CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage D - Netimpact rapportage - RES 1.0 Regio Foodvalley

Raadscommissie 18 mei 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Inspraak inzake Regionale Energie Strategie (RES) 1.016.907 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• (Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes

Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en transitievisies warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet.

• Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd

Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Liander dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Bovendien is het wenselijk met het oog op het geïntegreerde energiesysteem (E-G-W) om ook de warmte infrastructuur bij de regionale netbeheerder te leggen. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).

• In gemeentelijke Transitievisies Warmte kijken naar integrale energiesysteem in de wijk

Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte. Netbeheerders roepen op om in de TvW te kijken naar het energiesysteem als geheel. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd en dat we vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen, waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard en waar we middenspanningsruimtes bij moeten plaatsen.

33

De potentie van groengas Groengas-potentieel optimaal benutten biedt kansen om investeringen in elektriciteitsnet te voorkomen.

De inzet van groengas

Groengas kan getransporteerd worden zonder enorme investeringen in het gasnet. De lage infrastructurele kosten komen voort uit het feit dat onze gasnetten vaak nog lang mee kunnen en ze, naast aardgas, ook geschikt zijn voor duurzame gassen (zoals groengas en op termijn waterstof). In de tabel rechts is een aantal aspecten toegelicht waar rekening mee moet worden gehouden bij de inzet van groengas. Groengas is biogas dat opgewaardeerd is tot de kwaliteit van aardgas. Er zijn geen investeringskosten aan de gebruikerskant (de huiseigenaren) omdat er gebruik kan worden gemaakt van de traditionele aardgas klantaansluitingen. Wel kan het zijn dat op sommige momenten in het jaar niet al het ingevoerde groengas gebruikt kan worden. Daarom zijn er soms boosters of netkoppelingen nodig om het gasnet in balans te houden. Ook is seizoensopslag nodig om verschillen in vraag en aanbod tussen koude winters en warme zomers te kunnen opvangen. Als de regio een inschatting van groengasverbruik en -invoer in het RES-proces meegeeft dan kunnen wij deze kosten voor de specifieke regio duiden. Deze schatting is er zover bekend niet. Er lijkt in de regio wel potentie te zijn voor lokale productie van groen gas, maar hier is nog verder onderzoek nodig.

Transitie voor de klant

Geen aanpassingen nodig

Benodigde netaanpassingen

• • •

Boosters om gas naar een hoger gelegen net te krijgen. Netkoppelingen om verbruik en aanbod beter te matchen en zo minder boosters nodig te hebben. Seizoensopslag (Gasunie)

Potentie in 2030 in NL

Rond de 153 PJ

Potentie in 2050 in NL

Tussen de 73 en 442 PJ

Invoerders/techniek

Om een rendabele businesscase voor groengas invoerder te hebben, moet er minimaal 8.000 uren per jaar groengas geproduceerd worden.

In het basisdocument over de energie-infrastructuur is uitgebreide informatie te vinden over het Nederlandse gasnet, typen gasstations en kosten, ruimte en benodigde tijd voor het realiseren en verwijderen van gasstations en leidingen.

Aanbevelingen • •

Zorg ervoor dat de potentie van groengas zoveel mogelijk wordt benut. Indien er regionale inzichten zijn over bovenregionale warmteoplossingen: lever zoveel mogelijk regio specifieke gegevens aan over de gasvraag enerzijds en het groengas aanbod anderzijds. Hiermee kan Liander de impact beter inschatten en het gasnet vroegtijdig klaarmaken voor de toekomst.

34

6. Strategie en aanbevelingen

35

Strategie en aanbevelingen voor realiseerbare RES Netuitbreidingen: bouwen of voorkomen De basis oplossing voor de verwachte knelpunten is het bouwen van infrastructuur. Echter zijn er kansen om dit te voorkomen, door vijf algemene ontwerpprincipes toe te passen. Zo besparen we maatschappelijke kosten, ruimte en tijd in de uitvoering.

Strategie: netuitbreidingen realiseren om RES1.0 aan te sluiten Er zijn verschillende stationsuitbreidingen nodig + aanvullende uitbreidingen in het MS- en LS net om het RES1.0 bod aan te sluiten.

Aanbevelingen: netuitbreidingen voorkomen én RES1.0 aansluiten Door het RES1.0 bod slimmer op het net aan te sluiten kunnen uitbreidingen voorkomen worden. Dit scheelt maatschappelijke kosten, ruimtebeslag en vergroot de haalbaarheid van de RES.

1. Beter benutten van de restcapaciteit op de bestaande netten

2. Energievraag en –aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

36

De impact van netuitbreidingen op de maatschappij:

Lagere maatschappelijke kosten

3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

Ruimte voor uitbreiding van de energieinfrastructuur besparen

4. Clusteren van duurzame opwek projecten

De haalbaarheid (in tijd) van de RES-ambitie te vergroten

5. Overige technische oplossingen bijv. aansluiten van wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie (curtailment) en gebruik storingsreserve (redundantie)

Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations Zoekgebied nieuw station

Inschatting haalbaarheid voor 2030

Oppervlakte [m2]

Toelichting

A Nijkerk-West

?

1,800-2,200

Zoek gezamenlijk naar een stationslocatie

B Barneveld / Harselaar

✓

15,000-40,000

Lopende uitbreiding op korte termijn gereed, mits grondaankoop is voltooid. Zorgen om impact zon op dak.

C Wekerom

?

1,600-2,000

Zoek gezamenlijk naar een stationslocatie

D: Scherpenzeel

?

1,600-2,000

Zoek gezamenlijk naar een stationslocatie

E: Ede-West

?

1,600-2,000

Zoek gezamenlijk naar een stationslocatie

A

C

D Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 5 nieuwe HS/MS stations te moeten realiseren. Hier geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren. In de aanbevelingen zijn een aantal tips te vinden. Daarnaast zijn op 3 bestaande HS/MS stationslocaties uitbreidingen nodig. Op de volgende pagina zijn andere benodigde netaanpassingen toegelicht.

