CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Renswoude - Beekweide II Breur

Raadscommissie 1 juni 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Bestemmingsplan herstelbesluit Beekweide II3.925 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Ecologie Renswoude, Beekweide II

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

22-02-2019 T.D. Breur, Msc Gemeente Renswoude QS18058-bv02 Breur, T.D. 2019. Quickscan Ecologie, Beekweide II, Renswoude. Rapportcode: QS18058-av02. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht

Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2019.

1

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader....................................................................................................................................... 5

4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................5 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6

5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7

5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................7 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................7 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................7

6 Beschermde gebieden........................................................................................................................ 10

6.1 Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................10 6.2 Verordening ruimte..............................................................................................................................................10

7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 12

7.1 Planten.......................................................................................................................................................................12 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................12 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................13 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................14 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................14

8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 16

8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................16 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................16

Bronvermelding...................................................................................................................................... 18 Bijlage I....................................................................................................................................................... 19

2

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Gemeente Renswoude een quickscan ecologie uitgevoerd op het terrein genaamd “Beekweide II” te Renswoude. De gemeente onderzoekt mogelijkheden om dit terrein te herontwikkelen tot nieuwbouwwijk. Deze quicksan heeft tot de volgende conclusies geleid: •

Nader bepaald dient te worden of de ontwikkeling een negatief effect heeft op Natura2000 gebieden als gevolg van stikstofuitstoot. Overige negatieve effecten op Natura2000 gebieden worden niet verwacht.

•

Mits de geplande ontwikkeling geen afbreuk doet aan de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van de Lunterse beek (inclusief oeverzone) is er geen sprake van een overtreding van de Provinciale Verordening Ruimte.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op: ◦ ◦

Beschermde flora Huismussen

◦ ◦

Algemene struik-, boom- en akkerbroedende vogels. Vleermuizen

◦ ◦

Steenmarter en eekhoorn Beschermde amfibieën

◦

Beschermde reptielen

Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk in de periode maart t/m september. Ten aanzien van de algemene broedvogels geldt dat verstorende werkzaamheden buiten de periode 15 maart t/m 31 augustus uitgevoerd dienen te worden. Indien uit aanvullend onderzoek zal blijken dat er in het plangebied inderdaad beschermde soorten verblijven dient gekeken te worden of negatief effect op deze soorten kan worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is dient een ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Afgezien van beschermde soorten is het plangebied geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals mol, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen). Aangezien het gebied omgevormd wordt tot woonwijk wordt aanbevolen om deze nieuwe woonwijk zoveel mogelijk natuurinclusief te ontwerpen. Er liggen met name kansen in het realiseren van groene verbindingen met de Lunterse beek.

3

1 Aanleiding De Gemeente Renswoude heeft Breur Ecologie & Onderzoek verzocht om een quickscan ecologie uit te voeren op een terrein genaamd “Beekweide II” te Renswoude. De gemeente onderzoekt momenteel de mogelijkheden om dit terrein te herontwikkelen tot nieuwbouwwijk. Door middel van een quickscan ecologie wordt vastgesteld of deze geplande ontwikkeling leidt tot het overtreden van de Wet natuurbescherming en/of de Verordening Ruimte.

2 Doel Het doel van deze quickscan ecologie is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?

•

Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?

3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied en het effect van de ontwikkeling op nabijgelegen beschermde gebieden. •

Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van in het verleden uitgevoerde onderzoeken in/om het plangebied. Ook zijn verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd. Ten aanzien van de beschermde gebieden zijn de officiële websites van de betreffende overheidsinstanties geraadpleegd.

•

Veldbezoek Een oriënterend veldbezoek is uitgevoerd door dhr. T.D. Breur op 06-02-2019. Het plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig met de verrekijker geïnspecteerd.

4

4 Wettelijk kader 4.1

Beschermde soorten

De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •

Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt. Hierbij valt te denken aan gebouwbewonende vogels zoals de huismus en gierzwaluw of boombroedende roofvogels zoals de sperwer en de boomvalk.

•

Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.

