Bijlage 3.1 Rom quickscan (incl beoordeling ecologie) Schalm 9
Tekst van het document
QUICKSCAN ROM Aan T.a.v. Onderwerp DSO-nummer Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk
Gemeente Renswoude D. Heinen Quickscan ROM, Wijziging omgevingsplan Schalm 9 SAM-170877 J. Schoneveld 088-0225000 23 september 2025 Z-2025-115394 / D2025-00115275
Inleiding Gemeente Renswoude heeft een principeverzoek in behandeling voor de locatie Schalm 9 te Renswoude. Op het perceel is een boerderij met stal aanwezig die voorheen diende als nertsenfokkerij. De voormalige agrariër onderzoekt de mogelijkheden om hier nieuwe activiteiten te vestigen. Het beoogde initiatief bestaat uit een functieverandering van agrarisch naar bedrijf. Daarbij wordt 50% van de agrarische opstallen ingezet voor statische opslag en kantoorruimte. Statische opslag betreft de opslag van volumineuze goederen (zoals caravans, campers, boten en trailers) alsmede opslag van grove partijen handelsgoederen, winkelinventaris, bouwmaterialen, landbouwwerktuigen, of naar aard en omvang te vergelijken goederen. Initiatiefnemer is voornemens om de overige 50% van de agrarische opstallen te slopen. Ter plaatse van deze te slopen opstallen is een zonnepanelenveld beoogd. Ook op het dak van de voormalige stallen worden zonnepanelen gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouw blijft ongewijzigd in stand. Wij hebben eerder advies over milieuzonering uitgebracht voor dit initiatief (zie ROM advies d.d. 4 december 2024 met kenmerk Z-2024-119348 / D2024-00130847). In het kader van de voorbereidingen op het TAM-Omgevingsplan heeft de aanvrager een ecologische quickscan en een stikstofberekening aangeleverd.
Gemeente Renswoude heeft ons gevraagd om deze onderzoeksrapportages te beoordelen en voor de overige onderdelen een quickscan Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM) op te stellen. Deze quickscan geeft een eerste indicatie van mogelijke belemmeringen en geeft informatie over uit te voeren onderzoeken. Op basis van deze quickscan kan niet worden uitgesloten dat er nog andere onderzoeksverplichtingen of belemmeringen zijn. Quickscan Thema Bodem
Opmerkingen en/of belemmeringen Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen langdurig (meer dan 2 uur per dag) aanwezig zullen zijn. Het beoogde initiatief bestaat uit de realisatie van bedrijvigheid en zonnepanelen. Het initiatief voorziet daarmee niet in de realisatie van een bodemgevoelige gebouw. Bodemonderzoek is in het kader van het TAMomgevingsplan daarom niet nodig. In de motivering van het TAM-omgevingsplan moet het aspect bodem wel worden beschouwd. Bij grondroerende werkzaamheden – zoals slopen en bouwen - kan een (asbest in) bodemonderzoek overigens wel vereist zijn om handelingen in verontreinigde grond uit te sluiten. In dit kader merken we op dat diverse daken volgens de gegevens in ons Geoportaal als asbestverdacht worden aangemerkt (zie figuur). Ook merken we op dat ter plaatse van de woning een brandstoftank aanwezig lijkt te zijn en in het noordwestelijk deel van het plangebied een voormalige boomgaard
Pagina 1 van 6 Versie 1
is. Ter plaatse van de tank en de voormalige boomgaard zijn, afgaande op de aangeleverde tekeningen, echter geen wijzigingen in het plangebied voorzien. Conclusie: ➢ Voor het TAM-omgevingsplan is geen bodemonderzoek nodig. ➢ In het TAM-omgevingsplan moet het aspect bodem worden onderbouwd. ➢ Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht. ➢ Een bodemonderzoek kan wel benodigd zijn in het kader van sloop- en bouwwerkzaamheden.
Figuur: Asbestverdachte daken in het plangebied (bron: Geoportaal ODRU)
Figuur: Ligging voormalige boomgaard en tank (bron: Geoportaal ODRU) Archeologie
Op de archeologische beleidskaart Renswoude-Woudenberg valt het plangebied hoofdzakelijk binnen categorie 5 (weergegeven met donkergeel op onderstaande figuur). Deze gronden hebben een middelhoge archeologische verwachting. Het overige deel van de locatie heeft een hoge verwachting (categorie 4, rode kleur op figuur). Ter plaatse van de gronden met een hoge archeologische verwachting zijn geen wijzigingen voorzien, afgaande op de aangeleverde situatietekening. Voor de gronden met een middelhoge archeologische verwachting geldt een ondergrens van 1.000 m² voor archeologisch onderzoek. Voor het beoogde initiatief Pagina 2 van 6 Versie 1
wordt hier ruim 5.000 m² aan bestaande opstallen gesloopt. Vermoedelijk betreft dit echter enkel gronden die reeds geroerd zijn ten tijde van de realisatie van bestaande bebouwing. Indien wordt aangetoond dat de gronden niet dieper of over een groter oppervlak worden geroerd, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. In het kader van het TAM-omgevingsplan moet worden ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden. Hierbij moet worden aangetoond in hoeverre de archeologische grenswaarden worden overschreden als gevolg van de beoogde grondroerende werkzaamheden (sloop opstallen, aanleg zonnepanelen, eventuele overige herinrichting van het terrein). Mogelijk kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. Conclusie: ➢ De projectlocatie heeft een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. ➢ Vermoedelijk kan archeologisch onderzoek achterwege blijven. ➢ In het TAM-omgevingsplan moet dit worden onderbouwd.
