CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bjilage 2 Concept-nota van beantwoording inspraakreacties

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling Visie Landelijk Gebied5.044 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Inspraak __________________________________________________________________________________

Concept gemeentelijke uitwerkingen van het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 april 2026

Nota inspraak en ambtshalve aanpassingen concept gemeentelijke uitwerkingen van het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 Gemeente Leusden, Renswoude en Woudenberg __________________________________________________________________________

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen Het ontwerp ‘gemeentelijke uitwerkingen van het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024’ heeft van 10 december 2025 tot en met 1 februari 2026 ter visie gelegen in het kader van inspraak. In die periode zijn bij de drie gemeenten inspraakreacties ingediend. 1.2 Status inspraaknota De gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg hebben besloten één gezamenlijke inspraaknota te maken. De nota maakt onderdeel uit van de vaststellingsprocedure. De ingediende reacties worden kort en zakelijk weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie. De ingediende reacties worden betrokken bij de besluitvorming tot vaststelling in de drie gemeenten. 1.3 Vervolg Het document ‘gemeentelijke uitwerkingen van het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024’ wordt in de gemeenten Renswoude en Woudenberg ter vaststelling aangeboden aan de betreffende raden. De gemeente Leusden kiest voor de verdere verwerking in een ‘programma’. Het programma wordt in overeenstemming met de Omgevingswet ter vaststelling aangeboden aan het college. 1.4 Ingekomen inspraakreacties 1.4.1 Leusden Gedurende de inspraakperiode zijn er in Leusden 5 inspraakreacties ontvangen, 4 inspraakreacties zijn binnen de termijn ontvangen en dus ontvankelijk, 1 inspraakreactie is buiten de termijn ontvangen, maar wordt wel ontvankelijk verklaard.

1.4.2 Renswoude Gedurende de inspraakperiode zijn er in Renswoude 3 inspraakreacties ontvangen, die alle drie binnen de gestelde termijn zijn ingediend en derhalve ontvankelijk zijn. 1.4.3 Woudenberg Gedurende de inspraakperiode zijn er in Woudenberg 4 inspraakreacties ontvangen, 3 inspraakreacties zijn binnen de termijn ontvangen en dus ontvankelijk. Eén inspraakreactie is buiten de termijn ontvangen, maar wordt wel ontvankelijk verklaard. Daarnaast zijn bij de drie gemeenten reacties ontvangen van provincie Utrecht en een ambtelijke reactie van de gemeente Scherpenzeel mede namens coördinatie overleg VAB Foodvalley/ regio Amersfoort.

In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving van de ingediende reacties weergegeven en is het gemeentelijk standpunt daarop verwoord. De reacties van de landgoederen De Boom, Den Treek Henschoten en Scherpenzeel, zijn bij de drie gemeenten nagenoeg eenduidig en worden dus ook in een keer beantwoord. In bijlage 1 zijn de volledige inspraakreacties geanonimiseerd weergegeven. 1.5 Ambtshalve aanpassingen In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve aanpassingen weergegeven.

Hoofdstuk 2 Inspraakreacties 2.1.1

Provincie Utrecht

Inspraakreactie De provincie spreekt haar waardering uit voor de visie en de samenwerking tussen de gemeenten Leusden, Renswouden en Woudenberg. De provincie stelt: “met de visie levert u een positieve bijdrage aan het behalen van de provinciale doelstellingen om stoppende boeren meer perspectief te bieden, erftransities te versnellen en te vereenvoudigen en daarmee ongewenst gebruik te voorkomen en toekomstbestendig gebruik te stimuleren”. Daarnaast attendeert de provincie de gemeenten op de herziening (ontwerp) van haar omgevingsbeleid (visie, verordening en programma’s) en de voorgestelde regels rondom VAB. Reactie gemeenten De gemeenteraden van de drie gemeenten hebben in 2024 het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 vastgesteld. Op basis van het afwegingskader zijn we aan de slag gegaan met de uitwerkingen. Wij hebben kennis genomen van de ontwerp verordening en wachten de definitieve verordening af en zullen dit bij de eerstvolgende evaluatie meenemen. Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding het ontwerp gemeentelijke uitwerkingen van het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 (hierna: het document) aan te passen. 2.1.2

Ambtelijke reactie gemeente Scherpenzeel mede namens coördinatie groep VAB Food Valley/ regio Amersfoort

Inspraakreactie a. Neem het verschuiven van het bouwvlak op onder voorwaarden b. Behoud binding bedrijf – bedrijfswoning Reactie gemeenten a. Aanpassen van het bouwvlak is al mogelijk op grond van het geldende beleid. Als verschuiving van het bouwvlak noodzakelijk is kan dit in combinatie met functieverandering binnen geldende beleidskaders. Wij zien geen aanleiding om hier in dit document iets over op te nemen. b. Het ligt in de lijn der verwachting dat de functie bedrijf en bedrijfswoning in het omgevingsplan gekoppeld blijft, gelijk aan het huidige beleid. Wij zien geen aanleiding om dit in het document verder te benadrukken. Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding het document aan te passen. 2.1.3

