Bijlage 4 Stikstofrapportage
Tekst van het document
Toelichting op aanvraag om omgevingsvergunning Natura2000- activiteit ten behoeve van het beëindigen van de vleeskalverhouderij en het verkrijgen van een opvolgfunctie aan de Dashorsterweg 2 te Renswoude
Initiatiefnemer:
Mandersloot Mesterijen V.O.F.
Initiatieflocatie:
Dashorsterweg 2 3927 CN RENSWOUDE
Datum:
16 september 2025
Rapportage:
Definitief, versie 1
Kenmerk:
CdR – 14584 – gedeeltelijke intrekking Natura2000 activiteit
INHOUDSOPGAVE Rapportage beoordeling stikstofeffecten voor de realisatie van de nieuwe bebouwing aan de Dashorsterweg 2 te Renswoude. 1.
ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER ............................................................................................. 3
2.
INLEIDING ............................................................................................................................................ 6
3.
LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN .................................................................... 7
4.
TOEGEPASTE METHODE ....................................................................................................................... 7
5.
REFERENTIESITUATIE PROJECTLOCATIE ................................................................................................ 8 5.1. 5.2. 5.3.
6.
NATUURTOESTEMMING (NBW) ...................................................................................................................... 8 VOORWAARDEN LBV+ REGELING ................................................................................................................... 8 MAXIMAAL IN TE ZETTEN REFERENTIE VOLGENS VOORWAARDEN LBV-PLUS............................................................. 9 SLOOPFASE ........................................................................................................................................ 10
6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 7.
OMSCHRIJVING ......................................................................................................................................... 10 VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................................................. 10 BOUWVERKEER - EXTERNE VERVOERSBEWEGINGEN + MANOEUVREREN OP ERF ...................................................... 10 BOUWVERKEER: INTERNE VERVOERSBEWEGINGEN + STATIONAIR DRAAIEN ............................................................ 11 BOUWVERKEER- KOUDE START:.................................................................................................................... 12 REALISATIEFASE ................................................................................................................................. 13
7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 8.
BEOOGDE SITUATIE .................................................................................................................................... 13 VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................................................. 13 EXTERNE VERVOERSBEWEGINGEN, MANOEUVREREN EN STATIONAIR DRAAIEN WEGVOERTUIGEN OP TERREIN ............... 13 KOUDE STARTS:......................................................................................................................................... 14 INTERNE VERVOERSBEWEGINGEN .................................................................................................................. 15 GEWENSTE BEDRIJFSOPZET ................................................................................................................ 16
8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.5. 8.6.
BEOOGDE SITUATIE .................................................................................................................................... 16 VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................................................. 16 EXTERNE VERVOERSBEWEGINGEN, MANOEUVREREN EN STATIONAIR DRAAIEN WEGVOERTUIGEN OP TERREIN ............... 17 INTERNE VERVOERSBEWEGINGEN .................................................................................................................. 17 KOUDE STARTS .......................................................................................................................................... 18 BEDRIJFSWONING ...................................................................................................................................... 18
9.
BENODIGDE HOEVEELHEID N-RECHTEN .............................................................................................. 19
10.
UITKOMST AERIUS VERSCHILBEREKENING: REFERENTIE – SLOOP/REALISATIE/GEBRUIKSFASE .......... 20
11.
RESULTATEN AERIUS BEREKENINGEN ................................................................................................. 21
11.1. 11.2. 11.3. 11.4.
SLOOPFASE .......................................................................................................................................... 21 REALISATIEFASE .................................................................................................................................... 21 GEWENSTE BEDRIJFSOPZET ...................................................................................................................... 21 VERSCHILBEREKENING REFERENTIESITUATIE – SLOOPFASE/REALISATIEFASE/GEBRUIKSFASE ................................... 21
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 2
1.
ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER
Initiatiefnemer:
Mandersloot Mesterijen V.O.F. Dashorsterweg 2 3927 CN RENSWOUDE
Initiatieflocatie:
Dashorsterweg 2 3927 CN RENSWOUDE
Kadastraal: Activiteit: KvK:
Gemeente Renswoude, sectie G, nummer 1318, 1319, 458, 301 en 812 Realisatie en ingebruikname van de nieuwe bebouwing 32164100 // 000003205959
Adviseur:
VanWestreenen B.V. te Lunteren Scherpenzeelseweg 11 6741 LX LUNTEREN Tel.: 0342-474255 Mail: omgevingsloket@vanwestreenen.nl
Contact:
de heer J.G.P. van Schaik Tel.: 06-21214136 E: schaik@vanwestreenen.nl
Auteur:
de heer C.E.J. de Ruiter Tel.: 06-82099016 E: ruiter@vanwestreenen.nl
Rapportage:
Definitief, versie 1 16 september 2025
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 3
Een luchtfoto en topografische kaart met daarop de ligging van de locatie is in navolgende figuren weergegeven.
