Bijlage 3 Nader onderzoek flora en fauna d.d. 29 oktober 2025
Tekst van het document
NADER ONDERZOEK HUISMUS – VLEERMUIZEN OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE NADER ONDERZOEK IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
Florafaunacontrole.nl Kooiweg 7 3927 EB Renswoude
Tel: Email: IBAN: KvK nr: BTW id:
06-40402482 info@vanveldhuisen.com NL64RABO0379797747 92496954 NL866075070B01
2
PLANGEBIED AAN OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE. DE INITIATIEFNEMER IS VOORNEMENS OM DRIE BESTAANDE STALLEN EN
EEN SCHUUR TE SLOPEN (GEBIED AANGEGEVEN IN ROOD OP DE KAART) EN EEN SCHUURWONING EN BIJGEBOUW TE REALISEREN . BRON: TEKENING GRAVELAND BOUWONTWERP (AANGEPAST)
Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie:
Familie Wolswinkel Dhr. H. Wolswinkel 25FF050, nader onderzoek Huismus en Vleermuis Zie pagina 12 29 oktober 2025 1.0
Naam
Voorbereiding door: Opgesteld door: Vrijgegeven door:
Akkoord
Mevr. A Smits Mevr. A. Smits en dhr. E.J. van Veldhuisen Dhr. E.J. van Veldhuisen
Datum
19-09-2025 24-10-2025 29-10-2025
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 2 van 22
3
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................................................................. 4 1.2 Doel .................................................................................................................................................................................... 4 2. OMSCHRIJVING PERCEEL .................................................................................................................................................. 5 2.1 Huidig gebruik perceel ....................................................................................................................................................... 5 2.2 Toekomstig gebruik perceel ............................................................................................................................................... 5 3. VOORGESCHIEDENIS ........................................................................................................................................................
6 3.1 Voorgaand onderzoek ........................................................................................................................................................ 6 4. ONDERZOEKSMETHODE ................................................................................................................................................... 7 4.1 Interview ............................................................................................................................................................................ 7 4.2 Methode ............................................................................................................................................................................ 8 4.2 Veldbezoek....................................................................................................................................................................... 11 5. RESULTATEN ONDERZOEK .............................................................................................................................................. 12 5.1 resultaten ......................................................................................................................................................................... 12 6.
CONCLUSIE EN ADVIES ................................................................................................................................................... 16 6.1 Conclusie .......................................................................................................................................................................... 16 6.2 Advies ............................................................................................................................................................................... 17 BIJLAGE 1. BRONNEN ......................................................................................................................................................... 19 BIJLAGE 2. FOTO OVERZICHT .............................................................................................................................................. 20 BIJLAGE 3. NATUURWETGEVING EN BELEID ....................................................................................................................... 21
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 3 van 22
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van familie Wolswinkel heeft Florafaunacontrole.nl een nader onderzoek uitgevoerd aan de Oude Holleweg 44 te Renswoude, in het kader van de Omgevingswet (Ow). De aanleiding voor dit verzoek is om vier huidige opstallen te amoveren en middels een bestemmingsplan een schuurwoning met bijgebouw te realiseren.
Figuur 1.1: Bron: bewerkte versie www.perceelloep.nl - De rood gearceerde bebouwing zal geamoveerd worden.
1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: 1. Zijn er verblijfsplaatsen van huismussen en vleermuizen aanwezig in het plangebied? 2. Welke functie(s) heeft het plangebied voor deze soorten? 3. Leidt de ingreep tot overtreding van verbodsbepalingen Omgevingswet? 4. Wat kan worden gedaan om (mogelijke) schade aan beschermde soorten en hun verblijfplaats te voorkomen? 5. Is een vergunning Flora- en Fauna activiteit noodzakelijk?
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 4 van 22
5
2. Omschrijving perceel 2.1 Huidig gebruik perceel Het plangebied bevindt zich aan de Oude Holleweg 44 te Renswoude, in de gemeente Renswoude, provincie Utrecht. Op dit perceel zijn meerdere opstallen gevestigd. De initiatiefnemer is voornemens de vier opstallen (aangegeven in het rode plangebied op de kaart) te slopen.