Landgoed Den Treek Henschoten/ Landgoed Scherpenzeel en Stichting De Boom

Inspraakreactie a. Rood voor rood, verzoek om conform huidig gemeentelijk en provinciaal beleid de bouw van 2 extra woningen toe te staan. Onduidelijkheid over sloopmetersystematiek. b. Nevenfuncties, uitsluiten van nevenfuncties bij niet-agrarische bedrijven. c. Niet-agrarische functies, verzoek niet toestaan van niet-agrarische functies in het buitengebied

d. Maatschappelijke functies, verzoek opnemen van een definitie van een zorgboerderij e. Maatschappelijke functies, verzoek kinderopvang als hoofdactiviteit niet toe te staan f. Recreatie, verzoek oppervlakte bebouwd (500m2) significant naar beneden bij te stellen Recreatie, verzoek verblijfsrecreatie als hoofdfunctie niet toe te staan. g. Recreatie, oppervlakte niet bebouwd, er wordt geen maximale oppervlakte benoemd voor onbebouwde grond, verzoek oppervlakte bebouwd en niet bebouwd samen te voegen. h. Laadvermogen en verkeersaantrekkende werking, vraag gemeente om een duidelijk standpunt in te nemen over de hoeveelheid bedrijven, functies en voorzieningen in het buitengebied. Reactie gemeenten a. In 2024 hebben de raden van de gemeente Leusden, Renswoude en Woudenberg het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley en regio Amersfoort (vanaf nu afwegingskader functieverandering) vastgesteld. Dit document biedt op hoofdlijnen de kaders voor de gemeenten in de regio Amersfoort en Foodvalley. Het is vervolgens aan de deelnemende gemeenten om deze regionale beleidskaders verder uit te werken in gebied specifiek beleid, afgestemd op de lokale ruimtelijke opgaven, de schaal en de gewenste ontwikkelrichting van de betreffende gemeente. De gemeentelijke uitwerkingen zijn daarmee een aanvulling op het regionale beleidskader.

Het is dan ook van belang om de voorliggende gemeentelijke uitwerking in samenhang met het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort te lezen. De sloopmetersystematiek staat in het afwegingskader functieverandering. In het huidige gemeentelijke beleid (Leusden Bestemmingsplan Buitengebied 2009 en De Schammer 2006) (Renswoude en Woudenberg Bestemmingsplan Buitengebied 2010, herziening 2013) is de bouw van één extra woning bij functiewijziging onder voorwaarden toegestaan. De realisatie van twee vrijstaande woningen viel tot nu toe onder maatwerk, waarvoor in het bestemmingsplan geen regeling opgenomen was en voor het maatwerk aangesloten werd bij de provinciale omgevingsverordening. Het mogelijk maken van één extra vrijstaande woning in het agrarisch gebied met waarden vormt daarom een voortzetting van het bestaande beleid, dat aansluit bij de waarden van dat gebied. Voor het omzetten van de bedrijfswoning naar woning is geen woonrecht nodig. b. Deze inspraakreactie is alleen gericht aan de gemeente Leusden. Het afwegingskader functieverandering is in de basis bedoeld voor agrarische bedrijven en vrijkomende agrarische bedrijven. Het is aan de individuele gemeenten om te bepalen of het kader in de eigen gemeente ook toegepast wordt voor andere functies in het buitengebied.

De raad van de gemeente Leusden heeft verzocht om te onderzoeken of bij niet‑agrarische bedrijven (zijnde bedrijfsbestemmingen zoals opgenomen in het geldende beleid) nevenfuncties kunnen worden toegestaan. De gemeente Leusden is van oordeel dat het aantal en de omvang van niet‑agrarische bedrijven in Leusden in algemene zin beperkt is. Daarbij geldt dat een nevenfunctie niet groter mag zijn dan 25% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen, met een maximum van respectievelijk 350 m² of 250 m². Motivering voor het toestaan van maximaal één nevenfunctie Ook bij niet‑agrarische bedrijven kan leegstand van bedrijfsgebouwen ontstaan. De gemeente Leusden is van mening dat het toestaan van één nevenactiviteit bij deze bedrijven kan bijdragen aan het voorkomen van leegstand, verrommeling en mogelijke ondermijning. Daarnaast biedt het ruimte om flexibel in te spelen op marktontwikkelingen, zonder dat hiervoor extra bebouwing noodzakelijk is. Om te voorkomen dat bedrijfsverzamelgebouwen ontstaan, wordt het aantal toegestane nevenactiviteiten per locatie beperkt tot maximaal één. De gemeenten Renswoude en Woudenberg zien vooralsnog geen aanleiding om bij bestaande niet-agrarische bedrijven 1 of meer nevenfuncties toe te staan.