E

Vaak alternatieve oplossingen mogelijk Het is de moeite waard om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving, te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuwe station hoeft te worden gerealiseerd. Omdat de impact van het bouwen van een nieuw station op omgeving groot is, hebben we aanbevelingen voor slimme oplossingen en meer systeemefficiëntie uitgewerkt.

Geen capaciteit 10 – 20 MW capaciteit over

NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief en tot stand gekomen door een combinatie van factoren vanuit deze impact analyse: onder andere de beschikbare capaciteit op stations en de zoekgebieden voor duurzame opwek. Het zoekgebied is nadrukkelijk een vrij ruim zoekgebied. De daadwerkelijke zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations start wanneer plannen concreter en zekerder worden.

30 - 50 MW capaciteit over 50 - 75 MW capaciteit over

Geen capaciteit

75+ MW capaciteit over

Geen velden

Geen aansluiting mogelijk

Ruimte op station

37

Strategie | benodigde netaanpassingen: totaal overzicht scenario A Netvlak

Overbelast station

Periode overbelast

Overbelasting door

Oplossing

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

HS

Harselaar 150 kV

2030

Opwek

HS 80 nieuwbouw

HS

Renkum 150 kV

TS

Barneveld 50 kV

2030

Opwek en afname

TS 40 uitbreiding

TS

Ede 50 kV

TS

Frankeneng 50 kV

2030

Opwek

TS 40 uitbreiding

TS

Nijkerk 50 kV

2030

Opwek

TS 40 nieuwbouw

TS

Wageningen 50 kV

2030

Opwek

MS

Ede West

2030

MS

Nijkerkerveen

MS

Scherpenzeel

MS

Doorlooptijd

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte (m2)

Inschatting haalbaarheid voor 2030

Ja

5,7-11,3

15,000-40,000

✓

Ja

1,7-3,4

1,800-2,200

✓

1,7-3,4

1,800-2,200

?

2,9-5,7

1,800-2,200

?

TS 40 uitbreiding

1,7-3,4

1,800-2,200

?

Opwek en afname

MS 20 nieuwbouw

2,5-4,9

1,600-2,000

?

2030

Opwek

MS 20 nieuwbouw

2,5-4,9

1,600-2,000

?

Wekerom

2030

Opwek en afname

MS 20 nieuwbouw

2,5-4,9

1,600-2,000

?

MS

Veenendaal 1

Geen

-

Capaciteitsuitbreiding en uitbreiden met afgaande velden

4-5

6,5

0

✓

MS

Veenendaal 2

Geen

-

Uitbreiden met afgaande velden en uitwisselen van trafo’s

3

3,5

0

✓

Ja

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting.

Legenda: ✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 38 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet realiseerbaar voor 2030

Strategie | benodigde netaanpassingen: totaal overzicht scenario B Netvlak

Overbelast station

Periode overbelast

Overbelasting door

Oplossing

Opgenomen in Investeringsplan 2020?*

HS

Harselaar 150 kV

2030

Opwek

HS 80 nieuwbouw

HS

Renkum 150 kV

TS

Barneveld 50 kV

2030

Opwek en afname

TS 40 uitbreiding

TS

Ede 50 kV

TS

Frankeneng 50 kV

2030

Opwek

TS 40 uitbreiding

TS

Nijkerk 50 kV

2030

Opwek

TS 40 nieuwbouw

TS

Wageningen 50 kV

2030

Opwek

MS

Ede West

MS

Nijkerkerveen

MS

Scherpenzeel

2030

MS

Wekerom

MS MS

Doorlooptijd

Kosten (in miljoenen €)

Benodigde ruimte (m2)

Inschatting haalbaarheid voor 2030

Ja

5,7-11,3

15,000-40,000

✓

Ja

1,7-3,4

1,800-2,200

✓

1,7-3,4

1,800-2,200

?

2,9-5,7

1,800-2,200

?

TS 40 uitbreiding

1,7-3,4

1,800-2,200

?

Opwek

MS 20 nieuwbouw

2,5-4,9

1,600-2,000

?

2030

Opwek en afname

MS 20 nieuwbouw

2,5-4,9

1,600-2,000

?

Veenendaal 1

Geen

-

MS net

-

-

0

✓

Veenendaal 2

Geen

-

MS net-

-

-

0

✓

Ja

* Het belang van het opnemen van RES plannen in de investeringsplannen van netbeheerders is op de volgende slide toegelicht. ** Inschatting van doorlooptijd en ruimtebeslag van de totale werkzaamheden van het verzwaren van MS kabels en laagniveau is in dit stadium niet mogelijk. Zie volgende pagina voor een toelichting.

Legenda: ✓ Waarschijnlijk gereed voor 2030 39 ? Onzeker of deze gereed is voor 2030 ? Waarschijnlijk niet realiseerbaar voor 2030

Strategie | Toelichting op haalbaarheid en investeringsplannen Investeringsplannen (IP)

Handreiking voor concrete en zekere plannen

Iedere regionale netbeheerder publiceert tweejaarlijks een investeringsplan met een zichttermijn van tien jaar. In deze investeringsplannen staan de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen beschreven. Deze plannen vormen de formele vaststelling (toetsing door de Autoriteit Consument en Markt) van de meerjarige investeringsplannen van Liander. De investeringsplannen van Liander zijn onder andere gebaseerd op marktinformatie, scenario's en transitieplannen van de regio en gemeenten. In het Investeringsplan 2020 zijn de RES-plannen nog beperkt meegenomen. Dit komt voornamelijk door de timing en de onzekerheid: de concept-RES was nog niet gereed en tevens nog niet formeel vastgesteld door de overheden ten tijde van het opstellen van het Investeringsplan 2020. In het Investeringsplan 2022 nemen de netbeheerders waar mogelijk de informatie over duurzame opwek plannen vanuit de RES meenemen. Meer lezen over de Investeringsplannen? Klik hier.

