C1. Zienswijze Ontwerp Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG)
Tekst van het document
College
Nummer 616911/617911 Datum 3 februari 2026 Behandeld door
Aan: Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht T.a.v. gedeputeerde mw. Sterk Postbus 80300 3508 TH UTRECHT
M.H.T. Jansen Telefoonnummer 0318 578 150 E-mail m.jansen@renswoude.nl
Onderwerp Zienswijze Ontwerp Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Geachte mevrouw Sterk, Wij bedanken u voor de geboden mogelijkheid om zienswijzen in te dienen ten aanzien van het gepubliceerde Ontwerp-UPLG, de Ontwerp-Omgevingsvisie en de OntwerpOmgevingsverordening. Wij maken graag van de gelegenheid gebruik om onze zienswijze op de stukken in te dienen. Reactie vanuit de regio Foodvalley Als één van drie Utrechtse gemeenten maken wij onderdeel uit van de regio Foodvalley. Als gemeente Renswoude zijn wij betrokken geweest bij de opstelling van de reactie vanuit de regio Foodvalley op het ontwerp-UPLG. Bij deze onderschrijven wij die zienswijze en trachten in deze individuele reactie zoveel mogelijk overlap te voorkomen. Algemeen Als gemeente onderschrijven wij de ambitie van het UPLG om te komen tot een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied. Wij waarderen dat landbouw als volwaardige pijler daarin is opgenomen. Landbouw speelt in de regio, maar zeker ook in Renswoude, een cruciale economische en maatschappelijke rol. Communicatie Vanuit de provincie is bij de totstandkoming van dit ontwerp-UPLG gewerkt met een aantal versies. Begonnen is met een startnotitie in 2023 met een hackathon, gevolgd door een koersnotitie, een bespreekpuntennotitie, een concept-UPLG, diverse versies van het ontwerp (80%/90%) en nu ligt er het definitief ontwerp.
In alle fases is, veelal gezamenlijk met andere gemeenten of binnen de regio Foodvalley, gereageerd op de inhoud. Het verbaast ons dan ook dat er rigoureuze aanpassingen hebben plaatsgevonden tussen de 90%-versie en het nu voorliggende ontwerp. Ook vanuit de agrarische sector hebben wij veel signalen ontvangen dat er geen betrokkenheid meer is geweest tussen de 90%- en 100%-versie. Daarmee moet helaas gesteld worden dat het nu voorliggende ontwerp-UPLG inhoudelijk niet in gezamenlijkheid tot stand is gekomen en dat er geen sprake (meer) is van draagvlak. Wij Gemeente Renswoude zijn er dan ook van overtuigd dat er nu eerst een grote Postadres Postbus 8, 3927 ZL Renswoude verantwoordelijkheid bij de provincie ligt om het onderlinge vertrouwen Bezoekadres Dorpsstraat 4 te herstellen, want de voorgestelde uitvoering door middel van 3927 BD Renswoude gebiedsprocessen valt of staat met draagvlak en vertrouwen.
Pagina 1 van 4
Telefoon E-mail Website
0318 - 578 150 info@renswoude.nl renswoude.nl
KvK BTW IBAN
32163726 001104512B01 NL77 BNGH 0285 0070 84
Daarnaast is met een beroep op de AVG aangegeven dat geen gegevens gedeeld konden worden, bijvoorbeeld over welke eigenaren welke brieven hebben gehad. Van ons wordt verwacht als één overheid op te treden, maar dat is onmogelijk als we niet over dezelfde informatie beschikken. Ook het beschikbaar stellen van vergaderstukken aan bestuurders heeft niet altijd tijdig plaatsgevonden. Daarentegen willen wij wel onze waardering uitspreken over het proces dat nu na het verschijnen van het ontwerp wordt gevolgd. Daarin wordt transparant geopereerd met webinars en betrokkenheid van de provincie bij informatiebijeenkomsten. Toekomst landbouw/voedselzekerheid In deze zienswijze gaan wij concreet in op een aantal aspecten uit het ontwerp-UPLG, maar spreken allereerst in algemene zin onze zorgen uit over de toekomst van de landbouw in onze provincie en in onze regio. De afgelopen decennia staat de landbouw al erg onder druk door allerlei regelgeving, hetgeen onder meer geleid heeft tot veel stoppende boeren. Met het nu voorliggende ontwerp-UPLG en de daaruit voortkomende maatregelen zal (buiten de autonome ontwikkeling om) het aantal stoppende bedrijven verder toenemen. De vraag die dan terecht gesteld wordt en wat ons betreft ook beantwoord zal moeten worden, is welke kritische massa van de veehouderij de provincie voorstaat om de voedselzekerheid niet in het geding te laten komen.
