CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. SO19014v01 Renswoude - Beekweide II Breur

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Beekweide II4.507 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Soortgericht onderzoek Renswoude - Beekweide II

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

18-11-2019 T.D. Breur, Msc Gemeente Renswoude SO19014v01 Breur, T.D. 2019. Soortgericht onderzoek Renswoude, Beekweide II Rapportcode: SO19014v01. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht

Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2019.

1

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Inhoudsopgave Samenvatting............................................................................................................................................................ 3 1 Aanleiding.............................................................................................................................................................. 4 2 Doel.......................................................................................................................................................................... 4 3 Plangebied & ontwikkeling..............................................................................................................................

5 3.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................5 3.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................5 3.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................5 3.4 Planning.......................................................................................................................................................................5 4 Onderzoeksopzet.................................................................................................................................................

6 4.1 Algemeen.....................................................................................................................................................................6 4.2 Methodiek...................................................................................................................................................................7 4.3 Volledigheid onderzoek......................................................................................................................................10 5 Resultaten............................................................................................................................................................

11 5.1 Flora............................................................................................................................................................................11 5.2 Huismussen.............................................................................................................................................................12 5.3 Vleermuizen............................................................................................................................................................12 5.4 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................12 5.5 Amfibieën.................................................................................................................................................................14 5.6 Reptielen...................................................................................................................................................................16 5.7 Overige soorten......................................................................................................................................................16 6 Effectbeoordeling..............................................................................................................................................

17 7 Conclusie & aanbevelingen............................................................................................................................ 18 7.1 Conclusies.................................................................................................................................................................18 7.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................18 Bijlage I.................................................................................................................................................................... 20

2

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Samenvatting De gemeente Renswoude is voornemens om een nieuwbouwwijk te ontwikkelen op een locatie genaamd Beekweide II. Breur Ecologie & Onderzoek heeft op deze locatie soortgericht onderzoek uitgevoerd naar beschermde soorten flora en fauna. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen en kennisdocumenten van de betreffende soorten. Daar waar nodig zijn de veldbezoeken aangepast als gevolg van afwijkende weersomstandigheden in het voorjaar van 2019. Doordat er een groot aantal soorten onderzocht diende te worden (flora, huismus, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en reptielen), zijn er veel veldbezoeken uitgevoerd: 16 in totaal. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

In het plangebied is de eekhoorn aanwezig, er zijn twee boomnesten aangetroffen.

•

Indien het bosperceel met de eekhoornnesten zal verdwijnen dient men een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

•

Overige beschermde soorten zijn niet aanwezig in het plangebied.

Het plangebied functioneert daarnaast als nesthabitat voor diverse algemene vogelsoorten. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Men dient hierom bij verstorende werkzaamheden rekening te houden met het vogelbroedseizoen (grofweg april t/m augustus). Ten aanzien van de kolonie oeverzwaluwen (broedend in het plangebied in 2019) wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden een kunstmatige broedwand te realiseren op een plek waar geen verstoring zal plaatsvinden. Zo wordt de kans op vestiging van deze vogels in het bouwterrein verminderd.

3

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

1 Aanleiding De gemeente Renswoude heeft Breur Ecologie & Onderzoek verzocht om soortgericht onderzoek uit te voeren naar beschermde soorten flora en fauna in Renswoude. De locatie betreft een terrein genaamd Beekweide II. Op dit terrein (nu nog grotendeels grasland en bosschages) is men voornemens om een nieuwbouwwijk te realiseren. Uit een quickscan 1 is gebleken dat deze ontwikkeling mogelijk negatief effect heeft op de volgende beschermde soorten: • Beschermde flora •

Huismussen

•

Vleermuizen

•

Grondgebonden zoogdieren (steenmarter en eekhoorn)

•

Amfibieën (poelkikker, heikikker, kamsalamander, alpenwatersalamander)

•

Reptielen (ringslang, levendbarende hagedis, hazelworm)

Door middel van soortgericht onderzoek kan uitsluitsel worden verkregen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en welke rol het plangebied voor deze soorten vervuld.

2 Doel Het doel van dit soortgericht onderzoek onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen:

1

•

Zijn er beschermde soorten aanwezig in het plangebied?

•

Welke functie vervult het plangebied voor beschermde soorten?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen dienen genomen te worden?

Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Beekweide II, Renswoude. Rapportcode: QS18058-av02. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

4

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

3 Plangebied & ontwikkeling 3.1 Huidige situatie Het plangebied betreft een terrein in het noorden van Renswoude, provincie Utrecht. Het terrein is gelegen tussen bedrijfspanden, een woonwijk, sportvelden en de Lunterse beek. Het grootse deel van het terrein bestaat uit grasveld en agrarisch terrein. Er bevinden zich echter ook enkele houtsingels (met o.a. wilg, els, berk, eik, hazelaar en vlier), twee poelen, een schuurtje, een terrein met opslag van bouwmateriaal en volkstuintjes. Op het terrein achter de Barneveldsestraat 14 bevindt zich een klein terreintje wat beheerd wordt als privé natuurterrein.

Afbeelding 1: Locatie en regionale ligging van het plangebied.

3.2 Geplande ontwikkeling Het terrein zal omgevormd worden tot nieuwbouwwijk, een exacte inrichting is nog niet bekend. Ten behoeve hiervan zal de bebouwing in het plangebied worden gesloopt of verplaatst, en beplanting zal grotendeels worden gekapt.

3.3 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie bevindt zich een nieuwbouwwijk op het terrein.

3.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is niet bekend.

5

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

4 Onderzoeksopzet 4.1 Algemeen Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd naar de volgende soorten/soortgroepen: •

Flora

•

Huismussen

•

Vleermuizen

•

Grondgebonden zoogdieren (steenmarter en eekhoorn)

•

Amfibieën (poelkikker, heikikker, kamsalamander, alpenwatersalamander)

•

Reptielen (ringslang, levendbarende hagedis, hazelworm)

Uitgangspunt voor het veldonderzoek zijn de BIJ12 Kennisdocumenten, het Vleermuisprotocol 2017 en de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Deze documenten - in combinatie met eigen kennis en ervaring ten aanzien van de betreffende soorten - zijn gebruikt om de veldbezoeken zo optimaal mogelijk in te plannen. Afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep is de onderzoeksaandacht gericht geweest op bepaalde elementen in het plangebied. Deze zijn hieronder weergegeven. Een overzicht van alle veldbezoeken is weergegeven in tabel 1 op de volgende pagina.

Afbeelding 2: Belangrijke elementen in het plangebied.

6

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Bezoek Datum

Tijd begin

Tijd eind

FLO Temp VMO AMF REP HMO /EEK (°C)

Wind

BewolKing

Neerslag Onderzoeker

1

30-03-19

20:00

22:00

13-10

0

7/8

geen

T.D. Breur

2

11-04-19

12:07

14:15

10

NO2

2/8

geen

T.D. Breur

3

14-05-19

10:10

14:00

13-19

NO2

0/8

geen

T.D. Breur

4

15-05-19

21:20

23:40

12-10

NO1

2/8

geen

T.D. Breur & L.E. De La Cruz

5

28-05-19

00:00

02:00

12

0

7/8

geen

T.D. Breur T.D. Breur

6

13-06-19

19:00

21:00

17-15

Z2

3/8

vrijwel droog

7

21-06-19

09:30

15:00

14-18

W2

4/8

geen

T.D. Breur

8

23-06-19

22:00

00:15

24-22

ZO2

5/8

geen

T.D. Breur

9

24-06-19

03:15

05:30

20

ZO2

3/8

geen

T.D. Breur & L.E. De La Cruz

10

22-07-19

09:00

12:30

18-22

W3

4/8

geen

T.D. Breur

11

19-08-19

02:15

04:15

15

ZW2

1/8

geen

T.D. Breur

12

23-08-19

08:30

10:30

14-20

0

1/8

geen

T.D. Breur

13

03-09-19

20:20

01:00

17-14

ZW2

7/8

geen

T.D. Breur

14

10-09-19

10:30

13:00

12-18

0

8/8

geen

T.D. Breur

15

24-09-19

23:00

01:00

13

ZW2

8/8

geen

T.D. Breur

16

01-10-19

11:00

13:30

14-18

ZW2

6/8

geen

T.D. Breur

Tabel 1: Overzicht veldbezoeken. FLO&EEK= Floraonderzoek & Eekhoornonderzoek, VMO= Vleermuisonderzoek, AMF= Amfibieënonderzoek, REP= reptielenonderzoek, HMO= Huismusonderzoek.

