CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 (ontwerp) programmabegroting 2026 ODU

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot het verlenen van toestemming voor het aangaan van de GR Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en instemming met de ontwerpbegroting en ontwerpbijdrageverordening 202611.742 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsdienst Utrecht Ontwerp Programmabegroting 2026

Omgevingsdienst Utrecht

Inhoud Voorwoord ................................................................................................................................................ 2 1

Inleiding ............................................................................................................................................. 3

DEEL 1 BELEIDSBEGROTING...................................................................................................................... 5 2

Programmaplan ................................................................................................................................. 6

3

Verplichte paragrafen ....................................................................................................................... 18

DEEL 2 FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................................................. 23 4

Overzicht van baten en lasten en toelichting ...................................................................................... 24

5

Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting ......................................................................... 29

BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 31

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 1 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

Voorwoord Beste Lezer, Voor u ligt de begroting 2026 van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Dit betreft de allereerste begroting van deze organisatie die vanaf 1 januari 2026 van start zal gaan. In het verleden werden deze werkzaamheden door de ODRU en RUD Utrecht uitgevoerd voor alle gemeenten in de provincie Utrecht en de provincie Utrecht zelf. Ik ben blij om als kwartiermaker en beoogd algemeen directeur deze begroting aan jullie te mogen aanbieden. Er wordt op dit moment nog steeds door beide latende organisaties keihard gewerkt om zo vanaf 1 januari 2026 een vliegende start te kunnen maken in de nieuwe organisatie. Belangrijke mijlpalen zijn reeds bereikt en enkele anderen, waaronder deze begroting, zijn binnen handbereik. De nieuwe omgevingsdienst moet er één zijn die de belangrijke vraagstukken en uitdagingen voor nu en de toekomst samen met zijn deelnemers het hoofd kan bieden. Daar waar het toezicht en handhaving betreft is de nieuwe omgevingsdienst vooral onafhankelijk en effectief. Daar waar het om advies en ontwikkeling gaat, gaat dit in nauwe samenwerking met de deelnemers. Ik heb de afgelopen maanden bij allerlei onderdelen van het fusieproces de grote betrokkenheid van medewerkers gezien.

Ik heb er daarom alle vertrouwen in dat we op 1 januari 2026 met z’n allen verder werken aan een omgevingsdienst die natuur en milieu in de gehele provincie Utrecht beter gaat beschermen. Een omgevingsdienst die daarnaast een grotere bijdrage gaat leveren aan de uitdagingen van de toekomst op dit gebied voor onze deelnemers.

Hugo Jungen Beoogd Algemeen Directeur Omgevingsdienst Utrecht.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 2 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

1 Inleiding

De Omgevingsdienst Utrecht (hierna: ODU) gaat per 1 januari 2026 formeel van start met de taakuitoefening die tot en met 31 december 2025 door de ODRU en RUD Utrecht werd uitgevoerd. Deze begroting 2026 is dus de eerste begroting van deze ‘nieuwe’ gemeenschappelijke regeling. Door het verloop van het proces van samenvoeging en oprichting is op het moment van het voorleggen van deze begroting 2026 voor de ODU de gemeenschappelijke regeling nog niet opgericht. De beoogde oprichtingsdatum is 8 oktober 2025. Met de huidige voortgang van de werkzaamheden is de verwachting dat deze planning haalbaar is. Voor de nieuwe omgevingsdienst is begin 2025 de volgende missie samen met de deelnemers vastgesteld:

“Een gezonde, veilige en duurzame provincie Utrecht; nu en in de toekomst. Dat is waar de Omgevingsdienst Utrecht voor staat.” Aansluitend op deze missie is gezamenlijk de volgende visie geformuleerd: Dagelijks werken wij aan een veilige, gezonde, schone en duurzame leefomgeving in de hele provincie Utrecht. Samen met en voor gemeenten en provincie, in contact met onze regiopartners en voor inwoners en bedrijven. Wij dragen bij aan de realisatie van hun plannen, steeds gefocust op de impact ervan op de leefomgeving. Toetsend aan wet- en regelgeving. In het belang van natuur en milieu. We stimuleren betrokkenheid van oud en jong op het gebied van milieu, natuur en duurzaamheid. De Omgevingsdienst Utrecht is een impact gedreven werkgever. Wij zijn de stuwende en verbindende kracht in de regio en een autoriteit op ons werkgebied. We faciliteren de samenwerking tussen partijen bij opgaven die gemeentegrenzen en domeinen overstijgen. Door onze centrale positie in het speelveld, kennis en ervaring pakken wij een proactieve, adviserende en soms prikkelende rol bij het aankaarten én oplossen van de lokale en regionale maatschappelijke opgaven van vandaag en morgen. Wij adviseren, verlenen vergunningen, houden toezicht en handhaven als dat nodig is. Zo voeren wij onze taken in mandaat met professionaliteit, integriteit en kwaliteit uit.

Dit doen we realistisch, doelmatig, effectief en efficiënt. Onze gedreven en deskundige professionals handelen objectief, zelfstandig en in onafhankelijkheid. Wij werken risicogericht, op basis van feiten, data en objectieve waarnemingen. Tegelijk kennen wij de lokale situatie en ontwikkelingen in het werkgebied. Wij zijn transparant, consequent en duidelijk naar alle belanghebbenden. Wij vernieuwen continue om onze dienstverlening optimaal aan te laten sluiten op de toenemende complexiteit van de vraagstukken van morgen. Dit zijn wij. De Omgevingsdienst Utrecht, de omgevingsdienst van de toekomst. Op basis van deze missie en visie zal de ODU vanaf 2026 de werkzaamheden voor alle deelnemers uitvoeren. Hoewel er voor 2026 geen afzonderlijke kadernota is opgesteld, is het wenselijk om wel uit te gaan van enkele (beleids)kaders en de begroting hierop af te stemmen. Daarom is ervoor gekozen om in deze begroting ook een aantal kaderstellende elementen op te nemen.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 3 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

Leeswijzer Hoofdstuk 1 Inleiding geeft het vertrekpunt voor deze begroting weer. In DEEL 1 BELEIDSBEGROTING worden in hoofdstuk 2 ‘de prioriteiten beschreven en de uitgangspunten van de begroting. De voor ODU van toepassing zijnde ‘Verplichte paragrafen’: ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’, ‘Financiering’ en ‘Bedrijfsvoering’ zijn opgenomen in hoofdstuk 3. DEEL 2 FINANCIËLE BEGROTING bevat in hoofdstuk 4 een Overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop en in hoofdstuk 5 de Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting daarop. In de BIJLAGEN is achtereenvolgens opgenomen: Bijlage 1 Overzicht van baten en lasten per taakveld, Bijlage 2 Overzicht uren en bijdragen per deelnemer, Bijlage 3 Meerjarenraming, Bijlage 4 Specificatie baten en lasten per en Bijlage 5 Informatie ten behoeve van de deelnemers met betrekking tot verbonden partijen.

