CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Bestemmingsplan Biesbosserweg 22 maart 2021

Raadscommissie 14 december 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel inzake verzoek wijzigen bestemming Biesbosserweg 1911.978 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Renswoude

Bestemmingsplan Biesbosserweg 19 Toelichting, regels en analoge verbeelding

Maart 2021 Ontwerp Kenmerk 0339-26-T01 Projectnummer 0339-26

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

1

2.

Planbeschrijving 2.1. Plangebied 2.2. Landschap en historie 2.3. Huidige situatie 2.4. Toekomstige situatie Tegenprestaties

2 2 2 3 4 5

3.

Beleidskader 3.1. Provinciaal beleid 3.1.1. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening 3.2. Regionaal beleid 3.2.1. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005) 3.2.2. Menukaart Regio Foodvalley 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010 3.3.2. Inpassingsplan Grebbelinielandschap 3.3.3. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030

6 6 6 9 9 9 10 10 11 13

4.

Milieu- en overige aspecten 4.1. Luchtkwaliteit 4.2. Geur 4.3. Akoestisch onderzoek 4.4. Externe veiligheid 4.5. Bodemkwaliteit 4.6. Natuur 4.7. Water 4.8. Archeologie 4.9. Vormvrije mer-beoordeling 4.10. Parkeernota

15 15 15 16 18 19 19 20 20 21 21

5.

Juridische planbeschrijving 5.1. Algemeen 5.2. De regels

23 23 23

6.

Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3. Ontwerpbestemmingsplan

26 26 26 26

1

1.

Inleiding Op het perceel Biesbosserweg 19 was van oudsher een rundvee- en varkenshouderij gevestigd. Het agrarisch bedrijf is in de afgelopen decennia gefaseerd omgeschakeld naar een recreatiebedrijf annex zorginstelling De Kleine Weide. De rundveestal is omgebouwd tot bed-andbreakfastappartementen en achter de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is een camping aanwezig. Verder omvat het bedrijf een vergaderaccommodatie. Vervolgens is een zorgboerderij gestart als dagbesteding voor deelnemers met verschillende hulpvragen. Deze zorginstelling is gericht op dagbesteding voor (jong)volwassenen/ouderen met een geestelijke en/of lichamelijke hulpvraag. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Het perceel heeft in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2010 een agrarische bestemming. De recreatie- en zorgactiviteiten zouden volgens dit bestemmingsplan ondergeschikt moeten zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten, terwijl er alleen nog ondergeschikte agrarische activiteiten plaatsvinden in het kader van de zorgboerderij. Hiervoor is kleinvee aanwezig, zoals kippen, schapen, alpaca's, konijnen en ezels als dagbesteding voor deelnemers op de zorgboerderij. Daarnaast fungeert dit kleinvee ook als kinderboerderij voor de camping.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

2

2.

Planbeschrijving

2.1.

Plangebied Het plangebied bestaat uit het agrarische bouwvlak aan de Biesbosserweg 19 en het gebied dat daarachter ten behoeve van de camping wordt gebruikt. Het perceel is kadastraal bekend onder de gemeente Renswoude, sectie G, nummer 333 en 334. Het plangebied heeft een omvang van bijna 3,2 hectare.

2.2.

Landschap en historie De Gelderse Vallei kenmerkt zich als een gevarieerd, relatief kleinschalig agrarisch landschap. Er is een grote afwisseling van grasland- en akkerpercelen, bosjes, houtwallen en enkele natte natuurgebiedjes. Het gebied wordt gekenmerkt door dekzandruggen en (van oudsher) kronkelende beken. Het landschap heeft, door zijn grote variatie in landschapstypen, een grote aantrekkingskracht op recreanten. Het landschapstype rondom Renswoude staat bekend als kampen- of coulissenlandschap. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn de kleinschaligheid en de aanwezige houtwallen. Het plangebied ligt op de rand van dit kampenlandschap en het broeken heideontginningenlandschap. Dit landschapstype kent een regelmatiger verkavelingspatroon en is grootschaliger en minder besloten. Afbeelding 2: Situatie honderd jaar geleden en nu.

In het begin van de 20e eeuw was het plangebied nog bebost. Dit is zo gebleven tot na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1953 is er bebouwing op de topografische kaart aangegeven en is gestart met een rundvee- en varkenshouderij. Sindsdien is de bebouwing op het perceel geleidelijk uitgebreid. Het agrarisch bedrijf is in de afgelopen decennia gefaseerd omgeschakeld naar een recreatiebedrijf annex zorginstelling De Kleine Weide.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

3

2.3.

Huidige situatie Het perceel Biesbosserweg 19 ligt in het buitengebied van Renswoude en bestaat uit een niet samenhangend stelsel gebouwen. Het plangebied ligt circa 1,5 kilometer buiten de dorpsrand van Renswoude ten zuidoosten van de bebouwde kom. Alle agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. Het agrarisch bedrijf is in de afgelopen decennia gefaseerd omgeschakeld naar een recreatiebedrijf annex zorginstelling De Kleine Weide. De rundveestal is omgebouwd tot bed-and-breakfastappartementen en achter de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is een camping met 40 plaatsen aanwezig, waarvan er 25 worden gebruikt. Het perceel is sindsdien door middel van randbeplanting landschappelijk ingepast. Het westelijke perceelsgedeelte is op natuurlijke wijze ingericht. Voor de inrichting en het beheer hiervan ontvangt de eigenaar van het perceel subsidie voor aanleg en instandhouding van een kikkerpoel, het knotten van bomen, enzovoort. Het bedrijf wordt door twee generaties geleid, die woonachtig zijn in de voormalige boerderij en in een tijdelijke vergunde woning. Verder omvat het bedrijf een vergaderaccommodatie. Vervolgens is een zorgboerderij gestart als dagbesteding voor deelnemers met verschillende hulpvragen. Deze zorginstelling is gericht op dagbesteding voor (jong)volwassenen/ouderen met een geestelijke en/of lichamelijke hulpvraag.