c. Het huidige beleid biedt reeds de mogelijkheid om op agrarische bouwpercelen nevenactiviteiten en functieverandering toe te staan. De lijst met toegestane functies is in het participatie traject opnieuw bezien en is daarbij niet uitgebreid, met uitzondering van functies gericht op energieopwekking en energieopslag. Naar onze mening heeft het beleid van de afgelopen jaren geen onevenredige druk gelegd op het buitengebied. Wij zien dan ook geen aanleiding om deze beleidslijn te beperken. In de reactie wordt aangegeven dat bezoekers die gebruikmaken van nevenactiviteiten geen binding of belang zouden hebben bij het buitengebied. Dit beeld herkennen wij niet. Regelmatig wordt juist teruggekoppeld dat het buitengebied een positief effect heeft op het welzijn van bezoekers; zij ervaren er rust en ruimte. Daarnaast heeft de ondernemer zelf een duidelijke binding met het buitengebied. Vanuit het belang van een duurzame exploitatie zal een ondernemer het gebied dan ook zo optimaal mogelijk willen behouden. Uit het participatie traject ter voorbereiding van dit beleid kwam uit het gebied de wens voor nieuwe economische dragers en niet alleen woningen, om te zorgen voor levendigheid en een blijvende economische functie van gebied. Het effect van kortstondige bezoekers versus reguliere bezoekers is zeker een aandachtpunt.

Daarom is in het gebied met waarden minder en in de andere gebieden meer mogelijk aan nevenfuncties en functieverandering. d. Het is een terechte opmerking dat het woord zorgboerderij aangeeft dat sprake is van een boerderij met zorg en dat na functiewijziging sprake is van een zorgfunctie. Waarbij dan nog een onderscheid gemaakt moet worden tussen zorg met en zonder nachtverblijf. Tevens delen wij de constatering dat een oppervlakte aan gebouwen van 1.500m² niet in verhouding staat met de omvang van andere functies. Wij passen het document hierop aan. e. In het huidige beleid van de gemeente Leusden is functieverandering naar maatschappelijk – kinderopvang al toegestaan. In het beleid wordt alleen gesproken over de sloop van 50% van de bebouwing. In Renswoude en Woudenberg was functieverandering van agrarisch naar maatschappelijk (o.a. kinderdagverblijf of verpleegtehuis) al toegestaan, uitgaande van 50% sloop en dan maximaal 750-1.000 m2 bebouwing. In het nieuwe beleid is een maximale oppervlakte van 500m² toegevoegd. Dit beperkt de omvang t.o.v. het geldende beleid. f.

In het huidige beleid van de gemeente Leusden is functieverandering naar verblijfsrecreatieve voorzieningen al toegestaan. Er is dus geen sprake van een nieuwe functie. In het beleid wordt alleen gesproken over de sloop van 50% van de bebouwing. In het nieuwe beleid is een maximale oppervlakte toegevoegd. Dit beperkt de omvang t.o.v. het geldende beleid. Hiermee geven we juist meer sturing. In Renswoude en Woudenberg gold sinds 2010 al wel een maximum van de bebouwing die daarna gebruikt kon worden. Naar aanleiding van de participatie en ervaringen uit het verleden is in het nieuwe document een maximale oppervlakte toegevoegd. Daarmee wordt de omvang van de ontwikkeling ten opzichte van het geldende beleid juist verder begrensd. In combinatie met het toetsingskader voor initiatieven biedt dit voldoende waarborgen om te voorkomen dat grootschalige functies, zoals bijvoorbeeld een Mc. Donalds, in het buitengebied kunnen worden gerealiseerd. In de algemene uitgangspunten is immers vastgelegd dat functies met een sterk verkeersaantrekkende werking niet passend zijn. De voorwaarden die in het beleid zijn opgenomen bieden bovendien voldoende garanties voor het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, zodat verblijfsrecreatie onder voorwaarden ook als hoofdfunctie kan worden toegestaan.

Algemeen uitgangspunt van dit beleid is dat een functie die als nevenfunctie passend is, na beëindiging van het agrarisch bedrijf moet kunnen worden voortgezet. Er is geen aanleiding om te stellen dat een bepaalde functie wel als nevenfunctie en niet als hoofdfunctie passend zullen zijn.

