CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Beleidsplan schulddienstverlening en preventie 2018 - 2022

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de subsidiebeleidsnota en nadere subsidieregels gemeente Renswoude13.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GRIP OP JE GELD

Beleidsplan Schulddienstverlening en preventie 2018-2022

1

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1

Ontwikkelingen in het werkveld ........................................................................................................ 5 1.1 1.1.1

Omvang ............................................................................................................................... 5

1.1.2

Oorzaak ............................................................................................................................... 6

1.1.3

Evaluatie Wgs ...................................................................................................................... 7

1.1.4

Vervolgactie ......................................................................................................................... 7

1.1.5

Mobility Mentoring................................................................................................................ 8

1.2

2

Landelijke ontwikkelingen ........................................................................................................ 5

Lokale ontwikkelingen ........................................................................................................... 10

1.2.1

Model Veenendaal ............................................................................................................. 10

1.2.2

Visie sociaal domein .......................................................................................................... 11

1.2.3

Wijkgericht werken in het sociale domein ......................................................................... 12

1.2.4

Toekomstagenda informele zorg voor Veenendaal........................................................... 12

Visie beleidsplan ............................................................................................................................ 13 2.1

Inleiding ................................................................................................................................. 13

2.2

Uitganspunten beleidsplan .................................................................................................... 13

2.2.1

Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief ........................................................... 13

2.2.2 Ondersteuning is gericht op het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. Dit vraagt om maatwerkondersteuning, waarbij de inwoner centraal staat. .................... 13 2.2.3 Waar nodig bieden we ondersteuning aan inwoners; licht en algemeen als mogelijk en complex en gespecialiseerd als het moet. ..................................................................................... 14 2.2.4 Voor ondersteuning aan inwoners op meerdere leefgebieden boeken we winst door verbinding. ...................................................................................................................................... 15 2.2.5

We voeren regie op de resultaten van ondersteuning....................................................... 15

2.2.6 Meer uniformiteit en samenhang in de werkwijze, waaronder de toegang, in de wijk van de verschillende domeinen. ........................................................................................................... 15 2.3

Dwarsverbanden andere domeinen ...................................................................................... 16

2.4

Doelgroep Schulddienstverlening .......................................................................................... 16

2.4.1

Kwetsbare mensen ............................................................................................................ 17

2.4.2

Zelfredzame mensen ......................................................................................................... 17

2.4.3

Bijzondere doelgroepen ..................................................................................................... 17

2.5 2.5.1 3

Doelstellingen 2018-2022 ...................................................................................................... 18 KPI’s .................................................................................................................................. 18

De uitvoeringsorganisaties ............................................................................................................. 19 3.1

Inleiding ................................................................................................................................. 19

3.2

De uitvoering van de WGS .................................................................................................... 19

3.3

De uitvoering van preventieve schulddienstverlening ........................................................... 19

2

3.3.1

(Vrijwilligers) organisaties .................................................................................................. 20

3.3.2

Het BAC in samenwerking met vrijwilligers ....................................................................... 20

3.3.3

Samenwerking ................................................................................................................... 21

3.3.4

Scholing ............................................................................................................................. 21

3.4

Vroegsignalering .................................................................................................................... 22

3.5

Sociale kaart .......................................................................................................................... 22

3.6

Werkgevers............................................................................................................................ 22

3.7

De gemeente als schuldeiser ................................................................................................ 22

4

Uitvoeringplan ................................................................................................................................ 24

5

Financiële paragraaf....................................................................................................................... 26

6

5.1

De baten van schulddienstverlening en preventie................................................................. 26

5.2

Kosten schuldhulpverlening ................................................................................................... 26

5.3

Budgettair kader 2018 en verder ........................................................................................... 27

5.3.1

Vanaf 2018 ........................................................................................................................ 27

5.3.2

Vanaf 2019 ........................................................................................................................ 27

Actiepunten .................................................................................................................................... 29

Bijlage 1 Afkortingen en begrippen ....................................................................................................... 30 Bijlage 2 Project Buurtgerichte aanpak armoede Veenendaal .............................................................. 33 bijlage 3 de voordeur van veens ........................................................................................................... 34 Bijlage 4 uitvoeringseisen BAC ............................................................................................................. 35 Bijlage 5 (vrijwilligers)organisaties in Veenendaal en Renswoude ....................................................... 37 Bijlage 6 Pamplet VNG .......................................................................................................................... 39

3

INLEIDING Op grond van artikel 2 van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) stelt de gemeenteraad een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van haar gemeente. Het plan bevat de visie en hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen verplichtingen aangaan die ze niet kunnen nakomen. Het huidige beleidsplan schuldhulpverlening ‘Van Help! naar hulp’ is vastgesteld voor 2012-2016 met een uitloop naar 2017. De resultaten van de evaluatie en de ontwikkelingen in het werkveld zijn besproken met de verschillende partners uit het werkveld, o.a. middels een bijeenkomst ‘Toekomstvisie Schulddienstverlening en preventie. De conclusies zijn betrokken bij het opstellen van het nieuwe beleidsplan ‘Schulddienstverlening en preventie 2018-2022’. Tussen 2012 en 2017 is de weg reeds ingeslagen richting een meer preventiegerichte schulddienstverlening die is afgestemd op de capaciteiten van de inwoner. Het nieuwe beleidsplan grijpen we aan om hier een verdiepingsslag in te maken en de keten van preventie te sluiten. Dit beleidsplan vormt het kader van schulddienstverlening voor de komende 4 jaar en wordt door de raad vastgesteld. Daarnaast heeft het college ook een eigen verantwoordelijkheid.

Zij stelt beleidsregels op, sluit convenanten met andere partijen en geeft de uitvoering nader vorm en inhoud. Naar aanleiding van dit beleidsplan hoeven er geen beleidsregels aangepast te worden. Het taakveld schuldhulpverlening wordt door de Gemeente Veenendaal ook uitgevoerd voor Rhenen en Renswoude. Het bijgevoegde beleidsplan heeft betrekking op de gemeentes Veenendaal en Renswoude, Rhenen is een eigen visietraject ingegaan. Om de uitvoering goed af te stemmen op de structuur en cultuur van de verschillende gemeentes, zullen er drie verschillende uitvoeringsplannen worden opgesteld. Leeswijzer Dit beleidsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 worden de landelijke en lokale ontwikkelingen beschreven. In hoofdstuk 2 worden deze vervolgens gekoppeld aan de visie en uitgangspunten voor schulddienstverlening. Dit zijn de ankers voor schulddienstverlening voor de komende jaren. Schulddienstverlening willen we breed en toegankelijk inzetten met meer aandacht voor preventie en vroegsignalering. Tevens staat beschreven welke doelgroepen we daarin onderscheiden en op welke wijze we de dienstverlening aansluiten op de verschillende doelgroepen. Hoofdstuk 3 gaat nader in op de uitvoering van schulddienstverlening.

De wettelijke schuldhulpverlening is ondergebracht bij het BAC maar in de preventieve sfeer zijn er veel meer organisaties actief in de gemeenten Veenendaal en Renswoude. In hoofdstuk 4 wordt op hoofdlijnen het uitvoeringsplan beschreven. Deze zal in de komende maanden, met de ketenpartners, per gemeente verder worden uitgewerkt. Het beleidsplan wordt afgelopen met een financiële paragraaf en een overzichtslijst met alle actiepunten voor de komende jaren. In het laatste hoofdstuk staat beschreven welke acties het college de komende jaren in het kader van dit beleidsplan gaat ondernemen. In dit beleidsplan worden soms specifieke afkortingen en begrippen gebruikt. In de bijlage worden deze toegelicht.

