CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Quickscan ecologie d.d. 25 september 2025

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling TAM-omgevingsplan Schalm 33.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “opening”: 14 15

Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:

25 september 2025 ecologische QuickScan P2500481

Dhr. T. van de Goor Schalm 3 3927 EH Renswoude

Schalm 3 Renswoude

Geachte heer van de Goor, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde ecologische QuickScan op de locatie aan Schalm 3 Renswoude. INLEIDING Door Dhr. T. van de Goor is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het uitvoeren van een ecologische QuickScan aan Schalm 3 in Renswoude Aanleiding In verband met de voorgenomen sloop werkzaamheden van verschillende schuren dient in het kader van de omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een ecologische QuickScan te worden uitgevoerd. Achtergrond Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de (mogelijke) effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: EHS)). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie (bevoegd gezag). Doelstelling Deze briefrapportage geeft een eerste inschatting van (mogelijke) effecten op gebieden en op (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna zijn.

Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid van beschermde flora en fauna niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische quickscan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in en in de directe omgeving van het plangebied. De quickscan betreft geen gerichte inventarisatie naar soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: ➢ Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? ➢ Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? ➢ Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) in? ➢ Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? ➢ Is nader onderzoek noodzakelijk? ➢ Is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist?

WERKWIJZE De werkwijze is op te delen in een bureauonderzoek en een veldbezoek. Hierbij is het volgende stappenplan uitgevoerd: ➢ De ligging van het plangebied is opgezocht. ➢ M.b.v. bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in het plangebied, en in de directe omgeving daarvan, recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse verspreidingsatlassen, NDFF en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s). ➢ Op 16-9-2025 is het plangebied bezocht door R. (Rosalie) Dekker en K. (Kyra) Wensing. Tijdens het veldbezoek is het plangebied, en de directe omgeving daarvan, geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitatten. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker, camera en zaklamp. ➢ Op basis van het bureauonderzoek en veldbezoek is het plangebied beoordeeld op de (mogelijke) aan- of afwezigheid van beschermde flora en fauna. Op grond van de voorgenomen ingreep is bepaald: ➢ Welke negatieve effecten te verwachten zijn op de (potentieel) aanwezig beschermde natuurwaarden. ➢ Of negatieve effecten op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nader onderzoek noodzakelijk is. ➢ Of ontheffing en/of vergunning aangevraagd dient te worden. PLANGEBIED Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Renswoude , sectie G, percelen: 1014 en 1015. Zie figuur 1.

Figuur 1 weergave perceel en directe omgeving

Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit een boerderij met een aantal bijbehorende schuren. Het geheel is gelegen in agrarisch gebied en wordt omgeven door weilanden en akkers. De gebouwen hebben voornamelijk een agrarische functie en worden gebruikt voor opslag en kleinschalige activiteiten die bij het boerenbedrijf horen. Rondom het erf bevindt zich een erfbeplanting van bomen en struiken, waardoor er een landschappelijke inpassing aanwezig is. Aan de voorzijde is het erf ontsloten via een erftoegangsweg. BUREAUONDERZOEK Met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een inschatting gemaakt van beschermde soorten die (mogelijk) aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. Voor zover bekend zijn andere bronnen afwezig. Tijdens de QuickScan dient beoordeeld worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn binnen het plangebied. RESULTATEN ECOLOGISCHE QUICKSCAN Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Binnenveld’. Dit Natura 2000-gebied ligt op ca. 4,5 km afstand ten zuidoosten van het plangebied.

Figuur 2 weergave beschermd Natura 2000-gebied

Beschermd NNN-gebied ligt op ca. 600 m afstand van het plangebied vandaan.

Figuur 3 weergave beschermd NNN-gebied

Beschermde soorten De resultaten van het bureauonderzoek en veldbezoek worden onderstaand per groep toegelicht. Per soortgroep is aangegeven welke beschermde soorten en functies mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan. Bespreking per soortgroep Tijdens het veldbezoek is gelet of het plangebied (potentiële) verblijfs- en/of foerageermogelijkheden kan bieden voor bovengenoemde soorten. Daarnaast is het direct omliggende gebied ook meegenomen in de beoordeling. De resultaten worden kort per soortgroep beschreven. Vaatplanten Binnen de NDFF zijn voor de locatie Schalm 3 diverse soorten vaatplanten verwacht, waaronder blauwe knoop (Succisa pratensis), gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata), waterlepel (Alisma plantago-aquatica), korenbloem (Centaurea cyanus), stijve ogentroost (Euphrasia stricta), klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe), ondergedoken moerasscherm (Oenanthe aquatica), korensla (Arnoseris minima), geel viltkruid (Filago germanica), Franse silene (Silene gallica), blonde zegge (Carex hostiana) en kartuiser anjer (Dianthus carthusianorum).