Dit beperkt de ontwikkelruimte ten opzichte van het bestaande beleid en maakt het mogelijk om gerichter te sturen. g. Recreatieve activiteiten moeten altijd worden gerealiseerd binnen het voormalige agrarische bouwperceel. Daarmee is de maximale oppervlakte voor zowel bebouwde als onbebouwde onderdelen begrensd. Elk agrarisch bouwperceel is uniek, de bestaande situering van gebouwen en verhardingen bepalen welke delen van het erf altijd al benut waren. Het uitgangspunt en streven is om alleen de historisch gebruikte bouwvlakken in te zetten bij functieveranderingen, gelijk aan een functieverandering naar wonen. Gronden die altijd in gebruik waren als akker- of grasland blijven die functie behouden. Op elke aanvraag is een ETFAL-onderbouwing van toepassing waarmee ook zeker gesteld wordt dat de nieuwe functie past in de omgeving. Waar mogelijk wordt gestreefd naar een kleiner functievlak. h. Inmiddels is er ruim 30 jaar ervaring met functieverandering van vrijkomende agrarische bedrijven en is gebleken dat het borgen en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van grotere meerwaarde is dan het vooraf bepalen hoeveel bedrijven van een bepaalde functie in het gebied toegestaan zijn. De ETFAL onderbouwing bij elke aanvraag maakt dat vooraf aannemelijk gemaakt moet worden dat een functie ook gerealiseerd kan worden. Onder andere of er voldoende marktruimte is.

Het laadvermogen en/of capaciteit van het wegennet zijn bepalend en worden geborgd in de toetsing van de verkeersaantrekkende werking. Conclusie De inspraakreactie onder d geeft aanleiding het document aan te passen. 2.1.4

Stichting De Boom Deze inspraakreactie is alleen gericht aan de gemeente Leusden.

Inspraakreactie a. Buitenplaats De Boom Verzoek aanpassing begrenzing gebied dat wordt begrensd door de Leusbroekerweg, het Valleikanaal, de noordgrens van de gemeente Woudenberg en de Arnhemseweg aan te merken als agrarisch gebied met waarden. Reactie gemeente Op dit moment hanteren wij de gebiedsindeling zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie. Indien er zwaarwegende redenen zijn om deze indeling aan te passen, zal dit worden meegenomen bij de eerstvolgende herziening van de Omgevingsvisie. Een wijziging van de gebiedsindeling heeft bovendien relaties met andere programma’s, waaronder het programma ‘landschap en biodiversiteit’. De reactie wordt daarom doorgegeven aan de betrokken medewerkers. Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding het document aan te passen.

2.2

Leusden

2.2.1

Adressant 1

Inspraakreactie a. Expliciet vast te leggen dat bestaande bedrijven in het buitengebied niet onder nieuwe verkeersnormen vallen; b. Ruimte te bieden voor maatwerk, zeker op wegen zoals de Stoutenburgerlaan waar al sprake is van bestaande verkeersstromen; c. Het beleid beter te laten aansluiten bij de praktijk van horeca en recreatieve functies in het buitengebied, zodat bestaande bedrijven duurzaam kunnen blijven functioneren. Reactie gemeente a. Bestaande, legaal gevestigde nevenactiviteiten behouden hun rechten zoals deze in het verleden zijn vergund. Wanneer er sprake is van uitbreiding of verandering van deze nevenactiviteiten, wordt het initiatief wel getoetst aan het nieuwe beleidskader. De passage waarin wordt verwezen naar de ‘zone van 50 tot 100 meter’ komt te vervallen. b. In het geldende omgevingsplan/bestemmingsplan Buitengebied zijn de hoofdontsluitingswegen vastgelegd. De gemeente Leusden is van oordeel dat de daarin aangeduide wegen nog steeds als hoofdontsluitingsstructuur voor het Buitengebied functioneren. Het voorliggende beleid is opgesteld om zo veel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de gemeentelijke afwegingskaders bij het beoordelen van initiatieven. Hiermee wordt voor initiatiefnemers inzichtelijk welke vormen van functieverandering of nevenactiviteiten zijn toegestaan en onder welke voorwaarden.

Dit beleid stelt ons in staat het merendeel van de aanvragen op uniforme wijze af te handelen; maatwerk blijft voorbehouden aan uitzonderlijke situaties. c. Zie beantwoording onder 2.1.1 sub a. Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding het document aan te passen. 2.2.2 Adressant 2 Inspraakreactie a. Begrenzing kernrandzone algemeen aanpassen van 250 naar 500 meter b. Begrenzing kernrandzone specifiek aanpassen van 250 naar 500 meter c. Extra of aanvullende mogelijkheden voor woonfuncties duidelijkheid d. Sloopmetersystematiek aanpassen aan provinciale aanwijzingen/ adviezen Reactie gemeente a. Het beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) uit 2004 is destijds vertaald naar de bestemmingsplannen De Schammer 2006 en Buitengebied 2009 en geldt daarmee als vastgesteld gemeentelijk beleid. De provincie Utrecht legt haar beleidskaders vast in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Binnen deze provinciale kaders hebben gemeenten de ruimte om hun eigen beleidsafwegingen te maken. De gemeenten Renswoude en Woudenberg hadden in hun bestaande beleidsdocumenten nog geen kernrandzones opgenomen en hebben daarom gekozen de door de provincie aangewezen begrenzing over te nemen. De gemeente Leusden heeft indertijd een bewuste keuze genomen met betrekking tot de breedte van de randzones voortkomend uit toenmalige milieuwetgeving.