4.2 Methodiek De onderzoeksinspanning voor elke soortgroep wordt hieronder nader beschreven: Flora In het onderzoeksterrein bevindt zich één natuurvriendelijk beheerd grasland (Soortenrijk grasland op Afb. 2). Dit terrein is tijdens de bezoeken weergegeven in tabel 1 systematisch doorkruist en grondig doorzocht op de aanwezigheid van beschermde vaatplanten (met speciale aandacht voor orchideeën). Huismussen Potentie voor nestplaatsen van de huismus bestaat alleen in het schuurtje in het zuidwesten van het onderzoeksgebied (zie Afb. 2). Hier is tijdens veldbezoek 2 en 3 herhaaldelijk gepost. In het bos en struweel ten zuiden en ten westen van dit schuurtje is onderzocht of hier sprake was van functioneel leefgebied. Hoewel veldbezoek 2 en 3 speciaal zijn uitgevoerd in de piek van het nestseizoen (conform het Kennisdocument), is er aanvullend tijdens alle andere bezoeken ook gelet op aanwezigheid van de huismus in het onderzoeksgebied. Met name het waarnemen van de huismus op gehoor kon tijdens alle bezoeken die overdag plaatsvonden gecombineerd worden met de andere onderzoeken.

7

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Vleermuizen Er is bij het vleermuisonderzoek gebruik gemaakt van een Pettersson D240x en een D100 Batdetector, een Zoom H1 geluidsrecorder en een Fenix FD40 zaklamp (focusseerbaar, 1000 lumen). Potentie voor verblijfplaatsen van vleermuizen bestaan alleen in het schuurtje in het zuidwesten van het onderzoeksgebied (zie Afb. 2). Tijdens het in- en uitvliegmoment (schemering) van vleermuizen is rondom schuurtje gepost door één van de onderzoekers. Ook de bomenrijen en boomgroepen in het plangebied zijn onderzocht op essentiële functies als foerageergebied of vliegroute. Een mogelijke vliegstructuur wordt gevormd door de bossingel die loopt van zuid naar noord door het onderzoeksgebied (zie de groenstructuur op Afb. 2). Bezoek 4 en bezoek 8 (beiden avondbezoeken) zijn bewust uitgevoerd op een avond dat er ook vleermuisonderzoek plaatsvond (door twee onderzoekers) aan de oude basisschool "De Borgwal". De Borgwal is gelegen direct ten zuiden van het plangebied Beekweide II. Door de vleermuisonderzoeken van deze twee gebieden gecombineerd uit te voeren kon de aan- of afwezigheid van vleermuisroutes optimaal in kaart worden gebracht. In het najaar waren de onderzoeken voornamelijk gericht op aanwezigheid van baltsgedrag van dwergvleermuizen wat kan duiden op de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen.

Grondgebonden zoogdieren Tijdens iedere ronde voor flora-onderzoek is de bosopstand gecontroleerd op de aanwezigheid van (sporen van) de eekhoorn. Dit is de enige locatie met geschikt habitat voor de eekhoorn. Aan de oostzijde van het onderzoeksgebied zijn potentiële verblijfplaatsen aanwezig voor de steenmarter: op het opslagterrein met bouwmaterialen. Twee cameravallen zijn uitgezet op strategische plekken, gericht op mogelijke verblijfplaatsen dan wel looproutes. Er is gebruik gemaakt van verschillende lokstoffen: een blik sardientjes en een kippenei. Vogelzaad is uitgestrooid om kleine knaagdieren zoals muizen te lokken, prooidieren van de steenmarter. De cameravallen zijn geplaatst 23-08-'19 en opgehaald op 01-10-'19.

Afbeelding 3: Eén van de cameravallen in op het opslagterrein.

Amfibieën De veldbezoeken ten aanzien van amfibieën zijn sterk gerelateerd aan de weersomstandigheden. Het voorjaar van 2019 werd gekenmerkt door vrij abnormale temperaturen. Zo waren er in februari al enkele dagen met 20 °C, later daalden de temperaturen echter weer en kwam het voorjaar pas zeer traag op gang. Hierdoor was er een minder duidelijke piek in paaractiviteit van "vroege" soorten zoals de heikikker. Er zijn zelfs dit jaar in Nederland zelfs waarnemingen gedaan van heikikkers die in mei pas naar de paarpoelen migreerden. Zodoende is één nachtelijke voorjaarsronde veranderd in een dagbezoek (bezoek 2), de temperaturen waren 's nachts niet optimaal voor kooractiviteit en de poelen zijn dusdanig klein van omvang dat deze ook overdag goed te inventariseren zijn op aanwezigheid van heikikkers. Vanwege de late voorjaarstrek van enkele heikikkers in 2019 8

