CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarstukken 2025 GR Jeugdhulpregio JeugdFV

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Jaarstukken 2025 en Ontwerpbegroting 2027 Jeugdhulpregio JeugdFV3.886 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarstukken over het jaar 2025 van de GR Jeugdhulpregio JeugdFV

Voorwoord Dit zijn de jaarstukken 2025 van de GR Jeugdhulpregio JeugdFV (“JeugdFV”). JeugdFV is formeel opgericht op 1 november 2025. De activiteiten van JeugdFV als zelfstandige bedrijfsvoeringsorganisatie beginnen feitelijk op 1 januari 2026. Nagenoeg alle activiteiten tot en met 31 december 2025 zijn nog uitgevoerd als onderdeel van de gemeente Ede en worden daar verantwoord. JeugdFV heeft als bedrijfsvoeringsorganisatie in de twee maanden van het bestaan in 2025 zeer beperkt eigen financiële activiteiten gehad, er hebben alleen enkele bankmutaties plaatsgevonden. Deze jaarrekening is opgesteld volgens de richtlijnen van het BBV, waarbij de inhoud zich logischerwijze beperkt tot alleen de relevante onderdelen. Om de leesbaarheid te vergroten zijn de onderdelen die niet van toepassing zijn weggelaten. Vergelijkende cijfers en een begroting zijn niet van toepassing. Vanwege de geringe activiteiten wordt de jaarrekening alleen dit eerste boekjaar in hele euro’s opgesteld.

2

Deel 1 Jaarverslag Inleiding Na een intensief voorbereidingstraject van ruim 2,5 jaar is met ingang van 1 november 2025 de Gemeenschappelijke Regeling JeugdFV in werking getreden. De gemeenschappelijk regeling, in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie, wordt opgericht naar aanleiding van het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’. Deze wet verplicht gemeenten in de nabije toekomst een gemeenschappelijke regeling op te richten voor enkele specifieke taken ten behoeve van jeugdhulp. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal geven hiermee een vervolg aan de samenwerking ten behoeve van jeugdhulp en formaliseren dit in enerzijds een gemeenschappelijke regeling (rechtsvorm bedrijfsvoeringsorganisatie) en anderzijds een doorontwikkeling van de intergemeentelijke samenwerking. Bij het opstellen van zowel de gemeenschappelijke regeling als ook de doorontwikkeling van de intergemeentelijke samenwerking, is rekening gehouden met de volgende bestuurlijke uitgangspunten: -

Gelijkwaardigheid in zeggenschap en oog voor elkaars belangen en verschillen; Formalisatie van de samenwerking bevordert de doelstelling en het belang van samenwerken, namelijk versterking en verbetering van jeugdhulp; Bevoegdheden worden in mandaat uitgevoerd, wat betekent dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de gemeentebesturen blijft liggen, en Er wordt gewerkt aan een toekomstbestendige en duurzame samenwerking.

Met het bestendigen van de samenwerking in een gemeenschappelijke regeling en het herijken van de integrale samenwerking, wordt op de lange termijn een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet beoogd. De samenwerking via een bedrijfsvoeringsorganisatie moet zorgen voor een toereikend aanbod van specialistische jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In het wetsvoorstel wordt nadrukkelijk de continuïteit van het regionale aanbod benadrukt. Daarnaast realiseert de samenwerking op langere termijn meerdere schaalvoordelen ten behoeve van inkoop, administratieve verwerking en beleidsontwikkeling. Omdat gemeenten op regionaal niveau uitgaan van dezelfde soorten jeugdhulp (producten) en gezamenlijk naar buiten treden, bevordert dit de transformatie van jeugdhulp, beleidsdoelstellingen en (regionale en lokale) belangen van de gemeenten. Om te komen tot een doelmatige en doeltreffende uitvoering van Jeugdwet is het essentieel dat de gemeenten op beleidsmatige aspecten samenwerken. Met het doorontwikkelen van de integrale samenwerking is de beleidsmatige samenwerking efficiënt ingericht. Hiermee is beoogd dat in de overeengekomen werk- en procesafspraken verbinding ontstaat tussen beide vormen van samenwerking.

