C1. Rapport Leges Nijkerk Rekenkamercommissie
Tekst van het document
Dit maakt dat de leges “waardevast” blijven. Door verandering van beleid is het mogelijk dat de grondslag van de kostentoerekening wijzigt. Gebeurt dit expliciet a.g.v. veranderende wet- en regelgeving dan worden de leges sowieso per direct herzien. Omdat toch onder dekkingen in de kostentoerekening kunnen ontstaan -29-
onderschrijven we een periodieke herberekening van de kostenonderbouwing leges. Hierbij wordt gedacht aan eens per 4, max 5 jaar (deze laatste termijn sluit aan bij de termijn die staat voor de houdbaarheid van de beheerplannen). 3. In informatie aan de raad in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en jaarstukken is meer tekst en uitleg nodig over de kostenonderbouwing van de leges. En als tariefstijgingen nodig zijn, dan moet dat goed onderbouwd voorgelegd worden aan de raad. Een rekenvoorbeeld kan daarbij verhelderend werken. Dit vergroot het vertrouwen van de raad in de juiste toerekening van de kosten en komt tegemoet aan de wettelijke eis van transparantie. Reactie college: We starten in de begroting 2023 om de kostendekkendheid inzichtelijk te maken voor de onderzochte algemene leges en breiden dit in 2024 uit met de andere leges en tarieven. De voorbeelden van de partnergemeenten zullen hiervoor als inspiratiebron worden meegenomen. 4. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting en jaarstukken zou de mate / het percentage van kostendekkendheid van de leges opgenomen moeten worden. Dat inzicht hoeft niet per tarief gegeven te worden, maar kan op geaggregeerd niveau (bijvoorbeeld voor de groep leges burgerzaken, of leges omgevingsvergunningen). Dat leidt tot meer inzicht voor de raadsleden en de mogelijkheid tot bijsturing.
Reactie college: Zie ook onze reactie onder 3. We beraden ons, hoe dit helder voor het voetlicht te krijgen en daarmee de inzichtelijkheid voor de raad en andere actoren te vergroten.
Vervolg We gaan met de raad hierover in gesprek. In de opeenvolgende begrotingen en jaarrekeningen zullen we in de paragraaf lokale heffingen verslag doen over de voortgang van uw aanbevelingen. Met vriendelijke groet,
Burgemeester en wethouders van Nijkerk, de secretaris,
de heer D.J. van Huizen
de burgemeester,
de heer mr. drs. G.D. Renkema -30-
6.2 Nawoord rekenkamercommissie Wij danken het college van burgemeester en wethouders voor de reactie op de rapportage “Leges in Nijkerk: wie betaalt de rekening?”. Wij zijn verheugd dat het college zich herkent in de conclusies en voornemens is om de aanbevelingen over te nemen. Graag voegen we naar aanleiding van de reactie van het college op onze eerste aanbeveling nog het volgende toe. Uiteraard mag de gemeente niet verdienen op de leges, maar soms blijken de percentages in Nijkerk wel ver van de 100 % kostendekkendheid af te liggen. Dan is het goed dat de raad zich daar meer expliciet over uitspreekt dan nu het geval is. Wij zijn blij te lezen dat het college hierover een voorstel gaat doen aan de raad. Als de gemeenteraad de aanbevelingen overneemt, zullen wij de implementatie daarvan met belangstelling blijven volgen. Over ongeveer drie jaar zullen wij in principe een doorwerkingsonderzoek uitvoeren. Daarin kijken we hoe de door de raad overgenomen aanbevelingen zijn opgepakt en uitgewerkt. We bedanken de portefeuillehouder, de raadsleden en de medewerkers van de gemeente Nijkerk, die hebben meegewerkt aan dit onderzoek.