•

Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. Zo kan de bescherming van deze soorten tussen provincies van elkaar verschillen.

Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in tabelvorm weergegeven in Bijlage I. Basis voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

4.2

Beschermde gebieden

De bescherming van beschermde gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Verordening Ruimte. •

Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

•

Verordening Ruimte In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.

5

4.3

Beschermde houtopstanden

De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: •

De houtopstand ligt buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming'.

•

De houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

Indien dit het geval is dient men naast een kapmelding mogelijk te voldoen aan een herplantingsplicht een een omgevingsvergunning. De bescherming van houtopstanden is voor deze ontwikkeling niet relevant, er is geen sprake van kap van bomen. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.

4.4

Zorgplicht

Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatief effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

6

5 Plangebied & ontwikkeling 5.1

Huidige situatie

Het plangebied betreft een terrein in het noorden van Renswoude, provincie Utrecht. Het terrein is gelegen tussen bedrijfspanden, een woonwijk, sportvelden en de Lunterse beek. Het grootse deel van het terrein bestaat uit grasveld en braakliggend terrein. Er bevinden zich echter ook enkele houtsingels (met o.a. wilg, els, berk, eik, hazelaar en vlier), twee poelen, een schuurtje, een terrein met opslag van bouwmateriaal en volkstuintjes. Op het terrein achter de Barneveldsestraat 14 bevindt zich een klein terreintje wat beheerd wordt als privé natuurterrein. Het westelijke deel van het terrein bestaat uit bedrijfspanden. Tijdens het veldbezoek van deze quickscan kon één loods worden worden onderzocht, de overige bedrijfspanden vallen buiten de scope van deze quickscan.

Afbeelding 1: Locatie en regionale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Het oranje gearceerde gedeelte van het plangebied is niet onderzocht.

5.2

Geplande ontwikkeling

Het terrein zal omgevormd worden tot nieuwbouwwijk, een exacte inrichting is nog niet bekend.

5.3

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie bevindt zich een nieuwbouwwijk op het terrein.

5.4

Planning

Een exacte planning van de werkzaamheden is niet bekend.

7

Afbeelding 2: Zuidelijk deel plangebied, kijkrichting west.

Afbeelding 3: Het noordelijk deel van het terrein bestaat uit bouwterrein en een braakliggende maisakker.

Afbeelding 4: De onderzochte loods aan de Barneveldsestraat

8

Afbeelding 5: Zicht op het plangebied vanaf de maisakker, kijkrichting zuid.

Afbeelding 6: De volkstuintjes

Afbeelding 7: Het privé natuurterreintje achter de Barneveldsestraat 14.

9

6 Beschermde gebieden 6.1

Wet natuurbescherming

Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is de Veluwe, op > 6 km afstand van het plangebied. Negatief effect op dit gebied en andere gebieden is uitgesloten vanwege de afstand en de aard van de ontwikkeling. De nieuwbouwwijk leidt naar verwachting niet tot dusdanig veel stikstofdepositie op (hoger dan de drempelwaarde) dat dit significant effect heeft op dit (op afstand gelegen) beschermde gebied. Ten aanzien van Natura 2000 treedt geen overtreding op van de Wet natuurbescherming. Update 29-05-2019: Op deze datum is de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) ongeldig verklaard door de Raad van State. Hiermee is de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jaar komen te vervallen. Mogelijk is er in deze nieuwe situatie wel sprake van een vergunningsplicht ten aanzien van Natura-2000 gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Dit dient aanvullend onderzocht te worden.

6.2

Verordening ruimte

De noordelijke rand van het plangebied maakt onderdeel uit van de Lunterse beek, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Afbeelding 8: Natuurnetwerk Nederland rondom het plangebied (rood omlijnd).

Op dit moment is het nog niet mogelijk om in te schatten of de geplande ontwikkeling conflicteert met de provinciale Verordening Ruimte, een exacte inrichting van het gebied is immers nog niet bekend. Er wordt hierom geadviseerd om tijdens de planvorming rekening te houden met de volgende punten. De ontwikkeling mag niet leiden tot negatief effect op: •

De wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland.