Afbeelding 3: Plangebied Biesbosserweg 19 en omgeving (bron: Google Earth).

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

4

2.4.

Toekomstige situatie De initiatiefnemers hebben een toekomstplan1 vervaardigd (bijlage 2), waarin zij de planontwikkeling uitgebreid onderbouwen. Naast een visie op wonen, dagbesteding en zorg omvat dit toekomstplan ook een toekomstbeeld hoe het terrein en de bebouwing hiervoor zal worden gebruikt. In deze paragraaf is hiervan een samenvatting opgenomen. De bed-and-breakfastaccommodatie zal worden omgezet in zorgappartementen. De zorginstelling de Kleine Weide zal bestaan uit twee groepen deelnemers voor de dagbesteding en een groep van 6 mensen die ook woont op De Kleine Weide op de locatie aan de Biesbosserweg. De bewoners kunnen niet zelfstandig functioneren. Gestreefd wordt om hen met ondersteuning en begeleiding, zoveel mogelijk zelf vorm en inhoud aan hun leven te laten geven. De mate van ondersteuning en begeleiding is afhankelijk van de desbetreffende bewoner. Overdag nemen de bewoners deel aan de dagbesteding. De activiteiten van de dagbesteding bestaan onder meer uit het meewerken op de camping, in de grote moestuin op het erf en aan het natuurbeheer, het verzorgen van de dieren, het opknappen van meubels, bloemschikken, meewerken op het terras en bij de verkoop eigen producten. Op dit moment bestaan er voor het overige geen concrete plannen om de bedrijfsvoering aan te passen.

De 7 bewoners hebben ieder de beschikking over een eigen gecombineerde woon- en slaapkamer met kitchenette en eigen sanitair. De woon-/slaapkamer is ruim genoeg om visite te ontvangen en kan geheel naar eigen wens en smaak ingericht worden. Uiteraard zal bij de inrichting rekening worden gehouden met veiligheidseisen, onder andere op het gebied van brandveiligheid. Naast de woon-/slaapkamers, is er een centrale woonkamer met open keuken aanwezig. De centrale woonkamer is bedoeld voor gezamenlijk koken, eten, TV kijken of andere sociale activiteiten. In de keuken wordt, samen met de bewoners, door begeleiders, verwanten of vrijwilligers gekookt en gegeten. De grote schuur op het perceel wordt voor diverse functies gebruikt. Er zijn diverse werkplaatsen die voor de dagbesteding van de zorgboerderij worden gebruikt, worden het materieel en materialen opgeslagen en is de stalling voor het kleinvee aanwezig. Het beheer van de camping is eveneens onderdeel van de dagbesteding van de zorgboerderij. Voor de deelnemers en voor de gasten van de camping is het onderlinge sociale contact heel belangrijk. Tal van activiteiten op de camping worden door de deelnemers uitgevoerd. Daarmee staat de camping ten dienste van de zorgboerderij.

De camping bestaat uit 40 plaatsen (waarvan er momenteel 25 worden gebruikt) en heeft daarmee 15 kampeerplaatsen meer dan op grond van het vigerende bestemmingsplan (zie pararaaf 3.3.1) is toegestaan. Die uitbreiding past echter wel binnen de uitgangspunten van de recent vastgestelde Omgevingsvisie (zie paragraaf 3.3.3) waarin uitgegaan wordt van een gezonde combinatie van landbouw, natuur en

1

De Kleine Weide, Zorgbedrijf De Kleine Weide in Renswoude “Van droom naar werkelijkheid”, Renswoude, 2017

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

5

recreatie en waarbij gestreefd wordt naar een verbetering van het toeristisch en recreatief aanbod. Veel van de gasten bezoeken tijdens hun verblijf bijvoorbeeld het bezoekerscentrum van de Grebbelinie. In de afgelopen jaren is het regelmatig voorgekomen dat de camping helemaal volstond en dat kampeerders teleurgesteld moesten worden. Gelet op het ontbreken van (voldoende) alternatieven binnen de gemeente is de planologische uitbreiding naar 40 kampeerplaatsen daarmee aanvaardbaar. Huidige camping uitbreiden van 25 naar 40 plaatsen blijft daardoor alsnog een kleine camping. Geen animatieteam, geen zwembad, geen winkel en/of restaurant. Campinggasten komen voor de rust (ruime kampeerplekken, veel groen, geen andere luidruchtige activiteiten) en de recreatiemogelijkheden (wandelen, fietsen, musea bezoek, horeca).