Financiële samenvatting De begroting 2026 heeft zoals is voorgeschreven een structureel sluitend saldo waarin alle opgenomen structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Financiële samenvatting Totale structurele baten Totale structurele lasten Structureel saldo van baten en lasten Totale incidentele baten Totale incidentele lasten Incidenteel saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking uit reserves Resultaat

Begroting 2026 €45.469.700 €45.469.700 -

Tabel 1: Financiële samenvatting

De begroting 2026 van de ODU bevat uitsluitend structurele baten en lasten, waarbij sprake is van een sluitend saldo. Incidentele baten en lasten ontstaan gedurende het jaar, bijvoorbeeld wanneer aanvullende opdrachten of tijdelijke projecten worden overeengekomen tussen de ODU en de deelnemers. Ook voor 2026 wordt verwacht dat dergelijke incidentele posten zich zullen voordoen. Aard en omvang hiervan zijn echter op dit moment onvoldoende betrouwbaar in te schatten, waardoor ze niet in de begroting zijn opgenomen. De ODU voert aanvullende werkzaamheden uitsluitend uit wanneer daar voldoende baten tegenover staan. 2026 is het startjaar van de ODU als fusieorganisatie. De focus ligt op het opbouwen van een robuuste en toekomstbestendige dienst, die de gezamenlijke opgaven van de deelnemers – nu én in de toekomst – beter, efficiënter en kwalitatief sterker kan ondersteunen dan de afzonderlijke organisaties dat voorheen konden. Om die ambitie waar te maken, wordt in 2026 gericht geïnvesteerd in de ontwikkeling van de nieuwe organisatie. Tegelijkertijd blijft de financiële druk op deelnemers beperkt: de bijdrage stijgt ten opzichte van 2025 met maximaal 3,9%. Daarmee wordt een zorgvuldige balans gezocht tussen investeren in kwaliteit en het beheersen van de kosten.

De verwachting is dat de ODU op termijn taken niet alleen beter, maar ook doelmatiger en daarmee kostenefficiënter zal kunnen uitvoeren. 2026 vormt daarvoor het fundament.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 4 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

DEEL 1 BELEIDSBEGROTING

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 5 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

2 Programmaplan

Omdat er voor het eerste jaar van de ODU geen afzonderlijke kadernota is opgesteld, wordt in dit hoofdstuk alsnog stilgestaan bij de uitgangspunten die richting geven aan de begroting 2026. In paragraaf 2.1 worden de ‘Beleidsuitgangspunten’ toegelicht die als leidraad dienen voor de inrichting en uitvoering van deze begroting. In paragraaf 2.2 volgen de ‘Financiële kaders’. Vanaf 2027 zal, volgens de reguliere planning- en control cyclus, weer een kadernota worden opgesteld.

2.1 Beleidsuitgangspunten

Met ingang van 1 januari 2026 zijn de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) en de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) gefuseerd tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De fusie markeert het begin van een nieuwe fase waarin als één organisatie wordt gewerkt aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in de provincie Utrecht. 2026 is een overgangsjaar waarin de fundamenten worden gelegd voor een robuuste, betrouwbare en toekomstbestendige omgevingsdienst. De uitdagingen in dit eerste jaar zijn aanzienlijk. Er moet worden gebouwd aan één geïntegreerde organisatie met een gedeelde organisatiecultuur. Tegelijkertijd moet de productie doorgang vinden, werkprocessen en systemen moeten worden geharmoniseerd en er moet invulling worden gegeven aan de robuustheidscriteria zoals vastgesteld in het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH). De beleidsuitgangspunten in dit hoofdstuk zijn richtinggevend voor de ambities, prioriteiten en uitgangspunten in 2026. Deze beleidsuitgangspunten zijn beleidsluw. Dit betekent dat de ODU in 2026 geen ingrijpende nieuwe beleidskeuzes maakt die mogelijk van invloed zijn op het operationeel functioneren van de organisatie in het eerste jaar na de afgeronde fusie.

Bouwen aan één sterke organisatie De ODU beschouwt het vormgeven van één geïntegreerde organisatie met een gedeelde cultuur als de belangrijkste bouwsteen voor succes op de lange termijn. De fusie tussen twee organisaties met een eigen historie, werkwijze en identiteit vraagt in 2026 om bewustwording, onderlinge verbinding en ruimte voor gezamenlijke ontwikkeling waarin medewerkers zich thuis voelen. Er wordt derhalve sterk ingezet op cultuurvorming waarin samenwerking, vakmanschap en resultaatgerichtheid centraal staan. De ODU creëert hiervoor een programma waarin medewerkers centraal staan en leidinggevenden actief deelnemen aan trajecten rondom integratie, identiteit, leiderschap en samenwerking. Er worden organisatie brede bijeenkomsten georganiseerd, waarbij ruimte is voor ontwikkeling, reflectie, feedback en het delen van succeservaringen. Ook krijgen medewerkers de kans om in interdisciplinaire teams samen te werken aan projecten, zodat de uitwisseling van kennis en werkwijzen op natuurlijke wijze wordt gestimuleerd. Door deze investeringen ontstaat een gedeelde “wij-cultuur” waarin eigenaarschap en vertrouwen de norm zijn.

Productie realiseren: continuïteit en kwaliteit Ondanks de organisatorische veranderingen die de fusie met zich meebrengt, blijft het leveren van de afgesproken productie op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies de kerntaak van de ODU. In 2026 wordt gestreefd naar continuïteit en kwaliteit in de uitvoering van de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten en de provincie. De ODU richt zich op een strakke capaciteitsplanning en voortgangsbewaking, waarbij prestatieafspraken uit dienstverleningsovereenkomsten leidend zijn. Het streven is om voor alle deelnemers ten minste 95% van de contractwaarde in de dienstverleningsovereenkomst te realiseren in 2026. De integratie van teams en taken vraagt daarbij om alertheid op werkverdeling en ondersteuning, waarbij de inzet van – en monitoring op – data

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 6 van 39

Omgevingsdienst Utrecht en rapportages essentieel is om afwijkingen tijdig te signaleren en bij te kunnen sturen. De ODU borgt zo de betrouwbaarheid die opdrachtgevers verwachten, ook in een jaar van verandering.

Harmonisatie van werkprocessen en systemen Een belangrijk speerpunt in 2026 is de harmonisatie van werkprocessen en systemen. Door het samengaan van de RUD Utrecht en de ODRU bestaat er momenteel een hybride werkpraktijk met verschillen in aanpak, systemen en termijnen. Dit vraagt om een snelle, maar zorgvuldige uniformering, waarin de eerste – en noodzakelijke stappen voor een werkbare start op 1 januari 2026 – ook al in 2025 worden gezet. De ODU streeft ernaar om uiterlijk eind 2026 te werken volgens één set gestandaardiseerde en geoptimaliseerde werkprocessen met bijbehorende formats, termijnen en kwaliteitsnormen. Dit moet leiden tot herkenbaarheid, voorspelbaarheid en eenduidigheid, zowel intern als voor deelnemers, (keten)partners, bedrijven en inwoners. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan de optimalisatie van het zaaksysteem en informatiehuishouding, omdat deze van grote invloed zijn op de kwaliteit, werkbaarheid en resultaat. Medewerkers worden actief betrokken bij dit proces, onder andere via werkgroepen en scholingstrajecten. Zo wordt niet alleen draagvlak opgebouwd, maar ook geborgd dat de kennis en ervaring uit beide organisaties worden benut in de nieuwe inrichting van de werkprocessen en systemen.

