Bijlage F resultaten Ateliers en Werkgroepen
Tekst van het document
BIJLAGE F RES Foodvalley 1.0
Resultaten ruimtelijke ateliers en (bestuurlijke) werkgroepen
Ontwerpateliers en werkgroepen Plaatsbepaling Ateliers en Werkgroepen In 2019 startten de 8 gemeenten van Regio Foodvalley, samen met de provincies, waterschappen en een aantal stakeholders als RES Regio Foodvalley met het opstellen van een gezamenlijk Regionale Energiestrategie (RES) Foodvalley. In de RES wordt gestreefd naar gedragen keuzen voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur, in lijn met de afspraken in het Klimaatakkoord. Er ligt sinds mei 2020 een tussenresultaat, een concept-RES. Een doelstelling van 0,75 TWh en een ambitie van 1,0 TWh die de betrokken stakeholders nader willen invullen. De basis voor de aanpak voor de RES Regio Foodvalley naar de concept RES is te vinden Startdocument (versie 14-06-2019; status definitief); Om de concept RES verder uit te werken naar een definitieve doelstelling RES 1.0 is het Doorstartdocument RES Regio Foodvalley vastgesteld (versie 9 september 2020, status definitief). In het doorstartdocument wordt beschreven dat het Stakeholderoverleg de inhoud van de RES bepaalt en dat dit overleg hiervoor wordt gevoed door verschillende bronnen: 1.
Ruimtelijke regionale ontwerpateliers;
2.
(bestuurlijke werkgroepen);
3.
Een raadpleging, die door een burgerforum wordt vertaald in een advies aan het stakeholderoverleg.
Onderstaande figuur toont op hoofdlijnen hoe het RES proces voor de komende fase is georganiseerd.
Raadpleging
NIEUW Werkgroep Investeren
Regionale ontwerpateliers De regionale ontwerpateliers zijn bedoeld om gezamenlijk te zorgen voor de ingrediënten voor de uiteindelijke doelstelling 1.0 van de regio Foodvalley. Via ‘joint fact finding’ (gezamenlijk feitenonderzoek) wordt gezamenlijk onderzocht hoe (grootschalige) duurzame energieopwekking in de regio kan landen. Mogelijke keuzes en hun consequenties worden tijdens de ateliers op objectieve wijze inzichtelijk gemaakt. Ze vormen daarmee de inhoudelijke input voor het onderhandelingsproces in de Stakeholderoverleggen. In de ateliers wordt dus niet onderhandeld maar worden mogelijkheden in de vorm van feiten verzameld. In de ateliers wordt na een gezamenlijke start verder gewerkt in 4 gebiedsgerichte studies: •
Opwek en bundeling langs infrastructuur
•
Opwek en meekoppelkansen voor versterking landschap en natuur
•
Opwek en stedelijk gebied
•
Opwek en versterking agrarische structuur
(Bestuurlijke) werkgroepen De werkgroepen opereren op een hoger abstractieniveau. Knelpunten, beleidsvragen, dilemma’s op een aantal thema’s komen aan de orde. Het gaat om invullingen van Lokaal eigenaarschap, (wettelijke) Belemmeringen, Netcapaciteit, Omgevingsbeleid en Investeringen. Dit wordt later verder toegelicht.
Toelichting RES en regionale ontwerpateliers Er zijn in kader van de ruimtelijke ontwerpateliers 13 bijeenkomsten georganiseerd. Onderstaande tabel laat het verloop daarvan zien.
