Bijlage Beleidsplan Sociaal Domein gemeente Renswoude 2019 - 2022
Tekst van het document
Met elkaar, voor elkaar
BELEIDSPLAN SOCIAAL DOMEIN 2019 - 2022
Inhoud 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................3
2.
KADERS ........................................................................................................................................4 2.1 Inclusieve samenleving..............................................................................................................4 2.2 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.............................................................................4 2.3 Jeugdwet ...................................................................................................................................5 2.4 Opdracht Passend Onderwijs ....................................................................................................5 2.5 Regeling leerlingenvervoer........................................................................................................6 2.6 Participatiewet ..........................................................................................................................6 2.7 Statushouders............................................................................................................................7
3.
ONZE GEMEENTE.........................................................................................................................8 3.1
Inleiding ...............................................................................................................................8
3.2 Zicht op het zorggebruik? ........................................................................................................8 3.3 Dorpsteam is gemeentelijk uitvoeringsorgaan.........................................................................8 3.4 De gemeente als lerende organisatie ........................................................................................9 3.5 De uitvoeringsplannen ..............................................................................................................9 3.6 Betrek kerken, burgers en vrijwilligers ......................................................................................9 3.7 Betrek Adviesraad Sociaal Domein en cliëntenraad Participatiewet. .......................................9 4.
WERKWIJZE DORPSTEAM ..........................................................................................................10
5.
DE UITVOERINGS- EN BELEIDSAGENDA.....................................................................................12 5.1
Thema’s .............................................................................................................................12
5.2
Versterken van het Dorpsteam.........................................................................................12
5.3
WMO en de bevordering van de inclusieve samenleving .................................................13
5.4
Jeugdhulp ..........................................................................................................................15
5.5
Participatiewet ..................................................................................................................17
5.6
Inburgering statushouders ................................................................................................18
2
1. INLEIDING Voor u ligt het beleidsplan Sociaal Domein van de gemeente Renswoude, “Met elkaar, voor elkaar, 2019-2022”. Het is een integraal plan dat van toepassing is op de inwoners van Renswoude en speciaal voor mensen met een beperking, die willen mee doen in Renswoude. Het beleidsplan omvat alle wetten in het Sociaal Domein: ” de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Het is een plan op hoofdlijnen en vervangt de voorgaande gemeentelijke Wmo-beleidsnota en het Beleidsplan Jeugdhulp 2015 – 2018, welke op 30 oktober 2014 zijn vastgesteld. Het beleidsplan is kader stellend voor het te voeren beleid over ondersteuning en zorg voor de jaren 2019 - 2022. In dit plan laten we zien wat dit op het brede maatschappelijke terrein van onze gemeente vraagt, wat wij willen in de toekomst en hoe we dat gaan doen. De gemeente heeft in de diverse wetgeving de verplichting om periodiek een beleidsplan vast te stellen. In beleidsplannen, lokale verordeningen stelt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van de wetten in het Sociaal domein. Het college voert (de maatregelen) uit en legt verantwoording af aan de raad. Hiertoe kan het college uitvoeringsplannen opstellen met bijbehorende planning, die ter informatie aan de raad worden voorgelegd.
Op het gebied van zorg en welzijn zijn we in Renswoude, net als in de meeste andere gemeenten, de afgelopen jaren aan de slag geweest met het implementeren van de nieuwe wetgeving (de decentralisaties). We gaan hierbij uit van de eigen mogelijkheden van mensen: wat kunnen mensen zelf? De eigen verantwoordelijkheid oftewel eigen kracht, staat centraal. In het coalitie akkoord is dit ook verwoord: Sociaal actief betekent in onze ogen betrokkenheid, geen betutteling. Iedereen verdient goede zorg. Als je gezondheid je in de steek laat, helpen we elkaar. We vinden het vanzelfsprekend dat familie, buren en vrijwilligers elkaar helpen. Ook kerken en vrijwilligersorganisaties dragen hun steentje bij. Wij zorgen dat professionele medewerkers klaar staan voor de ondersteuning die nodig is; Mensen die, tijdelijk of permanent, niet zelfstandig kunnen functioneren, krijgen ondersteuning. Het uitgangspunt bij hulpverlening moet daarbij zijn: één gezin, één aanspreekpunt. Het Dorpsteam speelt hierin een cruciale rol; We stimuleren een levendig verenigingsleven door een breed gedragen subsidiebeleid dat recht doet aan behoeften van onze inwoners en de wensen van de verenigingen; Wij kopen zorgdiensten scherp in, waarbij de zorgbehoefte leidend is; in principe binnen de daarvoor beschikbare zorgbudgetten.
Leeswijzer Het beleidsplan begint in hoofdstuk twee met de belangrijkste wettelijke kaders en regelgeving die voor ons van toepassing zijn in het sociaal domein. In hoofdstuk drie staan de uitgangspunten hoe we de komende vier jaar willen werken. In hoofdstuk vijf beschrijven we de beleidsagenda en uitvoeringsdoelen voor de komende vier jaar.
3
2. KADERS Vanaf 2015 is de rol van de gemeente als lokale overheid op het vlak van het Sociaal Domein fors aan verandering onderhevig. Gemeenten hebben toen nieuwe verantwoordelijkheden, taken, en financiële middelen gekregen. Het gaat om taken op het gebied van jeugdhulp, uitbreiding van de Wmo met taken uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) en participatie. De eerste jaren na de decentralisatie is vooral gewerkt aan het implementeren van de nieuwe wetgeving. Na enkele jaren willen we in Renswoude uitwerken hoe we de zorg en ondersteuning verder kunnen professionaliseren. In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van de wettelijke kaders en regelingen die ons zijn meegegeven vanuit de verschillende wet- en regelgeving. 2.1 Inclusieve samenleving Sinds juli 2016 is in Nederland het VN-Verdrag Handicap van kracht. Dit verdrag legt de rechten van mensen met een beperking vast. Het Verdrag gaat over vele thema’s en terreinen. Zoals arbeid, onderwijs, wonen, verkeer en vervoer, zorg, ondersteuning, sport, cultuur, vrijetijdsbesteding en uitgaan. Binnen al deze thema’s is de ambitie gelijk: zorg ervoor dat mensen met een beperking op voet van gelijkheid met anderen kunnen meedoen aan de samenleving. Juist de gemeente kan samen met lokale partners, lokale cliëntenraden, de aanjager van de inclusieve samenleving zijn.