De gemeente Leusden stelt het document Functieverandering en nevenactiviteiten in het (agrarische) buitengebied, nadere uitwerkingen vast als programma. Het vaststellen van een

programma is de bevoegdheid van het college. Het aanpassen van een kernrandzone is echter een bevoegdheid die bij de gemeenteraad ligt en niet bij het college. Een wijziging van de kernrandzone kan daarom niet in dit beleidsdocument worden meegenomen. Dergelijke aanpassingen moeten worden beoordeeld in het kader van een wijziging van het omgevingsplan. De reactie wordt daarom doorgegeven aan het regieteam Omgevingsplan. b. De gemeente Leusden wijkt niet af van het provinciaal beleid, maar neemt de vrijheid om binnen de grenzen van het provinciaal beleid haar eigen beleidsafwegingen te maken. c. Op pagina 9 worden in algemene zin de passende functies in het buitengebied omschreven. Op de matrixen voor de verschillende deelgebieden worden de voorwaarden van de functieverandering naar wonen omschreven. Op de pagina’s 25 en 27 wordt aangegeven dat er eventueel meer woningen mogelijk zijn binnen de kernrandzone dan wel bebouwingsenclaves en linten (max 10 woningen). Een dergelijke ontwikkeling is altijd maatwerk en moet voldoen aan de kaders, afspraken en beleidslijnen uit o.a. het woonbeleid van de specifieke gemeente. Verder zal daar waar de tekst onduidelijk is m.b.t. de bouwmogelijkheden de tekst worden aangepast. d. In november 2024 heeft de raad van de gemeente Leusden het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley, regio Amersfoort vastgesteld.

Hiermee is geregeld dat sloopmeters kunnen worden uitgewisseld tussen de deelnemende gemeenten, ook over provinciale grenzen heen. Deze mogelijkheid wijkt af van het huidige beleid van de provincie Utrecht. De provincie heeft echter, in aansluiting op het vastgestelde Afwegingskader, haar eigen beleid in heroverweging genomen. Dit is terug te zien in de ontwerp Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 en de ontwerp uitwerkingen zijn in overleg met de provincie Utrecht tot stand gekomen en heeft de goedkeuring van de provincie gekregen. Het beleid voldoet aan de uitgangspunten van de ontwerp Provinciale Verordening. Wij kiezen er bewust voor om aan te sluiten bij de regio Foodvalley, vanwege de overeenkomstige agrarische functies en landschappelijke kenmerken. De U10 bevinden zich in het westelijke deel van de provincie en kennen andere landschappen en andere beleidsmatige aandachtspunten. Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding het document aan te passen.

2.3

Renswoude

2.3.1

Bewoner inzake Landgoed Wagensveld

Inspraakreactie Aangegeven wordt dat een gebied ter grootte van ongeveer 71 hectare aan de noordzijde van Renswoude (landgoed Wagensveld, deels in de gemeente Scherpenzeel) in het ontwerp ten onrechte is aangeduid als ‘Multifunctioneel agrarisch gebied’. Gevraagd wordt om dit gebied aan te duiden als ‘Agrarisch gebied met waarden’. Reactie gemeente Het een terechte opmerking, het betreft hier namelijk een historisch landgoed. In het ontwerp is voornamelijk aangesloten op de reconstructiezonering die in het verleden is opgenomen. Daarin was een onderscheid gemaakt tussen landbouwontwikkelingsgebied, verwevingsgebied en extensiveringsgebied. Landgoed Wagensveld heeft in het tijdelijk omgevingsplan de aanduiding verwevingsgebied, maar dit geldt ook voor de landerijen die daarbinnen en omheen liggen. Aan de inspraakreactie wordt tegemoet gekomen door de gebieden van het landgoed die de bosbestemming of de natuurbestemming hebben aan te duiden als ‘Agrarisch gebied met waarden’. De gebieden waar de agrarische bouwpercelen liggen zullen de aanduiding ‘Multifunctioneel agrarisch gebied’ houden. Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding het document aan te passen. 2.3.2