Naast de agrarische bedrijven zelf gaat het daarbij ook om aanverwante bedrijven die van elkaar afhankelijk zijn, zoals transportbedrijven, voerproducenten, loonwerkers e.d.. Het is algemeen bekend dat voedsel in Nederland op een dierwaardige manier geproduceerd wordt. Maatregelen mogen er wat ons betreft niet toe leiden dat wij afhankelijk worden van het buitenland, waar dierenwelzijn minder hoog in het vaandel staat. Sociaal-economische impact Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat een plan als het UPLG gestoeld is op een wetenschappelijke basis en voornamelijk geschreven is vanachter een bureau. Weliswaar wordt landbouw als volwaardige pijler betrokken, maar de pijn die dergelijke plannen bij boerengezinnen veroorzaakt is vaak niet in woorden te vatten. Maatregelen die de afgelopen decennia de landbouw al hebben getroffen hebben grote sociaal-economische, maar ook emotionele impact gehad. Gelet op het steeds dwingender karakter van maatregelen zal het UPLG nog harder aankomen aan de keukentafel. In een brief van LTO Noord d.d. 14 januari 2026 zijn wij ook opgeroepen om hier extra aandacht voor te vragen. Wij willen de provincie verzoeken hiervan rekenschap te geven en ook deze impact nadrukkelijk te betrekken bij het maken van afwegingen. Een grondige sociaaleconomische impactanalyse (SEIA) is hierbij absoluut onmisbaar.
De mentale gezondheid van onze boeren gaat ons echt aan het hart en die weegt wat ons betreft erg zwaar. Lobby naar Rijk en Europa Het ontwerp-UPLG bevat maatregelen op het gebied van natuur, water en bodem die gebaseerd zijn op hogere regelgeving (Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn)). Het NPLG is door het rijk opgesteld om onder andere provincies opdracht te geven vorm te geven aan de maatregelen. Nu het kabinet het NPLG heeft ingetrokken, alsmede het hieraan gekoppelde transitiefonds, is het de vraag waarom de provincie toch is doorgegaan met het UPLG. Temeer omdat landelijk ook geluiden opgaan om te trachten de (met name Europese) regelgeving aangepast te krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van het uit de wet schrappen van de Kritische Depositiewaarde (KDW) en het stellen van een hogere vaste rekenkundige ondergrens voor stikstofuitstoot waaronder geen natuurvergunning nodig is (bijvoorbeeld 1 mol/ha/jr. in plaats van 0,005 mol/ha/jr.). Om die reden vragen wij u waarom niet ingezet wordt op een lobby om deze aanpassing van regelgeving te ondersteunen in plaats van maatregelen te treffen waarvoor nog geen door het rijk gesteund beleid geldt. Wij begrijpen dat Utrecht van het slot moet, maar zonder heldere rijksregels blijkt de nu voorgestelde rigoureuze aanpak later misschien niet nodig te zijn geweest.
Dit doet iets met het toch al broze vertrouwen. De provincie Utrecht loopt, met een aantal andere provincies, voorop om maatregelen vast te stellen. Worden de maatregelen teruggedraaid of afgezwakt, wanneer blijkt dat vanuit het rijk minder strenge normen gaan gelden?
Pagina 2 van 4
Wij willen uit het Ontwerp-UPLG nog een aantal concrete punten van zorg en aandacht naar voren brengen: 1. Perspectief voor de landbouw; 2. Afstemming met Gelderse aanpak en Foodvalley; 3. Gebiedsgerichte aanpak en maatwerk; 4. Financiële borging en fasering. Ad 1 Perspectief voor de landbouw Het UPLG schetst een transitie naar natuurinclusieve kringlooplandbouw en stelt ambitieuze doelen (50% natuurinclusieve bedrijven in 2030, 15% biologisch). Wij twijfelen aan het realiteitsgehalte van deze ambitie en vragen om concrete borging van verdienmodellen en langjarige contracten voor ecosysteemdiensten (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) en groenblauwe dooradering (GBDA)), zodat ondernemers zekerheid hebben. Naar onze mening kunnen ambities heel groot zijn, maar als de consument geen behoefte heeft aan dergelijke producten, dan gaat de markt dit niet in die mate oppakken. Haalbaarheid valt of staat met de marktwerking. Het kan niet de bedoeling zijn dat de agrarische sector permanent aan het subsidie-infuus moet liggen, omdat producten niet afgezet kunnen worden. Onze twijfel ziet ook op een aantal in onze ogen onrealistische maatregelen. Vanuit de praktijk bereiken ons berichten dat een generiek reductiepercentage van 90-95 met een vaste norm per dierplaats voor hokdierbedrijven vaak onrealistisch is, bijvoorbeeld waar het gaat om biologische bedrijven.