In de lokale buitenruimte, de bibliotheek of de sportkantine zijn er grote kansen om de drempels in het leven van mensen daadwerkelijk te slechten. Dit vraagt een andere manier van denken die niet in een handomdraai bereikt is. Sommige aanpassingen kosten geld of vragen tijd. Daarom zal de beweging naar een meer inclusieve samenleving altijd stapsgewijs plaatsvinden. Tegelijkertijd is het een wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten om te werken aan de inclusieve samenleving. Zo is de uitvoering van het VN-Verdrag in de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet vastgelegd (Amendement Van der Staaij – Bergkamp). Dit geeft de mogelijkheid om op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en zelfstandig wonen stapsgewijs de inclusieve samenleving vorm te geven. 2.2 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 In de Wet maatschappelijke ondersteuning staat dat de gemeente zorg moet dragen voor maatschappelijke ondersteuning en bevordert in dat verband goede toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking. Ook heeft de gemeente de opdracht de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen te bevorderen, zodat burgers zo lang mogelijk in de eigen woning of leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente draagt daarnaast zorg voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen.
In de Wmo is deze opdracht in drie doelen ondergebracht:
Het eerste doel is de sociale samenhang, de mantelzorg, het vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen en daarnaast het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. Het tweede doel is het bieden van beschermd wonen en opvang (maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg vallen hier onder). Het derde doel is het ondersteunen van de participatie en zelfredzaamheid van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, indien mogelijk, in de eigen leefomgeving.
4
2.3 Jeugdwet Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de volledige jeugdzorg, beleid over en uitvoering van preventie, kinderbescherming en jeugdreclassering. Deze zorg komt over vanuit de provinciaal gefinancierde Jeugd- en opvoedhulp. Onder de jeugdhulp valt nu ook de geestelijke gezondheidszorg voor jeugd (jeugd-GGZ) en de zorg voor jeugd met een verstandelijke beperking. De zorg voor kinderen en jongeren met ernstige verstandelijke, lichamelijke of meervoudige beperkingen valt vanaf 2015 onder de Wet langdurige zorg (Wlz) en ging niet over naar de gemeente. Het gaat dan om kinderen die blijvend zijn aangewezen op permanent toezicht of op 24 uur per dag zorg nodig hebben. Met de Jeugdwet zijn ook het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) samengevoegd tot een integraal advies- en meldpunt voor zowel huiselijk geweld als voor kindermishandeling: voor de gemeente Renswoude is dit Samen Veilig Midden Nederland (SAVE).1 SAVE is zowel een onderdeel van de jeugdketen als van de aanpak van geweld in huiselijke kring jegens volwassenen.
De Jeugdwet bevat vijf uitgangspunten die nog steeds actueel zijn: Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk; Het normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen; Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor de (kosten)effectiviteit van de geboden hulp; Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur; Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk. 2.4 Opdracht Passend Onderwijs Passend onderwijs wordt door de samenwerkingsverbanden van de scholen vorm gegeven. Onderwijs en gemeente waken er samen voor dat de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdzorg goed tot stand komt, onder andere door het elkaar wederzijds voorleggen van de beleidsen ondersteuningsplannen. Passend onderwijs legt een zorgplicht bij scholen. Zij zijn er verantwoordelijk voor om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden.
Binnen dit samenwerkingsverband worden ondersteuningsplannen opgesteld. De samenhang tussen onderwijs en jeugdzorg is gewaarborgd in de daarvoor wettelijk voorgeschreven overlegstructuren. In het overleg tussen onderwijs en gemeente zijn de ondersteuningsplannen van de onderscheidenlijke samenwerkingsverbanden besproken, met als belangrijkste oogmerk het met elkaar tot stand brengen van afstemming tussen deze ondersteuningsplannen en de gemeentelijke beleidsplannen op het gebied van de jeugdzorg. Dat vereist een actieve houding van alle betrokken partijen als het gaat om het maken van de goede verbindingen tussen aanvullend onderwijs en ondersteunende zorg. Voor de komende periode ligt daarbij het accent op de volgende thema’s:
Verbindingen leggen met onderwijs en Jeugdhulp voor nieuwe ondersteuningsarrangementen Verzuim vermindering Beperken ernstige, enkelvoudige dyslexie (EED)
1 Jeugdhulpregio FoodValley maakt deel uit van twee regio’s: Utrecht en Gelderland. Samen met Rhenen en
Veenendaal hoort Renswoude bij de Veiligheidsregio Utrecht
5
2.5 Regeling leerlingenvervoer Leerlingenvervoer is het toekennen van een vervoerskostenvoorziening of het organiseren van schoolvervoer door de gemeente. De gemeente dient er voor te zorgen dat ouders van leerlingen - onder bepaalde voorwaarden aanspraak kunnen maken op bekostiging van de vervoerkosten van en naar school. Vergoeding vindt plaats op basis van de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de soort waarop een leerling is aangewezen (op grond van zijn lichamelijke of geestelijke beperking) én van de verlangde godsdienstige richting of levensbeschouwing (een zogeheten bijzondere school, signatuurvervoer), dan wel de openbare school. 2.6 Participatiewet De gemeente Renswoude heeft de werkzaamheden op het gebied van de Participatiewet uitbesteed aan de gemeente Veenendaal. Voor het uitvoeren van al de werkzaamheden hebben de gemeente Renswoude en Veenendaal een dienstverleningsovereenkomst opgesteld. De Participatiewet is een wet voor mensen die ondersteuning naar en op de arbeidsmarkt nodig hebben. Deze wet is in plaats gekomen van de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en delen van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Vanaf 1 januari 2015 kan er geen nieuwe instroom meer plaats vinden in de Wsw en worden er geen indicaties meer voor afgegeven.
Na 1 januari 2015 is instroom in de Wajong uitsluitend nog mogelijk voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Jonggehandicapten met arbeidsmogelijkheden kunnen vanaf dat moment terecht bij de gemeente op grond van de Participatiewet. De beleidsprioriteit van de Participatiewet is om arbeidsbeperkten zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag te krijgen. Bedrijven creëren de werkgelegenheid die nodig is om werkzoekenden, inclusief mensen die een arbeidsbeperking hebben, aan het werk te helpen. IW4 De Participatiewet is in 2015 ingevoerd en verving de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Hiermee is de WSW-doelgroep aangewezen op de instrumenten van de participatiewet om een passende baan te vinden. Hierdoor moeten de WSW –bedrijven die ervoor zorgden dat er passende arbeid beschikbaar was voor deze doelgroep zich omvormen naar een organisatie die diverse doelgroepen begeleidt naar een zo regulier mogelijke baan. Dit betekent niet meer automatisch dat er een beschermde werkplek gecreëerd wordt op het eigen terrein van het WSW bedrijf, maar zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking binnen een gewone arbeidsomgeving worden aan het werk gaan.