Figuur 2.1 Bron: tekening Graveland bouwontwerp (aangepast) - Bestaande situatie. Het rode gebied is het plangebied
2.2 Toekomstig gebruik perceel Initiatiefnemer is voornemens middels een bestemmingsplanwijziging, een schuurwoning en opstal te realiseren als vervangende bebouwing voor de te slopen opstallen.
Bron: tekening Graveland bouwontwerp - nieuwe situatie NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 5 van 22
6
3. voorgeschiedenis 3.1 Voorgaand onderzoek Door Florafaunacontrole.nl is in 2025 een quickscan Wet natuurbescherming voor de locatie opgesteld (rapport 25FF050). De quickscan is uitgevoerd aan de hand van een bureaustudie en een veldbezoek. Het veldbezoek is afgelegd op 30 april 2025. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie onderzocht. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten op basis van de aanwezige habitat. Uit de quickscan 2025 is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig zijn. In onderstaand overzicht zijn de resultaten van de destijds uitgevoerde quickscan beknopt weergegeven. Soortenbescherming Flora Grondgebondenzoogdieren Vleermuizen
Effecten Wnb Geen overtreding Mogelijk Mogelijke overtreding
Algemene vogels
Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t. Algemene zorgplicht Naderonderzoek verblijfsplaatsen vleermuizen
Broedvogelcheck bij sloop in het broedseizoen Vogels jaarrond Beschermd Mogelijke overtreding Naderonderzoek huismus Amfibieën en reptielen Geen overtreding Algemene zorgplicht Vissen Geen overtreding N.v.t. Insecten, libellen en ongewervelden Geen overtreding N.v.t. * Mochten er tijdens het naderonderzoek soorten worden waargenomen die niet werden verwacht dan zal het onderzoek op deze soorten worden aangepast.
Huismus Voorafgaand aan de werkzaamheden dient aanvullend onderzoek naar de huismus worden uitgevoerd middels twee veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei. Daarmee kan de aan- of afwezigheid van huismussen worden vastgesteld. (conform Kennisdocument B12,Huismus 2023). Vleermuizen Voorafgaand aan de werkzaamheden dient aanvullend onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar vleermuizen wordt uitgevoerd middels minimaal vijf gerichte veldbezoeken in de periode 15 april t/m 30 september, conform het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB). Hiervan dienen drie rondes in het voorjaar en twee rondes in het najaar plaats te vinden.
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 6 van 22
7
4. Onderzoeksmethode 4.1 Interview Geïnterviewde Dhr. H. Wolswinkel
Functie Informatie Opdrachtgever Nader onderzoek tbv amoveren opstallen. Uit dit interview is verder geen relevante informatie naar voren gekomen.
Er is uitsluitend met de opdrachtgever gesproken. Verdere interviews werden niet noodzakelijk geacht omdat het een overzichtelijk project betreft. De informatie uit deze deskresearch is voldoende gebleken voor het opstellen van een nader onderzoek flora & fauna.
Figuur 4.3.1. Wij zijn gecertificeerd natuurvriendelijk isoleren. Daarnaast hebben wij de training environmental DNA bemonstering gevolgd. In diverse situaties kunnen wij (als aanvulling op de quickscan/het natuuronderzoek) een qPCR uitvoeren, eventueel uitgebreid met meta-barcoding om het DNA op soort te brengen.
Figuur 4.3.2 Wij hebben de opleiding tot energieprestatieadviseur woningbouw gevolgd. Wij zijn bekend met de problematiek met betrekking tot verduurzamen en de ecologische schade die dat met zich mee kan brengen. Landelijk worden er steeds meer Soortmanagementplannen (SMP) opgesteld ten behoeve van het behouden en verbeteren van de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten en hun leefgebied. Indien een project in aanmerking komt voor het gebruik van een SMP zullen we dat communiceren.
Figuur 5.3.3 Wij zijn gecertificeerd drone piloot (categorie A1 t/m A3). Mocht het, om tot een goede rapportage te komen, noodzakelijk zijn om (thermische) dronebeelden te maken zullen we hier in overleg met de opdrachtgever gebruik van maken.