Wij verzoeken u om nadrukkelijk te benoemen dat dit percentage niet ‘heilig’ is, maar dat de best beschikbare techniek leidend zal zijn. Ook verzoeken wij u om concreet op te nemen dat de mogelijk na 2029 in te stellen generieke norm voor grondgebonden veehouderijen (40-42 kg ammoniak per ha per jaar) flexibel bij gebiedsprocessen kan leiden tot een hogere norm voor de één en een lagere norm voor de ander en daarmee een te stellen norm als gemiddelde te beschouwen. Het ene gebied is het andere niet en daarom zouden gebiedsgerichte normen, zoals men van plan is om in Gelderland toe te passen, wellicht beter werken en haalbaarder zijn dan deze generieke normering. Ook wordt bij de landbouw een forse extra wateropgave neergelegd. Opvallend is dat daarbij gebruik gemaakt wordt van verouderde cijfers, strengere normen en een wijze van beoordelen die afwijkt van de Europese. Innovatie en investeringen zijn noodzakelijk. Wij verzoeken u om voldoende provinciale en rijksmiddelen voor kennisprogramma’s, investeringssubsidies en ondersteuning van (in eerste instantie) PAS-melders en Interimmers. In dat kader zijn wij ook benieuwd naar het groeiperspectief van bedrijven. Stilstand is achteruitgang, dus wij vragen de provincie wanneer landbouwbedrijven ook weer kunnen gaan groeien en welke ontwikkelingsruimte er dan is.
Natuur is een langzaam herstellend fenomeen, dus in de praktijk zal in 2035 niet zichtbaar zijn dat de natuur voldoende hersteld is. Een juridische garantie dat niet na 2035 opnieuw maatregelen nodig zijn voor natuur-, bodem- en waterherstel is niet te geven, maar de provincie kan wel uitspreken dat de landbouw al maximaal belast wordt met maatregelen en dat u niet van zins bent om extra maatregelen op te leggen. Wij vernemen graag die intentie van u, zodat de landbouw nu al, ook voor na 2035, een toekomstperspectief geboden kan worden. Goede monitoring is daarbij onmisbaar. Ad 2 Afstemming met Gelderse Aanpak en Foodvalley De Gelderse Vallei is een samenhangend agrarisch gebied over provinciegrenzen heen. Wij vragen om intensieve afstemming met de provincie Gelderland en de regio Foodvalley, zodat stikstofreductie, verduurzaming en innovatie niet leiden tot ongelijk speelveld of tegenstrijdige regels. Afstemming van Utrechtse stikstofzones en emissienormen op de Gelderse maatregelen is nodig om rechtszekerheid en uitvoerbaarheid te waarborgen. In dat kader willen wij u oproepen om kennis te nemen van het uitvoeringsplan stikstof Foodvalley, waarin weliswaar ook stevige reductiemaatregelen staan, maar waarbij meer nadruk ligt op gebiedsdoelen en -maatregelen dan op generieke reductienormen.
Pagina 3 van 4
Voor Renswoude is het noodzakelijk dat afstemming plaatsvindt met de provincie Gelderland, omdat de beken die door Renswoude stromen hun oorsprong vinden over de provinciegrens. Ad 3 Gebiedsgerichte aanpak en maatwerk Het UPLG benoemt beekherstel en waterberging in de Gelderse Vallei. Wij vragen om maatwerk dat rekening houdt met de hoge veedichtheid en de economische vitaliteit van onze agrarische bedrijven. Wij willen daarnaast aandacht vragen om te voorkomen dat maatregelen voor hydrologie en stikstofreductie leiden tot onhaalbare beperkingen zonder reële alternatieven. In dat kader willen wij ook de essentiële percelen natuurlijke laagte – beekdalen benoemen. Op sommige plaatsen zijn stroken ingetekend om beken meer ruimte te kunnen geven. Dit gaat dan ten koste van landbouwareaal, terwijl voor extensivering van de landbouw juist meer grond nodig is. Wij pleiten voor maatwerk in gebiedsprocessen, want niet op alle plekken zal de geclaimde ruimte daadwerkelijk nodig zijn om doelen te kunnen bereiken. Ook willen wij in dit kader benoemen dat wat ons betreft het instrument onteigening voor de aanleg van nieuwe natuur onbespreekbaar is. Ad 4 Financiële borging en fasering Het UPLG erkent dat lange termijn financiering onzeker is. Wij verzoeken om heldere afspraken met het rijk over structurele middelen, zodat de transitie niet stokt en ondernemers niet in onzekerheid blijven.
Concluderend De gemeente Renswoude ondersteunt de integrale aanpak die het UPLG voorstaat, maar vraagt om: - Duidelijke borging van landbouwperspectief (verdienmodellen, subsidies, grondstrategie); - Afstemming met Gelderland en regio Foodvalley; - Maatwerk in de uitvoering voor de Gelderse Vallei; - Structurele financiering en rechtszekerheid. Deze zienswijze betreft mede een reactie op de ontwerp-omgevingsvisie en ontwerpomgevingsverordening, welke gelijktijdig ter visie zijn gelegd. Daar waar bovenstaande input op het ontwerp-UPLG betrekking heeft op de vertaling in concrete regels in de visie en verordening, beschouwen wij deze opmerkingen als mede ingediend op die stukken. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Renswoude, de secretaris
04-02-2026
ValidSigned door E.J. Jansonius E.J. op Jansonius 04-02-2026 de burgemeester
04-02-2026 ValidSigned door P. Doornenbal-van der Vlist 04-02-2026 P.opDoornenbal-van der Vlist
Pagina 4 van 4