Ook de financiering is veranderd en de gemeenten zijn financieel verantwoordelijk geworden voor de re-integratie van de nieuwe instroom. Afgelopen jaar heeft de gemeente de keus gemaakt uitvoering van de Participatiewet en Wet sociale werkvoorziening (WSW) toekomstbestendig te maken. Hierbij staat het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet, centraal. De zelfstandige rol van IW4, blijft bestaan naast de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet. Hierbij blijft passend werk en begeleiding voor de bestaande Sociale Werkvoorziening-doelgroep gegarandeerd. Gemeenten moeten hiertoe wel hun financiële bijdrage verhogen aan de IW4 . Dat is nodig gebleken omdat de kortingen vanuit het rijk op de financiering van de Wsw te hoog zijn om binnen de bedrijfsvoering van IW4 op te kunnen vangen. Doordat de gemeentelijke bijdrage hoger wordt, neemt het belang ook toe om de sturing van de gemeenten op de uitvoering van IW4 te versterken.
6
2.7 Statushouders De gemeente Renswoude heeft de afgelopen jaren meerdere statushouders gehuisvest. Bij de toewijzing van een woning wordt er, voor zover dat mogelijk is, vanuit gegaan dat spreiding over het dorp plaatsvindt ter voorkoming van concentratie op één plek. Naar aan leiding van de evaluatie van de Wet inburgering uit 2013 heeft minister Koolmees de contouren gepresenteerd van de nieuwe Wet inburgering in 2020. Op hoofdlijnen gaat de nieuwe wet Inburgering er als volgt uitzien. De gemeenten krijgen meer regie over de uitvoering van inburgering, met als opdracht de effectiviteit van inburgering te vergroten. Door wettelijke verankering en wijze van bekostiging wordt gegarandeerd dat gemeenten deze opdracht zo uniform en effectief mogelijk oppakken. De inburgering van nieuwkomers in Nederland staat ten dienste van zo snel mogelijke participatie, liefst via betaald werk. De taal-eis wordt verhoogd en er worden meerdere taallesniveaus aangeboden. Er wordt een Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld voor alle inburgering plichtige nieuwkomers. Dit komt tot stand op basis van maatwerk en betreft een programma voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage.
7
3. ONZE GEMEENTE 3.1 Inleiding De gemeente telt 5.209 inwoners (31 mei 2018, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 18,52 km². Renswoude is met dit inwoneraantal de kleinste gemeente in de provincie Utrecht, en bovendien ook één van de kleinste gemeenten in Nederland. De bevolking is de afgelopen tien jaar met ruim 8% gegroeid. In deze zelfde periode trad er in de hele provincie een groei op van eveneens ruim 8%; De gemeente Renswoude werkt vaak samen met de gemeente Veenendaal en in de regio Foodvalley. De taken van de Participatiewet worden bijvoorbeeld uitgevoerd door de gemeente Veenendaal. Voor de Wmo werken we samen op het vlak van de inkoop van Wmo-voorzieningen en voor de Jeugdhulp werken we in het samenwerkingsverband Jeugd van de FoodValley. De samenwerking is essentieel om de taken kwalitatief goed uit te voeren en aan te vullen met de lokale kennis van de dorpsgemeenschap. 3.2 Zicht op het zorggebruik? Het budget t.b.v. het Sociaal domein is sinds de decentralisatie vanaf 1 januari 2015 over het algemeen erg hoog. In Renswoude is dit 30% van de begroting. Vanuit die optiek is het Dorpsteam het belangrijkste instrument voor de gemeente als het gaat over de zorg en het welzijn van de inwoners in het domein waar het meeste geld omgaat.
Om beter zicht te krijgen op hoe inwoners bij het dorpsteam terecht komen en wat het verloop en het resultaat is, is het van belang om meer zicht te krijgen op de cijfers van het zorggebruik. Voor jeugd wordt dit centraal in de backoffice FoodValley bijgehouden. De inzet vanuit Renswoude is dat sneller en gerichter data gegevens kunnen worden gebruikt om te kunnen bijsturen en daardoor nog beter de (zorg)kosten te kunnen beheren. Dat is ook de beleidsmatige inzet voor de komende jaren vanuit de regio. Renswoude wil de beperkte schaalgrootte gebruiken om een snel overzicht te krijgen en de analyse plaats te laten vinden in relatie met de kwalitatieve bevindingen. Dit moet leiden tot op preventie gerichte activiteiten. Hiervoor worden de uitvoeringsplannen gebruikt om het verloop van de activiteiten te onderzoeken en te evalueren De activiteiten zijn meestal gericht op het voorkomen van duurdere zorg of het voorkomen van problemen in de toekomst. 3.3 Dorpsteam is gemeentelijk uitvoeringsorgaan De gemeente voert de regie over het sociaal domein en het dorpsteam is daarvoor de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie en tevens poortwachter van de zorg. Onderdeel van de dorpsgemeenschap Het dorpsteam moet en wil deel uit maken van de dorpsgemeenschap in Renswoude.
Hiervoor geldt dat een lage drempel, eenvoudige toegankelijkheid, bekende gezichten en herkenbare activiteiten bijdragen aan het welzijn van de inwoners. Het dorpsteam is een samenwerkingsverband In de aanloop naar de decentralisatie is het dorpsteam geformeerd waarbij de aansturing en het beleid door 1 persoon werd uitgevoerd. Het team bestond en bestaat nog steeds uit een mix van uitvoerenden waarbij een deel in dienst is van de gemeente (waaronder in ieder geval de Wmo consulenten en de coördinator) en het andere deel (de specialiste jeugdhulp, de MEE gedragsdeskundige, de maatschappelijk werkster en de MEE consulente) gedetacheerd is of op inkoopbasis werkzaamheden verricht. In die zin is er sprake van een samenwerkingsverband met professionals uit verschillende instellingen. Dit betekent dat het dorpsteam geen rechtspersoonlijkheid heeft.
8
3.4 De gemeente als lerende organisatie Dit beleidsplan wordt voor vier jaar vastgesteld. In deze vier jaar hebben we geen vastomlijnde doelstellingen vast gesteld. Vier jaar is namelijk een te lange periode om te overzien. We willen juist een continue lerende organisatie zijn en blijven. We willen snel schakelen zodat de zorg voor de cliënt optimaal is. De maatschappij en wet- en regelgeving veranderen erg snel . In Renswoude willen we elke casus en zorg aanvraag adequaat behandelen en leren we steeds hoe het beter kan. Als we de goede werkwijzers continue evalueren en vastleggen hopen we de inwoners van Renswoude de beste zorg te kunnen bieden. 3.5 De uitvoeringsplannen Komende jaren willen we via de beleidsagenda een aantal uitvoeringsplannen uitwerken . De thema’s in de beleidsagenda zijn o.a.