Figuur 5.3.4 Wij hebben de opleiding tot Deskundig Inventariseerder asbest (DIA) gevolgd. In sommige provincies is een vrijstelling van de verbodsbepalingen of vergunning van Flora- en fauna-activiteit van kracht voor relatief eenvoudige asbest dak saneringen in het buitengebied. Dit betekent dat er volgens de omgevingsverordening, onder voorwaarden, toestemming is om verblijfplaatsen van de veelvoorkomende beschermde dieren toch te schaden. Er is dan geen vergunning nodig. Relatief eenvoudige saneringen betreft daar waar enkel de dakplaten worden vervangen zonder de constructie van het dak te wijzigen en/of zonder verdere ruimtelijk ontwikkeling. De voorwaarden van de vrijstellingsregeling zijn te vinden op de provinciale website. Voor ingrijpendere saneringen is er, indien er verbodsbepalingen worden overtreden, wel een vergunning Flora- en Fauna-activiteit nodig. NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 7 van 22
8 4.2 Methode Op de planlocatie kan de aanwezigheid van de huismus en vleermuizen niet worden uitgesloten. Per soort is een bepaalde onderzoeksmethode en inspanning vereist op basis van de ecologie van de soort. Huismus Voor het onderzoek naar huismus zijn tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie februari 2023). Huismus Om de aanwezigheid van een nest vast te stellen is gebruik gemaakt van richtlijnen die zijn opgenomen in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, 2023). Zie het citaat hieronder.
De aanwezigheid van een nest van een huismus kan als volgt worden aangetoond: Een nest indicatieve waarneming: • een nest/nestbouw; • bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats. Het nest zelf is vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit; • transport van voedsel of ontlasting pakketjes; • bedelende jongen in nest. Vlak voor het uitvliegen zijn de jongen goed te horen en steken hun kopjes uit de nestopening. Een waarneming in potentieel broedbiotoop Minimaal een waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart tot en met 20 juni van: • een zingend mannetje (veelal vanaf een hoge plaats zoals een dakgoot); • een paartje bij een potentiële nestplaats; • balts, paring of ander gedrag waaruit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn.
Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode 2025 vanaf half mei t/m september in totaal 5 veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021, geactualiseerd), welke is opgesteld door het vleermuis vakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeks-inspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijf-plaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocatie voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. De veldbezoeken zijn uitgevoerd met 1 a 2 waarnemer per veld ronde. Tijdens het onderzoek is er op constante snelheid rondom de bebouwing gelopen en was er goed zicht op de bebouwing en kon met NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 8 van 22
9 voldoende zekerheid aanwezigheid van vleermuizen en verblijfplaatsen worden aangetoond dan wel uitgesloten worden. De veldbezoeken worden uitgevoerd onder voor vleermuizen gunstige omstandigheden: niet te harde wind, milde temperaturen en weinig tot geen neerslag. Tijdens de veldbezoeken wordt op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met soortweergave en opname functie (Elekon Batlogger M2) wordt de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt voor mensen. Wanneer een soort op grond van frequentie, klank en ritme niet met zekerheid kan worden gedetermineerd, dan wordt de opname opgeslagen, met behulp van computersoftware kunnen deze opnamen worden geanalyseerd. Voor de visuele waarneming wordt er gebruik gemaakt van zowel monoculaire als Binoculaire warmtebeeldcamera’s (Hikmicro) deze camera’s zijn van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een zachte sonar. Tevens door het gebruik van een warmtebeeldcamera kan het gedrag van de vleermuizen gevolgd worden zonder dat er sprake is van verstoring door licht zoals het geval is als er gebruik gemaakt wordt van zaklampen. Definities functies in het leefgebied van vleermuizen