-31-
Bijlage 1 Bronnenlijst Gemeente Nijkerk -
Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Verbinden met ambitie’ (14 juni 2018) Jaarstukken 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020 + controleverklaring, accountantsverslag en managementletter accountant 2018, 2019, 2020 Begrotingen 2016, 2017, 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022 Informatie over berekening kostendekkendheid leges Memo ‘Leges omgevingsvergunningen en kostendekking’ (college van B&W, 18-01-2021) Modelverordening voor leges 2022 Overzicht bezwaren bouwleges 2019, 2020 Raadsvoorstel (2e gewijzigd voorstel) Wijzigen Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2019 (college van B&W, 4 juni 2019, 15 oktober en 21 november 2019) Raadsvoorstel tot vaststellen van de belastingverordeningen 2021 (raad, 12-11-2020) Raadsvoorstel tot vaststellen van de belastingverordeningen 2022 (raad, 25-11-2021) Raadsvoorstel ‘Wijzigen tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2020 ten aanzien van de leges kabels en leidingen’ (raadsvergadering 25-06-2020) Vernieuwde legesopbouw kabels en leidingen (raadsvergadering 21-11-2019) Verordening op de heffing en de invordering van leges 2014, 2018, 2019, 2020 en 2021, en bijbehorende tarieventabellen Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nijkerk houdende regels omtrent financieel beleid, beheer en inrichting van de financiële organisatie Financiële verordening 2019
Overig -
Atlas van de lokale lasten 2019, 2020 en 2021 (COELO, Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (01-07-2019) Gemeentewet Handreiking kostentoerekening leges en tarieven (Ministerie van BZK, oktober 2014) Kamerstuk 27751 nr. 3 (Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2000/2001) Leidraad legestarieven omgevingsvergunning (Ministerie van BZK, 15-04-2010) Ledenbrief wijziging modelverordening leges - inclusief bijlagen (VNG, 03-06-2021) Leges – feiten en visies ten aanzien van de Omgevingswet (VNG, 01-05-2019) Legesverordening 2019, jaarstukken 2019, programmabegroting 2021 van de gemeenten Bunschoten, Leusden en Putten (BNLP-gemeenten) Model kostenonderbouwing leges omgevingsvergunning (VNG, 01-04-2010) Model kostenonderbouwing leges Algemene Dienstverlening (VNG, 11-10-2011) Notitie kostendekkendheid leges (gemeente Leusden, 2010) Onderzoeksrapport ‘Leges bij vergunningaanvragen’ (Rekenkamer Amsterdam, 04-09-2019) Rekenkamerbrief Voorbereiding invoering Omgevingswet (Rekenkamer Nijmegen, 30-04-2020) Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 1998-585 Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2016-101 Leges en de Omgevingswet | VNG -32-
Bijlage 2 Respondenten Gemeente Nijkerk •
Heffings- en invorderingsambtenaar
•
Adviseur Bedrijfsvoering
•
Senior Planoloog
•
Portefeuillehouder
•
Twee raadsleden
Accountant van de gemeente Nijkerk
-33-
Bijlage 3 Paragraaf lokale heffingen begroting en jaarstukken Nijkerk Paragraaf lokale heffingen in begroting 2019 en 2020 Tarievenbeleid retributies Voor de inkomsten uit retributies is met kostprijsdekkende tarieven gerekend. In artikel 212 van de Gemeentewet is voorgeschreven dat de gemeenteraad via de financiële verordening regels stelt voor de wijze van kostprijsbepaling van de gemeentelijke diensten en producten. Daarbij moet tevens rekening worden gehouden met het Besluit Begroting en Verantwoording. De systematiek van toerekenen van kosten is uitgevoerd conform de Financiële Verordening en de belastingverordeningen. Bij de bepaling van de kostprijs zijn de bijdragen aan en van reserves overigens meegenomen.
Begrote inkomsten leges, uit begroting 2020, p. 47
Informatie in cijfers, jaarstukken 2020, p 58: Daadwerkelijke inkomsten uit leges in 2020:
-34-
In de Jaarstukken lezen we dat het toerekenen van kosten gebeurt conform de financiële verordening. Wat zegt de financiële verordening van Nijkerk (2019) over het toerekenen van kosten?
Financiële verordening, 2019 Artikel 12 Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten meegenomen die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. Bij de directe kosten, bedoeld in het eerste lid, worden meegenomen de rente en afschrijvingslasten van de in gebruik zijnde activa, de overheadkosten, en voor leges en retributies de compensabele BTW. 3. Bij de bepaling van de kostprijs worden meegenomen de bijdragen aan en van reserves. Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1. Het college doet de raad jaarlijks voorafgaand aan het begrotingsjaar een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, leges en lijkbezorgingsrechten. 2. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 16 Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV, in ieder geval de kostentoerekening op van de geraamde renteen overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht.
In de financiële verordening is de volgende toelichting opgenomen bij artikel 12 Kostprijsberekening: Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet meer doorberekend aan de taakvelden. Daarmee vervalt de mogelijkheid om de -35-
integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op taakvelden van de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening in beeld te brengen. De kostprijzen moeten daarom extracomptabel worden berekend en vastgelegd. Het eerste lid van artikel 12 bepaalt, dat de kostprijsberekeningen extracomptabel worden vastgelegd en dat de kostprijzen bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. Het tweede lid dat bij de directe kosten, bedoeld in het eerste lid, worden meegenomen de rente en afschrijvingslasten van de in gebruik zijnde activa, de overheadkosten, en voor leges en retributies (zoals rioolrechten, reinigingsrechten, afvalstoffenheffing e.d.) de compensabele BTW. Het derde lid bepaalt, dat ook bijdragen aan en onttrekkingen van reserves en voorzieningen worden betrokken bij de kostprijsberekening.
