CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8. SO19049v01 Renswoude - Beekweide II uitbreiding noordwest Breur

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Beekweide II2.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Soortgericht onderzoek Renswoude - Beekweide II, uitbreiding noordwest

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

30-10-2020 T.D. Breur, Msc Gemeente Renswoude SO19049v01 Breur, T.D. 2019. Soortgericht onderzoek Renswoude, Beekweide II, uitbreiding noordwest Rapportcode: SO19014v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht

Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2020.

1

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

Inhoudsopgave Samenvatting............................................................................................................................................................ 3 1 Aanleiding.............................................................................................................................................................. 4 2 Doel.......................................................................................................................................................................... 4 3 Plangebied & ontwikkeling..............................................................................................................................

5 3.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................5 3.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................5 3.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................5 3.4 Planning.......................................................................................................................................................................5 4 Onderzoeksopzet.................................................................................................................................................

6 4.1 Algemeen.....................................................................................................................................................................6 4.2 Methodiek...................................................................................................................................................................6 4.3 Volledigheid onderzoek.........................................................................................................................................7 5 Resultaten..............................................................................................................................................................

8 5.1 Huismussen................................................................................................................................................................8 5.2 Vleermuizen...............................................................................................................................................................8 5.3 Steenmarter...............................................................................................................................................................9 5.4 Overige soorten......................................................................................................................................................10 6 Effectbeoordeling.............................................................................................................................................. 11 7 Conclusie & aanbevelingen............................................................................................................................

12 7.1 Conclusies.................................................................................................................................................................12 7.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................12 Bijlage I.................................................................................................................................................................... 14

2

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

Samenvatting De gemeente Renswoude is voornemens om een nieuwbouwwijk te ontwikkelen op een locatie genaamd Beekweide II noordwest. Breur Ecologie & Onderzoek heeft op deze locatie soortgericht onderzoek uitgevoerd naar beschermde diersoorten. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen en kennisdocumenten van de betreffende soorten (huismus, vleermuizen, steenmarter). Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

Het plangebied vervult geen functie voor vleermuizen, huismussen of steenmarter. Verblijfplaatsen of essentieel leefgebied zijn afwezig. Er is geen sprake van negatief effect.

•

De geplande ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het aanvragen van een ontheffing voor de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Het plangebied functioneert wel als nesthabitat voor diverse algemene vogelsoorten. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Men dient hierom bij verstorende werkzaamheden rekening te houden met het vogelbroedseizoen (grofweg maart t/m juli).

3

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

1 Aanleiding De gemeente Renswoude heeft Breur Ecologie & Onderzoek verzocht om soortgericht onderzoek uit te voeren naar beschermde soorten flora en fauna in Renswoude. De locatie betreft een terrein genaamd Beekweide II, uitbreiding noordwest. Dit terrein vorm een uitbreiding van het Beekweide II terrein dat in 2019 onderzocht is door Breur Ecologie & Onderzoek1. Op dit terrein (nu nog grotendeels bedrijventerrein met een klein grasveld) is men voornemens om een nieuwbouwwijk te realiseren. Uit een quickscan 2 is gebleken dat deze ontwikkeling mogelijk negatief effect heeft op de volgende beschermde soorten: • Huismussen •

Vleermuizen

•

Steenmarter

Door middel van soortgericht onderzoek kan uitsluitsel worden verkregen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en welke rol het plangebied voor deze soorten vervuld.

2 Doel Het doel van dit soortgericht onderzoek onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen:

1

•

Zijn er beschermde soorten aanwezig in het plangebied?

•

Welke functie vervult het plangebied voor beschermde soorten?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen dienen genomen te worden?

Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Beekweide II, Renswoude. Rapportcode: QS18058-av02. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht Breur, T.D. 2019. Soortgericht onderzoek Renswoude, Beekweide II Rapportcode: Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

2

SO19014v01.

Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Renswoude – Beekweide II, noordwest uitbreiding. Rapportcode: NQS19049v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

4

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

3 Plangebied & ontwikkeling 3.1 Huidige situatie Het plangebied betreft een terrein in het noorden van Renswoude, provincie Utrecht. Het terrein bestaat uit een grasveld en bedrijventerrein met enkele opslagloodsen. Aan de noordoostzijde van het terrein bevindt zich een grondwal met lage boompjes, bloemen en ruigtekruiden.

Afbeelding 1: Locatie en regionale ligging van het plangebied.

3.2 Geplande ontwikkeling Het terrein zal omgevormd worden tot nieuwbouwwijk, een exacte inrichting is nog niet bekend. Ten behoeve hiervan zal de bebouwing in het plangebied worden gesloopt of verplaatst, en beplanting zal grotendeels worden gekapt.

3.3 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie bevindt zich een nieuwbouwwijk op het terrein.

3.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is niet bekend.

5

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

4 Onderzoeksopzet 4.1 Algemeen Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd naar de volgende soorten/soortgroepen: •

Huismussen

•

Vleermuizen

•

Steenmarter

Uitgangspunt voor het veldonderzoek zijn de BIJ12 Kennisdocumenten, het Vleermuisprotocol 2017 en de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Deze documenten - in combinatie met eigen kennis en ervaring ten aanzien van de betreffende soorten - zijn gebruikt om de veldbezoeken zo optimaal mogelijk in te plannen.

Type

Onderzoeker Datum

Tijd begin Tijd eind Temp (°C) Wind

Bewolking Neerslag

Vleermuis najaarsonderzoek

T.D. Breur

3-9-2019 22:00

1:00

16-14

ZW2

7/8

geen

Vleermuis najaarsonderzoek

T.D. Breur

25-9-2019 1:00

3:00

13

ZW1

8/8

geen

Huismusonderzoek

T. D. Breur

10-4-2020 9:00

11:00

10-15

O2

0/8

geen

Huismusonderzoek

T. D. Breur

24-4-2020 8:00

10:00

10-15

N1

4/8

geen

Vleermuis voorjaarsonderzoek

C. Versteeg & T.D. Breur 1-6-2020 21:30

0:30

20-17

O1

2/8

geen

Vleermuis voorjaarsonderzoek

C. Versteeg & T.D. Breur 2-6-2020 3:21

5:21

14-15

O1

1/8

geen

Vleermuis voorjaarsonderzoek

C. Versteeg & T.D. Breur 7-7-2020 21:57

0:00

15

W1

8/8

lichte miezer*

Tabel 1: Overzicht veldbezoeken, onderzoekers en weersomstandigheden.*Deze miezerregen duurde slechts 10 minuten en had geen waarneembaar effect op de vleermuisactiviteit.

4.2 Methodiek De onderzoeksinspanning voor elke soortgroep wordt hieronder nader beschreven: Huismussen Het onderzoek naar huismussen is uitgevoerd door het gehele plangebied te voet te doorkruisen en door op strategische punten met goed overzicht voor langere tijd te posten. Huismussen zijn zowel op zicht als op gehoor gemonitoord. Tevens is er in de avond en ochtend vooraf en na afloop van vleermuisbezoeken gelet op de aanwezigheid van huismussen (met name de vroege ochtend is geschikt voor het waarnemen van slaapplaatsen). Vleermuizen Er is bij het vleermuisonderzoek gebruik gemaakt van een Pettersson D240x, een Zoom H1 geluidsrecorder en een Fenix FD40 zaklamp (focusseerbaar, 1000 lumen). Niet iedere loods was volledig geschikt voor vleermuizen, grote stalen geveloppervlakken waren op voorhand al als ongeschikt beoordeeld voor vleermuizen. Tijdens in- en uitvliegmomenten is hierom geconcentreerd gepost op die plekken waar daadwerkelijk potentie bestaat voor vleermuis6