Figuur 1 Luchtfoto perceel Dashorsterweg 2 te Renswoude (bron: Street Smart)
Figuur 2 ligging Dashorsterweg 2 te Renswoude (bron: Street Smart)
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 4
Figuur 3 Topografische ligging Dashorsterweg 2 te Renswoude (bron: Street Smart)
Figuur 4 beoogde/gewenste situatie Dashorsterweg 2 te Renswoude (bron: Van Westreenen)
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 5
2.
INLEIDING
Aanvrager exploiteerde tot kort geleden een vleeskalverenhouderij op het perceel dat bekend is als Dashorsterweg 2 te Renswoude (voor kadastrale nummers: zie pagina 3 van deze toelichting). Cliënt heeft een aanvraag voor de subsidie voor de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (verder LBV+) ingediend. Over deze aanvraag heeft hij de beslissing ontvangen van de Minister. Cliënt heeft besloten om daadwerkelijk deel te nemen aan de LBV+ en heeft daarom de overeenkomst met de Staat ondertekend en verzonden. Na afbraak van de vleeskalverenstal zal er een hal/gebouw worden gerealiseerd t.b.v. het transportbedrijf en de bedrijfsbestemming.
Afbeelding, beoogde bouwlocatie Dashorsterweg 2 (Bron: VanWestreenen)
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 6
3.
LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN
Afbeelding, ligging beoogde locatie t.o.v. N2000 gebieden (Bron: AERIUS Calculator).
De betreffende locatie is gelegen aan de Dashorsterweg 2 te Renswoude, op een afstand van circa 8.297 meter van het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied, betreffende ‘Veluwe’. Overige Natura 2000-gebieden in de verdere omgeving betreffen onder andere ‘Binnenveld’. Gelet op de forse afstand tot het eerste beschermde Natura 2000-gebied (circa 8.297 meter) is reëel te veronderstellen dat uitsluitend het aspect stikstof relevant is. Er zal geen sprake zijn van overige effecten. Activiteiten met betrekking tot geluid, trillingen, licht, enzovoorts, hebben een verwaarloosbare invloed op het Natura 2000-gebied.
4.
TOEGEPASTE METHODE
De stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden is berekend met het programma AERIUS® Calculator. Hierbij is de meest recente versie gebruikt, daterend van 24 april 2025. AERIUS Calculator dient gebruikt te worden om de stikstofdepositie van een bouwplan of project te bepalen op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Het toepassingsbereik van het programma erkend het gebruik van het programma voor onderhavige situatie. De AERIUSberekeningen kunnen als worst case-situaties beschouwd worden. De ingevoerde emissies zijn namelijk ruim aangehouden en zullen in de praktijk derhalve naar verwachting lager uitvallen.
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 7
5.
REFERENTIESITUATIE PROJECTLOCATIE
5.1.
Natuurtoestemming (Nbw)
Voor het bedrijf aan de Dashorsterweg 2 te Renswoude is op 25 juni 2015 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 met kenmerk 2014-017436 verleend voor de dierbezetting uit navolgende tabel. Tabel: Vigerende natuurtoestemming, 25 juni 2015
Vigerende vergunning: 25-6-2015 Stalsysteem Diercategorie
Aantal dieren
HA code
vleeskalveren tot 8 mnd
1508
HA3.100
Omschrijving
Kg NH3 totaal
overige huisvestingssystemen
3,5
5278
Totaal:
5278
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r conform bi jl a ge V en VI bi j de Omgevi ngs regel i ng ** geuremi s s i efa ctor i n odour uni ts per s econde per di er conform bi jl a ge V en VI bi j de Omgevi ngs regel i ng *** fi jn s tofemi s s i e (g PM10/di er/ja a r) conform bi jl a ge V en VI bi j de Omgevi ngs regel i ng
5.2.
Ammoniakemissie Kg NH3 per dierplaats*
Geuremissie
Fijnstofemissie
Fijnstof g OUe per PM10/ dierOUe totaal dier/jaar** plaats** * 35,6
53684,8
33
53684,8
Fijnstof totaal
49764 49764
Voorwaarden LBV+ regeling
Bij deelname aan de LBV of LBV-plus mag de stikstofemissie van de beoogde herbestemming niet meer bedragen dan 15% van de stikstofemissie waarvoor voorheen toestemming was verleend1. In de bijbehorende toelichting wordt bovenstaande als volgt beschreven: “Subsidieontvangers kunnen na de beëindiging van hun veehouderijactiviteiten op de locatie andere dan veehouderijactiviteiten (gaan) verrichten. Die mogelijkheid is van belang om betrokkenen voldoende perspectief te bieden. Tegelijkertijd moet ook voor die situatie worden geborgd dat die activiteiten niet wezenlijke stikstofemissie en -depositie op overbelaste Natura 2000-natuur veroorzaken. In verband hiermee is voorzien dat het bevoegd gezag voor die activiteiten een besluit neemt waarin de maximale stikstofemissie als gevolg van die vervolgactiviteiten wordt bepaald, met een maximum van 15 % van de oorspronkelijk toegestane emissie. Dit besluit strekt er niet alleen toe te borgen dat de emissie door de vervolgactiviteiten beperkt blijft maar ook om betrokkenen zekerheid te verschaffen dat zij na de sluiting andere dan veehouderijactiviteiten op de locatie kunnen (gaan) verrichten mits de emissie daarvan ten hoogste 15% van de oorspronkelijk toegestane emissie bedraagt.”
