CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Quickscan ROM

Raadscommissie 25 november 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Commissievoorstel inzake Ontwerp-wijziging omgevingsplan Schalm 31.598 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN ROM Aan T.a.v. Onderwerp Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk

Gemeente Renswoude M. Wentzel Quickscan ROM; Wijziging omgevingsplan Schalm 3 J. Schoneveld 088-0225000 26 september 2025 Z-2025-116827

Inleiding Gemeente Renswoude heeft een principeverzoek in behandeling voor de locatie Schalm 3 te Renswoude. Op het perceel is een agrarisch bedrijf gevestigd. De aanvrager wenst het agrarische bedrijf te beëindigen. Een groot deel van de agrarische bedrijfsbebouwing is recent gesloopt. De deel van de voormalige boerderij, waarin de huidige bedrijfswoning gevestigd is, blijft behouden en beoogd is deze om te zetten naar een reguliere woning. Als onderdeel van de ruimte-voor-ruimte regeling, is de initiatiefnemer voornemens om een compensatiewoning te bouwen in ruil voor de sloop van de agrarische bebouwing. De compensatiewoning is ten zuiden van de bestaande woning in het plangebied beoogd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet de agrarische functie van het perceel omgezet worden naar een woonfunctie. Dit kan door middel van een TAM-IMRO procedure. Gemeente Renswoude heeft ons gevraagd om een quickscan Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) op te stellen. Deze quickscan geeft een eerste indicatie van mogelijke belemmeringen en geeft informatie over uit te voeren onderzoeken. Op basis van deze quickscan kan niet worden uitgesloten dat er nog andere onderzoeksverplichtingen of belemmeringen zijn. Quickscan Thema Bodem

Opmerkingen en/of belemmeringen Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen langdurig (meer dan 2 uur per dag) aanwezig zullen zijn. Het beoogde initiatief bestaat uit de realisatie van een nieuwe compensatiewoning en het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning. Het initiatief voorziet daarmee in de realisatie van bodemgevoelige gebouwen. Omdat dit (gevoeliger) gebruik op basis van het huidige omgevingsplan nog niet is toegestaan, moet een voorafgaand bodemonderzoek (conform NEN 5725) worden uitgevoerd. Op basis hiervan wordt bepaald of verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) nodig is. Uit de indicatieve bodemkaarten van de ODRU blijkt dat ter plaatse van de bestaande woning ondergrondse tanks aanwezig zijn, zie figuur. Conclusie: ➢ Voor het TAM-omgevingsplan is minimaal een historisch vooronderzoek bodem (NEN 5725) nodig. ➢ In het TAM-omgevingsplan moet het aspect bodem worden onderbouwd.

Pagina 1 van 6 Versie 1

Figuur: Ligging ondergrondse tanks (bron: Geoportaal ODRU) Archeologie

Op de archeologische beleidskaart Renswoude-Woudenberg valt het plangebied binnen categorie 3 - cultuurhistorische elementen (rood in onderstaande figuur) en categorie 5 middelhoge verwachting (geel in onderstaande figuur). Ter plaatse van de gronden met cultuurhistorische elementen (categorie 3) geldt een ondergrens van 100 m² en 40 cm voor archeologisch onderzoek. In dit gebied worden gebouwen gesloopt en verharding verwijderd. Vermoedelijk betreft dit echter enkel gronden die reeds geroerd zijn ten tijde van de realisatie van bestaande bebouwing. Indien wordt aangetoond dat de gronden niet dieper of over een groter oppervlak worden geroerd, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Indien de ondergrens wel wordt overschreden, is archeologisch onderzoek nodig. De nieuwe compensatiewoning wordt gebouwd in het gebied met een middelhoge verwachtingswaarde (categorie 5). Hier geldt een ondergrens van 1.000 m² en 50 cm voor archeologisch onderzoek. De nieuwe woning blijft onder deze ondergrens waardoor archeologisch onderzoek hier niet nodig is. In het kader van het TAM-omgevingsplan moet worden ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden.

Hierbij moet worden aangetoond in hoeverre de archeologische grenswaarden worden overschreden als gevolg van de beoogde grondroerende werkzaamheden (sloop opstallen, verwijdering verharding en eventuele overige herinrichting van het terrein). Mogelijk kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. Conclusie: ➢ De projectlocatie omvat een gebied met cultuurhistorische elementen en een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. ➢ Vermoedelijk kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. ➢ In het TAM-omgevingsplan moet dit worden onderbouwd.

Pagina 2 van 6 Versie 1

Figuur: Archeologische verwachting in het plangebied (bron: Geoportaal ODRU) Geluid - verkeer

Wonen is een geluidgevoelige functie. Het plan moet aan de standaardwaarden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden getoetst. De standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen wordt ter plaatse van de woningen waarschijnlijk niet overschreden, gelet op de indicatieve geluidskaart (zie figuur) en de te verwachten verkeersintensiteiten op de doodlopende weg Schalm. Een akoestisch onderzoek, voor de beoogde ontwikkeling op deze planlocatie, is in dat geval niet noodzakelijk. In de motivering bij het TAM-omgevingsplan moet dit wel worden onderbouwd. Conclusie: ➢ Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is vermoedelijk niet nodig. ➢ In de motivering moet het aspect verkeerslawaai worden onderbouwd. ➢ Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht.