Versterken van het Dorpsteam Wmo en het bevorderen van de inclusieve samenleving Jeugdhulp Participatiewet Inburgering statushouders en overige taken
Periodiek worden de activiteiten herzien of opnieuw worden vastgesteld. We kunnen op deze manier de bevindingen en vorderingen in kaart brengen en een continue lerende organisaties zijn. 3.6 Betrek kerken, burgers en vrijwilligers We willen met de nieuwe en transparante manier van werken zo veel mogelijk inwoners een stem geven bij het invullen, opstellen en uitvoeren van beleid. Dit vraagt ook een andere rol ten aanzien van onze burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Wij verwachten veel van de eigen kracht en dynamiek van de gemeenschap. Het is onze verantwoordelijkheid de gemeenschap en de individuele inwoner hierin zo goed mogelijk te ondersteunen. We willen hiervoor de diverse netwerken aanspreken zoals:
Het Breed Overleg dat twee keer per jaar bijeenkomt Het Jeugdnetwerk wat diverse keren per jaar bijeen komt. De beleids- en uitvoeringsplannen voorleggen aan de adviesraad sociaal domein De beleid- en uitvoeringsplannen voorleggen aan de cliëntenraad van Participatiewet.
Tevens willen we bij elk uitvoeringsplan de relevante maatschappelijke organisaties betrekken en hun kennis en uitvoerende kracht gebruiken voor het opstellen van de activiteiten. In de beleidsagenda zullen we veel van deze maatschappelijke organisaties al benoemen. Ook de raadsleden willen we de komende jaren geregeld informeren over de stand van zaken in het Sociaal Domein. Ook zij zijn, meer nog dan in grotere gemeenten, de oren en ogen van het dorp. 3.7 Betrek Adviesraad Sociaal Domein en cliëntenraad Participatiewet. De Adviesraad Sociaal Domein Renswoude geeft gevraagd en ongevraagd advies voor alles wat de gemeente Renswoude voor haar inwoners doet op het gebied van zorg, jeugd, werk, participatie. In de adviesraad zitten personen die affiniteit hebben met verschillende doelgroepen binnen de gemeente zoals ouderen, jeugd, mensen met psychische problemen, mantelzorgers en vrijwilligers. Soms vertegenwoordigen zij een organisatie zoals het Rode Kruis, de PCOB en de NPV. Ook zijn er ervaringsdeskundigen. De Adviesraad is ook betrokken bij het cliënt-tevredenheidonderzoek van de gemeente. En fungeert als tussenpersoon kunnen fungeren tussen de gemeente en de burgers. Voor de Participatiewet en het uitvoeren van het minimabeleid is de cliëntenraad Participatiewet betrokken. 9
4. WERKWIJZE DORPSTEAM Onze opvattingen m.b.t. maatschappelijke ondersteuning moeten er in resulteren dat inwoners kunnen meedoen, zich ontplooien en verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, voor elkaar en hun leefomgeving. Voor de groep inwoners voor wie dat niet haalbaar is, is tijdelijke of langdurige ondersteuning mogelijk. Speciale aandacht gaat uit naar de zwakkeren binnen de gemeente. Zij moeten de kans en ondersteuning krijgen om te kunnen blijven participeren in de samenleving. Deze ondersteuning is zoveel mogelijk op maat, passend bij de mogelijkheden en specifieke situatie van de aanvrager. En zij moeten laagdrempelig geïnformeerd worden over de mogelijkheden die de gemeente hen kan bieden. Kosteloze cliëntondersteuning wordt geboden via de MEE. Het dorpsteam zal werken volgens de volgende uitgangspunten: De volgende leidende principes staan centraal:
We werken Vraaggericht, Planmatig, Doel- en oplossingsgericht en hebben aandacht voor de zelfredzaamheid Veiligheid van de inwoner staat voorop Eén gezin, één plan, zoveel mogelijk één gezicht Versterken eigen kracht en de generalistische professional als coach Vroeg interventie en preventie voorop Zo effectief mogelijk doorverwijzen (als aanvullende zorg nodig is). Betrekken en benutten van de sociale basisvoorzieningen We houden rekening met de gemeentelijke verordening
We werken Vraaggericht, Planmatig, Doel- en oplossingsgericht en hebben aandacht voor de zelfredzaamheid Wij streven naar een samenleving die zo is ingericht dat iedereen met of zonder beperking naar vermogen overal aan mee kan doen in plaats van dat er allerlei aparte voorzieningen worden getroffen. Dit wordt ook wel een ‘inclusieve samenleving’ genoemd. Als startpunt kijken we naar wat inwoners wél kunnen, in plaats van wat ze niet kunnen. Wij doen een appél op het vermogen van mensen en hun netwerk om -indien mogelijk- zelf oplossingen en plannen te bedenken voor hun eigen vraagstukken, die van hun naasten en/of die van de omgeving en deze deels ook zelf of samen uit te voeren. Het doel is dat iedereen zo -naar vermogen- mee doet aan de samenleving. Om dit te bereiken zoeken we de samenwerking met scholen, huisartsen, de jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en andere voorliggende voorzieningen. Betrekken en benutten van de sociale basisvoorzieningen Renswoude heeft een rijk verenigingsleven en er In Renswoude zijn veel vrijwilligers actief in Renswoude. Zo kunnen de inwoners, met en zonder beperkingen, gebruik maken van een brede scala van sociale basisvoorzieningen.: o.a.
we de vrijwilligers van de kerken inzetten als schulphulpmaatjes, taalvrijwilligers, formulieren brigade, vrijwillige thuishulp en begeleiding van ouderen en mensen met een beperking, steunpunt- mantelzorg en vrijwilligersondersteuning. (zie bijlage voor een overzicht van het huidige aanbod). Ook mantelzorgers zorgen kort of langdurig voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun directe omgeving. Zij hebben vaak geen keuze: het overkomt ze vanwege de band met degene die zorg nodig heeft. We willen daarom ook mantelzorgers extra in beeld houden en ook hen ondersteunen als het nodig is met respijtzorg of anderszins. Hiervoor is een aantal jaar geleden het Steunpunt Mantelzorg- en vrijwiligersondersteuning opgericht. Veiligheid van de inwoner staat voorop Het dorpsteam is de ‘eerste lijn’, als het gaat om de veiligheid van onze inwoners . Het dorpsteam signaleert situaties die onveiligheid kunnen opleveren. We werken met de wettelijke meldcode voor 10
huiselijk geweld en kindermishandeling van 2019. Dit betekent dat er bij het ontstaan van een risicovolle situaties altijd hulp geboden wordt en zo nodig de juiste expertise wordt ingeschakeld van regionale meldpunt Veilig Thuis. Als er meerdere hulpverleners actief zijn, dan kunnen alle hulpverleners hun activiteiten op elkaar af stemmen via de verwijsindex. Er zijn heldere afspraken over crisissituaties en hebben we de focus op tijdige en juiste opschaling én afschaling van de hulpverlening. Eén gezin, één plan, zoveel mogelijk één contactpersoon Wij zien er op toe dat de geboden hulp makkelijk toegankelijk is en dat er overzicht is op wie wat doet. De inwoners die wij ondersteunen hebben door hun vraagstukken hier vaak behoefte aan. Indien sprake is van meervoudige en complexe problematiek werken verschillende domeinen van professionals, sociale netwerken en informele aanbieders samen. Het is onze taak erop toe te zien dat dit goed verloopt, ten dienste van de inwoner (en niet andersom). Bij het ondersteuningsplan voor het huishouden betekent dit dat waar nodig een arrangement wordt gemaakt met een eerste focus op eigen kracht en inzet van het sociaal netwerk. Bij de jeugdhulp betekent dit dat alle hulpverleners in het gezin de hulpverlening op elkaar afstemmen. Deze regietaak heeft de inwoner bij voorkeur zelf, en anders ondersteunt het Dorpsteam hierbij.