Begin 2025 is bij de raden van de deelnemende gemeenten de zienswijze opgehaald over de tekst van de gemeenschappelijke regeling. Deze regeling is formeel in werking getreden per 1 november 2025. Vanaf dat moment is het bestuur driemaal bijeengeweest. In de eerste bestuursvergadering zijn de noodzakelijke regelgeving en kaders vastgesteld.

3

Concreet gaat het hierbij om: 1)

2)

3)

De werkwijze van het bestuur: a) De aanwijzing van de voorzitter van het GR-bestuur JeugdFV b) Het voorliggende Reglement van Orde De structuur en organisatie van verantwoordelijkheden: a) Organisatiebesluit Jeugdhulpregio JeugdFV b) Directiestatuut Jeugdhulpregio JeugdFV Overige kaders en uitgangspunten: a) Financiële verordening Jeugdhulpregio JeugdFV b) Nota reserves en voorzieningen 2026 JeugdFV c) Nota afschrijvingsbeleid en waardering vaste activa 2026 JeugdFV. d) Nota Risicomanagement Jeugdhulpregio JeugdFV e) Nota Treasurybeleid Jeugdhulpregio JeugdFV f) Fraudebeleid (niet zijnde zorgtoezicht) Jeugdhulpregio JeugdFV g) Inkoopbeleid (niet zijnde zorginkoop) Jeugdhulpregio JeugdFV h) Controleverordening Jeugdhulpregio JeugdFV i) Bijdrage verordening Jeugdhulpregio JeugdFV

Hiermee zijn de voorwaarden geschapen voor de daadwerkelijke start van de organisatie per 1 januari 2026. Vanuit deze kaders volgen ook eisen aan de jaarrekening. Door de vorming van de GR per 1 november 2025 ontstaat de verplichting op grond van de gemeentewet en BBV om een jaarrekening op te stellen. Doordat de organisatie geen activiteiten heeft ontplooid onder de noemer JeugdFV is de inhoud beperkt. De verantwoording over 2025 van de activiteiten vindt nog plaats onder de verantwoordelijkheid van Jeugdhulpregio JeugdFV.

4

A. Programmaverantwoording Algemeen De gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal hebben zich sinds 2015 middels een privaatrechtelijk samenwerkingsovereenkomst gecommitteerd aan een samenwerking op een aantal uitvoerende taken van de Jeugdwet. De eerste samenwerkingsovereenkomst liep van 2015-2017, vervolgens is deze overgegaan in een samenwerkingsovereenkomst van 2017-2020, welke in 2022 herzien is. De taken richten zich op het gebied van inkoop, administratie van facturen en betalingsopdrachten, contractbeheer en het genereren en analyseren van beleidsinformatie van regionale, bovenregionale en landelijke jeugdhulp en de recht- en doelmatigheidscontrole. De uitvoering van deze taken vindt plaats binnen een organisatorische eenheid die in de samenwerkingsovereenkomst werd aangeduid als het Knooppunt Jeugdhulp. Naar aanleiding van de vaststelling van de Hervormingsagenda Jeugd zal JeugdFV vanaf 1 januari 2026 proactief acteren op de regionale verplichte samenwerking middels een gemeenschappelijke regeling. Programma’s De begroting van JeugdFV is met ingang van 2026 ingedeeld naar drie programma’s: 1. Bedrijfsvoeringskosten (structureel) 2. (Boven)regionale samenwerking G7 (structureel, bedrag bovenregionaal vastgesteld) 3. Projectgelden/ Incidentele middelen.