Robuustheidscriteria IBP VTH De robuustheidscriteria uit het IBP VTH zijn bedoeld om de kwaliteit, continuïteit en slagkracht van de omgevingsdiensten in Nederland te verbeteren. Deze criteria zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat de omgevingsdiensten effectief, efficiënt, wendbaar en ontwikkelbaar zijn en de uitvoering van VTHA-taken structureel en toekomstbestendig op orde is. De criteria zijn uitgewerkt in zes genormeerde kritieke prestatie indicatoren (KPI’s) die als ondergrens dienen voor de robuustheid van omgevingsdiensten. De zes KPI’s zijn: 1. Omvang van het werkprogramma en personeelsinzet. Een robuuste dienst heeft een voldoende groot takenpakket en beschikt over genoeg eigen personeel. De norm is: a. Een totale jaaromzet (voor basistaken en plustaken samen) van minimaal €16,5 miljoen (prijspeil 2023). b. Minstens 80% van het totale personeelsbestand (in fte) moet in loondienst zijn (dus geen afhankelijkheid van externe inhuur). 2. Voldoen aan kwaliteitscriteria. De dienst moet haar werkzaamheden uitvoeren volgens de geldende landelijke kwaliteitsnormen (Kwaliteitscriteria VTH 3.0). Dit zorgt voor een uniforme en professionele aanpak, ongeacht de regio. 3. Beschikken over innovatievermogen. Een robuuste dienst is toekomstgericht. Daarom moet er sprake zijn van: a. Een meerjarige innovatieagenda, waarin ruimte is voor vernieuwing. b.

Een structureel budget voor innovatie (1% van de begroting is vrij besteedbaar voor innovatie), zodat nieuwe werkwijzen en technologieën daadwerkelijk ingevoerd kunnen worden. 4. Financieel weerstandsvermogen. De dienst moet in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen. Dit betekent onder meer: a. Een gezonde begroting en toereikende afspraken over o.a. het uitbreiden of terugnemen van taken. b. Voldoende financiële reserves om risico’s en veranderingen op te vangen, bijvoorbeeld bij nieuwe wet- en regelgeving. 5. Informatie gestuurd werken en kennisonderhoud. De inzet van kennis, data en digitale systemen is cruciaal. a. Gebruik van – en genoeg capaciteit voor (minimaal 3 fte) – business intelligence(strategie). b. Er is een opleidingsprogramma en minimaal 3% van de loonsom wordt besteed aan opleiding, kennisontwikkeling en ontwikkeling van medewerkers.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 7 van 39

Omgevingsdienst Utrecht 6. Samenhang en logica in het werkgebied. Het werkgebied van een omgevingsdienst moet logisch en samenhangend zijn ingericht. Dat betekent dat een robuuste dienst actief is in een gebied met gedeelde maatschappelijke en bestuurlijke kenmerken. In het eerste jaar van de fusie worden deze criteria gezien als een noodzakelijke basisvoorwaarde voor kwaliteitsverbetering om als serieuze en professionele partner te functioneren binnen het landelijke stelsel van omgevingsdiensten. De ODU committeert zich dan ook aan het behalen van de robuustheidscriteria per 1 april 2026. Op de lange termijn zijn de robuustheidscriteria gericht op de structurele verankering van kwaliteit in de ODU door middel van een doorlopende kwaliteitscyclus, de ontwikkeling van duurzame samenwerking in een (digitaal) netwerk van (keten)partners dat kennis deelt en gezamenlijk optreedt bij regionale- en landelijke vraagstukken. Daarnaast zijn de robuustheidscriteria gericht op het stimuleren van innovatie én een gezamenlijke data gedreven en digitale aanpak voor effectieve en efficiënte bijdrage aan maatschappelijke opgaven. Enkele KPI’s hebben directe financiële indicatoren en daaruit afgeleide normen: Onderwerp

Omschrijving

Norm voor 2026

Omvang werkprogramma

De omvang van het regionaal werkprogramma is minimaal €16,5mio (inclusief overhead en prijspeil 2023).

Omvang werkprogramma ≥ €16,5mio

Innovatiebudget

Voor de uitvoering van de innovatie-agenda wordt ten minste 1% van de begroting ter beschikking gesteld.

≥ 1% innovatiebudget

Weerstandsratio

Is de weerstandsratio ≥ 0,8?

Weerstandratio ≥ 0,8

BI-capaciteit

Heeft de omgevingsdienst ten minste drie medewerkers (3 fte) in dienst die hun tijd besteden aan Business Intelligence?

≥ 3 fte BI in vaste dienst

Opleidingsbudget

Besteed de omgevingsdienst ten minste 3% van de loonsom aan opleidingen?

≥ 3% van het loonkostenbudget

Tabel 2: Indicatoren vanuit robuustheidscriteria IBP VTH

De hierboven geformuleerde KPI’s zijn verwerkt in de voorliggende begroting, waarmee aan de gestelde eisen is voldaan, waardoor hierover niet periodiek gerapporteerd zal worden.

Slotbeschouwing 2026 vormt een cruciaal overgangsjaar voor de Omgevingsdienst Utrecht. De organisatie bouwt aan haar fundament: een geïntegreerde organisatie en gezamenlijke cultuur, een robuust uitvoeringsapparaat en heldere, geharmoniseerde werkprocessen. Tegelijkertijd blijft zij onverminderd gecommitteerd aan haar bijdrage aan maatschappelijke opgaven. De keuzes en investeringen die dit jaar worden gedaan, zijn bepalend voor het succes op lange termijn. Met deze beleidsuitgangspunten legt de ODU de lat hoog, maar realistisch, en nodigt zij medewerkers, deelnemers en (keten)partners uit om samen te bouwen aan een betrouwbare, professionele en toekomstgerichte omgevingsdienst.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 8 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

2.2 Financiële kaders

Bij het opstellen van deze eerste begroting voor de ODU zijn een aantal financiële uitgangspunten gehanteerd. In deze paragraaf zullen de belangrijkste worden besproken.

Financieringssystematiek Bij de start van de ODU is gekozen voor een financieringssystematiek die recht doet aan het werk dat de dienst uitvoert voor de individuele deelnemers. Deelnemers betalen voor de producten en diensten die zij daadwerkelijk afnemen. Dit sluit aan bij het principe van outputgerichte financiering en biedt tegelijkertijd de voordelen van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. Voor de deelnemers afkomstig van de voormalige RUD Utrecht is deze systematiek een voortzetting van de werkwijze die sinds 2018 wordt toegepast. Voor de deelnemers uit de ODRU betekent dit een verandering. Daarbij sluit de gekozen aanpak en systematiek wel aan bij een eerder vastgesteld, maar destijds niet geïmplementeerd besluit om ook binnen de ODRU toe te groeien naar een vergelijkbare vorm van outputfinanciering.