Om de ambities van regio´s betaalbaar en voor 2030 uitvoerbaar te maken zoeken we samen naar de optimale afweging. De uitgewerkte ambities van de RES regio’s bieden netbeheerders belangrijke inzichten in welke uitbreidingen van de energie-infrastructuur nodig zijn. De handreiking die onlangs is opgesteld door Netbeheer Nederland schetst voor alle stappen van het RES-proces hoe de plannen zo concreet mogelijk gemaakt kunnen worden. Hoe concreter (waar komt wat) en zekerder bijvoorbeeld vastgelegd in ruimtelijk beleid) de plannen zijn, hoe beter de netbeheerder rekening kan houden met de informatie.

Handreiking concreet en zeker

De inschatting van haalbaarheid Het opnemen van benodigde aanpassingen aan het energienet in de investeringsplannen van de netbeheerders zorgt voor duidelijkheid over de timing van de uitvoering. Voor de netuitbreidingen die op dit moment zijn opgenomen in de investeringsplannen, schatten we in dat netuitbreidingen voor 2030 gerealiseerd zijn. Ook werkzaamheden die al in voorbereiding zijn met een investeringsvoorstel of vergevorderd onderzoek, zijn opgenomen in de tabel met een positieve inschatting van haalbaarheid voor 2030. Niet alle werkzaamheden die op korte termijn worden uitgevoerd, worden opgenomen in het IP: urgente zaken en nieuwe inzichten leiden soms tot snel handelen. Langere termijn, planbare aanpassingen worden altijd opgenomen in het IP. Bij het opstellen van de investeringsplannen kijken we naar het totale werkpakket van de netbeheerders en een haalbare fasering in tijd.

40

Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met systeemefficiëntie De RES regio Foodvalley heeft invloed op de grootte van het maakbare deel van de RES1.0 en kan bijdragen aan het voorkomen van benodigde netuitbreidingen, door systeemefficiënte keuzes te maken. Graag lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in de RES regio Foodvalley. Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om: 1. maatschappelijke kosten te besparen; 2. ruimte te besparen; 3. de haalbaarheid in tijd van de RES ambitie te vergroten, en 4. slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor systeemefficiëntie maken we gebruik van vijf ontwerpprincipes. In de bijlage staat een toelichting op deze ontwerpprincipes.

Gemeente

RES 1.0

1. Beter benutten van de restcapaciteit op het bestaande energienet

Ede Wageningen

Enige potentie

Er is nog wat restcapaciteit op een aantal stations, die enige potentie biedt knelpunten te vermijden. Station Ede kan ten dele knelpunten op andere stations oplossen. Dit vereist tijdige afstemming van projecten met de netbeheerder. Station Renkum heeft weliswaar ruimte, maar kabels moeten door het bos en dat blijkt ongeschikt. Aansluiting moet tevens altijd op Wageningen-Noord. Station Nijkerkerveen is alleen geschikt voor enkele wat kleinere zonnevelden.

2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie

Barneveld Veenendaal Rhenen Scherpenzeel

Zeer veel potentie

Er is zeer veel potentie om vraag en aanbod te koppelen. De slagingskans van de zon op dak ambitie neemt aanzienlijk toe als men teruglevering minimaliseert en stroom zelf benut. Daarmee vermijden we mogelijk enorme vertragingen door vele netuitbreidingen die plaatsvinden in de leefomgeving. De netbeheerder doet aanbevelingen om de slagingskans van zon op dak te vergroten.

Zeer veel potentie

Wind kan nog altijd overal knelpunten wegnemen. Hoewel er een paar windturbines zijn toegevoegd is de wind & zon verhouding niet gunstig. Elk stationsknelpunt komt door zonontwikkelingen, met als gevolg extra benodigde investeringen tegen een zeer lage benutting (1/8) van het net. Dit is vanuit systeemefficiëntie gezien zeer negatief.

Veel potentie

De RES1.0 zet in op clustering en dit is een zeer positieve ontwikkeling. Zo kan er veel opbrengst per netaansluiting gerealiseerd worden. Dat houdt in dat een paar grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten veel bijdragen aan de systeemefficiëntie. Mogelijkheden daarvoor liggen qua infrastructuur o.a. ten westen van Nijkerk, bij Harselaar, rondom Ede en rondom Wageningen.

Veel potentie

Aftoppen (de piek afregelen zodra die voorkomt) levert veel op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer gefaciliteerd hoeven te worden. Dit is effectief voor zon projecten. Ook cable pooling levert heel veel op voor het efficiënt benutten van de netten. In de bijlage is een toelichting te vinden op deze ontwerpprincipes.

3. Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon

4. Clusteren van duurzame opwek projecten

5.* Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aansluiting (cablepooling), aftoppen van piek productie en benutten reservecapaciteit

Allen

Allen

Allen

*De potentie van het gebruik reservecapaciteit is vooralsnog niet in deze doorrekening meegenomen. De netbeheerders zullen na RES1.0 hier verder onderzoek naar doen.