10

•

De oppervlakte of de samenhang van het Natuurnetwerk Nederland.

Dit betekent bijvoorbeeld dat de Lunterse beek en de oeverzone niet onderbroken of bebouwd mogen worden. Het natuurlijke karakter van de beek met de brede natuurlijke oeverzone moet behouden blijven. De aanwezigheid van de Lunterse beek betekent echter ook dat er grote kansen liggen voor het creëren van hoge natuurwaardes in de nieuwe woonwijk, door groene verbindingen in de wijk met de Lunterse beek aan te leggen.

Afbeelding 9: De oeverzone van de Lunterse beek in het noorden van het plangebied.

11

7 Beschermde soorten 7.1

Planten

In het overgrote deel van het terrein zijn geen potenties aangetroffen voor beschermde soorten vaatplanten. Uitzondering hierop vormt het privé natuurterrein achter de Barneveldsestraat 14. Dit terrein wordt al jaren ecologisch beheerd en er zijn in het verleden (Bijtel 2011) diverse toenmalig beschermde planten aangetroffen zoals de rietorchis, kievitsbloem en gulden sleutelbloem. Onder de huidige Wet natuurbescherming (actief per 0101-2017) zijn deze soorten niet meer beschermd. Omdat er tevens in het verleden diverse zeldzame plantensoorten zijn aangeplant valt zeer lastig op voorhand een inschatting te maken over het voorkomen van beschermde soorten. Hierom wordt aanbevolen om op dit terrein in de periode april t/m juli flora onderzoek uit te voeren.

Afbeelding 10: Vochtig grasland op het privé natuurterrein.

7.2

Vogels

In het plangebied bestaat potentie voor aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de huismus. Het schuurtje in het privé natuurterrein biedt geschikte nestmogelijkheden in het dak en de huismus komt voor in de directe omgeving van het plangebied. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode april t/m mei om vast te stellen of de huismus hier daadwerkelijk broedt. Naast de huismus bestaat er potentie voor nesten van algemene grasland-, struik- en boombroeders in het plangebied. NB: Ook een bouwrijp terrein kan aantrekkelijk zijn voor broedvogels (bijvoorbeeld de scholekster). Ongeacht welke soort vogel, in gebruik zijnde nesten mogen – ongeacht de periode – nooit worden verstoord of vernield. Hierom wordt aanbevolen om de werkzaamheden met effect op beplanting of braakliggend terrein buiten het broedseizoen uit te voeren, buiten grofweg de periode maart t/m augustus. Een andere vogel die is waargenomen met een jaarrond beschermde verblijfplaats is de roek. De roek broedt echter in kolonieverband in duidelijk zichtbare takkennesten. Een dergelijke kolonie bevindt zich in het kasteelbos buiten het plangebied, in het plangebied zijn geen nesten van de roek waargenomen. Verblijfplaatsen van uilen of boombroedende roofvogels worden niet verwacht in het plangebied.

Grote takkennesten zijn niet aanwezig en in het schuurtje zijn geen sporen van uilen waargenomen (braakballen, veren, uitwerpselen). Het gebied kan wel functioneren als jachtterrein voor deze soorten. Een essentiële functie als foerageergebied is echter op

12

voorhand uitgesloten: in de omgeving van Renswoude bevindt zich zeer veel soortgelijk landelijk gebied als alternatief. Op het noordelijke deel van het terrein bevinden zich enkele grote hopen met aarde. Aanbevolen wordt om te voorkomen dat deze hopen grond steile wanden bevatten (> 45 graden). Dergelijke kale steile wanden kunnen aantrekkelijk zijn als nestplaats voor de oeverzwaluw.

Afbeelding 11: Het dak van de schuur is geschikt als nestplaats voor de huismus,

Afbeelding 12: Roeken (achterste twee vogels) in het plangebied.

