CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Erfinpassingsplan

Raadscommissie 25 november 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Commissievoorstel inzake Ontwerp-wijziging omgevingsplan Kooiweg 181.354 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Erfinpassingsplan Kooiweg 18 te Renswoude

Colofon Erfinpassingsplan Kooiweg 18 te Renswoude

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever:

Projectnummer en versie: 6411 versie 1.0 Ligging plangebied: Kooiweg 18, Renswoude Auteur: Ing. P. Leemreise

eigenaar

Status: concept Rapportdatum: 10-6-2024

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding.................................................................................................................................. 3

1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 5 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 3

Het ontwerp ............................................................................................................................ 9

3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 9 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 9 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 9 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer.............................................................................................................. 11

4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 11 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 12

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf op het adres Kooiweg 18 te Renswoude. Het voornemen bestaat de agrarische bestemming te wijzigen en de vrijkomende agrarische opstallen te slopen. Ter compensatie voor de sloop van de agrarische opstallen (stallen), wordt een nieuwe schuur op het erf gebouwd. De gemeente Renswoude heeft initiatiefnemer gevraagd een plan voor landschappelijke inpassing van het niet nieuwe erf op te stellen (erfinpassingsplan). In voorliggend inpassingsplan, wordt een erfinpassingsplan voor het uiteindelijke eindbeeld van het erf gegeven.

1.2 Voorgenomen ontwikkeling Op onderstaande afbeelding wordt de te slopen en te behouden gebouwen op het erf weergegeven.

Verbeelding van de te slopen (geel) en behouden (oranje) gebouwen in het plangebied.

Nadat de overtollige agrarische gebouwen (stallen) geamoveerd zijn, wordt een nieuwe schuur gebouwd. Op onderstaande afbeelding wordt de wenselijke erfinrichting weergegeven.

3

Weergave van het wenselijke eindbeeld met de bestaande woning (linksonder) en schuur (rechts) en de nieuw te bouwen schuur (roze).

4

HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Kooiweg 18 te Renswoude. Het ligt in het buitengebied, net ten noordwesten van de stedelijke bebouwing van Veenendaal. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl, 2022).

ligging van het erf op de topografische kaart.

5

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch erf en bestaat uit bebouwing, erfverharding en een eenvoudige siertuin aan de voorzijde van de woning. Het erf grenst aan de oost- en zuidzijde aan zijtak van het Valleikanaal en is bereikbaar via een erftoegangspad met brug. Het erf grenst aan de oost- en noordzijde aan agrarisch cultuurland.

Luchtfoto van het erf (bron luchtfoto: kadaster.nl).

Aanzicht op het erf vanaf de Kooiweg, kijkend in westelijke richting.

6

Aanzicht op de entree van het erf..

Aanzicht op het erf vanaf de dijk ten westen van het erf.

Aanzicht op het erf vanaf de dijk ten westen van het erf.

7

Behoudens enkele zomereiken langs de rand van het erf, ontbreekt erfbeplanting nagenoeg volledig op het erf. Langs de erftoegangsweg staan enkele (jonge) bolboompjes.

2.3 Landschap Het erf ligt aan de zuidzijde van de ‘Emmikhuizerberg’. Dit is een stuwwal welke begin 20e eeuw grotendeels in gebruik was als es. Deze werd omgeven door een veenontginningslandschap, overgaand in een kampenlandschap rondom Renswoude. Het gebied rond het plangebied valt niet te classificeren binnen een bepaald landschapstype. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied weergegeven op de historische topografische kaart anno 1925.

Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 2024.

Kenmerkende beplanting in de drogere delen van het landschap bestaat uit ruwe berk, lijsterbes en zomereik, terwijl in de nattere delen (veenontginningslandschap) gekenmerkt worden door wilgen, essen en zwarte elzen. Als gevolg van de verregaande ontwatering, zijn de oorspronkelijke verschillen in beplanting, vervaagd.

8

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen).

Behoud bestaande beplanting Alle bestaande beplanting op het erf blijft behouden. Inheems plantmateriaal Er wordt gebruik gemaakt van inheems plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal opgekweekt is van bomen en struiken met een Nederlandse herkomst. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van autochtoon Nederlands plantmateriaal. Dat is verkrijgbaar, indien men er specifiek om vraagt. Op de nattere delen worden vaak zwarte elzen, wilgen en populieren aangeplant, op de droger delen zomereik, ‘linde’, ‘walnoot’ en ‘iep’. In siertuinen wordt ook gebruik gemaakt van paardenkastanje, tamme kastanje en plataan. Streekeigen beplantingsvormen Streekeigen beplantingsvormen voor het omringende landschap bestaan uit laanbomen, solitaire bomen, erfbosjes, hoogstam fruitbomen, scheerhagen en struweelhagen. Op plekken met een hogere grondwaterspiegel, treffen we ook knotbomen aan. Gelet op de omringende beplanting, vormen zomereik, hoogstamfruitbomen, solitaire loofbomen, struweelhaag, scheerhaag en knotbomen een passende vorm van beplanting.

3.3 Kansen voor versterking van het erf Het erf ligt op enige afstand van de meest nabij gelegen doorgaande weg. De nieuwe schuur is vanaf de dijkweg, ten westen van het erf, nadrukkelijk zichtbaar. Geadviseerd wordt beplanting naast de nieuwe schuur te plaatsen om het zicht op de zijgevel te verminderen. Langs de watergang is ruimte voor de aanplant van enkele knotwilgen.

3.4 Het ontwerp Het plan voorziet in het aanleggen van een hoogstamfruitboomgaard en het planten van knotbomen. Op onderstaande afbeelding, wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.

9

Plan voor landschappelijke inpassing van het erf.

10

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden voorgesteld om tot het wenselijke eindbeeld te komen. 1. Hoogstam fruitboomgaard 2. Aanplant knotbomen

Ad 1. Aanleg hoogstamfruitboomgaard Ten westen van de nieuwe schuur, wordt een boomgaard aangelegd. Deze bestaat uit 12 hoogstamfruitbomen, waarvan 6 appels en 6 peren. De bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband. De bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan. Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van oude rassen. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 5 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.

Jonge fruitboom, voorzien van twee boompalen en boomband.

Ad 2. Aanplant knotwilgen Langs de westrand van het perceel worden zes knotwilgen geplant. Er worden als knotwilg gekweekte bomen gebruikt, of er worden lokaal verworven staken gebruikt. De voorkeur gaat uit naar staken van lokaal geknotte wilgen, omdat dit mogelijk autochtone bomen zijn.

11

Wilgenstaken, geschikt als pootgoed voor nieuwe knotwilgen.

4.2 Beheer Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, dient de jonge aanplant vervolg op de juiste wijze beheerd te worden. In deze paragraaf wordt aangeven wat het wenselijke beheer van de verschillende elementen is. Hoogstam fruitboomgaard; Geen beheer. Knotwilgen Knotwilgen worden periodiek afgezet, waarna de wilgen weer zullen uitlopen. Doorgaans worden knotwilgen iedere 6-8 jaar geknot om te voorkomen dat de uitlopers te zwaar worden. tak- en tophout wordt afgevoerd of in een ril op de grond gelegd. Indien het versnipperd wordt, worden de snippers verspreid (niet op bult gelegd).

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16167447/1