4

1

1.1

ONTWIKKELINGEN IN HET WERKVELD

Landelijke ontwikkelingen

De titel van dit hoofdstuk geeft al aan dat er in de afgelopen jaren iets is veranderd in de aanpak van financiële problemen. We spreken tegenwoordig van schulddienstverlening in plaats van schuldhulpverlening. Schulddienstverlening is breder dan alleen de technische schuldsanering. Het gaat meer om de integrale benadering van de problematiek (Wmo, jeugd etc.). 1.1.1 Omvang Bijna 1 op de 5 huishoudens in Nederland had in 2015 te maken met risicovolle schulden, problematische schulden of zat in een schuldhulpverleningstraject1. In het rapport ‘Huishouden in de rode cijfers 2015’ van Panteia is onderzocht welk percentage huishoudens in Nederland risicovolle of problematische schulden heeft. Indien we dit percentage nemen van het totale aantal huishoudens in Veenendaal en Renswoude, dan krijgen we zicht op de omvang van het aantal huishoudens met financiële problemen in de gemeente Veenendaal en Renswoude. Groep huishoudens Geen risico Onzichtbare risicovolle schulden Onzichtbare problematische schulden Zichtbare problematische schulden

% huishoudens landelijk (min - max) 81,2% - 82,6% 8,1% - 11,3% 4,6% - 7,5%

Veenendaal (min - max) 21.202 - 21.567 2.115 - 2.951 1.201 - 1.958

Renswoude

2,5%

653

46

1.492 - 1.518 149 - 208 85 - 138

Tabel 1 Percentage huishoudens in Nederland met of zonder (risicovolle) schulden

Bovenstaande cijfers maken zichtbaar dat er in de gemeente Veenendaal minimaal 3300 en in de gemeente Renswoude minimaal 230 huishoudens zijn waar risicovolle of zelf problematische schulden zijn maar die niet in beeld zijn bij het BAC. Een deel van deze huishoudens is mogelijk wel in beeld bij vrijwilligersorganisaties of kerken, hier zijn geen cijfers van. “Het aantal inwoners dat zich vroegtijdig meldt bij ons om te voorkomen dat ze in de schulden geraken, is op 1 hand te tellen”, aldus een medewerkers van het BAC. Het geschatte aantal huishoudens met zichtbare problematische huishoudens is (nog) niet te verifiëren met de daadwerkelijke cijfers van het BAC. Het aantal unieke huishoudens dat in traject is bij het BAC is momenteel niet uit te filteren uit hun systeem. De aantallen per traject worden weergegeven in het jaarverslag. Hier zitten echter dubbelingen in vanwege huishoudens met meerdere trajecten. Hier wordt aan gewerkt om dit in de toekomst wel mogelijk te maken. Het grootste deel van de huishoudens met financiële problemen behoort tot de onzichtbare schuldenaren. Dit zijn huishoudens met risicovolle schulden of problematische schulden die geen gebruik maken van formele schuldhulpverlening. Dat zijn bijna 1,2 miljoen huishoudens. Het grootste deel van de onzichtbare schuldenaren heeft risicovolle schulden.

Dit zijn huishoudens die een of meer rekeningen niet op tijd hebben kunnen betalen, rood staan, een creditcardschuld hebben, et cetera. 1

Rapport ‘Huishoudens in de rode cijfers 2015‘ Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door Panteia

5

Een kleiner aantal huishoudens heeft problematische schulden én is bekend en geregistreerd bij een schuldhulpverlenende instantie. Dit noemen we de zichtbare schuldenaren. Uit onderzoek van het Nibud (Nibud 2015 Geldzaken in de praktijk) blijkt dat 70% van de Nederlanders niet weet waar hij terecht kan voor hulp bij schulden. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het hoge percentage onzichtbare schulden. Sinds 2012 is de groep onzichtbare risicovolle schulden licht gedaald maar de groep huishoudens met onzichtbare problematische schulden is met 75% gestegen. 1.1.2 Oorzaak De belangrijkste bevindingen uit het Rapport ‘Huishoudens in de rode cijfers 2015’: • Toename van huishoudens met problematische schulden. In totaal behoort 15,7% van alle Nederlandse huishoudens tot de huishoudens met ‘onzichtbare schulden’: zij hebben risicovolle schulden of problematische schulden zonder dat zij formele schuldhulpverlening ontvangen. Als we de huishoudens meerekenen die in een schuld - hulpverleningstraject zitten, heeft bijna één op de vijf huishoudens te maken met risicovolle schulden of problematische schulden. • De aard van de schulden is veranderd in 2015 ten opzichte van 2012 en 2009. Er zijn meer huishoudens met achterstallige rekeningen van de vaste lasten en minder huishoudens die regelmatig rood staan of een creditcard - schuld hebben.

• Schulden ontstaan door een combinatie van oorzaken. De oorzaak is vaak een combinatie van omgevingsfactoren, bewust en onbewust gedrag, onverwachte gebeurtenissen (life-events) en in de persoon gelegen factoren. Bij huishoudens met risicovolle schulden leidt veelal onbewust irrationeel gedrag tot financiële problemen, al zien huishoudens zelf dat probleem niet. Huishoudens met problematische schulden zien hun problemen wel. Zij kunnen hun financiële situatie niet langer negeren. De schulden gaan hun hele leven beheersen en leiden tot stress en korte-termijn oplossingen. • Schuldhulpverlening wordt gezien als het laatste redmiddel voor de allerergste gevallen, waartoe huishoudens zichzelf niet rekenen. Huishoudens ervaren forse drempels voordat ze van schuldhulpverlening gebruik durven te maken. Na een ervaring met schuldhulpverlening zijn huishoudens overwegend positief. • Er zijn twee risicoprofielen binnen huishoudens te onderscheiden: o Alleenstaanden met kinderen die wonen in een huurhuis met een netto huishoudinkomen van minder dan 1.000 euro netto per maand. o Samenwonenden zonder kinderen die wonen in een huurhuis en een netto huishoudinkomen hebben van minder dan 2.000 euro netto. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau is er bovendien een grote groep Nederlanders die niet mee kan komen in de steeds complexer wordende samenleving.

Uit het onderzoek ‘Geldzaken in de praktijk2’ blijkt dat 37% van de Nederlandse huishoudens het afgelopen jaar met een of meerdere betalingsachterstanden te maken heeft gehad. Uit dit onderzoek blijkt ook, dat het aantal huishoudens met betalingsproblemen nagenoeg gelijk is aan 2012, maar dat de oorzaak van de problemen verschuift. In 2012 was de belangrijkste reden dat men nalatig is geweest. In 2015 was de belangrijkste reden voor financiële problemen, dat men niet in staat was om de rekeningen te betalen vanwege hoge vaste lasten of hoge zorgkosten. Dit soort betalingsproblemen zijn moeilijker op te lossen dan problemen die ontstaan door nalatigheid. Top 3 oorzaak betalingsachterstanden 2015 1. Mijn vaste lasten zijn te hoog (27%) 2. Als gevolg van inkomensdaling (26%) 3. Ik had te hoge zorgkosten (22%) 2

‘Geldzaken in de praktijk’, Nibud 2015

6

Door deze verschuiven zagen we vroeger dat sociale en persoonlijke problemen tot financiële problemen leidden. Nu leiden financiële problemen tot sociale en persoonlijke problemen 3. 1.1.3 Evaluatie Wgs De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is dit voorjaar geëvalueerd. In de context van deze evaluatie publiceerde de Nationale ombudsman een kritische beschouwing, ´Burgerperspectief op schuldhulpverlening´4. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) presenteerde het rapport ´Eigen schuld?´5 en het SCP volgde met een onderzoek naar armoede, waarin tevens aandacht zal worden besteed aan schulden. Daarnaast volgde een onderzoek naar de kosten van beschermingsbewind6. Sinds de invoering van de Wgs per 1 juli 2012 hebben gemeenten veel werk verzet om de schuldhulpverlening aan hun burgers goed invulling te geven. Daarin hebben zij stappen voorwaarts gezet, zo laat de evaluatie zien. De evaluatie laat ook zien dat de schuldhulpverlening nog beter kan en beter moet. Onderstaand de belangrijkste conclusies:  Uit de evaluatie blijkt dat het lastig is om inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening.