7.3

Grondgebonden zoogdieren

In het plangebied bestaat kans op incidentele aanwezigheid van de eekhoorn, in nabijgelegen bosgebieden (zoals het kasteelbos) komt een populatie van eekhoorns voor. Gezien de kleine oppervlakte en geïsoleerde ligging van het bosperceel in het plangebied wordt permanente aanwezigheid van eekhoorns niet verwacht in het plangebied. Desalniettemin is er wel een mogelijke verblijfplaats van de eekhoorn aangetroffen in deze bosopstand. Het betrof een oud redelijk bolvormig nest, met relatief veel bladmateriaal erin verwerkt. Het staat niet volledig vast of dit daadwerkelijk een boomnest van de eekhoorn is (mogelijk van een houtduif). Aangeraden wordt om dit aanvullend te onderzoeken. Daarnaast bestaat er potentie voor aanwezigheid van steenmarter op het terrein met de opslag van bouwmaterialen. Hier bevinden zich diverste grote hopen met hout en steen waar

13

zich geschikte verblijfplaatsen kunnen bevinden. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of de steenmarter op dit terrein aanwezig is. Dit onderzoek bestaat uit een sporenonderzoek en cameraval onderzoek. Naast de steenmarter bestaat er kans op aanwezigheid van algemene soorten waarvoor in de provincie Utrecht een vrijstelling geldt. Dit betreffen algemene muizensoorten, de mol en de egel. Ten aanzien van deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel dient men de zorgplicht in acht te nemen (zie Hfst. 4.4).

Afbeelding 13: Het terrein met potentie voor verblijfplaatsen van steenmarter.

7.4

Vleermuizen

In het schuurtje achter de Barneveldsestraat 14 bestaat potentie voor aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in de dakconstructie (zomer- en paarverblijfplaats). De loods welke is onderzocht bevat geen potentie voor vleermuisverblijfplaatsen, de stalen gevel en dakconstructie bieden geen geschikte verblijfsruimtes. Hiernaast kunnen de bomensingels in het gebied en de Lunterse beek functioneren als vliegroute en foerageergebied. Indien deze elementen zullen worden aangetast is aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk in de periode mei t/m september.

Afbeelding 14: De onderzochte loods was ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen.

14

7.5

Overige soorten

In de omgeving van het plangebied komen diverse soorten beschermde amfibieën voor: heikikker, poelkikker, kamsalamander en alpenwatersalamander. De twee poelen in het plangebied geschikt bieden potentieel geschikt habitat voor deze soorten. In de omgeving van de poelen is geschikt overwinteringshabitat aanwezig in de vorm van half ingegraven bielzen en houtwallen. Aanvullend onderzoek is hierom noodzakelijk om uit te kunnen sluiten of deze soorten hier daadwerkelijk voorkomen. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode maart – september. Aanwezigheid van de rugstreeppad wordt uitgesloten in het plangebied. Deze soort komt alleen voor op grote afstand van het plangebied, de snelwegen de A12 en de A30 voorkomen dat deze soort zich vanuit deze locaties richting het plangebied kan uitbreiden. Naast deze beschermde amfibieën bestaat er ook kans op algemene soorten amfibieën (zoals de gewone pad) waarvoor in de provincie Utrecht een vrijstelling geldt. Ten aanzien van deze vrijgestelde soorten is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel dient men de zorgplicht in acht te nemen (zie Hfst. 4.4). Naast amfibieën bestaat er ook potentie voor beschermde reptielen in het plangebied. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat de ringslang is waargenomen op 3 km ten westen van het plangebied (Scherpenzeel). De hazelworm is waargenomen op ca.

2 km afstand ten noorden van het plangebied en de levendbarende hagedis is waargenomen op slechts 500 m ten noordwesten van het plangebied. Voor al deze soorten geldt dat het plangebied binnen migratie afstand is gelegen. Hoewel het plangebied geen grote oppervlaktes met geschikt habitat biedt kan aanwezigheid op enkele percelen niet worden uitgesloten. Het gaat hier met name om de oeverzone van de Lunterse beek (geschikt voor ringslang, zie afb. 9) en het privénatuurterrein achter Barneveldsestraat 14 (geschikt voor ringslang, levendbarende hagedis en hazelworm). Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk in de periode maart t/m september.

