CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 -Toelichting inrichtingsplan d.d. 13 november 2024

Raadscommissie 25 november 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Commissievoorstel inzake Ontwerp-wijziging omgevingsplan Schalm 32.204 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Renswoude T.a.v. Dhr. D. Heinen Postbus 8 3927 ZL RENSWOUDE Per email: d.heinen@renswoude.nl

Ons kenmerk

: Goor/26529

Inzake

: Schalm 3 te Renswoude

Betreft

: Extra aanvullende toelichting tekening

Lunteren, 13 november ’24

Geachte heer Heinen, Namens cliënt, A.G. van de Goor, Schalm 3 – 3a, te 3927 EH Renswoude, geven wij bij deze zoals door u gevraagd in uw e-mail van 7 november ‘24 opnieuw een extra toelichting.

Wij zien uw terugkoppeling met belangstelling tegemoet. Graag vernemend, VANWESTREENEN BV

A.P. (Adri-Piet) Stam stam@vanwestreenen.nl

Bijlage 1: Opnieuw aangepaste inrichtingstekening

1.

Overweging tot aanpassing bouwblok

De aanpassing van het voormalige agrarische bouwblok op Schalm 3-3a is gebaseerd op onderling overleg met uw gemeente en de daarin door de gemeente gevraagde aanpassingen als ook op de volgende overwegingen: -

Functieverandering van agrarisch naar wonen: Het perceel heeft oorspronkelijk een agrarische bestemming, waarbij de omvang van het bouwblok was afgestemd op de behoeften van een agrarisch bedrijf. Met de beëindiging van de agrarische functie en de functieverandering naar wonen, is de bestaande omvang van het bouwblok overbodig en ongepast geworden. Door het bouwblok op de voorgestelde wijze in te richten, blijft de structuur van het erf overzichtelijk en past deze beter bij de nieuwe woonfunctie. Dit maakt het mogelijk om een erf te creëren dat zowel functioneel als visueel aantrekkelijk is, met een duidelijke zonering tussen het representatieve voorerf en het meer functionele achtererf. Hierdoor wordt het erf als één geheel ervaren, met een duidelijke overgang tussen het woonerf en het omliggende landschap. - Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit: De omvangrijke agrarische bebouwing en het grote bouwblok met vele bestrating (zoals aanvankelijk door MooiSticht was ingetekend) zijn niet passend binnen het open en landschappelijk karakter van de omgeving en de wensen van de eigenaar welke reeds vele jaren actief is in het creëren van natuurlijke wallen en het verwelkomen van meer biodiversiteit op het perceel.

Door de sloop van een aanzienlijk deel van de in zeer slechte staat verkerende agrarische structuren (ten minste 750 m²), waar recent tevens asbest gesaneerd is, wordt er extra ruimtelijke kwaliteit toegevoegd. Daarnaast wordt er in de voorgestelde tekening (in tegenstelling tot de tekening van MooiSticht) meer dan 500m2 bestrating verwijderd. Er blijft voldoende mogelijkheid om te parkeren. - Landschappelijke inpassing en dooradering van het streekeigen karakter: Het aangepaste bouwblok draagt bij aan een betere landschappelijke inpassing van het perceel binnen de Gelderse Vallei. Het aangepaste bouwblok is nu compacter en harmonieuzer ingepast in het landschap, waardoor de zichtlijnen en de openheid van de omgeving worden hersteld en versterkt. Door de nieuwe oriëntatie ontstaat er ruimte voor het planten van meer bomen, planten en bloemen die het erf op een natuurlijke manier verbinden met het omliggende landschap. Dit ondersteunt de landschappelijke dooradering van het perceel en zorgt voor een ecologische versterking van het gebied, waarbij het erf fungeert als een schakel in de lokale biodiversiteit. De nieuwe inrichting zorgt ervoor dat watergangen, beplanting en erfgrenzen op een natuurlijke manier in elkaar overgaan. Omdat de, op dit moment nog bestaande, inrit niet voldoet aan o.a.

de eisen van moderne landbouwmachines, wordt deze verplaatst naar de nieuwe tekening om toegang te verkrijgen tot de achterliggende weilanden. Waterschap Vallei en Veluwe ziet hierin geen bijzonderheden of bezwaar (zie bijlage).