Vroeg interventie en preventie voorop Uitgangspunt is om te investeren in (preventieve) voorzieningen in het voorliggende veld waar inwoners - daar waar nodig en wenselijk- gebruik van kunnen maken, waarbij oplossingen ‘dichtbij’ worden gezocht in de dagelijkse leefomgeving, het sociaal netwerk wordt aangeboord en het zelf oplossend vermogen -daar waar mogelijk- wordt versterkt. Versterken eigen kracht en de generalistische professional als coach Het Dorpsteam bestaat uit diverse generalistische professionals, die elk een eigen expertise in huis hebben. Een generalistische professional kan veel zaken zelf oppakken, maar weet ook goed waar de grenzen zijn van de eigen deskundigheid. Het Dorpsteam zorgt ervoor dat er mogelijkheden zijn voor intervisie en collegiaal overleg over complexe cases. We informeren de inwoner over het doel van deze overleggen en de professionals zullen hierbij altijd de inbreng van de inwoner bij betrekken. Zo effectief mogelijk doorverwijzen (als aanvullende zorg nodig is). Mocht er aanvullende zorg nodig zijn, dan willen we de cliënt meteen naar de goede hulpverlening doorverwijzen. We willen mensen niet van het kastje naar de muur sturen. Soms kan het zijn dat er extra onderzoek nodig is voor wat de meest passende zorg is. Het dorpsteam kan daarvoor meerdere soorten interventies inzetten.
Bijvoorbeeld extra diagnostisch onderzoek, maar ook groepscursussen of overige hulpverlening door andere instanties zoals ZVW etc. We houden rekening met de gemeentelijke verordening Parallel aan het beleidsplan loopt het traject voor het aanpassen van de verordening Wmo. De gemeentelijke verordening is de basis waarmee op rechtmatige wijze hulp wordt verleend. In de beleidsregels is een dynamischer document wat enerzijds een handvat is voor uitvoering en inwoner over de procedures en de werkwijze. De beleidsregels kunnen gemakkelijker aangepast worden, mocht daarvoor een aanleiding zijn. Op grond van onze visie, uitgangspunten en kerndoelen hebben wij voor de komende vier jaar een beleidsagenda opgesteld welke wij in het volgende hoofdstuk toelichten.
11
5. DE UITVOERINGS- EN BELEIDSAGENDA 5.1 Thema’s De thema’s van dit beleidsplan gaan over de drie hoofdwetten van het Sociaal Domein, Wmo, Jeugdwet en de Participatiewet. Aanvullend kunnen hier meerdere aanpalende thema’s worden betrokken zoals: Passend onderwijs, Leerling vervoer, Onderwijsverzuim, Inburgering, Gezondheid en Laaggeletterdheid. We willen vooral aandacht geven aan het versterken van de organisatie en het dorpsteam omdat adequate hulpverlening een essentieel onderdeel is om Renswoude toekomst bestendig te laten functioneren. De thema’s zijn daarom : Versterken van het Dorpsteam Wmo en het bevorderen van de inclusieve samenleving Jeugdhulp Participatiewet Statushouders 5.2 Versterken van het Dorpsteam Aanleiding De kosten van de hulpverlening stijgen voortdurend. We willen daarom de effectiviteit van de jeugdhulp monitoren. Het dorpsteam is onze belangrijkste instrument voor het verlenen van kwalitatief goede en effectieve hulpverlening. Daarnaast verandert de samenleving en de wet- en regelgeving voortdurend en we willen daarom snel kunnen inspelen op veranderingen. We willen continue onderzoeken continue wat er voor nodig is om de capaciteit en deskundigheid van het dorpsteam te borgen. Hiervoor dient het aantal medewerkers is in lijn met de hoeveelheid en aard van de werkzaamheden.
Medewerkers hebben hun kennis over jeugd, ouderen en bijzondere groepen op orde. En bij complexe zaken weet het Dorpsteam de weg naar gespecialiseerde deskundigen in de regio. De interne werkwijze en procedures zijn op orde, zodat het Dorpsteam minder kwetsbaar is en de kwaliteit van de hulpverlening gewaarborgd blijft. Op deze manier kunnen we in noodgevallen adequaat handelen. Tenslotte monitoren we hoe de kosten zich verhouden met de geboden hulp. Doel We willen er continue aan werken dat het dorpsteam voldoende bereikbaar is. We willen er continue aan werken dat het dorpsteam voldoende bereikbaar is en binnen redelijke termijn van max 5 werkdagen, reageert op meldingen en vragen We willen kwaliteit van het dorpsteam borgen met herziening werkwijze We willen dat het Dorpsteam beter gaat aansluiten bij de lokale organisaties zoals huisartsen en of scholen. Acties We verbeteren de bereikbaarheid en bekendheid van het dorpsteam We herzien continue werkwijze van het dorpsteam o.a. als wet- en regelgeving veranderd Het dorpsteam sluit aan bij reguliere overleggen bij de huisartsen en de scholen. Wanneer: Continue, de komende vier jaar
12
5.3 WMO en de bevordering van de inclusieve samenleving Aanleiding Het faciliteren van een inclusieve samenleving is een paraplu van een aantal onderdelen van dit beleidsplan. Het doel is om kwetsbare mensen en mensen met een beperking zo goed mogelijk in de samenleving op te vangen en daarvoor de voorzieningen toegankelijk te maken. Het is vooral nodig om kwetsbare mensen zoals ouderen, mensen met een beperking en mensen met een laag inkomen te betrekken bij de samenleving. Ook in de Wmo is het doel om ouderen en mensen met een beperking mee te laten doen in de samenleving . Ouderen zouden vaker thuis moeten kunnen blijven wonen. Om dit te realiseren maken we gebruik van de diverse maatschappelijke organisaties zoals het welzijnswerk, het ouderenwerk, de vrijwilligersnetwerken van kerken en vrijwilligersorganisaties. Om kwetsbare mensen zonder problemen thuis te laten wonen is niet altijd makkelijk voor de familie of de buurt . De Wmo heeft daarom duidelijk de opdracht mantelzorgers, buurtbewoners en vrijwilligers te ondersteunen bij de zorgverlening. We willen voorkomen dat er problemen ontstaan. Ondanks dat er in Renswoude weinig mensen zijn die zichtbaar problemen hebben, willen we ook mensen met niet-zichtbare problemen zo veel mogelijk ondersteunen.