Tegenprestaties Om het plan te mogen verwezenlijken wordt er verwacht dat er maatschappelijke tegenprestaties tegenover staan. Op de locatie gebeuren al diverse zaken die hier onder vallen: Zorg verlening, recreatie, duurzaamheid en natuurbeheer. Samen met Brigit Huijsmans, adviseur landschap en stedenbouw, hebben we een plan opgesteld waar de tegenprestaties in benoemd zijn. Dit plan is opgenomen in bijlage 4. De Kleine Weide is een bedrijf dat 24 uur per dag toezicht vraagt. Dag en nacht zijn er gasten en zorgdeelnemers op het bedrijf. In totaal gaat het hierbij om 115 personen gemiddeld in het hoogseizoen, waarbij veel kwetsbare personen, ouderen en kinderen. Bij de zorgdeelnemers gaat het om een kwetsbare groep, onderdeel van het bieden van een veilige woonomgeving is dat er 's nachts iemand beschikbaar is, als er iets gebeurt. Bij hulpvragen en calamiteiten moet een verantwoordelijke persoon aanwezig zijn. Vooralsnog zijn er twee woningen op het perceel aanwezig, de voormalige agrarische bedrijfswoning en de tijdelijk vergunde woning. In dit bestemmingsplan is alleen de voormalige agrarische bedrijfswoning als woning opgenomen. De caravanstalling en de vergaderaccommodatie zijn inmiddels beëindigd.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

6

3.

Beleidskader

3.1.

Provinciaal beleid

3.1.1. Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Verordening Het provinciale ruimtelijke beleid is vastgelegd in de op 4 februari 2013 vastgestelde Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Beide zijn sindsdien verschillende malen herzien. De laatste herijking is vastgesteld op 12 december 2016. De PRS bevat het provinciale beleid vastgelegd. Doel van de PRV is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheersverordeningen in acht moeten worden genomen. De PRV heeft alleen betrekking op nieuwe plannen en besluiten. Dit betekent dat geldende bestemmingsplannen niet onder de werking van de verordening vallen. De verordening bevat géén bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Bij de PRS horen 13 deelkaarten. De 11 kaarten bij de PRV komen grotendeels overeen met de kaarten van de PRS. In de PRS is aangegeven dat het Natuurnetwerk Nederland (NNN) een robuust netwerk is, gevormd door bestaande natuurgebieden, nieuwe nog te realiseren natuurgebieden en verbindingszones tussen de natuurgebieden.

Enkele beheersgebieden maken ook onderdeel uit van het NNN. Dit zijn landbouwgebieden waar agrarisch natuurbeheer wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, én aan het functioneren van het NNN. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het NNN. Afbeelding 4: Fragment kaart Natuur PRS/PRV.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

7

Het plangebied is aangewezen voor het behoud en de versterking van het militair erfgoed. De bescherming hiervan is inmiddels geborgd in het Inpassingsplan Grebbelinielandschap (zie paragraaf 3.3.2). Afbeelding 5: Fragment kaart Cultuurhistorische hoofdstructuur PRV.

Het plangebied ligt in het landbouwkerngebied en in het landbouwontwikkelingsgebied. Afbeelding 6: Fragment kaart Landbouw PRS.

De landbouwkerngebieden zijn de gebieden waar de landbouw in Utrecht de beste uitgangspositie heeft om duurzaam te produceren voor de wereldmarkt en/of de Randstedelijke markt en

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

8

de gebieden waar wij het vanuit ruimtelijk oogpunt belangrijk vinden dat de landbouw de hoofdgebruiker en –beheerder blijft. In deze gebieden heeft landbouw dan ook het primaat. Ze worden zo veel mogelijk gevrijwaard van andere functies. Om dit te ondersteunen vraagt de provincie aan gemeenten om in hun ruimtelijk plan regels op te stellen die bijdragen aan het behouden van de bouwpercelen en de landbouwgrond voor de landbouw. In het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) heeft de niet-grondgebonden veehouderij het primaat. Deze bedrijven kunnen zich binnen dit gebied ontwikkelen, waarbij maximaal gebruik van de bestaande bouwpercelen voorop staat. Vestiging van niet-grondgebonden veehouderij op vrijkomende locaties dienen gemeenten te faciliteren in het LOG. Omzetting naar niet-agrarische functies is alleen mogelijk als de locatie aantoonbaar niet nodig is voor de landbouw en de nieuwe functie geen belemmering oplevert voor de omringende landbouwbedrijven. Dit is conform de ligging in het landbouwkerngebied. Er is in dit geval sinds 1994 sprake van een gefaseerde agrarische bedrijfsbeëindiging. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn sinds 2009 volledig beëindigd. Het heroprichten van een agrarisch bedrijf betekent gezien de investeringen die zijn gedaan een aanzienlijke kapitaalvernietiging.

Het realiseren van voldoende kwalitatief hoogwaardige zorgvoorzieningen in de provincie is niet expliciet als provinciaal belang genoemd in de PRS. Dit maatschappelijk belang weegt echter zwaar. Daarom zijn de grenzen voor niet-agrarische functies op een vrijgekomen agrarisch erf opgerekt in de PRV. Hierdoor kunnen gemeenten in een specifieke zorgbehoefte voorzien. In lid 1 van artikel 3.9 dat betrekking heeft op functiewijziging (voormalige) agrarische bedrijfsperceel naar stedelijke functie, anders dan wonen is bepaald dat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'landelijk gebied', bestemmingen en regels kan bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw, en b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij het gaat om een nieuwe functie die bijvoorbeeld voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening.

Zoals in het voorgaande opgemerkt, ligt het perceel weliswaar in het LOG, maat zijn de de agrarische bedrijfsactiviteiten vanaf 1994 gefaseerd beëindigd, waardoor heroprichting niet meer voor de hand ligt. De zorgboerderij is een kleinschalige woonzorgvoorziening, waardoor er geen sprake is van verstedelijking van het landelijk gebied in de zin van de PRV. Vanuit de PRV zijn er derhalve geen belemmeringen voor deze ontwikkeling. Uit geurhinderonderzoek (zie paragraaf 4.2) blijkt dat het recreatie- en zorgbedrijf geen belemmeringen oplevert voor agrarische bedrijven in de omgeving. Het beleid in de PRS vormt daarmee geen beperking voor de planontwikkeling.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

9

3.2.

