CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Totaalversie wijziging omgevingsplan d.d. 15 oktober 2025

Raadscommissie 25 november 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Commissievoorstel inzake Ontwerp-wijziging omgevingsplan Kooiweg 1821.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.5

Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.5.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, vergraven, verruimen, uitdiepen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; b. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

5.5.2

Uitzondering vergunningplicht Het verbod van lid 5.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer waaronder begrepen worden de normale agrarische exploitatie ten dienste van de functie als bedoeld in lid 5.2; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

5.5.3

Toetsingscriteria Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 5.2, sub b en c genoemde waarden van de gronden of de aanwezige landschapselementen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

15

5.5.4

Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.5.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterbeheerder, omtrent de voorwaarden zoals genoemd in lid 5.5.3.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

16

Artikel 6 6.1

Bedrijf

Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Bedrijf".

6.2

Functieomschrijving Een als "Bedrijf" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kleinschalig transportbedrijf': een kleinschalig transportbedrijf; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hondentrimsalon': een hondentrimsalon, alsmede c. de hierbij behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

6.3

Beoordelingsregels voor het bouwen

6.3.1

Beoordelingsregels voor het bouwen van bedrijfsbebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bedrijfsbebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. binnen bouwvlakken mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd; b. de maximale bebouwingsoppervlakte van gebouwen en overkappingen, waarbij de woning niet is inbegrepen, bedraagt niet meer dan is aangegeven met de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte (m²)'; c. de goothoogte en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan is aangegeven met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; d. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 10 meter, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen; e. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt 2 meter.

6.3.2

Beoordelingsregels voor het bouwen van bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak mag één bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, worden gebouwd; b. de inhoud van de bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 600 m³; c. de goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter;

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

17

d. de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt 80 m² per bedrijfswoning; e. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter. 6.3.3

Beoordelingsregels voor het bouwen buiten het bouwvlak Voor het bouwen buiten het bouwvlak geldt dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter.

6.4

Vergunningplicht voor afwijken

6.4.1

Vergroten maximale bebouwingsoppervlakte gebouwen en overkappingen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.3.1, sub b voor het vergroten van de maximale bebouwingsoppervlakte van gebouwen en overkappingen met ten hoogste 15% mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het landschap in de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; b. de bebouwing wordt landschappelijk goed ingepast in de omgeving; c. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

6.4.2

Vergroten bedrijfswoning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.3.2, sub b voor het vergroten van de inhoudsmaat van een bedrijfswoning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting mag maximaal 25% bedragen tot maximaal 800 m³ inclusief aan- en uitbouwen; b. het landschap in de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; c. het ontwerp van de woning sluit goed aan bij het karakter van het buitengebied en de omgeving; d. de woning wordt landschappelijk goed ingepast in de omgeving; e. de maatvoeringseisen voor woningen worden in acht genomen; f. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

6.5

Specifieke functieregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. bedrijfsmatige activiteiten, anders dan aangegeven met de functieaanduidingen, zijn niet toegestaan; b. seksinrichtingen en prostitutie zijn niet toegestaan; c. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van bed en breakfast per bedrijfswoning is niet toegestaan; d. bed & breakfast is niet toegestaan; e. de opslag van goederen en materialen is buiten de bedrijfsbebouwing niet toegestaan; f. permanente of tijdelijke bewoning van bedrijfs- en bijgebouwen is niet toegestaan; g. bewoning anders dan door één afzonderlijk huishouden is niet toegestaan;

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

18

h. het gebruiken van een bedrijfsgebouw of een bijgebouw bij de woning, ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan.

6.6

Vergunningplicht voor afwijken van de gebruiksregels

6.6.1

Afwijking ten behoeve van mantelzorg Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5, sub h voor het bieden van mantelzorg in een woning, aan- of uitbouw of een bijgebouw of een tijdelijke unit, met in achtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ter plaatse van een bouwperceel waarop krachtens het plan een bedrijfswoning is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is; b. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat; c. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als een mantelzorgzorgindicatie wordt overgelegd van een daartoe deskundig adviesbureau; d. uit de zorgindicatie moet blijken dat sprake is van mantelzorg voor minimaal zes maanden. e. de indicatie moet na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan zijn afgegeven voor minimaal zes maanden en geldig zijn op het moment van de aanvraag om omgevingsvergunning; f. de oppervlakte in gebruik voor mantelzorg bedraagt maximaal 80 m²; g. indien sprake is van een tijdelijke unit dient deze te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. een tijdelijke unit wordt geplaatst aan de achterzijde of zijgevel van de bestaande woning, waarbij plaatsing aan de zijgevel slechts is toegestaan als de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 meter bedraagt; 2.

de afstand van een tijdelijke unit tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2 meter; h. de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; i. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van de periode waarin mantelzorg wordt geboden.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

19

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie-2

Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-2".