Deze ateliers zijn bijgewoond door de verschillende stakeholders en ook leden van het burgerforum. De deelnemerslijst voor de ruimtelijke ateliers was ruim 120 personen groot, en deze deelnemers namen vanuit één van de volgende organisaties deel aan dit proces: Organisatie RES incl Ontwerpbureau
JongRES Nederland
Alliander
LTO
Burgerplatform
Natuur en Milieu Gelderland
De Woningstichting
Provincie Gelderland
Energie Nederland
Provincie Utrecht
Energie voor Elkaar
Regio Foodvalley
FOV
Renkums Beekdal
Gemeente Barneveld
Rijksvastgoed
Gemeente Ede
RWS
Gemeente Nijkerk
Schoutenhuis rentmeesters Scherpenzeel
Gemeente Renswoude
Stedin
Gemeente Rhenen
Vallei Energie
Gemeente Scherpenzeel
Vereniging Gelders Genootschap
Gemeente Veenendaal
Waterschap Vallei en Veluwe
Gemeente Wageningen
WUR
GNMF/NMU Verantwoordelijk voor de ateliers is procesbegeleider Bastiaan du Pré. Hij werd daarbij ondersteund door een ruimtelijk ontwerpbureau, dat bestond uit • Femke Visser, Feddes/Olthof, • Jan van Minnebruggen en Koen Bakker, Bosch Slabbers, en • Hans Adams, EnergieSamen Rivierenland In de navolgende toelichting wordt het proces van de ruimtelijke ateliers op hoofdlijnen geschetst. De uitkomst van dat proces volgt daarna: de presentatie van het ontwerpbureau met daarin de belangrijkste lessen en uitkomsten. Atelier 1 Oriënteren Bastiaan du Pré introduceert als procesbegeleider deze nieuwe ronde Ateliers. Na een uitleg over doel en opzet van de regionale ontwerpateliers volgt een terugblik op het proces tot nu toe. In deelgroepjes praten de deelnemers door over hoe zij het RES proces tot nu
toe hebben beleefd. Projectregisseur voor de RES Jos Pierey geeft vervolgens een presentatie over de cijfermatige herleiding van de concept-RES. Jori Corbié (Alliander) geeft dan een zienswijze van de netbeheerders op de concept-RES. Tot slot stelt het ontwerpbureau zich voor, en geeft een analyse van al het werk dat door een ander consortium in de fase tot concept RES is gedaan. In deelgroepen wordt besproken wat dit voor het proces richting RES 1.0 betekent.
Atelier 2: koers bepalen Het atelier start met een terugblik op het eerste atelier. Er wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de feedback die aan het einde van het atelier is opgehaald. Bastiaan legt uit hoe de organisatie die feedback heeft ontvangen en op welke manier zij ermee omgaat in de komende ateliers. Vervolgens hebben Provincie Utrecht (Jeroen Blom) en Provincie Gelderland (Roeland Toemen) een toelichting gegeven op het provinciaal ruimtelijk beleid. Provincie Utrecht heeft het beleid in een ruimtelijke viewer beschikbaar gesteld. Te vinden op https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ . Provincie Gelderland werkt nog aan het vaststellen van haar ruimtelijk visie, deze nodigt uit tot regionale / provinciale afstemming. Op basis van deze presentaties is afgesproken dat we het ontwerpbureau en beide provincies verder afstemmen over provinciale verschillen. En dit zal in de volgende ateliers worden meegenomen. Tenslotte geeft het ontwerpbureau een presentatie over de opgave en hoe we die in de komende ateliers kunnen bespreken. Belangrijke uitkomst hiervan is dat we, om de ambitie van 1,0 TWH serieus te onderzoeken, verder moeten kijken dan alleen naar de mogelijkheden binnen het bestaand beleid.
De bijeenkomst gaat verder met een toelichting op de potentie om geld te verdienen met opwek van duurzame energie en wordt afgesloten met een toelichting op hoe de vier gebiedsgerichte studies worden aangevlogen en dit moet leiden tot een integraal verhaal in het zesde atelier .