Regionaal beleid

3.2.1. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005) In het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (LOP) stellen de gemeenten Amerongen, Barneveld, Leersum, Leusden, Maarn, Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg het landschapsbeleid op elkaar af. Het LOP is een uitwerking van het voormalige reconstructieplan en het (oude) streekplan. Voor de Gelderse Vallei zet het LOP in op het versterken van het landschappelijke raamwerk. Hiervoor worden beplantingen langs wegen aangevuld, bosgebieden versterkt en het bekensysteem verder ontwikkeld. Een verbetering van het recreatief netwerk is een kans die verder uitgewerkt wordt in het LOP. Naast de ruimte voor landgoederen en landelijk wonen wordt bijzondere aandacht besteed aan het behoud van het agrarische karakter en de versterking van streekeigen landschapselementen, zoals waterlopen en de EVZ en inpassingen van agrarische erven en ook kleinschalige natuurontwikkeling. Het LOP plaatst het gebied rond de Biesbosserweg binnen de gebiedsvisie van het 'landbouwontwikkelingsgebied in de vallei'. Uitgangspunt is het ontwikkelen van een grofmazig groen raamwerk met forse erfbeplantingen en daarmee ruimte bieden voor de ontwikkelingsperspectieven van agrariërs. Daarnaast wordt gestreefd naar het ruimtelijk en ecologisch ontwikkelen beken en wegen.

Voor intensieve niet-grondgebonden veehouderij wordt gestreefd naar het ontwikkelen van een landschappelijke structuur van kavelgrens- of erfbeplantingen binnen dit raamwerk passend bij het landschap van de jonge broek- en heideontginningen of het kampenlandschap. Afbeelding 7: Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei.

3.2.2. Menukaart Regio Foodvalley Het bestuur van Regio FoodValley heeft op 15 juni 2018 ingestemd met de Menukaart Regio FoodValley. Op 6 november 2018 heeft de gemeenteraad van Renswoude de Menukaart vastgesteld als beleids- en afwegingskader voor initiatieven met betrekking tot extra uitbreiding van (agrarische) bedrijven in het buitengebied in ruil voor maatschappelijke tegenprestaties.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

10

De Menukaart maakt het mogelijk om in de nabije toekomst op basis van lokaal maatwerk ontwikkelingsruimte geeft aan ondernemers in het buitengebied en tegelijk de kwaliteit van de leefomgeving versterkt. De Menukaart heeft als doel economische ontwikkeling te stimuleren en tegelijk de leefomgevingskwaliteit van de Regio FoodValley te behouden en te ontwikkelen. De Menukaart is een werkwijze voor uitbreiding van alle typen bedrijven in het buitengebied van de regio. Om deze ruimte te kunnen benutten voor een uitbreiding wordt van de ondernemer verwacht dat hij/zij maatschappelijke tegenprestaties levert als compensatie voor de uitbreiding. Deze tegenprestaties zijn altijd bovenwettelijk. Voor ruimtelijke ontwikkelingen van niet-agrarische bedrijven is het provinciale functieveranderingsbeleid van toepassing en geldt tevens als maximum. Voor uitbreiding van niet-agrarische bedrijven met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden die niet past in het geldende bestemmingsplan is de Menukaart van toepassing. In dit geval is geen sprake van een uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden en is de Menukaart niet van toepassing.

Overigens wordt door middel van de natuurontwikkeling aan de westzijde van het perceel, waarbij de bewoners worden ingezet voor het onderhoud, wel een bijdrage geleverd aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing van het perceel.

3.3.

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010 Voor de locatie aan de Biesbosserweg vigeert het bestemmingsplan Buitengebied 2010 dat op 5 oktober 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. Op 12 november 2013 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied Renswoude 2010" vastgesteld. Hiermee is het bestemmingsplan uit 2010 op onderdelen aangepast. Voor het voorliggende plangebied is de verbeelding uit 2010 ongewijzigd gebleven. Het perceel heeft daarin de bestemming "Agrarisch" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie – 3". De diverse nevenactiviteiten die in de loop der jaren zijn vergund, zijn door middel van de functieaanduidingen 'bed & breakfast', 'caravanstalling', 'specifieke vorm van horeca – vergaderaccommodatie', 'specifieke vorm van recreatie – camping', 'zorgboerderij' op de verbeelding aangegeven. De activiteiten die genoemd worden in de functieaanduidingen zouden ondergeschikt moeten zijn aan de agrarische activiteiten op uw bedrijf. Aangezien er geen sprake meer is van een (volwaardig) agrarisch bedrijf, passen ook die andere activiteiten niet meer in het bestemmingsplan. Bovendien is de camping groter dan het bestemmingsplan toestaat. Op grond van de planregels mag de camping 25 plaatsen hebben. Op het terrein zijn echter 40 kampeerplaatsen aanwezig, waarvan er 25 worden gebruikt.

Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding "reconstructiewetzone- landbouwontwikkelingsgebied", als bedoeld in artikel 30 van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010". In het landbouwontwikkelingsgebied heeft de landbouw in principe het primaat. Op grond hiervan worden nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven in principe beperkt toegelaten. Voorkomen moet worden dat nevenactiviteiten een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van intensieve veehouderijbedrijven.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

11

In het bestemmingsplan wordt ook de tendens gesignaleerd dat agrariërs hun bedrijfsactiviteiten beëindigen, omdat de bedrijfsvoering onrendabel is, of omdat er geen opvolger is. Voormalige agrarische bedrijfsbebouwing verliest hierdoor haar oorspronkelijke functie. Het beleid is evenals het provinciale beleid- er daarom op gericht om kwaliteitsverbetering te bewerkstelligen. Dit kan door middel van het amoveren van de voormalige bedrijfsgebouwen, waarvoor vervangende woning(en) gebouwd mogen worden, maar ook door het bieden van ruimte voor verbrede landbouw en nieuwe economische dragers (hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen). Afbeelding 8: Fragment verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied 2010.