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

kunnen ook de nachtrondes in mei (oorspronkelijk gericht op kooractiviteit van de poelkikker) gezien worden als rondes gericht op heikikker. Naast kooractiviteit is er tijdens de bezoeken in het voorjaar ook gespeurd naar eiklompen. Na afloop van bezoek 4 (nachtronde 15 mei) is tevens een referentielocatie bezocht voor de poelkikker: de grote poel in het gebied Groot Wolfswinkel (ca. 1 km ten westen van het plangebied). Deze referentielocatie is een bekende populatie van de poelkikker, en een bezoek aan deze locatie kan hierom bevestigen of de veldbezoeken ten aanzien van de poelkikker op een goed moment zijn uitgevoerd. Op 11 april en op 21 juni (bezoek 2 en 7) zijn de poelen bevist met een RAVON schepnet. Eind mei was oorspronkelijk gepland om ook te vissen met het schepnet, maar de poelen vielen in de laatste dagen van mei droog. In de tweede helft van juni stond er weer water in de poelen. In juli zijn deze poelen wederom droog gevallen, pas in oktober werden deze door gevuld door de regenbuien van eind september. Ook de greppels langs enkele randen van de graslandpercelen hebben het grootste deel van de zomer droog gestaan. Tijdens de nachtrondes is er ook met de zaklamp "gevist" in de poelen. Tijdens de onderzoeksrondes in de zomer zijn de graslanden onderzocht op de aanwezigheid van juvenielen.

Tevens zijn tijdens iedere onderzoeksronde de reptielenplaatjes bekeken, omdat amfibieën ook van deze schuilplaatsen gebruik kunnen maken.

Afbeelding 4: De noordelijke poel, vrijwel drooggevallen in de zomer.

Reptielen In het plangebied zijn op 30 maart op 6 locaties "reptielenplaatjes" uitgelegd. Dit waren donkergroene metalen golfplaten van ca. 60x60 cm en een aantal donkergekleurde keramieken dakpannen van ca. 35x55 cm. Het gebruik van keramiek is geen standaard methode maar het keramiek is minder vatbaar voor oververhitting en houdt warmte langer vast (ook in de avond). Hierom vervullen de dakpannen een waardevolle aanvulling op de "plaatjesmethode". De plaatjes zijn neergelegd in geschikt habitat op strategische locaties die niet verstoringsgevoelig gelegen zijn. Tijdens ieder bezoek zijn de plaatjes gecontroleerd op aanwezigheid van reptielen, de plaatjes zijn opgehaald tijdens het laatste bezoek (nr. 16). Van het vroege voorjaar tot het najaar zijn er 8 bezoeken uitgevoerd specifiek gericht op reptielen, structuurrijke plekken en de oevers van de poelen zijn uitgebreid onderzocht op de aanwezigheid van reptielen.

9

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Afbeelding 5: Een van de donkere dakpannen welke is geplaatst voor het reptielen onderzoek.

4.3 Volledigheid onderzoek De onderzoekers voldoen aan de de definitie van deskundig ecoloog zoals bepaald door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland2. Het gehele onderzoek is uitgevoerd conform de condities en methodiek de meest actuele versie protocollen en kennisdocumenten. Daar waar nodig zijn onderzoeksrondes aangepast of is extra inspanning geleverd door een extra bezoek uit te voeren. In totaal zijn er 16 bezoeken uitgevoerd, hoewel ieder bezoek gericht was op bepaalde soorten of soortgroepen is er in feite tijdens iedere onderzoeksronde gelet op alle potentieel aanwezige soorten. Door dit grote aantal bezoeken is er ruimschoots voldoende onderzoeksinspanning geleverd.

2

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-ennatuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

10

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

5 Resultaten 5.1 Flora In het plangebied zijn geen beschermde soorten flora waargenomen. In het voorjaar werd de bloeiende vegetatie gekenmerkt door scherpe boterbloem, veldzuring en in mindere mate door echte koekoeksbloem en pinksterbloem. Later in de zomer en in het najaar bloeiden de moerasrolklaver, kattenstaart, moerasandoorn, grote wederik en moerasspirea. Eén orchidee is waargenomen: de gevlekte rietorchis. Deze soort is niet beschermd onder de Wet natuurbescherming.