 Volgens de nationale ombudsman zelfstandige burgers drempels voor toelating tot het traject: is iemand zelfstandig ondernemer of in het bezit van een eigen woning, dat kan reden zijn niet toegelaten te worden, daarnaast is er weinig maatwerk en zijn doorlooptijden lang.  Volgens de nationale ombudsman schiet schuldhulpverlening tekort, omdat de overheid te veel uitgaat van de zelfredzaamheid van mensen. Onvoldoende zelfredzaamheid is juist vaak één van de redenen waarom mensen in grote financiële problemen terechtkomen.  Uit WRR-onderzoek blijkt dat mensen met problematische schulden regelmatig moeite hebben met lezen en rekenen. Ook laat dit rapport een duidelijke relatie zien tussen onderliggende factoren binnen de schuldenproblematiek en moeite met lezen en rekenen. Het gaat dan om factoren als: zelfregie en verantwoordelijkheidsgevoel.  Het evaluatierapport benoemt de onduidelijkheid en tegenstrijdigheid in wet- en regelgeving als knelpunt voor de uitvoering.

Gemeenten hebben bij het uitvoeren van de Wgs last van andere wet- en regelgeving en uitvoeringsregelingen bij overheidscrediteuren, die de problemen van schuldenaren kunnen verergeren, de uitvoering van hun taak bemoeilijken of de resultaten ervan negatief beïnvloeden  Uit het onderzoek naar beschermingsbewind komt naar voren dat sprake is van een aanmerkelijke stijging van het aantal mensen voor wie gemeenten bijdragen in de kosten van bewind in de periode 2013-2015 (32% per jaar). Een nog grotere stijging is waargenomen in de kosten die gemeenten maken voor bewind: de gemeentelijke bijdragen uit bijzondere bijstand namen in diezelfde periode toe met 44% per jaar (zie paragraaf 3.4.3 voor de kosten in de Gemeente Veenendaal en Renswoude). 1.1.4 Vervolgactie Mede aan de hand van bovenstaande rapporten heeft staatssecretaris Klijnsma in 2016 de volgende acties aangekondigd:  Onderzoek naar toegankelijkheid schuldhulpverlening.

3

Dossier “Wat werkt bij schuldhulpverlening” Ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport, maart 2016 https://www.nationaleombudsman.nl/system/files?file=onderzoek/Rapport%202016050%20Burgerperspectief%20op%20Schuldhulpverlening_0.pdf 5 http://www.effectieveschuldhulp.nl/files/1014/6736/6634/Een_gedragswetenschapelijk_perspectief_op_problematische_schuld en_onderzoek_WRR2016.pdf 6 Beschermingsbewind. Kwantitatief onderzoek naar ontwikkelingen en kosten voor gemeenten. Stimulanz 2014 4

7

 

Aanpassen wet- en regelgeving om knelpunten op te lossen, waaronder: o Alle gerechtsdeurwaarders zijn aangesloten op het beslagregister, de overheid volgt (wanneer is onbekend). o De vereenvoudiging van de beslagvrije voet (ingangsdatum 1-1-2018) o Het breed moratorium is sinds 1-4-2017 van kracht. o Wanbetalers in de zorg krijgen een aanzienlijk lagere bestuursrechtelijke premie. Er is een Handreiking Behoorlijke en effectieve invordering van geldschulden. Colleges worden bevoegd om onder voorwaarden en op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Meten is weten. Om goed beleid te kunnen maken hebben gemeenten meer cijfers nodig. Daarom gaan kabinet, VNG, Divosa en NVVK aan de slag om betere sturings- en monitoringsinformatie te organiseren. Professionalisering en innovatie o De VNG, de NVVK, Divosa en Sociaal Werk Nederland ontwikkelen met SZW, de cliëntenraad en Nibud als partners een ondersteuningsprogramma om de schuldhulpverlening te professionaliseren. o Klijnsma stelt € 350.000 beschikbaar voor een onderzoek naar schulden en laaggeletterdheid VNG, Divosa, NVVK en de MOgroep hebben de handen ineen geslagen en gezamenlijk een pamflet opgesteld met concrete voorstellen voor verbeteringen van de schuldhulpverlening vanuit de gemeentes7.

Het verbeteren van de schuldhulpverlening vraagt om wetswijzigingen om de randvoorwaarden te borgen.

1.1.5 Mobility Mentoring In januari 2017 heeft Platform 31 een handreiking gepresenteerd over Mobility Mentoring: “Hoe inzichten uit de hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden” 8. Mobility Mentoring combineert het onderwerp armoede met de laatste inzichten vanuit de hersenwetenschap over de effecten van schaarste en armoede en de ontwikkelbaarheid van hersenfuncties. Onderzoek naar invloed van schulden op het brein Dankzij geavanceerde medische technologie wordt steeds duidelijker hoe hersenen zich ontwikkelen. De manier van ontwikkelen blijkt niet alleen een kwestie van genetische aanleg, ook de omgeving is daarop sterk van invloed. “De menselijke capaciteit om na te denken is beperkt. Zaken als aandacht, zelfregulatie en geheugen zijn niet onbeperkt beschikbaar. Iedereen beschikt over een bepaalde mentale bandbreedte die wordt ingezet om informatie te verwerken en beslissingen te nemen 9” Aanhoudende stress - ook wel chronische of toxische stress - leidt tot een andere ontwikkeling van de hersenen, zeker als deze stress optreedt gedurende de periode van adolescentie. In die periode worden belangrijke denk- en gedragsregulatiefuncties in de prefrontale cortex aangelegd. Functies als impulsbeheersing, werkgeheugen en mentale flexibiliteit zijn cruciaal om succesvol te kunnen zijn in de huidige maatschappij.

Mensen die opgroeien en leven onder condities van chronische stress, ontwikkelen een andere breinarchitectuur. Een die het hen moeilijk maakt om probleemoplossend te handelen en de eigen verantwoordelijkheid te nemen. In de ondersteuning van mensen die te maken hebben met de effecten van schaarste en chronische stress, is het belangrijk 7

Zie bijlage 6 voor het pamflet VNG Mobility Mentoring® Hoe inzichten uit de hersenwetenschap leiden tot een betere aanpak van armoede en schulden, Nadja Jungmann & Peter Wesdorp, 2017 9 Mullainathan, S., & Shafir, E., Schaarste: hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen, Amsterdam: Maven, 2013 8

8

rekening te houden met de beperkte beschikbare of ontwikkelde mentale vermogens om problemen aan te pakken. Het is belangrijk hen in een dienstverleningscontext te brengen waarin zij de eigen verantwoordelijkheid naar vermogen kunnen invullen en ontwikkelen. In het boek ‘Scarcity, why having too little means so much’ tonen onderzoekers Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir aan hoe schaarste (dit kan financiële maar ook fysieke of mentale schaarste zijn) een stressreactie kan veroorzaken en het zelfregulerend vermogen kan ‘gijzelen’. De stress die gepaard gaat met schaarste beheerst het denk- en handelingsvermogen en beperkt de werking van de executieve functies. Mensen worden volledig in beslag genomen door hun zorgen. Het effect: als de focus ligt bij het directe gebrek (eten op tafel, huur betalen, kleding voor de kinderen) gaan ze bij de dag leven. Het beslag op de executieve functies beperkt deze mensen in hun mogelijkheden de eigen situatie te verbeteren. Dit is de verklaring voor de zienswijze dat ‘arme mensen domme dingen doen’ 10 en voor het gegeven dat schulden vaak zo’n belemmering vormen om oplossingen binnen andere levensdomeinen te bereiken. Het onderzoek laat zien dat schaarste kan leiden tot een (tijdelijke) daling van het IQ van zo’n dertien punten. Kader 1: De drie belangrijkste executieve functies:  Werkgeheugen.