De Schalm 3 is niet geschikt voor vaatplanten. Het terrein bestaat grotendeels uit verhard oppervlak en bebouwing, waardoor er nauwelijks open grond, vochtige zones of geschikte bodemstructuren aanwezig zijn waarin vaatplanten zich kunnen vestigen. Daarnaast wordt het omliggende terrein intensief gebruikt en beheerd, wat de ontwikkeling van waardevolle vegetatie beperkt. Bovendien beperken de voorgenomen werkzaamheden zich uitsluitend tot de aanwezige schuren op het terrein en hebben zij geen effect op potentiële groeiplaatsen of habitats van de hierboven genoemde soorten. Om die reden kunnen deze soorten worden uitgesloten van verdere beoordeling in dit onderzoek. Broedvogels Wat betreft de gebouwbewonende broedvogels, betreffen de gebruikelijke soorten over het algemeen de huismus en de gierzwaluw. De nestlocaties van deze soorten zijn jaarrond beschermd, meestal gelegen onder dakpannen of in andere openingen en kieren van gebouwen. Tijdens de quickscan is specifiek gelet op de aanwezigheid van broedplaatsen van gebouwbewonende vogelsoorten, zoals huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus). Hierbij is gekeken naar mogelijke invliegopeningen onder dakpannen, in de gevels en overige kieren en spleten van de bebouwing. Er zijn geen openingen of aanwijzingen gevonden die geschikt zijn als nestlocatie voor deze soorten.

Verder is er gekeken naar sporen, uitwerpselen en oude nesten van vogels. Deze zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Op basis van deze bevindingen kunnen huismus en gierzwaluw voor de locatie worden niet verwacht in het plangebied. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze soorten zijn derhalve niet aan de orde. Vleermuizen Gebouwbewonende vleermuizen maken gebruik van openingen, zoals stootvoegen, om toe te treden tot een spouwmuur. Ook kunnen ze, bijvoorbeeld via kantpannen, toetreden tussen het dakbeschot en de dakpannen om daar te verblijven. Volgens de NDFF zijn er binnen een straal van 0 tot 5 kilometer de volgende soorten te verwachten: de gewone dwervleermuis, de laatvlieger, de gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, gewone/ grijze grootoorvleermuis en de franjestaart. De Rosse vleermuis en de franjestaart zijn boombewonende soorten. Gezien de werkzaamheden die zich alleen betrekken tot de gebouwen en schuren worden negatieve effecten op deze soorten niet verwacht. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn gebouwbewonende soorten. Tijdens de quickscan is gekeken naar openingen zoals stootvoegen en kieren. Deze zijn niet waargenomen. Onder het dak bevindt zich een open ruimte zonder tussenschotten. In het dak zijn enkele openingen aanwezig waardoor veel tocht ontstaat.

De zolder is geïnspecteerd op mogelijke sporen van vleermuizen, waaronder grootoorvleermuizen, maar dergelijke aanwijzingen zijn niet aangetroffen. Er zijn geen keutels of prooiresten waargenomen. Op basis hiervan wordt de schuur als ongeschikt beschouwd als verblijfplaats voor vleermuizen.

Overige zoogdieren De aanwezige schuren zijn grotendeels opgeruimd en worden frequent gebruikt. Tijdens de inspectie zijn geen tekenen aangetroffen van beschermde zoogdiersoorten; er zijn geen uitwerpselen, prooiresten of vachtresten waargenomen. Binnen de te slopen schuren ontbreken bovendien geschikte schuilplekken. Gezien de kleinschaligheid van de voorgenomen werkzaamheden is geen noemenswaardige invloed op de omgeving te verwachten. Ook in de directe omgeving zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van burchten of andere vaste verblijfplaatsen. Vissen Er zijn geen waterrijke gebieden binnen het plangebied. Negatieve effecten worden uitgesloten. Amfibieën en reptielen Volgens de NDFF zijn er binnen een straal van 0 tot 5 kilometer de volgende amfibieën en reptielen te verwachten: Poelkikker en Kamsalamander, geelbuikschildpad en de levendbarende hagedis. Er is gekeken naar mogelijke waterrijke gebieden in de omgeving van het plangebied. Deze zijn niet aangetroffen. Daarmee worden met de voorgenomen werkzaamheden geen van de hierboven genoemde soorten aangetast. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden worden daarmee uitgesloten. Ongewervelden Er worden geen groenstructuren aangetast met de voorgenomen werkzaamheden. Negatieve effecten op ongewervelden wordt daarom ook uitgesloten.