Ateliers 3&4: opwek en bundeling langs infrastructuur (bestuurlijk trekker Didi Dorrestijn, Barneveld) In deze ateliers is gekeken wat er mogelijk is qua opwek langs infrastructuur en hoe dat ruimtelijk inpasbaar is. Belangrijke notie is dat we niet lijnen moeten nastreven maar clusters. We constateren verder dat: geschikte snelweglocaties vaak aansluiten bij ‘werklandschappen’ / bedrijventerreinen, industriële locaties. De voorgestelde aanpassing is dus: ‘langs’ infra wordt ‘aan’ infra • • •
zelfde ordenings principe redeneerlijn biedt wat meer flexibiliteit meer landschappelijke kwaliteit
In het RES proces zijn nu ~10 windturbines voorzien langs infrastructuur. In het kader van de doorkijk na 2030 heeft het ontwerpbureau een vingeroefening gedaan. Daarbij zijn bij deze werklandschappen nog ~ 19 extra potentiele locaties gezien. Het is dus potentieel mogelijk om “geconcentreerd” nog de nodige extra win opwek te realiseren. Voor alle zoekgebieden zijn verbeeldingen gemaakt van wind projecten: huidige situatie, een tweetal turbines erbij, nog enkele turbines erbij. De betekenis is niet uniform, maar er is een redelijke acceptatie van de ontwerpgedachte dat het uitbreiden van een klein cluster van turbines (2 a 3) naar een grote cluster van turbines (tot zeg maar 5), een beperkte aanvullende ruimtelijke impact heeft op het landschap. Ateliers 3&4: opwek en meekoppelkansen landschap en natuur (bestuurlijk trekker Peter de Haan, Wageningen) Na een ruimtelijke analyse van Nijkerk en ook het gebied bij Rhenen en Wageningen, is ervoor gekozen om verder te verkennen voor Rhenen en Wageningen. Gemeente Wageningen heeft in haar Visie buitengebied opgenomen te willen zoeken opwek van tenminste 250 GJ. Als onderdeel daarvan streeft Wageningen naar tenminste 2 windturbines; mocht dit toch niet lukken, dan wordt de niet gerealiseerde windenergie gecompenseerd met extra zon op land.
Gemeente Wageningen en Rhenen zijn samen een verkenning gestart naar mogelijkheden voor het duurzaam opwekken van energie in de Nude, op het grensgebied tussen de twee gemeenten. Het ontwerpbureau heeft op grond hiervan een vingeroefening gedaan. Daarbij is gezocht naar een grote verscheidenheid aan mogelijkheden om te onderzoeken wat het laadvermogen van het gebied is (nu en in de toekomst) en hoe dit op verschillende manieren is in te passen. Deze mogelijkheden zijn ook verbeeld, zowel in vogelvlucht als vanuit het beeld van de omwonenden. Deze vingeroefening is dus geen locatiestudie, maar een verkenning van mogelijkheden ondersteunend aan het maken van beleidsbeslissingen ten gunste van de RES.
Ateliers 3&4: opwek en stedelijk gebied (bestuurlijk trekker Marco Verloop, Veenendaal) Zon op andere plekken dan op land is een zeer belangrijk deel van de totale opwek. Daarom een extra analyse van mogelijkheden en beperkingen. In de aanloop naar atelier 3 vond met iedere gemeente een analyse plaats over de potentie van de verschillende voorkeurslocaties. De voorkeurslocaties langs wegen, spoorbanen, geluidsschermen, stortplaatsen en (vrije grond op) bedrijventerreinen wordt door deelnemers minder kansrijk geacht. Zon op groot dak heeft echter potentie. Er blijft onduidelijkheid over bestaande opwek en pijplijn, en dit is een issue. Dat komt door verstrengeling van informatie (groot dak en particulier dak), pijplijn planningen die over meerdere jaren gaan, dubbeltellingen en ook gemiste, ofwel “tussen wal en schip” tellingen. De manier waarop die informatie wordt gebruikt in berekeningen, is bepalend voor de onderbouwing van de doelstelling. Vanuit het ontwerpbureau de oproep om de tijd te nemen om met netbeheerders, NPRES, SDE en andere bronnen de bestaande opwek en pijplijn nader te duiden, en voor nu los daarvan een doelstelling/ ambitie voor opwek te formuleren.[red: inmiddels is bestaande opwek als ook pijplijn nader uitgewerkt en gespecificeerd. Zie hiervoor bijlage E] Verder geven gemeenten Veenendaal en Barneveld presentaties over hoe zij zon op dak stimuleren.