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

verblijfplaatsen (daar waar open stootvoegen aanwezig zijn of andere geschikte openingen voor vleermuizen). In het najaar waren de onderzoeken voornamelijk gericht op aanwezigheid van baltsgedrag van dwergvleermuizen wat kan duiden op de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen. Steenmarter Twee cameravallen zijn uitgezet op strategische plekken, gericht op mogelijke verblijfplaatsen en/of looproutes. Er is gebruik gemaakt van verschillende lokstoffen: een blik sardientjes en een kippenei. Vogelzaad is uitgestrooid om kleine knaagdieren zoals muizen te lokken, prooidieren van de steenmarter. De cameravallen zijn geplaatst 01-06-2020 en opgehaald op 07-07-2020.

Afbeelding 2: Locaties van de cameravallen in het onderzoeksgebied.

4.3 Volledigheid onderzoek De onderzoekers voldoen aan de de definitie van deskundig ecoloog zoals bepaald door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland3. Het gehele onderzoek is uitgevoerd conform de condities en methodiek de meest actuele protocollen en kennisdocumenten. Hoewel ieder bezoek gericht was op bepaalde soorten of soortgroepen is er in feite tijdens iedere onderzoeksronde gelet op alle potentieel aanwezige soorten.

3

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-ennatuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

7

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

5 Resultaten 5.1 Huismussen In het plangebied zijn geen nesten van de huismus aangetroffen. Huismussen zijn wel regelmatig waargenomen in en om het plangebied, en er bevinden zich waarschijnlijk diverse nesten in de woonhuizen aan de Barneveldsestraat (geen onderdeel van plangebied). Incidenteel zijn er lage aantallen huismussen waargenomen bij de ponyweide. Er is hier echter geen sprake van essentieel functioneel leefgebied. Geschikte dekking (grote dichte struiken of hagen) is niet aanwezig en er bevindt zich genoeg alternatief groen in de voor- en achtertuinen van de huizen langs de Barneveldsestraat (hier bevinden zich tevens de nesten).

Afbeelding 3: Huismus bij de ponyweide

5.2 Vleermuizen In en om het plangebied zijn 5 soorten vleermuizen waargenomen: • Gewone dwergvleermuis • •

Ruige dwergvleermuis Laatvlieger

• •

Rosse vleermuis Gewone grootoorvleermuis

Ondanks de relatief grote verscheidenheid aan soorten was het aantal waargenomen vleermuizen zeer laag. Tijdens alle bezoeken zijn er slechts sporadisch vleermuizen waargenomen. De meest waargenomen soort is de gewone dwergvleermuis. De gewone grootoorvleermuis is slechts eenmaal waargenomen (determinatie bevestigd d.m.v. analyse sonogram). De rosse vleermuis is enkel op grote hoogte overvliegend waargenomen. Geen van de vleermuizen vertoonden binding met de bebouwing in het plangebied, er was geen sprake van balts- of zwermactiviteit. Verblijfplaatsen of andere functies (foerageergebied, vliegroute) zijn niet aanwezig in het plangebied.

8

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

5.3 Steenmarter Met behulp van de cameravallen zijn verschillende zoogdieren vastgelegd waaronder: bunzing, egel, konijn, haas, bosmuis en spitsmuis spec. Dit zijn allen vrijgestelde soorten (in provincie Utrecht). Het meest waargenomen zoogdier betreft de huiskat, hiervan zijn diverse individuen vastgelegd. Eenmaal is er een steenmarter vastgelegd op de camera, dit betreft geen goede opname, enkel een deel van de achterpoot en staart is zichtbaar. Op basis van de vorm van deze staart en achterpoot was dit toch te determineren als marterachtige, aangezien een boommarter in dit habitat redelijkerwijs uit te sluiten valt wordt aangenomen dat dit een steenmarter betreft. Tijdens zowel het huismus- als vleermuisonderzoek is tevens gespeurd naar steenmarters of sporen hiervan (prenten in nat zand, uitwerpselen, prooiresten). Deze zijn nooit aangetroffen. Aangezien de steenmarter zich relatief goed laat aantrekken door lokstoffen (waarvan de camera’s voorzien waren) wordt aangenomen dat dit een eenmalig toevallig passerend individu was. Gezien de ligging van het plangebied aan de rand van het buitengebied is dit redelijkerwijs te verwachten bij een soort als de steenmarter. Verblijfplaatsen en/of andere essentiële functies voor de steenmarter zijn echter niet aangetroffen in het plangebied.