Werking van de systematiek De ODU hanteert een gemengde financieringssystematiek. De vaste kosten (zoals overhead en directe vaste lasten voor uitvoering van taken als vergunningverlening en toezicht) worden verdeeld op basis van het aandeel afgenomen uren, zoals vastgesteld in de DVO’s met bijbehorende uitvoeringsplannen. Het variabele deel van de bijdrage is gebaseerd op de afname van concrete producten en diensten uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Deze catalogus bevat twee typen producten: Kengetal producten, waarvoor op basis van een gemiddeld aantal uren (het kengetal) en het uniforme uurtarief een vaste prijs is bepaald; Diensten, waarbij vooraf een inschatting van het benodigde aantal uren wordt gemaakt en op basis van de werkelijk bestede uren wordt afgerekend. Deze systematiek zorgt voor transparantie in de verrekening van werkzaamheden en maakt het mogelijk om maatwerk te leveren waar nodig, terwijl tegelijkertijd gestuurd wordt op efficiëntie en voorspelbaarheid.

Kengetallen en flexibiliteit De kengetallen (gemiddeld aantal uren per product) vormen de kern van de outputfinanciering. Ze worden gebruikt als: 1. Rekeneenheid voor de bijdrage van deelnemers: (((aantal producten) × kengetal) + diensten) × uurtarief (+ aandeel vaste kosten) = bijdrage; 2. Basis voor capaciteitsplanning en begroting; 3. Instrument binnen planning en control; 4. Signaalfunctie bij afwijkingen, die aanleiding kunnen zijn voor bijstelling of overleg. Voor maatwerkproducten of diensten waarvoor geen betrouwbaar kengetal kan worden vastgesteld, wordt gewerkt op basis van vooraf afgesproken uren (‘uurtje-factuurtje’).

Overhead en toerekening De ODU volgt bij de definitie van overhead de lijn van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit betreft alle kosten die samenhangen met de aansturing en ondersteuning van het primaire proces, zoals HR, financiën, informatievoorziening en ICT, huisvesting en managementondersteuning.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 9 van 39

Omgevingsdienst Utrecht Huisvestingskosten worden in hun geheel als overhead verantwoord, vanwege de gedeelde werkruimten en de praktische onmogelijkheid tot zuivere toerekening. Ook bij organisatieontwikkelingsprojecten wordt beoordeeld of deze primair het primaire proces of de backoffice raken; dit bepaalt de wijze van toerekening.

Doorontwikkeling De gekozen systematiek vraagt om onderhoud en doorontwikkeling. Jaarlijks worden de PDC, kengetallen en productprijzen geëvalueerd en waar nodig bijgesteld op basis van ervaring, kwaliteitsafspraken, veranderende regelgeving en nieuwe inzichten. Zeker in de opstartfase van de ODU is hierbij sprake van intensieve monitoring, zodat de financieringswijze meegroeit met de ontwikkeling van de organisatie.

Uurtarief Voor de uitvoering van de structurele werkzaamheden die de ODU voor haar deelnemers verricht, wordt gewerkt met één uniform uurtarief, dat jaarlijks wordt vastgesteld. Dit uurtarief wordt jaarlijks op basis van het structurele gedeelte van de begroting als volgt berekend: Totale personele lasten van de uitvoering verminderd met de baten uit subsidies en overige projectbaten Totale uren dienstverleningsovereenkomsten

Het aantal uur wordt vastgesteld door de deelnemer in de dienstverleningsovereenkomst. Voor eventuele aanvullende opdrachten geldt een tariefopslag van 15% danwel minimaal de verwachte inhuurkosten indien deze hoger zijn dan het DVO uurtarief inclusief opslag van 15%. Voor projecten die per definitie een afgebakend en individueel karakter hebben, worden maatwerkafspraken gemaakt met de betreffende deelnemer over de vergoeding. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Het uurtarief dient tenminste de structurele lasten te dekken van de primaire teams (programma’s). Er wordt naar gestreefd om de structurele lasten zo laag mogelijk te houden door heldere afspraken en een efficiënte bedrijfsvoering.

Uitgangspunten voor de berekening van het uurtarief Bij het bepalen van de totale personele lasten (de noemer) worden de volgende onderdelen meegenomen: a. Salarislasten van het zittend personeel in de uitvoering (2 CAO’s) inclusief indexatie en reguliere verhogingen b. Nog nieuw aan te nemen of in te huren personeel om te kunnen voldoen aan de structurele opdrachten (DVO’s). Voor de bepaling van het uurtarief wordt in de deler uitgegaan van het totaal aantal uren zoals opgenomen in de op dat moment geldende DVO’s. Onderstaande CAO’s zijn verwerkt in de begroting: • De CAO SGO 2025-2026 heeft een looptijd van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 en op vrijdag 6 juni 2025 hebben de besturen van de VNG en WSGO besloten om het akkoord te bekrachtigen. • De CAO Provincies 2025-2026 heeft een looptijd van 1 juli 2025 tot en met 1 juli 2026. Op dit moment is nog onbekend wanneer over de CAO Provincies 2025-2026 wordt besloten. In de begroting wordt rekening gehouden met een looncompensatie van 3,0% voor het personeel dat onder de CAO Provincies valt voor de periode juli tot en met december 2026.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 10 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

Berekening van het uurtarief Tariefopbouw

Begroting 2026

Personeel

€28.540.500

Inhuur derden Totale lasten

€702.800 €29.243.300

Baten uit: Overige goederen en diensten

€702.800

Netto kosten

€28.540.500

Gecontracteerde uren

349.119 uur

Uurtarief (netto kosten / aantal uren)*

€81,75

Minimaal tarief aanvullende opdrachten (Uurtarief + 15% opslag) *

€94,00

*Afgerond op €0,25.

Tabel 3: uurtarief

Financiering van regionale en gezamenlijke opdrachten De ODU heeft de ambitie om, als omgevingsdienst van de toekomst, actief bij te dragen aan opgaven die gemeentegrenzen overstijgen. Hiervoor is een financieringssystematiek ontwikkeld waarmee structureel ruimte wordt gecreëerd voor het uitvoeren van taken en projecten met een regionaal of gezamenlijk belang. Deze systematiek is in lijn met uitgangspunten uit het richtingsplan en biedt een geborgde manier om samenwerking te faciliteren en te bekostigen. De systematiek bestaat uit twee onderdelen: een vaste bijdrage en een variabele bijdrage in uren. De vaste bijdrage omvat twee taken van collectief belang: de bemensing van de piket- en klachtentelefoon buiten kantoortijden, en de afstemming en coördinatie van regionale netwerken en strategische partners zoals GGD en VRU. Hiervoor is respectievelijk €100.000 en €400.000 begroot. Deze kosten zijn opgenomen in de totale vaste bijdrage en worden naar rato van het DVO-urenpakket over de deelnemers verdeeld. Een gedeelte van deze taken worden op dit moment al uitgevoerd binnen de voormalige organisaties. Naast de vaste bijdrage wordt er jaarlijks een urenbudget beschikbaar gesteld voor projecten met een gezamenlijk of regionaal karakter. Iedere deelnemer draagt hiervoor 4% van het afgesproken DVO-urenpakket extra bij, met een maximum van 350 uur.