De capaciteit om gedurende korte tijd informatie vast te houden en te bewerken, aan meerdere dingen tegelijkertijd te denken, ingewikkelde instructies te onthouden en te volgen, even met iets te stoppen om er daarna weer mee door te kunnen gaan. Het helpt ons ook om te schakelen tussen taken op verschillende levensdomeinen: koken terwijl we de kinderen helpen met huiswerk en ondertussen op onze telefoon de werkmail checken.  Impulsbeheersing. Dit is de vaardigheid waarmee we onze gedachten en impulsen controleren zodat we in staat zijn om verleidingen, afleidingen en gewoontes te weerstaan, waardoor we focus kunnen houden, nadenken over onze acties voordat we handelen en vasthoudend kunnen zijn.  Cognitieve of mentale flexibiliteit. Dit is de capaciteit om te schakelen, ons aan te passen aan veranderende vragen, omstandigheden, prioriteiten of perspectieven. Het maakt het mogelijk om te multitasken, prioriteiten en strategieën bij te stellen, verschillende regels en sociale vaardigheden of conventies toe te passen binnen verschillende contexten. Het stelt ons in staat fouten te herkennen en ze te herstellen, een plan te herzien in het licht van nieuwe informatie, iets te bezien vanuit een nieuw perspectief en buiten de gebaande paden te denken.

Daardoor kunnen er allerlei problemen ontstaan:  Op het werk, omdat mensen hun aandacht niet vast kunnen houden en fouten gaan maken.  In relaties, omdat mensen er geen aandacht aan besteden, terwijl juist van een sociaal netwerk veel steun kan uitgaan.  In de gezondheid, omdat de stress van schulden leidt tot allerlei fysieke en psychische gezondheidsklachten die situaties verergeren. Daarnaast is er minder aandacht en geld voor gezond eten en sporten.  In de opvoeding, omdat er minder aandacht aan de opvoeding van hun kinderen wordt besteed, waardoor er vaker problemen ontstaan met de opvoeding en op school. Schulden leiden dus tot stress in allerlei levensdomeinen. Opgroeien in chronische stress Hoe essentieel deze executieve functies ook zijn, we worden er niet mee geboren. Tot in onze jongvolwassenheid blijven deze functies zich ontwikkelen. Dit verklaart waarom het puberbrein anders functioneert dan het brein van volwassenen. Het is nog niet volledig ontwikkeld. Executieve functies

10

https://decorrespondent.nl/511/waarom-arme-mensendomme-dingen-doen/19645395-f6c9a0bd

9

zijn vaardigheden die zich ontwikkelen naar de mate waarin zij geoefend worden. Hoe vaker ze geoefend worden, hoe sterker de verbindingen en hoe beter we ze kunnen inzetten als ze nodig zijn. Kinderen die opgroeien in armoede of andersoortige chronische stress hebben minder mogelijkheden hun executieve functies te gebruiken en daarmee te ontwikkelen. De executieve functies van kinderen die opgroeien in armoede zijn dan ook gemiddeld genomen minder goed ontwikkeld. Waar we bij volwassenen zien die die in meer welvarende omstandigheden zijn opgegroeid dat de executieve functies toenemen naarmate de stress rondom schulden afneemt, blijven deze bij volwassenen die opgegroeid zijn in armoede lager. Stress sensitieve dienstverlening Nu we weten dat stress door schulden mensen zo in beslag neemt dat zij minder goed in staat zijn om te denken en te handelen, is het niet meer dan logisch om de schulddienstverlening hierop aan te passen. Dit kan door:  stress gerelateerd gedrag als zodanig (h)erkennen;  bespreken hoe stress gedrag beïnvloedt;  helpende tools gebruiken zoals: reminders, checklists, stappenplannen;  stress georiënteerde inrichting van dienstverlening: o ingewikkelde gesprekken in de ochtend; o niet te veel in een keer vragen.

1.2

Lokale ontwikkelingen

1.2.1 Model Veenendaal Het beleidsplan uit 2012 is gebaseerd op model Veenendaal: “De gemeente heeft een wettelijke zorgtaak voor de meest kwetsbare doelgroep. Daar waar problemen de draagkracht en draaglast van personen en omgeving te boven gaat, geeft zij invulling aan deze taak. De gemeente heeft daarbij een regierol. Ook legt zij daarbij verbanden met aanpalende beleidsterreinen.” Iedereen moet eenvoudig kunnen beschikken over relevante informatie en laagdrempelige voorzieningen. Samenwerking met ketenpartners en samenwerking met andere instanties in Veenendaal wordt ook nadrukkelijk gezocht en waar mogelijk worden met deze partijen convenanten gesloten. Hierin worden de te onderscheiden taken en verantwoordelijkheden vastgelegd. Het streven is erop gericht om schulden zoveel mogelijk te voorkomen in plaats van achteraf op te lossen. Door tijdig signalen te ontvangen en risicogroepen op te zoeken kan snel hulp worden geboden om daarmee erger te voorkomen. Personen, schuldeisers en maatschappij zijn hierbij gebaat. De aandacht richt zich van de schuld zelf naar de cliënt. De cliënt staat in deze visie centraal en met behoud van verantwoordelijkheid wordt gekeken wat nodig is om hem weer zo financieel vaardig en zelfstandig te maken, zodat hij weer kan deelnemen aan de Veense samenleving.

De in te zetten dienstverlening kan per traject variëren en is afhankelijk van de schuldenproblematiek, Motivatie, behoeften en vaardigheden van de cliënt. De dienstverlening wordt dan ook maatwerk. Dit maatwerk kan worden verricht als voor de start van de dienstverlening een eerste (integrale) diagnose plaatsvindt.

10

1.2.2 Visie sociaal domein In 2016 is Model Veenendaal uitgebreid geëvalueerd. Op basis van de conclusies en aanbevelingen in het rapport is de Visie sociaal domein opgesteld. Deze visie biedt een vergezicht naar Veenendaal in 2030 en de uitgangspunten die we hanteren om dat vergezicht te bereiken. Uitgangspunten van de Visie sociaal domein zijn: 1. Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief 2. Ondersteuning is gericht op het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. Dit vraagt om maatwerkondersteuning, waarbij de inwoner centraal staat. 3. Waar nodig bieden we ondersteuning aan inwoners; licht en algemeen als mogelijk en complex en gespecialiseerd als het moet. 4. Voor ondersteuning aan inwoners op meerdere leefgebieden boeken we winst door verbinding. 5. We voeren regie op de resultaten van ondersteuning

Bij het realiseren van de uitgangspunten van model Veenendaal werken we vanuit de vraag van de inwoner. Vooral om per groep de stimulerings- en ondersteuningsdoelen helder te kunnen formuleren, onderscheiden we drie groepen inwoners: 1. zelfredzame inwoners; 2. kwetsbare inwoners; 3. inwoners met complexe problemen.