Figuur: indicatieve geluidsbelasting (Geoportaal ODRU) Luchtkwaliteit

Er wordt voldaan aan de wettelijke normen zodat het plan juridisch gezien geen belemmeringen kent. De strengere WHO normen worden vooralsnog niet gehaald. In de GGD-Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid wordt aanbevolen om nieuwe gevoelige functies (zoals woningen) buiten de bebouwde kom te bouwen op ten minste 50 meter afstand van een drukke weg (meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal). Hieraan wordt voldaan, aangezien de Schalm minder dan 10.000 verkeersbewegingen kent. Vanuit het aspect luchtkwaliteit worden geen belemmeringen verwacht. We adviseren om aan te tonen dat het project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In de motivering van het TAM-omgevingsplan moet hierop ingegaan worden. We verwachten dat het plan wordt aangemerkt kan worden als NIBM.

Pagina 3 van 6 Versie 1

Conclusie: ➢ Er wordt voldaan aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit. ➢ We adviseren om te motiveren of de activiteiten NIBM bijdragen. ➢ In de motivering moet het aspect luchtkwaliteit worden onderbouwd. ➢ Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht. Omgevingsveiligheid

De locatie ligt niet binnen een aandachtsgebied of risicocontour betreffende externe veiligheid. Tevens is er op basis van onze informatie geen gemeentelijke routering gevaarlijk transport gelegen. Belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid worden daarom niet verwacht. Conclusie: ➢ In het TAM-omgevingsplan moet het aspect externe veiligheid worden onderbouwd. ➢ Belemmeringen worden niet verwacht.

Milieuzonering

Voor het initiatief moet worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit betekent enerzijds dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij omliggende gevoelige functies (zoals woningen) en anderzijds dat bedrijven niet onevenredig worden beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de beoogde ontwikkeling. In het TAM-omgevingsplan moet dit worden onderbouwd. De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Renswoude met nabijgelegen woningen en agrarische bedrijven. De bedrijfsactiviteiten van de veehouderij die ter plaatse van de projectlocatie is toegestaan, worden beëindigd. Het initiatief (realisatie van 2 burgerwoningen) zelf betreft geen milieubelastende activiteit, maar is wel aan te merken als gevoelige functie in het kader van milieuzonering. Bij de motivering van het plan moet daarom worden onderbouwd of sprake is van ETFAL in het kader van milieuzonering. Hierbij moet in eerste instantie worden uitgegaan van de planologische situatie. De projectlocatie wordt hoofdzakelijk omringd door gronden die op basis van het omgevingsplan (tijdelijk deel) zijn bestemd als agrarische gronden, waar grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan. De agrarische bedrijven in de directe omgeving zijn op ruim 100 m afstand gelegen.

Vanuit milieuzonering worden op voorhand geen wettelijke belemmeringen verwacht. We adviseren om wel te onderbouwen hoe wordt omgegaan met het mogelijke gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (spuitzones) op de gronden grenzend aan de projectlocatie. Daarnaast geldt dat de GGD adviseert om woningen te realiseren op minstens 250 meter afstand van een groot veebedrijf en 2 kilometer van geitenbedrijven. We adviseren hier ook op in te gaan in de motivering van het TAMomgevingsplan. Conclusie: ➢ Voor de realisatie van de nieuwe woningen moet worden aangetoond dat sprake is van ETFAL. ➢ Aandacht is nodig voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. ➢ We adviseren in het TAM-omgevingsplan ook in te gaan op gezondheidskundige adviezen vanuit de GGD.

Ecologie

Vanwege de beoogde ontwikkeling (deels sloop bebouwing, verbouwing van bestaand pand en mogelijk verwijderen van groen) is er een quickscan ecologie (gebied en soorten) nodig. Afhankelijk van de resultaten is een nader soortenonderzoek nodig. In verband met de planning van het project, adviseren wij rekening te houden dat er voor sommige soorten jaarrond onderzoek nodig kan zijn en daarom vroegtijdig te starten met de ecologische quickscan. Pagina 4 van 6 Versie 1

De locatie ligt op ongeveer 5 km afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Binnenveld. Met het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van de huidige veehouderij op de projectlocatie, wordt stikstofuitstoot verminderd. Intern salderen is niet vergunningvrij. Om definitief uit te wijzen of sprake is van belangrijke negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, is een stikstofdepositieberekening nodig (met behulp van de AERIUS-calculator voor zowel de bouw- als gebruiksfase). Conclusie: ➢ Een quickscan flora en fauna is nodig. ➢ Een stikstofdepositieonderzoek is nodig. ➢ In het TAM-omgevingsplan moet het aspect ecologie worden onderbouwd. Ontplofbare oorlogsresten

Het plangebied is op basis van de CE bodembelastingkaart van gemeente Renswoude gelegen verdacht op conventionele explosieven. Nabij de projectlocatie zijn artillerie archieven weergegeven. Mede afhankelijk van of de gronden in het plangebied al zijn geroerd, kan een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk zijn. Mogelijk is bij de bouw van de opstallen reeds een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd voor de projectlocatie. Conclusie: ➢ Het plangebied is verdacht op ontplofbare oorlogsresten. ➢ Mogelijk is nader onderzoek nodig. ➢ In de motivering moet worden ingegaan op ontplofbare oorlogsresten.

Figuur: Uitsnede CE bodembelastingkaart

Pagina 5 van 6 Versie 1

Mer

Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is vermoedelijk geen sprake van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' of een van de andere categorieën als bedoeld bijlage V van het Omgevingsbesluit (categorie J11). In het TAM-omgevingsplan moet hierop worden ingegaan. Naar verwachting hoeft er geen merbeoordelingsprocedure te worden doorlopen, maar dit moet dan wel voldoende worden gemotiveerd. Conclusie: ➢ In het TAM-omgevingsplan moet worden onderbouwd of sprake is van een van de aangewezen categorieën als bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit.

Pagina 6 van 6 Versie 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16167466/1