3.3.2. Inpassingsplan Grebbelinielandschap Het Inpassingsplan Grebbelinielandschap is op 8 december 2014 vastgesteld. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan dat door de provincie wordt vastgesteld. Het doel van dit Inpassingsplan is het borgen van de waarden van de Grebbelinie bij de toepassing van afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden in vigerende bestemmingsplannen. Het inpassingsplan leidt tot de inspanningsverplichting voor gemeenten om bij hun nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de waarden van de Grebbelinie. Bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan moet met de regelingen uit het inpassingsplan rekening worden gehouden. Het inpassingsplan heeft betrekking op het gebied rondom de als rijksmonument aangewezen delen, dat wil zeggen de hoofdverdedigingslijn en de militaire objecten van de Grebbelinie. Deze gebieden liggen ten westen en oosten van de hoofdverdedigingslijn en worden gezien als het Grebbelinielandschap. Het beleid is gericht op de bescherming van de kwaliteiten van de Grebbelinie, met name de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de Grebbelinie.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

12

Door middel van het Inpassingsplan is aan de gronden rondom de Grebbelinie de dubbelbestemming "Waarde - Grebbelinielandschap" toegekend. Dat wil zeggen dat de gronden tevens zijn aangewezen voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden van de Grebbelinie. Deze waarden worden in het Beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage bij de regels van het inpassingsplan is opgenomen, beschreven. Het plangebied behoort tot het deelgebied 'half-open linie'. In de half-open linie staan de openheid en zicht van en naar de linie-elementen centraal. Het gebied wordt gekenmerkt door een verspreide ligging van erven en beplantingen. De ligging van de erven beperkt zich niet alleen tot de kop van het perceel maar zijn vaak ook dieper op het perceel te vinden. Duidelijke structuren die zichtlijnen markeren, zoals houtsingels of bomenrijen, zijn over het algemeen afwezig. Hierdoor is het zicht op de linie-elementen zeer wisselend. Het doel is dan ook het erf een compacte indeling te geven waardoor deze het verlies aan openheid en zicht beperkt. Afbeelding 9: Inpassingsplan Grebbelinielandschap.

In dat Beeldkwaliteitsplan zijn voor de 'half-open linie' de volgende beeldkwaliteitscriteria opgenomen: ▪ algemeen  houd rekening met zichtlijnen richting het linie-element;  behoud de openheid rondom de Grebbelinie en het erf door een compacte erfindeling; ▪ uitbreiding van het erf  plaats het nieuwe gebouw op een wijze zodat het erf een blokvormige, compacte vorm heeft;  plaats het nieuwe gebouw met de kopgevel haaks op het linie-element, indien hiermee een compacte erfvorm te realiseren is;

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

13

onttrek bedrijfsmatige elementen (zoals silo’s en/of sleufplaten) zoveel mogelijk uit het zicht, door een goede positionering tussen gebouwen of door gebruik van transparante tot dichte erfbeplanting; ▪ functieverandering van het erf  plaats het nieuwe gebouw(en) rondom een gemeenschappelijk erf, zodat een compacte erfvorm te realiseren is;  versterk openheid rondom het linie-element door op vrijkomende grond weinig hoog opgaande elementen te plaatsen (zoals bebouwing en beplanting) en nieuwe bebouwing op afstand van de linie te leggen. 

De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de inpassing binnen de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan van het Inpassingsplan Grebbelinie omdat er geen bebouwingsmogelijkheden worden toegevoegd en dat er geen landschappelijke elementen worden verwijderd en/of toegevoegd. 3.3.3. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 De Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 die op 3 juli 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Renswoude loopt vooruit op de totstandkoming van de Omgevingswet. Het doel van de Omgevingsvisie is het creëren van een strategische visie voor de langere termijn voor de hele fysieke leefomgeving van Renswoude, die antwoord geeft op de vraag: Hoe ziet Renswoude er in 2030 uit? In de Omgevingsvisie wordt een aantal belangrijke thema's behandeld. Voor dit bestemmingsplan zijn met name de thema's buitengebied en voorzieningen van belang. Voor het buitengebied wordt geconstateerd dat het prachtige natuurlijke maar ook agrarische buitengebied een van de trekpleisters van de gemeente is. Het is belangrijk dat het buitengebied in balans blijft en dat kansen op het gebied van natuurontwikkeling en vrijkomende agrarische bebouwing worden benut. Daarnaast is het belangrijk dat ook agrariërs de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Alle ontwikkelingen in het buitengebied gaan altijd gepaard met het nodige onderzoek vooraf, het blijft immers maatwerk, waarbij nadrukkelijk aandacht geschonken wordt aan de belangen van agrariërs, landschaps- en natuurwaarden en een gezonde leefomgeving. Het doel is om hiertussen te allen tijde de juiste balans te vinden. Daarnaast heeft het buitengebied ook een belangrijke sociale functie, wij kunnen er namelijk heerlijk recreëren en ontspannen. Deze belangrijke functie moet behouden blijven en mag waar mogelijk de kans krijgen om verder uit te breiden. Dagrecreatie en verblijfsrecreatie krijgen dan ook de ruimte om zich te ontwikkelen maar, zoals reeds gezegd, te allen tijde met respect voor natuurwaarden en zonder de gebruiksmogelijkheden van de landbouw te belemmeren. Meer recreanten betekent dus ook meer draagvlak voor de overige voorzieningen en is dus goed voor de lokale economie. En meer voorzieningen komt weer ten goede aan een prettige woonomgeving, saamhorigheid en de leefbaarheid in het dorp.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

14

De uitbreiding van het aantal kampeerplaatsen past in het streven om Renswoude toeristisch en recreatief beter op de kaart te zetten. Uit de analyse van de milieuaspecten blijkt dit niet ten koste gaat van de gebruiksmogelijkheden in de landbouw.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

15

4.