11

1.2.3 Wijkgericht werken in het sociale domein Een van de uitwerkingen van de Visie sociaal domein is het wijkgericht werken. De kaders voor wijkgericht werken zijn:  Meer uniformiteit en samenhang in de werkwijze, waaronder de toegang, in de wijk van de verschillende domeinen.  Duidelijkheid over hetgeen in de wijk moet worden georganiseerd en wat centraal.  Het versterken van de basisinfrastructuur en stimuleren/benutten van de eigen kracht en samenkracht en de bewonersinitiatieven in de wijken. 1.2.4 Toekomstagenda informele zorg voor Veenendaal In de doelen en uitgangspunten van het Wmo-beleid van de gemeente Veenendaal staan vrijwilligerswerk en mantelzorgondersteuning prominent op de agenda. Er wordt veel verwacht van de inzet van inwoners. De gemeente Veenendaal verwacht een verschuiving van professionele zorg naar informele vrijwillige zorg. Deze verschuiving creëert niet alleen nieuwe verhoudingen tussen vrijwilligers en professionals in zorg en welzijn. Het vraagt ook dat we behoedzaam en zorgvuldig omgaan met zorgvrijwilligers en mantelzorgers. In het beleidskader Wmo Veenendaal 2016-2019 ‘Stimuleren en Ondersteunen’ stelt de gemeente zich tot doel:  Toename van aantal inwoners dat zich vrijwillig inzet en aanbieden van kwalitatief goede ondersteuning erbij.  Mantelzorgers blijven naar tevredenheid ondersteuning ontvangen.

Door middel van het creëren van een Toekomstagenda Informele Zorg voor Veenendaal worden deze doelen nader geconcretiseerd. Op 7 februari 2017 is de ‘Toekomstagenda informele zorg voor Veenendaal’ vastgesteld. De Toekomstagenda Informele Zorg is in samenwerking met het werkveld van zorgvrijwilligers, mantelzorgers, vrijwilligersorganisaties en zorgprofessionals opgesteld. In een kwalitatieve Peiling is input verzameld over ervaringen nu, en wat in toekomst versterkt kan worden Voor de uitvoering van dit beleidsplan zal er aansluiting worden gezocht bij de actiepunten die reeds zijn vastgesteld, met name op het gebied van deskundigheidsbevordering. 1.2.5 Armoedebestrijding Armoedebestrijding en schulddienstverlening zijn met elkaar verweven aangezien armoede tot schulden kunnen leiden en schulden tot armoede. In het project ‘Buurtgerichte aanpak armoede Veenendaal’ 11 beogen we middels een buurtgerichte aanpak te komen tot een structureel aanbod en het creëren van randvoorwaarden zodat financieel kwetsbare inwoners ‘mee kunnen doen’ in de maatschappij, dit in het bijzonder voor kinderen die opgroeien in arme gezinnen en hun gezinssysteem. Daarnaast zijn er preventieve maatregelen op maat voor financieel kwetsbare groepen, jongeren en ouderen, om te voorkomen dat ze in de financiële problemen komen.

In het ‘Plan van aanpak bestrijding van armoede onder kinderen’ is aandacht voor kinderen die opgroeien in gezinnen die een inkomen hebben dat boven het sociaal minimum ligt maar die vanwege schulden toch een zeer laag besteedbaar inkomen hebben. Ook in het nieuwe Activerend Minimabeleid 2019-2023 zal aandacht zijn voor deze doelgroep.

11

Zie bijlage 2 voor meer informatie

12

2

VISIE BELEIDSPLAN

2.1

Inleiding

In dit beleidsplan wordt, binnen de kaders van de Wgs, aangesloten bij de Visie sociaal domein en de kaders van het wijkgericht werken. Hierdoor sluiten we aan bij de andere domeinen binnen het sociaal domein en hebben we oog voor de dwarsverbanden.

2.2

Uitganspunten beleidsplan

De visie van het beleidsplan wordt verwoord op basis van de uitgangspunten van de Visie sociaal domein. 2.2.1 Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief In de visie staat dat we stimuleren dat iedereen meedoet in de samenleving. We beseffen dat iedereen dat op zijn eigen manier doet. Zoals beschreven in paragraaf 1.1.5 en 2.4.1 hebben mensen met financiële problemen weinig ruimte in hun hoofd voor andere zaken en zijn hiermee gemiddeld genomen dan ook minder maatschappelijk actief. Hiermee is echter niet gezegd dat zij niet maatschappelijk actief willen zijn. De mate van participatie zal echter afgestemd moeten zijn op hun capaciteiten op dat moment. We geven meer ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving inwoners, instellingen en bedrijven voor (nieuwe) mogelijkheden van participatie op maat. “Mensen die op het eerste gezicht misschien een ongemotiveerde indruk maken, zijn wellicht door de stress niet (meer) in staat om plannen te maken die verder gaan dan de dag van morgen. Met de juiste ondersteuning kan dat veranderen.” Nadja Jungmann. 2.2.2

Ondersteuning is gericht op het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. Dit vraagt om maatwerkondersteuning, waarbij de inwoner centraal staat. Binnen de schulddienstverlening wordt ingezet op het versterken van de eigen capaciteiten in combinatie met ondersteuning van vrijwilligers en het eigen netwerk. We willen eerder signalen over inwoners met financiële problemen oppakken o.a. door de schulddienstverlening dicht bij de inwoner te organiseren. We gaan meer de wijk in en zoeken naar verbinding bij (vertrouwde) plekken in de wijk waar deze bewoners komen. Door middel van meer wijkgericht te werken beogen we een grotere groep te bereiken voordat de schulden problematisch worden en de situatie nog te overzien is. De stress vanwege de financiële situatie is op dat moment nog lager waardoor de leerbaarheid van mensen hoger is. De kans dat ze zelfstandig (met lichte ondersteuning van een vrijwilliger) hun financiële problemen kunnen oplossen is vele malen groter. Er zijn al veel vrijwilligers actief om inwoners met financiële problemen te ondersteunen. We willen de inzet door vrijwilligers nog verder uitbouwen. Uitstroom uit beschermingsbewind Wanneer een inwoner als gevolg van lichamelijke of geestelijke beperkingen niet in staat is zijn eigen financiën te beheren, kan er door de kantonrechter beschermingsbewind worden uitgesproken.

Deze bewindvoerder neemt de hele financiële huishouding over en legt verantwoording af aan de kantonrechter. De bewoner betaalt hiervoor een maandelijkse vergoeding aan de bewindvoerder. Minima kunnen deze vergoeding terugkrijgen vanuit de bijzondere bijstand. De kosten voor de gemeente voor deze vergoeding zijn aanzienlijk.

13

Kosten bijzondere bijstand voor beschermingsbewind € 450.000,00 € 400.000,00

€ 412.703,00 € 380.545,00

€ 350.000,00 € 300.000,00

€ 248.803,00

€ 250.000,00 € 200.000,00 € 150.000,00 € 100.000,00 € 50.000,00

€ 0,00 € 7.394,00€ 12.424,00

€ 0,00 Veenendaal

Renswoude 2014

2015

2016

In den regel krijgen mensen die in beschermingsbewind zitten geen ondersteuning en scholing in het weer zelf overnemen van de financiën. Een groot deel van de doelgroep zal zijn leven lang niet in staat zijn de eigen financiën te beheren. Er is echter een categorie die dat wel (deels) zelf kan leren. De module Budgetbeer extra van het BAC kan een goede tussenstap zijn naar volledige zelfredzaamheid. De Gemeente Veenendaal heeft op 8 juni 2017 commitment afgegeven bij het project Samen verder van het BPBI12 dat tot doel heeft de samenwerking tussen gemeenten en beschermingsbewindvoerders te verbeteren en cliënten beter te helpen. In 2018 zal er contact worden gelegd tussen de grootste bewindvoerderskantoren, waar inwoners van Veenendaal en Renswoude gebruik van maken, en het BAC om gezamenlijke afspraken te maken over gefaseerde afbouw waar mogelijk. 2.2.3