Toelichting Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, leges en heffingen is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 van de Gemeentewet). Het eerste lid van artikel 14 bepaalt, dat de raad de tarieven voor de belastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing jaarlijks vaststelt. Het vaststellen van prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, diensten of werken die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet, is een privaatrechtelijk besluit. Deze besluiten zijn een bevoegdheid van het college (eerste lid, onder e, van artikel 160 van de Gemeentewet), maar hebben wel invloed op de hoogte van de inkomsten en raken daarom ook het budgetrecht van de raad. Het tweede lid bepaalt, dat het college aan de raad jaarlijks een nota aanbiedt met daarin de kaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven voor erfpacht. De raad stelt deze nota vast. In de financiële verordening is de volgende toelichting opgenomen bij artikel 16 Lokale heffingen: In het BBV staat in artikel 10, welke informatie de paragraaf lokale heffingen in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd.
Een deel van de aanvullende informatie dient voor het met de begroting vaststellen van de gehanteerde omslagrente voor de kostprijsberekening van rechten en leges waarmee kosten in rekening worden gebracht. Ook wordt gevraagd de toerekening van de rente en de toerekening van de overheadkosten aan de verschillende rechten, leges en heffingen in beeld te brengen.
-36-
Bijlage 4 Tekstvergelijking paragraaf lokale heffingen BNLP-gemeenten Voorschrift uit Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), artikel 10, 2019: Voorgeschreven is dat de paragraaf lokale heffingen in de begroting en de jaarstukken ten minste bevat: •
de geraamde inkomsten
•
het beleid ten aanzien van de lokale heffingen
•
een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd
•
een aanduiding van de lokale lastendruk
•
een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid
Hieronder zijn de paragrafen lokale heffingen vergeleken van de ‘BNLP-gemeenten’: Bunschoten, Nijkerk, Leusden en Putten. Daarvoor zijn de jaarstukken 2019 en de programmabegroting 2021 gebruikt. Ook zijn de relevante artikelen van de financiële verordeningen van deze gemeenten met elkaar vergelijken. Met als doel om in beeld te brengen hoe andere gemeenteraden geïnformeerd worden over het beleid ten aanzien van de lokale heffingen.
Paragraaf lokale heffingen jaarstukken 2019 Nijkerk (Jaarstukken 2019, p. 77 en 78) Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Wettelijk kader Voorgeschreven is dat de paragraaf lokale heffingen ten minste bevat: • • •
de geraamde inkomsten het beleid ten aanzien van de lokale heffingen een overzicht op hoofdlijnen van kostendekkendheid van de diverse heffingen en de bijbehorende beleidsuitgangspunten • een aanduiding van de lokale lastendruk • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (specifieke heffingen), als op de heffingen waarvan de besteding ongebonden is (algemene dekkingsmiddelen). De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten en zijn daarom een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Een overzicht van de lokale heffingen en daarmee meer inzicht is -37-
daarom van belang voor de raad. Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid maakt het beeld van de lokale lasten compleet. Uitgangspunt in de regelgeving is dat tarieven voor een rechtstreekse dienstverlening niet meer mogen opbrengen dan zij aan werk kosten. Er is geen winstdoelstelling voor deze tarieven. Deze uitgangspunten hebben vooral gevolgen voor het tarievenbeleid van retributies in het algemeen en de tarieven van de afvalstoffenheffing en van het rioolrecht. Bij het onderdeel tarievenbeleid retributies komen wij hierop terug.
Tarievenbeleid belastingen Het beleid van de gemeente, is om de lastendruk voor burgers zo laag mogelijk te houden. Daarom bleef de tariefstijging op de diverse belastingen in de regel beperkt tot alleen een inflatiecorrecties om de effecten van de loon- en prijsontwikkelingen op te vangen. Voor 2018 bedroeg deze stijging 2,5%. Voor de inkomsten uit retributies wordt met kostprijsdekkende tarieven gerekend. In artikel 212 van de Gemeentewet is voorgeschreven dat de gemeenteraad via de financiële verordening regels stelt voor de wijze van kostprijsbepaling van de gemeentelijke diensten en producten. De systematiek van toerekenen van kosten wordt uitgevoerd conform de Financiële Verordening en de belastingverordeningen.
Tarievenbeleid retributies Voor de inkomsten uit retributies is met kostprijsdekkende tarieven gerekend. In artikel 212 van de Gemeentewet is voorgeschreven dat de gemeenteraad via de financiële -38-
verordening regels stelt voor de wijze van kostprijsbepaling van de gemeentelijke diensten en producten. Daarbij moet tevens rekening worden gehouden met het Besluit Begroting en Verantwoording. De systematiek van toerekenen van kosten is uitgevoerd conform de Financiële Verordening en de belastingverordeningen. Bij de bepaling van de kostprijs zijn de bijdragen aan en van reserves overigens meegenomen.
