Bijlage geluid - behorend bij beantwoording SV (toegevoegd 09-09-2024)
Tekst van het document
Bijlage 2: Achtergrondinformatie geluid Relevante wegen: Het gebied ligt in het geluidaandachtsgebied van verschillende wegen. De voor het wegverkeersgeluid in het gebied belangrijkste wegen zijn de provinciale weg N224, de Nijborg/Oude Holleweg en de Emminkhuizerlaan. Opgemerkt wordt dat het zoekgebied ook in het geluidaandachtsgebied van andere wegen nabij het plan ligt. De geluidaandachtsgebieden moeten onder de Omgevingswet nog worden vastgesteld in relatie met de verkeersintensiteit en de Basis geluidemissie 4. De geluidaandachtsgebieden vervangen de geluidzone die onder de Wet geluidhinder gold. De vaststelling van de geluidaandachtsgebieden door de gemeente is nog niet gebeurd en daarvoor is nog enige jaren de tijd. Zolang de geluidaandachtsgebieden nog niet zijn vastgesteld geldt het volgende conform de Omgevingsregeling artikel 17.5 (overgangsrecht geluidaandachtsgebied voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen): 1. Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de gegevens voor de basisgeluidemissie uiterlijk worden verzameld, bestaat het geluidaandachtsgebied uit het gebied dat zich aan weerszijden van de as van de weg uitstrekt tot de volgende afstand, gemeten vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorweg: a.
voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; b. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en c. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. 2. Als de lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg wordt bij de toepassing van het eerste lid het totaal van het aantal sporen of rijstroken beschouwd. Akoestisch onderzoek: Omdat het gebied in de geluidaandachtsgebieden ligt van diverse wegen is voor de planontwikkeling akoestisch onderzoek met betrekking tot het wegverkeersgeluid noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat er wat dat betreft diverse wijzigingen zijn ten opzichte van de huidige aanpak onder de Wet geluidhinder. Onder de Omgevingswet wordt het gezamenlijke geluid per geluidbronsoort berekend en getoetst. Voor dit plan is dit enerzijds het geluid van alle provinciale wegen samen en anderzijds het geluid van alle gemeentelijke wegen samen. Het verschil met de Wet geluidhinder (Wgh) is dat onder de Wgh het geluid per weg wordt berekend en getoetst. Daarnaast zijn er wijzigingen wat betreft de wettelijk voorgeschreven rekenmethode en zijn er andere toetsingswaarden.
Onder de Omgevingswet gelden de volgende toetsingswaarden.
Provinciale wegen Gemeentewegen
Standaardwaarde 50 dB 53 dB
Grenswaarde 60 dB 70 dB
Geluid onder de standaardwaarde (voorheen Wgh-voorkeursgrenswaarde) wordt zonder meer acceptabel geacht; afweging van maatregelen is dan niet nodig. Als het geluid tussen standaardwaarde en grenswaarde (voorheen Wgh-maximale ontheffingswaarde) ligt, heeft het bevoegd gezag bestuurlijke afwegingsruimte. Geluid boven de grenswaarde is in beginsel niet toelaatbaar (in bijzonder omstandigheden is 5 dB marge toegestaan). Geluidsituatie: Voor dit gebied zijn voor voorliggend advies indicatieve geluidberekeningen uitgevoerd. De geluidcontouren, die volgen uit deze berekeningen, zijn weergegeven in de navolgende figuur.
4 De basisgeluidemissie wordt geïntroduceerd met de Omgevingswet. Dit is het referentieniveau van het
geluid door lokale (spoor)wegen. Het referentieniveau wordt door de beheerder vastgesteld (bij gemeentelijke wegen de gemeente). Het bestuursorgaan bewaakt hiermee de ontwikkeling van het geluid.
Pagina 13 van 23 Versie 1
Groen is het gebied waar het geluid minder is dan de standaardwaarde voor provinciale wegen van 50 dB. Geel+groen is het gebied waar het geluid minder is dan de standaardwaarde voor gemeentelijke wegen van 53 dB. Uit de berekeningen blijkt dat overschrijdingen van de standaardwaarde te verwachten zijn op de volgende locaties: · langs de N224 (provinciale weg) treedt in een zone van een overschrijding van ca. 125 meter van de weg een overschrijding op van de standaardwaarde van 50 dB. · langs de Nijborg/Oude Holleweg (gemeentelijke wegen) treedt in een zone van ca. 30 meter van de weg een overschrijding op van de standaardwaarde van 53 dB. · langs de Emminkhuizerweg (gemeentelijke weg) treedt in een zone van ca. 20 meter van de weg een overschrijding op van de standaardwaarde van 53 dB. Overschrijdingen van de grenswaarde van 60 dB langs de provinciale weg kan optreden binnen ca. 25-30 meter van de provinciale weg. Overschrijding van de grenswaarde van 70 dB bij de gemeentelijke wegen is niet te verwachten. Die geluidcontouren liggen op of direct naast de desbetreffende wegen. We benadrukken dat dit indicatieve berekeningen zijn. De berekeningen zijn nog uitgevoerd met de rekenmethode die geldt onder de Wgh (Rmg2012) in plaats van de rekenmethode die geldt onder de Omgevingswet.
Verder zijn verkeerscijfers van het regionaal verkeersmodel voor 2030 gebruikt (ODRUgeluidmodel Renswoude 2030). Dit zal voor het uiteindelijke geluidonderzoek ook aanpassing behoeven. De uiteindelijke contourafstanden tot de standaardwaarden kunnen dus ook verschillen.
Beoordeling gecumuleerd geluid: Bij overschrijding van de standaardwaarde, van één of meer bronsoorten, moet de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid worden beoordeeld. Bij de bepaling van het gecumuleerde geluid, wordt Pagina 14 van 23 Versie 1
rekening gehouden met het verschil in hinderlijkheid van verschillende geluidbronsoorten en andere geluidbronnen, en wordt het geluid hinderequivalent opgeteld. Geluidwering gevels o.b.v. gezamenlijk geluid en vastlegging in omgevingsplan: Als de standaardwaarde - van één of meer geluidbronsoorten - wordt overschreden dan gelden eisen voor de geluidwering van de gevels (voldoen aan binnenniveau). Deze geluidwering moet worden gedimensioneerd op basis van het gezamenlijke geluid van de verschillende geluidbronsoorten of geluidbronnen. De waarde van het gezamenlijke geluid moet in het omgevingsplan worden vastgelegd. Kenmerkend is dat het gezamenlijk geluid door de betrokken geluidbronnen ongewogen wordt opgeteld, dus zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid (anders dus dan het gecumuleerde geluid). De waarde van dat gezamenlijke geluid is nodig voor het toepassen van de regels van het Besluit bouwen leefomgeving met betrekking tot de geluidwering van het nieuwe geluidgevoelige gebouw. Bij de meeste nieuwe geluidgevoelige gebouwen moet de geluidwering leiden tot het voldoen aan een binnenwaarde van 33 dB.
Pagina 15 van 23 Versie 1