Waar nodig bieden we ondersteuning aan inwoners; licht en algemeen als mogelijk en complex en gespecialiseerd als het moet. De schulddienstverlening is gericht op preventie en integraliteit maar vanuit de eigen verantwoordelijkheid en kracht van de inwoner en zijn netwerk. Zoals beschreven in paragraaf 1.1.5 kan deze kracht afnemen onder invloed van stress door schulden. De schulddienstverlening sluit dan ook aan bij de kracht die de inwoner op dat moment heeft en de verantwoordelijk die hij op dat moment kan dragen. Gedurende het traject wordt steeds opnieuw beoordeeld welke mate van verantwoordelijkheid de inwoner aankan en op welke wijze zijn eigen kracht benut en versterkt kan worden. Door de schulddienstverlening af te stemmen op de capaciteiten van de doelgroep wordt er zo veel als mogelijk de verantwoordelijkheid bij de inwoners neergelegd. Er worden geen taken overgenomen die een inwoner ook zelf kan of kan leren. Indien inwoners aankloppen wanneer de stress vanwege de schulden al groot is, heeft een stress sensitieve dienstverlening13 een veel groter effect. Met de schuldhulpverleningsorganisatie gaan we in gesprek op welke wijze we stress sensitieve dienstverlening kunnen toepassen binnen de bestaande werkwijze.

12 13

Branchevereniging Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders Zie paragraaf 1.1.5

14

2.2.4

Voor ondersteuning aan inwoners op meerdere leefgebieden boeken we winst door verbinding. In de Gemeente Veenendaal bestaan er veel organisaties die zich op goede wijze bezighouden met inwoners en hun financiële vraagstukken. Door meer verbinding te zoeken tussen de verschillende organisaties beogen we de volgende resultaten te behalen:  Sneller op en af kunnen schalen tussen vrijwilligers en professionals.  Directere lijnen tussen vrijwilligers en professionals waardoor vrijwilligers sneller professionals kunnen consulteren.  Vergroten van de kennis van de vrijwilligers op het gebied van financiën.  Preventief wijkgericht aanbod op het gebied van financiële voorlichting.  Verbeterde samenwerking en verbinding tussen vrijwilligersorganisaties.  Verbeterde bekendheid van het aanbod van schulddienstverlening bij inwoners en hulpverleners.  Versterken collectieve en lichte ondersteuning.  Inwoners bereiken voordat er financiële problemen ontstaan of verergeren. Door de intensievere samenwerking tussen de verschillende professionele en vrijwilligersorganisaties worden de kerntaken en expertise bij de verschillende organisaties onderling duidelijker en zal er meer gebruik gemaakt worden van elkaars expertise zonder dat men bang is om klanten kwijt te raken. Ook intern zal er aandacht zijn voor de dwarsverbanden met WMO, Jeugd en andere domeinen.

Waar nodig zullen we elkaar op casusniveau benaderen voor afstemming. Bij complexe casussen zetten we in op casusregie. Samen met de inwoner wordt dan een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld. Daarnaast zullen de beleidsplannen waar mogelijk op elkaar worden afgestemd. Hierover meer in paragraaf 2.3. Daarnaast zullen de verbindingen tussen de gemeente als schuldeiser en de schulddienstverlening worden geïntensiveerd. In de visie is aangegeven dat we toewerken naar één, digitale, toegang met een digitale hulpwijzer, om op die manier te zorgen dat inwoners zo snel mogelijk passende ondersteuning krijgen, ook op het gebied van financiële problemen. 2.2.5 We voeren regie op de resultaten van ondersteuning De gemeente neemt de rol van faciliterende regievoering waarbij er gestuurd wordt op het resultaat van de uitvoering. Daarnaast heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om te zorgen voor goede naleving van de WGS. De specialistische schulddienstverlening volgt de richtlijnen van het NVVK aansluitend met de reeds eerder vastgestelde beleidsregels op het gebied van toegang. De gemeente is sinds juni 2017 aangesloten bij de benchmark Armoede en Schulden waardoor er meer inzicht zal ontstaan in de efficiëntie en het bereik van onze werkwijze. Daarnaast kunnen we leren van de ervaringen van andere gemeenten. 2.2.6

Meer uniformiteit en samenhang in de werkwijze, waaronder de toegang, in de wijk van de verschillende domeinen. Door aan te sluiten bij reeds bestaande werkwijzen zoals de Visie sociaal domein, de Toekomstagenda en de Voordeur van Veens zorgen we voor meer samenhang tussen de werkwijzen van de verschillende organisaties en meer duidelijkheid naar de inwoners.

15

In het project ‘Wijkgerichte aanpak armoede Veenendaal’14 (7-2017 t/m 7-2019) onderzoeken we de meest effectieve werkwijze voor de benadering van specifieke groepen als jongeren, ouderen en gezinnen. Vanuit de bestaande werkwijzen onderzoeken we samen met de andere betrokken organisaties welke aanpassingen of aanvullingen van de bestaande werkwijze het beste aansluit op deze specifieke doelgroepen.

2.3

Dwarsverbanden andere domeinen

Zoals eerder beschreven kunnen schulden leiden tot problemen op meerdere levensgebieden. Daarnaast kunnen ze voorkomen uit problemen op andere levensgebieden. Dit vraagt om een integraal beleid dat dwarsverbanden heeft met andere domeinen:  Wmo; mensen met lichamelijke of geestelijke beperkingen hebben een groter risico op financiële problemen. Wmo-consulenten hebben hierdoor een belangrijke signaleringsrol. Belangrijk is dat de medewerkers op de hoogte zijn van de signalen en tijdig doorverwijzen. Daarnaast sluiten we aan bij de Toekomstagenda Informele Zorg en bij de coördinatie van zorg trajecten.  Jeugd; ouders die financiële problemen hebben lopen een groter risico op problemen in de opvoeding. Daarnaast is het belangrijk jongeren al vroegtijdig financieel verantwoord gedrag aan te leren. Op beide gebieden zal er samengewerkt worden met afdeling Jeugd o.a. middels de werkgroep 18-/18+.  Participatiewet; een groot deel van de huishoudens die financiële problemen heeft ontvangt een bijstandsuitkering. De beste manier voor hen om uit de financiële problemen te komen, is het verkrijgen van werk. Dit kan echter pas wanneer de eerste stress van de schulden is weggenomen. Dit vraagt om een goede afstemming tussen schulddienstverlening en de inkomensconsulent.  Armoedebestrijding; armoede kan leiden tot schulden en vice versa.

Het uitvoeringsplan van dit beleidsplan zal aansluiten bij de resultaten van het project Wijkgerichte aanpak armoede Veenendaal. Daarnaast zal er continue afstemming zijn tussen de afdelingen MO en E&W m.b.t. de aanpak van armoede en de relatie met schulden hierin.  Minimabeleid; mensen die in een schuldsanering zitten hebben dikwijls een te hoog inkomen om recht te hebben op vergoedingen vanuit het minimabeleid terwijl hun besteedbaar inkomen15 vaak lager is dan het sociaal minimum. Dit vraag om goede afstemming met het minimabeleid.  Welzijnswerk; mensen met een schuldenproblematiek zijn vaak al eerder in beeld binnen het welzijnswerk. Belangrijk is dat zij deze signalen herkennen en juist oppakken of doorverwijzen.