Onderzoek zomer- en kraamverblijfplaatsen (3 bezoeken) Middels 2 avond- en 2 ochtend bezoek in de zomer- en kraamperiode is in kaart gebracht waar zich rond de gebouwen vleermuisactiviteit bevond, welke vleermuissoorten aanwezig waren en hoeveel individuen actief waren. Een kraamverblijf is te herkennen aan de lokale hoge vleermuisactiviteit en doordat een relatief groot aantal vleermuizen verspreid over de tijd uitvliegt en gedurende de avond en ochtend ook weer terugkeert naar de verblijfplaats. Ook zijn vaak sociale geluiden en zwermactiviteiten waar te nemen. Wijziging vleermuisprotocol 2025 (actualisatie) voor Meervleermuis
Ten opzichte van het vleermuisprotocol 2021 is het nieuwe protocol op een aantal punten gewijzigd. Het betreft ten eerste een aanscherping van een aantal randvoorwaarden met betrekking tot de geschikte weersomstandigheden: NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 9 van 22
10 *Overwinterende dieren: het blijkt dat vanaf februari de trefkans voor het aantreffen van deze relatief vroeg migrerende soort erg laag is, de einddatum is van 1 maart naar 1 februari verplaatst. *De weersomstandigheden voor onderzoek zijn aangescherpt, meervleermuizen vliegen al bij 8 °C i.p.v. bij 10 °C, maar een windsterkte van 4 Bft is teruggebracht naar 3 Bft, omdat de trefkans bij windsnelheden boven 3 Bft. te klein is. *Geen neerslag, en geen mist bij onderzoek naar meervleermuizen. Mist zal vaak als eerste boven water aanwezig zijn, waar deze soort het meest actief is, mist en neerslag zullen een negatieve invloed hebben op het jachtsucces, en daardoor de kans op uitvliegen. Ook de trefkans wordt verkleind door demping van geluid.
Figuur 4.2 Koloniekaart meervleermuis (v20240520)
Onderzoek paar-balts periode (2 bezoeken) Tijdens deze ronden is in kaart gebracht bij welke opstallen baltsgedrag van mannelijke vleermuizen werd vertoond en op welke plekken mannelijke vleermuizen de verblijfplaats aanvliegen. Voor de paarperiode geldt dat mannelijke vleermuizen gedurende een groot deel van de avond baltsroepen maken rondom de paarverblijfplaats. Omdat deze baltsroepen de hele nacht worden uitgevoerd, kunnen paarterritoria en daarmee ook paarverblijfplaatsen goed in kaart worden gebracht. Onderzoek overige gebiedsfuncties Gelet op de groene omgeving van het perceel, wordt het daadwerkelijke plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 10 van 22
11 foerageermogelijkheden niet in het geding komen, de groene strook rondom het perceel zal behouden blijven met met de ingreep. De beoogde ingreep leidt niet tot een aantasting van een vliegroute, de groene wallen rondom het perceel zullen blijven behouden en wordt waarschijnlijk zelfs versterkt met de nieuwe plannen. Het onderzoek naar de aanwezigheid van andere voor vleermuizen belangrijke gebiedsfuncties zoals vliegroutes, foerageergebied en winterverblijfplaatsen is integraal meegenomen in het onderzoek naar verblijfplaatsen.
4.2 Veldbezoek De veldbezoeken zijn uitgevoerd door E.J. van Veldhuisen, gecertificeerd Fauna inspecteur en gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, ruime ervaring in faunabeheer en ruimtelijke ontwikkelingen. Door G.J. Cozijnsen gecertificeerd Flora-Fauna controleur, ruime ervaring in landschappelijke ontwikkelingen. Door I. Rinkes antropoloog en ervaring met diverse landbouwprojecten in Zuid Amerika en door S. Lemmers actief vrijwilliger voor diverse natuurprojecten/initiatieven. Tijdens de veldbezoeken was er een verrekijker, zaklamp, binoculair warmtebeeldcamera, bathdetector en holtecamera voorhanden. Met de warmtebeeldcamera kunnen eventueel aanwezige soorten op lichaamswarmte worden waargenomen. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van de soorten gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10ºC. De windsnelheid lag beneden de 4 beaufort, het was helder tot half bewolkt en er was geen sprake van neerslag. Het onderzoek bestond uit diverse veldbezoeken het onderstaande overzicht geeft inzicht in de onderzoeksinspanning per soortgroep en de omstandigheden. Huismus Datum
