) voortgang wordt geboekt, dat dit bod nog altijd haalbaar is én dat er een perspectief is op de issues die zich voordoen richting uitvoering (milieunormen, netcongestie en wespendief).