2.4

Doelgroep Schulddienstverlening

Elk mens is uniek. Het is dan ook geen verassing dat meerdere onderzoeken 16 in de afgelopen jaren hebben aangetoond dat een dezelfde aanbod aan schuldhulpverlening aan de gehele doelgroep niet bij iedereen even efficiënt is. Met dit beleidsplan beogen we een sluitend aanbod te creëren voor alle doelgroepen met wetenschap en feiten als basis voor verandering. Doelstelling is niet om aan de voordeur een differentiatie te maken tussen kwetsbare en zelfredzame mensen maar om oog te hebben voor deze doelgroepen en het aanbod daardoor beter op maat af te kunnen stemmen. Hierdoor bewegen we van aanbodgericht naar meer vraaggericht. 14

Zie bijlage 2 voor meer informatie over dit project Besteedbaar inkomen is het deel van het inkomen dat overblijft na betaling van alle vaste lasten 16 O.a. De eindjes aan elkaar knopen (Jungmann, Wesdorp & Schreuer 2015) en Mobility mentoring (Jungmann & Wesdorp 2017) 15

16

2.4.1 Kwetsbare mensen “Schaarste neemt onze aandacht in beslag, schaarste laat je focussen op je directe gebrek. In eerste instantie maakt het ons alerter en creatiever en stelt het ons in staat problemen op te lossen. Maar aanhoudende schaarste, zoals financiële problemen, leidt tot een andere dynamiek. Als de aandacht telkens gericht blijft op de rekeningen die morgen betaald moeten worden, dan verdwijnt het langetermijnperspectief.” Aldus Nadja Jungmann lector Schulden aan de Hoogeschool Utrecht. Onder kwetsbare mensen verstaan wij mensen die (tijdelijk) minder goed in staat zijn hun vraag te formuleren en de weg naar het antwoord te vinden. Binnen deze doelgroep bestaat nog veel differentiatie waar oog voor moeten zijn. 2.4.2 Zelfredzame mensen Onder zelfredzame mensen verstaan we inwoners die zelf in staat zijn het probleem te formuleren. Daarnaast zijn het vaak mensen die maar 1 vraag hebben en 1 antwoord willen. Deze mensen zitten niet te wachten op problematisering naar andere leefgebieden. De financiële wereld digitaliseert steeds harder. Voor sommige mensen is dit een probleem maar mensen die in meerdere mate zelfredzaam zijn zoeken als eerste ook hun antwoorden op financiële vragen online. Door aan te sluiten bij deze ontwikkeling beogen we zelfredzame mensen in een eerder stadium te bereiken.

2.4.3 Bijzondere doelgroepen Overstijgend aan deze twee doelgroepen zijn er enkele risicogroepen te noemen waar extra aandacht voor zal zijn. Er wordt geen specifiek doelgroepenbeleid gevoerd. Wel zal er zorg zijn voor de aansluiting van het beleid bij specifieke doelgroepen. Jongeren (16-25 jaar) In de leeftijd van 15-19-jarigen kunnen de eerste problemen ontstaan rondom geld. Een belangrijke oorzaak hiervan zijn impulsaankopen in de sfeer van gadgets of merkgevoelige aankopen waar men in deze leeftijdscategorie meer dan gemiddeld gevoelig voor is. Vaak ervaart een jongere pas een probleem als het ‘systeem’ van ‘gat met gat’ dichten niet meer werkt. Op dat moment zit een jongere feitelijk al in grote financiële problemen. In het project Buurtgerichte aanpak armoede Veenendaal17 richt een van de deelprojecten zich specifiek op de jongeren. Ouderen (75+ jaar) Vanuit professionals komen signalen dat onder ouderen er een kwetsbare groep ouderen is als het gaat om hun financiële situatie. De problematiek bij ouderen kenmerkt zich door een taboe rondom armoede en schulden, waardoor financiële problemen kunnen verergeren en vermindering van de koopkracht door o.a. hogere zorgkosten. Daarnaast heeft deze groep ‘oudere ouderen’ naar verhouding meer moeite om gebruik te maken van beschikbare financiële voorzieningen (waar heb je recht op?).

In het project Buurtgerichte aanpak armoede Veenendaal richten een deelprojecten zich specifiek op de ouderen met als belangrijkste doelstelling minder financiële problemen bij ouderen en meer inzicht in aard en omvang van financiële problemen bij ouderen en een aanpak die daar bij past. Statushouders Statushouders zijn verantwoordelijk voor hun eigen inburgering en moeten die zelf betalen. Zij kunnen daarvoor een lening aangaan. Daarbovenop mag elke asielmigrant nog eens 10.000 euro 17

Zie bijlage 2

17

lenen. Dit is een fors bedrag dat uiteindelijk wel terugbetaald moet worden. Statushouders beginnen hun leven hier dus al met schulden. Statushouders lopen daarnaast verhoudingsgewijs een groter risico op financiële problemen dan andere inwoners vanwege:  Slechtere positie op de arbeidsmarkt en hierdoor een grotere kans op bijstandsafhankelijkheid.  Onbekendheid met de Nederlandse regelgeving en voorzieningen waar ze recht op hebben.  Grotere kans op psychische problemen vanwege traumatische ervaringen. Alleenstaanden met kinderen die wonen in een huurhuis met een netto huishoudinkomen van minder dan 1.000 euro netto per maand. Dit is een van de risicogroepen die in het rapport ‘Huishoudens in de rode cijfers’18 wordt genoemd als het grootste risico op problematische schulden. Tijdens de wijkgerichte aanpak is het van belang ons te richten op de wijk waar deze doelgroep het meeste woont. Datzelfde geldt voor de tweede risicogroep uit het rapport; Samenwonenden zonder kinderen die wonen in een huurhuis en een netto huishoudinkomen hebben van minder dan 2.000 euro netto.

2.5

Doelstellingen 2018-2022

In bovenliggend hoofdstuk is de visie op schulddienstverlening beschreven aansluitend aan verschillende doelgroepen. Samenvattend leidt deze visie tot de volgende doelstellingen voor 20182022: 1. De schulddienstverlening sluit aan bij de kracht die de inwoner op dat moment heeft en de verantwoordelijk die hij op dat moment kan dragen. 2. In de schulddienstverlening wordt ingezet op het versterken van de eigen capaciteiten in combinatie met ondersteuning van vrijwilligers en het eigen netwerk. 3. Stress sensitieve dienstverlening toepassen binnen de schulddienstverleningsorganisatie. 4. Vergroten van de kennis bij vrijwilligers en professionals over stress sensitieve dienstverlening en signaleren van financiële problemen. 5. Faciliteren in de onderlinge samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties. 6. Vergroten van de bekendheid van schulddienstverlening. 7. Ontwikkelen van onlinedienstverlening voor inwoners en hulpverleners. 8. Verbeteren van interne samenwerking tussen gemeente als schuldeiser en de schulddienstverlening en binnen het sociaal domein. 9. Inzicht in het bereik van onze werkwijze. 10. Verlagen van het aantal personen in beschermingsbewind. 2.5.1 KPI’s19 Als afgeleide van bovenstaande doelstellingen en de huidige KPI’s zoals beschreven in de Programmabegroting 2018, worden de KPI’s vanaf 2019: 1.

90% van de intakes bij het BAC leidt tot een (intern of extern) passend aanbod. 2. 85% succesvolle afhandeling van crisisaanvragen door het BAC. 3. 70% van de schuldregelingen door het Budget Advies Centrum (BAC) wordt succesvol afgerond. Onderstaande KPI willen we bereikt bij na afloop van de beleidsperiode in 2022: 4. Aantal personen dat bijzondere bijstand krijgt voor beschermingsbewind is met 10% gedaald. In 2018 zal onderzocht worden op welke wijze de preventieve doelstellingen meetbaar zijn in het dashboard zodat hierover nog KPI’s toegevoegd kunnen worden. 18 19

Huishoudens in de rode cijfers 2015 Westhof, De Ruig & Kerckhaert, 2015 Kritische Prestatie Indicator

18

3

3.1

DE UITVOERINGSORGANISATIES

Inleiding

De uitvoering van het Beleidsplan Schulddienstverlening en preventie is tweeledig: 1. De uitvoering van de WGS: deze ligt in handen van het BAC. 2. De uitvoering van preventie: deze ligt in handen van het BAC, Kwintes en meerdere vrijwilligersorganisaties.