Dit levert in totaal voor alle deelnemers tezamen circa 7.000 uur per jaar op, waarmee ruimte ontstaat om gezamenlijk vastgestelde projecten te realiseren. Deelnemers treden gezamenlijk op als opdrachtgever en bepalen collectief welke projecten in een jaar worden opgepakt. In deze systematiek zit bewust een zekere mate van solidariteit: niet ieder project is voor elke deelnemer direct relevant, maar levert wel toegevoegde waarde op regionaal niveau. Voor de voormalige RUD-deelnemers geldt in 2026 een ingroeimodel. De provincie stelt hiervoor eenmalig extra middelen beschikbaar, waarmee de inzet op regionale projecten in het eerste jaar gefaseerd wordt opgebouwd. De precieze inrichting van het besluitvormingsproces en de governance rond regionale projecten wordt in de tweede helft van 2025 uitgewerkt. Verantwoording over de uitvoering van deze projecten vindt plaats via de reguliere rapportages.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 11 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

2.3 Programma’s

De Omgevingsdienst Utrecht (ODU) levert een directe bijdrage aan een gezonde, veilige, schone en duurzame leefomgeving in de provincie Utrecht. Dit doen wij door de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) en door advisering op het gebied van milieu. Daarnaast voeren wij voor een aantal deelnemers ook bouwtaken uit, waaronder vergunningverlening en toezicht & handhaving op de Wkb. Ook geven wij voor een aantal gemeenten invulling aan onze educatieve rol via programma’s op het gebied van natuur- en milieueducatie, onder meer met de natuur- en duurzaamheidscentra (NDC’s). Onze ambitie is om uit te groeien tot een robuuste, toekomstgerichte omgevingsdienst die werkt vanuit eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid. Wij stellen de opgaven en behoeften van onze opdrachtgevers centraal en streven ernaar om met de beschikbare middelen maximale impact te realiseren. In dit hoofdstuk lichten wij toe hoe de ODU via verschillende programma’s invulling geeft aan haar maatschappelijke opgave, en op welke wijze deze programma’s richtinggevend zijn voor onze inzet en middelen.

2.4 Indicatoren

2026 is het startjaar van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). In dit eerste jaar zetten we een nieuwe, gezamenlijke basis neer voor het monitoren van onze prestaties. In deze paragraaf presenteren we de indicatoren waarmee we onze voortgang en kwaliteit gaan volgen. De gekozen indicatoren geven onze deelnemers – gemeenten en provincie – inzicht in hoe de ODU haar taken uitvoert en waar we staan in het realiseren van onze gezamenlijke ambities. De focus ligt op betrouwbaarheid, effectiviteit en tevredenheid over onze dienstverlening. De belangrijkste onderdelen van onze taakuitvoering worden structureel gemonitord met behulp van Key Performance Indicators (KPI’s). Deze zijn in overleg met deelnemers vastgesteld en vormen het fundament voor een transparante en lerende organisatie. Hieronder zijn de KPI’s voor de ODU in 2026 opgenomen: Wat

Indicator

Kwaliteit Uitvoeren uitvoeringsprogramma van de opdrachtgevers.

Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit

Sturen op: Het realiseren van de DVO’s. Meten van: De gerealiseerde variabele bijdrage ligt binnen de range van 92% tot en met 108% van de contractwaarde (in euro’s) van de dienstverleningsovereenkomsten. Sturen op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meten van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 90% van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken worden geconstateerd.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 12 van 39

Omgevingsdienst Utrecht Wat

Indicator

Beoordeling mate van voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 van IPO/VNG.

Sturen op: Het professionaliseren van onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meten van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 3.0 van IPO/VNG.

Beoordeling mate van voldoen aan de wettelijke termijnen.

Beoordeling door opdrachtgevers

Sturen op: Processen en procedures zijn zodanig ingericht dat wettelijke termijnen haalbaar en te bewaken zijn. Meten van: Tenminste 95% van de afgehandelde vergunningaanvragen en meldingen is binnen de wettelijke termijnen gerealiseerd. Sturen op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meten van: De opdrachtgevers geven de ODU een algemene tevredenheidsscore van gemiddeld een 7 of hoger.

Personeel Ziekteverzuim

Beoordeling door medewerkers

Sturen op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meten van: Het ziektepercentage ligt niet hoger dan 5%. Sturen op: Aandacht voor werkplezier, betrokkenheid, ontwikkelmogelijkheden en leiderschap. Meten van: De gemiddelde score uit het (twee)jaarlijkse medewerker tevredenheidsonderzoek (MTO) is tenminste een 7.

Tabel 4: Indicatoren

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 13 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

2.5 Programma Vergunningverlening

Het programma Vergunningverlening richt zich op het zorgvuldig afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op specifieke locaties. Vergunningen vormen een essentieel instrument voor het beschermen van de leefomgeving. Door actief te sturen op actualisatie van vergunningen dragen we bij aan risicobeheersing én maken we ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De werkzaamheden binnen dit programma betreffen in hoofdzaak vergunningverlening op basis van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen, de gemeentelijke omgevingsplannen, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Bij het verlenen van vergunningen worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Binnen het afgegeven mandaat stelt de ODU beschikkingen op of verstrekt adviezen. Daarbij wordt zorg gedragen voor een tijdige afhandeling binnen de wettelijke termijnen, en worden meldingen getoetst op volledigheid en juistheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de deelnemers en in lijn met het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP).

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2026 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Programma Vergunningverlening

Baten €6.726.200

Lasten €6.726.200

Saldo -

Tabel 5: Programma Vergunningverlening

2.6 Programma Toezicht en handhaving

Het programma Toezicht en handhaving richt zich op het uitvoeren van adequaat en risicogericht toezicht in de hele regio Utrecht – zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied. De ODU houdt toezicht bij bedrijven, op de bodem, in de natuur en bij bouw- en asbestwerkzaamheden. Hiermee beogen we risico’s voor mens en milieu zoveel mogelijk te beperken en overtredingen waar nodig te herstellen. De handhaving in 2026 vindt plaats op basis van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de gemeentelijke omgevingsplannen, het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Onze risicogerichte benadering zorgt voor maximale impact tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Waar nodig worden sancties voorbereid of opgelegd. Via de milieuklachtentelefoon is de ODU 24 uur per dag bereikbaar voor het afhandelen van klachten en calamiteiten. De uitvoering van het werk gebeurt conform de kwaliteitseisen van de deelnemende partijen en de afspraken zoals vastgelegd in het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP).

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2026 is het budget voor het programma Toezicht en handhaving als volgt: Programma Toezicht en handhaving

Baten €16.336.500

Lasten €16.336.500

Saldo -

Tabel 6: Programma Toezicht en handhaving

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 14 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

2.7 Programma Advies en expertise

Met het programma Advies en Expertise ondersteunt de ODU haar deelnemers met specialistische kennis op diverse inhoudelijke terreinen. Afhankelijk van de gemaakte afspraken adviseren wij over vraagstukken op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid, informatie gestuurde handhaving en ruimtelijke ontwikkelingen. Ook leveren wij expertise bij de inpassing van milieuzaken in gemeentelijke omgevingsplannen en bij nieuwe beleidsontwikkelingen. Daarmee draagt dit programma bij aan een kwalitatief hoogwaardige voorbereiding en uitvoering van beleid en regelgeving, in het belang van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De adviezen worden afgestemd op de lokale context, uitgevoerd op verzoek van de deelnemers, en waar nodig ingebed in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s).