Diverse bewoners buitengebied Renswoude zuid-oost

Inspraakreactie Aangegeven wordt dat onduidelijk is hoe de deelgebieden precies worden vastgesteld, in welk deelgebied bouwpercelen zijn ingedeeld en welke gevolgen deze indeling heeft. Betrokkenen willen op de hoogte worden gehouden van de vertaling in het omgevingsplan. Reactie gemeente Het klopt dat de begrenzing van de deelgebieden niet zo ‘hard’ is. Wel is aansluiting gezocht bij de reconstructiezonering die ook onder 2.2.3 is benoemd. Echter in de afgelopen decennia hebben diverse ontwikkelingen geleid tot het diffuus worden van de grenzen. Bijvoorbeeld hebben in het landbouwontwikkelingsgebied in afwijking van het daarvoor geldende beleid ontwikkelingen plaatsgevonden (bijvoorbeeld het toestaan van bed&breakfast op een tweetal locaties), waarbij op locatieniveau een belangenafweging heeft plaatsgevonden. Dat is ook de reden dat de begrenzing van de deelgebieden in deze nadere uitwerking enigszins diffuus is, zodat er ruimte blijft voor het rekening houden met concrete en actuele omgevingsfactoren. Overigens liggen de bouwpercelen van de indieners van deze inspraakreactie alle in het gebied ‘Multifunctioneel agrarisch gebied’ en is daar geen twijfel over de mogelijkheden die geboden worden op het gebied van het toestaan van (neven)activiteiten. Bij de opstelling van een nieuw omgevingsplan zullen alle bewoners betrokken worden.

In de eerste plaats in de vorm van een inventarisatie op perceelsniveau en vervolgens op beleidsniveau in het kader van participatie bij de beleidsmatige vertaling van onderhavige uitwerking via de daarvoor geldende procedure. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding het document aan te passen. 2.4

Woudenberg

2.4.1 inwoner Noordoost Woudenberg a. Als een agrarisch bedrijf met meerdere nevenfuncties wordt omgezet, moeten de andere nevenfuncties dan worden beëindigd? b. Onduidelijk is waar sloopmeters gekocht kunnen worden. c. Sloopmetersystematiek is contraproductief aan de behoefte aan betaalbare woningen. d. Zijn sloopmeters alleen in buitengebied aan de orde of ook binnenstedelijk. e. Niet duidelijk waar nieuwe woning na functieverandering mag komen. Blz. 22 heeft het over eigen erf, blz. 27 over lintbebouwing. Er zijn echter is niet aangegeven waar lintbebouwing of enclaves zijn. f. Waaruit blijkt of het toegestaan is om wooneenheden met zorg te bouwen met huisvesting en kleinschalige verblijfsrecreatie en daarnaast recreatieve voorzieningen zoals fietsen en wandelen? g. Gesteld wordt dat scholing (blz. 10) niet wenst is in het buitengebied, maar kleinschalig onderwijs bijvoorbeeld uitval leerlingen. Al twee jaar als nevenactiviteit wel gewenst. h. Groencompensatie, er wordt door de provincie beekdal herstel voorbereid. Hoe wordt nadelig effect meegenomen. i. Éen ontwikkelfonds is een nog grotere kostenpost voor ontwikkelingen. Wat is de juridische borging van deze plankosten. j. Waarom locatie van indiener aangewezen als een op landgoed locatie. Reactie gemeente Woudenberg a. De tekst op blz.

17 betreft uitsluitend de gemeente Leusden en gaat over het toestaan van nevenactiviteiten bij bestaande niet-agrarische bedrijven. Woudenberg en Renswoude zien gaan aanleiding om met toepassing van dit beleid nevenfuncties bij reguliere bedrijfsbestemmingen toe te staan. Op pagina 17 staat ook tekst over meerdere nevenfuncties bij één agrarisch bedrijf, de plattelandsondernemer. In het document zal het onderscheid tussen beiden verbeterd worden. De situatie op dit erf met een aantal deels vergunde kleinschalige nevenactiviteiten is niet representatief voor de meeste agrarische bedrijven. Uitgangspunt van het beleid is dat na beëindiging één van de nevenactiviteiten hoofdactiviteit wordt en dus de nieuwe bedrijfsbestemming bepaald. Daarbij wordt opnieuw gekeken naar de situatie op het erf. Verkoop van producten van het agrarisch bedrijf kan bijvoorbeeld niet voortgezet worden, andere vormen kunnen nog vallen aan bedrijf aan huis. Het gaat te ver om in dit beleid precies aan te geven welke nevenfunctie dan hoofdfunctie wordt en of daar dan nog één van de andere nevenfuncties bij past. De tekst op pagina 17 over de plattelandsondernemer maakt duidelijk dat op een agrarisch bedrijf meerdere nevenfuncties toegestaan zijn, maar 50% van de bestaande bebouwd geeft de maximale omvang aan. b.