41

Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met systeemefficiëntie per station Zoekgebied nieuw station

Kansen slimme oplossingen

A: Nijkerk-West

Toelichting Het nieuwe station is nodig. Wel kansen om knelpunt uit te stellen: - Plaats zon op dak met korte realisatietermijn bij grote stroomverbruikers - Pas een goede wind / zon verhouding toe voor optimale benutting bestaande netwerk - Cluster tot enkele grotere projecten voor slimme benutting stopcontacten/velden - Onderzoek 1) cablepool aansluiting en 2) verdere curtailment (aftoppen) van zon op land

B: Barneveld / Harselaar

Lopende uitbreiding op korte termijn gereed, mits grondaankoop is voltooid. Mogelijk voldoende capaciteit voor RES1.0 met: - Zon op dak bij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek - Meer wind en minder zon helpt bij optimale benutting bestaande netwerk - Onderzoek 1) cablepool aansluiting voor wind en zon en 2) curtailment (aftoppen) van zon op land

C Wekerom

-

Zon op dak dichtbij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Onderzoek verdere curtailment (aftoppen)

D: Scherpenzeel

-

Zon op dak dichtbij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Cluster projecten om beschikbare velden goed te benutten Onderzoek cablepool aansluiting wind met zon op land en/of zon op dak

E: Ede-West / Frankeneng

-

Maak gebruik van restcapaciteit station Ede Zon op dak bij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Cluster en combineer mogelijke wind- en zon projecten voor slim gebruik bestaande infrastructuur

Overige knelpunten F Wageningen

G Veenendaal 1 en 2

A

Kansen slimme oplossingen

C

D G

E G F

Toelichting

Geen capaciteit 10 – 20 MW capaciteit over

Regie op projecten, goede verdeling op Wageningen én Wageningen-Noord en slimme oplossingen helpen mogelijk knelpunt te voorkomen. - Gebruik capaciteit Wageningen-Noord - Extra windturbines zorgen voor hogere aansluitkans ambitie op bestaande netwerk - Cluster projecten om velden (stopcontacten) goed te benutten - Onderzoek 1) cablepool aansluiting en 2) verdere curtailment (aftoppen) van zon op land -

Zon op dak dichtbij groot stroomverbruik of zonder terugleverpiek Clustering projecten om nog aan te bouwen velden goed te benutten

30 - 50 MW capaciteit over 50 - 75 MW capaciteit over

F

75+ MW capaciteit over

Geen capaciteit

Geen aansluiting mogelijk

Geen velden

Benodigd nieuw stationslocatie

Ruimte op station

Uitbreiding bestaande locatie

42

Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met de netinpassingsladder voor het MS-en LS net Inpassingsladder grootschalige zon op dak: voorkom netimpact Om de betaalbaarheid en een maximale realisatiegraad van projecten te borgen, is slim werken noodzakelijk. Daar is de inpassingsladder grootschalig zon op dak op gebaseerd: voorkom waar mogelijk netverzwaringen en ga zo slim mogelijk om met de bestaande infrastructuur. Dat geeft de grootste kans op het snel gerealiseerd krijgen van PVprojecten. De inpassingsladder grootschalig zon op dak borduurt voor op de landelijk omarmde zonneladder (naar aanleiding van motie Dik-Faber). Deze inpassingsladder sluit net als de bestaande zonneladder niets uit, maar geeft een optimale volgordelijkheid/logica aan beredeneerd vanuit de infrastructuur.

Slimme keuzes in de RES helpen niet alleen bij het betaalbaar houden van de energieinfrastructuur, maar ook voor het realiseren van de klimaatdoelen in 2030. Richting geven aan zon op dak binnen een RES is daarin cruciaal. Deze projecten zorgen immers voor het grootste deel van de opwek met zonnepanelen, maar komen steeds vaker in het gedrang door netcongestie. Maak inzichtelijk wat de meest logische locaties voor zon op dak zijn waarbij de infrastructuur niet direct een aanpassing behoeft en realisatie eenvoudig kan plaatsvinden. In de RES 1.0 is in ieder geval opgenomen dat een uitvoeringsstrategie voor zon op dak wordt uitgewerkt.

Handelingsperspectief: Zet mogelijke stimulering op die bedrijven helpt om projecten onder randvoorwaarden van trede 1 of 2 te realiseren.

43

Aanbevelingen | netuitbreiding voorkomen met inzicht op het middenspanningsnet Inzicht in middenspanningsnet:

Beschikbare ruimte op het MS-net

NB: dit betreft een eerste schatting van de netbeheerders.

De netbeheerders geven een winstwaarschuwing voor het zon op dak gedeelte van de RES1.0: de aansluitbaarheid is onzeker. Daarnaast werken de netbeheerders aan een verbeterd inzicht in de mogelijke knelpunten in de midden- en laagspanningsnetten. Tot die tijd zijn er schattingen van de huidige capaciteit beschikbaar. De kaart hiernaast toont waar in de regio Foodvalley nog veel capaciteit is en waar er al schaarste is. Vooral de kleine donkerpaarse gebieden zijn relatief geschikt voor aansluiten van zon op dak.

Handelingsperspectief: De netbeheerders roepen op om de netinpassingsladder te gebruiken om de aansluitbaarheid van zon op dak te vergroten. Advies: 1. Op elke locatie kan in elk geval zon op dak zonder teruglevering aan het net gerealiseerd worden. Ook als er transportschaarste is. 2. Stimuleer zo veel mogelijk zon op dak projecten in de donkerpaarse gebieden 3. Organiseer / combineer ontwikkelingen in lichtgekleurde gebieden om terugleverpiek te verminderen. Maak eventueel een realistische planning om netbeheerders tijd te geven netuitbreiding te realiseren. Door zon op dak een groter aandeel te geven t.o.v. de concept-RES maakt deze RES-regio het plannen van deze ontwikkelingen veel gecompliceerder. Het is belangrijk om hier met elkaar een slim gezamenlijk uitvoeringsplan voor te maken, zodat transportschaarste wordt voorkomen

*

Samen en integraal plannen

Max 2 MW

Geen capaciteit

*Neem contact op met Stedin voor meer inzicht in middenspanningsnet.

44

Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.

2050

Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie In een dergelijk uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van de energie infrastructuur doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de energie-infrastructuur uitbreidingen te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen we zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.

Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren Door verder vooruit te kijken is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inzetten van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken vergroot de kans dat de regionale ambities op tijd gerealiseerd kunnen worden.