Bunschoten (Jaarstukken 2019, p.73, 75, 77) 2.1 Lokale heffingen Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf lokale heffingen is opgenomen in artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat tenminste de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Inleiding De belastingparagraaf behorende bij de begroting 2019 is op basis van deze uitgangspunten opgesteld. Bij de jaarrekening 2019 vindt aansluiting plaats bij deze opzet. De geraamde inkomsten worden daarbij aangevuld met tussentijdse aanpassingen en de definitief gerealiseerde inkomsten. Tevens wordt in deze belastingparagraaf tot uitdrukking gebracht of het beoogde beleid is gerealiseerd. Hierdoor kan de raad van de gemeente Bunschoten de in de begroting verwoorde uitgangspunten beter toetsen aan de behaalde resultaten.
Analyse rechten 2019 -39-
•
•
De leges burgerzaken vertonen in samenhang met de afdrachten een negatief resultaat van € 35.000,-. Dit tegenvallende resultaat heeft te maken met een nog groter effect dan begroot voor de tienjaarstermijn geldigheid van paspoorten (was voorheen vijf jaren). De leges omgevingsvergunning (bouwleges) vertonen een positief resultaat van € 103.000,-. Het is gebruikelijk om voorzichtig te begroten voor deze legesopbrengsten vanwege het onvoorziene karakter ervan.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen Belastingpolitiek Bij het opstellen van de ramingen van de inkomsten uit belastingen, bestemmingsheffingen en rechten voor de gemeentelijke begroting 2019 is uitgegaan van een vrij beperkte gemiddelde tariefswijziging. Daarbij is als algemeen uitgangspunt een verwacht inflatiepercentage voor 2019 gehanteerd van 2,50%.
Leges De tarieven voor 2019 zijn met 2,50% verhoogd.
Toelichting Algemene dienstverlening kan door wettelijke maximumtarieven niet kostendekkend worden doorberekend. Tevens wordt het effect zichtbaar van de lagere opbrengst afgifte paspoorten. Bij de omgevingsvergunningen is door een toename van de bouwactiviteiten een hogere opbrengst leges te zien. Bij de tussentijdse rapportage is deze bijgesteld met € 80.000,-, terwijl werkelijk nog € 23.000,- meer is ontvangen (dit is incidenteel en hier staan niet direct hogere kosten tegenover).
Leusden (Jaarstukken 2019, p. 83, 84) Paragraaf A Lokale heffingen Wettelijk kader -40-
In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid en de belangrijkste ontwikkelingen in 2019 met betrekking tot de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen.
Beleidskader Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn de volgende heffingen opgelegd: OZB, hondenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgeld en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. Bij de belastingen en tarieven zijn de volgende beleidsuitgangspunten toegepast: a. Aanpassing van tarieven met 3% in verband met de ontwikkeling van de inflatie; b. De tarieven voor het variabele deel van de afvalstoffenheffing zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2018; c. In 2019 is de eerste tranche van de afschaffing van de hondenbelasting uitgevoerd waarbij de tarieven met 10% zijn verlaagd; d. Streven naar kostendekkende heffingen, zo nodig met gebruikmaking van egalisatiereserve of –voorziening.
Opbrengst
Toelichting Bij de leges is een meeropbrengst van € 96.000 ontstaan door meer aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten.
-41-
Putten (Jaarstukken 2019, p. 36, 38) Paragraaf Lokale heffingen Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen, de leges en de overige heffingen die de gemeente oplegt. Er is informatie opgenomen over de volgende zaken: - Het beleid ten aanzien van de lokale belastingen; - Een overzicht van de begrote en de werkelijk ontvangen inkomsten uit belastingen en overige heffingen; - De lokale lastendruk in 2019; - Informatie over bezwaar, beroep en kwijtschelding.
De lokale belastingen zijn een belangrijk onderdeel van de “eigen” inkomsten van de gemeente en worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel voor het te voeren beleid. Algemene uitgangspunten Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de kadernota.
-42-
Kostendekking In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de leges toegelicht:
Paragraaf lokale heffingen programmabegroting 2021 Nijkerk (Programmabegroting 2021, p.46, 47, 48) -43-
Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Wettelijk kader Voorgeschreven is dat de paragraaf lokale heffingen ten minste bevat: • • • • •
de geraamde inkomsten het beleid ten aanzien van de lokale heffingen een overzicht op hoofdlijnen van kostendekkendheid van de diverse heffingen en de bijbehorende beleidsuitgangspunten een aanduiding van de lokale lastendruk een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid
De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (specifieke heffingen), als op de heffingen waarvan de besteding ongebonden is (algemene dekkingsmiddelen).
De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van gemeenten en zijn daarom een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Een overzicht van de lokale heffingen en daarmee meer inzicht is daarom van belang voor de raad. Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid maakt het beeld van de lokale lasten compleet.