Het was en is de intentie om alle drie programma’s met ingang van 2026 te laten beginnen. Er is een begroting voor 2026 opgesteld die is uitgesplitst naar deze drie programma’s. Voor 2025 waren geen activiteiten voorzien en om die reden is er geen begroting opgesteld voor dat jaar. Als aanloop naar de daadwerkelijke start in 2026 zijn wel twee bankrekeningen bij BNG geopend, waar ook bankkosten voor gemaakt zijn. Deze zijn als enige financiële stroom verantwoord in de jaarrekening over 2025. De toelichting op de activiteiten is daarom beperkt tot het noodzakelijke. Wat hebben we bereikt? De deelnemende gemeenten willen met de samenwerking uitvoering geven aan de verbetering en versterking van de jeugdhulp. De samenwerkende gemeenten in JeugdFV geloven erin dat geen enkel kind, gezin of situatie hetzelfde is. JeugdFV gelooft niet in een standaard aanpak voor elk gezin en gelooft erin dat voor een kwalitatieve uitvoering van jeugdhulp nauwe samenwerking tussen aanbieders, ervaringsdeskundigen, inwoners, scholen, huisartsen en jeugdhulpwerkers van essentieel belang is. Dit alles heeft JeugdFV gevat in ‘Ons Verhaal’. De bedrijfsvoeringsorganisatie is ondersteunend aan deze doelstellingen. Wat hebben we daarvoor gedaan? De Jeugdregio is belast met vijf taken: het regionaal contracteren of subsidiëren (hierna: inkopen) van de in de opgenomen jeugdhulpvormen van de AMvB, alsmede 1.

gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; 2. het op eensluidende wijze uitvoeren van bij ministeriele regeling aangewezen administratieve processen behorende bij die contractering of subsidiëring; 3. bovenregionale afstemming over de opgenomen jeugdhulpvormen, alsmede over gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; en 4. de organisatie van regionale expertteams. Wat heeft het gekost? In 2025 is een bankrekening geopend en zijn € 400 aan bankkosten gemaakt. Dit wordt in 2026 verrekend met de gemeente Ede.

5

B. Paragrafen Paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen Doordat in 2025 geen (financiële) activiteiten hebben plaatsgevonden onder de vlag van JeugdFV is een verantwoording over 2025 uitermate beperkt. Onze bedrijfsvoering is naar haar aard niet risicovol. Het gaat voornamelijk om ondersteunende en uitvoerende taken die beheersbaar zijn en weinig speculatief karakter kennen. Toch is er altijd sprake van inherente risico’s die samenhangen met het voeren van een organisatie, zoals de afhankelijkheid van personele inzet, kwetsbaarheid van ICT-systemen en het omgaan met financiële stromen. Omdat onze kerntaak niet vraagt om het nemen van ondernemende of speculatieve risico’s, hebben we een lage risicobereidheid. Het doel is te allen tijde een betrouwbare bedrijfsvoeringsorganisatie te zijn voor de deelnemende gemeenten. Dat betekent dat zorgvuldigheid, voorspelbaarheid en continuïteit leidend zijn in de afweging of risico’s worden geaccepteerd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die direct beschikbaar zijn om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Voor JeugdFV geldt: • • •

Algemene reserve: gemaximeerd op € 350.000 conform de financiële verordening. Bestemmingsreserves: indien door het bestuur ingesteld, bijvoorbeeld ter dekking van specifieke risico’s. Overige capaciteit: zoals nog niet aangewende begrotingsruimte of incidentele meevallers.

Het plafond van € 350.000 is bewust vastgesteld op een relatief laag niveau, omdat JeugdFV een organisatie is met een lage risicobereidheid en weinig inherente risico’s. Voor grotere risico’s geldt dat de deelnemende gemeenten gezamenlijk risicodrager zijn en aanvullend bijdragen indien nodig. Paragraaf Bedrijfsvoering Voor de daadwerkelijke start van JeugdFV in 2026 zijn de bedrijfsvoeringstaken ingericht. Deels is dit een continuering van de bestaande activiteiten, waarbij wel de relatie met de gemeente Ede als gastheer geformaliseerd is. De overeenkomst met de gemeente Ede die op dit punt is afgesloten is verwerkt in een nieuwe dienstverleningsovereenkomst waarbij in ieder geval de volgende onderwerpen verwerkt zijn: • • • • • •

ICT-dienstverlening Financiën en administratie Klantcontactcentrum Archiefdiensten Huisvesting en services Ontwikkeling en kwaliteit

Daarnaast zijn eind 2025 de verordeningen vastgesteld die toezien op de rechtmatigheid. JeugdFV heeft bij aanvang een formatie van 19,86 fte.