Starten waar capaciteit beschikbaar is Voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben, of op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid worden. Door samen eerst op deze gebieden te focussen, kan er in de tussentijd gewerkt worden aan het realiseren van stations-uitbreidingen in andere gebieden.

Voorbeeld planning in een uitvoeringsprogramma Hierboven is een voorbeeld planning binnen een uitvoeringsprogramma geschetst We verwachten station X in 2023 gereed te hebben. De wind- en zonplannen in zoekgebieden 1 en 2 kunnen vervolgens aangesloten worden op het elektriciteitsnet d.m.v. 1 of 2 gecombineerde aansluitingen waar cablepooling toegepast wordt. Voor nieuw te realiseren stations rekenen we met een minimale voorbereidingsfase van 3 jaar en een uitvoeringsfase van circa 2 jaar: een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. De doorlooptijd wordt beïnvloed door knelpunten in bijvoorbeeld de grondverwerving of het wijzigen van de planologische regels. Een integrale planning en afspraken over uitvoeringscoördinatie vergroot de kans op tijdige realisatie van benodigde infrastructuur. 45

Aanbevelingen | tijdig ruimte veiligstellen Tijdig starten met planprocedures en planprocedures versnellen Zonder de juiste planologische bestemming kan de beoogde locatie niet tot ontwikkeling komen. Start tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur. Dit voorkomt een mismatch tussen de opleverdatum van duurzame opwekprojecten en de benodigde uitbreidingen aan de infrastructuur. We zien grote verschillen in doorlooptijden van vergunningsverlening en het wijzigen van bestemmings- of omgevingsplannen tussen de verschillende gemeenten en provincies. In de figuur hiernaast is weergegeven wat indicatieve doorlooptijden zijn voor he bouwen van een nieuw station. Onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden, bijvoorbeeld door te leren van de aanpak van andere overheden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kan tot een beter en sneller planproces leiden.

Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid Energieopwekking is een nieuwe ruimtevrager. Daarnaast is door de toenemende energie opwek, meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en mindere mate voor windmolens, is dit een herkenbaar probleem. Maar voor de netverzwaring zelf, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels, is ook ruimte nodig. Ruimte die schaars is en ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden ingezet. Bevoegde gezagen kunnen als volgt zorgen voor ruimte voor energieinfrastructuur in beleid:

•

•

•

In de op te stellen omgevingsvisies is meestal al veel aandacht voor de energietransitie en de RES. Door op visieniveau ook aandacht te besteden aan de boven- en ondergrondse energie-infrastructuur sluit de omgevingsvisie goed aan toekomstige omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. Een omgevingsprogramma energie geeft de mogelijkheid de doelen uit de omgevingsvisie te concretiseren. In dit omgevingsprogramma worden de beleidskeuzes uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt, onder andere door een planning bij te voegen hoe de beleidskeuzes in de tijd worden gerealiseerd. Een pilot van dit programma wordt door de NPRES nu opgestart. In het bestemmings-of omgevingsplan wordt de daadwerkelijke planologische ruimte gecreëerd om tot het verlenen van de benodigde vergunningen over te kunnen gaan.

•

Liander beschikt over veel kennis van de planologische ruimte die nodig is en welke belemmeringen spelen rondom de inpassing van een (nieuw) station. Ook komt eind 2020 een staalkaart beschikbaar waarin de belangrijkste regels staan die in een omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Buitenplanse vergunningen zijn en blijven een mogelijkheid om tot realisatie van de nieuwe energie-infrastructuur te komen. Zeker direct na de invoering van de Omgevingswet kan dit een oplossing zijn voor het kunnen afwijken van het geldende planologische regels. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitbreiding van station Barneveld in de gemeente Barneveld.

Actieve meedenkende houding door bevoegd gezag van groot belang De nieuw aan te leggen energie-infrastructuur heeft fysieke ruimte nodig. Liander wil door middel van strategische grondverwerving vooruitlopen op de netverzwaring. We kunnen daarmee het vertragingsrisico verkleinen. Voor strategische grondaankoop kijkt Liander daarom 10 jaar vooruit naar het oplossen van knelpunten. We kunnen dit alleen doen in samenwerking met het bevoegde gezag omdat de grondaankopen moeten passen in het (toekomstige) en lokale ruimtelijke beleidskader. Een actieve meedenkende houding in het zoeken naar geschikte locaties zorgt voor een grotere kans op succesvolle uitvoering van de ambities in de RES.

Indicatieve benodigde tijd voor het bouwen van een nieuw station 0

1

2

3

4

5

6

7

jaren

Nieuw HS/TS of HS/MS station Nieuw TS/MS station Planprocedures

Nieuw MS station Nieuw MS/LS station

Uitvoering Onzekerheid

46

Aanbevelingen | mensen, middelen, landelijke kaders Wijs bindende zoekgebieden en uitsluitingsgebieden aan Zoekgebieden, zoeklocaties en definitieve locaties helpen om accuraat te voorspellen waar de duurzame opwek zal komen binnen de regio. We vragen de overheden hier om een stevige regierol, waarin projecten buiten deze zoekgebieden ook niet langer worden vergund. Ook als er nog geen concrete projecten binnen deze zoekgebieden zijn, kunnen de modellen van Liander een inschatting maken van een realistische vermogensspreiding binnen deze gebieden. Ook relatief grote bindende zoekgebieden hebben dus al toegevoegde waarde wanneer projecten daarbuiten ook daadwerkelijk worden uitgesloten.