Conclusie Het aanpassen van het voormalige agrarische bouwblok is een weloverwogen ingreep die bijdraagt aan zowel de landschappelijke als de functionele verbetering van het erf Schalm 3-3a. Het creëert een logischer erfstructuur, versterkt belangrijke zichtlijnen, en zorgt voor een betere aansluiting op het omliggende landschap. Deze aanpassing sluit volledig aan op de nieuwe woonfunctie van het perceel en draagt bij aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het perceel binnen de context van de Gelderse Vallei. Dit mede in overleg met de gemeente en volledig in lijn met de in uw e-mail van 15 augustus jl. aangegeven uit te voeren aanpassingen.

2.

Overweging tot specifieke boom- en plantensoorten en de streekeigenheid van deze

De keuze voor specifieke boom- en plantensoorten is gebaseerd op de volgende overwegingen: -

Streekeigen karakter van de Gelderse Vallei Het perceel bevindt zich in het landelijke gebied van de Gelderse Vallei, een regio die zich kenmerkt door een mozaïek van agrarische gronden, houtwallen en watergangen. In dit gebied zijn streekeigen beplantingssoorten essentieel voor het behoud van het historische en landschappelijke karakter. Streekeigen soorten zijn niet alleen ecologisch belangrijk, maar dragen ook bij aan het behoud van de oorspronkelijke vegetatie en het landschapspatroon dat al eeuwenlang het beeld van deze regio bepaalt. De beplantingskeuzes in het plan zijn gebaseerd op het Landschapsontwikkelplan Gelderse Vallei en gaan uit van de wens van de initiatiefnemer tot het creëren van meer biodiversiteit. De geselecteerde soorten, zoals deze te zien zijn in de legenda van de inrichtingstekening, dragen bij aan de versterking van het streekeigen karakter en verbeteren tegelijkertijd de ecologische waarde van het perceel. Dit voortbouwend op het werk van de eigenaar van het perceel om meer diersoorten te verwelkomen; in het afgelopen jaar hebben 68 vogelparen een nest op het perceel gehad.

-

Keuze voor specifieke boom- en plantensoorten A. Juglans regia (Walnoot) De walnoot is een boomsoort die veelvuldig wordt toegepast op traditionele boerenerven in de Gelderse Vallei. Deze boom staat bekend om zijn lange levensduur, het groeien van walnoten, en het geven van schaduw, wat het tot een geliefde soort maakt voor boerenerven. Met zijn imposante kroon draagt de walnoot bij aan de visuele en historische waarde van het erf. De keuze voor drie walnoten past in de traditie van hoogstamboomgaarden, die kenmerkend zijn voor de regio. Hoewel de walnoot van oorsprong niet inheems is, is hij al eeuwenlang ingeburgerd in Nederland en wordt hij vaak als streekeigen beschouwd op het platteland. Daarnaast bevindt zich sinds 35 jaar reeds een walnotenboom op het perceel wiens oogst dankbaar gegeten wordt door de aanwezige wilde inheemse dieren. B. Tilia (Lindeboom) De linde heeft vooral ecologische waarde, als voedselbron voor bijen en andere insecten. Ook is de linde van oudsher een ‘sociale’ boom die vaak werd aangeplant op centrale plekken in dorpen of langs wegen en boerenerven. Vijf lindebomen versterken de structuur van het erf en creëren een groen accent dat zichtbaar is vanuit de omgeving. De linde past goed bij het Utrechtse landschap en is streekeigen voor de Gelderse Vallei. C. Castanea (Kastanje) Kastanjebomen zijn vaak te vinden op oude landgoederen en boerenerven.

Acht kastanjebomen, met hun robuuste karakter, schaduwrijke aanwezigheid, opvallende bloemen in de lente en kastanjes die door dieren worden gegeten, dragen bij aan de rijke variatie van de beplanting en versterken het landelijke karakter van het perceel. Op het perceel bevindt zich eveneens reeds een kastanjeboom met de leeftijd van 17 jaar.