Afbeelding 6: De vegetatie in het voorjaar met echte koekoeksbloem (voorgrond) en scherpe boterbloem (achtergrond) in het onderzoeksgebied.

Afbeelding 7: Vegetatie in de zomer met moerasspirea (midden), kattenstaart (boven) en grote wederik (rechts). Inzet rechtsonder: gevlekte rietorchis.

11

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

5.2 Huismussen In het plangebied zijn geen nesten van de huismus aangetroffen. Incidenteel zijn er huismussen waargenomen in het plangebied, in het voorjaar in de bosschages in het zuiden van het plangebied en in het najaar het noordelijke terrein (hier was mais geplant). Er werd niet dusdanig vaak in het plangebied verbleven dat het gebied een essentiële functie vervult voor de huismussen als leefgebied.

5.3 Vleermuizen In en om het plangebied zijn 4 soorten vleermuizen waargenomen: • Gewone dwergvleermuis • •

Ruige dwergvleermuis Laatvlieger

• Rosse vleermuis Verblijfplaatsen zijn niet aanwezig in het plangebied. De meeste dieren waren slechts kortstondig foeragerend aanwezig in het plangebied, er is geen sprake van essentieel functioneel leefgebied. De rosse vleermuis is enkel hoog overvliegend waargenomen, geen van deze dieren vertoonden binding met het plangebied. Langs de groenstructuur in het plangebied zijn diverse gewone- en ruige dwergvleermuizen waargenomen, dit betrof telkens lage aantallen, er was geen sprake van een eenduidigheid in vliegrichting, de structuur functioneert niet als essentiële vliegroute.

Afbeelding 8: Waarnemingen van vleermuizen

5.4 Grondgebonden zoogdieren In het plangebied zijn 2 boomnesten van de eekhoorn aangetroffen. Eén nest betrof een boomnest wat ook al was aangetroffen tijdens de quickscan (Beide nesten bevinden zich in de kleine bosopstand in het zuidwesten van het terrein. De enige zichtwaarneming van een eekhoorn is gedaan op 10 september (bezoek 14), tijdens eerdere bezoeken zijn geen eekhoorns waargenomen. Gezien het grote aantal bezoeken zonder waarnemingen en gezien de geïsoleerde ligging van het plangebied (niet aangesloten op bosgebieden) wordt aangenomen dat de nesten geen functie vervullen als voortplantingsplaats. In het voorjaar en 12

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

de zomer zijn er geen eekhoorns waargenomen. Het is wel mogelijk dat eekhoorns uit nabijgelegen bosgebieden in het najaar meer richting de bebouwde kom trekken vanwege veiligheid en voedsel in bosplantsoenen in stedelijk gebied. Ook in de achtertuinen van woningen is vaak voedsel te vinden (o.a. wintervoer voor vogels). Het bosperceel in het plangebied bestaat uit verschillende boom/struweelsoorten waaronder berk, wilg, esdoorn, vlier, els, meidoorn, esdoorn, zomereik, beuk en hazelaar. De zaden of noten van deze laatste vier soorten kunnen dienen als voedsel voor de eekhoorn. Aangenomen wordt dat er één tot enkele eekhoorns in de najaar/winterperiode in het plangebied verblijven.

Afbeelding 9: Locaties boomnesten van de eekhoorn

Afbeelding 10: Boomnest van de eekhoorn

De steenmarter is niet waargenomen in het plangebied. De camerabeelden hebben enkel algemene soorten vastgelegd: de bosmuis, konijn, haas, huiskat en diverse vogelsoorten. Ook tijdens de veldbezoeken zijn geen waarnemingen van (sporen van) de steenmarter gedaan. Deze soort wordt als afwezig beschouwd in het plangebied.

13

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Afbeelding 11: Enkele beelden van de cameravallen. Linksboven: huiskat, rechtsboven: haas, linksonder: konijn, rechtsonder: huiskat.

5.5 Amfibieën In het plangebied zijn geen beschermde soorten amfibieën aangetroffen. Het staat hiernaast vast dat er in 2019 geen succesvolle voortplanting van amfibieën is geweest in dit terrein: op cruciale momenten (eind mei - begin juni en de periode juli - september) zijn de poelen en sloten in het onderzoeksgebied drooggevallen. Er zijn dan ook geen juveniele dieren waargenomen in de zomer of in het najaar. Met het schepnetvissen en met het zaklampvissen zijn twee algemene soorten waargenomen: de kleine watersalamander en de bastaardkikker (ook wel middelste groene kikker genoemd). Onder de reptielenplaatjes is incidenteel de gewone pad aangetroffen.