1
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting artikel 5, lid 1, sub f, waarbij rekening wordt gehouden met de
laatste alinea van dit artikel.
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 8
5.3.
Maximaal in te zetten referentie volgens voorwaarden LBV -plus
In de Natuurvergunning van 25 juni 2015 is een vleeskalverenhouderij toegestaan waarbij uit het houden van dieren de emissie van 5.278 kg ammoniak per jaar is vergund. Impliciet zijn tevens overige stikstofbronnen die samenhangen met het exploiteren van een vleeskalverhouderij vergund zoals vervoersbewegingen voor aan- en afvoer van producten, intern transport en het gebruik van een verwarmingsbron. Gelet op de uitgangspositie van onderhavig project en onze praktijkervaring met het uitvoeren van stikstofberekeningen laten we de overige stikstofbronnen uit de referentie buiten beschouwing. Bij die benaderingswijze mag de opvolgfunctie niet meer dan (5.278 * 0,15=) 791,7 kg ammoniak emitteren. Stikstofemissie komt voor in een tweetal vormen, namelijk ammoniak en stikstofoxide. De emissie van ammoniak en stikstofoxiden kan in kilo’s niet vergeleken worden met elkaar. Beide leiden tot stikstofdepositie, echter kilo’s ammoniak hebben namelijk een groter effect dan kilo’s stikstofoxiden. In de beoogde opvolgfunctie is voornamelijk sprake van de emissie van stikstofoxiden. Het is veilig om de depositie volgend uit de emissie van 791,7 kg ammoniak als maximum te beschouwen. Stalsysteem Diercategorie
Aantal dieren
HA code
vleeskalveren tot 8 mnd
226
HA3.100
Ammoniakemissie
Omschrijving
Kg NH3 per dierplaats*
Kg NH3 totaal
overige huisvestingssystemen
3,5
791
Totaal:
791
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r conform bi jl a ge V en VI bi j de Omgevi ngs regel i ng ** geuremi s s i efa ctor i n odour uni ts per s econde per di er conform bi jl a ge V en VI bi j de Omgevi ngs regel i ng *** fi jn s tofemi s s i e (g PM10/di er/ja a r) conform bi jl a ge V en VI bi j de Omgevi ngs regel i ng
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 9
Geuremissie
Fijnstofemissie
Fijnstof g OUe per PM10/ dierOUe totaal dier/jaar** plaats** * 35,6
8045,6 8045,6
33
Fijnstof totaal
7458 7458
6.
SLOOPFASE
6.1.
Omschrijving
In de sloopfase worden de opstallen voor het vee gesloopt. Gedurende de sloopfase is er sprake van een tijdelijke toename in het aantal vervoersbewegingen. Immers, er worden sloopafval afgevoerd en er zijn extra vervoersbewegingen door de bestelbussen/auto’s van bouwvakkers. De agrarische bedrijfsvoering met betrekking tot de veehouderijactiviteiten is op het moment van slopen al gestopt. Omdat alle dieren afgevoerd moeten worden voor controle en na deze controle mag pas gesloopt worden. 6.2.
Vervoersbewegingen
Naast stalemissies zijn ook vervoersbewegingen opgenomen in de AERIUS-calculatie. Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator dienen de betreffende emissies uitgesplitst te worden in vier categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto met veevoeders (bulkauto): I: II: III: IV:
Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Bulkauto rijdt naar het erf) Manoeuvreren op erf (Bulkauto rijdt op het erf naar de juiste voersilo) Stationair draaien wegvoertuig (Bulkauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Bulkauto is silo aan het vullen en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.)
Alle overige mobiele werktuigen (o.a. landbouwtractoren, laadschoppen/shovels, etc.) welke op het erf gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 6.3.