D. Salix alba (Knotwilg) De knotwilg is een iconische boom in het Nederlandse landschap, vooral in waterrijke gebieden zoals ook het Utrechtse deel van de Gelderse Vallei. Rondom het perceel Schalm 3-3a bevinden zich vele knotwilgen. Deze bomen worden traditioneel langs sloten en watergangen geplant om erosie tegen te gaan en ecologische verbindingen te ondersteunen. Knotwilgen bieden bovendien een habitat en schuilplaats voor vele vogelsoorten en insecten. Met drie knotwilgen langs een sloot wordt niet alleen het streekeigen karakter benadrukt, maar ook de biodiversiteit verhoogd. E. Carpinus betulus (Beukenhaag) De beukenhaag is een veelvoorkomende haagsoort in het Nederlandse landschap en wordt vaak toegepast als erfafscheiding. Met zijn dichte structuur en natuurlijke uitstraling is deze haag bijzonder geschikt voor zowel formele als informele beplanting op boerenerven. Beukenhagen zijn goed bestand tegen het Nederlandse klimaat en snoei voor onderhoud en versterken de historische structuur van het erf. Verdere beplanting bestaat uit een mix van inheemse struiken die van nature voorkomen in de Gelderse Vallei, waaronder direct navolgende. Deze soorten dragen bij aan de biodiversiteit en bieden een natuurlijke overgang tussen de grotere bomen en de lagere vegetatie. Ze zijn ook van groot belang voor insecten en vogels. F.

Crataegus (Meidoorn) De meidoorn is een typisch inheemse struik die vaak wordt gebruikt in hagen en houtwallen. Meidoornhagen waren vroeger veel te zien als perceelafscheiding in het agrarische landschap. Deze struik trekt veel vogels aan, met name voor hun nesten, bloeit in het voorjaar met witte bloemen en biedt daarna bessen, wat bijdraagt aan de biodiversiteit maar ook de esthetische waarde van het erf. De meidoorn versterkt het streekeigen karakter en de ecologische waarde van de aanplanting. G. Amelanchier (Krenteboom) De krenteboom is een sierlijke struik die bekend staat om zijn mooie bloesem in het voorjaar. Deze struik past goed in landelijke beplantingen. Hij biedt voedsel voor vogels en insecten, wat bijdraagt aan de ecologische functie van het erf. H. Sorbus aucuparia (Lijsterbes) De lijsterbes komt veel voor in de Nederlandse natuur en wordt vaak aangeplant vanwege zijn opvallende bessen, die veel vogels aantrekken. Deze struik is inheems en past goed in het landschap van de Gelderse Vallei. De rode bessen en witte bloemen maken ook de lijsterbes tot een aantrekkelijke invulling van het beplantingsplan. I. Acer campestre (Veldesdoorn) De veldesdoorn is een kleine, streekeigen boom die vaak wordt gebruikt in hagen en houtwallen. Deze boom is goed bestand tegen wisselende omstandigheden en draagt bij aan de ecologische diversiteit op het erf. J.

Corylus avellana (Hazelaar) De hazelaar is een inheemse struik die veel voorkomt in het Nederlandse cultuurlandschap. Hazelaars worden gewaardeerd om hun ecologische waarde; de hazelaar produceert noten voor met name kleine zoogdieren. De hazelaar past goed in houtwallen en hagen, waar hij zorgt voor een natuurlijke uitstraling en een goede beschutting voor dieren.

K. Viburnum opulus (Gelderse roos) De Gelderse roos is een inheemse struik die typerend is voor het Nederlandse platteland en voorkomt in vochtige, lage gronden in Nederland. Deze struik heeft sierwaarde door zijn kleur en trekt insecten en vogels aan, opnieuw een waardevolle aanvulling op het ecologische netwerk rondom het erf. 3.

Overweging tot behoud soorten en creëren van meer biodiversiteit

I.