Milieu- en overige aspecten

4.1.

Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. In het plangebied worden geen nieuwe functies of activiteiten toegevoegd. Het is derhalve niet noodzakelijk de planontwikkeling te toetsen aan het Besluit NIBM. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2016, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (16,2 microgram per m³) en fijn stof (20,7 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (12,0 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Hiermee wordt voldaan aan het principe van een goede ruimtelijke ordening.

4.2.

Geur De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader wat betreft geurhinder uit dierenverblijven van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (=gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt). Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat de gebouwen die worden gebruikt ten behoeve van de zorginstelling De Kleine Weide, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object.. Om te bepalen of er in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de omliggende agrarische bedrijven en om inzicht te krijgen of omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen worden geschaad, is een geurhinderonderzoek 2 uitgevoerd. Geurnormen worden uitgedrukt in odour units (OUE). De door de wet vastgestelde geurnormen zijn 3,0 OUE /m³ meter lucht voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom en 14,0

2

De Roever Omgevingsadvies, Onderzoek geur veehouderijen geurcontouren en geuronderbouwing Biesbosserweg 19 Renswoude Zorginstelling De Kleine Weide, 20180390/C01/RK, Schijndel 5 oktober 2018

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

16

OUE/m³ lucht voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. Gemeenten mogen binnen bepaalde grenzen van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd met een ruimtelijke visie. In deze ruimtelijke visie moet een relatie worden gelegd met de bestaande en toekomstige geurbelasting. Van die mogelijkheid heeft de gemeente Renswoude gebruik gemaakt. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor de gemeente Renswoude in haar Verordening geurhinder en veehouderij Renswoude 2016 een aangepaste geurnorm heeft vastgesteld van 17,0 OUE/m³. Gelet op de geurbelasting en de afstand tot het plangebied zijn de veehouderijen aan de Biesbosserweg 17, 18 en 20 maatgevend voor de individuele geurbeoordeling. Uit het onderzoek blijkt dat geurgevoelige objecten worden gerealiseerd buiten de geurcontour van 17,0 ouE/m³. van de dichtstbijzijnde veehouderij. De exact berekende geurbelasting op het meest noordoostelijke hoekpunt van de maatgevende geurgevoelige ruimte (dagopvang) bedraagt 9,2 OUE/m³. De achtergrondbelasting op dat punt bedraagt 22,6 OUE /m³. Gesteld kan worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van de voorgrondbelasting en dat de achtergrondbelasting maatgevend is voor wat betreft de geurhinder.

Omdat aan de afstandseis van 50 meter wordt voldaan wordt de veehouderij niet in haar belangen geschaad en is een toets omgekeerde werking ten aanzien van de voorgrondbelasting niet noodzakelijk. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. Hieruit blijkt dat het woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting beter is dan het woon- en verblijfsklimaat dat op grond van de geurverordening acceptabel wordt geacht. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.

4.3.

Akoestisch onderzoek Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn woningen geluidgevoelige bestemmingen. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar woningen die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: ▪ woonerven; ▪ 30 km/uur-gebieden. De wooneenheden van de zorgboerderij zijn nieuwe geluidgevoelige functies. Deze wooneenheden zijn achter de hoofdwoning gesitueerd, waarbij de buitengevel onderdeel is van de gevel haaks op de Biesbosserweg. Aangezien voor de Biesbosserweg een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur geldt, is op grond van de Wgh akoestisch onderzoek noodzakelijk. De breedte van de geluidszone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buitenstedelijk). De wegen rondom het plangebied behoren in de zin van de Wet geluidhinder tot het buitenstedelijk gebied en hebben een geluidzone van 250 meter. De wooneenheden liggen in de geluidzone van de Biesbosserweg. Voor de nieuwbouwwoningen (i.c. de wooneenheden) mag de geluidsbelasting van de gevel vanwege de weg, ten hoogste 48 dB bedragen (artikel 82, lid 1 Wgh).

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

17

In de Wet geluidhinder is vastgelegd dat de geluidbelasting op de gevel niet meer mag bedragen dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, danwel een door burgemeester en wethouders vast te stellen hogere grenswaarde. De maximale ontheffing is Lden=53 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder. Afbeelding 10: Akoestisch onderzoek.

