Bijlage 4 Quickscan milieu ODRU
Tekst van het document
ROM QUICKSCAN Aan T.a.v. Onderwerp Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk
Gemeente Renswoude M. Wentzel ROM quickscan Kooiweg 18 Renswoude Wijziging veehouderij naar bedrijfsbestemming K. van Oldenbeek 088-022 5149 11 september 2025 Z-2025-116296 / D2025-00109107
Inleiding De gemeente Renswoude heeft een principeverzoek ontvangen voor het perceel aan de Kooiweg 18 in Renswoude. Het perceel (hierna: plangebied) heeft momenteel een agrarische bestemming met de functieaanduiding intensieve veehouderij. Naast het houden van vee vinden nevenactiviteiten plaats in de vorm van een honden trimsalon en de verhuur van een vergaderruimte. De aanvrager wil de agrarische activiteiten stopzetten en de bestemming van het perceel omzetten naar ‘bedrijf’ om een kleinschalig transportbedrijf te starten. Hiervoor wordt een deel van de oude bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt een nieuwe loods gebouwd. De nevenactiviteiten (honden-trimsalon en verhuur vergaderruimte) worden voortgezet. Het plan is strijdig is met het Omgevingsplan gemeente Renswoude en kan mogelijk worden gemaakt met een omgevingsplanwijziging. De bestaande bedrijfswoning op het perceel blijft behouden en hier vinden geen werkzaamheden plaats. De gemeente heeft ons gevraagd om voor het plan een quickscan Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) uit te voeren. Deze quickscan geeft een eerste indicatie van aandachtspunten, mogelijke belemmeringen en geeft informatie over uit te voeren onderzoeken. Op basis van deze quickscan kan niet worden uitgesloten dat er nog andere onderzoeksverplichtingen of belemmeringen zijn. Quickscan Thema Bodem
Opmerkingen en/of belemmeringen De loods is een bodemgevoelig gebouw als daar meer dan 2 uur per dag mensen verblijven. En een eventueel nieuw te realiseren verblijfstuin is ook een nieuwe bodemgevoelige locatie. Als nieuwe bodemgevoelige gebouwen of locaties worden gerealiseerd, dan is ter plaatse bodemonderzoek nodig. Het onderzoek kan in eerste instantie bestaan uit een historisch onderzoek. Bij verdenkingen op bodemverontreiniging is een verkennend bodemonderzoek nodig. De daken van de te slopen bebouwing zijn asbestverdacht, dus mogelijk is een onderzoek naar asbest in de bodem nodig. Verder is bij het woonhuis een brandstoftank aanwezig. Als het gebruik en de ligging van de tank ongewijzigd blijft, is bodemonderzoek hier niet nodig. Er zijn op voorhand geen andere verdachte (historische) activiteiten of bodemverontreinigingen bekend binnen het plangebied. Voor zover bekend zijn in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse. Conclusie: Als nieuwe bodemgevoelige locaties of gebouwen worden gerealiseerd, is daar historisch bodemonderzoek nodig.
Archeologie
Op de archeologische beleidskaart Renswoude-Woudenberg valt het plangebied binnen categorie 5 en heeft een middelhoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt een ondergrens van 1.000 m² voor archeologisch onderzoek. Er vinden voor het plan waarschijnlijk werkzaamheden in de bodem plaats over een oppervlak van meer dan
Pagina 1 van 6 Versie 1
1.000 m2. Archeologisch onderzoek is dan nodig. Als onder de drempelwaarde van 1.000 m2 wordt gebleven, is geen archeologisch onderzoek nodig. Conclusie: Afhankelijk van de omvang van grondroerende werkzaamheden, is archeologisch onderzoek nodig (meer dan 1.000 m2). Trillingen
Het plangebied ligt niet op korte afstand van een spoorweg of een industriële activiteit met trillingshinder. Het transportbedrijf zorgt zelf ook niet voor trillingshinder. Conclusie: Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Geluid
De nieuw te realiseren loods wordt niet aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Een akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk. Wel is het zo dat het transportbedrijf, door zijn bedrijfsactiviteiten en de bijbehorende verkeersbewegingen, geluid produceert. Dit kan leiden tot een toename van de geluidsbelasting op omliggende woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Het plangebied kent een hoge geluidsbelasting door verkeerslawaai (tussen 55 en 65 dB, zie hiernavolgende figuur). Deze geluidsbelasting zal naar verwachting verder toenemen door gebruikswijziging naar transportbedrijf. Of de extra geluidsbelasting op omliggende geluidgevoelige bestemmingen een belemmering vormt voor het beoogde plan, is afhankelijk van de exacte aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten van het transportbedrijf. In de BOPA-onderbouwing moet het aspect industrielawaai worden gemotiveerd. Afhankelijk van de omvang van bedrijfsactiviteiten, kan akoestisch onderzoek naar industrielawaai gewenst zijn. Wij gaan ervan uit dat de bestaande bedrijfswoning een functionele binding met het bedrijf in het plangebied houdt. Een bedrijfswoning wordt niet beschermd tegen het eigen geluid van het bedrijf. Wel moet worden aangetoond dat na wijziging van de bedrijfsactiviteiten nog steeds sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning.