Het gaat om mensen met sociale problematiek zoals eenzaamheid, woningnood, werkeloosheid, schulden et cetera, maar ook mensen met psychiatrische problemen, verslavingsproblemen, dementie of (licht) verstandelijke handicap. Deze mensen kunnen die dit niet meer doen op eigen kracht en zelf niet altijd (meer) om hulp vragen. In de regio zijn er projecten op het vlak van “personen met verward gedrag” , waarin mensen die op straat komen en verward gedrag vertonen op een betere manier worden opgevangen. Ook speelt er in de toekomst de (financiële ) decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang (w.o. verslaafden en zwervers). Aangezien deze doelgroep slechts sporadisch voorkomt in Renswoude zullen we hiervoor blijven samenwerken in de regio. Doelen 1. Ouderen en mensen met een beperking blijven langer thuis wonen. We ondersteunen de mantelzorgers en vrijwilligers, daar waar mogelijk om het langer vol te houden. Ook willen we de buurt betrekken bij het voorkomen van bijvoorbeeld eenzaamheid of andere problemen. 2. We willen zorgen dat mensen met een beperking geaccepteerd worden en ondersteund in de samenleving. Het gaat in veel gevallen om mensen met een niet-zichtbare ziekte, zoals een GGZaandoening, Niet Aangeboren Hersenletsel, dementie, een verslaving en / of een licht verstandelijke beperking. 3. Speciale aandacht willen we geven aan de mantelzorgers.
We willen ruimhartig mantelzorgers ondersteunen om hen te ontlasten en te zorgen dat ze het beter en langer vol kunnen houden. Hoe: We zullen in de loop van de tijd activiteiten ontwikkelen die deze doelstellingen ondersteunen. Activiteiten zijn o.a. : het NAH café, activiteiten mantelzorg van de SWO etc.. We willen meer samenwerken met de maatschappelijke organisaties en vrijwilligers die een bijdragen kunnen en willen leveren aan de doelstellingen van het langer thuis wonen . Algemene gezondheidsbevordering, bewegen, voeding en omgaan met het ouder worden. Eenzaamheid bestrijden en laagdrempelige ontmoetings-/ontspanningsmogelijkheden Ondersteuning bevorderen bij financiële aangelegenheden voor ouderen met onvoldoende digitale vaardigheden.
13
Cijfers: Per september 2018: cliënten in de Wmo Zorgtype Rolstoelen Elektrische rolstoelen en overige o.a. driewiel fiets Scootmobiel Materiële voorzieningen Trapliften Huishoudelijke hulp Groepsbegeleiding Individuele begeleiding
Aantal cliënten 32 29 25 5 9 69 41 29
Mensen met kans op een aandoening
Landelijk %
Renswou de %
dementie (extramuraal)
1,6
1,1
licht verstandelijk beperkt/laaggeletterden
20,3
matig of ernstig verstandelijk beperkt somatische problematiek zintuiglijke aandoeningen angst- en stemmingsproblematiek psychiatrische problematiek niet-aangeboren hersenletsel
0,6 8,8 0,5 5 1,1 0,8
Dorp
Buiten gebied
Totaal
50
10
60
12,7
340
120
460
0,2 4,8 0,2 2,7 0,5 0,4
10 150 10 70 10 10
0 20 0 20 0 0
10 170 10 90 10 10
Cijfers http://woonzorgwijzer.info 2016
14
5.4 Jeugdhulp Aanleiding Renswoude is samen met 6 andere gemeenten2 aangesloten bij in het samenwerkingsverband Jeugd in de regio FoodValley. Het samenwerkingsverband is ontstaan naar aanleiding van de decentralisatie in 2015 van de Jeugdzorgtaken. Het doel van de decentralisatie was dat de Jeugdhulp eerder, lichter en dichtbij kon worden geleverd, zodat er op de kosten bespaard zou kunnen worden. Echter aantal jongeren (van 0-17) in dat jeugdzorg krijgt, is in twee jaar tijd gegroeid van 366.000 naar 405.000 jongeren in Nederland. (CBS 2015-2017). Het gevolg is dat de meeste gemeenten nog weinig van de gewenste financiële effecten hebben kunnen realiseren en het Rijk geen extra middelen heeft toegezegd aan de gemeenten met een tekort. De meeste gemeenten hebben tekorten die ze met de algemene reserves opvangen. De regio heeft daarvoor een transformatieplan opgesteld over zes thema’s waar we de gewenste doelen kunnen behalen: eerdere, lichtere en hulpverlening dichter bij huis. Regionale doelen: Naar aanleiding van de regionale doelen willen we ook in Renswoude het volgende bereiken: 1. Voorkomen verblijf We ontwikkelen ambulante ondersteuning dichtbij of in het gezin, zodat we verblijf in een instelling zoveel mogelijk voorkomen 1.
Verbinden onderwijs met Jeugdhulp We willen de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp versterken, zodat ondersteuning eerder en preventiever is, waardoor gebruik jeugdhulp (starten met GGZ) afneemt. 2. Crisissituaties Ondersteuning zetten we in binnen het gezin, zodat de uithuisplaatsingen en het aantal kinderen in verblijf zo laag mogelijk blijft . 3. Toekomstgerichte Jeugdhulp We willen de ondersteuning voor kwetsbare jongeren toekomstgerichter en effectievere maken door altijd een ondersteuningsplan te maken. 4. Betere toegang tot jeugdhulp Door samenwerking tussen lokale teams en specialistische hulp te versterken willen we zorgen dat de hulp tijdig en laagdrempelig toegankelijk is. 5. Alle kinderen zijn normaal en doen mee. Wat is er nodig om kinderen die nu naar speciale voorzieningen gaan, bijvoorbeeld BSO+ en dagbehandeling voor kinderen met een beperking, in staat te stellen om deel te nemen aan gewone algemene voorzieningen in de nabijheid van de ouders. In gesprek blijven met lokale organisaties Op lokaal niveau blijven we in gesprek over hoe we in samenwerking met de lokale partners preventieve activiteiten kunnen ontwikkelen. Zo heeft er op 27 september 2018 een bijeenkomst plaats gevonden met de GGD over de gezondheidssituatie in Renswoude. Hierbij zijn alle organisaties die betrokken zijn bij het welzijns- en gezondheidsbeleid uitgenodigd.