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2026 is het budget voor het programma Advies en expertise als volgt: Programma Advies en expertise

Baten €6.424.600

Lasten €6.424.600

Saldo -

Tabel 7: Programma Advies en expertise

2.8 Programma Bedrijfsvoering Met de vorming van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) per 1 januari 2026 begint een nieuwe fase waarin we bouwen aan een robuuste, professionele en toekomstgerichte organisatie. In dit eerste jaar zijn veel onderdelen van de bedrijfsvoering nog in opbouw. Tegelijkertijd is het uitgangspunt dat de dienstverlening richting onze deelnemers, bedrijven en burgers vanaf dag één betrouwbaar, effectief en van hoge kwaliteit is. Binnen de ODU zijn de ondersteunende functies – waaronder financiën, ICT en informatievoorziening, HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement – ondergebracht binnen het domein Bedrijfsvoering. Deze onderdelen ondersteunen het primaire proces en zijn van strategisch belang voor de continuïteit, kwaliteit en verdere groei van de organisatie. In 2026 staan opbouw, harmonisatie en samenwerking centraal.

ICT en Informatievoorziening Per 1 januari 2026 werkt de ODU in één gezamenlijk VTH-zaaksysteem. Dit is een belangrijke mijlpaal in de harmonisatie van werkprocessen, datastromen en digitale ondersteuning. In de praktijk vraagt dit om verdere inrichting, begeleiding van gebruikers en borging van een stabiele werking. Ook andere essentiële ICT- en IV-voorzieningen worden in 2026 verder afgestemd op de behoefte van de nieuwe organisatie. De nadruk ligt op betrouwbaarheid, gebruiksvriendelijkheid, informatieveiligheid en schaalbaarheid. In lijn met de routekaart ICT wordt gewerkt aan het integreren en waar nodig vervangen van bedrijfsondersteunende systemen, zodat medewerkers efficiënt kunnen werken en het management kan sturen op basis van actuele data.

HRM en Organisatiecultuur Onze medewerkers vormen het hart van de ODU. In 2026 is HRM niet alleen gericht op personeelsinstrumenten en formatie, maar juist op het ondersteunen van de ontwikkeling van een gezamenlijke organisatiecultuur. De samenkomst van mensen, werkwijzen en achtergronden vraagt om aandacht voor verbinden, vertrouwen en gemeenschappelijke waarden. HRM speelt een actieve rol in het begeleiden van dit veranderproces. We investeren in organisatie- en talentontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en teamvorming. Het versterken van een cultuur waarin samenwerking, eigenaarschap en professionele ruimte centraal staan, is een van de belangrijkste opgaven Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 15 van 39

Omgevingsdienst Utrecht van dit jaar. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met management, communicatie en andere ondersteunende functies. Via onder andere het programma van de ODNL Academie bieden we medewerkers de mogelijkheid zich professioneel te ontwikkelen en hun vakmanschap te versterken zodat ze zich thuis voelen in de nieuwe organisatie.

Communicatie In een organisatie in opbouw is communicatie van cruciaal belang. In 2026 richt communicatie zich op drie sporen: interne verbinding, externe profilering en strategische stakeholdercommunicatie. Intern ondersteunen we het vormen van één organisatiecultuur en het delen van informatie over ontwikkelingen, keuzes en gezamenlijke doelen. Extern werken we aan herkenbaarheid, vertrouwen en een professionele uitstraling richting deelnemers, bedrijven, inwoners en samenwerkingspartners. Ook arbeidsmarktcommunicatie is een belangrijk aandachtspunt. In een krappe arbeidsmarkt is het essentieel dat de ODU zich onderscheidt als aantrekkelijke werkgever. We zetten in op het helder en herkenbaar uitdragen van wie we zijn, waar we voor staan en wat we professionals te bieden hebben. Daarnaast speelt communicatie een belangrijke rol in verandertrajecten, bijvoorbeeld bij de implementatie van nieuwe processen, systemen en werkwijzen. Samen met HRM en het management zorgen we dat medewerkers actief worden meegenomen in deze veranderingen. Transparantie, duidelijkheid en betrokkenheid staan daarbij centraal.

Accountmanagement In 2026 zet het accountmanagement zich in om de verbinding met deelnemers – als opdrachtgevers én partners – zorgvuldig vorm te geven. Transparante samenwerking, wederzijdse verwachtingen en duidelijke afspraken vormen de basis voor een sterke relatie. Naast de reguliere afstemming over voortgang en productie ligt er dit eerste jaar extra nadruk op het bouwen van vertrouwen, het opzetten van een stevige overlegstructuur en het eenduidig positioneren van de ODU als aanspreekpunt voor alle deelnemers.

Financiën De afdeling Financiën is in 2026 verantwoordelijk voor het verder opbouwen van een stabiele, toekomstbestendige financiële functie binnen de ODU. De focus ligt op drie sporen: het samenvoegen van administraties, het inrichten van een nieuwe P&C-cyclus en het verder ontwikkelen van sturings- en verantwoordingsinformatie. In het laatste kwartaal van 2025 is gestart met het opzetten van een P&C-spoorboekje en een nieuwe cyclus, inclusief alle producten die horen bij een professionele P&C-structuur. In 2026 wordt dit verder geoptimaliseerd. Daarbij wordt ook gewerkt aan de kwaliteit, uniformiteit en bruikbaarheid van P&Cproducten, zoals de begroting, rapportages en jaarstukken. Het doel is om het bestuur en management van de ODU zo goed mogelijk te ondersteunen bij sturing, besluitvorming en verantwoording. De financiële administratie wordt in dit eerste jaar verder ingericht en op onderdelen verbeterd. Daarbij ligt de nadruk op het uniformeren van werkwijzen, het verbeteren van de datakwaliteit en het zorgen voor een heldere en betrouwbare registratie van financiële gegevens. In samenwerking met de strategisch managers krijgen medewerkers duidelijke instructies over het uitvoeren van essentiële taken zoals (zaakgericht) tijdschrijven. Hiervoor worden diverse communicatiekanalen en instructiematerialen ingezet.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 16 van 39

Omgevingsdienst Utrecht De verdere ontwikkeling van dashboards en rapportages via de BI-tool biedt managers de mogelijkheid om zelfstandig actuele cijfers in te zien en te gebruiken voor sturing. Adviseurs van Financiën & Control ondersteunen hen hierin met analyses, duiding en advies. Tot slot wordt voortgebouwd op bestaande procesbeschrijvingen en worden uniforme werkinstructies opgesteld voor het gebruik van financiële systemen en controlinstrumenten. Daarmee wordt de organisatie optimaal ondersteund in het leveren van betrouwbare financiële gegevens, het uitvoeren van interne controles en het versterken van de sturingsinformatie.