Afbeelding 15: Poel met potentie voor beschermde amfibieën.

15

8 Conclusie & aanbevelingen 8.1

Conclusies

•

De geplande ontwikkeling is niet gelegen in Natura-2000 gebied. Er is wel mogelijk sprake van een negatief effect ten gevolge van stikstofdepositie (in acht nemend de wetswijziging ten aanzien van de PAS op 29-05-2019), dit dient aanvullend te worden onderzocht.

•

Mits de geplande ontwikkeling geen afbreuk doet aan de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van de Lunterse beek (inclusief oeverzone) is er geen spraak van een overtreding van de Provinciale Verordening Ruimte.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op beschermde soorten vaatplanten. Flora onderzoek is nodig in de periode april t/m juli.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op nestplaatsen van huismussen. Aanvullend onderzoek naar huismussen is nodig in de periode april t/m mei.

•

Het plangebied is geschikt als nestplaats van algemene struik-, boom en akkerbroedende vogels. De kap van de bomen en overige beplanting dient plaats te vinden buiten het vogel broedseizoen (buiten de periode 15 maart t/m 31 augustus).

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen is nodig in de periode mei t/m september.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op de steenmarter en eekhoorn. Aanvullend onderzoek is nodig om zekerheid te krijgen over de aanwezigheid van deze soort.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op beschermde amfibieën (alpenwatersalamander, poelkikker, heikikker, kamsalamander). Aanvullend onderzoek is nodig in de periode mei t/m september.

•

De geplande ontwikkeling heeft mogelijk effect op beschermde reptielen (ringslang, levendbarende hagedis en hazelworm). Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk in de periode maart t/m september.

•

Afgezien van beschermde soorten is het plangebied geschikt voor onbeschermde danwel vrijgestelde soorten (zoals mol, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

•

Uit het aanvullend onderzoek kan blijken dat er in het plangebied inderdaad beschermde soorten aanwezig zijn, In dat geval dient gekeken te worden of negatief effect op deze soorten kan worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is dient een ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

8.2 •

Aanbevelingen In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of kikker in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, danwel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten.

16

•

Sloop- en kapwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden buiten het vogel broedseizoen: buiten grofweg de periode maart t/m augustus. Indien men toch wil kappen in het broedseizoen dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden door een deskundig ecoloog. NB: Deze optie wordt niet aanbevolen aangezien de kans op nestelende vogels op dit terrein zeer hoog wordt ingeschat. Wanneer bij de controle nestelende vogels worden aangetroffen kan dit alsnog leiden tot uitstel van de werkzaamheden.

•

Aangezien het gebied omgevormd wordt tot woonwijk liggen er veel kansen voor het natuurinclusief ontwerpen van de locatie. Te denken valt aan het plaatsen van voorzieningen voor gebouwbewonende vogelsoorten zoals de huismus en gierzwaluw. Hiernaast kunnen groene tuinen, gevels en daken gestimuleerd worden. Naast een positief effect op de biodiversiteit heeft een groene woonomgeving ook een grote waterbufferende werking (minder regenwateroverlast) en het draagt bij aan het tegengaan van hittestress. Hiernaast liggen er bij dit project kansen voor het realiseren van groene verbindingen van de woonwijk met de Lunterse beek. Breur Ecologie & Onderzoek kan u desgewenst helpen bij het benutten van groene kansen in de nieuwe wijk.

17

Bronvermelding Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Cleef, van. P.W.J.V. 2006. Oriënteredn flora- en faunaonderzoek, Renswoude, Onderzoek Bplan. Groenplanning Maastricht B.V. Bijtel, van den. H.J.V. 2011. Ecologisch onderzoek Beekweide 2, Renswoude. Van den Bijtel Ecologisch Onderzoek

Kaarmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl

Overig: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

18

Bijlage I Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied vangen. opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Art 3.10 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de Het is verboden de vaste rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te rustplaatsen van dieren opzettelijk nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Art 3.1 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of deze onder zich te hebben. te rapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12769684/1