Samen tekorten op de arbeidsmarkt aanpakken Het tekort aan technisch personeel gaat zorgen voor vertragingen. Gericht arbeidsmarktbeleid kan het verschil maken, zowel op landelijk als regionaal niveau. Stimuleer dat mensen in uw regio enthousiast worden om de techniek in gaan en zorg ervoor dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn. Onderzoek mogelijkheden voor regionaal samenwerken aan Human Capital Agenda's voor (technische beroepen in) de energiesector.

realiseerbaar blijven. De SDE-systematiek gaat uit van de laagste kosten per techniek. Maatschappelijke aspecten, zoals aandacht voor biodiversiteit en groene inpassing, zijn kostenverhogend en vallen dus snel buiten de mogelijkheden van de SDE regeling.. Dit heeft effect op de uitvoering, omdat dit projecten zijn, die juist in de RESsen kunnen rekenen op draagvlak. •

Verken met gemeenten en provincies de mogelijkheden voor versnelling van de ruimtelijke processen.

•

Maximale benutting van het bestaande net door een zo snel mogelijke inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur zodat de reservecapaciteit in het hoogspanningsnet kan worden ingezet als spitsstrook voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek (AMvB N-1).

•

Ruimte in wet- en regelgeving voor (tijdelijke) alternatieve oplossingen als er sprake is van transportschaarste, zoals congestiemanagement, pieken aftoppen en dynamisch terugleveren.

•

Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid voor de energietransitie.

•

Ruimte in warmtewetgeving, zodat gemeenten keuzevrijheid en voldoende flexibiliteit hebben om tot maatwerkoplossingen te komen, inclusief de mogelijkheid om bedrijven in publiek eigendom, waaronder de netwerkbedrijven, aan te kunnen wijzen als warmtebedrijf.

Tijdig beschikbaar krijgen van materialen door gezamenlijke prognoses Voor het realiseren van de benodigde uitbreidingen is naast voldoende personeel ook materialen nodig. Materialen moeten tijdig besteld worden, denk dan aan transformatoren, kabels, etc. Om te anticiperen op deze schaarste en te kunnen beschikken over benodigde materialen, is het nodig om samen te werken en goede prognoses te maken.

Gezamenlijk aandacht vragen voor landelijke maatregelen Om te komen tot een effectieve en tijdige uitvoering van de RES is een aantal landelijke maatregelen nodig. Wij vragen de regio om samen richting het Rijk aandacht te vragen voor: •

Het samenbrengen van de verschillende beleidssporen en sectorale plannen (RES, NAL, TvW, PEH, CES/MIEK) in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om tot integrale keuzes en prioritering te komen.

•

Aanpassing van de SDE-systematiek, zodat projecten die duurder uitvallen omdat wensen van de omgeving worden meegenomen (bijv. biodiversiteit bij een zonnepark), 47

Vervolgproces Samenwerken aan een uitvoeringsprogramma We trekken graag samen op in het ontwikkelen van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma om de ambities om te zetten in concretere plannen. Elke RES-regio staat voor een flinke uitdaging om de verschillende belangen te wegen bij het maken van de RES 1.0. Liander trekt graag samen op met de regio om een gezamenlijk uitvoeringsprogramma te maken. Wij dragen daaraan bij door inzicht te bieden in het energienet en oplossingen aan te dragen.

Afstemming met andere RES regio's Heeft er al interregionale afstemming plaatsgevonden? Zo nee, zorg dat deze er komt. Ontwikkelingen grijpen op elkaar in. Zoekgebieden moeten mogelijk worden aangesloten op hetzelfde station, over regio grenzen heen. Daarom is interregionale afstemming van belang.

Wilt u als regio nog andere scenario's laten doorrekenen? Houd dan rekening met een doorlooptijd van het netimpact bepalen proces van minimaal 4 weken.

48

7. Bijlagen Verdieping

Bronnen en verwijzingen

Afkortingen en terminologie

Toelichting op werkwijze

49

Verdieping

Ontwerpprincipes systeemefficientie

Detailinformatie scenario's

Relatie tussen elektriciteits- en gasnet

50

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (I) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Wie gaat er over?

Cable pooling

'Cable pooling' is het benutten van één aansluiting door meerdere partijen ('kabel delen'). • Eerste toepassing is het slim koppelen van nabijgelegen wind- en zonneparken door ze aan te sluiten op één netaansluiting. Zo wordt de energie-infrastructuur beter benut. Zon en wind zijn namelijk complementair aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Tweede toepassing is het aansluiten van duurzame opwek op een bestaande aansluiting waarop energie wordt afgenomen.

•

Door cable pooling wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet veel beter benut. Door het combineren van zon en wind op één kabel kan tot wel vier keer zoveel energie getransporteerd worden als alleen zon op dezelfde kabel. Daarnaast verbetert de businesscase voor ontwikkelaars: zij besparen op de investeringskosten voor aansluitingen en netaanpassingen en op de jaarlijkse kosten voor het gebruik ervan.

•

'Aftoppen' is het afvlakken van de hoogste pieken in opwek door ontwikkelaars zelf. Zij benutten dan niet de maximale capaciteit van zonnepanelen door een lager omvormer-vermogen te installeren. • Zonnepanelen worden op hun piekvermogen aangesloten op het netwerk. Die piek komt echter maar een paar uur per jaar voor. • Door zonnepanelen op deze piekmomenten te begrenzen ('af te toppen'), kan de infrastructuur veel efficiënter worden benut. . • We zien in de praktijk dat deze mate van aftoppen al standaard wordt toegepast door de projectontwikkelaars/klanten (vanwege kleine/goedkopere omvormers en lagere aansluitwaarde en -kosten).

•

Het aftoppen van opwekpieken draagt bij aan het niet hoeven verzwaren van het net. Door zonnepanelen af te toppen op 70%, wordt er slechts 3% minder energie opgewekt. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend. Met een geringe reductie in energie opwek kan dus een kwart van de benodigde netuitbreidingen voorkomen worden. Opwekkers hebben een financieel voordeel, omdat zij kunnen volstaan met kleinere omvormers en een kleinere netaansluiting.

•

'Curtailment' is het door de netbeheerder actief aftoppen van de productie bij dreigende schaarste in het net. • Bij een dreigende storing schakelt de netbeheerder een opwekinstallatie (gedeeltelijk) af.