Uitgangspunt in de regelgeving is dat tarieven voor een rechtstreekse dienstverlening niet meer mogen opbrengen dan zij aan werk kosten. Er is geen winstdoelstelling voor deze tarieven. Deze uitgangspunten hebben vooral gevolgen voor het tarievenbeleid van retributies in het algemeen en de tarieven van de afvalstoffenheffing en van het rioolrecht. Bij het onderdeel tarievenbeleid retributies komen wij hierop terug.
1.2 Beleid en inkomsten De inkomsten uit lokale heffingen worden in 2021 geraamd op € 20,3 miljoen. De opbouw is als volgt:
-44-
Tarievenbeleid belastingen Het beleid van de gemeente, is om de lastendruk voor burgers laag te houden. Daarom bleef de tariefstijging in de regel beperkt tot alleen een inflatiecorrectie. Ten opzichte van 2020 worden de tarieven van de diverse belastingen verhoogd met niet meer dan nodig is om de effecten van de loon- en prijsontwikkelingen op te vangen. Voor 2021 is deze stijging berekend op 2,1%. Daarnaast wordt de OZB overeenkomstig het dekkingsplan van de begroting 2020 met 2,2% extra verhoogd om een extra opbrengst van € 200.000 te genereren.
Tarievenbeleid retributies Voor de inkomsten uit retributies wordt met kostprijsdekkende tarieven gerekend. In artikel 212 van de Gemeentewet is voorgeschreven dat de gemeenteraad via de financiële verordening regels stelt voor de wijze van kostprijsbepaling van de gemeentelijke diensten en producten. Daarbij moet tevens rekening worden gehouden met het Besluit Begroting en Verantwoording. De systematiek van toerekenen van kosten wordt uitgevoerd conform de Financiële Verordening en de belastingverordeningen. Bij de bepaling van de kostprijs worden de bijdragen aan en van reserves overigens meegenomen.
-45-
Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) Deze wet is 14 mei 2019 door de Eerste Kamer aangenomen en start met een pilot in 2020, voor alle gemeenten, om uiteindelijk naar planning in 2022 (invoering is zoals in het voorjaarjaar van 2020 bekend is geworden, met een jaar uitgesteld, tevens wordt aansluiting gezocht met de nieuwe Omgevingswet die dan ook in werking treedt) volledig van kracht te gaan. Tussentijds heeft de minister de mogelijkheid de wet nog bij te stellen. Deze wet regelt dat het toezicht op de uitvoering van de gemeentelijk vergunning ook door een marktpartij kan plaatsvinden. Bij de oplevering van het Bouwwerk moet de aannemer aantonen dat aan de regelgeving is voldaan. De pilot verplicht voor 10% van de afgegeven vergunningen in deze gemeente, zal vooreerst eenvoudige vergunningen betreffen. Dit houdt dan in dat de gemeente geen toezicht op dat deel van de vergunning verlening meer hoeft uit te voeren. De legesverordening 2020 is hiertoe aangepast. Na evaluatie van de pilot medio 2020 en het besluit van de minister daarop, zal de legesverordening definitief kunnen worden aangepast in samenhang met de uitwerking van de implementatie van de nieuwe Omgevingswet.
Bunschoten (Programmabegroting 2021, p.83, 84, 86, 87, 88, 89, 90) 3.1 Lokale heffingen Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf lokale heffingen is opgenomen in artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat tenminste de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Begroting versus jaarrekening De belastingparagraaf in deze begroting is zo vormgegeven dat de uitwerking van de belastingparagraaf in de jaarrekening straks zoveel mogelijk overeenkomt. Dit is bevorderlijk voor de controlerende taak van de raad en verschaft een zo goed mogelijk inzicht. De verplichte onderdelen in deze paragraaf is uitgebreid met een “kostendekkingsoverzicht voor de verschillende leges en rechten”. Dit verschaft extra inzicht aan de raad hoe op begrotingsbasis omgegaan wordt met het kostendekkings-uitgangspunt en hoe dit zich -46-
straks vertaald in de jaarrekening. Bij het overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen is slechts het algemene kader geschetst van de verschillende heffingen die geheven worden in deze gemeente. In de belastingparagraaf voor de jaarrekening worden deze heffingen ook nader voorzien van kengetallen, resultaten en een nadere analyse van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote bedragen.
Egalisatiereserves De egalisatiereserves vormen een essentieel onderdeel van de kostendekking van de verschillende rechten. Egalisatiereserves hebben als voornaamste doel om grote tariefschommelingen te voorkomen. Ook kan een reserve worden opgebouwd om toekomstige vervangingsinvesteringen uit te bekostigen. Over de gewenste bandbreedte van deze reserves zijn nadere uitgangspunten geformuleerd. Aan de hand van deze uitgangspunten kan aan de hand van de stand van de egalisatiereserves worden bepaald hoe omgegaan moet worden met eventuele (extra) tariefmaatregelen om in een bepaalde termijn weer binnen de afgesproken bandbreedte te opereren. Dit kan zowel een verlaging als een verhoging van tarieven betreffen.