Type onderzoek
Tijdsduur
Weer
Temperatuur
2 mei 2025
Huismus
08.30-09.30
Wind gemiddeld NW2Bft, Bewolkt, Geen neerslag
17℃
14 mei 2025
Huismus
09.00-10.00
Wind gemiddeld NO2Bft, half bewolkt,Geen neerslag
16℃
Datum
Type onderzoek
Onderzoek
Zon op Zon onder
Moment
Tempratuur
Neerslag (mm)
Windkracht (Bft)
Vleermuizen
18 juni 2025 9 juli 2025 10 juli 2025
Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen
Zomer/kraamverblijf Zomer/kraamverblijf Zomer/kraamverblijf
22.01 05.25 21.56
21.58-00.55 02.20-05.20 21.55-00.55
11℃ 15℃ 19℃
0 0 0
N2 W2 N2
26 augustus 2025
Vleermuizen
Paar/baltsverblijf
20.38
20.40-00.10
17℃
0
ZW2
16 september 2025
Vleermuizen
Paar/baltsverblijf
19.45
19.45-23.25
15℃
0
ZW3
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 11 van 22
12
5. Resultaten onderzoek 5.1 resultaten Dit hoofdstuk geeft een overzicht van waarnemingen en vastgestelde gebiedsfuncties. Huismus Tijdens het nader onderzoek is de te slopen bebouwing onderzocht op aanwezigheid van de Huismus. Er is tijdens de inventarisaties activiteit van de huismus rondom de te behouden woning (A) en achterliggende schuur waargenomen, waardoor de aanwezigheid van nestlocaties en essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving in het plangebied zijn aangetoond. In de te behouden opstallen zijn een tweetal nestlocaties aangetroffen onder de daken. Geadviseerd wordt om de sloopwerkzaamheden van de stallen buiten het algemeen geldende broedseizoen aan te vangen.
Waarnemingen Figuur 5.1.1 Overzicht waarnemingen
Vleermuizen In het onderzoeksgebied zijn geen vleermuizenverblijfplaatsen gevonden. Tijdens de onderzoeken zijn drie vleermuissoorten waargenomen. Deze waarnemingen betroffen voornamelijk waarnemingen van overvliegende soorten zonder binding met het plangebied, en enkele vleermuizen die kort voedsel zochten in en rond het gebied, voornamelijk ter plaatse van de Lunterse Beek, ruim na zonsondergang en voor zonsopkomst. Dit duidt erop dat de vleermuizen van verder weg komen en geen verblijfplaats in de buurt hebben. De waargenomen soorten zijn de Gewone Dwergvleermuis, de Ruige Dwergvleermuis en de Rosse Vleermuis. De Gewone Dwergvleermuis werd het meest gezien. Verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet aangetroffen. Het groen rondom het plangebied blijft behouden met de ingreep en wordt versterkt door de aanleg van een groene tuin bij de nieuw te realiseren woning. NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 12 van 22
13
Looproute en zichtlijnen
Rosse vleermuis -
gewone dwergvleermuis-
Figuur 5.1.2 Indicatief overzicht van waargenomen soorten op basis van de inventarisatie.
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 13 van 22
14
Samenvatting Huismus Tijdens het nader onderzoek is de te amoveren bebouwing onderzocht op aanwezigheid van de Huismus. Er is tijdens de inventarisaties activiteit van de huismus rondom de te behouden woning (A) en achterliggende schuur (C) waargenomen, waardoor de aanwezigheid van nestlocaties en essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving in het plangebied zijn aangetoond. In de te behouden woning en schuur zijn een tweetal nestlocaties aangetroffen onder de dakpannen. Geadviseerd wordt om de sloopwerkzaamheden van de stallen buiten het algemeen geldende broedseizoen aan te vangen. De beoogde ontwikkeling leidt daarmee niet tot negatieve effecten op de Huismus. Er is geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet Art. 11.28 Bal). Vleermuizen Gedurende het vleermuisonderzoek zijn geen vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld en tijdens het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld. Er zijn geen aantikkende, zwermende of in- en uitvliegende vleermuizen waargenomen bij de bebouwing op de onderzoekslocatie. Daarnaast is er geen paarterritoria vastgesteld op de onderzoekslocatie. Er werden geen constant werfroepende mannetjes waargenomen op de onderzoekslocatie. Uit het verrichte veldonderzoek naar vleermuizen bleek dat beschermde functies op de planlocatie niet aanwezig zijn.