•

In gebieden waar schaarste op het net is, kan door curtailment toch (deels) worden teruggeleverd. In deze impact rapportage is standaard met 70% curtailment gerekend.

•

Aftoppen

Curtailment

•

• • • •

•

•

•

Ontwikkelaars van nabijgelegen zon- en windparken of ontwikkelaars en grote afnemers kunnen gezamenlijk slimme combinaties onderzoeken, samen met de netbeheerder en eventueel gefaciliteerd door gemeenten vanuit hun regierol in de RES. Wel is er een speciale juridische constructie nodig, omdat de koppeling tussen de deelnemende wind- en zonneparken plaatsvindt achter de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Ontwikkelaars kunnen er zelf voor kiezen om hun installaties af te toppen. Installateurs kunnen de installaties op de juiste manier configureren.

Netbeheerders nemen het initiatief om in afstemming met de klant curtailment in te regelen en uit te voeren. Wetgeving staat het in Nederland netbeheerder echter op dit moment nog niet toe om actief curtailment toe te passen.

Toelichting toegepaste ontwerpprincipes (II) Slimme oplossing

Wat is het?

Wat levert het op?

Wie gaat er over?

Evenwichtige verdeling zon & wind

Evenwichtige verdeling van zon & wind houdt in dat het opgestelde vermogen aan duurzame opwek in een regio voor ca 50% uit zonnepanelen bestaat en voor ca 50% uit windturbines. • Zo wordt infrastructuur beter benut doordat zon en wind complementair zijn aan elkaar. Als de wind waait, schijnt de zon meestal niet. En op een zonovergoten dag waait het vaak niet. • Voldoende gebruik maken van wind is vanuit het energiesysteem gezien wenselijk aangezien windturbines efficiënter gebruik maken van het elektriciteitsnet dan zonnepanelen. Het waait immers vaker dan dat de zon schijnt.

•

Met dezelfde infrastructuur kan met windenergie tot wel 3x zoveel energie opgewekt worden als zon. Door een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind toe te passen, wordt de infrastructuur het meest efficiënt benut. Immers, de infrastructuur wordt dan zowel gebruikt als het hard waait én als de zon volop schijnt.

•

De regio kan in de RES kiezen voor een 50/50 vermogensverdeling van zon en wind

Loslaten van redundantie houdt in dat voor transport van duurzaam opgewekte energie de 'vluchtstrook' van het elektriciteitsnet wordt benut. • Elektriciteitsstations zijn overal dubbel - oftewel redundant ontworpen. Dat betekent dat als één component uitvalt, de andere het over kan nemen, waardoor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening ten alle tijden gewaarborgd is. • Dat is vanzelfsprekend van cruciaal belang voor het leveren van energie. • Maar de maatschappelijke impact van een zonnepark dat enkele uren niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een stad die enkele uren in het donker zit.

•

Door het loslaten van redundantie kan tot wel het dubbele van de huidige beschikbare netcapaciteit worden gebruikt voor duurzame opwek, zonder fysieke uitbreidingen te realiseren. Daarmee wordt ook fysieke ruimte voor infrastructuur verminderd en worden lange doorlooptijden voorkomen. In deze netimpact analyse is het loslaten van redundantie nog niet meegenomen. De netbeheerders doen onderzoek om dit in beeld te krijgen.

•

Liander kan vereenvoudigde aansluitconcepten (zoals loslaten van redundantie) toepassen. Bij wet is de netbeheerder echter gehouden aan de regel dat ze moet zorgen voor“ voldoende reservecapaciteit voor het transport’. Deze wet is momenteel in beweging, waardoor er onzekerheden zijn over de toepassing van deze slimme oplossing.

Loslaten redundantie

•

• •

•

•

Indicatie van relatie tussen elektriciteits- en gasnet

Bron: Alliander 53

Aanbevelingen: netimpact voorkomen | de netinpassingsladder voor het MSen LS net Inpassingsladder grootschalige zon op dak: voorkom netimpact Om de betaalbaarheid en een maximale realisatiegraad van projecten te borgen, is slim werken noodzakelijk. Daar is de inpassingsladder grootschalig zon op dak op gebaseerd: voorkom waar mogelijk netverzwaringen en ga zo slim mogelijk om met de bestaande infrastructuur. Dat geeft de grootste kans op het snel gerealiseerd krijgen van PVprojecten. De inpassingsladder grootschalig zon op dak borduurt voor op de landelijk omarmde zonneladder (naar aanleiding van motie Dik-Faber). Deze inpassingsladder sluit net als de bestaande zonneladder niets uit, maar geeft een optimale volgordelijkheid/logica aan beredeneerd vanuit de infrastructuur.

Slimme keuzes in de RES helpen niet alleen bij het betaalbaar houden van de energieinfrastructuur, maar ook voor het realiseren van de klimaatdoelen in 2030. Richting geven aan zon op dak binnen een RES is daarin cruciaal. Deze projecten zorgen immers voor het grootste deel van de opwek met zonnepanelen, maar komen steeds vaker in het gedrang door netcongestie. Maak inzichtelijk wat de meest logische locaties voor zon op dak zijn waarbij de infrastructuur niet direct een aanpassing behoeft en realisatie eenvoudig kan plaatsvinden. In de RES 1.0 is in ieder geval opgenomen dat een uitvoeringsstrategie voor zon op dak wordt uitgewerkt.

54

Bronnen en verwijzingen

55

1. Bronnen en verwijzingen Titel

Omschrijving

Bron

Basisinformatie over energie-infrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019

Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations.

https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/ Basisdocument_over_energieinfrastructuur_143.pdf

Onderzoek naar toekomstbestendige gasdistributienetten, Netbeheer Nederland, juli 2018.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is, dat het bestaande gasnetwerk met de juiste maatregelen prima ingezet kan worden om duurzame gassen zoals (100%) waterstof en biomethaan te distribueren. GT-170272

https://www.netbeheernederland.nl/Toekomstbest endigegasdistributienetten

Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019.

Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden.

https://www.elaad.nl/projects/nal-res/

Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES

Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regiospecifieke informatie vanuit de invulformulieren.

https://www.regionaleenergiestrategie.nl/ondersteuning/np+res+invulfo rmulieren/default.aspx

Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas. Een verkenning voor 2030, CE Delft, januari 2020

In de studie is verkend hoeveel groengas uit lokale biomassa zou kunnen worden ingevoed in het openbare aardgasnet in 2030 en wat de locaties van invoeding zouden kunnen zijn. Hiervoor is bestudeerd hoeveel biomassa er economisch beschikbaar kan komen voor groengasproductie en -invoeding in 2030. De studie beperkt zich tot biomassareststromen.

www.ce.nl, publicatienummer 190281

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. II3050

56

Afkortingen en terminologie

57

2. Terminologie en afkortingen Afkorting

Betekenis

Eenheden

Betekenis

Terminologie

Betekenis

HS

Hoogspanning (>52kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspanningstussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen.

TWh

TerraWattuur. Staat gelijk aan 109 Kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in terawattuur.

Netimpact

kWp

KiloWattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken.

De net-belasting op installatieniveau. De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en –aanbieders. Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de Liander installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg.

Knelpunt

Tussenspanning. Op sommige locaties in Nederland wordt elektriciteit op hoogspanning direct omgezet naar middenspanning. Op andere plekken zit er nog een spanningsniveau tussen, de zogenoemde tussenspanning. Dit verschil is historisch ontstaan.

W

Een overbelasting op installatie-niveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden. Dit geldt voor een overbelasting van >10% van de installatiecapaciteit OF >1% van het jaar.

Congestiemanagement

Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Goede uitleg via: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandsemarkt/congestiemanagement/

Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit

Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Dit wordt alleen tijdens de spits gebruikt en is voor de rest van de uren zinloos asfalt. De (maatschappelijke) impact van een zonnepark dat zeg 4 uur niet kan terugleveren is vele malen kleiner dan een ziekenhuis. Daarom is het niet-redundant aansluiten van duurzame opwek een goede benutting van het bestaande elektriciteitsnetwerk. Iets meer risico voor projecten, maar meer mogelijk en een beter ingericht net. te verzwaren.

Cable pooling

Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld, door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten. Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energieinfrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler.

TS

MS

Middenspanning (1-52kV)

LS

Laagspanning (<1kV)

MW

Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde). MegaWatt is 10^6 Watt.

A

Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte.

V kV

Volt. Eenheid van elektrische spanning. kiloVolt: 1000 Volt.

VA

Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt.

J

Joule. Energie-eenheid. (VA=W=J/seconde)

m3

Kubieke meter

58

Toelichting op werkwijze

59

Netimpact bepalen werkproces toegelicht Het werkproces De energietransitie van fossiele bronnen naar duurzame opwekking, de toenemende rol van elektriciteit in het dagelijkse leven en de economische groei vereisen een continue en tijdige doorontwikkeling van het energiesysteem. Om de impact van regionale keuzes inzichtelijk te maken hebben de netbeheerders in samenspraak met PBL en NP RES het "netimpact bepalen" werkproces ontwikkeld. Het proces bestaat uit drie stappen: 1. Invulformulieren voor energievraag en -aanbod: Voor alle relevante energievragers en – aanbieders zijn invulformulieren opgesteld. Hiermee ontstaat inzicht in de ontwikkeling van vraag en aanbod over de tijd heen. Zodra een regio de netimpact van een regionaal scenario van ontwikkelingen wil laten doorrekenen kunnen de formulieren gedeeld worden met de regionale netbeheerder in de regio. 2. Analyse, begrip en oplossingen: De netbeheerders zullen de invulformulieren met informatie over de toekomstige energievraag en -aanbod toetsen aan de huidige elektriciteits- en gasinfrastructuur. Binnen Alliander wordt hiervoor het systeem AndesLight gebruikt (zie hiernaast voor meer informatie). Uit dit systeem wordt duidelijk waar de huidige infrastructuur ontoereikend is, de zogenoemde knelpunten. Zodra knelpunten in beeld zijn wordt onderzocht waardoor ze ontstaan en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn. 3.

Inzicht in impact oplossingen: De resultaten van de tweede stap worden gebundeld in deze rapportage. Hierin wordt de impact geduid in de doorlooptijd die nodig is om aanpassingen te realiseren, het ruimtebeslag dat de aangepaste infrastructuur met zich meebrengt en de kosten die gemaakt worden voor het maken van de aanpassingen. De systemische analyse van mogelijkheden om impact op infrastructuur te verkleinen wordt samengevat tot aanbevelingen voor de regio.

Doorberekeningen met Andes-light Andes-light is een systeem dat door Liander gebruikt wordt om de belasting op het energienet in kaart te brengen. Hiermee kunnen we per gebied de netimpact bepalen van toekomstige netontwikkelingen op zowel elektriciteit- als gasniveau. Andes-light maakt gebruik van een rekenkern genaamd ANDES. Deze simuleert de netimpact van individuele segmenten op basis van vermogen, stroom en profielen, en is hiermee in staat het samenspel van energievragers en -opwekkers in kaart te brengen. De impact van grootschalige opwekkers (zonneweides en wind) worden op de hoofdinstallaties van Liander - lees koppelpunten met TENNET - gemodelleerd. Dit zijn de 150 en 110 kV installaties. Alle andere opwekkers en vragers vinden hun weg via het dichtstbijzijnde en meest toepasselijke laag, midden en hoogspanningsnet. Regio's/gemeentes hebben zelf geen directe toegang tot het systeem. Wel nodigen we iedereen die dat nuttig vindt uit om contact met ons te zoeken bij vragen.

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10125865/1