Brief aan gemeente Renswoude - zienswijze ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Gemeente Renswoude Postbus 8 3927 ZL RENSWOUDE
DATUM ZAAKKENMERK NUMMER UW BRIEF VAN
5 juli 2021 Z-GRO_OBP-2021-0909 822751AA 27 mei 2021
TEAM REFERENTIE DOORKIESNUMMER FAXr
UW NUMMER
E-MAILADRES
BIJLAGE(N)
ONDERWERP
GRO de heer P.A. Regter 06-52769649 030-2583139 Almer.Regter@provincie-utrecht.nl Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Groot Overeem II
Geachte leden van de gemeenteraad, Uw college van Burgemeester en wethouders heeft met ingang van 3 juni 2021 het ontwerpbestemmingsplan “Groot Overeem II” ter inzage gelegd. Het college heeft ons hierover conform artikel 3.8, lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geïnformeerd. Wij brengen op grond van het hierna omschreven ruimtelijk beleid onze zienswijzen en opvattingen over dit plan naar voren. Het provinciaal beleid Het provinciale ruimtelijk beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie provincie Utrecht (hierna: de visie) en in de Interim Omgevingsverordening (hierna: de verordening). In de verordening, die op 1 april 2021 in werking is getreden, zijn algemene regels opgenomen over de inhoud, toelichting of onderbouwing van onder meer bestemmingsplannen. Hiermee willen we een aantal provinciale belangen laten doorwerken naar het gemeentelijke niveau. Om deze belangen te borgen kunnen wij zo nodig het instrumentarium uit de Wro inzetten. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan geeft ons aanleiding tot het indienen van een zienswijze ten aanzien van het volgende onderdeel van het plan: Het bestemmingsplan is gericht op de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Groot Overeem. Deze uitbreiding is op zichzelf in overeenstemming met het provinciaal beleid en is opgenomen in het Regionaal Programma Wonen en Werken.
De begrenzing van het plangebied wordt aan de noord- en westzijde gevormd door de Lunterse Beek. Dit is een logische ruimtelijke begrenzing van de beoogde ontwikkeling. De beek zelf en de oevers zijn onderdeel van het NNN. Het bestemmingsplan voorziet niet in bedrijfsontwikkelingen binnen die NNN-zone. Wel moeten de planregels zodanig zijn dat de realisatie en het behoud van de waarden van het NNN zijn gewaarborgd.
College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111
In de Interim Omgevingsverordening is dit vastgelegd in artikel 6.2, Instructieregel bescherming natuurnetwerk Nederland 1.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het natuurnetwerk Nederland bevat bestemmingen en regels die strekken tot bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het natuurnetwerk Nederland.
2.
De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan.
Het bestemmingsplan is in de voorbereidende fase uitgebreid onderwerp van overleg geweest tussen verschillende partijen. Dit overleg had onder meer tot doel om het in het plangebied opgenomen deel van het NNN als zodanig vorm te geven en oplossingen te vinden voor de opgave van de benodigde waterberging. Wij constateren dat de uitkomsten van dat overleg, zoals die zijn opgenomen in de bijlage bij de toelichting (Bijlage 3 Inrichtingsplan beekzone Luntersebeek Groot Overeem 2), voldoen aan de belangen van het NNN en de wateropgave. Het inrichtingsplan is echter niet voldoende doorvertaald naar de planregels. De beekzone heeft in het bestemmingsplan de bestemming “groen” gekregen. In artikel 4 van de planregels zijn de gronden met deze bestemming bedoeld voor: (Begin citaat) Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, b. speelvoorzieningen, c. watergangen en -partijen, d. fiets- en voetpaden, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen, e. overige bij de bestemming behorende voorzieningen. (Einde citaat) Deze bestemmingsomschrijving wijst primair op een gebruik als plantsoen of wandelgebied. De natuurwaarden komen in deze bestemming niet voor. Deze planregel sluit een natuurontwikkeling niet per definitie uit, maar ondersteunt deze ook niet.
Er bestaat op basis van deze bestemming geen zekerheid over de realisatie van de hier voor genoemde doelen zoals deze zijn weergegeven in bijlage 3. Ook in de ambtelijke overlegreactie op het voorontwerp is hier op gewezen. Wij constateren dat er daarentegen wel de dubbelbestemming “Waarde – Ecologie” voor de betreffende zone is opgenomen. Deze dubbelbestemming ziet op instandhouding en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden teneinde flora- en faunaverbindingen te laten ontstaan tussen natuur- of natuurontwikkelingsgebieden. Het zou de NNN-aanduiding meer recht doen om de hoofdbestemming daarop te richten. De nu gegeven dubbelbestemming ondersteunt in algemene zin de na te streven doelen, zonder deze expliciet te benoemen. In het verlengde van dit artikel is het bovengenoemde inrichtingsplan opgesteld en als bijlage bij het plan gevoegd. Dit inrichtingsplan geeft in nauwkeurige beelden weer hoe de in deze dubbelbestemming genoemde doelen bereikt zullen worden. De bijlage is echter niet juridisch bindend gekoppeld aan de regels of aan de realisatie van het bestemmingsplan. Nu deze koppeling ontbreekt biedt het ontwerpbestemmingsplan in zijn huidige vorm onvoldoende waarborg voor het realiseren van de in bijlage 3 genoemde maatregelen.
Het lijkt ons zeer ongewenst dat de situatie kan optreden dat het “rode” deel van het plan wordt gerealiseerd en het “groene” deel daarbij achterblijft. Dit zou te ondervangen zijn door de twee aspecten van het bestemmingsplan aan elkaar te verbinden.
Behoort bij briefnummer: 822751AA
2 van 3
Nu de hoofdbestemming op het plandeel dat het NNN beslaat daarop niet is toegesneden én het ontbreken van een juridische verbinding van bijlage 3 met de regels brengt ons college tot het oordeel dat de realisatie van dit deel van het NNN onvoldoende geborgd is. Daarmee achten wij het ontwerpbestemmingsplan in strijd met artikel 6.2 Instructieregel bescherming natuurnetwerk Nederland van de Interim Omgevingsverordening. Vervolg We verzoeken u om bij de vaststelling van het plan rekening te houden met deze zienswijze. Ter borging van de provinciale belangen zullen wij –zo nodig– het instrumentarium uit de Wro aanwenden. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,
H.P. van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Omgevingswet, Energietransitie en Klimaat
Behoort bij briefnummer: 822751AA
3 van 3