Afbeelding 12: Onderzoek met het mannetje kleine watersalamander.

schepnet.

Inzet

linksonder:

14

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

De bastaardkikker (vrijgestelde soort) is een kruising tussen de poelkikker (beschermd) en de meerkikker (niet beschermd). De soort kan terugkruisen met poelkikker waardoor kenmerken in elkaar overlopen en determinatiekenmerken zich niet duidelijk laten onderscheiden. Dit was het geval met één van de groene kikkers in die werd gevangen met het schepnet in de noordelijke poel. Dit dier had relatief korte achterpoten (pro poelkikker), een vrijwel symetrische metatarsusknobbel (pro poelkikker), maar deze knobbel was niet bijzonder groot (pro bastaardkikker), de buik was gevlekt (pro bastaardkikker) en de kleur was niet "appelgroen" (pro bastaardkikker). Gezien de nabijheid van een zuivere populatie poelkikkers op slechts 1 km afstand tot het onderzoeksgebied (het ven in Groot Wolfswinkel) zijn dergelijke mengvormen te verwachten in deze regio. Doordat de overige groene kikkers duidelijk bastaardkikkers waren wordt aangenomen dat ook het dier met de afwijkende kenmerken ook een bastaardvorm betrof (en dus vrijgesteld van ontheffingsplicht). Het bezoek in de nacht van 15-16 mei aan het referentiegebied, het ven in Groot Wolfswinkel, bracht verdere duidelijkheid. In deze nacht was er totaal geen kooractiviteit van groene kikkers in het plangebied, terwijl er in het referentiegebied volop kooractiviteit was.

In dit hele ven waren zeer veel poelkikkers aanwezig en er was continu sprake van kooractiviteit van grote aantallen dieren. De mannetjes vertoonden eveneens de zeer duidelijk de egale groengele paarkleur, dergelijke dieren zijn in het onderzoeksgebied Beekweide II nooit aangetroffen. Om deze redenen wordt aanwezigheid van de poelkikker uitgesloten.

Afbeelding 13: Bastaardkikker in het noorden van het plangebied.

Afbeelding 14: Poelkikker in het referentiegebied Groot Wolfswinkel.

15

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

5.6 Reptielen In het plangebied zijn geen reptielen aangetroffen. Zowel onder de reptielenplaatjes als tijdens het afzoeken van geschikt habitat zijn geen waarnemingen gedaan van reptielen. Onder de plaatjes zijn enkel de gewone pad, insecten en regenwormen aangetroffen.

5.7 Overige soorten Het plangebied functioneert als broedhabitat voor diverse soorten vogels. Op de maisakker verbleven gedurende het voorjaar een paartje scholeksters en kieviten. De scholeksters hebben hier waarschijnlijk ook gebroed. Andere vogels die waargenomen zijn met territoriaal gedrag betrof o.a. de zwarte roodstaart, vink, roodborst en putter. Eenmaal is een roepende steenuil gehoord ten noordoosten van het plangebied. Steenuilen met territoriaal gedrag zijn niet waargenomen in het plangebied, een incidenteel foeragerend dier is wel te verwachten. De meest opvallende broedvogel betrof een kolonie oeverzwaluwen die een geschikte nestwand vonden in één van de zandhopen in het noordelijk deel van het terrein (in de quickscan reeds voorspeld). De vestiging van deze kolonie werd door de opdrachtgever zelf gemeld en in overleg met de ecoloog (dhr. T.D. Breur) zijn acties de afgestemd: de nestwand is ongemoeid gelaten zolang hier zwaluwen huisden, graafwerkzaamheden aan deze hoop zijn uitgesteld tot het najaar.

Afbeelding 15: Scholekster in plangebied (graafmachine staat op boerenerf buiten het plangebied)

Afbeelding 16: Grondhoop met oeverzwaluwkolonie.

