Bijlage Flexwonen
Tekst van het document
Visie ‘Binnen de BekenZuid Zuidwest’ gemeente Renswoude
Flexwoningen 31 juli 2024
1.
Flexwoningen
Vooruitlopend op de ontwikkeling van de woningbouwlocatie(s) in het gebied Binnen de Beken-Zuid Zuidwest, kunnen flexwoningen worden gerealiseerd. Daarmee kan snel tegemoet worden gekomen aan de urgente woningvraag van spoedzoekers (bijvoorbeeld Oekraïners) en starters uit het dorp. De Omgevingsverordening van de provincie Utrecht geeft hiervoor in artikelen 9.14a en 9.16a instructieregels en ontheffingsmogelijkheden (zie bijlage). In het kader van de visie Binnen de Beken-Zuid Zuidwest is onderzocht welke zoeklocatie(s) voor in totaal 50 flexwoningen kansrijk zijn om (snel) tot ontwikkeling te kunnen worden gebracht binnen het plangebied. Daarbij is een koppeling gemaakt met het voorstel voor de toekomstige nieuwbouw in het gebied. Er wordt in beginsel uitgegaan van twee kleinere ontwikkellocaties voor flexwonen met elk ongeveer 25 flexwoningen. Dat sluit goed aan bij de beoogde kleinschalige hoofdopzet van de nieuwe woonwijk en biedt meer flexibiliteit in de uitvoering. Tijdens de informatieavond op 16 april 2024 zijn onderstaande concepten voor flexwoningen getoond.
Afbeelding: verschillende concepten flexwonen
Uit de (beperkte) reacties en de gevoerde gesprekken blijkt dat er bij jongeren een voorkeur is voor de ééngezinswoningen (2 en 3) en dat ouderen ook variant 3 goed vinden mits de blokken niet groter zijn dan 10 woningen. 2. Ruimtegebruik Om te bepalen hoeveel grond er nodig is voor de flexwoningen heeft bureau Nieuwe Gracht een drietal referentieverkavelingen gemaakt op basis van de volgende referenties die qua architectuur, maat en schaal passen bij de gewenste ruimtelijke uitstraling van het nieuwe woongebied: - vrijstaande flexwoningen (Heijmans One), - geschakelde rug-aan-rug-flexwoningen (Startblock) en - gestapelde flexwoningen (Daiwa House). Bij gestapeld bouwen wordt uitgegaan van maximaal 2 bouwlagen. Rekening is gehouden met een parkeernorm voor sociale huur van 1,1 Parkeerplaats per woning en met een beperkt areaal groen rond de woningen, gegeven de groene omgeving waarin de flexwoningen worden gerealiseerd en het tijdelijke karakter. Voor 25 woningen is dan 4000m2 tot 4500m2 grond nodig.
Afbeelding: referentieverkavelingen
Deze referenties zijn uitsluitend bedoeld om het indicatieve ruimtebeslag vast te stellen. Het daadwerkelijk te kiezen woonconcept voor flexwoningen staat nog volledig open. 3.
Zoeklocaties
De zoeklocaties voor flexwonen dienen aan te sluiten op de huidige wegenstructuur, zodat er zo min mogelijk investeringen in (ondergrondse) infrastructuur hoeven te worden gedaan. Daarnaast dient ook bij flexwonen rekening te worden gehouden met milieuhinderzones en richtafstanden tot omliggende (agrarische) bedrijven. Op basis van deze criteria zijn een aantal zoeklocaties in beeld gebracht. Om die kansen te verzilveren
dient nader overleg te worden gevoerd met de betreffende grondeigenaren. De opties 2A en B liggen binnen de milieucirkel van een nabij gelegen agrarisch bedrijf, maar hiervoor zou in lijn met een eerdere aanpassing de geurverordening kunnen worden aangepast. Locaties 3A en B kunnen alleen als het agrarisch bedrijf wordt opgeheven.
4.
Projectaanpak en fasering
Initiatiefase: (Q2 – Q3 2024) Locatiekeuze en afspraken met grondeigenaar Opstellen Programma van Eisen - Bepalen van de behoefte aan (type en hoeveel) flexwoningen voor statushouders, Oekraïners en starters. - Stakeholderanalyse: belanghebbenden en belangrijke partners inventariseren voor het project om input te verzamelen en steun te verkrijgen. - Haalbaarheidsstudie om de financiële en technische levensvatbaarheid van het project te beoordelen. Opstellen en vaststellen startnotitie door gemeenteraad. Definitiefase (Q4 2024 – Q1 2025) Doel: Het ontwerpen van flexwoningen die voldoen aan de behoeften van de doelgroepen en het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor de bouw. Communicatie/participatie uitvoering flexwoningen Budget gemeenteraad Keuze flexwoningen/leverancier + aanbesteding Aanvragen benodigde vergunningen Bouw en Realisatiefase (Q3 – Q4 2025) Doel: De daadwerkelijke bouw van de flexwoningen uitvoeren volgens de vastgestelde plannen en specificaties. Activiteiten: - Bouwrijpmaken inclusief de benodigde infrastructuur en voorzieningen. - Bouwuitvoering: Voer de bouwwerkzaamheden uit volgens de planning en bewaak de voortgang, kwaliteit en veiligheid van het project. - Communicatie en rapportage: Houd belanghebbenden op de hoogte van de voortgang van de bouw en rapporteer regelmatig over mijlpalen en eventuele uitdagingen.
Oplevering en Evaluatie (Q1 2026) De voltooide flexwoningen opleveren aan de doelgroepen en het project evalueren om lessen te trekken voor toekomstige projecten.
Bijlage Omgevingsverordening provincie Utrecht Artikel 9.14a Instructieregel tijdelijke locaties voor flexwoningen 1.
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk kan regels bevatten voor een eenmalige en tijdelijke uitbreiding tot maximaal 50 flexwoningen per kern mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. binnen het bestaand Stedelijk gebied zijn onvoldoende locaties beschikbaar voor flexwoningen; b. de woningbouw vindt plaats in aansluiting op het Stedelijk gebied; c. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; d. de woningbouw wordt gerealiseerd met een goede landschappelijke inpassing, die rekening houdt met de tijdelijkheid van de flexwoningen en de beoogde opvolgende groene of agrarische functie; e. er wordt voorzien in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit, maar in ieder geval na 15 jaar; f. de opruimplicht is verzekerd op het moment van vaststelling van het omgevingsplan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt; en g. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.
2. Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing.
Artikel 9.16a Beoordelingsregel ontheffing tijdelijke locaties voor flexwoningen Ontheffing van Artikel 9.14a kan alleen worden verleend als: a. er sprake is van tijdelijke flexwoningen; b. binnen bestaand Stedelijk gebied onvoldoende locaties beschikbaar zijn voor flexwoningen; c. de flexwoningbouw niet tot extra bodemdaling leidt; d. de flexwoningbouw plaatsvindt in aansluiting op het Stedelijk gebied, of als dat niet mogelijk is, nabij het Stedelijk gebied; e. omliggende functies niet onevenredig worden geschaad; f. er wordt voorzien in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit, maar in ieder geval na 15 jaar; g. de flexwoningbouw wordt gerealiseerd met een goede landschappelijke inpassing die rekening houdt met de tijdelijkheid van de flexwoningen; h. afspraken worden gemaakt over een evenwichtige verhouding tussen de flexwoningen en de lokale groenontwikkeling bij locaties met meer dan 200 flexwoningen; en i. de flexwoningbouw geen onevenredige nadelige gevolgen heeft voor het provinciaal bereikbaarheidsnetwerk.