Bouwverkeer - Externe vervoersbewegingen + manoeuvreren op erf
Ten aanzien van de vervoersbewegingen geldt dat één voertuig gelijk staat aan twee vervoersbewegingen, er is immers sprake van een heenrit en een terugrit. Op basis van gegevens van vergelijkbare bedrijven is een reële inschatting gemaakt van de vervoersbewegingen in de sloopfase. In navolgende tabel zijn de externe vervoersbewegingen verband houdende met de sloopfase weergegeven. Deze zijn uitgesplist naar type transport. Deze zijn als volgt ingevoerd: Externe vervoersbewegingen · sloopfase Emissie stationair draaien
Bewegingen per jaar
Draaitijd stationair (u/j)
Emissiefactoren stationair
Type
NOx (g/u)
NH3 (g/u)
NOx (kg/j)
NH3 (kg/j)
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
6000
250
4,24
0,17
1,06
0,04
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
0
0
64,65
0,71
0,00
0,00
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
674
112
92,49
0,90
10,36
0,10
Totaal:
11,42
0,14
Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting. Stationaire tijd: licht verkeer: 5 minuten per voertuig; zwaar verkeer: 20 minuten per voertuig
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 10
Sloopfase • Afvoer bouw en sloopafval • Afvoer grove puin • Afvoer overig
: : :
25 vrachtwagens 100 vrachtwagens 25 vrachtwagens
Verharding • Aanvoer puin • Aanvoer zand • Aanvoer verharding
: : :
55 vrachtwagens 8 vrachtwagens 24 vrachtwagens
Overig • Aan en afvoer grond • Afvoer overig • Aanvoer overig • Lichtverkeer
: : : :
45 vrachtwagens 35 vrachtwagens 20 vrachtwagens 3000 auto’s
Het bedrijf is gesitueerd in een druk landelijk gebied aan een erftoegangsweg. Deze weg komt in beide richtingen na enkele kilometers uit op gebiedsontsluitingswegen. Naar verwachting is de verkeersintensiteit in beide richtingen gelijkwaardig aan elkaar, derhalve is het verkeer gemodelleerd middels de verdeelsleutel van 50% linksaf en 50% rechtsaf. 6.4.
Bouwverkeer: Interne vervoersbewegingen + stationair draaien
Naast de transportbewegingen naar de locatie toe, zullen er ook mobiele werktuigen op de locatie zelf in gebruik zijn. Verder zullen er vrachtwagens laden en lossen op de bouwplaats (b.v. machines en sloopafval). De inzet van de mobiele werktuigen alsmede de verkeersbewegingen van het bouwverkeer zijn berekend conform navolgende waarden. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat zowel de verhardingswerkzaamheden als de sloopfase gelijktijdig zal plaatsvinden. Dit betreft uiteraard een worstcasescenario daar sloop en verhardingswerkzaamheden elkaar zullen opvolgen. Echter, gelet op mogelijke overlap van grondwerkzaamheden, zijn beide activiteiten gezamenlijk meegenomen in de berekening. Navolgend zijn de emissies van de betreffende voer- en werktuigen weergegeven: Interne vervoersbewegingen, sloopfase Werktuig
Totale emissie per jaar (in kg): Brandstof
STAGEklasse
AUBtype
Draaitijd totaal (u/j)
Brandstofverbruik (l/j)
AdBlue verbruik (l/jaar)
322,76
4,75
NOx-emissie (kg/j)
NH3-emissie (kg/j)
graafmachine 100 kW, bouwjaar 2015
Diesel
Stage-IV
D
1000
10040
602,00
59,40
2,41
hijskranen 200 kW, bouwjaar 2014
Diesel
Stage-IV
D
200
3908
234,00
22,32
0,94
laadschoppen op banden 30 kW, bouwjaar 2007
Diesel
Stage-IIIA
X
500
1695
n.v.t.
53,35
0,01
laadschoppen op banden 70 kW, bouwjaar 2015
Diesel
Stage-IV
D
60
431
26,00
2,56
0,10
vrachtauto's 200 kW, bouwjaar 2019
Diesel
Stage-V
ZUT
100
1954
n.v.t.
20,00
0,15
mobiele kranen 125 kW, bouwjaar 2020
Diesel
Stage-V
MUT
200
2483
n.v.t.
24,00
0,18
hoogwerker 20 kW, bouwjaar 2007
Diesel
Stage-IIIA
X
1500
3660
n.v.t.
117,30
0,03
hoogwerker 60 kW, bouwjaar 2015
Diesel
Stage-IV
D
500
3120
187,00
19,44
0,75
betonstorter 200 kW, bouwjaar 2014
Diesel
Stage-IV
D
40
782
47,00
4,39
0,19
Totaal:
4100
28073
1096,0
322,76
4,75
Tabel berekend m.b.v. de AUB-methode, conform de AERIUS factsheet m.b.t. de emissie van mobiele werktuigen. Zie ook: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klassecategorieën/
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 11
6.5.
