Bijlage 4 Brief van Utrechtse gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen inhoud
Tekst van het document
Wethouder voor Financiën Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/
… T.a.v. (dagelijks) bestuur Postbus . ..
Behandeld door
M. Haaxman
Datum
5 februari 2026
Telefoonnummer
-
Ons kenmerk
34033298
maik.haaxman@utrecht.nl
Onderwerp
Bijlage(n)
2
Brief van Utrechtse gemeenten aan gemeenschappelijke regelingen
Verzonden Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden
Beste bestuurder(s) van de gemeenschappelijke regeling, Aanleiding U voert in opdracht van de deelnemende gemeenten een belangrijke publieke taak uit in het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen. U geniet daarbij het vertrouwen van en staat in verbinding met onze inwoners en andere belanghebbenden. Dit brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee om zorg te dragen dat de publieke middelen effectief en efficiënt worden ingezet om publieke waarde te creëren. Samen de verantwoordelijkheid nemen Het is helaas realiteit dat het financiële beeld van gemeenten de komende jaren niet rooskleurig is, veroorzaakt door teruglopende inkomsten van gemeenten uit het gemeentefonds. Als bestuurder(s) delen we de verantwoordelijkheid om in tijden van (financiële en personele) schaarste het goede gesprek te voeren over een gezonde balans tussen de (wettelijke) taken van de organisatie en de beschikbare middelen. Dat vraagt ook het maken van scherpe bestuurlijke (financiële) keuzes op het gebied van ambities en het stellen van prioriteiten (niet alles kan tegelijk), met oog voor zowel de korte als lange termijn. Inzetten op besparingsresultaten Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen worden op verschillende terreinen geconfronteerd met stijgende kosten, zoals in lonen, materialen, inkoop, etc. Dit heeft bestuurlijke uitdagingen tot gevolg.
Gemeenten treffen maatregelen (ombuigingen, hervormingen) om de begrotingen op orde te brengen. Wij zien ook positieve signalen bij de gemeenschappelijke regelingen op het gebied van kostenbeheersing en het treffen van besparingsmaatregelen, als onderdeel van de (ontwerp)begrotingen. Hoewel wij positieve signalen ontvangen vragen wij de besturen van de gemeenschappelijke regelingen om in te blijven zetten op het inzichtelijk maken van mogelijke structurele besparingen en hierop te (blijven) sturen. In dat verband verwijzen wij naar de denkrichtingen in bijlage 1.
Datum Ons kenmerk
5 februari 2026 34033298
Continuïteit en financiële voorspelbaarheid Wij realiseren ons dat het uitvoeren van publieke taken is gebaat bij continuïteit en financiële voorspelbaarheid. Tegelijkertijd constateren wij dat gemeenten, en ook gemeenschappelijke regelingen, met financiële onzekerheid vanuit de Rijksoverheid worden geconfronteerd. In het kader van financiële voorspelbaarheid is in bijlage 2 een indexeringsmethodiek uitgewerkt. Dit biedt uw organisatie richting de toekomst meer houvast op het gebied van het opstellen van uw (ontwerp-) begroting, jaarplan en de verantwoording hierover. De bedoeling is dat de budgettaire kaders van uw organisatie met die van het gemeentefonds meebewegen. Hierdoor ontstaat helderheid over de financierbaarheid en het creëren van bestuurlijke rust hieromtrent. Wij verzoeken u om te koersen op een streefcijfer dat aansluit bij de index die wij als gemeenten van het Rijk ontvangen in het gemeentefonds: de prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product (pBBP). Dat percentage raamt het Centraal Planbureau en bedraagt volgens de laatste ramingen in 2027 2,5%.