Voor de wooneenheden is met behulp van de rekentool van Infomil3 akoestisch onderzoek voor de Biesbosserweg met standaardrekenmethode I uitgevoerd. De verkeersintensiteiten voor deze weg zijn gebaseerd op informatie verstrekt door de gemeente Renswoude. De aangeleverde gegevens zijn afkomstig uit document "Renswoude Buitengebied, bestemmingsplan (bijlagenboek)" (d.d. 05-102010). In dit document zijn verkeersgegevens opgenomen voor de wegen in

3

https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/wet-geluidhinder/wegverkeerslawaai/akoestischrapport/virtuele-map/standaard-0/

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

18

het buitengebied van de gemeente Renswoude. De verkeersintensiteiten betreffen peiljaar 2020, deze zijn opgehoogd met 2% autonome groei (worst case) naar het jaar 2028. Uit een berekening met standaardrekenmethode I blijkt dat de geluidsbelasting op de naar de weg gekeerde gevel van de woning 52,8 dB exclusief en 47,8 dB inclusief aftrek op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt derhalve niet overschreden. De Wet geluidhinder vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van de wooneenheden.

4.4.

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. ▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

19

Afbeelding 11: Fragment risicokaart.

Derhalve is de risicokaart geraadpleegd. Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van industriële activiteiten, transportroutes of buisleidingen die relevant zijn in het kader van het aspect externe veiligheid.

4.5.

Bodemkwaliteit Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht besteed te worden aan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Omdat geen bodemingrepen plaatsvinden is geen bodemonderzoek noodzakelijk.

4.6.

Natuur Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) opgenomen. Het Natura 2000 netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn gese-

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

20

lecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De overkoepelende naam voor deze gebieden is "Natura 2000gebied". Het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied bij de Biesbosserweg is het Meeuwenkampje. De afstand tussen het plangebied en het Meeuwenkampje bedraagt ruim 1,5 kilometer. Het Meeuwenkampje is ongeveer 8 ha groot en bestaat voornamelijk uit blauwgrasland en moeras. De zorg- en recreatieactiviteiten hebben geen gevolgen voor dit natuurgebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het NNN mag aangenomen worden dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN-gebied. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek worden niet nodig geacht. Soortenbescherming Omdat de bebouwing in principe gehandhaafd blijft, is evenmin ecologisch onderzoek nodig om te bepalen of er vogelnesten of verblijfplaatsen van vleermuizen zouden verdwijnen. Conclusie Op grond van de Wet natuurbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.7.

Water Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Op 20 april 2018 is de digitale watertoets doorlopen. Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap beperkt van belang. De motivatie daarvoor is dat plannen zonder (nieuwe) ontwikkelingsmogelijkheden, zoals functiewijzigingen en actualisaties, nauwelijks tot geen effect hebben op de waterhuishouding. Dit betekent dat geen essentieel waterbelangen wordt geraakt en het waterschap op basis daarvan een positief wateradvies geeft.

4.8.

Archeologie In de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: "de veroorzaker betaalt".

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

21

Uit de beschrijving van het nu geldende bestemmingsplan al gebleken dat er rekening mee moet worden gehouden dat de gronden in het plangebied mogelijk archeologische waarden hebben. De archeologische dubbelbestemmingen zijn in het onderhavige bestemmingsplan overgenomen.

4.9.

Vormvrije mer-beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit (tot vaststelling van het bestemmingsplan) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het onderzoek dat is verricht ten behoeve van de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zodat voldaan wordt aan de onderzoeksverplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zijn uitgesloten. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

4.10. Parkeernota Voor de zorgappartementen is er gekeken of er voldoende parkeergelegenheid is voor deze bestemming. Naar aanleiding van de nota parkeernormen 2016 gaan wij uit van de functie Verpleeg- en verzorgingstehuis en daarbij is de norm 0,6. Er worden 6 zorgappartementen gerealiseerd. De totale norm voor de parkeerplaatsen wordt dan 6 x 0,6 = 3,6. Afgerond naar boven is dit 4. Er moeten dus 4 parkeerplaatsen aanwezig zijn voor de zorgappartementen. In bijlage 6 staat de overzichtsplattegrond waar op te zien is dat

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

22

deze parkeerplaatsen er al zijn. 60% van deze parkeerplaatsen moet beschikbaar zijn voor bezoek. Aangezien deze 4 parkeerplaatsen vrij toegankelijk zijn is dit van toepassing.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

23

5.

Juridische planbeschrijving

5.1.

Algemeen Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er voor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te laten sluiten (met inachtneming van de Wro) bij het (geconsolideerde) bestemmingsplan Buitengebied. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De bestemmingen in het voorliggende bestemmingsplan passen binnen de bovengenoemde standaard. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zo veel mogelijk aan bij het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2010" van de gemeente Renswoude. Het digitale bestemmingsplan is de verzameling van geometrisch bepaalde objecten, die is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is langs elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. De digitale bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand met bijbehorende regels. Met de invoering van het digitale bestemmingsplan bestaat de analoge (papieren) verbeelding formeel niet meer en is het digitale bestand bepalend. In verband met het dagelijks gebruik worden nog wel analoge kaarten gebruikt. De analoge verbeelding is getekend op een schaal van 1:1000 en omvat twee kaartbladen.

De verbeelding geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard. Voor het bestemmingsplan is een gedetailleerde plansystematiek toegepast. In de regels is een afwegingskader geformuleerd voor onder meer aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Burgemeester en wethouders hebben voor een aantal ondergeschikte onderdelen de bevoegdheid om bij de omgevingsvergunning af te wijken van het plan.

5.2.