Bouwverkeer- Koude start:
Sinds de AERIUS release van 1 oktober 2024 zijn er voor de koude start van wegverkeer aparte emissiefactoren opgenomen. In voorgaande modellen was de koude start opgenomen in het stationair draaien van het wegverkeer. In nieuwe versie van AERIUS is voor een voertuig dat 2 uur of langer stil heeft gestaan een andere emissiefactor van toepassing dan de normale emissiefactor voor stationair draaien van wegverkeer, namelijk de emissiefactor door koude start. Voor koude start is er onderscheid gemaakt tussen ‘parkeergarage’ en ‘overige koude start bronnen’. In de onderstaande situatie is geen sprake van een parkeergarage waardoor wordt aangesloten bij de categorie ‘overige koude start bronnen’. Op grond van de gegevens met betrekking tot externe vervoersbewegingen in paragraaf 6.3 is een inschatting gemaakt van het totale aantal koude starts per voertuigtype. Voor het voertuigtype ‘zwaar wegverkeer’ is als worst case scenario voor 25% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Met betrekking tot het voertuigtype "middelzwaar wegverkeer' & ‘licht wegverkeer’ is als worst case scenario voor 50% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Bovenstaande resulteert in het navolgende aantal koude starts
Koude Start sloopfase Aantal Koude starts (KS)/j
Type
emissiefactor/KS
emissie KS
Nox (g/KS)
NH3 (g/KS)
1500
0,27
0,04
0,41
0,07
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
0
18,77
0,21
0,00
0,00
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
84
23,83
0,29
2,00
0,02
Totaal
2,41
0,09
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 12
NOx (kg/jr) NH3 (kg/j)
7.
REALISATIEFASE
7.1.
Beoogde situatie
Zie hoofdstuk 8.1. 7.2.
Vervoersbewegingen
Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vier categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV:
Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plaats waar lading gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.)
Alle overige mobiele werktuigen (o.a. minikraan, trilplaat/stamper etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 7.3.
Externe vervoersbewegingen, manoeuvreren en stationair draaien wegvoertuigen op terrein
Ten aanzien van de externe vervoersbewegingen geldt dat één voertuig gelijk staat aan twee bewegingen, er is namelijk telkens een heenrit en een terugrit. In navolgende tabel zijn de externe vervoersbewegingen verband houdende met de realisatiefase weergegeven. Deze zijn uitgesplist naar type transport. Licht wegverkeer (1000 bewegingen): • 700 bewegingen voor dagelijkse werkverplaatsingen van personeel. • 300 bewegingen voor kleine leveringen en gereedschapstransport. Middelzwaar wegverkeer (200 bewegingen): • 200 bewegingen voor transport van materiaal en halffabricaten die niet met licht verkeer kunnen worden vervoerd. Zwaar wegverkeer (600 bewegingen): • 150 bewegingen voor aanvoer en inzet van groot materieel (kranen, shovels). • 300 bewegingen voor afvoer van sloopmateriaal en puin. • 150 bewegingen voor transport van verhardingsmateriaal en stabilisatielagen.
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 13
Externe vervoersbewegingen · realisatiefase Type
Bewegingen per jaar
Draaitijd stationair (u/j)
Emissiefactoren stationair
Emissie stationair draaien
NOx (g/u)
NH3 (g/u)
NOx (kg/j)
NH3 (kg/j)
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
1000
42
4,74
0,17
0,20
0,01
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
200
8
68,11
0,70
0,54
0,01
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
600
100
90,84
0,97
9,08
0,10
Totaal:
9,83
0,11
Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting. Stationaire tijd: licht verkeer: 5 minuten per voertuig; zwaar verkeer: 20 minuten per voertuig
De locatie is gesitueerd aan een erftoegangsweg. Naar verwachting zal 50% van het verkeer linksaf slaan, en 50% rechtsaf. Het verkeer is dan ook middels deze verdeelsleutel gemodelleerd. 7.4.
Koude starts:
Sinds de AERIUS release van 1 oktober 2024 zijn er voor de koude start van wegverkeer aparte emissiefactoren opgenomen. In voorgaande modellen was de koude start opgenomen in het stationair draaien van het wegverkeer. In nieuwe versie van AERIUS is voor een voertuig dat 2 uur of langer stil heeft gestaan een andere emissiefactor van toepassing dan de normale emissiefactor voor stationair draaien van wegverkeer, namelijk de emissiefactor door koude start. Voor koude start is er onderscheid gemaakt tussen ‘parkeergarage’ en ‘overige koude start bronnen’. In de onderstaande situatie is geen sprake van een parkeergarage waardoor wordt aangesloten bij de categorie ‘overige koude start bronnen’. Op grond van de gegevens met betrekking tot externe vervoersbewegingen in paragraaf 7.2 is een inschatting gemaakt van het totale aantal koude starts per voertuigtype. Voor het voertuigtype ‘zwaar wegverkeer’ is als worst case scenario 500 (50%) koude starts van het aantal voertuigen binnen deze categorie opgenomen. Met betrekking tot het voertuigtype "middelzwaar wegverkeer' & ‘licht wegverkeer’ is als worst case scenario voor 50% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Bovenstaande resulteert in het navolgende aantal koude starts
Koude Start realisatiefase Aantal Koude starts (KS)/j
Type
emissiefactor/KS Nox (g/KS)
NH3 (g/KS)
emissie KS NOx (kg/jr) NH3 (kg/j)
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
500
0,28
0,05
0,14
0,02
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
100
19,34
0,20
1,93
0,02
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
300
24,87
0,29
7,46
0,09
Totaal
9,53
0,13
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 14
7.5.