3.2

De uitvoering van de WGS

De Gemeente Veenendaal heeft het Budget Advies Centrum (BAC) volledig gemandateerd voor de uitvoering van de schuldhulpverlening. Het BAC is onderdeel van Vitras/CMD. Sinds 2007 is de reguliere subsidie vormgegeven als prestatiesubsidie met prestatieafspraken per product. Deze subsidie wordt jaarlijks vastgesteld. In de uitvoeringsovereenkomst “Schuldhulpverlening” wordt vastgelegd welke producten we van het BAC afnemen en tegen welk tarief. Daarnaast zijn hierin de afspraken voor het leveren van managementinformatie opgenomen. Jaarlijks worden de resultaten beoordeeld. Op basis hiervan wordt de subsidie definitief vastgesteld. Aan de uitvoering worden eisen gesteld. We maken daarbij onderscheid tussen: • kwaliteitseisen; • uitvoering gemeentelijk beleid; • prestatie-indicatoren; • managementinformatie. In bijlage 4 worden deze uitvoeringseisen verder toegelicht.

3.3

De uitvoering van preventieve schulddienstverlening

In de ideale situatie hebben we in de toekomst de Wgs niet meer nodig omdat we alle inwoners in het preventieve stadium hebben gereikt. Dat dit een utopie is, beseffen wij ons. Dat neemt niet weg dat dit beleidsplan tot doel heeft inwoners eerder te bereiken en zo (problematische) schulden te voorkomen. In de preventie zien wij een belangrijke rol weggelegd voor vrijwilligersorganisaties, in samenwerking met professionals. Ervaring met de inzet van vrijwilligers laat goede resultaten zien. Vrijwilligers en vrijwilligersorganisatie kunnen een goede rol vervullen: • Vrijwilligers staan in een andere verhouding tot de schuldenaar dan de professional. Juist door die persoonlijke benadering (i.p.v. de zakelijke van de professional) kan een vrijwilliger iemand met schulden motiveren om zijn of haar problemen aan te pakken. Vrijwilligers zijn daarbij niet de “redder in nood”, maar kunnen juist de schuldenaar bijstaan. • Vrijwilligers kunnen geen sancties opleggen en zijn minder gebonden aan regels en beperkingen in tijd. Vrijwilligers kunnen daarom gelijkwaardig omgaan met de cliënt. Hierdoor ontstaat een vertrouwensband. Daarnaast brengen de (getrainde) vrijwilligers veel professionele en levenservaring in, waar cliënten en gemeenten volop van kunnen profiteren. • Vrijwilligers zijn vaak ervaringsdeskundige waardoor ook professionals van hun ervaringen kunnen leren.

In het land zijn goede ervaringen opgedaan, om ervaringsdeskundigen te scholen in vrijwillige of professionele ondersteuning. De positieve ervaringen zijn, zeker aan de voorkant, in vroegsignalering, achter de voordeur werken, mensen die dit meegemaakt hebben makkelijker aansluiting vinden, taboe en schaamte kunnen doorbreken en eerder bereidheid en motivatie kunnen organiseren bij mensen met financiële problemen. 19

De combinatie van professionele schuldhulpverlening met de inzet van vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen maakt de schuldhulpverlening effectiever, het leidt sneller tot resultaten. 3.3.1 (Vrijwilligers) organisaties In Veenendaal zijn veel organisaties actief op het gebied van schulddienstverlening. Zo kennen we in Veenendaal o.a. de volgende organisaties/initiatieven die actief zijn voor personen met geldproblemen (In bijlage 5 staan deze organisaties verder omschreven): • Kerk en Minima; • SchuldHulpMaatje; • Hulpdienst In-Zicht; • St. Voedselhulp Veenendaal; • Diaconaal platform Veenendaal; • Kwintes; • St. NN; • Kerken. In Renswoude:  Formulierenbrigade van SWO  Diaconale Schuldhulpverlening: IDH SchuldHulpMaatje  Kerken Bovengenoemde organisaties richten zich op laagdrempelige schulddienstverlening. Deze dienstverlening is divers: van het invullen van formulieren tot het treffen van schuldregelingen. Zij maken veelal gebruik van vrijwilligers. Deze organisaties weten de vrijwilligers te werven, te selecteren, aan zich te binden en aan te sturen. Genoemde organisaties staan ook met beide voeten binnen samenleving van Veenendaal of Renswoude waardoor zij via andere kanalen signalen kunnen krijgen dat er mogelijk financiële problemen spelen.

Zij kunnen met deze personen in gesprek treden die zich niet zelf melden, maar die waarschijnlijk wel gebukt gaan onder de nodige schulden. Dit kan leiden tot het erkennen van de problemen, waarna hulp gezocht kan worden. Veel van de genoemde organisaties zijn geïnitieerd vanuit de (gezamenlijke) kerken. De doelstellingen van de organisatie staan beschreven in de statuten. Genoemde organisaties opereren zonder winstoogmerk en zijn ook financieel onafhankelijk van de gemeente. De organisaties zijn veelal afhankelijk van vrijwillige giften. De giften worden gebruikt voor de eigen organisatie, maar bij enkele organisaties ook voor directe financiële hulpverlening (bijvoorbeeld voedselbonnen, ledigen financiële nood, etc.). Daartoe beschikken ze over eigen “noodfondsen” die ingezet kunnen worden. Hoewel partijen zich in willen zetten voor alle burgers van Veenendaal hebben ze wel een eigen identiteit en hoeven ze alleen verantwoording af te leggen aan hun donateurs. 3.3.2 Het BAC in samenwerking met vrijwilligers Bij vaststelling van een traject bij het BAC maakt de consulent een afweging maken of er ondersteuning van een vrijwilliger wenselijk is en zo ja van welke organisatie en in welke fase van het traject.

Hierbij kun je denken aan: • Ondersteuning van SchuldHulpMaatje bij het verzamelen van alle papieren voor opstarten van een traject; • Ondersteuning van een vrijwilliger van het BAC bij de module Budgetbeheer extra; • Ondersteuning van een vrijwilliger van Veens bij flankerende vragen zoals dagbesteding of het zoeken naar werk.

20

Er wordt geregeld samen gewerkt door het BAC met vrijwilligers maar dit is veelal op individuele basis. De afspraken staan niet op papier. In 2018 zal er vanuit de gemeente worden ingezet op het maken van structurele afspraken tussen het BAC en vrijwilligersorganisaties. 3.3.3 Samenwerking De inzet van vrijwilligersorganisaties waarderen we, maar doet niets af aan onze wettelijke taak en verantwoordelijkheden. Ook worden particuliere fondsen door de gemeente niet gezien als voorliggende voorziening. Wel weten we dat er ook inwoners zijn die zich liever niet wenden tot een professionele schuldhulpverlener. Vrijwilligersorganisaties worden veelal als laagdrempelig gezien. De schuldhulpverlening is in de visie van de gemeente vooral het domein van de professionele schuldhulpverlening. De medewerker BAC stelt een plan van aanpak op en maakt afspraken met schuldeisers. In deze gevallen vervult de vrijwilliger vooral aanvullend werk in relatie tot het werk van de schuldhulpverlener. De vrijwilliger kan de cliënt ondersteunen bij het omgaan met een beperkter budget, leert hem/haar om de vaste lasten tijdig te betalen en zorgt dat deze hulp zoekt als huisuitzetting dreigt. Door deze mensgerichte ondersteuning kan het BAC zich meer concentreren op de schuldenproblematiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11130205/1