Na afronding van het dienstjaar wordt, in de belastingparagraaf behorende bij de -47-
jaarrekening 2021, een nadere analyse gegeven van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote opbrengsten.
Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De gemeentelijke inkomsten bestaan slechts voor een beperkt deel uit eigen belastinginkomsten (belastingen en rechten). Het overgrote deel van de gemeentelijke inkomsten wordt gevormd door de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en door specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid. De overige inkomsten van gemeenten zijn afkomstig uit onder andere bouwgrondexploitatie, beleggingen, huren, pacht, nutsbedrijven, handel en industrie.
Waarom zijn de eigen belastinginkomsten dan toch zo belangrijk? • • •
Door op lokaal niveau (de gemeenteraad) de afweging te maken welke voorzieningen tot stand worden gebracht en welke belastingheffing daarvoor nodig is, wordt een optimale democratische afweging gemaakt; Daarnaast kunnen eigen (belasting)inkomsten noodzakelijk zijn om de onvolkomenheden in de verdeling van de gelden uit het Gemeentefonds te kunnen opvangen; In toenemende mate worden ook de taken van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten. Bij de overdracht van de bijbehorende financiële middelen gaat het Rijk er in veel gevallen vanuit dat gemeenten de overgedragen taken efficiënter uit kunnen voeren dan het Rijk, zodat men op voorhand een zogenaamde efficiencykorting toepast op de bij de taak behorende geldstroom. Ook de kosten voor het opzetten van nieuwe taken wordt veelal niet, of slechts gedeeltelijk, door het Rijk gedragen. Een eigen lokaal belastinggebied is voor de lokale politiek dan een pré.
Tarievenbeleid Bij het opstellen van de ramingen van de inkomsten uit belastingen, bestemmingsheffingen en rechten voor de gemeentelijke begroting 2021 wordt uitgegaan van een vrij beperkte gemiddelde tariefswijziging. Daarbij is als algemeen uitgangspunt een verwacht inflatiepercentage voor 2021 gehanteerd van 2,20%.
Overige rechten •
Leges, verdeeld over drie clusters van samenhangende dienstverlening: - Algemene dienstverlening: verhoging van de tarieven met 2,20%; - Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: 2,20%.
-48-
•
Leges: deze worden geheven voor gemeentelijke dienstverlening in de vorm van met name administratieve diensten, zoals het behandelen van aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, het geven van inlichtingen, het verstrekken van afschriften, het afgeven van verklaringen, paspoorten, rijbewijzen etc. Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend.
Kostendekkingsoverzicht voor de verschillende leges en rechten De raad heeft als algemeen uitgangspunt dat alle leges en rechten kostendekkend moeten zijn. Dit houdt in dat 100% kostendekking op begrotingsbasis wordt nagestreefd, waarbij dit niet geldt voor de individuele dienstverlening maar voor het totaalpakket van het in een verordening (en/of titel) opgenomen diensten.
Totaaloverzicht kostendekking leges en rechten 2020 en 2021
Leges Voorgesteld wordt de tarieven voor 2021 met 2,20% te verhogen.
Titel 1. Algemene dienstverlening (onder andere leges burgerzaken/afdracht Rijksleges/overige leges) Toelichting: de opbrengst van de leges is naar beneden bijgesteld op basis van de ontwikkelingen bij de jaarrekening en vooral het effect van het minder vaak hoeven vervangen van rijbewijs en paspoort. Een deel wordt gecompenseerd door lagere afdracht rijksleges.
Titel 2. Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (bundeling van maximaal 25 -49-
vergunningen) Toelichting: De raming van de opbrengst is gebaseerd op een gemiddelde van de afgelopen periode en afgestemd op de te verwachten bouwontwikkelingen. Er is nog geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van invoering van de omgevingswet.
Titel 3. Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn (voornamelijk APV aangelegenheden) Toelichting: Titels 1 en 3 zijn nauw met elkaar verweven en niet zo eenvoudig uit elkaar te rafelen.
-50-
Leusden (Programmabegroting 2021, p.116, 117, 118, 119) Paragraaf A Lokale heffingen Kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Leusden kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen: •
Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting; • Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten. Zie de bijlage voor een korte beschrijving van deze belastingen en heffingen. In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 is vastgelegd dat de gemeentelijke belastingen in beginsel niet worden verhoogd. Inflatiecorrectie is wel toegestaan. Voor gemeentelijke dienstverlening en activiteiten waarbij dat van toepassing is blijft het principe van het streven naar kostendekkendheid uitgangspunt.
Bestuurlijke samenvatting De tarieven stijgen met 2% inflatie.