Interne vervoersbewegingen
Naast de transportbewegingen naar de bouwplaats toe, zullen er ook mobiele werktuigen op de locatie zelf in gebruik zijn. Verder zullen er vrachtwagens laden en lossen op de bouwplaats (b.v. bouwmaterialen en bouwafval). De inzet van de mobiele werktuigen alsmede de verkeersbewegingen van het bouwverkeer zijn berekend conform navolgende waarden: Interne vervoersbewegingen, realisatiefase
Totale emissie per jaar (in kg): AdBlue verbruik
35,54
0,82
NOx-emissie (kg/j)
NH3-emissie (kg/j)
Brandstof
STAGEklasse
AUBtype
Draaitijd totaal (u/j)
Brandstofverbruik (l/j)
graafmachine 60 kW, bouwjaar 2015
Diesel
Stage-IV
D
126
786
47,00
4,95
0,19
landbouwtrekker 70 kW, bouwjaar 2015
Diesel
Stage-IV
D
140
1007
60,00
6,33
0,24
betonstorter 200 kW, bouwjaar 2011
Diesel
Stage-IIIB
B
45
879
n.v.t.
13,41
0,01
hijskranen 200 kW, bouwjaar 2014
Diesel
Stage-IV
D
45
879
53,00
4,85
0,21
verreiker 100 kW, bouwjaar 2015
Diesel
Stage-IV
D
65
653
39,00
3,93
0,16
Benzine (2-Takt)
n.v.t.
E
25
37
n.v.t.
0,15
0,00
Diesel
Stage-IV
MUT
16
161
n.v.t.
1,92
0,01
Totaal:
462
4402
199,0
35,54
0,82
Werktuig
trilplaten/stamper 10 kW, bouwjaar 2008 vrachtauto's 100 kW, bouwjaar 2015
Tabel berekend m.b.v. de AUB-methode, conform de AERIUS factsheet m.b.t. de emissie van mobiele werktuigen. Zie ook: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klassecategorieën/
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 15
(l/jaar)
8.
GEWENSTE BEDRIJFSOPZET
8.1.
Beoogde situatie
In de beoogde bedrijfsopzet is cliënt is voornemens de agrarische bedrijfsactiviteiten op locatie te beëindigen en deze plaats te laten maken voor een niet-agrarische bedrijfsactiviteit. Het agrarische bouwvlak wordt in de beoogde situatie omgezet een bedrijfsbestemming, zodat initiatiefnemer het volwaardige transportbedrijf op de locatie kan voorzien van de hoognodige bedrijfsbebouwing. In de huidige situatie is er al voor een gedeelte van de gronden een bedrijfsbestemming toegekend. Hier is echter geen bebouwing toegestaan. Vanuit de NVWA worden er steeds strengere eisen gesteld aan het wassen en reinigen van de vrachtwagen en kratten die in aanraking komen met pluimvee. Mantrans BV heeft hier een vergunning voor zodat het eigen materiaal gereinigd en ontsmet kan worden. In het geval van dierziektes is Mantrans BV één van de aangewezen wasplaatsen die transportmateriaal vergund mag reinigen en ontsmetten. De huidige regelgeving verplicht wel om dit binnen in een afgesloten hal te doen. De totale oppervlakte aan gebouwen bedraagt in de gewenste situatie 1.300 m2. Dit betreft een toename van 1.118 m2. Deze vierkante meters zullen compact worden teruggebouwd in één bedrijfsgebouw. Hierbij zal het voorste gedeelte van het bedrijfsgebouw blijven staan ten behoeve van een kantoor.
De nieuwe hal zal ingezet worden voor opslag van kratten, shovels met bijbehorende opzetstukken, washal, etc. . Het bedrijfserf wordt in de beoogde situatie verkleind en compacter. Daarnaast wordt het erf landschappelijk ingepast in haar omgeving. In de navolgende verbeeldingen is een tekening van de gewenste situatie weergegeven. Middels deze aanvraag om vergunning op grond van artikel 5.1, lid 1, sub e van de Omgevingswet wordt verzocht om deze activiteiten adequaat vast te leggen. 8.2.