Thuja Plicata ‘Gelderland’ (Coniferen)

Op dit moment is reeds een conifirenrij bestaande uit zes coniferen aanwezig op het perceel. Deze coniferen bieden het hele jaar door beschutting en nestgelegenheid voor vogels en kleine zoogdieren. Ze vormen ook een schuilplaats voor insecten in de winter. Door hun dichte, altijd groene bladeren zorgen ze voor een constante structuur in het landschap. II.

Alnus glutinosa (Zwarte elzen) Op dit moment is reeds een rij met zeven zwarte elzen aanwezig op het perceel. Zwarte elzen staan bekend om hun vermogen om stikstof in de bodem te binden, wat de bodemvruchtbaarheid verhoogt. Hun bloemen en zaden trekken vogels, insecten en vlinders aan. De elzen kunnen ook natte grond verdragen, wat bijdraagt aan variatie in de vegetatie en daarmee meer biodiversiteit aantrekt.

III.

Hoogstamboomgaard Fruitbomen trekken insecten aan, zoals bijen en vlinders, die essentieel zijn voor bestuiving. Ze leveren voedsel voor vogels en zoogdieren en bevorderen daarmee de biodiversiteit in het gebied. De hoogstamstructuur biedt extra mogelijkheden voor vogels om te nestelen en voor insecten om zich in schors of takken te verschuilen. Op dit moment staan er reeds een perenboom, twee appelbomen, een kersenboom en een pruimenboom op het perceel.

IV.

Mini-poel en bloemenweide Een mini-poel is essentieel voor amfibieën zoals kikkers, salamanders, en libellen. De bloemenweide trekt insecten aan, waaronder bestuivers zoals bijen en vlinders. Het geheel bevordert een gezonde ecologische kringloop door verschillende levensfasen en habitats voor water- en landdieren aan te bieden.

V.

Wildebloemenlint met o.a. lavendel (Lavandula) en vlinderstruiken (buddleja davidii) Wilde bloemen trekken veel bestuivers aan, zoals vlinders, bijen en andere insecten. Lavendel en vlinderstruiken zijn geliefd bij vlinders en zorgen voor voedsel. Dit verhoogt de diversiteit van insecten in het gebied, wat op zijn beurt vogels en andere dieren aantrekt.

VI.

Moestuin, kruidentuin en composthoop De moestuin en kruidentuin trekken bestuivers aan, bevorderen een variatie aan insecten en leveren voedsel voor zowel mens als dier. De composthoop biedt onderdak aan insecten, kleine zoogdieren, en draagt bij aan bodemverbetering. Composteren sluit de kringloop door organisch afval om te zetten in vruchtbare aarde, wat de gezondheid van alle plantensoorten bevordert.

VII.

Houtwal van dode houtstapel met takkenrillen Een houtwal biedt beschutting en overwinteringsplekken voor insecten, amfibieën en kleine zoogdieren. Het is een natuurlijke habitat voor verschillende schimmels, mossen en kevers die organisch materiaal afbreken en zo bijdragen aan een gezonde bodem. Op dit moment is er reeds een houtwal van dode takken aanwezig.

VIII.

Vakken met inheemse planten Inheemse planten zijn aangepast aan de lokale bodem en klimaat, waardoor ze robuuster zijn en weinig onderhoud vragen. Ze ondersteunen de lokale fauna, omdat inheemse insecten en dieren deze planten als voedsel en habitat herkennen en gebruiken. Dit zorgt voor een sterker, veerkrachtig ecosysteem dat de biodiversiteit ondersteunt en bevordert.

Conclusie De keuze voor de beplanting bij Schalm 3 is zorgvuldig afgestemd op de historische en landschappelijke context van het Utrechtse deel van de Gelderse Vallei en de persoonlijke wens van de eigenaar tot meer biodiversiteit. Alle toegepaste soorten zijn streekeigen en dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit en het natuurlijke karakter van de omgeving. Door het gebruik van inheemse bomen, struiken en hagen wordt het erf op een harmonieuze manier geïntegreerd in het landschap, terwijl de biodiversiteit wordt verhoogd. Dit ontwerp sluit naadloos aan op de richtlijnen van de gemeente en de provincie voor een verantwoorde landschappelijke inpassing.

Bijlage: Reactie Waterschap op nieuwe inrit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16167467/1