16

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

6 Effectbeoordeling In dit hoofdstuk worden enkel de beschermde soorten behandeld die in het plangebied zijn aangetroffen. Dit is één beschermde diersoort: de eekhoorn. Deze soort is op nationaal niveau beschermd (in de categorie "Andere soorten", onderdeel A van Artikel 3.10). Het is op dit moment nog niet duidelijk of de gehele bosopstand met de nestplaatsen van de eekhoorn zal verdwijnen. Indien dit het geval zal zijn dan is er sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming: Habitatrichtlijn § 3.3 Wnb •

Art 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Ten aanzien van de algemene broedvogels in het plangebied (vogels zonder jaarrond beschermde rust- of verblijfplaats) geldt de vogelrichtlijn: in gebruik zijnde nesten mogen niet worden verstoord. Verstoring is echter te voorkomen door maatregelen te nemen zoals het werken buiten het broedseizoen (zie Hfst 7.2).

17

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

7 Conclusie & aanbevelingen 7.1 Conclusies •

In het plangebied is de eekhoorn aanwezig, er zijn twee boomnesten aangetroffen. Vermoedelijk functioneert het plangebied als verblijfplaats voor één/enkele eekhoorns in het najaar en de winterperiode.

•

Indien het bosperceel met de eekhoornnesten zal verdwijnen dient men een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

•

Het plangebied functioneert als nesthabitat voor diverse soorten vogels, maatregelen zijn nodig om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen (zie Hfst. 7.2).

•

Overige beschermde soorten zijn niet aanwezig in het plangebied.

7.2 Aanbevelingen Indien het bosperceel met de eekhoornnesten zal verdwijnen dient men een ontheffing aan te vragen. Om een ontheffing te verkrijgen zijn de volgende zaken van belang: •

Er dient een wettelijk belang ten grondslag te liggen aan de ontwikkeling.

•

Er dient aannemelijk gemaakt te worden dat er geen andere reëel alternatief is waarbij negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden voorkomen.

•

Er dient een pakket aan mitigerende maatregelen genomen te worden om negatief effect op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen en te verminderen. Hierbij valt grofweg te denken aan: ◦

Het werken buiten kwetsbare periodes.

◦

Zorgen voor tijdelijke alternatieve nest/verblijfplaatsen.

◦

Zorgen voor permanente voorzieningen voor de eekhoorn in de toekomstige situatie.

Ten aanzien van algemene broedvogels wordt aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Het vogelbroedseizoen betreft grofweg de periode april t/m augustus. Let wel: dit is geen vaste periode, vogels kunnen eerder of later in het jaar broeden afhankelijk van weersomstandigheden. Verstoring van in gebruik zijnde nesten is te allen tijde verboden. Indien er twijfel bestaat over de aanwezigheid of verstoring van nesten dient men een deskundig ecoloog te raadplegen. Ten aanzien van de oeverzwaluwen geldt een specifieke aanbeveling: gezien het broedsucces dit jaar zullen de vogels waarschijnlijk jaarlijks terugkeren naar dit gebied. Zoals is gebleken kunnen ook tijdelijke hopen zand snel ontdekt worden en snel in gebruik genomen worden. Hierdoor bestaat er een kans op vestiging van deze vogels in dergelijke zandhopen gedurende het hele broedseizoen. Hierom wordt aanbevolen om een geschikte hoop zand aan te leggen in een hoek van het terrein waar geen werkzaamheden zullen plaatsvinden gedurende het broedseizoen. Een zijde van deze zandhoop dient verticaal te worden afgegraven zodat er een steile wand ontstaat van minimaal 3 a 4 meter hoog. Een dergelijke hoop kan functioneren als "bliksemafleider" en het risico op vestiging van oeverzwaluwen in het bouwterrein aanzienlijk verminderen.

In het bouwterrein zelf dienen de kraanmachinisten geïnstrueerd te worden om tijdelijke grond/zandhopen altijd te voorzien van flauwe hellingen (ca. 45 graden of vlakker). Zodoende kan ongewenste vestiging van oeverzwaluwen in het werkterrein worden voorkomen. 18

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Bronvermelding Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Beekweide II, Renswoude. Rapportcode: QS18058-av02. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Netwerk Groene Bureaus, Vleermuisprotocol 2017 Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl Overig: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/protocollen-vis-amfibie-reptiel-vogel https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

19

Soortgericht onderzoek – Renswoude, Beekweide II

Bijlage I Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb) per beschermingscategorie. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te rustplaatsen van dieren opzettelijk nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. te beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in deze onder zich te hebben. de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11130218/1