Afbeelding 4: Een bunzing vastgelegd op de cameraval (screenshot van video).

Afbeelding 5: Een huiskat, het meest waargenomen roofdier bij het cameravalonderzoek, in dit geval met een jong konijn als prooi.

9

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

5.4 Overige soorten Het plangebied functioneert als broedhabitat voor diverse soorten vogels. Zo is er een baltsende en een juveniele zwarte roodstaart waargenomen en een nest van spreeuwen (in de meest zuidelijke loods). Nesten van deze soorten zijn enkel beschermd wanneer zij in gebruik zijn. In de halfopen loods (de middelste van de drie grote loodsen) is tevens een braakbal van de kerkuil aangetroffen. Vaste verblijfplaatsen van de kerkuil zijn jaarrond beschermd, in dit geval is er echter geen sprake van een vaste verblijfplaats. Tijdens de verschillende bezoeken is gezocht naar meer kerkuilensporen maar deze zijn niet aangetroffen. De halfopen loods biedt daarnaast geen donkere ruimtes waar de schuwe kerkuil overdag zou kunnen verblijven. Vermoedelijk is de halfopen loods een plek waar de kerkuil sporadisch ‘s nachts kort verblijft om te rusten, hetgeen de braakbal verklaart. Het gaat hier niet om een essentiële (e.g. beschermde) functie.

Afbeelding 6: Baltsende spreeuw op het woonhuis net naast het plangebied.

10

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

6 Effectbeoordeling In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële functies van beschermde soorten vastgesteld. Hoewel huismussen, vleermuizen en de steenmarter allen zijn waargenomen tijdens het onderzoek heeft geen van deze soorten verblijfplaatsen in het plangebied, tevens is er geen sprake van andere essentiële functies zoals foerageergebied of vliegroute. De geplande activiteit leidt daarom niet tot een overtreding van verbodsbepalingen. Er is geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming (zie Bijlage I), het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

11

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

7 Conclusie & aanbevelingen 7.1 Conclusies •

Het plangebied vervult geen functie voor vleermuizen, huismussen of steenmarter. Verblijfplaatsen of essentieel leefgebied zijn afwezig. Er is geen sprake van negatief effect.

•

De geplande ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.

•

Het aanvragen van een ontheffing voor de Wet natuurbescherming is niet nodig, verdere vervolgstappen in het kader van deze wet zijn niet nodig.

7.2 Aanbevelingen Aanbevelingen uit de quickscan4 ten aanzien van andere soorten blijven van kracht. Hieronder valt het zorgvuldig werken conform de Zorgplicht, maar ook het uitvoeren van kap- en sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen. Speciale aandacht dient uit te gaan naar de situatie van de oeverzwaluw.

4

Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Renswoude – Beekweide II, noordwest uitbreiding. Rapportcode: NQS19049v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

12

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

Bronvermelding Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Beekweide II, Renswoude. Rapportcode: QS18058-av02. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht Breur, T.D. 2019. Soortgericht onderzoek Renswoude, Beekweide II Rapportcode: SO19014v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Renswoude – Beekweide II, noordwest uitbreiding. Rapportcode: NQS19049v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Netwerk Groene Bureaus, Vleermuisprotocol 2017 Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl Overig: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/protocollen-vis-amfibie-reptiel-vogel https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

13

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II uitbreiding noordwest

Bijlage I Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb) per beschermingscategorie. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te rustplaatsen van dieren opzettelijk nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. te beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in deze onder zich te hebben. de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11130220/1