Figuur: Archeologische verwachting in het plangebied (bron: Geoportaal ODRU) Geluid - verkeer
Een opslagloods is geen geluidgevoelig gebouw. Onderzoek naar wegverkeerslawaai is daarom niet nodig. In de motivering van het TAMomgevingsplan moet het aspect verkeerslawaai wel worden beschouwd. Conclusie: ➢ Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is niet nodig. ➢ In de motivering moet het aspect verkeerslawaai worden onderbouwd. ➢ Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht.
Luchtkwaliteit
De nieuwe bedrijvigheid is geen gevoelige bestemming in het kader van luchtkwaliteit. We adviseren om aan te tonen dat het project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In de motivering van het TAMomgevingsplan moet worden ingegaan op luchtkwaliteit. We verwachten op voorhand niet dat luchtkwaliteit een belemmering vormt voor het plan. Conclusie: ➢ We adviseren om te motiveren of de activiteiten NIBM bijdragen. ➢ In de motivering moet het aspect luchtkwaliteit worden onderbouwd. ➢ Belemmeringen worden op voorhand niet verwacht.
Pagina 3 van 6 Versie 1
Omgevingsveiligheid
De projectlocatie ligt deels in het brandaandachtsgebied van de buisleiding stelsel W-523-05. De beoogde opslagruimte is een beperkt kwetsbaar gebouw. Een kantoor waar veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn is aan te merken als een kwetsbaar gebouw. Zonnepanelen hebben risico’s bij brand, daarom adviseren we de VRU om advies te vragen. Indien op de projectlocatie ook EOS (batterijen voor energie-opslag) aanwezig zijn, moet worden voldaan aan PGS 37. In het TAM-omgevingsplan moet worden ingegaan op de externe veiligheidsrisico’s van het plan. Een groepsrisicoberekening is niet noodzakelijk, maar het stappenplan uit het afwegingskader moet wel worden onderbouwd, vanwege de ligging in het brandaandachtsgebied van een buisleiding. Hiervoor verwijzen we naar het afwegingskader uit de regionale beleidsnotitie externe veiligheid. Conclusie: ➢ De stappen uit het regionale afwegingskader moeten doorlopen worden. ➢ We adviseren de VRU om advies te vragen.
Figuur: Brandaandachtsgebied buisleiding gearceerd, projectlocatie ter hoogte van de blauwe locatiepin (bron: Atlas Leefomgeving) Milieuzonering
Voor het initiatief moet worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit betekent enerzijds dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij omliggende gevoelige functies (zoals woningen) en anderzijds dat bedrijven niet onevenredig worden beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de beoogde ontwikkeling. In het TAMomgevingsplan moet dit worden onderbouwd. Zoals toegelicht in ons eerder ROM advies d.d. 4 december 2024 (Z-2024-119348 / D2024-00130847) worden de activiteiten inpasbaar geacht. Hier is in de plannen echter enkel rekening gehouden met zonnepanelen op het gebouw. Zonnepanelen op een gebouw zijn niet aangewezen als milieubelastende activiteit. Het beoogde initiatief voorziet nu ook in een zonneveld. Bij zonnevelden dichter op gevoelige bestemmingen (zoals woningen) zou geluid een aandachtspunt kunnen zijn. Vanwege het produceren van geluid door grotere transformatorhuizen, moet rekening worden gehouden met de plaatsing hiervan t.o.v. woningen. Bovendien gelden aandachtspunten voor gevaar, zoals toegelicht onder ‘Omgevingsveiligheid’. Voor geur en stof worden geen belemmeringen verwacht. Pagina 4 van 6 Versie 1
Conclusie: ➢ In de motivering moet worden onderbouwd dat sprake is van ETFAL in het kader van milieuzonering. Hierbij is gevaar en geluid een aandachtspunt. Ecologie
Voor het initiatief is een ecologische quickscan en stikstofdepositieberekening aangeleverd. Hieronder gaan wij in op de beoordeling hiervan. De quickscan is beperkt in de tekstuele onderbouwing van de conclusies. De op de foto’s in beeld gebrachte situatie is zeer schetsmatig beschreven. Ook zijn een aantal soorten, zoals de kleine marterachtigen niet beschreven, terwijl er wel bunzings in de omgeving zijn waargenomen. Deze soorten moeten worden aangevuld. De tekst alleen is niet voldoende om de conclusies te onderbouwen. Wij adviseren de op de foto’s zichtbare gebouwdetails beter in de tekst te verwerken, zodat onderbouwd kan worden dat beschermde soorten uit te sluiten zijn voor de ontwikkellocatie. De tekst gaat nog niet in op mogelijk aanwezige huismusnesten in en om de bedrijfswoning. De bescherming van jaarrond beschermde huismusnesten gaat verder dan het gebouw waarin het nest zit. Als er huismusnesten in en om de te behouden woning aanwezig zijn moet de functionele leefomgeving van het nest worden behouden. Als er schuilvegetatie of zandbadplekken verloren gaan met de ontwikkeling, moeten er alternatieven in de op te leveren situatie worden opgenomen. Dit is nu onvoldoende onderzocht. Er is alleen beperkt naar twee bouwvlakken in het projectgebied gekeken. In de nieuwe situatie wordt een grote mogelijke lichtverstoringsbron aangebracht.