De uitleg en toelichting op de sloopmetersystematiek is te vinden in het afwegingskader functieverandering regio FoodValley en Amersfoort. Aankoop van sloopmeters kan via de particuliere markt, waar een aantal partijen als tussenpersoon optreden. c. Doel van dit beleid is niet het realiseren van (betaalbare) woningen, maar beëindigen leegstand en aanwezigheid van vrijkomende agrarisch bedrijfsgebouwen. Door anders dan in het oude beleid niet alleen uit te gaan van woningen maar ook wooneenheden te benoemen wordt de realisatie van kleinere (goedkopere) woningen meer dan in het verleden bevorderd.

d. Deze regeling geldt alleen voor het buitengebied. e. In de meeste situaties zal een nieuwe woning op het oude bouwvlak gerealiseerd worden, zoals beschreven wordt op blz. 22. Er zijn echter gebieden waar het niet mogelijk is om woningen toe te voegen op het eigen erf. Voor die situaties beschrijft blz. 27 de gebieden die dan in aanmerking komen. De linten en enclaves staan niet op de kaart, deze zijn feitelijk aan te duiden, een rij van lintbebouwing langs een weg of een groep woningen, waar geen agrarische bedrijven in de omgingen (meer) aanwezig zijn. Er is uitsluitend sprake van een beschrijving want een lint of enclave kan ontstaan door de dynamiek van het stoppen van bedrijven en zal dus altijd feitelijk beoordeeld moeten worden. f. Het beleid houdt wel rekening met een verzameling van nevenfuncties bij een agrarisch bedrijf in de vorm van plattelandsondernemers. Het beleid gaat bij functieverandering uit van een reguliere functieverandering waarbij één nevenfunctie de nieuwe hoofdfunctie wordt. Voor bijzondere situaties zal met toepassing van de uitgangspunten van dit beleid, maatwerk nodig blijven. g. Uit de participatie is gebleken dat onderwijs en andere “stedelijke” functies niet passen in het buitengebied en vooral in de kern thuishoren.

De vorm van onderwijs die door de indiener geschetst wordt is geen regulier onderwijs maar lijkt meer op een zorgaspect danwel functie die een reguliere woning passend is. Dat vraagt een andere beoordeling dan via dit beleid. h. Een provinciaal beekdalenproject of andere projecten waarmee agrarische grond omgevormd wordt naar natuur, heeft een eigen plankosten en compensatieregeling. Dit beleid gaat uitsluitend over functie verandering van de gebouwen op het bouwvlak. Het beleid kent wel een optie om in plaats van inzet van sloopmeters voor een nieuwe woning, een deel via groenaanleg te compenseren, blz. 28. Het zal danwel om een unieke natuurverbetering moeten gaan en niet om een verbetering die al op andere wijze gefinancierd wordt. i. Woudenberg gaat op dit moment nog niet over op een ontwikkelfonds, zie blz. 28. Op het moment dat dit ingesteld wordt zal het een borging kennen vanuit omgevingsvisie en/of omgevingsplan. Wij zijn ons bewust van het kostenverhogende effect. Het is echter wel een methodiek om gelden te verwerven voor natuur- en andere verbeteringen in het buitengebied. Het VAB beleid is niet primair bedoeld om ontwikkelingen te realisaren om kwaliteitsverbetering door sloop van niet gebruikte gebouwen. j. Er is sprake van een globale aanduiding van gebieden, alleen de gronden die in eigendom zijn van landgoederen gelden als landgoed.

De aanduiding of functie landgoed is ook niet direct van belang. De locatie van de indiener valt, gelijk aan het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en herziening 2013 onder agrarisch met waarden. Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding het document aan te passen.

Samenvatting aanpassingen naar aanleiding van inspraakreacties Blz. 17 Basisvoorwaarden voor nieuwe initiatieven, vijfde aandachtspunt: De zin: ‘Bij niet-agrarische bedrijven … nevenactiviteit worden uitgevoerd’, wordt aangepast in: ‘Bij bestaande niet-agrarische … nevenactiviteiten worden uitgevoerd. Daarbij wordt deze tekst in de lay out anders geplaatst zodat duidelijker wordt dat deze tekst niet alleen gaat over het voorkomen van bedrijfsverzamelgebouwen, maar vooral aangeeft dat het afwegingskader in Leusden ook van toepassing is bij niet-agrarische bedrijven. Blz. 19, 21 en 23 Maatschappelijke functies, kolom voorwaarden hoofdfuncties: Bullet 2 ‘Voor een zorgboerderij … als passend beschouwd.’ wordt verwijderd. Blz. 19, 21 en 23 Maatschappelijke functies, kolom nevenactiviteiten: Bullet 2 ‘Voor een zorgboerderij … als passend beschouwd.’ wordt verwijderd. Blz. 13, 15, 18, en 22 De gebieden van het landgoed die de bosbestemming of de natuurbestemming hebben aan te duiden als ‘Agrarisch gebied met waarden’. De gebieden waar de agrarische bouwpercelen liggen zullen de aanduiding ‘Multifunctioneel agrarisch gebied’ houden. De betreffende afbeeldingen zijn vervangen. Blz. 24. Zones langs hoofdontsluitingswegen: zin verwijderd: We hanteren hiervoor … moeten zijn gelegen. Blz.