Wat mag het kosten? Op basis van de begroting 2026 is het budget voor het programma Bedrijfsvoering als volgt: Programma Bedrijfsvoering

Baten €15.982.400

Lasten €15.982.400

Saldo -

Tabel 8: Programma Bedrijfsvoering

2.9 Efficiëntie en versterking van de basis

De oprichting van de ODU is gestoeld op de ambitie om de kwaliteit van de dienstverlening te versterken en beter in te spelen op de opgaven van vandaag en morgen. Daarbij is het gelukt om direct bij de start een solide basis neer te zetten, zonder dat dit heeft geleid tot een noemenswaardige stijging van de totale kosten. Zo zijn in 2026 aanvullende kosten gemaakt om te voldoen aan de financiële robuustheidscriteria (circa €450.000) en om invulling te geven aan gezamenlijke voorzieningen in het belang van alle deelnemers (circa €500.000). Dankzij efficiencywinst op andere onderdelen, als gevolg van de fusie, zijn deze extra kosten binnen de bestaande ruimte opgevangen. Deze resultaatgerichte aanpak laat zien dat samenwerking loont. Door te harmoniseren, te verbinden en slim te organiseren, is ruimte gecreëerd voor vernieuwing en versterking. Dit alles is gerealiseerd binnen een gematigde stijging van de deelnemersbijdragen – met een maximale toename van 3,9%, passend bij de inflatieontwikkeling – waarmee een krachtige start van de nieuwe organisatie mogelijk is gemaakt.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 17 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

3 Verplichte paragrafen

Dit hoofdstuk bevat de verplichte paragrafen volgens het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten), tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: • lokale heffingen; • onderhoud van kapitaalgoederen; • verbonden partijen; • grondbeleid. De navolgende paragrafen zijn wel van toepassing bij de ODU: • weerstandsvermogen en risicobeheersing (zie paragraaf 3.1); • financiering (zie paragraaf 3.2); • bedrijfsvoering (zie paragraaf 3.3).

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de ODU beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de ODU loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 28 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 7 procent van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2026 bedraagt de algemene reserve €1.028K, dit is onder de norm van 7%. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is. In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) bij.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de ODU beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de ODU is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Het beginvermogen van de ODU zal na de afwikkeling van de jaarrekeningen van de oude diensten gestort worden. Er wordt van uitgegaan dat het gestorte beginvermogen voldoende is om het restrisico af te dekken. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2026 bedraagt de algemene reserve €1.028K. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. In de begroting is rekening gehouden met een structurele post Onvoorzien ter hoogte van €337K. De totale weerstandscapaciteit bedraagt naar verwachting €1.365K (= €1.028K + €337K).

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 18 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

Risicobeheersing Risicobeheersing is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden? Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de ODU zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de begroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening.

Algemene risico’s Het risicoprofiel van de ODU bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de ODU.

Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de ODU van toepassing zijn. Deze risico’s worden jaarlijks middels sessies met MT en medewerkers in kaart gebracht en hierbij wordt een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 19 van 39

Omgevingsdienst Utrecht Dit heeft voor 2026 geresulteerd in onderstaande risicoanalyse:

3.1.1 Risicoanalyse Risicomanagement

2026

Risico's

Beheersingsmaatregel

Risico I/S* x €1.000

RisicoRestrisico klasse x €1.000 %

Verandering van wet- en regelgeving.

Tijdig inzetten van personeel met juiste kennis en vaardigheden om mogelijke veranderingen door te voeren.

S

€443

10%

€44

Achterblijvende vraag waardoor de realisatie achterblijft op de gecontracteerde UVP uren, eventueel in combinatie met ravijnjaar.

Inzetten op relatiemanagement: tijdige communicatie en afspraken met de klant maken.

S

€1.142

25%

€286

Onvoldoende declarabiliteit van medewerkers in de uitvoering.

Inzetten op coördinatie: sturen op inzet en bewaken improductiviteit.

S

€571

25%

€143

Kengetallen van PDC producten te laag vastgesteld.

Monitoren van de PDC-producten met een kengetal en ondernemen van gepaste acties bij structurele afwijkingen.

S

€428

10%

€43

Onderbezetting op formatieplan.

Arbeidsmarktstrategie in combinatie werving-& selectiebeleid

S

€600

25%

€150

Hoger ziekteverzuim dan de norm ten gevolge van langdurig ziekteverzuim.

Hoge inzet op verzuimbegeleiding in samenspraak met ARBO dienst.

S

€583

25%

€146

Personele frictiekosten (eigen risicodragerschap WW en WGA).

Strategisch personeelsbeleid in combinatie met sociaal plan/ sociaal statuut en van-werk-naar-werk trajecten.

I

€392

25%

€98

Claims door asbestslachtoffers.

Protocol en instructie om contact te vermijden

S

€301

10%

€30

Ernstig beveiligingsincident waardoor IT omgeving niet beschikbaar is.

Actief werken aan implementatie beveiligingsmaatregelen. Periodiek uitvoeren van risico-inventarisaties conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid

S

€875

10%

€88

Totaal berekend restrisico 2026

€1.028

* I = Incidenteel / S = Structureel Tabel 9: Berekening restrisico

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 20 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

3.1.2 Berekening en waardering ratio weerstandsvermogen Onderdeel Algemene reserve 31-12-2026

Stand per heden €1.028.000

Post Onvoorzien

€337.000

Weerstandscapaciteit Restrisico 2026 Ratio weerstandsvermogen (weerstandscapaciteit / restrisico) Waardering restrisico conform Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement

€1.365.000 €1.028.000 1,33 Voldoende (C)

Tabel 10: Berekening en waardering ratio weerstandsvermogen

De ratio weerstandsvermogen geeft weer in welke mate de ODU in staat zal zijn om onvoorziene risico’s te dekken. Op basis van de geprognosticeerde situatie op 31-12-2025 komt de ratio uit op 1,33. Afgezet tegen de opgestelde normen door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement scoort de ODU hiermee voldoende.

3.1.3 Financiële kengetallen Kengetallen

Begroting 2026

Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

1,15% 6,30% -

Tabel 11: Financiële kengetallen

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODU ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De ODU heeft geen leningen en verwacht deze ook niet voor eind 2026 aan te hoeven trekken.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODU in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODU.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief of nihil percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Overige financiële kengetallen De navolgende financiële kengetallen zijn niet van toepassing voor de ODU: • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Dit kengetal wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat de ODU geen verstrekte leningen heeft. • Grondexploitatie: Dit kengetal is niet van toepassing, omdat de ODU geen grond exploiteert. • Belastingcapaciteit: Dit kengetal is niet van toepassing, omdat de ODU geen belastingen int.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 21 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

3.2 Financiering

Deze paragraaf gaat over de financiering van de ODU op de korte en de lange termijn. Daarin worden betrokken het schatkistbankieren, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel is om onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen te beschikken.

Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen telkens uiterlijk op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de kosten van het lopende begrotingsjaar ten bedrage van telkens 25% van de deelnemersbijdrage. b. Indien het voor de benodigde liquiditeitspositie gedurende afzonderlijke kwartalen noodzakelijk is, kan het dagelijks bestuur besluiten dat een afwijkend voorschotbedrag wordt gefactureerd. Voor de start van de ODU wordt voorgesteld dat deelnemers de eerste twee voorschotten betalen uiterlijk 1 januari. Hierdoor is verzekerd dat de ODU voor de start voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor dan heeft de ODU te maken met schatkistbankieren. De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De ODU mag de eerste €1mio buiten de schatkist houden. De ODU gaat een financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afsluiten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) waarbij een intra-daglimiet van €1mio wordt afgesproken. Doordat automatische afroming van bedragen boven de €250.000 naar deposito’s bij de schatkist (het Rijk) plaatsvindt is het saldo liquide middelen op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2026 €250.000.

Financiering lange termijn Wanneer de ODU investeringen doet en deze activeert op de financiële positie kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de ODU. Op dit moment is de verwachting dat in ieder geval tot en met 2029 geen leningen zullen hoeven worden afgesloten.

3.3 Bedrijfsvoering

Voor de paragraaf Bedrijfsvoering wordt verwezen naar paragraaf 2.8 Programma Bedrijfsvoering.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 22 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

DEEL 2 FINANCIËLE BEGROTING

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 23 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

4 Overzicht van baten en lasten en toelichting 4.1 Staat van baten en lasten

In deze paragraaf is de geprognosticeerde staat van baten en lasten over 2026 opgenomen. Voor bijbehorende toelichtingen zie de vervolgparagrafen van dit hoofdstuk. Voor het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2027 – 2029 wordt verwezen naar Bijlage 3 Meerjarenraming Programmabegroting

Begroting 2026

Baten

Baten Programma’s Uitvoering

€6.726.200 €16.336.500 €6.424.600 €29.487.300

Baten Programma Bedrijfsvoering

€15.982.400

Vergunningverlening Toezicht en handhaving Advies en expertise

Totaal baten

€45.469.700

Lasten

Lasten Programma’s Uitvoering

€6.726.200 €16.336.500 €6.424.600 €29.487.300

Lasten Programma Bedrijfsvoering

€15.440.600

Onvoorzien Prijscompensatie

€336.800 €205.000 €45.469.700

Vergunningverlening Toezicht en handhaving Advies en expertise

Totaal lasten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking uit reserves

Resultaat

-

Tabel 12: Staat van baten lasten

Voor een specificatie van de baten en lasten per kostensoort wordt verwezen naar Bijlage 4 Specificatie baten en lasten per kostensoort.

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 24 van 39

Omgevingsdienst Utrecht

4.2 Toelichting op de baten Bijdrage deelnemers Bijdrage deelnemers

Begroting 2026 €16.082.400 €28.540.500 €44.622.900

Vaste bijdrage Variabele bijdrage

Totaal bijdrage deelnemers Tabel 13: Bijdrage deelnemers

De vaste bijdrage is ter dekking van de vaste lasten van de organisatie met name bedrijfsvoering. De kosten hiervan worden toegelicht in paragraaf 4.3. Bij de berekening van de variabele bijdrage is uitgegaan van de door de deelnemers in mei 2025 verstrekte uitvoeringsplannen voor 2026. Deze tellen op tot een structurele afname van producten en diensten van in totaal 349.119 uur. Het bijbehorende uurtarief is €81,75, oorspronkelijk werd in de uitvoeringsplannen gerekend met een tarief van €82,50. Gedurende de nadere analyse en verdere uitwerking van de begroting is het tarief verlaagd met €0,75 voor 2026. DVO 2026 Gemeente Amersfoort Gemeente Baarn Gemeente Bunnik Gemeente Bunschoten Gemeente De Bilt Gemeente De Ronde Venen Gemeente Eemnes Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Leusden Gemeente Lopik Gemeente Montfoort Gemeente Nieuwegein Gemeente Oudewater Gemeente Renswoude Gemeente Rhenen Gemeente Soest Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Utrecht Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Veenendaal Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede Gemeente Woerden Gemeente Woudenberg Gemeente Zeist Provincie Utrecht Totaal

Variabele bijdrage Vaste bijdrage Bijdrage €1.459.900 €820.200 €408.300 €225.200 €510.400 €289.500 €405.200 €225.200 €865.800 €482.500 €1.972.600 €1.109.700 €187.700 €112.600 €551.200 €305.600 €1.445.900 €820.200 €344.900 €193.000 €1.083.600 €611.100 €477.200 €273.400 €442.300 €241.200 €424.800 €241.200 €295.800 €160.800 €478.800 €273.400 €626.000 €353.800 €1.413.300 €804.100 €2.546.000 €1.431.300 €1.062.800 €595.000 €748.200 €418.100 €1.255.200 €707.600 €444.800 €257.300 €1.202.400 €675.500 €284.500 €160.800 €1.472.000 €836.300 €6.131.000 €3.457.700 €28.540.600 €16.082.300

€2.280.100 €633.500 €799.900 €630.400 €1.348.300 €3.082.300 €300.300 €856.800 €2.266.100 €537.900 €1.694.700 €750.600 €683.500 €666.000 €456.600 €752.200 €979.800 €2.217.400 €3.977.300 €1.657.800 €1.166.300 €1.962.800 €702.100 €1.877.900 €445.300 €2.308.300 €9.588.700 €44.622.900

Tabel 14: Bijdrage per deelnemer

Ontwerp Programmabegroting 2026

Pagina 25 van 39

Omgevingsdienst Utrecht Voor een nadere uitwerking van de bijdrage per deelnemer en de prijseffecten ten opzichte van voorgaand begrotingsjaar 2025 wordt verwezen naar Bijlage 2 Overzicht uren en bijdragen per deelnemer. Het gewogen gemiddelde effect van de prijsstijging voor de deelnemers is 3,4% en voor een afzonderlijke deelnemer maximaal 3,9% en ligt daarmee in lijn met de verwachte prijsstijgingen in de septembercirculaire 2024 die voor deze begroting zijn gebruikt. In onderstaande tabel is de gewogen loon/prijscompensatie berekend voor de ODU. Compensatie* Looncompensatie Prijscompensatie Gewogen loon/prijscompensatie * Bron: CPB CEP 2024

Basis Loonvoet sector overheid Prijs bruto binnenlands product (pbbp) Verhouding personeel en overige kosten

2026 3,8% 2,6% 3,5%

Tabel 15: Gewogen loon/prijscompensatie

Subsidies en projectopbrengsten Subsidies en projectopbrengsten SPUK Energie Projectopbrengsten

Totaal subsidies en projectopbrengsten

Begroting 2026 €702.800 €144.000 €846.800

Tabel 16: Subsidies en projectopbrengsten

De navolgende subsidies en projectopbrengsten zijn van toepassing voor 2026: • SPUK Energie: Regeling Specifieke Uitkering additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing (SPUK Energie) is structureel begroot, omdat het een regeling van 5 jaar betreft. De middelen worden voornamelijk gebruikt voor extra capaciteit toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. 2026 zal het laatste jaar zijn dat deze subsidie beschikbaar is. Het is de verwachting dat de regeling wordt gecontinueerd in een andere vorm, maar niet meer als SPUK. • Projectopbrengsten: Dit betreffen structurele projectopbrengsten op het gebied van Volksgezondheid en Milieu en opbrengsten vanuit de diverse NDC-locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15956529/1