Uitgangspunten tarieven 2021 In de Kaderbrief 2021 zijn de volgende uitgangspunten genoemd: •
Inflatie: aanpassing van tarieven van belastingen en heffingen met 2%;
Opbrengst
-51-
Procentuele verdeling lokale heffingen
Kostenonderbouwingen heffingen Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten wordt opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De kostenonderbouwingen en gehanteerde uitgangspunten vindt u hier. NB rekenkamercommissie: hierna volgt geen tekst over de kostenonderbouwingen, maar volgt informatie over kwijtschelding.
Putten (Programmabegroting 2021, p. 43, 44, 47) Paragraaf Lokale heffingen
Inleiding -52-
Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Verhoging tarieven In het Coalitieakkoord 2018-2022 is als uitgangspunt opgenomen dat de belastingen slechts worden verhoogd met het percentage waarmee de prijzen stijgen. In 2020 zijn de belastingen in verband met de financiële positie van de gemeente extra verhoogd. Voor 2021 is een extra verhoging niet nodig. Dat betekent dat bij de onroerende zaakbelastingen, de forensenbelasting, de toeristenbelasting en bij diverse legestarieven alleen een prijsindexatie zal worden toegepast.
De toe te passen index wordt elk jaar opnieuw berekend met behulp van meerdere prijsontwikkelingscijfers. Beoordeling kostendekkendheid Jaarlijks wordt de kostendekkendheid van de gebonden heffingen in beeld gebracht. Eén keer in de drie jaar vindt een grote herziening plaats. Begin 2020 is de kostendekkendheid van riolering en afval beoordeeld. De uitkomsten daarvan zijn behandeld in de commissievergadering in juni 2020. De gevolgen voor de tarieven zijn in de Begroting 20212024 opgenomen. De kostendekkendheid van de leges, opgenomen in de legesverordening, was de afgelopen jaren als volgt:
De kostendekking van de leges burgerzaken, overige algemene dienstverlening en APVvergunningen is nagenoeg stabiel gebleven. De kostendekkendheid van de leges omgevingsvergunningen is in de afgelopen jaren fors gestegen. Bij de herziening van de legesverordening in 2017 zijn de tarieven/percentages van de leges voor bouwprojecten -53-
verhoogd, om zodoende 100% kostendekkend te zijn. In de praktijk blijkt dat we nu meer dan 100% kostendekkend zijn door hogere bouwsommen dan in 2017 geschat. De lasten (voor het overgrote deel personeelslasten) stijgen niet evenredig mee. De tarieven/percentages van de leges voor bouwprojecten zullen bijgesteld worden in de Legesverordening 2021.
Raming inkomsten in begroting In onderstaande tabel zijn de verwachte baten uit gemeentelijke belastingen en leges opgenomen:
-54-
Toelichting op de leges 10. Leges omgevingsvergunningen (inclusief welstand) De leges omgevingsvergunningen stijgen met 2,2% inflatiecorrectie.
11. Leges burgerzaken Een deel van de leges burgerzaken zijn gemaximeerd door het Rijk. De overige leges burgerzaken stijgen met 2,2% inflatiecorrectie exclusief de leges die gemaximeerd zijn door het Rijk. De leges burgerzaken zijn niet kostendekkend, wat onder andere wordt veroorzaakt doordat de leges zijn gemaximeerd vanuit het Rijk.
12. Leges APV-vergunningen De leges voor de APV-vergunningen stijgen met 2,2% inflatiecorrectie.
13. Leges overige algemene dienstverlening Dit betreffen de leges voor ondergrondse infrastructuren, verkeer en vervoer (o.a. -55-
gehandicaptenparkeerkaarten) en registratie in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. Deze leges stijgen met 2,2% inflatiecorrectie.
Actuele financiële verordeningen (Nijkerk 2019, Leusden en Putten 2017, Bunschoten 2018; ze zijn geldig tot op het moment van schrijven) De Jaarstukken van de gemeente Nijkerk geven aan dat het toerekenen van kosten gebeurt conform de financiële verordening. Wat zegt de financiële verordening 2019 over het toerekenen van kosten?
Nijkerk (Financiële verordening 2019) Artikel 12 Kostprijsberekening 4. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten meegenomen die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 5. Bij de directe kosten, bedoeld in het eerste lid, worden meegenomen de rente en afschrijvingslasten van de in gebruik zijnde activa, de overheadkosten, en voor leges en retributies de compensabele BTW. 6. Bij de bepaling van de kostprijs worden meegenomen de bijdragen aan en van reserves. Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1. Het college doet de raad jaarlijks voorafgaand aan het begrotingsjaar een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, leges en lijkbezorgingsrechten. 2. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 16 Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV, in ieder geval de kostentoerekening op van de geraamde rente- en overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht.
Toelichting bij artikel 12 Kostprijsberekening Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in -56-
rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs.
Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet meer doorberekend aan de taakvelden. Daarmee vervalt de mogelijkheid om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op taakvelden van de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening in beeld te brengen. De kostprijzen moeten daarom extracomptabel worden berekend en vastgelegd.
Het eerste lid van artikel 12 bepaalt, dat de kostprijsberekeningen extracomptabel worden vastgelegd en dat de kostprijzen bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead.
Het tweede lid dat bij de directe kosten, bedoeld in het eerste lid, worden meegenomen de rente en afschrijvingslasten van de in gebruik zijnde activa, de overheadkosten, en voor leges en retributies (zoals rioolrechten, reinigingsrechten, afvalstoffenheffing e.d.) de compensabele BTW.
Het derde lid bepaalt, dat ook bijdragen aan en onttrekkingen van reserves en voorzieningen worden betrokken bij de kostprijsberekening.
Toelichting Artikel 14 Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten, leges en heffingen is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 van de Gemeentewet). Het eerste lid van artikel 14 bepaalt, dat de raad de tarieven voor de belastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing jaarlijks vaststelt.
Het vaststellen van prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, diensten of werken die niet vallen onder artikel 229 van de Gemeentewet, is een privaatrechtelijk -57-
besluit. Deze besluiten zijn een bevoegdheid van het college (eerste lid, onder e, van artikel 160 van de Gemeentewet), maar hebben wel invloed op de hoogte van de inkomsten en raken daarom ook het budgetrecht van de raad.
Het tweede lid bepaalt, dat het college aan de raad jaarlijks een nota aanbiedt met daarin de kaders voor de te hanteren prijzen, huren en tarieven voor erfpacht. De raad stelt deze nota vast.
Toelichting bij Artikel 16, Lokale heffingen In het BBV staat in artikel 10, welke informatie de paragraaf lokale heffingen in elk geval moet bevatten. In dit artikel wordt de aanvullende informatievraag van de raad gedefinieerd. Een deel van de aanvullende informatie dient voor het met de begroting vaststellen van de gehanteerde omslagrente voor de kostprijsberekening van rechten en leges waarmee kosten in rekening worden gebracht. Ook wordt gevraagd de toerekening van de rente en de toerekening van de overheadkosten aan de verschillende rechten, leges en heffingen in beeld te brengen.
Bunschoten (Financiële verordening 2018) Artikel 12 Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
2.Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald in overeenstemming met het achtste en negende lid. De uitkomst van dit -58-
percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.
Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1.Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van alle gemeentelijke tarieven.
Artikel 16 Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. De mate van kostendekkendheid van de rioolheffing en het reinigingsrecht; b. Het verloop van de gevormde egalisatiereserves; c. een analyse van de begrote opbrengsten en tarieven t.o.v. het voorgaande begrotingsjaar waardoor de raad goed inzicht heeft in de ontwikkeling van de lokale heffingen.
Leusden (Financiële verordening 2017) Artikel 11. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen, waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen en reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. De extracomptabele toerekening van de overhead aan lokale heffingen geschiedt volgens een jaarlijks vast te stellen percentage, zijnde: Kosten taakveld 0.4 Overhead gedeeld door het totaal van de aan de overige taakvelden toe te rekenen directe loonkosten. De raad stelt het percentage vast bij de begroting. -59-
4. Aan grondexploitaties, investeringen en voorziening groot onderhoud buitenruimte wordt bij het opstellen van de begroting een voorcalculatorische overhead toegerekend volgens een jaarlijks vast te stellen percentage, zijnde: Kosten taakveld 0.4 Overhead gedeeld door het totaal van de aan de overige taakvelden toe te rekenen directe loonkosten. De raad stelt het percentage vast bij de begroting. 5. Aan grondexploitaties, investeringen en voorziening groot onderhoud buitenruimte wordt bij het opstellen van de jaarrekening op basis van de realisatie een nacalculatorische overhead toegerekend conform het in de begroting vastgesteld percentage. 6. Het college neemt bij de kostprijsberekening van de leges de kaders in acht die de raad heeft gesteld in de Notitie kostendekkendheid leges. 7. Het college voegt relevante informatie over de kostprijsberekeningen van de belastingen toe aan de paragraaf lokale heffingen van de begroting.
Putten, Financiële verordening 2017 Artikel 11 Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de kosten worden betrokken: a. de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa; b. de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa; c. voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (btw); en d. de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen -60-
waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe personeelskosten die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde personeelskosten. 4. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond. Artikel 13 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen (OZB), de forensenbelasting, de toeristenbelasting, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, reinigingsheffing, begraafrechten en precariobelasting. 2. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 15 Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
a. een analyse van de begrote opbrengsten en tarieven t.o.v. het voorgaande begrotingsjaar waardoor de raad goed inzicht heeft in de ontwikkeling van de lokale heffingen; b. per heffing het percentage kostendekkendheid; c. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 11, vierde lid; en d. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht.
-61-