C Ministerie van Binnenlandse Zaken - Brief Ministerie van Binnenlandse Zaken
Tekst van het document
Ministerie van Onderwiis, Cultuur en Wetenschap
>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
De gemeenteraad van Renswoude Postbus B
3927 ZL RENSWOUDE
Rijnstraat 50
GEMEENTE RËNSWOUDE ingekomen
Den Haag Postbus 16375 2500 Bl Den Haag www.rijksoverheid. nl
I 5 0E0. 2020 Onze referent¡e 262L6528
NR.
Datum
11 december 2020
Betreft
Coronacrisis: extra rijksmiddelen voor de lokale cultuur
Geachte raad,
Op 16 november jongstleden heb ik de Kamer op de hoogte gesteld van de uitwerking van de € 4L4 miljoen specifieke steun voor de culturele en creatieve sector als gevolg van de coronacrisis. Deze steun is erop gericht om instellingen en makerc in de culturele en creatieve sector te ondersteunen bij de productie van tentoonstellingen, films en voorstellingen c.s. en zo de rijke culturele infrastructuur in ons land in stand te houden, Dit is niet alleen van belang voor het publiek, maar ook om de werkgelegenheid in de sector op peil te houden. In de thans voorliggende brief richt ik mij tot u, omdat er in 2021 ook een deel van deze € 4L4 m¡ljoen, te weten in totaal € 150 miljoen beschikbaar is voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld voor gemeenten, omdat Rijk en gemeenten gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de lokale infrastructuur. Van de totale overheidsuitgaven aan lokale culturele voozieningen komt ruim twee derde vanuit medeoverheden. Zij houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind: openbare bibliotheken, muziekscholen, centra voor de kunsten, musea, monumenten, schouwburgen, conceftzalen, vlakke vloer theaters, poppodia, filmhuizen, beeldende kunstinstellingen, amateurkunst, cultuureducatie en festivals.
Voor het landelijke gesubsidieerde aanbod, maar ook voor het niet-gesubsidieerde aanbod, zijn de lokale podia en organisaties essentieel als speel- en vertoningsplekken. Veel van deze instellingen komen door de coronacrisis in de problemen doordat ook daar activiteiten niet kunnen doorgaan en eigen inkomsten dalen. Met deze extra rijksmiddelen kunt u deze belangrijke instellingen ondercteunen en zo de lokale culturele infrastructuur in stand houden. Dit pakket is een veruolg op het eerste steunpakket voor cultuur in 2020 waarin € 48,5 miljoen matchingssubsidie voor de ondercteuning van regionale musea, (pop)podia en filmtheaters was opgenomen. Daarnaast hebben gemeenten en provincies in 2O2O aanvullende middelen gekregen, bestaande uit tweemaal € 60 miljoen voor gemeenten en € B miljoen voor de provincies voor de compensatie van inkomstenderuing door het kwijtschelden van de huur van culturele instellingen. Pag¡na 1 van 2
Ik heb er vertrouwen in dat u deze extra middelen voor dit specifieke doel, namelijk het ondersteunen van de lokale culturele infrastructuur, goed zult besteden. Hoe u dat doet is aan u: ondersteuning van instellingen en voorzieningen, ondersteuning van makers of het oprichten van een regionaal fonds. De keuze is aan u, aan de hand van de noden in de lokale culturele infrastructuur. Ik wijs u in dit kader ook op de samenloop van de NOW-subsidie met de sectorspecifieke aanvullende financiële steun. Het kabinet heeft in zijn brief over de aanpassing in het economisch steun- en herstelpakketl en de bijlage van 9 december een verduidelijking gegeven met betrekking tot het omzetbegrip binnen de NOW. Hierin wordt als uitgangspunt gehanteerd dat als a ndere corona-gerelateerde su bsidies volgens het jaarreken ingen recht als omzet/opbrengsten worden gezien voor de instelling, het ook omzet is voor de NOW. Voor 5 rijksbrede subsidies is hier een uitzondering op gemaakt, deze worden altijd gekwalificeerd als omzet voor de NOW (o.a. TVL, TOGS). Bepalend bij de vraag of iets tot de NOW omzet gerekend moet worden is of een subsidie aansluit bij de reguliere activiteiten van de instelling. Dit is niet het geval als de extra steun een verlaging van de bedrijfskosten betreft, zoals een huuruerlaging. Een compensatie voor misgelopen omzet dient wel tot de NOW omzet gerekend te worden.
Ook als de steun wordt gebruikt voor uitgaven die niet tot de reguliere bedrijfsactiviteit van de onderneming behoren, zoals een eenmalige praktische aanpassing, telt deze steun niet mee in de omzet. Voor een uitgebreide toelichting verwijs ik u naar de genoemde bijlage.
Onze referent¡e 262t6528
Deze aanvullende middelen van € 150 miljoen voor het jaar 202L worden via een decentralisatie-uitkering in de decembercirculaire 2020 aan de gemeenten beschikbaar gesteld. De verdeling is gerelateerd aan de lv3-uitvraag van het CBS over de gemeentelijke uitgaven aan cultuur in 2019. Hierdoor is de hoogte van het bedrag gerelateerd aan de aanwezige culturele infrastructuur die door elke gemeente wordt ondersteund. Een gemeente met hogere uitgaven heeft namelijk ook te maken met een grotere vraag om ondersteuning. Zo wordt het meest recht gedaan aan het bestaande cultuurbeleid van de gemeenten zelf en het doel van de steunmaatregelen.
Het bedrag dat uw gemeente onWangt, kunt u vinden in de komende decembercirculaire Gemeentefonds van de minister van Binnenlandse Zaken. Ook vindt u dit in de bijlage bij mijn Kamerbriefz, waarin een ovezicht van de verdeling van de middelen per gemeente is weergegeven. Een kopie van deze brief wordt ook vezonden aan het college.
Met vriendelijke groet,
de minister van Onde
en Wetenschap,
Ingrid van Engels l Kamerstuk 35420, nr. V, Noodpakket banen en economie; Brief van de m¡n¡sters van EZK, van FIN en van SZW, de staatssecretarissen van EZK, van FIN - Toeslagen en Belastingdienst en van SZW over aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronav¡rus, 9 december 2O2O 2 Kamerstuk 32820, nr, 400, Brief Minister van OCW, Uitwerking maatregelen tweede specifieke pakket voor de culturele en creatieve sector, 16 november 2020 Pagina 2 van 2