Een evaluatie binnen de gemeente Barneveld levert de volgende inzichten op: • • • •
dat het belangrijk dat je als gemeente risico durft te nemen dat je actief leert van anderen dat je elkaars ervaringen kunt overnemen dat iedere gemeente aan de slag moet met eigen zon op land en zon op dak opgave en dat die moet “landen” in duidelijk proces en prioriteringsladder Na het vierde atelier heeft met iedere gemeente wederom een individuele afspraak plaatsgevonden om de potentie zon op dak en restgronden nader aan te scherpen. Ateliers 3&4: opwek en versterken agrarische structuur (bestuurlijk trekker Henny van Dijk-van Ommering, Scherpenzeel) In deze gebiedsstudie is gekeken naar de gemeente Scherpenzeel. De aandacht ligt bij mogelijkheden inventariseren voor opwek en daarbij de agrarische structuur mee te nemen. Qua gebied zien we hier het kampen-landschap als ook broek- en heideontginningen. Bomenrijen onttrekken het nodige zicht als je hier windturbines zou realiseren. Hoewel er de nodige grote boerderijen met zonpotentie zijn, blijken die moeilijk aan te sluiten te zijn, wanneer er niet ook windturbines in de nabijheid ervan staan. Dat betekent dat het potentieel op boerendaken zonder wind alleen te benutten is door boeren bedrijven die al over een “stevigere” netwerkaansluiting beschikken. We beschikken in het atelier niet over een helder beeld van die stevigere aansluitingen, dat komt omdat die informatie beschermd is.
De netbeheerder kan wel zelf met lokale boerenbedrijven het gesprek initiëren over zon op dak.
In het vervolgatelier worden aansluitscenario’s voor zon in combinatie met wind verkend (zie figuur) Het is niet mogelijk om cf scenario 1 een ‘kralenketting’ te rijgen van boerderijen die zon opwekken. Het is wel mogelijk om in de buurt van een aansluiting losse of serieel geschakelde projecten aan te sluiten. Een vingeroefening met fictief geplaatste turbines en de werkelijke boerderijdaken laat zien dat er tot 6 ha potentieel boerendak ligt om erbij aan te sluiten. Vanaf 2022 is het mogelijk om 2 a 3 windturbines en 10 ha zon op dak aan te sluiten. Kortom: wind kan zorgen voor een stopcontact voor zon. Ateliers 5 en 6: komen tot een ruimtelijke verbeelding van de doelstelling. In atelier 5 zijn alle nieuwe inzichten uit de gebiedsgerichte studies bijeengebracht. Het ontwerpbureau geeft een presentatie, met daarin de stand van zaken m.b.t. door de gemeenten aangegeven opwek en verder een uitwerking van een visie voor zon en wind in de regio. Ook wordt stilgestaan bij het onderzoek Wind op de Veluwe.
Onderzoek naar mogelijkheden nieuwe windmolens op de Veluwe Door de vier RES-regio’s Noord-Veluwe, Cleantech Regio, Arnhem/Nijmegen en Regio Foodvalley is in samenwerking met de provincie Gelderland een verkenning gedaan naar de mogelijkheden van windenergie op en rond de Veluwe. In dit onderzoek staan de gevolgen voor de beschermde diersoort de wespendief centraal. Het rapport concludeert dat windmolens bouwen in het kerngebied van de Veluwe tot 2030 niet realistisch noch wenselijk is. In het invloedsgebied van 1 tot 8km rondom het kerngebied Veluwe gelden beperkingen.
Binnen Regio Foodvalley vallen diverse voorlopige zoekgebieden binnen de 1 tot 8 km zone rondom het kerngebied van de Veluwe. Ecologisch onderzoek maakt altijd onderdeel uit van de vervolgprocedure. Dan worden ecologische effecten zorgvuldig onderzocht. Meer informatie (statenbrief en stukken) op https://gelderland.stateninformatie.nl/modules/1/ingekomen%20stukken/647636.
In atelier 6 geeft het ontwerpbureau de allerlaatste stand van zaken en een aangescherpte visie voor zon en wind in de regio. Vervolgens is in groepjes expliciet verkend hoe daarnaar wordt gekeken aan de hand van de volgende vragen: • • •
Zijn we het hiermee eens? Wat willen we hierover opnemen in de RES? Wat willen we inbrengen als discussiepunt in het Stakeholderoverleg?