7.2

Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-2" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.

7.3

Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 7.2 genoemde functie; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.

de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

20

7.4

Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

7.4.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 7.1 bedoelde gronden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

7.4.2

Uitzondering vergunningplicht Het verbod, als bedoeld in lid 7.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 nodig is.

7.4.3

Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 kan slechts worden verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

21

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie-3

Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-3".

8.2

Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-3" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.

8.3

Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 8.2 genoemde functie; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.

de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

22

8.4

Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.4.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 7.1 bedoelde gronden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

8.4.2

Uitzondering vergunningplicht Het verbod, als bedoeld in lid 8.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 8.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 nodig is.

8.4.3

Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 kan slechts worden verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

23

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

24

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

25

Artikel 11 Algemene bouwregels 11.1

Ondergronds bouwen

11.1.1 Bouwen ondergrondse werken Voor het bouwen van beneden het maaiveld gelegen bouwwerken gelden, met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk 2, de volgende bepalingen: a. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en onder een gebouw dat geheel boven het maaiveld is gelegen; b. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan tot 1 bouwlaag, de bouwdiepte bedraagt maximaal 4 meter onder peil; c. externe toegangen zijn gesitueerd in de achtergevel van het gebouw. 11.1.2 Vergunningplicht voor afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 11.1.1, sub b voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord. b. lid 11.1.1, sub c teneinde de toegangen aan andere zijden van het gebouw toe te staan, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek mag plaatsvinden.

11.2

Bestaande afstanden en andere maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten minste toelaatbaar worden gehouden; c. in het geval van heroprichting van gebouwen is het bepaalde in a en b uitsluitend van toepassing indien de heroprichting geschiedt op dezelfde plaats. d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in Artikel 14, lid 14.1 niet van toepassing.

11.3

Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van de regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt;

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

26

b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt.

11.4

Afstanden van woningen tot wegen

11.4.1 Aan te houden afstanden tot wegen Ingeval van nieuwe woningen ingevolge herbouw van een woning elders op een bouwvlak, mag de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de as van de weg – ter beperking van geluidhinder – in geen geval minder bedragen dan 14 meter.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

27

Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1

Algemeen gebruiksverbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

12.2

Voorwaardelijke verplichting parkeren Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de parkeernormering uit de Nota parkeernormen.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

28

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels 13.1

Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de beoordelingsregels voor het bouwen en toestaan dat bouwgrenzen, mits geen grenzen van functies en activiteiten als bedoeld in Hoofdstuk 2 zijnde, worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de beoordelingsregels voor het bouwen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; c. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; d. de beoordelingsregels voor het bouwen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter indien het niet mogelijk is gebruik te maken van een reeds bestaande mast, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2.

installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan:  op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie;  tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, anders dan de ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in lid 2.3 mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; f. de minimale afstand van de weg voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits dit geen problemen oplevert voor de verkeersveiligheid.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

29

Hoofdstuk 4

Overgangsregels

Artikel 14 Overgangsrecht 14.1

Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

14.2

Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan op de locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

ontwerp gemeente Renswoude - TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22f Kooiweg 18

Analoge verbeelding

Plangebied Plangebiedsgrens

1 2a

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - Relief AW-LW-R

Bedrijf B

Waarde - Archeologie - 2 WR-A-2

Waarde - Archeologie - 3 WR-A-3 AW-LW-R

Aanduidingen

WR-A-3

(sb-hts)

(sb-ktb)

bouwvlak

B (sb-hts) (sb-ktb) m 991

4,5

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

7

4,5 7

m 991

WR-A-2

maximum oppervlakte (m2)

Verklaringen

1 8

20

BGT en kadastrale gegevens

20 T

Gemeente Renswoude TAM-Omgevingsplan Kooiweg 18 g we oi Ko

analoge verbeelding

9

bu 3812 PJ Amersfoort

0339-52

tekeningnummer:

0339-52-P01

IDN:

bureau voor ruimtelijke ordening en advies Brabantsestraat 17

projectnummer:

NL.IMRO.0339.TO2025Kooiweg18-ow01

datum: oktober 2025

schaal:

1:1000

status:

formaat: A3

telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl

ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16167451/1