De regels De regels van het plan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. ▪ Hoofdstuk 1. Inleidende regels In artikel 1 van de Inleidende regels zijn de begrippen beschreven. Hiervoor zijn de relevante begrippen overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Alleen voor zover nodig zijn deze afgestemd met het Besluit Omgevingsrecht (Bor). In het Bor wordt een nieuwe term "bijbehorend bouwwerk" geïntroduceerd, waar uitbreidingen van een hoofdgebouw, aan- en uitbouwen en bijgebouwen onder vallen. Onder dit begrip vallen ook overkappingen en andere bouwwer-

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

24

ken met een dak, die door een te geringe stahoogte niet als gebouw aangemerkt kunnen worden. De begrippen aanbouw, uitbouw en bijgebouw zijn gehandhaafd, omdat deze in de juridische praktijk goed bruikbaar zijn. In artikel 2 worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden. ▪ Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels enkelbestemmingen Het grootste deel van plangebied heeft de bestemming "Maatschappelijk" en is bestemd voor een zorginstelling in de vorm van een wonen met zorg (6 woonzorgappartementen) en 2 dagbestedingslocaties. Omdat de overige bestaande activiteiten ten dienste staan van de zorgboerderij, te weten een camping, is deze opgenomen in de bestemmingsplan "Maatschappelijk" en net als in het vigerende bestemmingsplan door middel van aanduidingen op de verbeelding mogelijk gemaakt. Daarnaast is op het perceel één bedrijfswoning toegestaan. Het westelijke deel van het perceel, waarvoor de eigenaar subsidie ontvangt voor natuurbeheer, heeft de bestemming "Natuur". Deze bestemming is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. ▪ Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels dubbelbestemmingen In het kader van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2010 is in opdracht van de gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld. Deze archeologische beleidsadvieskaart is vertaald in de bestemmingsregeling.

Daarvoor zijn in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 drie dubbelbestemmingen opgenomen, waarvan er twee van toepassing zijn op het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan. De dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 3 is gericht op de gebieden met lage verwachtingswaarde. De belangrijkste bescherming die in de dubbelbestemming is opgenomen is dat, voorafgaand aan met name bouw- en graafwerkzaamheden, wordt nagegaan of er sprake is van archeologische waarden. Bij bouwplannen dient dat in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen gedaan te worden. Bij o.a. graafwerkzaamheden is in principe een "Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden" nodig is. Ook hier dient in het kader van de vergunningenprocedure nagegaan te worden of sprake is van archeologische waarden. De archeologische verwachtingswaarde komt tot uitdrukking in de criteria die aangeven wanneer onderzoek nodig is. Voor de bestemming Waarde - Archeologie – 3 ligt de ondergrens bij bodemingrepen vanaf 1.000 m² en 50 cm diepte. ▪ Hoofdstuk 3. Algemene regels In de algemene regels is een dubbeltellingregeling (artikel 6) opgenomen, waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.

De algemene bouwregels in artikel 7 bevatten regels over ondergronds bouwen. Ondergronds bouwen wordt beperkt tot het bouwvlak en 4 meter diepte. Met de bepaling over bestaande maten (lid 7.2) wordt voorkomen dat

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

25

bestaande situaties die afwijken van de maatvoering ingevolge hoofdstuk 2 - onbedoeld - geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht vallen. Artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omvat een verbod om gronden in strijd met hun bestemming te gebruiken. De algemene gebruiksregels in artikel 8 omvatten daarom alleen een verbod om gronden en bouwwerken voor seksinrichtingen te gebruiken. Het gemeentebestuur is van mening dat ter plaatse seksinrichtingen ongewenst zijn vanwege de uitstraling die dit gebruik heeft. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving wordt hierdoor negatief beïnvloed. De algemene afwijkingsregels (artikel 9) hebben betrekking op een aantal ondergeschikte afwijkingen. ▪ Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels De verplichte overgangsregels voor bouwwerken zijn conform het bepaalde in artikel 3.2.2 van het Bro opgenomen in artikel 10 Tenslotte bevat het plan een slotregel (artikel 11).

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

26

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Economische uitvoerbaarheid P.M.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemers zullen omwonenden voorafgaand aan de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan informeren over de voorgenomen planontwikkeling.

6.3.

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt gepubliceerd in de Staatscourant en Heraut en wordt gedurende 6 weken ter visie gelegd. In die periode is een ieder in de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Eventuele zienswijzen worden in deze paragraaf samengevat en beantwoord.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

27

Regels

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

28

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

29 29 33

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Maatschappelijk Natuur Waarde - Archeologie - 3

35 35 38 40

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

43 43 44 46 47

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

48 48 49

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

29

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan "Biesbosserweg 19" met identificatienummer NL.IMRO.0339.BP2018Biesbosser19-0001 van de gemeente Renswoude;

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;

1.3 aan- en uitbouw: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 aan-huis-gebonden beroep: het door de bewoner van de woning, in diens woning, uit te oefenen dienstverlenend beroep, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.8 bedrijf een onderneming gericht op het (bedrijfsmatig) produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen;

1.9 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

1.10 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

30

1.11 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

1.12 bijgebouw: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.13 bijzondere woonvorm een voorziening voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals gehandicapten;

1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;

1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.19 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.20 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.21 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

31

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen vergunningplicht op grond van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht geldt, en voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt en voor zover deze activiteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.22 mantelzorg langdurende zorg die wordt geboden aan ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, door personen uit diens sociale omgeving, waarbij de zorgverlening de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt, op vrijwillige, niet afdwingbare basis en buiten organisatorisch verband;

1.23 opslag opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze een bewerking ondergaan en zonder dat deze verhandeld worden;

1.24 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde verbonden is;

1.25 overkapping: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport;

1.26 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

1.27 peil: a.voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk; b.in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;

1.28 perceelgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;

1.29 seksprostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Biesbosserweg 19

32

1.30 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch- pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.31 voorgevellijn: de lijn gelegen: c.evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een gebouw; d.dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een gebouw;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10850277/1