Ook wordt gekeken naar de beoordelingscriteria en hoe die in de concept RES zijn verwerkt. We constateren dat we met betrekking tot de beoordelingscriteria geen belangrijke verschuivingen in denken zien. Een ruimtelijke presentatie over verdere uitbreiding van opwek richting 2050 laat zien dat uitbreiding past binnen de voorliggende visie van clustering. Deelnemers delen enerzijds het belang van transparantie voor wat betreft de doelstellingen voorbij 2030, maar onderstrepen tegelijkertijd dat het te vroeg is om het eindbeeld naar 2050 nu al mee te nemen in het betoog. In de beeldpresentatie van het ontwerpbureau komen de relevante inzichten en ideeën samen tot het ruimtelijk verhaal van RES Regio Foodvalley. Zie hiervoor de aangehechte presentatie.
Bestuurlijke Werkgroepen In de uitwerking van RES Foodvalley 1.0 zijn bestuurlijke werkgroepen ingesteld om de keuzes op diverse inhoudelijke vraagstukken verder uit te werken. De werkgroepen werden geleid door een bestuurlijk trekker, die de verbinding vormde naar het stakeholderoverleg. De volgende werkgroepen zijn actief geweest: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Werkgroep Belemmeringen (bestuurlijk trekker: wethouder Sander van ’t Foort (Renswoude)) Werkgroep Omgevingsbeleid (bestuurlijk trekker: wethouder Harke Dijksterhuis (Nijkerk)) Werkgroep Netcapaciteit (bestuurlijk trekker: wethouder Geert Ritsema (Ede)) Werkgroep Lokaal Eigenaarschap (bestuurlijk trekker: wethouder Jolanda de Heer (Rhenen)) Werkgroep Warmte (bestuurlijk trekker: wethouder Sander van ’t Foort (Renswoude)) Werkgroep Investeringen (trekker: Wouter Verduyn (Energie Nederland)
In het stakeholderoverleg van 3 maart hebben alle werkgroepen verslag gedaan. De belangrijkste conclusies worden hieronder kort samengevat. De resultaten zijn verwerkt in de RES. Werkgroep Belemmeringen • • • • • •
(strategische) communicatie goed borgen bij regio kennis organiseren rondom smart grids, opslag integrale aanpak en ontmoeting Economic Board verken regionaal omgevingsprogramma uitvoeringsstrategie zon op voorkeursbestemmingen sluit intentieovereenkomst energie-expertisecentrum
Werkgroep Omgevingsbeleid • • • • •
uitvoering en verankering is aan de gemeentes zelf dit gebeurt in Omgevingsvisie en Omgevingsplan regionaal ondersteuning en samenwerking bij uitvoering, eventueel in Uitvoeringsprogramma regionaal m.e.r. niet nodig, tenzij voor Wespendief RES hoeft niet formeel ter inzage gelegd
Werkgroep Netcapaciteit • • • •
selecteren voorkeursgebieden voor zon op dak met hoge “slagingskans” voor aansluiten op bestaande net verkennen bundeling van individuele zon op dak/kleinschalige wind projecten in buitengebied waardoor aansluiting op net technisch en financieel kansrijker wordt vermijden gebieden waar netwerkcapaciteit komende jaren onvoldoende is (buitengebied en gebouwde omgeving) proactief advies van netbeheerder aan gemeenten om te zorgen dat geschikte – en meer problematische netwerkgebieden goed in beeld zijn.
Werkgroep Lokaal Eigenaarschap • • • • •
zorgvuldige participatie is van groot belang stel als Regio ambitie en kaders op bundel kennis in een expertisecentrum energie ontwikkelfonds voor voorfinanciering onderzoek faciliteer gezamenlijke uitvoeringsorganisatie voor samenwerking energiecoöperaties
Werkgroep Warmte • • • • • •
Veel verschillende warmteoplossingen in de regio Effect op opwek en netcapaciteit nog beperkt bekend TVW’s zullen meer inzicht geven – RES 2.0 Weinig aanpassing warmtedeel concept-RES Experimenteren met oa groengas, waterstof Regionale warmte-coördinator en kennis bundelen
Werkgroep Investeringen
• • • • •
•
Betrek inwoners en lokale netwerken vroegtijdig In principe geen top ups op landelijk beleid Ontmoedig verwerven grondcontracten Voorfinanciering door overheid (ontwikkelfonds) Overweeg Expertisecentrum Energie RES Foodvalley Overweeg structurele aansturing (Economic Board)
Bijlage: presentatie resultaten Ateliers