6

Deel 2 Jaarrekening

7

Balans per 31 december 2025 (vóór bestemming van het gerealiseerde resultaat)

A c t i v a (in euro’s)

2025

Vlottende activa

Nog te ontvangen bijdragen van gemeenten

400

Totaal vlottende activa

400

TOTAAL ACTIVA

400

8

P a s s i v a (in euro’s)

Vlottende passiva Banksaldi Totaal netto-vlottende schulden

2025

400 400 .......... ..........

Totaal vlottende passiva

400

TOTAAL PASSIVA

400

9

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening (in euro’s) Omschrijving Omschrijving Programma: Bedrijfsvoeringskosten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerde resultaat

Realisatie 2025 Baten

Lasten

Saldo

400

400

0

0

0

0

0

0

0

400

400

0

10

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling In deze paragraaf staan de algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling opgenomen. Onderwerpen die per definitie niet bij de BVO voorkomen of kunnen voorkomen zijn niet opgenomen. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het bestuur op 3 november 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de BVO.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Algemeen Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De kosten van het sluiten van geldleningen (inclusief de betaalde boeterente) en het saldo van agio en disagio worden geactiveerd en over maximaal de looptijd van de lening volledig afgeschreven, te starten vanaf het moment van het in gebruik nemen van het gerelateerde materieel of financieel vast actief. Indien geen nieuwe lening wordt aangetrokken zijn de kosten van vervroegde aflossing (boeterente) niet geactiveerd, maar als last verantwoord. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief zijn onder de volgende voorwaarden geactiveerd: – Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen. – De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast. – Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereert.

– De uitgaven die aan het actief toe te rekenen zijn, zijn betrouwbaar zijn vast te stellen. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden volledig afgeschreven in maximaal vijf jaar.

11

Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa: – investeringen met een economisch nut; – investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; – investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 25.000 worden conform het besluit Afschrijvingsbeleid en waardering vaste activa 2026 geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten (waaronder overheadkosten en rente), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de nota Afschrijvingsbeleid en waardering vaste activa 2026, zoals laatstelijk vastgesteld door het bestuur in haar vergadering d.d. 3 november 2025. De afschrijvingen worden berekend volgens de annuïtaire methode en starten op het moment van ingebruikname. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt.

Buiten gebruik gestelde vaste activa Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde.

Afschrijvingen De volgende afschrijvingstermijnen, zoals ook vastgelegd in de financiële verordening, zoals vastgesteld door het bestuur d.d. 3 november 2025, zijn van toepassing: Gronden en terreinen Woonruimten Gebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken, waaronder: − riolering (aanleg, bouwkundig, elektromechanisch en gemalen) Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa, waaronder: − inventarissen − automatisering − software

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 7 7 10 5 5

12

(Het gebruiksrecht voor onbepaalde duur op) Software is als afzonderlijk actief opgenomen onder de materiële vaste activa als investering met economisch nut.

Voorraden Vooruitbetalingen De vooruitbetalingen hebben betrekking zijn tegen de laatst bekende inkoopprijzen gewaardeerd. Voor eventuele risico’s op oninbaarheid is een voorziening getroffen.

Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Onder de nog te ontvangen bedragen zijn de gemaakte voorbereidingskosten voor faciliterende exploitatieplannen of nog te sluiten anterieure overeenkomsten als ‘nog te verrekenen kosten’ opgenomen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. de kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst Wro/Bro; en 2. de kosten mogen maximaal 5 jaar als overige nog te ontvangen bedragen blijven staan; na maximaal 5 jaar moet het kostenverhaal zijn gerealiseerd dan wel dienen de kosten te worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en 3. er is een besluit door het bestuur genomen tot het maken van voorbereidingskosten voor faciliterend grondbeleid in een aangewezen gebied voor het ontwikkelen van het exploitatieplan of tot het sluiten van een anterieure overeenkomst.

Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een bestuursbesluit genomen voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de organisatie. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: – Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. – Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. – Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

13

– –

Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven. Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Vlottende activa Schatkistbankieren De bepalingen ten aanzien van schatkistbankieren zijn niet van toepassing voor JeugdFV.

Liquide middelen Eind 2025 had JeugdFV geen liquide middelen. JeugdFV heeft een rekening-courantfaciliteit bij BNG.

Overlopende activa De post overlopende activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde 31 december 2025 € De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: ‒ Europese overheidslichamen ‒ het Rijk ‒ overige Nederlandse overheidslichamen

400

Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa

400

14

Vaste passiva Eigen vermogen De post eigen vermogen wordt onderscheiden in: Boekwaarde 31 december 2025 € Reserves, gespecificeerd naar: — algemene reserve — bestemmingsreserve Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

0 0 0

Totaal eigen vermogen

0

Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd.

Vlottende passiva Overlopende passiva De post overlopende passiva wordt onderscheiden in: Boekwaarde 31 december 2025 € Bankschulden

400

Totaal

400

15

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de organisatie voor toekomstige jaren is verbonden Overeenkomsten Dit betreft de overeenkomst inzake levering van diensten die met de gemeente Ede is afgesloten voor de jaren 2026 tot en met 2029. Het eerste jaar is het contractbedrag € 471.500. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Arbeidskostengerelateerde verplichtingen In 2025 is een medewerker ziek uit dienst gegaan. Volgens de geldende regelgeving is JeugdFV verplicht om het verschil bij te dragen tussen het laatstverdiende salaris en het daadwerkelijk ontvangen loon van betrokkenen. Maandelijks krijgt JeugdFV hiervoor een opgave van het UWV. De maximale last in 2026 bedraag € 40.000 en loopt tot uiterlijk 1 september 2026.

16

Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Hierna wordt een toelichting gegeven op diverse aspecten van het overzicht baten en lasten. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het bedoelde inzicht. Bedrijfsvoeringskosten Jaarstukken 2025 Baten programma 1 Lasten programma 1

400 400

Totaal saldo van baten en lasten

0

Het resultaat

0

Begrotingsrechtmatigheid In het jaar 2025 zijn alleen enkele bankkosten gemaakt voor JeugdFV. Deze zijn hierboven weergegeven. Voor de laatste twee maanden van 2025 is geen begroting opgesteld voor JeugdFV. In formele zin is er voor JeugdFV daarom sprake van een begrotingsonrechtmatigheid.

17

Informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) De WNT is van toepassing op de BVO JeugdFV. Het voor de BVO JeugdFV toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. De BVO kent één topfunctionaris in de zin van de WNT, namelijk de directeur Erik ten Hove. De bezoldiging van de directeur vanuit de BVO is ingegaan op 1 januari 2026, daarvoor vond bezoldiging vanuit de gemeente Ede plaats. Daarom volstaat alleen de vermelding van de naam van de topfunctionaris in deze paragraaf. De topfunctionaris in kwestie heeft een fulltime aanstelling.

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 3 november 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

Bevinding Het bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 400 bedraagt. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er wel uitgaven gedaan zijn in 2025, maar dat voor dat jaar geen begroting is opgesteld. In formele zin is hiermee sprake van een begrotingsonrechtmatigheid.

18

Gebeurtenissen na balansdatum Niet van toepassing

19

Bijlagen

20

Overige gegevens, waaronder de controleverklaring van de accountant Volgt separaat

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16939606/1