32 historisch landgoed Wagensveld aan de noordzijde van Renswoude toevoegen aan de kaart met landgoederen. De afbeelding is vervangen.

Hoofdstuk 3 Ambtshalve aanpassingen • •

• •

•

• • • •

Blz. 9; Tekst over bedrijfsmatige toepassing energieopslag ter verduidelijking aanpassen tot; Wij beschouwen het bedrijfsmatig toepassen van energieopslag en opwek op het eigen erf (niet voor eigen gebruik) ook als een niet-agrarische bedrijfsmatige activiteit. Deze nieuwe bedrijfsvorm …. Blz. 11; volgende zinstede toevoegen, ter verduidelijking voor gebieden op de grens van deelgebieden: Bij locaties op de grens van deelgebieden zal de feitelijke beoordeling van de locatie en haar omgeving bepalend zijn voor de vraag welke toetsingstabel toetsingskader aan de orde is. Blz. 12, 13, 15, 18, 20 en 22 Deelgebieden: Op 29 januari 2026 heeft de gemeenteraad van Leusden de Omgevingsvisie Leusden vastgesteld. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie zijn de deelgebieden op kleine onderdelen aangepast. De aangepaste deelgebieden zijn overgenomen. Blz. 17 twee zinnen omdraaien bij wet- en regelgeving; wordt: Als een initiatief het toetsingskader heeft doorlopen, dan wil dat niet automatisch zeggen dat iemand recht heeft op een bepaalde functieverandering. In uitzonderlijke gevallen kan daarbij van de in het toetsingskader geformuleerde voorwaarden worden afgeweken. Er Daarbij moet altijd ook nog worden getoetst aan de wet- en daarop gebaseerde regelgeving. In die gevallen zal alsnog maatwerk moeten worden geleverd. Blz.

19, 21 en 23 Werken, nevenactiviteiten toegevoegd: detailhandel ten behoeve van de verkoop van ter plaatse vervaardigde landbouwproducten of (ambachtelijke) streekproducten is tot max 100m2 bvo toegestaan, tenzij in het geldende beleid (al) een andere maatvoering is opgenomen. Blz. 19, 21 en 23 Maatschappelijke functies nevenactiviteiten: tweede bullet wordt verwijderd. Blz. 21 Maatschappelijke functies nevenactiviteiten: derde bullet wordt verwijderd. Blz. 14, 15 en 25 Kernrandzones: De kernrandzone om Leusden is op een aantal plekken niet juist overgenomen van het omgevingsplan, met als onderlegger de bestemmingsplankaart Buitengebied 2009. De afbeelding is vervangen. Geurnormen en veehouderij. Het VAB-beleid gaat uit van de geldende wet- en regelgeving. De landelijke overheid is gestart met aanpassen/ aanscherpen van de Omgevingswet met betrekking tot ‘geurnormen en veehouderij’ in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Op dit moment is de verwachting dat de norm op 100 m rondom een agrarisch bouwperceel wordt gelegd (huidig beleid is 50m).

Hierdoor is het verstandig om in dit VAB-beleid rekening te houden met de toekomstige beleidswijziging om te voorkomen dat gevoelige functies of (neven)activiteiten (zoals wonen/ verblijfsfuncties) die op basis van dit beleid en de geldende uitgangspunten na functieverandering op een locatie gerealiseerd worden, op termijn na aanpassing van regelgeving te dicht op een agrarische bedrijf of pluimvee uitloop gebied gerealiseerd zijn en dan alsnog voor een beperking zorgen. De gemeenten houden de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten. Daarom voegen wij de volgende passage toe: De landelijke overheid is aan het onderzoeken of de Omgevingswet, met betrekking tot ‘geurnormen en veehouderij’ in het Besluit kwaliteit leefomgeving, aangescherpt moet worden. Bij de uitvoering van dit VAB-beleid worden nieuwe gevoelige functies mede beoordeeld op basis van de toekomstige beleidsontwikkelingen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dat houdt in dat voor een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe gevoelige functie sprake zal zijn van voldoende afstand tot een agrarisch bedrijf.

Bijlage 1 Geanonimiseerde inspraakreacties

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16947680/1