Het resultaat van de bijeenkomst is dat er veel concrete aanbevelingen zijn gedaan aan de gemeente die passen in de uitvoeringsplannen. Ook is er expliciet aandacht gevraagd voor de aanpak van laaggeletterdheid en de het verhogen van de vaccinatiegraad. Komende periode willen we in gesprek blijven met diverse organisaties zoals de GGD, het Taalhuis en de overige organisaties zoals scholen en huisartsen, CJG om de aanbevelingen vorm te geven.
2 Ede, Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel, Rhenen en Veenendaal
15
Lokale doelen 1. Onderzoek naar terugdringing gebruik Jeugdhulp Renswoude voor wat betreft effectiviteit, beperken verblijf en preventie Via de onderzoeksfaciliteiten FoodValley willen we het gebruik van de Jeugdhulp in Renswoude monitoren . In het lokale onderzoek willen we onderzoeken op welke terreinen w e nog kosten kunnen besparen of dat we de jeugdhulp effectiever kunnen inzetten. Het onderzoek zal zich specifiek richten op effectiviteit, mogelijkheden om extern verblijf van kinderen te voorkomen of te voorkomen dat kinderen onnodig gebruik maken van GGZ zorg (zie onderstaande doel) . 2. Preventieplan beperken GGZ -gebruik jeugdhulp In Renswoude is, net zoals in de regio, het GGZ- gebruik, onder jongeren hoger dan gewenst. We zullen daarom projectdoelstelling over het beperken van de Jeugd GGZ hulpverlening van de FoodValley lokaal uitwerken. We willen meeliften met de Jeugdpreventie activiteiten van de regio, maar tegelijkertijd lokaal activiteiten ontwikkelen ter ondersteuning van deze doelstellingen van FoodValley. We willen lokaal onderzoeken wat de onderliggende oorzaken van het hoge GGZ- zorg gebruik onder jongeren zijn. Met name de kinderen van 9 tot 11 en meisjes van 12-14 vertonen een hoog zorggebruik in de regio en in Renswoude. 3.
Algemeen preventieplan gezondheid jongeren Op termijn willen we een algemeen Jeugd preventieplan ontwikkelen dat aansluit op het beperken van de beroep op de jeugdhulp. Gezondheid en preventie zijn belangrijke uitgangspunten. Hoe: We willen op korte termijn een uitgebreidere analyse maken van mogelijke oorzaken van het grote beroep op de Jeugdhulp. Hiervoor willen we contact opnemen met de lokale scholen, samenwerkingsverbanden en huisartsen . We hopen met slimme activiteiten een aantal problemen te verminderen of te voorkomen. Voorbeelden zijn: Laagdrempelige opvoedingscursussen voor ouders Scheidingsbemiddeling Inschakeling maatschappelijk werk als er schulden zijn. Anti pest aanpak onderwijs, Inzet informele zorg o.a. “Buurtgezinnen” voor overbelaste gezinnen Gezondheidsvoorlichting, meer bewegen, voeding en vermindering alcoholgebruik Wanneer: Onderzoek naar terugdringing Resultaten onderzoek op: gebruik Jeugdhulp a) Kosteneffectiviteit Jeugdhulp b) Beperken verblijf Renswoude : c) Beperken GGZ gebruik Preventieplan beperken N.a.v. resultaten van het onderzoek gebruik GGZ jeugdhulp wordt er een preventieplan Jeugdhulp geschreven Algemeen preventieplan Gezondheidsvoorlichting, meer gezondheid jongeren bewegen, voeding en vermindering alcoholgebruik
Vanaf 2019 e.v. Jaarlijkse Evaluatie 2020 e.v. 2020 e.v.
16
Cijfers: Per september 2018: aantallen kinderen die dit jaar Jeugdhulp ontvangen. Zorgtype Aantal kinderen Ambulante hulp (individueel, groep en therapie) 63 kinderen GGZ hulp 58 kinderen Pleegzorg en voogdij 4 kinderen Onder toezichtstelling 6 kinderen 5.5 Participatiewet Aanleiding : De aanleiding voor het opstellen van het uitvoeringsplan zijn de bevindingen in het Rekenkamerrapport en het uitgangspunt van de nieuwe coalitie dat de gemeente wil opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. We zien geen sterke daling van het uitkeringsbestand in Renswoude. Landelijk is dit wel een trend. We willen daarom meer zicht op ons cliëntenbestand om de dienstverlening te verbeteren en in de toekomst mensen uit te laten stromen. We willen een deel van het participatiebudget gebruiken voor het bevorderen van het gebruik van de minimaregelingen, maar ook het vroegtijdig ondersteunen van mensen met schulden. Tenslotte willen we onderzoeken welke maatregelen nog meer wenselijk zijn en of we meer maatwerk kunnen bieden aan ons cliëntenbestand. Doelen en activiteiten 1. Bevorderen gebruik van de minimaregelingen Naar aanleiding van het Rekenkamerrapport , willen we het gebruik van de minimaregelingen verhogen tot het landelijke gemiddelde. 2. Zicht op uitkeringsbestand vergroten Samenwerking met gemeente Veenendaal op het gebied van de uitvoering intensiveren.
We gaan hiervoor vaker in overleg en bespreken trends en ontwikkelingen. 3. Meer uitstroom bevorderen Samenwerking met gemeente Veenendaal op het gebied van de uitvoering intensiveren. Hiervoor hebben we geregeld casusoverleg over o.a. uitstroom en schulden en vrijwilligerswerk. 4. Het beleidsplan Schulddienstverlening en preventie 2018-2022 Vaststellen van dit plan in het college en de raad, Het beleidsplan is geschreven door gemeente Veenendaal. We willen daarom een lokaal uitvoeringsplan bijvoegen. Lokaal kunnen we preventieve activiteiten bieden via de Formulierenbrigade, signalering van kleine schulden en bekendheid van de hulporganisaties zoals de BAC verbeteren. Cijfers: In Renswoude zijn de minimaregelingen van toepassing tot max. 110% van het sociaal minimum. We weten dat 21 huishoudens bekend zijn met het gebruik van de minima-regelingen. In de praktijk zijn er ca. 90 (tussen de 84 tot 98) huishoudens in Renswoude die recht hebben op het gebruik van een minimaregeling met een inkomen tussen de 105 en 110% van het minimum inkomen. Er zijn ca. 34- 38 huishoudens met kinderen die een inkomen hebben tussen de 105% en 110% van het sociaal minimum.