TOETSING EN EFFECTBEOORDELING Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) Het beschermde gebied dat het dichtst bij het plangebied ligt is: ‘Binnenveld’. Er zijn menselijke invloeden aanwezig in de vorm van woonwijken, agrarisch gebied, wegen tussen het plangebied en de beschermde gebieden. Hierdoor zijn negatieve effecten op de beschermde gebieden zoals geluids- en visuele verstoringen t.g.v. de werkzaamheden uit te sluiten. Overtreding van de Omgevingswet t.a.v. Natura 2000 en NNN is niet aan de orde. Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde vogelsoorten waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) art. 11.37 (1,2,3,4)*. *

1=opzettelijk vogels doden of vangen 2=opzettelijk nesten, rustplaatsen, eieren vernielen/beschadigen/wegnemen 3=eieren rapen 4=opzettelijk storen

Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten

Binnen het plangebied zijn geen beschermde soortgroepen binnen habitatrichtlijnen waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Bal art. 11.46 (1,2,3,4,5)* *

1=opzettelijk doden of vangen 2=opzettelijk verstoren 3=eieren vernielen of rapen 4=voortplantings-/rustplaatsen beschadigen of vernielen 5=planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen

Beschermingsregime Andere Soorten Binnen het plangebied zijn geen beschermde ‘andere soorten’ waargenomen of te verwachten. Werkzaamheden zullen daarom niet in overtreding zijn met het Bal art. 11.54 (1,2,3)* *

1=opzettelijk dieren doden of vangen 2=voortplantings/rustplaatsen beschadigen of vernielen 3= planten plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen

CONCLUSIES EN ADVIES Conclusies ➢ Overtreding van de Omgevingswet t.a.v. Natura 2000 en NNN is niet aan de orde. ➢ Er worden geen beschermde soorten verwacht binnen het plangebied ➢ Er is geen nader onderzoek verreist.

Advies ➢ Tijdens de werkzaamheden dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. (aanwezige natuurwaarden zo min mogelijk verstoren)/ art. 11.27 (Bal) ➢ Bij broedgevallen: buiten broedseizoen OF door deskundige laten vaststellen dat deze niet verstoord kunnen worden → ecologisch werkprotocol ➢ Verstorende werkzaamheden zo beperkt mogelijk houden Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet, Hopman en Peters K. (Kyra) Wensing Gecontroleerd door: T. (Tieme) Veen Contactpersoon/ projectleider: B. (Barbara) Achterberg

BIJLAGEN 1 2 3 4

FOTO’S VOGELSOORTEN MET JAARRROND BESCHERMDE NESTEN VRIJSTELLING PER PROVINCIE WET- EN REGELGEVING

BIJLAGE 1 FOTO’S

BIJLAGE 2 VOGELSOORTEN MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans

Categorie 1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4

Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing

Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen

Soort Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius

Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Uitleg categorie

Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst

BIJLAGE 3 VRIJSTELLING PER PROVINCIE

BIJLAGE 4 WET- EN REGELGEVING Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 geldt de omgevingswet en omvat zowel soort- als gebiedsbescherming. Deze wet vervangt de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: ➢ Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) ➢ Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 5.1, lid 1,2 en 3 Omgevingswet: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1.

de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of

2.

een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als de provincie (Bevoegd Gezag) waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Soortbescherming In de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: ➢ Vogelrichtlijnsoorten, ➢ Habitatrichtlijnsoorten, ➢ Andere soorten (nationale soorten). Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: ➢ Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan,

➢ Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, ➢ Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.

Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Habitatrichtlijnsoorten: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Andere soorten: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffing en vrijstellingen

Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie (Bevoegd gezag) waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: ➢ Geen andere bevredigende oplossing bestaat, ➢ Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, ➢ Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk.

Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen vergunning aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een vergunning aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.6 Omgevingswet) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.

NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook

getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16521868/1