Met elkaar constructieve gesprekken blijven voeren Juist in tijden van schaarste is het belangrijk om de krachten te bundelen en te onderzoeken hoe we slim en productief kunnen werken, middelen resultaatgericht kunnen inzetten en waar we verstandig kunnen besparen zonder onze (wettelijke) kerntaken en doelen uit het oog te verliezen. Dit vraagt om kostenbewustzijn en het voeren van het goede (interne) gesprek, in een sfeer van samenwerking en begrip voor (politieke) standpunten. Afsluiting Wij vragen u deze brief te agenderen voor bespreking in het algemeen bestuur om met elkaar te komen tot een strategische koers in het kader van kostenbeheersing en het realiseren van besparingsresultaten. Wij bedanken u alvast voor uw betrokkenheid en inzet en gaan ervan uit dat door het slim aan te pakken vanaf begrotingsjaar 2027 structurele besparingsresultaten worden gerealiseerd. Indien u vragen heeft over deze brief kunt u contact opnemen met één van uw bestuurlijke stakeholders bij de deelnemende gemeenten. Met vriendelijke groet, Colleges B&W van de volgende Utrechtse gemeenten, Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg, Zeist
2/3
Datum Ons kenmerk
5 februari 2026 34033298
Bijlage 1 – Denkrichtingen besparingen a) bijstellen ambities (focus op kerntaken) b) optimaliseren interne organisatie (systeem, bedrijfsvoering, proces, product, dienst, etc.) c) vermindering externe inhuur d) slimmer en efficiënter werken e) vermindering complexiteit en administratieve lasten f) vermindering kosten overhead g) versobering producten en diensten Bijlage 2 – Indexeringsmethodiek voor de begroting van gemeenschappelijke regelingen Inleiding De wijzigingen rondom het gemeentefonds zijn aanleiding om de wijze waarop indexering van de begroting van gemeenschappelijke regelingen plaatsvindt tegen het licht te houden. Met ingang van 2024 is de indexeringsmethodiek gewijzigd. Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgt.1 Op dit moment worden de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen geïndexeerd op basis van verschillende indexcijfers en methoden. Hierdoor en door de wijziging van de methodiek rondom het gemeentefonds, kan er een kloof ontstaan tussen de indexering van de begroting van de gemeenschappelijke regeling en de compensatie voor prijsstijgingen die gemeenten hiervoor ontvangen via het gemeentefonds. Om die reden wordt overgegaan tot onderstaand methodiek die voor alle gemeenschappelijke regelingen hetzelfde is en aansluit bij het gemeentefonds.
Uitgangspunten ▪ Uitlegbaarheid: Het doel is om ervoor te zorgen dat de berekeningen inzichtelijk zijn voor alle betrokken partijen en niet (onnodig) complex. ▪ Voorspelbaarheid / betrouwbaarheid: Direct hieraan gekoppeld is de eis van voorspelbaarheid en betrouwbaarheid. De werkwijze moet voor gemeenschappelijke regelingen te volgen zijn. Vandaar dat afspraken gemaakt worden over de bronnen en de indices die worden gebruikt. ▪ Proportionaliteit: Dit alles gebaseerd op de bijzondere verhouding tussen de deelnemende gemeenten en de gemeenschappelijke regeling. Gemeenschappelijke regelingen voeren taken uit namens gemeenten. Het zijn partners, zowel op inhoudelijk als op financieel gebied. De belangrijkste financiering hiervoor ontvangt de gemeente vanuit het Rijk via de gemeentefondsbijdrage. Gemeenten staan financieel garant en dat wat geldt voor de gemeente moet ook gelden voor de regelingen. De indexering dient zo te worden berekend dat deze rechtvaardig, transparant en evenwichtig is voor alle partijen en recht doet aan de bijzondere relatie tussen de gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Implementatie indexeringsmethodiek vanaf 2027 Door aan te sluiten bij de indexering van het gemeentefonds kennen gemeenten niet meer/minder indexatie toe aan gemeenschappelijke regelingen dan waarvoor zij zelf compensatie ontvangen.
Concreet betekent dit dat het indexcijfer wordt berekend o.b.v. het prijsaccres (pBBP). De bron voor de te hanteren indexcijfers is het Centraal Economisch Plan (hierna: CEP). Als het CEP nog niet verschenen is bij het opstellen van de begroting, kan teruggevallen worden op de meest recente cijfers uit de Macro Economische Verkenning (hierna: MEV). Ook de wijze van nacalculatie wordt afgestemd op het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire van jaar t (CEP) wordt de indexering voor het lopende jaar t bijgesteld. In principe vindt daarna geen bijstelling meer plaats. In het kader van financiële voorspelbaarheid gaan wij ervan uit dat de gemeenschappelijke regelingen het CEP en MEV erop na slaan om het juiste indexcijfer te gebruiken. De indexatie wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Het betreft een generieke indexatie die naar eigen inzicht van een individuele gemeente of provincie kan worden ingezet. 1
3/3