Bijlage 7 Landschapsadvies
Tekst van het document
Landschapsadvies – Kooiweg 18 Betreft: Beoordeling landschapsinrichtingsplan t.b.v. locatie Kooiweg 18 Datum: oktober 2025 Opgesteld door: Susan de Jong (De Jong Landschapsadviezen) Locatie: Kooiweg 18, gemeente Renswoude Kadastraal: (RDW-01) G796, G795 1. Inleiding In het kader van de voorgenomen ontwikkeling aan de Kooiweg 18 is een landschapsinrichtingsplan ingediend ter beoordeling voor een omgevingsplanwijziging. Het erf bestaat uit een woning met meerdere stallen, 6 stallen. Het erf ondergaat een herontwikkeling, waarbij 5 stallen worden gesloopt en er één grote schuur voor de in plaats komt. Momenteel is het erf in gebruik voor intensieve veehouderij, met als nevenactiviteit een honden-trimsalon en verhuur van vergaderruimte. In de herontwikkeling wordt de nieuwe loods gebruikt als transportbedrijf, de nevenactiviteiten blijven bestaan. Het landschapsinrichtingsplan wordt getoetst conform de uitgangspunten van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Gelderse Vallei. 2. Toetsing aan het LOP Gelderse Vallei Het LOP Gelderse Vallei stelt randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing van nieuwe functies, met als doel het behouden en versterken van de karakteristieke openheid, het kleinschalige cultuurlandschap en het groene agrarische karakter van de regio. Belangrijke uitgangspunten voor dit deelgebied zijn onder andere: •
Behoud en versterking van de groene dooradering van het landschap (houtwallen, erfbeplanting, knotbomen);
•
Gebruik van inheemse beplantingssoorten die passen bij het type landschap, hier overgangsgebied esdorp/brink en slagenlandschap en Grebbelinie;
•
Zorgvuldige inpassing van bebouwing door middel van groenstructuren en erfafscherming.
3. Bevindingen en knelpunten Bij beoordeling van het ingediende landschapsinrichtingsplan constateren wij het volgende: •
Gebruik van passende erfbeplanting: De voorgestelde beplanting rondom het erf bestaat grotendeels uit inheemse soorten en sluit aan bij de traditionele beplantingsstructuren in het gebied (zoals boomgaard of knotwilgenrijen).
•
Minimale versterking van landschappelijke structuren: Er is sprake van toevoeging of versterking van bestaande landschapselementen, zoals de boomgaard en een paar knotwilgen langs de sloot. Verder worden er geen landschappelijke structuren voorgesteld. De landschappelijke inpassing is daardoor onvoldoende verweven met het omringende landschap, zoals de Grebbelinie.
•
Visuele openheid beperkt gerespecteerd: De situering van groen laat open zichtlijnen richting het omliggende agrarisch gebied, waardoor de ruimtelijke beleving van het landschap niet wordt verstoord. Wat opvalt is dat de nieuwe schuur een zeer prominente rol krijgt op het erf en de groene elementen de nieuwe schuur niet voldoende visueel verzachten.
•
Erfstructuur beperkt in overeenstemming met gebiedstypering: De opbouw van het erf en het groen rondom creëert de hiërarchie en structuur die beperkt kenmerkend is voor historische erven in dit deel van de Gelderse Vallei. De analyse is beperkt, waardoor de link met de Grebbelinie ontbreekt, zo ook de relatie tot de Emminkhuizerberg.
•
Beelden nieuwe situatie onduidelijk: de nieuwe situatie die bij het landschapsinrichtingsplan zijn meegeleverd, zijn niet helder. Er is onduidelijk wat gebeurd met de functie van de grond waar de stallen worden gesloopt, doordat de stippellijnen van de huidige stallen nog aanwezig zijn op de schets van de nieuwe situatie. Ook doordat de aanwezige groenstructuren aan de randen van het erf zijn gelegen en er niet veel landschapsstructuren extra worden voorgesteld, is het aandeel groen op het erf beperkt en verspreid. Er is daardoor geen groennetwerk tussen de groenelementen.
4. Conclusie Het huidige landschapsinrichtingsplan voldoet niet aan de eisen van het LOP Gelderse Vallei. De voorgestelde nieuwe groene landschapsstructuren zijn in overeenstemming met de gebiedseigen kenmerken en versterken het landschap, zoals het LOP beoogt, maar het is erg beperkt en aan de randen van het erf. De schuur is te prominent op het erf kan meer verweven worden met groen elementen en de andere bebouwing. De schets voor de nieuwe situatie geeft onvoldoende beeld van de functies van de gronden en wat er in de toekomst gaat gebeuren met de vrijgekomen gronden. Hierdoor sluit de voorgestelde inrichting niet voldoende aan op het landschap van de omgeving. 5. Advies en aanbevelingen Wij adviseren het plan aan te nemen met inachtneming van een volgend adviespunt: 1. Gebruik inheemse beplanting: Pas streekeigen soorten toe, zoals eik aangevuld met ruwe berk en lijsterbes voor houtwallen, met struiken zoals meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, hondsroos, vuilboom, Gelderse roos en
hulst. Ook de hagen ter afscheiding op het erf, rondom moestuinen of eventueel boomgaarden, zoals meidoorn of veldesdoorn. 2. Analyseer en versterk bestaande structuren: Integreer houtsingels, erfbeplanting en boomrijen die aansluiten op de landschappelijke lijnen in het gebied. Ook de Grebbelinie is een belangrijke structuur van invloed op dit gebied, zo ook de Emminkhuizerberg (ook al ligt er nu een snelweg tussen). 3. Herstel erfstructuur: Maak een duidelijke opbouw tussen woonhuis, bijgebouwen, schuur, erfbeplanting en overgangen naar het omliggende landschap. 4. Schetsen en foto’s bij het plan: Maar ook foto’s vanaf het erf richting omliggende landschap en eigen foto’s. De situatietekeningen geven onvoldoende beeld van de functies van de gronden en wat er in de toekomst gaat gebeuren met de vrijgekomen gronden. Een herziening van het landschapsinrichtingsplan op basis van bovenstaande punten is nodig om te voldoen aan het LOP en te zorgen voor een duurzame landschappelijke inpassing.