Conclusie: In de BOPA-onderbouwing moet het aspect geluid worden gemotiveerd en zo nodig moet het aspect industrielawaai nader worden onderzocht.
Pagina 2 van 6 Versie 1
Figuur: Geaccumuleerde geluidsbelasting wegverkeer (Geoportaal) Externe veiligheid
De nieuw te realiseren loods is een beperkt kwetsbaar object. Het plangebied ligt binnen het gifwolkaandachtsgebied en deels binnen het explosieaandachtsgebied van de A12. Daarnaast bevinden zich binnen het plangebied risicocontouren van een propaantank bij de bestaande bedrijfswoning (zie hiernavolgende figuren). Het stappenplan uit de gezamenlijke beleidsnota externe veiligheid moet worden doorlopen. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele nieuwe gevaarbronnen van het transportbedrijf, zoals brandstofopslag, en de bijbehorende veiligheidsafstanden. Afhankelijk van het exacte gebruik van het plangebied - waaronder het aantal aanwezige personen, verblijftijden, locaties van verblijf en de inrichting van het terrein kunnen maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de veiligheidsnormen. Conclusie: Het stappenplan externe veiligheid uit de beleidsnotitie moet doorlopen worden. Het aspect externe veiligheid is een aandachtspunt. Het vormt waarschijnlijk geen onoplosbaar knelpunt voor de beoogde ontwikkeling, maar er kunnen wel maatregelen nodig zijn.
Pagina 3 van 6 Versie 1
Figuur: Risicobronnen en aandachtsgebieden (Atlas leefomgeving)
Figuur: Ligging gemeentelijke routering gevaarlijke stoffen in blauw t.o.v. het plangebied (bron Geoportaal)
Pagina 4 van 6 Versie 1
Luchtkwaliteit
De nieuw te realiseren loods is geen gevoelige bestemming in het kader van luchtkwaliteit. We adviseren om aan te tonen dat het project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Dit moet wel worden opgenomen in de BOPA-onderbouwing, maar we verwachten op voorhand niet dat luchtkwaliteit een belemmering vormt voor het plan. Conclusie: We adviseren om in het kader van de BOPA te motiveren of de activiteiten NIBM bijdragen. Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht.
Milieuzonering
Voor het initiatief moet worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit betekent enerzijds dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en anderzijds dat bedrijven niet onevenredig worden beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Bij de BOPA-aanvraag moet een onderbouwing worden aangeleverd voor milieuzonering (geur, stof, gevaar en geluid). Of hieraan voldaan kan worden is afhankelijk van de exacte aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten van het transportbedrijf. Het geluid van de bedrijfsactiviteiten, inclusief de toename van verkeersbewegingen, is in dit kader een aandachtspunt (zoals toegelicht onder geluid). Ook gevaar is een aandachtspunt (zoals toegelicht onder externe veiligheid). De loods zelf is geen geurgevoelig object en zorgt ook niet voor een onevenredige toename in geurhinder of stofhinder. Conclusie: In het kader van de BOPA moet worden aangetoond dat sprake is van ETFAL.
Ecologie
De bestaande (te slopen) bebouwing kan mogelijk gebruikt worden door beschermde soorten. Om te bepalen in hoeverre hier sprake van is, moet een ecologische quickscan uitgevoerd worden, eventueel gevolgd door nader onderzoek. De doorlooptijd van dergelijke onderzoeken kan lang zijn en kosten met zich meebrengen. Het is goed om hier rekening mee te houden en de quickscan snel uit te laten voeren. De locatie ligt op ongeveer 4 km van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Binnenveld. De initiatiefnemer neemt deel aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV), waardoor de bestaande stikstofruimte van de kalvenhouderij wordt ingeleverd en niet zonder meer mag worden hergebruikt. Om uit te wijzen of sprake is van belangrijke negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, is een stikstofdepositieberekening nodig (met behulp van de AERIUScalculator voor zowel de bouw- als gebruiksfase). Conclusie: Een quickscan flora en fauna en stikstofdepositieonderzoek zijn nodig.
Ontplofbare oorlogsresten
Het plangebied is op basis van de CE bodembelastingkaart van gemeente Renswoude gelegen verdacht op conventionele explosieven. Verderop ten zuiden is een geruimd explosief perceel gelegen. Afhankelijk van of de gronden in het plangebied al zijn geroerd, kan een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten nodig zijn. Conclusie: Het aspect ontplofbare oorlogsresten moet nader worden onderbouwd.
Pagina 5 van 6 Versie 1
Figuur: Uitsnede CE bodembelastingkaart, ligging plangebied bij benadering met zwarte stippellijn omcirkeld Mer
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is vermoedelijk geen sprake van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' of een van de andere categorieën als bedoeld bijlage V van het Omgevingsbesluit (categorie J11). In de onderbouwing moet hierop worden ingegaan. Mogelijk hoeft er geen mer-beoordelingsprocedure te worden doorlopen, maar dit moet dan wel voldoende worden gemotiveerd. Conclusie: Initiatiefnemer moet aantonen of sprake is van een van de aangewezen categorieën als bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Zo nodig moet een merbeoordelingsprocedure worden doorlopen.
Pagina 6 van 6 Versie 1