De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van vleermuizen. Wel zijn er maatregelen noodzakelijk gedurende de werkzaamheden ten aanzien van in de omgeving van de onderzoekslocatie overvliegende vleermuizen. Zo dient tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie dient gebruik te worden gemaakt van vleermuis vriendelijke verlichting. Vleermuisvriendelijke verlichting heeft omlaag schijnende armaturen, waardoor strooilicht op de omgeving wordt voorkomen. Algemene broedvogels Bij de uitvoering van de sloopwerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met algemene broedvogels die in de bebouwing en groenstructuren kunnen broeden. Een locatie kan pas worden vrijgegeven voor de werkzaamheden wanneer aan de randvoorwaarden voor algemene broedvogels is voldaan. Om verstoring en/of beschadiging van nesten tijdens werkzaamheden te voorkomen, dienen deze buiten het broedseizoen (circa 15 maart – circa 15 juli) te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. Aangetroffen broedende vogels en in gebruik zijnde nesten moeten te allen tijde worden gespaard, ook buiten het reguliere broedseizoen. Deze mogen niet worden verstoord. Bij het aantreffen van een broedgeval wordt een beschermingszone rondom het nest ingesteld.
Binnen deze zone mogen geen werkzaamheden worden uitgevoerd totdat deze is vrijgegeven. Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van algemene diersoorten naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 14 van 22
15 Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren en bebouwing in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd in de nieuwe situatie natuurvriendelijk te verlichten door lichtbronnen te gebruiken die naar beneden schijnen, waardoor strooilicht wordt voorkomen.
Figuur 5.1.3 Indicatief overzicht van waargenomen soorten op basis van de inventarisatie.
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 15 van 22
16
6. Conclusie en advies 6.1 Conclusie Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: 1. Zijn er verblijfsplaatsen van de huismus of vleermuizen aanwezig in het plangebied? Ja verblijfsplaats van een tweetal paartjes huismussen in de te behouden woning (A) en schuur (C). 2. Welke functie(s) heeft het plangebied voor deze soorten? De woningen achterliggend schuur en omliggende tuin heeft een essentiële functie voor de huismus. 3. Leidt de ingreep tot overtreding van verbodsbepalingen Omgevingswet? Nee, enkel de achterliggende schuren (E, F, G en H) worden gesloopt. De woning (A) en achterliggende schuur (C) en de omliggende tuin blijft behouden met de ingreep. 4. Wat kan worden gedaan om (mogelijke) schade aan beschermde soorten en hun verblijfplaats te voorkomen? De sloopwerkzaamheden van de stallen aanvangen buiten het algemeen geldende broedseizoen. (buiten ca. 15 maart t/m 15 juli) 5. Is een vergunning Flora- en Fauna activiteit noodzakelijk? Nee Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van het bevoegd gezag. Zo is voldaan aan de onderzoeksinspanning die vereist is om een eventuele vergunning Flora- en Fauna activiteit te kunnen verkrijgen, of is in afdoende mate aangetoond dat de onderzochte soorten en gebiedsfuncties niet binnen het onderzochte gebied aanwezig zijn. Een inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnames.
Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat soorten en functies die niet waargenomen zijn op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming, thans Omgevingswet, een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs verwacht kan worden. Met de gekozen onderzoeksmethode en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 11.27 Bal) specifieke zorgplicht Flora-Fauna-activiteiten. Met het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden.
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 16 van 22
17 6.2 Advies *Tijdens de verdere inrichtingswerkzaamheden moet voorzichtig worden omgegaan met alle aanwezige flora en fauna, in overeenstemming met de algemene zorgplicht. Raadpleeg ook de eerdere aanbevelingen uit de uitgevoerde quickscan flora en fauna. *Binnen het plangebied bevinden zich met name in het omliggende groen situaties die geschikt zijn als potentiële nestgelegenheden voor algemene broedvogels. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen. Het verwijderen van eventueel aanwezige nestgelegenheden kan buiten het broedseizoen uitgevoerd worden, zolang de nesten niet in gebruik zijn. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Voor het broedseizoen wordt echter geen standaardperiode gehanteerd. Voor aanvang van de werkzaamheden dient er een broedvogelinspectie plaats te vinden. *Veel algemene en beschermde diersoorten, zoals vleermuizen, zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting wordt gebruikt, dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren en bebouwing in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden. Het wordt geadviseerd om in de nieuwe situatie natuurvriendelijke verlichting te gebruiken door lichtbronnen te installeren die naar beneden schijnen.
*Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. *Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct gestopt te worden met de werkzaamheden en contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan. *In veel gemeenten wordt er gewerkt met een puntensysteem om bestaande natuurwaarden te behouden en te versterken, hiervoor dient dan een plan opgesteld te worden met welke soorten er rekening wordt gehouden en welke bestaande natuurwaarden er worden versterkt. Het natuur inclusief bouwen biedt met relatief simpele en goedkope oplossingen een plekje voor planten en dieren die het hard nodig hebben. Het plan ten aanzien van de biodiversiteit is geen onderdeel van dit onderzoek maar kan op aangeven van onze opdrachtgever, eventueel door ons uitgewerkt worden.
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 17 van 22
18
Bron: www.ede.nl
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 18 van 22
19
Bijlage 1. Bronnen www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl
Gebruikte literatuur Quickscan florafaunacontrole.nl 25FF050 BIJ12. Kennisdocument ruige dwergvleermuis. BIJ12. Kennisdocument gewone dwergvleermuis. BIJ12. Kennisdocument gewone grootoorvleermuis BIJ12. Kennisdocument Laatvlieger BIJ12. Kennisdocument Rosse Vleermuis Bij12. Kennisdocument Watervleermuis BIJ12. Kennisdocument huismus. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021, inclusief actualisaties.
Florafaunacontrole.nl is de handelsnaam van E.J. van Veldhuisen B.V.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Florafaunacontrole.nl kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 19 van 22
20
Bijlage 2. Foto overzicht Foto’s genomen met de warmtebeeldcamera’s
Aangetroffen Kater
Aangetroffen houtduiven
Foto situatie en Batlogger M2, gegevens ter plaatse
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 20 van 22
21
Bijlage 3. Natuurwetgeving en beleid Algemene zorgplicht (afd. 1.3 OW): Een ieder is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving, door nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en ongedaan te maken. Dit geldt altijd, tenzij er een specifieke zorgplicht betrekking op de handeling heeft. Algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (Par. 5.1.1 Ow) • Flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen • Natura 2000-activiteit (vergunningsplicht indien kans op significante gevolgen op Natura 2000 gebied, zie Hoofdstuk 8 van dit rapport) Flora- en fauna-activiteit betreft een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten, dan gelden de regels in; Art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht) Art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) Paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal: vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen (via gedragscodes, vrijstellingen in de omgevingsverordening of ministeriele regeling) Specifieke zorgplicht Flora-Fauna-activiteiten (art. 11.27 Bal) Iedereen die activiteiten uitvoert die nadelige gevolgen kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Dit wordt verder uitgewerkt in art.
11.27, 2e lid Bal: • Nagaan of er aanwijzingen zijn van aanwezigheid beschermde en bedreigde soorten • Indien ja; vaststellen of nadelige gevolgen voorkomen kunnen worden • Indien niet te voorkomen, dan; passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen Naast de specifieke zorgplichten zijn er 3 categorieën beschermingsregimes (par. 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal): • Par. 11.2.2 Bal: Vogelrichtlijnsoorten • Par. 11.2.3 Bal: Habitatrichtlijnsoorten + conventie van Bern l+ll & conventie van Bonn l • Par. 11.2.4 Bal: Nationaal beschermde soorten Rode lijst soorten; alleen beschermd indien op lijsten, beschermd onder EU-richtlijnen of onder de specifiek zorgplicht.
NADER ONDERZOEK OUDE HOLLEWEG 44 TE RENSWOUDE
Pagina 21 van 22
22
Florafaunacontrole.nl Kooiweg 7 3927 EB Renswoude
NADER ONDERZOEK OUDE 44 TE RENSWOUDE Tel: HOLLEWEG 06-40402482 Email: info@vanveldhuisen.com IBAN: NL64RABO0379797747 KvK nr: 92496954 BTW id: NL866075070B01
Pagina 22 van 22