Vervoersbewegingen
Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vier categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV:
Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plek waar vracht gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.)
Alle overige mobiele werktuigen (o.a. heftrucks, gazonmaaier, etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen.
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 16
8.3.
Externe vervoersbewegingen, manoeuvreren en stationair draaien wegvoertuigen op terrein
Om de verkeersgeneratie van de bedrijfsactiviteit met voornoemde uitgangspunten in de gebruiksfase inzichtelijk te maken, is een inschatting gemaakt met welke verkeersbewegingen er van en naar het bedrijf gaan. In de aangevraagde situatie zijn de vervoersbewegingen eveneens ingevoerd vanaf het bedrijf tot de plaats waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Op basis de actuele cijfers/inschattingen van de ondernemer zijn de vervoersbewegingen ingeschat, zie onderstaande figuren; De totale vervoersbewegingen in de beoogde situatie betreffen derhalve, worst case, als volgt: Externe vervoersbewegingen · beoogde situatie Emissie stationair draaien
Bewegingen per etmaal
Draaitijd stationair (u/j)
Emissiefactoren stationair
Type
NOx (g/u)
NH3 (g/u)
NOx (kg/j)
NH3 (kg/j)
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
20
304
4,24
0,17
1,29
0,05
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
6
91
64,65
0,71
5,88
0,06
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
10
608
92,49
0,90
56,23
0,55
Totaal:
63,40
0,66
Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting. Stationaire tijd: licht verkeer: 5 minuten per voertuig; zwaar verkeer: 20 minuten per voertuig
De locatie is gesitueerd aan een erftoegangsweg. Naar verwachting zal 50% van het verkeer linksaf slaan, en 50% rechtsaf. Het verkeer is dan ook middels deze verdeelsleutel gemodelleerd. 8.4.
Interne vervoersbewegingen
Naast externe vervoersbewegingen, is in de beoogde situatie sprake van een kleine hoeveelheid relevante interne vervoersbewegingen. Dit betreft bijvoorbeeld de volgende machines. Interne vervoersbewegingen, beoogde situatie Werktuig
Brandstof
Totale emissie per jaar (in kg): STAGEklasse
AUBtype
Draaitijd totaal (u/j)
Brandstofverbruik (l/j)
AdBlue verbruik (l/jaar)
438,13
0,80
NOx-emissie (kg/j)
NH3-emissie (kg/j)
landbouwtrekker 70 kW, bouwjaar 2020
Diesel
Stage-V
D
400
2876
173,00
17,33
0,69
laadschoppen op banden 30 kW, bouwjaar 2019
Diesel
Stage-V
A
400
1356
n.v.t.
29,12
0,01
laadschoppen op banden 30 kW, bouwjaar 2007
Diesel
Stage-IIIA
X
450
1526
n.v.t.
48,03
0,01
landbouwtrekker 100 kW, bouwjaar 1999
Diesel
Stage-I
X
350
3514
n.v.t.
107,17
0,03
landbouwtrekker 200 kW, bouwjaar 1991
Diesel
Stage-I
X
400
7816
n.v.t.
236,48
0,06
Totaal:
2000
17088
173,0
438,13
0,80
Tabel berekend m.b.v. de AUB-methode, conform de AERIUS factsheet m.b.t. de emissie van mobiele werktuigen. Zie ook: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klassecategorieën/
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 17
8.5.
Koude starts
Sinds de AERIUS release van 1 oktober 2024 zijn er voor de koude start van wegverkeer aparte emissiefactoren opgenomen. In voorgaande modellen was de koude start opgenomen in het stationair draaien van het wegverkeer. In nieuwe versie van AERIUS is voor een voertuig dat 2 uur of langer stil heeft gestaan een andere emissiefactor van toepassing dan de normale emissiefactor voor stationair draaien van wegverkeer, namelijk de emissiefactor door koude start. Voor koude start is er onderscheid gemaakt tussen ‘parkeergarage’ en ‘overige koude start bronnen’. In de onderstaande situatie is geen sprake van een parkeergarage waardoor wordt aangesloten bij de categorie ‘overige koude start bronnen’. Op grond van de gegevens met betrekking tot externe vervoersbewegingen in paragraaf 8.3 is een inschatting gemaakt van het totale aantal koude starts per voertuigtype. Voor het voertuigtype ‘zwaar wegverkeer’ is als worst case scenario voor 50% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Met betrekking tot het voertuigtype "middelzwaar wegverkeer' & ‘licht wegverkeer’ is als worst case scenario voor 50% van het aantal voertuigen binnen deze categorie een koude start opgenomen. Bovenstaande resulteert in het navolgende aantal koude starts. Koude Starts Beoogde situatie Type
Aantal Koude starts (KS)/j
emissiefactor/KS
emissie KS
Nox (g/KS) NH3 (g/KS) NOx (kg/jr) NH3 (kg/j)
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel3650 bus jes , etc.) 0,27
0,04
1,00
0,16
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.) 1095
18,77
0,21
20,55
0,23
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's1825 , etc.)