Een zonnepark van deze grootte gaat veel lichtverstoring op de omgeving veroorzaken, zeker bij laagstaande zon. Als er natuurwaarden in de omgeving van boerenerf gevoelig hiervoor zijn, moet hier ook een effectbeschrijving in de quickscan voor worden opgenomen. Wij raden aan om de tekst in de quickscan aan te scherpen. De quickscan in de huidige vorm kan aanleiding zijn om zienswijzen in te dienen. Wij onderschrijven de conclusie wel voor de te slopen opstallen, maar vinden de opgenomen onderbouwing tekstueel nog onder de maat en onvoldoende om een effect op de omgeving van beschermde natuurwaarden uit te kunnen sluiten. Bovendien kan het nog nodig blijken om zorgplichtmaatregelen te treffen bij het onvoorzien voorkomen van beschermde soorten tijdens de uitvoering. De stikstofnotitie omschrijft een realistisch sloop/bouwscenario. De stikstofuitstoot valt binnen de gemiddelde waarden die wij aantreffen bij vergelijkbare projecten. De beschrijving voldoet ook aan een worst case scenario, gezien de toegepaste uitstootklassen van het ingevoerde bouwmaterieel. Met de in de Aeriusberekening opgenomen bouwmaterieel voldoet het project ook aan de eisen voor stikstofuitstoot op de bouwplaats uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er wordt geen intern salderen met de vervallen functie toegepast bij deze berekening. Wij onderschrijven de conclusie met betrekking tot stikstof.
Er is nog geen ETFAL onderbouwing voor ecologie. De aanvraag moet hierop nog worden aangevuld. Met de huidige stikstofonderbouwing kan de ETFAL volledig worden uitgevoerd. Voor de soortenbescherming is nog een aanvulling nodig om de ETFAL voor ecologie volledig te maken.
Pagina 5 van 6 Versie 1
Conclusie: ➢ De in de quickscan opgenomen foto’s met gebouwdetails voldoen om beschermde soorten uit te sluiten. ➢ De stikstofonderbouwing voldoet om een Natura 2000-activiteit uit te kunnen sluiten. ➢ De BOPA is met de ingediende stikstofonderbouwing voor ecologie voldoende onderbouwd om vervolgprocedures voor een Natura 2000activiteit uit te kunnen sluiten. Voor dezelfde conclusie bij een flora- en fauna-activiteit is een aanvulling noodzakelijk. Ontplofbare oorlogsresten
Het plangebied is op basis van de CE bodembelastingkaart van gemeente Renswoude gelegen verdacht op conventionele explosieven. Nabij de projectlocatie zijn artillerie archieven weergegeven. Mede afhankelijk van of de gronden in het plangebied al zijn geroerd, kan een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk zijn. Mogelijk is bij de bouw van de opstallen reeds een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd voor de projectlocatie. Conclusie: ➢ Het plangebied is verdacht op ontplofbare oorlogsresten. ➢ Mogelijk is nader onderzoek nodig. ➢ In de motivering moet worden ingegaan op ontplofbare oorlogsresten.
Figuur: Uitsnede CE bodembelastingkaart, plangebied bij benadering aangeduid Mer
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is vermoedelijk geen sprake van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' of een van de andere categorieën als bedoeld bijlage V van het Omgevingsbesluit (categorie J11). In het TAM-omgevingsplan moet hierop worden ingegaan. Mogelijk hoeft er geen merbeoordelingsprocedure te worden doorlopen, maar dit moet dan wel voldoende worden gemotiveerd. Conclusie: ➢ Initiatiefnemer moet aantonen of sprake is van een van de aangewezen categorieën als bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit. ➢ Zo nodig moet een mer-beoordelingsprocedure worden doorlopen.
Pagina 6 van 6 Versie 1