17
5.6 Inburgering statushouders Aanleiding: Uit de landelijke evaluatie van het huidige inburgeringsstelsel3, die in opdracht van het Ministerie is uitgevoerd, blijkt een aantal zwakke plekken van de wet inburgering. De statushouders moeten hun taalcursus en inburgering nu zelf organiseren, terwijl hun taal – en kennis van de Nederland op dat moment nog lang niet voldoende is. Er kunnen schuldsituaties ontstaan en ook het taalaanbod is vaak niet passend op de capaciteiten van de statushouders. Sommige statushouders worden niet in staat gesteld om een hoger niveau Nederlands te leren, anderen (o.a. analfabeten) kunnen het standaard aanbod taalniveau niet aan. De minister wil de nieuwe wet per 1 januari 2020 invoeren en lokaal kunnen we daar al op anticiperen met nieuwe afspraken met o.a. Vluchtelingenwerk en de gemeente Veenendaal die de Participatiewet voor Renswoude uitvoert . Doel: De Minister wil dat statushouders vanaf het eerste moment aan de slag gaan met hun inburgering. Gemeenten gaan hen daarbij beter activeren en begeleiden. De belangrijkste veranderingen zijn: De gemeente krijgt een grotere regierol op inburgering via o.a. de Participatiewet Gemeenten ontzorgen nieuwkomers in de eerste periode. Ze betalen huur en kosten voor verzekeringen vanuit de bijstand. Zo worden schulden voorkomen.
Er gelden strengere eisen voor inburgering waaronder een hogere taal-eis en een beter op de persoon gericht taalaanbod. Lokale aanpak: Lokaal willen we hierop anticiperend door de inburgeraars te ondersteunen bij het inburgeren in de samenleving van Renswoude. Het doel is om samen met Vluchtelingen werk en het Taalhuis en de Bibliotheek het lokale welzijnsaanbod te versterken. We willen zo veel mogelijk de nieuwe Renswoudenaren met autochtone Renswoudenaren laten participeren. We denken dan aan gemengde activiteiten voor jongeren, ouders of buurtbewoners. Cijfers: In Renswoude zijn de afgelopen 5 jaar 12 gezinnen gehuisvest en enkele alleenstaanden. Dit zijn in het totaal 55 mensen met een verblijfsvergunning. De statushouders ontvangen altijd direct en bijstandsuitkering, maar een groot deel heeft goede kans om daar op termijn weer uit te stromen. De jongeren stromen vaak uit naar het onderwijs.
3 Rapport ‘Inburgering: Systeemwereld versus leefwereld’
18
Bijlagen 1 jeugd Projectdoelstellingen Regio Foodvalley Doel
1. Voorkomen verblijf We ontwikkelen ambulante ondersteuning dichtbij of in het gezin, zodat we verblijf in een instelling zoveel mogelijk voorkomen 2. Verbinden onderwijs met Jeugdhulp Samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp versterken, zodat ondersteuning eerder en preventiever is, waardoor gebruik jeugdhulp (starten met GGZ) afneemt. 3. Crisissituaties Ondersteuning in het gezin, in plaats van kind eruit. Hierdoor afname van uithuisplaatsingen en het aantal kinderen in verblijf. 4. Toekomstgerichte Jeugdhulp Ondersteuning aan kwetsbare jongeren is toekomstgerichter en effectiever. 5. Betere toegang tot jeugdhulp Door samenwerking tussen lokale teams en specialistische hulp te versterken. 6. Alle kinderen zijn normaal en doen mee. Wat is er nodig om kinderen die nu naar speciale voorzieningen gaan, bijvoorbeeld BSO+ en dagbehandeling voor kinderen met een beperking, in staat te stellen om deel te nemen aan de algemene voorzieningen dichtbij.
Projectdoelstelling regio Foodvalley
Renswoude (stand van zaken op 1 peildatum)
50 jeugdigen van residentiële plek naar pleegzorg en 15 jeugdigen minder van pleegzorg naar residentieel.
In Renswoude is er 1 kind in een residentiele plek en 1 in de pleegzorg.
150 jeugdigen minder per jaar die gebruikmaken van ggz, door anders en meer samen met scholen te organiseren wat voor deze jeugdigen nodig is.
In Renswoude zijn er 26 jongeren, die nu gebruik maken van de GGZ hulp.
Bij een crisistraject 50% minder kinderen naar verblijf in een instelling.
In Renswoude zijn er afgelopen jaar enkele crisissituaties geweest
Alle jongeren met jeugdhulp hebben bij de leeftijd van 16,5 jaar een toekomstplan wat zorgt voor een betere overgang bij het behalen van de leeftijd van 18 jaar.
In Renswoude zijn er ca. 15 jongeren met Jeugdhulp in de leeftijd van 16-18
Meer duidelijkheid over de regiefunctie.
We willen de regie behouden in het dorpsteam, maar ook optimaal gebruik maken van de regionale expertise.
Afbouw BSO+ en dagbehandeling met 50% per jaar.
In Renswoude hebben we het volgende aantal kinderen met zorg: 10 met individuele begeleiding 10 met groepsbegeleiding 16 met therapie 21 die naar speciaal onderwijs gaan
Bijlage 2 Beleidsplan 19
Tabel 1: aantal huishoudens met inkomen tot x% van het sociaal minimum (2017) Inkomensbron / % Werknemer Zelfstandige Uitk. inkomensverzekering Uitk. sociale voorziening Totaal
101% 10 9 37
105% 12 10 46
110% 16 10 53
115% 17 10 65
120% 18 12 81
130% 26 15 103
150% 48 19 147
14
17
20
20
21
22
23
69
84
98
113
132
167
237
Tabel 2: aantal personen in huishoudens met een inkomen tot x% van het sociaal minimum (2017)
Renswoude
101% 157
105% 187
110% 212
115% 238
120% 258
130% 323
150% 480
Tabel 3: aantal huishoudens met kinderen < 18 met inkomen tot x% van het sociaal minimum (2017)
Renswoude
101% 29
105% 34
110% 38
115% 41
120% 43
130% 53
150% 74
Tabel 4: aantal kinderen < 18 in huishouders met inkomen tot x% van het sociaal minimum (2017)
Renswoude
101% 39
105% 47
110% 50
115% 53
120% 53
130% 67
Tabel 5: leeftijdsverdeling (2017)
Tabel 6: aantal uitkeringen (2017)
Aantal inwoners <18 18 tot 65 >65 Totaal
Aantal uitkeringen WW WAO, Wajong Wia AOW Sociale Voorzieningen Totaal
Renswoude
1.365 3.736 750 5.101
Aantal huishoudens die bekend zijn bij Bureau Minimaregelingen 2018 21
150% 112
60 100 740 30 930
Aantal personen die bekend zijn bij Bureau Minimaregelingen 2018 52
20