23,83
0,29
43,48
0,52
Totaal
65,03
0,92
8.6. Bedrijfswoning Naast vervoersbewegingen is er op het bedrijf nog een NOx-bron aanwezig, namelijk de CV-ketel van de bedrijfswoning. De CBS-NOx-emissienorm voor een vrijstaande, oudere woning betreft 3,59 kg per jaar, zoals blijkt uit navolgende tabel. Deze norm is dan ook gehanteerd in de AERIUS-berekeningen.
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 18
9.
BENODIGDE HOEVEELHEID N-RECHTEN
In hoofdstuk 6,7 en 8 van dit rapport zijn de stikstofbronnen van de opvolgfunctie beschreven (sloop/realisatie/gebruiksfase). Om de depositie behorend bij deze bronnen te compenseren is gebruik gemaakt van de N-ruimte uit de vigerende natuurtoestemming. Bij deelname aan de LBV of LBV-plus mag de stikstofemissie van de beoogde herbestemming niet meer bedragen dan 15% van de stikstofemissie waarvoor voorheen toestemming was verleend. Derhalve is voor de gebruiksfase uitgerekend wat de benodigde hoeveelheid N-ruimte is om te compenseren. Uiteindelijk is er 7,2 % gebruikt t.o.v. de referentie.
Lbv-regeling reductie bepalen kg NOx
kg NH3
Tot N
Referentie
132,4
5.279,9
4388,4 kg
Beoogd
1.004,4
10,1
314,0 kg
Verschil
872,0
-5.269,8
-4074,4 kg 7,2% gebruik t.o.v. referentie 92,8% reductie t.o.v. referentie
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 19
10. UITKOMST AERIUS VERSCHILBEREKENING: REFERENTIE – SLOOP/REALISATIE/GEBRUIKSFASE
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 20
11. RESULTATEN AERIUS BEREKENINGEN 11.1. Sloopfase Voor de volledigheid is eveneens een berekening gemaakt van de gewenste sloopfase, deze is als bijlage 3 toegevoegd. 11.2. Realisatiefase Voor de volledigheid is eveneens een berekening gemaakt van de gewenste realisatiefase, deze is als bijlage 4 toegevoegd. 11.3. Gewenste bedrijfsopzet Voor de volledigheid is eveneens een berekening gemaakt van de gewenste bedrijfsopzet, deze is als bijlage 5 toegevoegd. 11.4. Verschilberekening referentiesituatie – sloopfase/realisatiefase/gebruiksfase Op grond van de AERIUS-berekening die is bijgevoegd in bijlage 6 kan het volgende worden geconcludeerd: • Ten opzichte van de vigerende situatie is er geen toename van de ammoniakdepositie; • Er is geen sprake van significante nadelige effecten; • Uiteindelijk is 7,2% van de vigerende vergunning voldoende om de opvolgfunctie te kunnen realiseren (inclusief sloop/bouw/gebruiksfase)(zie hoofdstuk 9); • Provincie Gelderland (Gedeputeerde Staten) is bevoegd gezag; • Aan het gestelde in de Wet natuurbescherming, de Regeling natuurbescherming en de vastgestelde provinciale beleidsregels wordt voldaan. Onderhavig voornemen voldoet dan ook aan het gestelde in de Vogel- en Habitatrichtlijn // Wet natuurbescherming.
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 21
Bijlagen Bijlage 1: Referentiesituatie, NBW-vergunning d.d. 25 juni 2015 Bijlage 2: Plattegrondtekening gewenste bedrijfsopzet Bijlage 3: AERIUS verschilberekening: sloopfase Bijlage 4: AERIUS berekening: realisatiefase Bijlage 5: AERIUS verschilberekening: gebruiksfase Bijlage 6: AERIUS verschilberekening: Referentiesituatie (overgehouden 15%) – sloopfase/realisatiefase/gebruiksfase Bijlage 6a: AERIUS randeffectberekening Referentiesituatie (overgehouden 15%) – sloopfaserealisatiefasegebruiksfase Bijlage 6b: AERIUS verschilberekening Referentiesituatie – sloopfaserealisatiefasegebruiksfase extra beoordeling Bijlage 7: AERIUS verschilberekening Referentiesituatie –gebruiksfase Bijlage 7a:AERIUS verschilberekening Referentiesituatie –gebruiksfase randeffect Bijlage 7b:AERIUS verschilberekening Referentiesituatie –gebruiksfase extra beoordeling
Rapportage beoordeling stikstofeffecten 22